Márquez en de hoeren



Dovnload 10.05 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte10.05 Kb.
Márquez en de hoeren

De meeste analyses van Márquez’ novelle De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Eréndira en haar harteloze grootmoeder buigen zich over het magisch-realistische, het surreële of sprookjesachtige aspect van dit verhaal. Het hoofdthema, kindprostitutie, wordt meestal vermeden. Wie het oeuvre van Márquez een beetje kent weet dat de onderdrukking van de vrouw als sociaal thema sterk aanwezig is. Zijn werk zit vol met matriarchale despoten van wie het leven gereduceerd wordt tot de drie K’s : Kinderen, Kerk en Keuken. De verhaallijnen van Márquez ontwikkelen zich rond echte gebeurtenissen, herinneringen of feiten die, op het moment dat hij ze in fictie giet, een onrealistische (magisch surrealistische) laag krijgen. Zo is de seksslavernij van Eréndira voorzien van een magische poëzie, een sprookjesachtige beeldtaal, die het fictieve karakter van het verhaal versterkt en de realiteit ervan ongeloofwaardig doet lijken. Nochtans is de gruwel van de grootmoeder die haar kleindochter als kindprostituee verkoopt en het hoge aantal mannen dat haar zonder scrupules en ondanks haar leeftijd koopt, gebaseerd op ware feiten.

Op zestienjarige leeftijd (in 1944) ziet Márquez hoe een elfjarig meisje als prostituee verkocht wordt door een vrouw die haar grootmoeder of tante is. Hij beschrijft deze scène voor het eerst in Honderd jaar eenzaamheid in 1967. Daarop volgt een scenario voor een filmdrama in beelden: Chronicle 12. Dit scenario wordt nooit verfilmd. In 1972 schrijft hij de novelle. Tien jaar later schrijft hij voor de Braziliaanse regisseur Ruy Guerra het scenario voor Eréndira (1982). In dit scenario verwerkt hij ook het verhaal Duurzame dood voorbij de liefde (uit 1970). Dit verhaal maakt ook deel uit van de verhalenbundel Eréndira.

Hoeren spelen in het werk van Márquez dikwijls een belangrijke rol; in Honderd jaar eenzaamheid (1967), De herfst van de patriarch (1975), Kroniek van een aangekondigde dood (1981), Liefde in tijden van cholera (1985) en Herinneringen aan mijn droeve hoeren (2004). De ontmoeting of relatie met een prostituee veroorzaakt meestal een bewustzijnsverandering, niet als gevolg van een seksuele kennismaking, maar als een levensles. Márquez was zelf bevriend met prostituees: ‘The environment I grew up in was very repressive. It wasn’t easy to have a relationship with a woman who wasn’t a prostitute. When I went to see prostitutes, it wasn’t really to make love but more to be with someone, not to be alone. The prostitutes in my books are always very human and they are very good company. They are solitary women who hate their work” zegt hij in een interview met Claudia Dreyfus.’1 In zijn werk klaagt Márquez de werkomstandigheden en de uitbuiting van de prostituees aan. Maar hij laat nooit een afkeer blijken ten aanzien van de prostituees. Eerder idealiseert en romantiseert hij het bordeel en de hoer. Tegelijk wijst hij op de risico’s. Het beroep is gevaarlijk omwille van SOA’s, de kwetsbaarheid tegenover fysieke en psychische terreur (vooral bij tippelaars), maar ook omwille van de intolerantie van de burgerij (hypocrisie) en de repressie door de overheid. Omstandigheden waardoor de meisjes in de marginaliteit dreigen te verzeilen. De vrouwen zelf dragen geen schuld. Net als hun klanten, tenzij die geweld gebruiken. Márquez velt geen moreel oordeel over het verkopen en het kopen van seks. Hij beschouwt het als een sociologisch feit dat van alle tijden is en in alle culturen voorkomt. De hypocrisie van de burgerlijke maatschappij isoleert de prostitutie. Hebzucht en machtsmisbruik zijn de oorzaak van prostitutie.

In de jaren veertig werd de prostitutie in Columbia gedoogd en in zekere zin gereguleerd. Er waren gedoogzones, de prostituees waren administratief bij de overheid bekend, hun vrijheid werd beperkt tot de wijken waarin ze werkten en ze kregen regelmatig een medisch onderzoek. Wie minderjarigen aanzette tot prostitutie werd streng gestraft, net als iemand tot prostitutie dwingen. Elke stad had een reglement. Tot begin jaren zeventig, toen Márquez het verhaal schreef, werd prostitutie op deze manier gedoogd. Uit sociologisch onderzoek blijkt dat de meeste vrouwen in de prostitutie belanden omdat ze er door pooiers via verleiding, belofte op liefde en vriendschap, in worden gelokt. Ook belanden vrouwen in de prostitutie door fysieke agressie en vrouwenhandel. De vrouwen doen in deze gevallen het werk uit dwang; voor een pooier, om te overleven, om hun kind te onderhouden. Los daarvan zijn er ook vrouwen die uit economische noodzaak voor dit beroep kiezen.

Eréndira is een geval van kinderprostitutie: zij wordt als kind verkocht door haar grootmoeder. De grootmoeder misbruikt haar wettige, morele, fysieke en emotionele macht (chantage) die ze over haar kleinkind heeft. Ze verplicht haar kleinkind op die manier een enorme schuld te betalen. Uit sociologische studies blijkt dat de manier waarop Eréndira haar schuld moet betalen heel realistisch is. In het Parijs van de jaren zeventig had je in de Afrikaanse wijk maisons d’abattage (letterlijk ‘slachthuizen’). Daar werkten zo’n acht meisjes per nacht gemiddeld honderd klanten af. De klant betaalde, kreeg een handdoekje en werd in een kamer geduwd waar een meisje in bed op hem wachtte. Na zes minuten ging een belsignaal waarna hij de kamer moest verlaten en er onmiddellijk een nieuwe klant naar binnen werd gelaten. Het meisje kwam niet eens uit bed. De lange rij mannen die voor Eréndira’s tent staan te wachten is dus heel reëel en benadrukt de gruwel van het verhaal. Het is de horror van Eréndira’s uitbuiting die de motor is van het verhaal, Eréndira is een seksslavin.

Sociologisch onderzoek wijst uit dat de meerderheid van de prostituees dit beroep maximaal vijf jaar uitoefenen. Dat hoeren dit beroep gezond en wel verlaten wordt nagenoeg nooit verteld in fictie of dagbladen. Klassiekers in de literatuur doen ons geloven dat prostituees jong sterven als slachtoffers van geweld of ziekte. Dit zijn moraliserende verhalen. Het verhaal van Márquez is in dit opzicht een buitenbeentje: Eréndira loopt op het einde van het verhaal, gezond en wel, weg. Terwijl de grootmoeder door Eréndira’s aanbidder, Ullysses, vermoord wordt. Ullysses die van Eréndira houdt en haar bevrijding mede bewerkstelligt, eindigt met lege handen. Hij ziet zijn geliefde wegvluchten. Dat Márquez hiervoor kiest en niet voor de liefdevolle omarming van de twee geliefde die daarna hand in hand hun geluk in de wereld zoeken, is een belangrijk statement van de schrijver. Hij onderstreept hiermee hoe belangrijk het voor hem als auteur is dat Eréndira zich van elke vorm van slavernij kan bevrijden. Ook van haar onderwerping (uit dankbaarheid) aan een man die haar uit liefde bevrijdt.

Alain Pringels


dramaturg Toneelgroep De Appel

Bron: Diane E. Marting, The End of Eréndira’s Prostitution, Hispanic Review, Spring 2001, nr 2, Vol. 69



1 Claudia Dreyfus, Playboy Interview: Gabriel Garcia Marquez, Playboy, februari 1982.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina