Mtss bij hardlopers



Dovnload 14.42 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte14.42 Kb.




MTSS bij hardlopers

Hardlopen is een van de populairste sporten ter wereld. Echter ontstaan door het hardlopen vaak blessures, met een incidentie variërend tussen de 6.8 en de 59.0 blessures per 1000 uur hardlopen. Het Mediaal Tibiaal Stress Syndroom (MTSS) is een van de meest voorkomende blessures aan de onderste extremiteit bij hardlopers. Tot de blessures aan de onderste extremiteit bij hardlopers is de incidentie van MTSS variërend tussen de 4 en 35%. In de literatuur wordt MTSS regelmatig als synoniem voor andere scheenbeen gerelateerde klachten genoemd, maar MTSS is een afzonderlijke diagnose. Synoniemen die vaak gebruikt worden zijn; ‘Shin Splints’, ‘springschenen’ of ‘beenvliesontsteking’. MTSS is een inspanningsafhankelijke pijnklacht aan de binnenzijde van het onderste 1/3e deel van het scheenbeen, ontstaan door overbelasting. Patiënten met MTSS klachten ervaren meestal een diffuse pijn ter hoogte van het scheenbeen, wat aanwezig is tijdens en na het sporten. Wanneer de blessure ernstiger is kunnen de klachten ook tijdens dagelijkse activiteit voorkomen.

Anatomische basis MTSS

De anatomische basis voor MTSS is in het verleden al een aantal keer ter discussie gesteld en meerdere onderzoeken zijn hiernaar al uitgevoerd. De eerste theorie is gepubliceerd in 1950 en weergeeft een beenvliesontsteking (periostitis) als gevolg van herhaaldelijke trekkrachten van de achterste scheenbeenspier (m.Tibialis posterior) aan het buitenste beenvlies van het bot. Uit later onderzoek blijkt dat vaker de diepe kuispier (m.Soleus) en de lange teenbuigspier (m.Flexor hallucis longus) betrokken zijn bij deze theorie.

Een meer recente theorie geeft een stressreactie van het bot weer, als gevolg van verhoogde spanning die ontstaat door herhaaldelijke buigkrachten in het verloop van het scheenbeen. Bij normale belasting van het scheenbeen is er sprake van een adaptatiereactie; een fysiologische reactie waardoor het bot sterker wordt door belasting. Wanneer deze belasting te hoog is wordt de adaptatiereactie verstoord en ontstaat er microschade, met een stressreactie van het bot als gevolg. Waarschijnlijk spelen beiden theorieën een rol bij het ontstaan van MTSS.

Risicofactoren MTSS

Zowel intrinsieke (lichamelijke)- als extrinsieke (van buitenaf) factoren kunnen een invloed hebben op het ontstaan van MTSS.

Intrinsieke factoren MTSS:


  • Overpronatie van de voeten

Overproneren is het naar binnen kantelen van de voet tijdens het lopen. Als gevolg van het overproneren ontstaan er verhoogde trekkrachten op de spieren die aan de binnenzijde van het onderbeen lopen.

  • Verminderde bewegingsmogelijkheid van de heupen

Uit eerder onderzoek blijkt dat MTSS klachten vaker bij mensen voorkomt waarbij verminderde endorotatie (het naar binnen draaien van het bovenbeen) en exorotatie (het naar buiten draaien van het bovenbeen) van de heupen mogelijk is.

Een over beweeglijkheid (hypermobiliteit) van de heupen zorgt voor instabiliteit tijdens het hardlopen.

  • Beenlengteverschil

Als gevolg van een beenlengteverschil ontstaat een ongelijke belasting. Eén zijde van het lichaam wordt hierdoor zwaarder belast.

  • Slechte conditie

Hierdoor raken spieren sneller vermoeid en kunnen ze de belasting tijdens het hardlopen niet goed opvangen.

  • Verkorte kuitspieren

Verkorte kuitspieren leidt tot verhoogde trekkrachten op de aanhechtingsplaats van de kuitspier op het scheenbeen.

Een verminderde botdichtheid en/of conditie van het bot heeft een verhoogde kans op ontstaan van een stressreactie van het bot.

  • Het vrouwelijke geslacht

Meerdere onderzoeken wijzen uit dat MTSS vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt. De oorzaak hiervoor is vooralsnog onbekend.

  • Verhoogd BMI

Een verhoogd BMI zorgt direct ook voor een hogere belasting.

Extrinsieke factoren MTSS:



  • Ongeschikt schoeisel

Een hardloopschoen moet passend zijn aan het voettype, het lichaamsgewicht, het looppatroon en de ondergrond en soort training.

  • Verkeerde training

Wanneer de belasting van een training niet passend is aan de belastbaarheid van een lichaam ontstaat er een overbelasting met mogelijk blessures en/of overtraining tot gevolg.

  • Ondergrond

Een te harde of te zachte ondergrond (te weinig of teveel demping) kunnen voor overbelasting zorgen.

Behandeling van MTSS

-Ten eerste is rust belangrijk, de aanwezige blessure moet de rust en de tijd krijgen om te herstellen. -Het masseren van de pijnlijke plaats werkt bevorderend voor het herstel, dit zorgt namelijk voor een verhoogde doorbloeding.

-Bij een afwijkende voetstand is correctie door middel van persoonlijk aangemeten podotherapeutische (sport)zolen gewenst.

-Wanneer er sprake is van een beenlengteverschil kan dit bij een podotherapeut opgemeten worden. Indien nodig kan het verschil dan ook door middel van een podotherapeutische zool gecompenseerd worden.

-Het versterken en rekken van de kuitspieren (zie oefening 1 t/m 3).

-Het verbeteren van de enkelstabiliteit (zie oefening 5).

-Het versterken van de voetspieren (zie oefening 4).

-Gebruik maken van geschikt schoeisel.

-Medical Taping werkt bevorderend bij het herstel. Medical tape is een elastische tape die overeenkomt met de elasticiteit van de huid en daardoor fysiologische structuren onder de huid kan beïnvloeden.

-Shockwave therapie kan het herstel versnellen. Dit is een behandeltechniek waarbij mechanische schokgolven op de pijnlijke plaats op het scheenbeen worden gericht. Shockwave therapie versnelt het genezingsproces door zelfhelende eigenschappen van het lichaam te activeren, ze stimuleren de stofwisseling en verbeteren de doorbloeding. Deze behandeling wordt vaak bij een fysiotherapeut uitgevoerd.

-Een passend trainingsschema, aansluitend bij de verhoudingen belasting en belastbaarheid. Dit is erg persoonlijk en kan het beste door een sportarts of sportfysiotherapeut bepaald worden. Begin hier pas mee wanneer de klachten niet meer aanwezig zijn.

Oefeningen

1.Rekken van de korte kuitspieren

Kniel met de rechterknie op de vloer. Laat de linker oksel op de linkerknie rusten. Druk de linkerknie daarna zover naar voren dat de hak net niet van de vloer loskomt (niet veren). Je voelt de rek laag in de kuit. Duur 15-20 seconden, daarna 10-20 seconden rust, 3 keer uitvoeren.



2.Rekken van de lange kuitspieren

Maak met de rechtervoet een stap naar voren, zover dat de linker hak net niet van de vloer los komt. De linkerknie blijft gestrekt. Verplaats het gewicht van de achterste voet naar de voorste voet, en druk daarbij de hak van het achterste been stevig in de grond. Plaats eventueel de handen tegen een muur (niet veren). Je voelt rek bovenin de kuit. Duur 15-20 seconden, daarna 10-20 seconden rust, 3 keer uitvoeren.



3.Versterken van de kuitspieren

Ga met de voorvoeten op de rand van een traptrede of een verhoging staan. Ga langzaam op de tenen staan, hou dit even vast en laat je dan zakken tot je rek voelt in je kuiten en kom dan weer omhoog. Deze oefening zowel met gestrekte als met licht gebogen knieën uitvoeren. De oefening is te verzwaren door op één been te staan of een gewicht te dragen. Duur 25-30 seconden, daarna 20 seconden rust, 10-15 keer uitvoeren.



4.Versterken van de voetspieren

Ga op een stoel zitten. Schrijf het alfabet in de lucht met de geblesseerde voet. Rol met de tenen van de geblesseerde voet een uitgevouwen handdoek op door grijpbewegingen te maken. Duur 15-20 seconden, daarna 10-20 seconden rust, 20 keer uitvoeren.



5.Verbeteren van de enkelstabiliteit

Ga op één been staan, spreid je armen en probeer dit 30 seconden vast te houden, wissel daarna van been. Indien dit goed gaat kun je het vermoeilijken door het met je ogen dicht proberen of met je voet op een kussen te gaan staan.

Nicole Couteaux, Sportpodotherapeut

Podotherapie Couteaux

www.podotherapiecouteaux.nl

06-51549040







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina