Multatuliroute Verdiepingsstof



Dovnload 66.88 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte66.88 Kb.
Multatuliroute Verdiepingsstof

www.kinderboekenstad.nl/print/blad13.pdf
www.multatuli-museum.nl

http://socialhistory.org


Tijdgenoten Multatuli (1820- 1887) rond de Prinsengracht.

A.L.G. Bosboom-Toussaint, (1812-1886) schrijfster, getrouwd met schilder Johannes Bosboom.

Carel Vosmaer schrijver en tekenaar, De Ruyterstraat 73, beschrijft Noordwestbuitensingel blz 15 Wandelingen door oud Den Haag

Marcellus Emants, schrijver

A. Boulens, schrijver

Conrad Busken Huet, schrijver


De Stationsbuurt en het Oude centrum in de negentiende eeuw
Industrie

Door het gebruik van stoommachines groeide de industrie en vele fabrieken en fabriekjes van onder andere kleding, meubels en bouwmaterialen vestigden zich rondom het station en langs de grachten van Den Haag. De stoomboot,-trein en later de stoomtram deden hun intrede. Voor deze nieuwe industrieën waren arbeiders nodig, vaak kwamen die van het platteland, en zij moesten gehuisvest worden.

Den Haag was in die tijd een belangrijke industriestad met veel drukkerijen maar de arbeiders werkten onder slechte omstandigheden, 7 dagen per week en 10 uur per dag voor weinig loon. Met hulp van intellectuelen zoals Eduard Douwes Dekker begonnen de arbeiders zich te verenigen en te vechten voor betere leef- en werkomstandigheden. Het schijnt dat in 1871 in ijzerpletterij Enthoven aan de Pletterijkade voor het eerst gestaakt werd. Het zal een klein groepje werknemers zijn geweest, maar genoeg om de pletterij stil te leggen. Arbeiders begrepen dat gezamenlijk een actie op touw zetten veel sterker is dan wanneer je in je eentje protesteert. ‘Arbeiders verenigt u’ werd de slogan en arbeiders gingen gebruik maken van hun machtsmiddel. Men richtte vakbonden op voor de metaal-, textiel- en verdere industriën.

Tegenwoordig wordt er niet alleen overlegd met de bazen van bedrijven maar zelfs direct met de regering!

Op 2 oktober 2004 vond de grootste staking in de geschiedenis plaats. Aan de demonstratie voor betere arbeidsvoorwaarden op het Museumplein in Amsterdam deden 250 duizend mensen mee.

www.fnv.nl
Station Hollandse Spoorweg Maatschappij.

De eerste jaren reden de treinen vauit het Station op stoom. Met de trekschuit deed je er 8 uur over om in Amsterdam te komen. Met de diligence 6 uur maar met de stoomtrein duurde het korter dan 4 uur. Tegenwoordig ben je in 45 minuten in Amsterdam.

Het station Hollands Spoor is het tweede station op deze plaats vanwege de ophoging van de spoorbanen en de uitbreiding van het station. In 1887 is tegen de treinenhal uit 1862, de huidige nieuwbouw geplaatst.

Het metaalwerk van het station (de perronoverkappingen) zijn afkomstig uit de ijzergieterij en -pletterij L.I. Enthoven & Co die in Den Haag gevestigd was.

Station Hollands Spoor is een monumentaal stationsgebouw met een ijzeren perronoverkapping in een rijke neo-renaissancestijl uit 1888-1893 naar ontwerp van architect D.A.N. Margadant. De gevels van het stationsgebouw zijn van baksteen metselwerk waarbij gebeeldhouwde natuurstenen onderdelen zijn toegepast. In de voorgevel staan figuren die nijverheid, kunst en wetenschap uitbeelden. Boven de beelden staat in een natuurstenen fries het opschrift 'Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij'.
Koninklijke wachtkamer

In de linkervleugel van het station is het koninklijk paviljoen met verschillende ruimtes. De koninklijke wachtkamer is een zeldzaam voorbeeld van zeer rijke neo-renaissance architectuur en interieurkunst.



De koninklijke wachtkamers liggen op de eerste verdieping en hebben een toegang tot perron 1. In de gevel staat de inscriptie: ANNO 1893.
Van Hogendorpstraat 52-162

Dit hofje is een monument omdat het van belang is als gaaf bewaard gebleven, en een van de vroegste voorbeelden, van sociale woningbouw in Den Haag. Het complex arbeiderswoningen is gebouwd naar een ontwerp van architect E. Saraber, in opdracht van de Vereeniging tot Verbetering der Woningen van de Arbeidende Klasse in 1862-1869 . Als ideaaltype van sociale woningbouw werden de huizen in 1868 bekroond op de 'Internationale tentoonstelling van voorwerpen voor de huishouding en het bedrijf van de handwerksman' te Amsterdam en in 1873 met een Fortschrittsmedaille op de Wereldtentoonstelling in Wenen.
Aanvankelijk bevond zich op de begane grond alleen een woonkeuken en was op de lage verdieping een slaapkamer aangebracht onder een flauw hellend zadeldak. In 1914 werden de verdiepingen iets verhoogd, de vensters vergroot en de zadeldaken door platte daken vervangen. De woningen werden vergroot met aanbouwen waarin de ingang, de keuken en het toilet zijn ondergebracht. De vensters op de begane grond hebben nog de oorspronkelijke kruisvormige ramen.

Oorspronkelijk bestond het complex uit 42 blokken van telkens vier rug aan rug gebouwde arbeiders-woningen. De blokken aan de overkant van de straat zijn in 1931 afgebroken.

In 1989 zijn de woningen gerestaureerd.
Oranjeplein

Het Oranjeplein en omgeving was de eerste stadsuitbreiding aan de zuid-oostzijde van het centrum. De wijk werd rond 1860 aangelegd en was in eerste instantie bedoeld voor de gegoede middenklasse en voor welgestelden. De huizen aan de Stationsweg, het Huygenspark en het Oranjeplein waren dan ook groot. Al snel bleek dat deze welgestelde mensen niet in de wijk wilden wonen. Dit had onder andere te maken met de nabijheid van de lawaaiige en vervuilende fabrieken bij het spoor. Omdat de verkoop van de huizen op het Oranjeplein niet goed ging, stelde men de bouwplannen bij en werden in de overige straten kleinere huizen gebouwd.


Onderwijsvernieuwer Jan Lighthart

Een historische straat is de Tullinghstraat (even verderop links). Jan Lighthart was hier 30 jaar lang hoofd van een kleine school en ontwikkelde hier temidden van de arbeiderskinderen zijn vernieuwende pedagogische ideeën. Het buurtje is veranderd, de school afgebroken maar zijn naam is aan een nieuwe school gegeven.


Over onderwijs en opvoeding heeft Eduard Douwes Dekker behartenswaardige dingen geschreven. Niet voor niets was hij het meest gevierd bij onderwijzers. Ze liepen met hem weg.


Multatuli
Eduard Douwes Dekker bemoeide zich graag met kinderen en wist die ook uitstekend te vermaken met spelletjes en raadsels. Als het om arme kinderen ging helemaal. Op verlof uit Indië, rond 1854, trakteerde hij een grote groep weeskinderen op poffertjes. Bezoekers vroeg hij altijd hun kinderen mee te nemen. Dan kon ie met ze vliegeren. Een vlieger in de lucht houden vond Multatuli moeilijker dan een boek schrijven. Nog op zijn zestigste nam hij een pleegkind in huis.

Opvoeding en onderwijs
Over de positie van het kind, onderwijs en opvoeding heeft Douwes Dekker zich vaak uitgelaten. Zijn belangrijkste stelling was dat een mens een 'denkdier' is (homo sapiens). Je hoeft hem dus niets te leren, net zo min als je een eendje hoeft te leren zwemmen. Je moet natuurlijk niet de eieren in het water gooien! Opvoeding en onderwijs moesten zo zijn dat ze het denken niet afleren of tegenmaken. Anders gesteld, ze moeten bijdragen aan het op gang brengen/houden van de verwondering, waardoor er vragen worden gesteld en de zoektocht naar een antwoord begint, kortom waardoor er nagedacht wordt.


Kinderboeken

De eerste kinderboeken werden niet altijd speciaal geschreven voor kinderen, met uitzondering van 'Alice in Wonderland' van de Engelse schrijver Lewis Caroll. De hoofdpersoon was wel vaak een kind. Kinderen kijken in deze verhalen naar de vreemde wereld van de volwassenen zoals in 'Klaasje Zevenster' uit 1865 van Jacob van Lennep.

‘Woutertje Pieterse’, van Multatuli, is een ontwikkelingsroman, met veel humor en sterke observaties. Via de gedachten en avonturen van een jongen wordt een beeld van de maatschappij gegeven.

In ‘De Kleine Johannes’ levert de schrijver Frederik van Eeden eveneens kritiek op de maatschappij.


Koningsstraat: Koning Willem III

De vader van deze koning, Willem II, had in 1848 (een jaar voor hij stierf ) ingestemd met het inperken van koninklijke bevoegdheden ten gunste van een volksvertegenwoordiging en de Grondwet. Zijn oudste zoon en opvolger Willem III (1817-1890) heeft zich zonder succes tegen deze ontwikkelingen verzet. Eduard Douwes Dekker stuurde de tekst van de 'Max Havelaar', voordat het gepubliceerd werd, naar de koning in de hoop op eerherstel en aandacht voor het lot van de Indische arbeiders. Hij kreeg geen antwoord.



Op 14 mei 1860 verscheen het boek 'Max Havelaar of de Koffijveilingen van de Nederlandsche Handelmaatschappij'.

Nederland had geen belang bij een eerlijke verdeling van de winsten van de Indische produkten!

De dochter van Willem III was Wilhelmina en de grootmoeder van de huidige koningin Beatrix.

Wilhelmina is vijftig jaar koningin geweest en zij maakte twee oorlogen mee. Zij werd de moeder des vaderlands genoemd als dank voor haar pogingen om de Nederlanders moed te geven tijdens de Duitse bezetting. Ze had artistieke aanleg en omdat ook koninginnen vrije tijd hebben, gebruikte zij die tijd graag om naar buiten te trekken met verf en veldezel, om te tekenen en schilderen.



Koningstraat II

Het aannemen van de verbeterde grondwet in 1848, waarin de regels staan waar iedere burger, rijk of arm, zich aan moet houden, hielp Nederland op weg naar meer gelijkheid tussen de burgers. De macht van de koning werd grotendeels overgenomen door een raad van ministers met een minister-president aan het hoofd. De koning(in) en de ministerraad vormen sindsdien de regering van het land.

De regering wordt gecontroleerd door de volksvertegenwoordiging, de Eerste en Tweede Kamer (Staten-Generaal). Iedere burger van 18 jaar en ouder mag meedoen aan de verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer. Uit de Tweede Kamer worden de ministers gekozen.

Extra advies geeft de raad van wijze mannen en vrouwen, zij vormen de Raad van State.

Is er een nieuwe wet aangenomen, dan kun je die vinden in het Staatsblad.

www.raadvanstate.nl



www.overheid.nl
Van Ostade woningen

Hannemanstraat 156-298; Jacob Catsstraat 65/1 t/m 65/96; Van Ostadestraat 15-77.



Het complex is uit 1885-1895. Leden van het Israëlitisch kerkgenootschap (Vereeniging tot het verschaffen van woningen aan minvermogenden) lieten deze huisjes bouwen voor de arme Joodse bewoners uit het buurtje rond de Grote Kerk. Deze vonden echter de huizen te duur en te ver om met hun handkarren te belopen en ze konden hier ook de spullen voor hun handel niet opslaan. Ondanks de luxe van een eigen gemoed (w.c.) en een opkamertje, verhuisden ze al snel terug! Arbeiders van andere gezindten kregen de woonruimte. Bouwstijl: neorenaissance.

De opzet van een 'stadje in de stad' is voor zover bekend in Nederland uniek. Nu wonen er veel jonge mensen.



Een voorbeeld van een organisatie die goede en betaalbare sociale woningbouw (o.a.hofjeshuisjes) wilde bouwen en in stand houden is de ‘Haagse Vereniging van 1854 tot verbetering van het wonen’. Hier kun je je nog steeds inschrijven als je in een hofje wilt wonen. Je moet dan wel in een van de doelgroepen passen.

www.haagseverenigingvan1854.nl


Vluchtelingenwerk Nederland

Uit angst voor vervolging ontvluchten mensen over de hele wereld slechte regimes in hun vaderland. Mensen worden bedreigd, gediscrimineerd en soms gemarteld en ze vertekken uit angst gevangen genomen te worden. Ze zijn soms hun leven niet zeker. Wereldwijd hebben zo’n 20 miljoen mensen de ingrijpende stap moeten zetten om te vluchten. Slechts een fractie hiervan vraagt asiel in het westen aan. Verreweg het grootste deel verblijft in buurlanden, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Een land als Pakistan bijvoorbeeld, herbergt al jaren meer dan 2 miljoen vluchtelingen uit Afghanistan.

Ook jongeren moeten soms noodgedwongen vertrekken uit hun vaderland. Als ze in Nederland terecht komen gaan ze hier naar school en worden verder geholpen.

www.vluchtelingenwerk.nl



www.loesje.nl

Diakonie-weeshuis der Nederduitsche Hervomde Gemeente

Nederduits is de oude naam voor Nederlands. Zo wordt in de eerste twee regels van het Wilhelmus voor het ‘Duitse bloed’ het Nederlandse bloed bedoeld.

‘Wilhelmus van Nassauwe
ben ik van Duitse bloed’

www.wilhelmus.nl

Tot ver in de 19e eeuw zwierven soms kinderen zonder ouders onverzorgd rond. Gelukkig waren er welgestelde mensen die zich hun lot aantrokken want vauit de regering of het stadsbestuur werd niet genoeg voor deze kinderen gedaan. Een groepje magistraten vormden dan een comité (bestuursraad). Meester Jakob de Riemer stichtte een huis voor armen, dit ging behoren tot de Hervormde Gemeente. Het eerste huis werd afgebroken en in 1867 kwam dit nieuwe onderkomen er voor in de plaats. (architect E. Saraber, sobere eclectische baksteenarchitectuur) Vernieuwingen zoals de stoomketels in de keukens werden naderhand aangebracht. In 1925-1926 werd het huis nogmaals aangepast aan de nieuwe tijd. Bij het tweehonderdjarig bestaan van het weeshuis werd feest gevierd! Speciaal voor het feest werden liederen gecomponeerd en van zeurpieten wilde men niets weten! Gedanst werd er ook !: 2e 3e couplet:
Maar wie van ons van zingen weet,

en springen wil met lust

hem noden wij in onze kring

hij komt, hij komt gerust.

Hij stemt met ons vrolijk in,

en huppelt met ons mee!

en roep met ons juichend uit

de vreugde ter ere: hoezee!!


Wat eenmaal jeugdig was op aard

werd oud en stierf al ras;

maar zo is het met de vreugde niet

zij blijft wat ze eenmaal was,

verdwijnt dan al wat leeft op aard;

wij roepen vrolijk juichend uit

de vreugde sterft toch niet uit!
Louis Couperus

De grootvader van de grote Nederlandse schrijver Louis Couperus woonde in de Boekhorststraat .



www.louiscouperus.nl
Flora’s hofje

Flora's Hof is niet openbaar toegankelijk maar vanaf de straat duidelijk herkenbaar aan het fraaie poortje.

In architectonisch opzicht springen deze hofjeshuizen (uit omstreeks 1890 ) boven het gemiddelde uit. Zij zijn in de stijl van de neorenaissance opgetrokken en uitgevoerd in zachtgele baksteen met witte banden. Vlaamse geveltjes bekroond door een bakstenen lijst en sierrmetselwerk zorgen voor een levendig beeld. In de uitbouw bevond zich de keuken.Van het oorspronkelijk hofje van tien huisjes, die in twee rijen van vijf tegenover elkaar stonden, zijn er nog zes over.
De eerste auto

C.V. Gerritsen schreef op 19 juni 1890 vanuit Parijs aan dr. Aletta Jacobs, zijn vrouw (de eerste vrouwelijke arts van Nederland) dat hij een auto had gezien. ‘Gisteren heb ik onder de honderden rijtuigen in de Champs Elysées er een gezien zonder paard! Dat is nu wel geen wonder, maar als ik er dan bijvoeg dat het niettemin voortbewoog, ongeveer met de zelfde spoed als andere rijtuigen met een paard in draf, wat zeg je ervan? Het was een rijtuig in de vorm van een grote tilbury (licht tweewielig rijtuig). Hier noemen ze dat een charette. Er zaten twee heren in, waarvan er een stuurde met een lang roer, dat bevestigd was aan een voorwiel. Het werd voortbewogen door stoom. De kleine machine was bevestigd onder het rijtuig. Zij gaf geen rook en maakte geen geraas. Een aardige uitvinding niet? Wie weet wat de electriciteit ons op dit gebied voor wonderen brengen zal!


Deze briefschrijver met vooruitziende blik, Carl Victor Gerritsen, was al op jonge leeftijd socialist en bewonderaar van Multatuli. Rond 1871 logeerde Multatuli bij hem in Amersfoort. V.C. Gerritsen, durfde zich zelfs openlijk op straat te vertonen met Douwes Dekker! Ook had hij een brochure voor arbeiders geschreven.

Daimler

De man op wiens naam de uitvinding van de auto staat is Gottlieb Daimler. Hij kreeg op 20 augustus 1885 het Duitse Rijkspatent 36324 op zijn naam voor zijn prototype van de auto.



Ford

Het eerste model dat op grote schaal in Amerika gefabriceerd werd en dus betaalbaar voor de ‘gewone ‘ man ( toch nog erg duur natuurlijk) was in 1909. Henry Ford bedacht een methode om eerst de onderdelen in series te maken en deze delen daarna samen te stellen tot een complete auto.



Helena van Doeveren


Hollandse vrouwen zijn door de geschiedenis heen ondernemend geweest. Toen haar broer stierf besloot Helena van Doeveren ter nagedachtenis aan zijn goede werken als arts, een stichting op te richten. Voor oudere echtparen stichtte zij een huis naast de Nederlandse Hervormde kerk aan het Om en Bij. Verspreid over de stad vonden verschillende geloofsgemeenschappen een plek. Bijvoorbeeld ten zuiden van de Prinsegracht vond je veel Nederlands Hervormden, ten noorden van de Prinsegracht de Katholieken. Richting het centrum bevond zich de Joodse gemeenschap.

Veel kerken verdwenen weer en in de hele stad zijn moskeeën en tempels opgericht door nieuwe groepen geloofsgenoten.


Lange Beestenmarkt nummer 107, Van Kleef

In 1842 opende L.T van Kleef een kleine jeneverschenkerij voor de vissers in Scheveningen die met vis op de markt stonden. De schenkerij groeide uit tot een grote distilleerderij waar veel eigen producten werden gefabriceerd. Het was gevestigd in een 17e eeuws pand met de naam 'het Anker'. Tot 1986 werkte het bedrijf op volle toeren en waren 'de oude keur' en 'de jonge van Kleef', de likeuren en kruidenbitters bekend aan de Haagse gelagtafels. Het was de laatste distilleerderij van Den Haag. Stadsherstel liet het vervallen pand restaureren en bracht een groot deel van de oude glorie terug. In 1991 werd de slijterij opnieuw geopend en de distilleerderij is tevens museum.


Vincent van Gogh

In hetzelfde jaar (1869) dat Eduard in Den Haag ging wonen kwam ook Vincent van Gogh. Deze was toen 16 jaar en net van school. Zijn vader was dominee in Groot Zundert. Hij woonde onder andere op nr. 32 in het gezellige pension van de familie Roos. ZVincent's moeder kwam uit Den Haag en met haar familie en oude vrienden had hij een plezierige tijd.

Vincent ging werken in de kunsthandel van zijn oom Cent, de firma Goupil & Cie. op de Plaats. Hij deed het als beginnend kunsthandelaar heel goed en bleef er vier jaar. Daarna vertrok hij naar de vestiging van de kunsthandel in Londen. Zijn jongere broer Theo nam zijn plaats in.

Later, op zijn 29ste, kwam Vincent na allerlei omzwervingen terug in Den Haag en was hij zelf tekenaar geworden en begonnen met schilderen.Vincent kreeg steun en aanmoediging van zijn aangetrouwde neef en bekend kunstschilder Anton Mauve . Mauve bezorgde hem schildersmaterialen en Vincent bewonderde hem zeer. Het schijnt dat Mauve tegen hem zei, toen hij met een kritische blik keek naar Vincent's eerste poging om een stilleven te maken: 'Ik dacht altijd dat jij nogal saai was, maar nu zie ik dat het niet waar is'. Vincent had vaak zelfs geen geld voor eten en het kostte hem grote moeite aan het werk te blijven. Hij schrijft hierover in brieven aan zijn broer Theo.

Vincent belandde in die tijd in het Gemeenteziekenhuis en hier ontmoette hij een medebroeder in de kunst, de schilder en fotograaf Hendrik Breitner. Helaas was Vincent ongelukkig in de liefde en het was in Den Haag een eenzame en moeilijke periode voor hem.

www.vangoghmuseum.nl


Hoge Zand 2 t/m 24, Geefhuisjes

De Geefhuisjes zijn uit 1666. Dit hofje van 12 huisjes is als enig liefdadigheidshofje in Den Haag niet rond een binnentuin gegroepeerd. De huisjes staan aan de straat en zijn te vergelijken met de Utrechtse kameren, die vrijwel altijd ook aan de straat staan. Ze waren bestemd voor mensen op leeftijd.

De gevels van de huisjes zijn nu gepleisterd, maar waren oorspronkelijk in schoon metselwerk uitgevoerd.

De huisjes zijn niet allemaal even breed, want nummer 2 is tien centimeter en nummer 24 twintig centimeter smaller dan de rest, al is dit vanaf de straat niet te zien.


Hoge Zand 26-42, Drukkerij Voortvaren

Gebouwd naar ontwerp van H. Wesstra jr. in 1897 als sociëteitsgebouw "Concordia" voor de

's-Gravenhaagsche Ambachtsvereeniging. In 1918 verbouwd door de architecten L. Cusell en J.N. Munnik voor de nieuwe functie van drukkerij.

In de jaren '90 is het pand omgebouwd tot theater Concordia.


Dekker

De naam Dekker komt van bedekken. Bijvoorbeeld in een open schip werd een vloer van hout gelegd, het dek. Een dakdekker maakt een dak van leisteen, riet of hout. Veel daken in de stad zijn van het grijze zink gemaakt. Zink is goedkoop en je kunt er verschillende vormen van daken mee bedekken, een plat dak maar ook ronde torentjes bijvoorbeeld door middel van elkaar overlappende plaatjes zink.


Brouwersgracht 2d en 4

Een voormalige koffiebranderij, tabakskerverij en theehandel van de firma Reuser & Smulders, opgericht in 1896. In 1974 is de firma opgegaan in de Verenigde Koffiebranderijen VEKA.

Koffie


De werkers op de koffieplantages in Nederlands-Indië werden nauwelijks betaald voor hun zware werk en moesten voor de Hoofden van de plantages voor (bijna) niets extra werk doen.

Ook nu nog worden koffieboeren slecht betaald voor de koffie die ze verbouwen.

Stichting Solidaridad helpt in Latijns Amerika de armoede te bestijden op zo’n manier, dat de mensen zichzelf verder kunnen helpen. Solidaridad vecht voor mensenrechten in landen als Guatemala en Peru en is tegen kinderarbeid. Solidaridad strijdt voor verbetering van de leefomstandigheden van arbeiders op plantages en eerlijker prijzen voor de produkten van kleine boeren zoals koffie, thee en suiker. In Nederland kun je deze produkten kopen onder de merken Solidaridad en Max Havelaar. Steeds meer de bedrijven gaan hier in mee.

www.solidaridad.nl

www.maxhavelaar.nl

Meubelfabriek’Hollandia’


Ruim 12 jaar na het vertrek van Eduard, in 1887, besluit de eigenaar van een stoelenmatterij, Hendrik Pander, een meubelfabriek op te zetten. Het blijkt een goed idee want in de volgende jaren groeit de fabriek snel uit tot een groot complex. Pander koopt de voormalige Meelfabriek en bouwt er nieuwe gebouwen aan. (Voor de buren, het Huis van barmhartigheid, was dit niet zo prettig!) Pander en later zijn zoon pasten de nieuwste onwikkelingen in hun bedrijf toe. Zowel in de produktie als met de vormgeving van de meubels waren zij zeer modern.

Ruim 95 jaar blijft de fabriek bestaan. Zelfs heeft de zoon van de oude Pander op Ypenburg een van de eerste Nederlandse vliegtuigen gebouwd. In de oorlog bouwde men zweefvliegtuigen voor de Duitse bezetter.

Na het faillisement stond het pand lang leeg. Tot het gekraakt werd in de jaren tachtig. Na vele jaren van plannen maken en onderhandelen met de gemeente door een groepje vastberaden krakers werd het pand gered van de slopershamer en behouden voor Den Haag. Het complex wordt nog steeds tot volle tevredenheid bewoond door ouderen, studenten, kunstenaars, muzikanten, gezinnen en alleenstaanden. Deze groep mensen beheert het pand gezamenlijk.

Op het binnenplein Binnendoor staat een bronzen wolf op zijn achterpoten de 'Weer- of geenweerwolf in schaapskleren' een anti-fontein want hij behoort in de wintermaanden stoomwolken uit te blazen. De kunstenaar is Ingrid Rollema.


www.omslag.nl/wonen/ecodorpen.html#Waterspin




Duinwaterleidingnr 18

Tot het eind van de negentiende eeuw werd in Nederland water uit sloten, rivieren, putten en andere bronnen gedronken. Dit veroorzaakte regelmatig cholera- en tyfusepidemieën waaraan duizenden mensen stierven. Ook in Den Haag dronk men vervuild water uit bijvoorbeeld de Hofvijver. Kinderen zwommen in de vervuilde grachten. Vele inwoners werden hier ziek van of stierven.



Houtzagerssingel en Buitenom (in de tijd van Multatuli:Zuidbuitensingel)

Een singelgracht is een gracht die buiten de wallen ligt (zoals de Zuidwal) en diende oorspronkelijk om ongewenste personen buiten de stad te houden. Toen scheepvaart het belangrijkste middel voor vervoer was (tot het begin van de 20e eeuw) sprak men ook wel van een ringvaart. In en rond Den Haag werden Haagvaarders gebruikt, zeilschepen met platte bodem die door de smalle en ondiepe grachten getrokken konden worden.

In Den Haag is die singelgracht nog steeds compleet aanwezig. Op de plattegrond van Den Haag zie je dat de singel om het oude centrum de hoekige vorm van een ster heeft. Toevoer van water gebeurt nog steeds vanuit de Vliet (vanaf Delft). Om het stilstaande, stinkende water door te laten stromen zodat het zich verversen kan, is het Afvoerkanaal (Verversingskanaal) gegraven. Dit kanaal mondt, via de Scheveningse haven, uit in de zee.

De toen bekende Italiaanse schrijver Edmondo de Amicis, beschreef het verkeer rond 1860 op de Houtzagerssingel zo: ‘Van tijd tot tijd kwamen schuiten langs met groenten, turf, stenen of vaten; ze werden aan een zeer lang touw getrokken door een man, somtijds bijgestaan door een hond. Sommigen werden getrokken door een man, een vrouw en een jongen achter elkaar, met een brede strook leer of zeildoek voor de borst. Alle drie hingen zo voorover dat men zich niet kon voorstellen dat ze niet op hun neus vielen. Andere schuiten werden slechts door een vrouw getrokken, op sommigen stond een vrouw aan het roer, met een kind aan de borst en andere kinderen om haar heen, benevens een kat op zak, een hond, een haan, bloempotten en vogelkooien’.


Rondvaart

Bekijk Den Haag vanaf het water. Je kunt een rondvaart maken door de singels met de platbodems van Stichting de Ooievaart. www.ooievaart.nl


Huis van Barmhartigheid nr 22

In dit buitenhuis kwam een moeder aan het hoofd te staan enzij werd geholpen door een dienstmeistje. Maar ook de oprichtster, mevrouw Quarles van Ufford en haar beide dochters zetten zich in, net als predikantsvrouw mevrouw Bryce-Beschop want er kwamen steeds meer kinderen bij! Meisjes mochten in het huis blijven wonen tot hun twintigste. De jongens moesten na hun schooltijd gaan werken en dan uit het huis vertrekken. In 1910 was het huis echt oud en verzakt. Kinderarts Dr. Cornelissen schrijft een boekje waarin hij de moeilijke toestand uitlegt. Hij vertelt dat in 1870 nog een overvloed was aan frisse lucht aan de singel en het vrijstaande huis zonnig en prettig was en ruim. Maar: ‘In de eerste plaats ligt het voormalig buitenverblijf nu in een van de dichtstbevolkte wijken der oude stad. ’t Is aan alle kanten ingesloten door hofjes, werkplaatsen, fabrieken enzovoorts. Weliswaar is aan de voorkant door de brede, met bomen beplante singel nog een ruim en vrij uitzicht. Maar ten eerste is ’t nu niet meer de frisse buitenlucht die ons met onverminderde zuiverheid bereiken kan. Al lang is die ten onder gegeaan door de uitwasemingen van ’t grachtenwater. Daarbij komt de rook van de fabrieksschoorstenen en petroleum der motorboten. Daarbij komt nog dat in ons overvol huis met zijn gebrekkige riolering, de behoefte aan ruimte toevoer van frisse lucht, zich dubbel laat voelen.

In de tweede plaats is het getal inwoners van de stad in de afgelopen zeven-endertig jaar meer dan verdubbeld.Van de 30 kinderen is het huisgezin tot 105 à 110 kinderen uitgegroeid en elk opgevallen plaatsje wordt ook onmiddellijk weer ingnomen’.

Met behulp van verschillende armenbesturen en' milddadige 'stadgenoten wordt het nieuwe huis in 1910 gerealiseerd.


Armenzorg

Het verschil tussen arm en rijk was groot. In de nieuwe wijken aan de andere kanten van de stad, die tegelijkertijd met de Schilderswijk ontstonden, woonden de mensen heel anders. Hoe meer richting zee (noordwaarts), hoe mooier en ruimer de huizen. De straten werden afgewisseld met groene plantsoenen. Wijken als Duinoord en de Indische buurt met hun statige herenhuizen straalden rust en luxe uit. Ook de hofjeshuisjes van de bedienden waren daar welverzorgd. De industrie breidde zich in het zuiden uit rond de haven aan het Spui en het spoor. De arbeiders kwamen midden in de stank, lawaai en stoffigheid te wonen. Hier werden Haagse bleekneusjes ‘gekweekt’. In de Schilderwijk werden de huizen door projectontwikkelaars dicht opeen en achter elkaar gebouwd in rechte straten om zoveel mogelijk mensen goedkoop onder te brengen. Maatschappelijke veranderingen en protesten dienden zich aan maar ondertussen had de arbeider en z’n gezin nog weinig kans op een behoorlijk en gezond leven. Door het hoge sterftecijfer bleven veel kinderen met één ouder of alleen achter. De overheid had hier geen regelingen voor, enkele rijke mensen trokken zich hun lot aan. Steunverenigingen werden opgericht: ‘armenzorg’en ook kerken namen de zorg voor de armen op zich. Spaarbanken en verenigingen als ‘Maatschappij tot ’t nut van het Algemeen’ werden opgericht om de ‘kleine man’gelegenheid te geven z’n omstandigheden te verbeteren en te sparen voor z'n oude dag.


Idee 65 : 't is niet waar dat 'n kind onderdanigheid en liefde schuldig is aan z'n ouders. Dat ellendige voorschrift is uitgevonden ten gemakke van ouders die gebrek voelden aan geestelijk overwicht, en te lui of te droog van hart om liefde te verdienen.
Brouwersgracht 2d en 4

Vanaf het begin van de jaren twintig bedrijfspand van de voormalige koffiebranderij, tabakskerverij en theehandel van de firma Reuser & Smulders, opgericht in 1896. In 1974 is de firma opgegaan in de Verenigde Koffiebranderijen VEKA.


Idee 66. 't is zonderling dat zovele mensen zich verstouten kinderen te hebben. In Artis ken ik 'n oppasser die weet met tijgers om te gaan. Een ander is geschikt voor de vogels. Ook de kunstmatige vissteelt heeft z'n specialiteiten. Maar kinderen houdt ieder.


Toegepaste Kunst

Vanuit de toegepaste kunsten protesteerden architecten en ontwerpers tegen massale productie van meubels en andere gebruiksvoorwerpen. In de stijl van Art Nouveau en Jugendstil toonden de meubelmakers en kunstenaars hun vakmanschap en gevoel voor schoonheid met ambachtelijk gemaakte werkstukken. Uiteindelijk bleken deze te duur. Architecten en ontwerpers van de Nieuwe Zakelijkheid zagen juist in de massaproductie mogelijkheden om nieuwe vormen, gebruiksvriendelijke en vooral betaalbare producten voor de ‘gewone man’ te ontwerpen.


Leerplichtwet uit 1900.

De leerplichtwet vloeide voort uit het verbod op kinderarbeid. Het werd gezien als een noodzakelijke aanvulling omdat een arbeidsverbod voor kinderen zonder leerplicht zou kunnen leiden tot een intensivering van de huisnijverheid. De wet gold voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Toch waren er in de Leerplichtwet uit 1900 nog enkele bepalingen opgenomen waarin stond dat kinderarbeid onder bepaalde omstandigheden en in bepaalde periodes, zoals bijvoorbeeld de oogsttijd, gewettigd was.

De invoering van de leerplicht betekende een grote stap in de goede richting. Onderwijs voor iedereen!

http://www.ingrado.nl/


Betsy Perk/vrouwenkiesrecht

Vrouwen werden geacht thuis te blijven en zich volledig aan het huishouden te wijden, wat erg veel werk was zonder wasmachine, stofzuiger, electrische strijkbout, afwasmachine, en daarbij lopend de boodschappen doen en voor de kinderen zorgen! Vrouwen uit betere kringen moesten vooral kunnen handwerken, pianospelen en 'theedrinken'. Een opleiding volgen of werken voor een eigen inkomen was ‘not done’. Een uitzondering hierop was Betsy Perk, een strijdbaar meisje. Het idee om zo’n huisvrouw en moeder te worden beviel haar helemaal niet. Toen haar vader stierf besloot zij in haar eigen onderhoud te voorzien als schrijfster. Op haar negentiende publiceerde ze haar eerste verhaal in het tijdschrift 'Nederland' en het lukte haar inderdaad om van de pen te leven.

Ze richtte op 16 oktober 1971 de vrouwenvereniging ‘Arbeid Adelt’ op, verder enkele tijdschriften en ze hield lezingen voor geld (zeer ongewoon in die tijd). Toch was Eduard (een hele goede kennis) eens bezorgd over haar financiën en bood aan een artikel te schrijven en haar het geld daarvan te sturen. Betsy hoefde dit niet aan te nemen, ze kon zichzelf heel goed redden. Helaas heeft ze de wet op de vrouwenkiesrecht in 1919 niet meer meegemaakt.

- Boek: Toekomst door Traditie, 125 jaar Tesselschade-Arbeit adelt. Auteur Vilan de Loo.


Multatuli's feminisme uit idee 181

...'t is ónrechtvaardig de vrouw, als zodanig, te stellen beneden den man. Verbeeld u, Cornelia, Sappho, Charlotte Corday, De Staël, Beecher-Stowe, onder den eersten den besten kwajongen!

Maar wie moet dán heersen? 't Antwoord is zeer eenvoudig: er wordt niet geheerst.

- Goed, maar... wie behoort het meest invloed te hebben?

- Wel... die 't verdient.

- Nog eens goed, maar... wie verdient het?

- Wie 't meest ontwikkeld is als mens. De geslachtsdelen hebben hiermee evenmin te maken als de kleur van 't

haar.
Idee 113. Lezer, ikzelf houd mij voor een der beste schrijvers die ooit bestaan hebben, ja voor de beste misschien. Denk niet dat dit scherts is, met rang van vaste nederigheid...Maar voor ge mij al te zeer bespot, lees ditmaal wat ik hier zeg, en lees eens niet wat ik hier niet zeg. Ik leg mij toe op juistheid van uitdrukking en hoewel ik erken, die juistheid nooit te bereiken, geloof ik toch recht te hebben op de vordering, dat wie mij leest zich insgelijks toelegge op juist lezen .



Woutertje Pieterse Prijs, voor schrijvers én tekenaars

De jury wijst op het belang van zowel tekst als illustratie bij taalontwikkeling van kinderen. Zoals een lezer bij woorden zelf de beelden vormt, zo zoekt een kijker bij beelden de bijpassende woorden. Dat jonge kinderen dit samen met hun ouders doen bij het lezen van prentenboeken, geeft een extra dimensie. De jury is er zich van bewust dat de schepper van Woutertje Pieterse een groot schrijver was, maar kiest ook voor illustratoren.



www.woutertjepieterseprijs.nl

Grondwet 1848

1864 was het jaar van de Eerste Nationale Vergadering in Nederland. In verschillende landen werden arbeidersverenigingen opgericht. Marxisten, socalisten, radicalen hadden verschillende ideeën over de verdeling van inkomens maar bovenal was belangrijk de gelijkheid voor de wet! Voor de mannen wel te verstaan want vrouwen hadden toen nog erg weinig te zeggen. Veel vrouwen stierven tijdens een bevalling en ook veel kinderen stierven al jong. De arbeiders werkten 6 dagen in de week, vaak meer dan 10 uur per dag en de meeste vrouwen deden thuiswerk naast hun huishouden. Douwes Dekker mengde zich met andere intellectuelen in de discussies en kwam op voor de emancipatie van de arbeiders. Hij was atheïst, wat in die tijd zeer bijzonder was. Douwes Dekker schreef artikelen in kranten en hield lezingen over onderwerpen als ‘vrije studie’. Zijn ideeën en opmerkingen hebben veel betekend voor de omwentelingen in de maatschappij van toen.


Zeepziedershof

De achterkant was het hof van de zeepzieders (zeepmakers). Een uitdrukking is, dat je ook ziedend van woede kunt zijn, dan ben je dus echt heel erg kwaad. Je kookt over van kwaadheid!
Het huis van Multatulli werd in 1990 afgebroken en nieuwbouw is er voor in de plaats gekomen. Nummers 145 – 165. Een roodstenen gebouw met blauwe tegeltjes versierd.

Het huis van Multatuli op de Zuid Binnensingel 156, nieuwe naam Buitenom


Het huis (nummer 152) waar Eduard met zijn gezin enige tijd woonde, lag dicht bij het buitenhuis ‘Rozenburg’ dat tot keramiekfabriek werd omgebouwd.

Het huis beviel hem goed, al liet de bouwkundige kwaliteit te wensen over. Het had lang leeg gestaan.

In brieven van 6 en 17 Februari 1869 schreef hij over het pand: "Het is zeer slecht gebouwd, en het ligt niet in het centrum... maar de inrichting der kamers is goed, en wij zullen om de vochtigheid, niet beneden wonen. Op de verdieping is plaats genoeg, en de kinderen krijgen ieder een kamertje op zolder. Mijn schrijfkamer is zeer goed",.. Multatuli had een weids uitzicht over het polderland, want de Schilderswijk was er toen nog niet. "Het uitzicht is aan de voorzij is lief. Voor de deur een vaart, waarin ik van de zomer een schuitje wil hebben. Over de vaart is weiland, er staan slechts een paar huizen, dus van inkijkende overburen is geen kwestie" Hij keek over de Hoefkade heen en over de spoorbaan naar Rijswijk.( zie kaart nr.I van de gemeente ’s Gravenhage).

Edouard was gewend om veel op reis te zijn en in hotelletjes te wonen. Uit enthousiasme voor het nieuwe huis had hij eigenlijk te veel geld uitgegeven voor de inrichting!

De buurman van verderop de singel, de schilder Johannes Bosboom zag de familie trouwens pas voor het eerst in maart op straat tijdens een van zijn wandelingen. Hij zag dat het meisje Nonni ‘ongemeen lange blonde haren had’. Edu was het oudere broertje van Nonni.

- Boek over Multatuli, Leven en werk van Eduard Douwes Dekker, auteur Dik van der Meulen.

- boek over Multatuli, De mysterieuze Multatuli, auteur W.F. Hermans.


Eduard had Den Haag al vaker bezocht en logeerde dan in een hotel of bij zijn jongere broer Jan. Deze vestigde zich met zijn vrouw en zes kinderen in 1861 al in Den Haag. Jan Douwes Dekker verdiende veel geld met zijn tabaksplantage op Midden-Oost Java. Hij liet zich een supermodern huis bouwen op het chicste gedeelte van Den Haag, de Sophialaan, naast de Indische buurt.
Carel Vosmaer

De schrijver Carel Vosmaer had voor Eduard veel bewondering. Vosmaer schreef over de Zuid Binnensingel: Misschien weet een oude Hagenaar het nog. Op de hoek stond een oud huis, Rozenburg geheten.Als ik in mijn kinderjaren om de Haagsche wallen wandelende en rondkijkende dit huis zag, had het iets geheimzinnigs voor mij. Ik dacht:’ Wat is dit. Hoe komt het daar verzeild?’ Het stond daar aan het eind waar de stad uit is en het keek uit op de wijde velden van het Westland. Het was een huis uit het begin van de 17e eeuw vol lofwerk (versieringen) en een schelp erboven, zoals de rocaillekunst ze maakte. Het was een deftig huis, een soort van buiten met een grote tuin en als ik het wel heb lag er een sloot voor met een brugje’.

Aan Vosmaer's voormalig woonhuis,De Ruijterstaat 73, hangt een plaquette ter herinnering aan hem.


Rocaille

De Italiaanse stijl 'barocco' (in het Nederlands ‘barok’) is een overdadige stijl met veel versiersels. Samengevoegd met het Franse 'rocaille' (schelpvorm) heet het rococo.



Albert Termote(1887-1978)

Albert werd geboren te Lichtervelde in België en kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog als vluchteling in Nederland terecht. Na de val van Antwerpen (de stad werd ingenomen door Duitse troepen) in de Eerste Wereldoorlog vond er een grote uittocht plaats van Belgen en zij zochten in Nederland onderdak. In oktober 1915 kwamen 600 Belgische vluchtelingen aan in Enschede. Zij werden in diverse gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen ondergebracht. Albert Termote werd in Nederland een bekend beeldhouwer en woonde zijn laatste jaren in Voorburg.


Albert vertelde met zijn beelden graag een verhaal en deze beelden op de brug verbeelden de vlucht van de vier kinderen uit het ridderepos 'De sage van de Vier Heemskinderen'.

Albert Termote maakte monumenten, heiligenbeelden, gevelversieringen, portretten en ruiterbeelden en werd beloond met de titel 'Ridder in de orde van H. Gregorius de Grote' en 'Officier in de Orde van Oranje-Nassau'.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina