Museums, values & deaccession



Dovnload 0.52 Mb.
Pagina11/14
Datum22.07.2016
Grootte0.52 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14

11. Appendix 2 – Interview Results
11.1 Marijke Brouwer – ‘Museum Het Valkhof’

Kunt u mij vertellen hoe het er op dit moment voorstaat met het beheren van de collectie, het afstoten van objecten hieruit en wat daarbij voor u met name van belang is?


Allereerst moet het collectieplan 2005-2008 herschreven worden en daar zijn wij nu nog mee bezig. Wij zijn op dit moment nog niet bezig met het afstoten van objecten, maar op termijn is het inderdaad de intentie. Maar het is nog lang niet zover. Als wij er al toe over gaan, tot afstoten, dan moet er eerst een beleid op gemaakt worden. Dat hebben we nog niet. Als we eenmaal dat beleid hebben, dan kunnen we volgens dat beleid afstoten. Ons beleid zal echter niet afwijken van het landelijke. Wij zullen dus in ieder geval de LAMO volgen. Die is heel duidelijk. Dat betekent bijvoorbeeld dat iets in je collectie waarvan je denkt nou geen idee wat het is en je kunt het helemaal niet meer traceren, dat je dat niet af kunt stoten. Voordat je afstoot moet je eerst weten wat je gaat afstoten. Dus ik denk dat er nog wel heel wat water door de Waal zal stromen voordat wij echt over kunnen gaan tot afstoten.
Het nadenken over afstoten is ontstaan uit het feit dat wij in de collectie een hoop objecten hebben waarvan we denken wat moeten we er in vredesnaam mee. Dat zit zo, dit museum komt voort uit twee andere musea. Dat is een provinciaal museum, museum Kam voor archeologie. Dat museum bezit allerlei bodemvondsten en dat zit wel snor. Maar de collectie van Nijmeegs Museum Commanderie daar is een heleboel in terechtgekomen. Vanwege het feit dat het het gemeentelijke museum was. Dus als bijvoorbeeld het meubilair in het stadhuis vervangen werd, en ze dachten misschien is het later nog wel bijzonder, dan ging het naar het depot van het museum. Dus wij hebben heel veel dingen in de collectie waarvan helemaal niet duidelijk is hoort dat nu wel bij de museale collectie of niet? Als het niet bij de museale collectie hoort dan kun je het afstoten. Maar dan wil je het in eerste plaats natuurlijk terug geven aan de gemeente. Dat zijn wel allemaal dingen om te onderzoeken. Los van dat stuk meubilair zijn er ook allemaal dingen zoals bouwfragmenten in de collectie terechtgekomen. Deze zijn voornamelijk in het depot gekomen, want dat zijn over het algemeen dingen die je niet tentoonstelt. Ik bedoel dan niet een inscriptie, maar gewoon een gevel monument. Dus eigenlijk objecten waarvan je denkt moet je dat überhaupt wel willen bewaren? Deze objecten hebben geen museale waarden. Dat zijn voor ons belangrijke aspecten. En toen het museum nog een gemeente museum was zijn er wel eens schenkingen gedaan en die werden gewoon altijd geaccepteerd. Ook schenkingen van kunstenaars via de BKR en dat is niet altijd kunst waarvan je denkt dat hoort in onze collectie.
Dat toegankelijkheid en opslag in de depots is op dit moment wel in orde. In het beleidsplan hebben we ook aangegeven dat we een collectiemedewerker, een behoudsmedewerker, wilden aanstellen en dat is ook gebeurd. Die houdt goed toezicht op de depots. In het verleden was het bijvoorbeeld zo dan ging er een bruikleen weg en dat werd allemaal keurig geregeld, maar op het moment dat het terug kwam waren wij bijvoorbeeld druk met de voorbereiding voor een tentoonstelling. Dan had niemand daar tijd voor en dan werd dat ergens neergezet en voor je er erg in hebt, heb je gewoon wanorde in je depot.

Ruimtegebrek is er wel altijd. Ik ken eigenlijk nauwelijks musea die geen ruimte gebrek hebben of ze moeten net een nieuw depot geopend hebben. Wij zijn natuurlijk nu tien jaar geleden geopend en toen was er eigenlijk op dat moment al gebrek aan depot ruimte. Dat was dus al niet echt handig en dat wordt er natuurlijk niet beter op. Toen dit museum open ging waren er nog twee buiten depots. Intussen hebben we in de onderste verdieping een deel bestemd voor depot en dat is prima. Daardoor konden we twee externe depots afstoten. Voor de archeologische collectie hebben we zo’n schrijnend tekort aan depot ruimte dat we ruimte hebben ingehuurd. Wij zitten met onze archeologische collectie in hetzelfde depot als in de gemeentelijke archeologische collectie. Wij huren daar ruimte. Het handige is wel dat dat een huur is bij een partij met kennis van zaken. Dat scheelt bij het beheer. Ze kunnen dingen voor ons aannemen en dat soort zaken. Als er een lading gebracht wordt nemen zij dat voor hun rekening om dat te ontvangen.



Het ruimtegebrek speelt echter geen rol bij het afstoten. Ik denk ook niet dat dat mag. Dat zou wel erg zijn. Dan zou het zijn zoals bij mij thuis, dan zou ik alle boeken uit mijn boekenkast halen, sorteren en dan veel weggooien. In een museum is dat niet de bedoeling. Wat betreft het afstoten gaat het puur om het verbeteren van de kwaliteit van de collectie. Ik kan me wel voorstellen dat je soms een onderdeel formuleert, vooral bij moderne kunst, waarvan je zegt dat pas helemaal niet bij wat wij verzamelen. Dan moet je heel goed kijken of je het dan niet toch moet bewaren omdat het bij een toekomstig verzamelbeleid wel weer zal passen. Daar moet je ook altijd nog alert op zijn, is het niet de waan van de dag waardoor je je laat leiden? Maar zeker die bouwkundige fragmenten en die meubels dat zijn onderwerpen daar moeten we wel mee aan de slag. En zo zullen er misschien wel meer dingen zijn.
Het begint natuurlijk eerst met een goed verzamelbeleid. Op het moment dat je heel duidelijk zegt bij het binnen komen van een collectie leuk dat mensen dat willen schenken, maar kunnen we dat wel allemaal gebruiken? Dan is dat eigenlijk wel al het belangrijkste. Dat gebeurt nu wel zoveel mogelijk. We hebben dat geformuleerd, maar er glipt natuurlijk wel eens wat tussendoor. Een conservator die denkt dat ene wil ik wel ontzettend graag en dan de schenker die zegt ja dat ene kun je er niet uitpikken, het is alles of niets. Dan is dat toch nog altijd moeilijk. Het is ook niet zwart of wit een verzamel of ontzamelbeleid. Dingen die geschonken zijn daar zitten ook weer voorwaarden aan die nageleefd moeten worden. Wij hebben hier een slechte ervaring mee gehad met de Kam collectie. Daar is een hele lange rechtszaak over gevoerd. Die is gelukkig afgelopen jaar geschikt. Dat ging over de manier waarop het museum nu gescheiden is van de collectie. In de schenkingsvoorwaarden stond dat het museumgebouw en de collectie voor altijd een geheel moesten zijn. Wij hebben het Kam gebouw nog wel en het heeft ook een archeologische bestemming, maar het is geen museumgebouw meer. De collectie is nu hier te zien. Als oplossing om de zaak te schikken hebben wij onze statutaire naam aangepast. We heten statutair nu stichting museum Het Valkhof – Kam. En voorheen heten we stichting museum Het Valkhof – museum voor kunst en archeologie. Op de visitekaartjes nemen we nu ook op dat het Gelders archeologisch centrum museum G.M. Kam onderdeel is van museum Het Valkhof om heel duidelijk die verbinding te maken met het Gelders archeologisch centrum. Mensen kunnen daar ook nog steeds terecht, alleen op bepaalde dagen en op afspraak. De meeste mensen die daar komen, komen echter om de collectie te bestuderen. Er is echter nog steeds een archeologische presentatie en het pand is van binnen erg leuk om te bekijken.
Het beheersbaar houden van de collectie is natuurlijk erg belangrijk en in die zin kan ik me voorstellen dat je ooit veel strenger gaat selecteren. Dat je zegt museum Het Valkhof richt zich op het volgende en alles wat daarbuiten valt dat stoten we af. En dan heb je het bij ons vooral over de moderne kunst, want op het gebied van archeologie hebben wij een wettelijke taak. Wij beheren het depot voor bodemvondsten voor de gehele provincie. De objecten hierin mogen wij helemaal niet afstoten en dat doen we ook niet. De enige reden dat je een archeologisch object ooit zou willen afstoten is omdat je niet meer kunt nagaan wat de herkomst is. Het gaat dan om absoluut niet museale objecten en dan zou ik afstoting kunnen voorstellen. Dakpannen waar geen nummer meer opstaat en die niet meer thuis zijn te brengen. Dan kan ik me voorstellen dat je zegt dat stoten we af, omdat we er al veel van hebben en omdat niet meer te achterhalen is waar ze vandaan komen.
De financiële kant van het beheren van een collectie kan hierbij inderdaad ook een belangrijke rol spelen, maar op dit moment is dat bij ons niet het geval. De collectie is niet ons eigendom, maar eigendom van de provincie voor zover het de collectie archeologie betreft en eigendom van de gemeente Nijmegen voor zover het de kunst collectie betreft. In feite, zolang de overheden opkomen voor het behoud en het beheer is er niets aan de hand. Het wordt natuurlijk pas moeilijk op het moment dat zij zouden zeggen, we hebben geen geld meer over voor het museum. In een uiterste situatie zouden wij als museum dan kunnen zeggen dat wij de collecties dan niet meer kunnen beheren en we geven de collecties terug.
Wat afstoten betreft zou voor ons de eerste voorkeur zijn dat het terechtkomt in een andere collectie. Het liefst van een ander museum, maar als het geen museale collectie is dan een andere collectie. Dat zou in de eerste plaats dan de collectie van de oude eigenaar zijn. Het meubilair en de bouwfragmenten zouden in de eerste plaats toch teruggaan naar de gemeente Nijmegen. Op het moment dat het echt zou gaan om schilderijen dan zouden we het aanpakken zoals het Centraal Museum. Dan schrijf je uit voor je collega musea wij hebben een aantal objecten waar we van af willen. Je omschrijft ze goed via internet, zodat andere musea daar op in kunnen schrijven. Dan bereken je een gering bedrag als handelingskosten.

Verkopen aan andere musea is mogelijk. Dan moet je echter terug naar de reden waarom je afstoot. Als musea gaan afstoten met het oogmerk om collectiestukken aan te kopen, dan kan ik me voorstellen dat ze het zo beredeneren. Dat ze zeggen wij willen onze collectie Pop-art versterken en daarvoor willen we geld halen uit collectieonderdelen die minder bij ons passen. Dan kunnen ze tegen collega musea zeggen dat zij wel een redelijke prijs willen voor de stukken die ze afstoten. Wij zouden dat zelf niet doen, want dat is nooit ons oogmerk.

Als je de LAMO toepast zou een reden mogen zijn dat je de collectie wilt aanscherpen en om dat te bereiken kan dat betekenen dat je delen daaruit afstoot die dat beeld niet verscherpen, maar vervagen. Dat mag, want je mag het geld dat je verdient met de verkoop gebruiken voor actief beheer van je collectie en het versterken van je collectie door aankopen. Het mag dus wel volgens de LAMO, maar ik vind het een oneigenlijke reden. Als ik mijn collectie zou willen versterken zou ik dat liever doen door fondsen aan te boren of sponsoren te vinden, dus sec financiële middelen te verwerven en niet de verkoop van je eigen collectie daarvoor te gebruiken. Ik vind dat is eenmaal openbaar kunst bezit geworden en dat zou het dan ook moeten blijven. Misschien is het dan hier niet op zijn plek, maar op een andere plek wel. Dan kun je je voorstellen dat als helemaal niemand het wil het dan eigenlijk ook geen museale objecten zijn. Dan moet je opzoek gaan naar de vorige eigenaar, of dat nou de kunstenaar, zijn nazaten of de gemeente is, en dan moet je zeggen wij willen het niet meer beheren, hier is het terug. Dat kan ook heel confronterend zijn, vooral voor kunstenaars. Ooit is het, ook door regelingen, in een museale collectie terechtgekomen en nu blijkt het na verloop van een aantal jaren geen museaal bestaansrecht meer te hebben. Dat is wel confronterend.
Op de eerste plaats koop je iets om het zichtbaar te maken. Maar het gebeurd denk ik wel 50/50 dat je ook dingen aankoopt die je niet op zaal hangt, maar die je dan hebt uit een soort verzamelwoede toch. Waarvan je denkt dat hoort helemaal bij de geschiedenis van de stad Nijmegen of dat hoort zo bij de Pop-art, en ooit kunnen we dat wel tentoonstellen. Zichtbaarheid is uiteindelijk wel de kern. Maar bijvoorbeeld op het gebied van archeologie worden er dingen aangekocht omdat je wilt dat het niet verloren gaat voor het publieke domein.

Het kan wel ‘frustrerend’ zijn dat er zoveel prachtstukken tijden lang in het depot verblijven, maar je hebt je depot collectie natuurlijk in de eerste plaats ook om te kunnen wisselen. Heel veel werken kun je niet aldoor laten zien uit behoudsoogpunt. En je geeft ook wel eens wat in bruikleen en dan is het handig als je andere werken hebt, anders heb je een lege plek. En je kunt ook in de eerste plaats de werken die je in het depot hebt als een studiecollectie gebruiken, een collectie waar mensen terecht kunnen als ze opzoek zijn naar bruiklenen of als achtergrond bij objecten.

Dat gebeurt veel op gebied van archeologie. Iemand die iets wil weten over bodemvondsten in Gelderland, die weet dat hij bij ons moet zijn in het Gelders archeologisch centrum.

Belangrijke stukken uit categorie A en B, zoals beschreven in het Deltaplan, die zich in het depot bevinden, worden wel gewisseld en gebruikt voor tentoonstellingen. Ook worden ze veel buiten de deur in bruikleen gegeven. Als wij dus alle objecten zouden laten zien, dan zou dat betekenen dat steeds als iemand een bruikleen wil je een stuk uit de vaste opstelling moet halen. Dus het is heel handig om een buffer te hebben, ook voor bruiklenen. Wij krijgen dan bijvoorbeeld een verzoek uit de gemeente Millingen, op een gegeven moment wordt een gemeente wakker en die zegt goh wij hebben een prachtig Romeins verleden en daar moeten we iets mee. Zij vragen dan stukken bij ons in bruikleen. Wij hebben dus ook de functie van een soort moedermuseum op het gebied van archeologie. Als er ideeën zijn voor een tentoonstelling of vaste presentatie over een stuk geschiedenis dan weten ze dan kunnen we terecht in museum Het Valkhof. Wij zijn ook graag bereid om uit te lenen, onder voorwaarden uiteraard.


Op dit moment is één van onze doelstellingen om van een voorwerpenmuseum te veranderen in een verhalenmuseum. Dit heeft invloed op de collectie. We zullen in de eerste plaats natuurlijk kijken welke voorwerpen we bij een bepaald verhaal het beste in kunnen zetten. Je kunt je ook voorstellen dat je op zoek gaat naar nieuwe voorwerpen om dat verhaal goed te kunnen illustreren. In een verhaal over het hertogdom Geldrop bijvoorbeeld ga je in feite al je voorwerpen uit de middeleeuwen onderbrengen, maar misschien zitten er wel grote lacunes in. Dan zullen we dus opzoek gaan naar objecten om aan te kopen om dat verhaal te verstevigen.

Dat heeft echter geen invloed op het afstoten, want over twintig of dertig jaar willen mensen weer andere verhalen horen. Daar moet je in kunnen variëren natuurlijk en dan is het mooi als je een ruime collectie hebt, want dan kun je weer eens een ander verhaal vertellen. Dat is juist het leuke, dat je je collectie hebt als een bron waaruit je kunt putten om een presentatie te maken voor het publiek, of dat nou over tien jaar is of over een paar maanden. Je wilt natuurlijk ook je collectie voor het publiek altijd toegankelijk hebben en dat maakt internet steeds meer mogelijk. Wij hebben een aardig deel van de collectie op internet. Dat is via collectie Gelderland, daar staan alle musea in Gelderland op met digitaal beschikbare collecties.

Het is belangrijk om lacunes op te vullen en om topstukken te laten zien. De gaten die je constateert zijn de gaten waar je topstukken in wilt hebben. Je gaat toch in de eerste plaats op zoek naar topstukken als je iets niet hebt. Topstukken kun je in je vaste collectie opnemen en daar gaat het natuurlijk om. Als je een gat wilt opvullen wil je in eerste plaats de voorwerpen in de vaste collectie opvullen. Als je gaten hebt in je depotcollectie dan is dat jammer en dan vul je dat af en toe eens zoals het te pas komt. Dat zijn dan meer gaten zoals wij hebben bijvoorbeeld een prachtige collectie op het gebied van Nijmeegs zilver en als daar ooit nog eens iets van op de markt komt waarvan je zegt dat vult nou net een gat dan koop je het aan, maar niet met voorrang. Wij hebben op een gegeven moment gezegd wij willen meer doen met Toorop. Wij hebben eigenlijk vooral tekeningen van Toorop en die kun je niet permanent laten zien. Dus dan ontstaat de wens om echt een schilderij van Toorop aan te schaffen en dat hebben we ook gedaan.
Hoe zou uw ideale situatie eruit zien met betrekking tot de collectie en het afstoten? Heeft afstoten hier een plaats in?
De ideale situatie zou natuurlijk eigenlijk zijn dat je met elkaar heel helder hebt wat is nu de Collectie Nederland. Wat past daarin en als je dat met elkaar hebt afgesproken dan bewaar je dat op één centrale plek. Dan kunnen alle musea daaruit putten. Dan heeft geen enkel museum meer een eigen collectie, want waarom zou dat zo moeten zijn? Eigenlijk zou dat wat mij betreft niet nodig zijn. Je wilt toch met elkaar net als elk museum het erfgoed voor het nageslacht bewaren, dat is een primaire taak. En de andere taak is het tentoonstellen voor het publiek. En elk museum moet daarbij zijn eigen sterke punten formuleren en die komen voort uit de plek waar je zit of omdat je iets doet wat een ander museum nog niet doet. Zo presenteer je jezelf aan het publiek. Dan hoeft je collectie natuurlijk geen eigendom te zijn. En dat is hier ook niet het geval, wij hebben een langdurig bruikleen van de gemeente en de provincie.

Afstoten zou dan dus ook centraal gebeuren. Als je op een gegeven moment formuleert met elkaar wat niet behoort tot de Collectie Nederland, dan zou dat afgestoten kunnen worden. Het is vervelend voor mensen om overal hetzelfde te zien. Als elk museum zijn verhaal verteld waar het sterk in is, dan kan ik me wel voorstellen dat er doublures voorkomen. Want als je het verhaal verteld van het dagelijks leven in Nijmegen dan horen daar dezelfde potten en pannen bij als wanneer je dat verhaal verteld in Leiden. Collectie Nederland zie ik dan ook als heel breed, niet zoals het nu is van die dingen mogen absoluut het land niet uit. Dat is dan meer een soort van materieel geheugen van je land. Dat zou de Collectie Nederland van mij zijn. Dat is heel breed en wat je dan afstoot dat zijn voorwerpen die niet te plaatsen zijn, waar geen herkomst van bekend is en die geen museale functie hebben en dat ook nooit zullen krijgen.


Kan de economische crisis ook invloed hebben op hoe musea in de toekomst omgaan met hun collecties en het afstoten? Wat gebeurt er voor jullie bijvoorbeeld als de gemeente en de provincie geen geld meer hebben voor de collectie?
Dan zou je in een vreemde situatie terechtkomen, dan hoop je dat de rest van Nederland opstaat. Je hebt dat in het verleden wel gehad met de situatie in Haarlem en Hilversum rondom de verkoop van de Mondriaan en de Sweerts en West. Dat is natuurlijk heel oneigenlijk, dus je hoopt dan dat zij door de rest van Nederland op de vingers getikt worden. Het is natuurlijk collectief erfgoed en dat moet het ook blijven, het moet niet in particuliere handen komen. Dat is dan toch een onzeker bestaan, want van de ene handen komt het in de andere handen en dan huppelt het zo de grens over. Dat is natuurlijk toch jammer, hoewel je ook daarvan kunt zeggen dan is het mondiaal erfgoed en waarom ligt de grens bij de landsgrens? Maar goed, het is toch altijd onzeker particuliere handen ten opzichte van het collectief.

Een gemeente zal juist ook in tijden van crisis inzien dat het mooi is om te investeren in kunst want dat behoudt altijd zijn waarde. Kunst is crisis vast. Beleggingen zijn heel onzeker, maar kunstwerken behouden altijd hun waarde. Ik denk dat de gemeente alleen maar heel blij moet zijn met de prachtige collectie die wij beheren. Dat is in Nijmegen ook echt wel het geval, er gaan hier nooit stemmen uit om nou eens een hap uit de collectie te nemen. Dat geldt voor elke gemeente wel. Los van het feit dat het het materiele erfgoed voor je bevolking is, is het ook een belangrijke trekker voor publiek. Toeristen komen naar je stad en als er een museum van formaat is waar een stuk van de geschiedenis van de stad te zien is, dan is dat heel aantrekkelijk.

Wanneer wij tijdelijke tentoonstellingen organiseren dan komen de mensen vanuit heel Nederland en ook van over de landgrenzen. Daar hebben we ook onderzoek naar gedaan. Daarin zie je ook echt dat een museum potentie heeft voor een stad. Dat een stad veel meer omzet als wij een grote tentoonstelling hebben.
De museum vereniging en de code die zij hebben geschreven vormen een instrument om ervoor te zorgen dat musea ethisch verantwoord bezig zijn. De museum vereniging heeft natuurlijk ook een vorm van sanctie in de zin van een museum mag lid worden van de museum vereniging als het een geregistreerd museum is. Als je onethisch handelt dan mag dat natuurlijk niet. Er wordt ook wel door de musea onderling en door de ethische commissie ook wel gelet op wat doen musea. Ook in het geval van Haarlem.

Het is heel belangrijk om streng te zijn op afstoten voor musea en ook vooral voor gemeenten, want anders wordt het een helend vlak. Het gaat bijvoorbeeld heel gemakkelijk als een gemeenteraad niet geïnteresseerd is in cultuur dat er gezegd wordt ach dan verkopen we toch een paar stukken uit dat museum. Dat is natuurlijk dodelijk op den duur, dan verkoop je je hele erfgoed. Om die reden zijn we er heel streng op met elkaar. Ik vind dat ook heel terecht hoor. Anderzijds kun je zeggen, het is toch heel mooi als er een beetje beweging in zit? Werken die van minder belang zijn, dat is alleen maar prettig als dat ook op de markt komt. Maar waar liggen de grenzen? Daar moet je met elkaar heel alert op zijn.

Het is natuurlijk zonde als werken jarenlang in het depot liggen. Zeker als deze niet tot je kern collectie behoren en dat je om wat voor reden dan ook zegt daar gaan wij eigenlijk nooit meer wat mee doen. Dan moet je eigenlijk overgaan tot afstoten. Als je dan de LAMO volgt dan kun je ergens aan het einde uitkomen op verkoop. Zeker als je de particuliere markt op gaat dan komt het toch op verkoop neer.

Je moet alert zijn op wat voor werken het zijn en welke waarden ze hebben. Een werk kan voor een bepaald museum geen waarde meer hebben, maar het kan voor bijvoorbeeld het Rijksmuseum helemaal perfect in de collectie passen. Dan wil je natuurlijk wel het liefst dat het onderling geregeld wordt en niet via de markt, want dan worden alleen de handelaren er maar beter van. In die zin valt er nog veel te winnen. Vaak weten musea elkaar onderling wel goed te vinden en je kunt veel oplossen via langdurig bruikleen. Wij hebben nu bijvoorbeeld een werk in langdurig bruikleen dat in eigendom is van een museum in Oost-Duitsland. Dat kwam daar ooit te voorschijn van een zolder en toen dachten ze mijn god wat is dit en toen dachten ze in de staat waarin het verkeerde dat het een maquette was van het Paleis op de Dam in Amsterdam. Dus toen hebben ze het in langdurig bruikleen gegeven aan het Amsterdams Historisch Museum op voorwaarde dat die er goed voor zouden zorgen en het op zouden knappen. Dat hebben ze gedaan en toen hebben ze er ook onderzoek naar gedaan. Maar toen bleek dat het helemaal geen maquette was van het Paleis op de Dam maar van een gebouw dat nooit bestaan heeft. En toen zijn zij er achter gekomen dat het waarschijnlijk ooit gemaakt is voor de Vrede van Nijmegen, om die onder de aandacht van het publiek te brengen in een tijd dat er natuurlijk nog geen tv was en geen radio. Dan trokken ze met een groot ‘poppenhuis’ van stad naar stad. Daar kwamen mensen naar kijken om het verhaal van de Vrede van Nijmegen te zien en te horen. Omdat wij dat verhaal gaan vertellen heeft het Historisch Museum gezegd willen jullie het niet van ons overnemen? Nu versterkt het ons verhaal.

Op die manier kan er al heel veel geregeld worden. Wij hebben bijvoorbeeld ook op onze Pop-art afdeling een werk van een Poolse kunstenaar. Toen het Centraal Museum in Utrecht die opschoning heeft gedaan, kwam er een werk van diezelfde kunstenaar te voorschijn. Dat hebben wij nu naast dat andere werk hangen en dat versterkt dus onze collectie. Dat is natuurlijk erg leuk en wij maken er dus ook gebruik van wat andere musea afstoten. En als wij iets in de collectie hebben dat een ander museum dol graag wil tonen en dat bij ons niet meer past, dan geven wij het ook graag in bruikleen. Zo hebben wij een soort kijkkast van een Surinaamse plantage en onlangs heeft het Rijksmuseum in Amsterdam er een aantal aangekocht waarbij ons exemplaar goed paste. Dus dat gaat dan hup naar het Rijksmuseum. Dat vinden wij geen enkel probleem. En dan voorkom je allerlei moeilijke dingen over eigendom.
Afstoten brengt toch altijd een hoop rompslomp met zich mee. Want afstoten kun je niet op touw zetten voor één object, dan moet je echt je hele collectie of een heel onderdeel daarvan onder de loep nemen. Zo’n afstotingsoperatie vergt gewoon heel veel tijd en heel veel kosten daarmee. Dat kan een museum als het onze waarschijnlijk helemaal niet eens opbrengen. Het is daarom ook maar de vraag of wij ooit aan het afstoten toekomen.



1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   14


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina