Muzisch creatief



Dovnload 287 Kb.
Pagina1/4
Datum28.08.2016
Grootte287 Kb.
  1   2   3   4

MUZISCH CREATIEF




Muzisch-creatief biedt een antwoord op schoolmoeheid

Op 25 januari 2011 vond in Gent de Dag van de Cultuureducatie plaats. We breiden de term graag uit naar muzisch-creatieve educatie.



Muzisch-creatieve educatie? Een avondopleiding voor volwassenen met te veel vrije tijd? Neen, muzisch-creatieve educatie wil het belang van sport en cultuur in het onderwijsprogramma van onze schoolgaande kinderen onderstrepen en dat van het kleuter- tot en met het secundair onderwijs.

Onthutsende cijfers bereiken ons over schooluitval bij onze jongeren. 1 op 7 verlaat de school zonder diploma. Ook het aantal jongeren dat totaal gedesillusioneerd verzuimt naar school te komen, neemt toe. De sociale ongelijkheid is torenhoog in Vlaanderen en onze leraren haken af. Meer muzisch-creatief op school kan bijdragen tot de oplossing van een aantal van die problemen waarmee het Vlaamse onderwijs vandaag kampt.

Het concept ‘brede school’ waarbij kunst en cultuur (maar ook sport en handwerk) meer opgenomen worden in het curriculum en na de schooluren, is een effectief antwoord op de zorgwekkende demotivatie, zowel bij leraren als leerlingen. Een brede school bouwt netwerken uit en werkt samen met academies, culturele centra, met verenigingen, met vzw’s en kunstenaars uit de buurt. Er zijn al verschillende proeftuinen geweest, met mooie resultaten. De beleidsverantwoordelijken weten dit, maar voorlopig worden die mooie resultaten naast zich neergelegd.

Nochtans, niets zo leuk voor de motivatie van een kind, dat door taal- of leerachterstand op vlak van pure schoolse kennis misschien niet de hoogste toppen scheert, om toch te kunnen uitblinken in creativiteit, in zingen, schilderen, sporten, koken, dansen of bewegen.

Niets zo goed voor kansarme kinderen, die niet de middelen hebben om na school naar de teken- , woord- of muziekacademie te gaan, om dan tenminste op school, actief en passief, zich ook op cultureel of sportief vlak te kunnen uitleven.

Ons onderwijs start heel artistiek, maar raakt in de loop van de jaren die creativiteit kwijt. Het kleuteronderwijs werkt hoofdzakelijk rond en met artistieke vaardigheden: zingen, tekenen, schilderen, bewegen enz., kunstonderwijs zonder dat we het zo noemen. Hoe ongewoner, origineler, en meer out-of-the box, hoe liever. Hoe kleurrijker en expressiever, hoe meer we “ah, oh, en waw” roepen als leraar, als ouder. Waarom laten we dat dan geleidelijk aan zo goed als helemaal los? Waarom smoren we die creativiteit, dat ongebreideld vrij en fantasierijk denken en het enthousiasme dat daarmee gepaard gaat in de kiem? Elk kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt. Het lijkt alsof er, vanaf het eerste leerjaar, plots maar één juist antwoord meer kan zijn op elke vraag: het antwoord dat je achteraan in het boek vindt, en dat je uit het hoofd moet leren. Artikel 23 van de Belgische grondwet vermeldt nochtans dat iedereen recht heeft op culturele en maatschappelijke ontplooiing. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is cultuur een basisbehoefte. Cultuur is geen luxe. Het behoort wezenlijk tot het menselijk leven. De culturele armoede is wellicht de zwaarste vorm van uitsluiting …

Het besef van het belang van cultuur en het creatieve voor kinderen is voor sommige kunstenaars al veel langer zo klaar als een klontje. We herinneren ons vurige pleidooien van Marijke Pinoy over kunst met kinderen uit sociaal zwakke milieus. Of Gerda Dendooven die, als ze zou kunnen, elk kind ’s avonds persoonlijk een verhaaltje komt voorlezen. Ze schreeuwden het uit in een extra magazine van Knack (18 januari 2011): cultuur is goed voor onze jongeren!

Mooie woorden, maar vooral woorden die zo hol klinken als de portefeuille die ervoor voorzien wordt. Hoeveel is er op dat vlak al gebeurd? Hoeveel van dat onvolprezen ‘transversaal’ beleidsoverschrijdend werk is er al gedaan? Welke budgetten zijn er om er echt werk van te maken? Helaas werden er tot dusver nauwelijks of veel te weinig middelen vrijgemaakt om brede scholen te stimuleren en ze structureel te verankeren.

Muzisch-creatief bevraagt, onderzoekt, zet mensen aan het denken, daagt uit, vraagt andere inspanningen. Daarom is die ontwikkeling minstens even belangrijk als de technische, de linguïstische of de wetenschappelijke competenties. Ook Vlaanderen moet het aandurven om het creatieve kind in elk van ons te laten doorgroeien tot een gemotiveerde mens met een open blik, tot een evenwichtig gevormde geest, tot een speelse en gezonde volwassene.



Vakvergaderingen MUZISCH-CREATIEF schooljaar 2011-2012


Met de vakvergaderingen per scholengemeenschap willen we bepaalde punten op elkaar afstemmen en ervaringen uitwisselen. Het is niet goed om geïsoleerd te werken want reflectie op je werk is niet evident.
De vakvergaderingen per scholengemeenschap krijgen een verder vervolg. De scholengemeenschappen die hieronder vermeld staan, komen dit schooljaar opnieuw samen. De scholengemeenschappen die nu niet vermeld staan, komen in de volgende schooljaren samen.

Scholengemeenschap (locatie) Datum

Jozef De Pélichy VTI Izegem donderdag 6 oktober 2011

Veurne-Westkust College Veurne donderdag 20 oktober 2011

Oostkust Sint-Jozefslyceum Knokke donderdag 10 november 2011

Houtland Spes Nostra Zedelgem donderdag 17 november 2011

Sint-Michiel Heilige Kindsheid Ardooie donderdag 1 december 2011 (*)

De scholen ontvangen een inschrijvingsformulier bij het begin van het schooljaar. Om deze vergaderingen zo goed mogelijk voor te bereiden, is het belangrijk dat er vooraf ingeschreven wordt.
De vakvergaderingen lopen telkens van 17.00 uur tot 19.00 uur. Collega’s die tot 17.00 uur les hebben, vragen best aan de directie of het mogelijk is om voor deze gelegenheid de les wat vroeger te beëindigen.
(*) Niet voor het vak esthetica (daar deze ontmoeting gezamenlijk verloopt op donderdag 6 oktober 2011 met de SG Jozef de Pélichy).

Patrick Ameye, Els Bilcke, Ann Casier, Ingrid Casier, Pascale Muylaert en Johan Vankeersbilck

Link naar de artikels






  • ESTHETICA

  • LICHAMELIJKE OPVOEDING

  • MODE

  • MUZIKALE OPVOEDING

  • PLASTISCHE OPVOEDING



ESTHETICA




Dit jaar focussen we ons op (1) het nog beter samenkoppelen van leerplandoelstellingen en leerinhouden; op (2) de nieuwe VOET en esthetica en op (3) het gidsen van een beeldhouwwerk in eigen stad. Kwestie van plaatselijke kunstwerken beter te integreren in ons doen en laten. Het zijn meteen drie uitdagingen voor dit schooljaar en misschien daarom ook tegelijk actiepunten. (4) Onze gezamenlijke vergaderingen op het niveau van de scholengemeenschappen ondersteunen ook dit schooljaar initiatieven m.b.t. vak- en schooloverstijgend samenwerken.

Op de Dag van esthetica (dinsdag 13 december 2011) staat architectuur in eigen stad centraal.





1 Didactische wenken vanuit het leerplan esthetica

Met een open leerplan ligt de keuze van inhouden en werkvormen niet voor de hand. Nochtans biedt deze mogelijkheid ons alle kansen op een eigen, creatieve invulling. De cruciale vraag is hierbij: welke leerinhouden koppelen we aan welke leerplandoelstellingen?



Leerplandoelstellingen

De bereidheid ontwikkelen om een optimale kijk- en luisterattitude te verwerven: stil, onbevooroordeeld, open en ontvankelijk, gericht en actief, de tijd nemend.



Leerinhouden: invalshoeken

Kunst als communicatiemiddel



Gefundeerd reageren op de appelwaarde die uitgaat van kunst, via een aantal vaardigheden op het niveau van het zintuiglijke, het zintuiglijk-affectieve, het cognitieve, het communicatieve, het stijlgevoelige, het esthetische en het transcendente.


Kunst in haar verwijzende functie


De kijk- en luisterhorizon verbreden en opentrekken met betrekking tot diverse muzisch-creatieve uitingen, zoals dans, design, film, muziek, architectuur, beeldende kunsten …


De identiteit van de kunstenaar (zowel de scheppende als de uitvoerende kunstenaar)



Een voedingsbodem en groeicompetentie ontwikkelen om zinvol en geëmancipeerd te blijven omgaan met kunst en cultuur.


Hoogtepunten/breuklijnen in de kunst van de 20ste eeuw





Het verschijnsel ‘stijl’ en ‘stijlgevoeligheid’
Een waardeoordeel vormen

  1. Dit leerplan biedt de openheid om binnen de afbakening van leerinhouden vrij om te gaan met leerstof en in te spelen op de ervaringswereld van de leerlingen.

  2. Een evenwichtige spreiding van alle kunsttakken.

  3. De procesbegeleiding: de ontwikkeling van vaardigheden en attitudes op langere termijn. Hoe evolueert de kijk- en luisterhouding van de leerling in de loop van het schooljaar?

  4. Varieer ook zo veel mogelijk de voorbeelden om inhouden te illustreren.

  5. Vakoverschrijdende aanpak.

  6. Graadoverstijgende aanpak.

  7. Het communicatieschema, dat aanbevolen wordt bij invalshoek I, kan didactisch inspirerend zijn: via het communicatieschema of een item ervan kun je het werk van een kunstenaar verkennen (en niet omgekeerd!).

  • De weg van de zender: de beeldhouwer, de choreograaf, de componist, de schilder, de regisseur …

  • naar boodschap: het kunstwerk zelf en zijn betekenis

  • eventueel over de uitvoerder: de muzikant, de acteur, de danser …

  • in een bepaalde code: bouwstenen, componenten en hun verhoudingen, technologische ontwikkelingen, stijlkenmerken …

  • via een kanaal of medium: via een schilderij, muziek, kunstboek, cd, film, tv, website …

  • naar de ontvanger: wij (de luisteraar, de kijker, de lezer …)

  1. Probeer zoveel mogelijk een goed gekozen (exemplarisch) onderwerp volledig af te werken binnen één lestijd. Neem daarom niet te veel hooi op je vork. ‘Non multa, sed multum’ (Plinius de Jongere, Epistola).

  2. Zorg voor afwisseling in de doelstelling van werkvormen en vermijd vooral theoretische lessen.

  3. Betrek de leerlingen op een actieve wijze in je les, zodat er een levendige interactie ontstaat.

  4. Het leerproces gebeurt altijd aan de hand van visuele en auditieve beelden. Illustratie- en luistervoorbeelden – beide van kwaliteitsniveau – zijn onontbeerlijk!

  5. Verantwoorde en zinvolle toetsen zijn alleen maar mogelijk met kijk- en luisteroefeningen. Een toets met uitsluitend cognitieve vraagstelling, zonder beeld- of klankmateriaal, gaat voorbij aan de doelstellingen van het leerplan en moet kost wat kost vermeden worden. In feite leent permanente evaluatie zich schitterend tot de evaluatie van ons vak.

  6. Gebruik nieuwe evaluatievormen zoals portfolio/kunstdossier.

  7. Wissel product- en procesevaluatie af.

  8. Ga uit van de leerplandoelstellingen die je wenst te bereiken en kies dan afhankelijk daarvan de gepaste leerinhoud. Selecteren is zonder meer noodzakelijk, want op één lestijd per week kun je onmogelijk ‘alles’ behandelen.

  9. Om de leerplandoelstellingen optimaal te realiseren is een goed uitgerust vaklokaal allesbehalve een luxe.

  10. Een leeromgeving creëren waarin plaats is voor een gevarieerd en gedifferentieerd aanbod aan werkvormen.

  11. De leerling participeert op een actieve en constructieve wijze aan het leerproces.

  12. Samenwerking met andere leraren is meer dan wenselijk in het kader van geïntegreerd werken.

  13. Procesgerichte benadering is aangewezen.

  14. Niet louter kennis verwerven en reproductie nastreven.

  15. De lesgever probeert van zijn les een afgerond geheel te maken, opgebouwd rond lesfases.

  16. De leerplandoelstellingen en leerinhouden zijn het uitgangspunt voor de opdrachten.

  17. Het nastreven van onderzoeksvaardigheden sluit aan bij de noodzaak om leerlingen efficiënt en effectief te leren omgaan met de veelheid aan informatie en creativiteit.

  18. De leraar fungeert als coach en als vangnet. Hij is niet langer uitsluitend de overdrager van kennis, maar vooral de begeleider van het leerproces.

  19. ICT is een hulpmiddel bij uitstek om de nieuwe onderwijsdoelen te realiseren. Door de integratie van ICT kunnen leerlingen immers het leerproces zelf in eigen handen nemen; zelfstandig en actief leren omgaan met les- en informatiemateriaal; op eigen tempo werken en een eigen parcours kiezen.

2 Esthetica en de nieuwe VOET

De eindtermen voor muzisch-creatieve vorming werden herschreven zodat ze meer gericht zijn op de cultuuropvoeding vanuit het perspectief van de kunst. Ze zijn geïntegreerd in de stam en in verschillende contexten.

Bij de gemeenschappelijke stam gaat het om sleutelcompetenties. We brengen die in verband met de leerplandoelstellingen van esthetica.

° communicatief vermogen affecten en emoties verwoorden

kunst als communicatiemiddel

mondige cultuurmensen worden

° creativiteit onbevooroordeeld en persoonlijk kunst benaderen

eigen methode ontwikkelen om een kunstwerk te analyseren en kunstinterpretaties kritisch te beoordelen

muzisch-creatieve gevoeligheid

° empathie emotioneel en affectief openstellen

° esthetische bekwaamheid optimale kijk- en luisterattitude

appelwaarde van kunst

kunst contextueel benaderen

geëmancipeerd omgaan met kunst

leerinhouden: kunst als communicatiemodel, kunst in haar verwijzende functie, identiteit van de kunstenaar, hoogtepunten en breuklijnen in de kunst van de 20ste eeuw, verschijnsel ‘stijl’ en ‘stijlgevoeligheid’, vormen van een waardeoordeel

° exploreren anders en trager kijken en luisteren

kunst reikt verder dan schoonheid, toegankelijkheid en genietbaarheid

eigen begrippenkader opstellen en confronteren met bestaande terminologie eigen methode ontwikkelen om kunstwerk te analyseren

omgaan met kunst buiten schoolverband

° flexibiliteit diverse betekenisgeving

° initiatief kennis en vaardigheden integreren in dagelijks handelen

vormen van een waardeoordeel

° kritisch denken kunstinterpretaties kritisch beoordelen

° mediawijsheid kritisch omgaan met media-aanbod

° open en constructieve houding persoonlijk en gefundeerd waardeoordeel vormen; openstaan voor andere

° respect openstaan voor ander waardeoordeel

° samenwerken omgaan met kunst buiten schoolverband

° verantwoordelijkheid kennis en vaardigheden integreren in het dagelijks handelen

kunst in haar verwijzende functie

° zelfbeeld ervaren dat kunstbeleving gevoeligheid voor transcendentie aanscherpt

kunst reikt verder dan schoonheid, toegankelijkheid en genietbaarheid

° zelfredzaamheid onderzoekend en probleemoplossend kijken en luisteren

eigen methode ontwikkelen om een kunstwerk te analyseren + eigen begrippenkader opstellen

° zorgvuldigheid gericht kijken via componenten van beeld- en muziektaal

stijl’ en ‘stijlgevoeligheid

° zorgzaamheid emotioneel en affectief openstellen

mondige cultuurmensen worden

brede esthetische gevoeligheid ontwikkelen

Ook de eindtermen van de 7 contexten kunnen gecombineerd worden tot zinvolle en relevante gehelen.
° context 1: Lichamelijke gezondheid en veiligheid

Beseffen dat maatschappelijke fenomenen een impact hebben op veiligheid en gezondheid.



Kunst reikt verder dan schoonheid, toegankelijkheid en genietbaarheid.

° context 2: Mentale gezondheid

Gebruiken beeld, muziek, beweging, drama of media om zichzelf uit te drukken

Affecten en emoties verwoorden.

Persoonlijk en gefundeerd waardeoordeel vormen; openstaan voor andere.

Mondige cultuurmensen worden.

Herkennen de impact van cultuur- en kunstbeleving op het eigen gevoelsleven en gedrag en dat van anderen.



Emotioneel en affectief openstellen.

Brede esthetische gevoeligheid ontwikkelen.

Ervaren dat kunstbeleving gevoeligheid voor transcendentie aanscherpt.

Muzisch-creatieve gevoeligheid aan de dag leggen.

Kennis en vaardigheden integreren in ons dagelijks handelen.

° context 3: Sociorelationele ontwikkeling

Beargumenteren, in dialoog met anderen, de dynamiek in hun voorkeur voor bepaalde cultuur- en kunstuitingen.

Onbevooroordeeld en persoonlijk kunst benaderen.

Diverse betekenisgeving.

Kunst reikt verder dan schoonheid, toegankelijkheid en genietbaarheid.

Eigen begrippenkader opstellen en confronteren met bestaande terminologie.

Eigen methode ontwikkelen om kunstwerk te analyseren en kunstinterpretaties kritisch te beoordelen.

Persoonlijk en gefundeerd waardeoordeel vormen, openstaan voor andere.

Gebruiken cultuur- en kunstuitingen om begrip op te brengen voor de leefwereld van anderen.



Openstaan voor andere waardeoordelen.

Contextuele benadering van kunst.

° context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

Tonen interesse en uiten hun appreciatie voor de natuur, het landschap en het cultureel erfgoed.



Omgaan met kunst buiten schoolverband.

Hoogtepunten en breuklijnen in de kunstgeschiedenis ontdekken.

Cultuurhistorische en transculturele context + transhistorisch perspectief.

° context 5: Politiek-juridische samenleving

Illustreren de rol van de media en organisaties in het functioneren van ons democratisch bestel.

Kunst contextueel benaderen.

Kritisch omgaan met media-aanbod.

° context 6: Socio-economische samenleving

Zetten zich in voor de verbetering van het welzijn en de welvaart in de wereld.

Kunst contextueel benaderen.

° context 7: Socioculturele samenleving

Gaan actief om met de cultuur en kunst die hen omringen.

Hoogtepunten en breuklijnen in de kunst van de 20ste eeuw.

Mondige cultuurmensen worden.

Muzisch-creatieve gevoeligheid.

Omgaan met kunst buiten schoolverband.

Vormen van een waardeoordeel.

Kennis en vaardigheden integreren in het dagelijks handelen.

Illustreren de wederzijdse beïnvloeding van kunst, cultuur en techniek, politiek, economie, wetenschappen en levensbeschouwing.



Kunst contextueel benaderen.



Leren leren blijft per graad na te streven en voor de 3de graad geldt dan ook voor esthetica: o.a.

  1. De leerlingen werken systematisch.

  2. De leerlingen kiezen hun leerstrategieën gericht met het oog op te bereiken doelen.

  3. De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.

  4. De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.

  5. De leerlingen kunnen informatie samenvatten.

  1. De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.

  2. De leerlingen kunnen een realistische werkplanning op langere termijn maken.

12 De leerlingen erkennen de invloed van hun interesses en waarden op hun motivatie.

Technisch-technologisch vorming blijft na te streven in de 2de en 3de graad en dus ook bij esthetica.

Techniek begrijpen De leerlingen kunnen effecten van techniek op mens en samenleving illustreren en in historisch perspectief plaatsen.

Technisch’ begrijpen De leerlingen kunnen eenvoudige ontwerpen en realisaties evalueren.



Attitude De leerlingen ontwikkelen een constructief kritische houding t.a.v. techniek, technische beroepen en ondernemingen/organisaties

Als stelregel kan gebruikt worden: welke VOET komen overduidelijk en heel regelmatig aan bod (zijn a.h.w. ingebed in de natuurlijke biotoop van het vak esthetica)?

Waarin is esthetica bijzonder, verschillend van andere vakken?

Wat kan esthetica aanleveren aan de school m.b.t. VOET-realisatie?

Ter info: een goede VOET-werking impliceert volgende stappen:

  1. Het eigen opvoedingsproject van de school.



  1. Context.



  1. Vakoverschrijdende projecten en activiteiten op school-, graad en/of klasniveau.



  1. Vak- en of studiegebied -

Stap 4 is altijd de laatste in het proces.


3 Gidsen van een beeldhouwwerk in eigen stad

Kijkwijzer en toelichting

In de Belgische musea voor beeldende kunst ligt het zwaartepunt doorgaans bij schilderkunst en worden de sculpturale collecties minder tentoongesteld. Uitzonderingen hierop zijn het werk van Constantin Meunier – wiens volledige oeuvre te zien is, verspreid in musea over heel het land – en het Middelheimmuseum in Antwerpen. In dit openluchtmuseum voor beeldhouwkunst wordt een overzicht van de internationale beeldhouwkunst na de 19de eeuw tentoongesteld.

Naast het museale aanbod is er echter veel beeldhouwwerk te zien in het straatbeeld. De meeste beeldhouwwerken die in België te zien zijn, staan opgesteld in die publieke ruimte. De redenen waarom een beeld in de openbare ruimte geplaatst wordt, kunnen sterk uiteenlopen. De opdrachtgever speelt hierin een belangrijke rol. Wie is de opdrachtgever en waarom werd het beeld besteld? Wat wordt het beeld verondersteld tot uitdrukking te brengen? Hoe heeft de beeldhouwer zijn antwoord geformuleerd op de gegeven opdracht? Deze vragen geven zicht op de functie van het beeld in het stedelijke weefsel.

Wanneer beeldhouwkunst in een publieke ruimte nader bekeken wordt, is de bespreking van deze stedelijke en maatschappelijke context bijgevolg onmisbaar. Elk beeldhouwwerk is bovendien een product van zijn tijd en kan in een cultuur- en kunsthistorisch kader geplaatst worden. Daarnaast heeft een beeldhouwwerk uiteraard ook specifieke formele kenmerken, eigen aan het beeld en/of de beeldhouwer.

De bespreking van beeldende kunst wordt op vele manieren benaderd en richt zich over het algemeen op volgende vier hoofdthema’s:


  1. beschrijving

  2. analyse

  3. interpretatie

  4. evaluatie

De beschrijving (1) handelt over de vraag: wat zie je? De analyse (2) is gebaseerd op de formele kenmerken van een beeld. De interpretatie (3) geeft inzicht in welke contexten relevant zijn voor het beeldhouwwerk. De evaluatie (4) geeft een beoordeling van het kunstwerk.

Kijken naar een beeldhouwwerk vraagt om actie. Het is de bedoeling dat je het beeld van alle kanten bekijkt. Met dat opzet is een beeld ook gemaakt. Bij een schilderij sta je als beschouwer ervoor, bij een beeldhouwwerk loop je er omheen, doorheen, onderdoor …

Er worden groepjes gevormd van twee of drie leerlingen. Zij moeten één van de beelden in het straatbeeld gedurende 15 à 20 minuten gidsen voor de medeleerlingen.

Bij de selectie van de beeldhouwwerken let de begeleidende leraar op (een spreiding van) de volgende aspecten:



  • stedelijke en cultuurhistorische context en betekenis,

  • materiaal en techniek,

  • type beeldhouwwerk,

  • ruimtewerking,

  • kunsthistorische context.

Voor de bespreking kun je een beroep doen op de kijkwijzer. Niet elk aspect is echter van even groot belang of zelfs van toepassing op elk beeld. Er moet dus zelf een relevante selectie en een logisch verhaal opgemaakt worden. Uiteraard is het niet de bedoeling dat alle punten ‘afgerammeld’ worden.




Identificatie-gegevens

Naam van de kunstenaar / Titel van het werk

Jaartal / Plaats

  1. Beschrijving

Wat zie je?

Eerste indruk?

Op het tweede gezicht?

Geef een korte beschrijving van het beeld. Vertel alleen wat je ziet.

Beschrijf ook de afmetingen en formaten.

Wat zijn opvallende elementen?





Materiaal en techniek

Uit welk materiaal is het beeld gemaakt:

  • natuursteen

  • brons

  • hout

  • kunststoffen

  • glas

  • metaal

  • combinatie van materialen


Welke techniek(en) werd(en) gebruikt?



  • Modelleren = additief (geboetseerd, gesmeed …)

  • Gebeeldhouwd = substractief (gekapt, gesneden …)

  • Geconstrueerd (gelast, gelijmd, met verbindingen …)







Voorstelling

Wat is er te zien?

Onderwerp?

Thema?





Type beeldhouwwerk

Reliëf?

  • Laagreliëf

  • Hoogreliëf

  • Verdiept reliëf

Volplastisch?

  • Zichtbaar van bepaald standpunt

  • Van alle kanten zichtbaar

  • Buste

  • Portret ten voeten uit






Sokkel

Hoe beïnvloedt de (eventuele) sokkel de manier waarop we naar het beeld kijken?

  1. Analyse

Voorstelling


  • Abstract/figuratief?

  • Gestileerd?






Verhoudingen en compositie

De ruimtelijke ordening van onderdelen of figuren?

  • Geometrische compositie (gebaseerd op vlakke wiskundige vormen, zoals vierkant, driehoek, cirkel, veelhoek)

  • Stereometrische compositie (gebaseerd op ruimtelijke wiskundige vormen, zoals kubus, cilinder, bol, kegel, balk, piramide)

  • Organische compositie (gebaseerd op onregelmatige vormen, afgeleid van de natuur)

Globale compositie



  • Aandacht richt zich op een punt. Hoe? Waardoor? Vaak helpt het stil te staan bij zaken die het eerst opvallen. Hoe heeft de kunstenaar dat bereikt en waarom wil hij dat onderdeel van zijn werk accentueren?




  • Aandacht wordt niet naar een punt getrokken: allesomvattende compositie.

Enkelvoudige of samengestelde compositie?



  • Enkelvoudige compositie, niet samengesteld uit verschillende delen.

  • Samengestelde compositie, opgebouwd uit verschillende onderdelen. Welke?

Werden er bepaalde compositievormen gebruikt?



  • Stapeling

  • Verschuivingen

  • Ritme (herhaling van vormen)

  • Symmetrie – asymmetrie






Licht en schaduw

Worden er holle en/of bolle vormen benadrukt door de lichtinval?

(knijp de ogen half dicht om de licht- en schaduwwerking beter te zien)

Hoe valt het licht op het beeld?

Geven spiegelende materialen ruimtewerking?






Textuur

Hoe is het oppervlak van het beeld?

  • Glad

  • Ruw

  • Gepolijst






Statisch - dynamisch

Is er sprake van (suggestie van) beweging?

Hoe wordt de beweging gesuggereerd of gerealiseerd?






Constructief en materiaaltechnisch

Materialen hebben verschillende materiaalkarakteristieke eigenschappen. Worden de materiaalkarakteristieke eigenschappen specifiek benut? Zijn er technische aspecten die geleid hebben tot specifieke materiaalkeuze?

(3) Interpretatie

Expressie

Wat riep het kunstwerk/object bij je op:

  • Sfeer?

  • Beleving?

  • Emotionele reacties?

  • Associaties?




Inhoudelijk

Titel

  • Zonder titel.

  • Titel verklaart werk.

  • Titel voegt iets toe. Wat voegt de titel toe?

Wat is de bedoeling van de kunstenaar?

Wat wil hij op de toeschouwer overbrengen?
Wat is het thema?


  • Religieus (een werk dat gaat over een religieus onderwerp).

  • Mythologisch (een werk dat gaat over een onderwerp uit een mythologie).

  • Wereldlijk (een werk dat gaat over een niet-religieus onderwerp).

Wat is de betekenis van het werk? (één of meerdere opties)

  • Zichtbare werkelijkheid is het onderwerp.

  • Bedoeld als illustratie (belangrijkste doel is een verhaal of gebeurtenis goed weer te geven, de stellingname van de kunstenaar is ondergeschikt).

  • Symbolisch (het werk staat symbool voor iets/iemand).

  • Maatschappelijk – sociale werkelijkheid is onderwerp (het werk moet mistoestanden/situaties in de wereld aan de kaak stellen).

  • Werk bedoeld als provocatie (doel is een publiek wakker te schudden of een discussie uit te lokken).

  • Werk roept op tot (eigen) interpretatie (het werk roept vragen op, publiek moet actief meedenken en betekenis geven).

  • (Persoonlijk) leven kunstenaar is onderwerp.

  • Esthetisch/decoratief (om mooi te vinden, zonder verdere bijbedoelingen).

  • Werk roept emotie op of is een gevoelsuiting van de kunstenaar (de kunstenaar doet een heel persoonlijke ‘uitspraak’ met dit werk).






Cultuurhistorische context

Wat is de culturele achtergrond binnen het gepaste tijdskader?

Wie was de opdrachtgever? Voor wie werd het gemaakt? ...






Kunsthistorische context

Stijl en stijlkenmerken?

Tot welke stroming behoort de kunstenaar/ontwerper?

Andere werken van de kunstenaar? …





Stedelijke context

Waar bevindt het kunstwerk/object zich?

Wat is de relatie beeldhouwwerk – omgeving? …






Functie

(cf. ook betekenis)

Levensbeschouwelijk / Esthetisch / Politiek /

Economisch / Educatief / Vermaak …



  1. Evaluatie

Opinie/oordeel

Eindconclusie



4 Vakvergaderingen MUZISCH-CREATIEF schooljaar 2011-2012


Met de vakvergaderingen per scholengemeenschap willen we bepaalde punten op elkaar afstemmen en ervaringen uitwisselen. Het is niet goed om geïsoleerd te werken want reflectie op je werk is niet evident.
De vakvergaderingen per scholengemeenschap krijgen een verder vervolg. De scholengemeenschappen die hieronder vermeld staan, komen dit schooljaar opnieuw samen. De scholengemeenschappen die nu niet vermeld staan, komen in de volgende schooljaren samen.

Scholengemeenschap (locatie) Datum

Jozef De Pélichy VTI Izegem donderdag 6 oktober 2011

Veurne-Westkust College Veurne donderdag 20 oktober 2011

Oostkust Sint-Jozefslyceum Knokke donderdag 10 november 2011

Houtland Spes Nostra Zedelgem donderdag 17 november 2011

Sint-Michiel Heilige Kindsheid Ardooie donderdag 1 december 2011 (*)


De scholen ontvangen een inschrijvingsformulier bij het begin van het schooljaar. Om deze vergaderingen zo goed mogelijk voor te bereiden, is het belangrijk dat er vooraf ingeschreven wordt.
De vakvergaderingen lopen telkens van 17.00 uur tot 19.00 uur. Collega’s die tot 17.00 uur les hebben, vragen best aan de directie of het mogelijk is om voor deze gelegenheid de les wat vroeger te beëindigen.
(*) Niet voor het vak esthetica (daar deze ontmoeting gezamenlijk verloopt op donderdag 6 oktober 2011 met de SG Jozef de Pélichy).

We wensen jullie een boeiend en creatief nieuw schooljaar toe!

Ann Casier en Johan Vankeersbilck





Dag van esthetica

Doelgroep: leraren esthetica

Docent: diverse docenten

Datum en uur: dinsdag 13 december 2011 (volledige dag)

Plaats: Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Houtmarkt 5, 8500 Kortrijk

Inschrijfprijs: € 65 (inclusief broodjeslunch)

Cursuscode: S12/109/A

LICHAMELIJKE OPVOEDING






1 Leerplannieuws

Het leerplan is het uitgangspunt voor het werk van de leraar. Zoals de meeste leerplannen VVKSO zijn ook de leerplannen lichamelijke opvoeding graadleerplannen.

De jongste leerplannen (leerplannen lichamelijke opvoeding 2de graad en het herwerkte gedeelte ‘sporttechnische aspecten’ van het leerplan 3de graad LOS) zijn nu sinds 1 jaar in voege (september 2010).

De leerplannen lichamelijke opvoeding van de drie graden zijn nu op elkaar afgestemd. Ze zijn opgebouwd rond een algemeen doelenkader en expliciteren het geïntegreerd vakconcept lichamelijke opvoeding, waarin de totale persoonsvorming van de bewegende mens centraal staat.


Een overzicht van alle leerplannen lichamelijke opvoeding is te vinden op:

http://www.vvkso.be/> Lessentabellen of klik hier.
Per graad kunnen de studierichtingen die naar de lessentabellen leiden aangeklikt worden. Bij de vakken staat het overeenkomstige leerplannummer vermeld. Een klik hierop opent de leerplanfiche. Handig!

Deze nieuwe leerplannen omvatten een algemeen deel met kaderteksten over visie op lichamelijke opvoeding, beginsituatie, algemene doelen, algemene pedagogisch-didactische wenken en evaluatie.

Er werd extra aandacht besteed aan omgaan met diversiteit, taalbeleid en (inter)actief leren. Er is ook een korte bijdrage over co-teaching toegevoegd.

Heel wat argumenten dus om de nieuwe leerplannen nog eens individueel én in de vakgroep lichamelijke opvoeding grondig door te nemen en te gebruiken als inspiratiebron om het didactisch handelen te optimaliseren en de leerlingen maximaal te betrekken bij het leerproces.



2 Lichamelijke opvoeding en de vakoverschrijdende eindtermen (VOET) en ontwikkelingsdoelen (VOOD)

Werken aan de vakoverschrijdende eindtermen is een opdracht voor alle leden van het schoolteam waaraan de leraren lichamelijke opvoeding voluit kunnen participeren. Ons vak beoogt de totale persoonsvorming met beweging als middel om motorische competenties, gezonde en veilige levensstijl, zelfconcept en sociale vaardigheden te ontwikkelen. Dit gegeven is een belangrijke troef voor lichamelijke opvoeding en tegelijk een hele uitdaging voor de leraar lichamelijke opvoeding en de vakgroep. De leraar lichamelijke opvoeding koppelt bewegen aan spelen, beleven, samenwerken, reflecteren, leren …

De leerplandoelen lichamelijke opvoeding sluiten nauw aan bij volgende vakoverschrijdende eindtermen:


De pedagogische begeleiding lichamelijke opvoeding heeft samen met de leerplancommissie 2de graad een ordeningskader ‘LO en VOET’ ontwikkeld dat aantoont dat het vak lichamelijke opvoeding een wezenlijke bijdrage levert aan het in de praktijk brengen van vakoverschrijdende eindtermen.

Omdat de VOET (uitgezonderd ‘Leren leren’) als een totaalpakket voor het secundair onderwijs geformuleerd zijn, is er gekozen om leerlijnen te maken van de bewegings- en persoonsdoelen lichamelijke opvoeding uit de algemene doelenkaders van de drie graden.

Bewegingservaringen in de natuur’ is gekoppeld aan de context ‘Omgeving en duurzame ontwikkeling’ en staat om die reden vermeld in het ordeningskader.

Naast de leerlijnen van bewegingsdoelen en persoonsdoelen staan in dit ordeningskader sleutelvaardigheden uit de stam en die eindtermen uit de contexten die een duidelijke link hebben met de leerlijnen van de leerplandoelen lichamelijke opvoeding en deze aanvullen, verdiepen of verbreden.

De groep van vakbegeleiders lichamelijke opvoeding heeft de keuze gemaakt om sleutelvaardigheden uit de stam per graad te koppelen aan de bewegings- en de persoonsdoelen. Zo ontstaan er leerlijnen van sleutelvaardigheden die per graad telkens een ander facet in het leerproces van de leerling aanspreken.

Het ordeningskader ‘LO en VOET’ geeft een overzicht van de mogelijkheden die de leraar heeft om, naast de leerplandoelen, ook systematisch te werken aan de VOET. Dit kader is exemplarisch en bedoeld als inspiratiebron voor de leraren lichamelijke opvoeding. Andere keuzes, vooral wat sleutelvaardigheden betreft, zijn mogelijk.

‘LO en VOET’ is te vinden op de website van de pedagogische begeleiding lichamelijke opvoeding - Klik hier.

De vakoverschrijdende eindtermen ‘Leren leren’ die aan bod kunnen komen in de lessen lichamelijke opvoeding zijn in een afzonderlijke tabel opgenomen.

Ook sportdagen, (na)schoolse sportontmoetingen en studiedagen waarbij sportieve activiteiten aanvullend kunnen ingepast worden in het geheel van de uitstap bieden kansen om vakoverschrijdende eindtermen na te streven.


3 Vakvergaderingen MUZISCH-CREATIEF schooljaar 2011-2012


Met de vakvergaderingen per scholengemeenschap willen we bepaalde punten op elkaar afstemmen en ervaringen uitwisselen. Het is niet goed om geïsoleerd te werken want reflectie op je werk is niet evident.
De vakvergaderingen per scholengemeenschap krijgen een verder vervolg. De scholengemeenschappen die hieronder vermeld staan, komen dit schooljaar opnieuw samen. De scholengemeenschappen die nu niet vermeld staan, komen in de volgende schooljaren samen.

Scholengemeenschap (locatie) Datum

Jozef De Pélichy VTI Izegem donderdag 6 oktober 2011

Veurne-Westkust College Veurne donderdag 20 oktober 2011

Oostkust Sint-Jozefslyceum Knokke donderdag 10 november 2011

Houtland Spes Nostra Zedelgem donderdag 17 november 2011

Sint-Michiel Heilige Kindsheid Ardooie donderdag 1 december 2011 (*)

De scholen ontvangen een inschrijvingsformulier bij het begin van het schooljaar. Om deze vergaderingen zo goed mogelijk voor te bereiden, is het belangrijk dat er vooraf ingeschreven wordt.
De vakvergaderingen lopen telkens van 17.00 uur tot 19.00 uur. Collega’s die tot 17.00 uur les hebben, vragen best aan de directie of het mogelijk is om voor deze gelegenheid de les wat vroeger te beëindigen.
(*) Niet voor het vak esthetica (daar deze ontmoeting gezamenlijk verloopt op donderdag 6 oktober 2011 met de SG Jozef de Pélichy).

4 Varia

Nieuwe basketbalbelijningen
De driepuntlijn schuift een halve meter op! Als je met je school in een fase zit van nieuwbouw of herstelling van belijningen, dan is volgende informatie van belang!

In navolging van de FIBA werd de bucket (vrijworpgebied) en de 3-puntslijn aangepast om de basketbalsport aantrekkelijker te maken.

In de competitie van 1ste Nationale werden deze regels al vanaf 1 oktober 2010 toegepast. In de andere reeksen wordt de nieuwe regeling van kracht ten laatste tijdens de competitie van 2012-2013.

Voor meer info: Klik hier.



Resultaten enquête ‘Ethisch verantwoord sporten’ bekend gemaakt

Het Vlaams departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media en het team Medisch Verantwoord Sporten van de Vlaamse Overheid hielden in oktober en november 2010 een enquête over ethisch verantwoord sporten.

Er werden 189 respondenten uit uiteenlopende takken, niveaus en rollen binnen de sportsector aangesproken.

De grootste problemen die uit de enquête naar voor kwamen, waren de thema’s ‘fysieke en psychische integriteit’ en ‘solidariteit’. Bijna twee derde van de respondenten gaf dit aan.

Ongeveer 30% van de respondenten gaf ook aan dat er een probleem bestaat aangaande medische begeleiding en ondersteuning van sporters. Eenzelfde percentage heeft het over onvoldoende letselpreventie of aandacht voor de gezondheid van sporters.

Ongewenst gedrag (seksueel), fysieke agressie, intimidatie … worden niet als heel problematisch aangeduid. Verbale agressie daarentegen scoort wel hoog.


Meer informatie vind je op www.cjsm.vlaanderen.be/gezondsporten > ethisch sporten. Klik hier.
Resultaten wetenschappelijk onderzoek Steunpunt Sport
In opdracht van de Vlaamse Overheid verricht het Steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek Cultuur, Jeugd en Sport wetenschappelijk onderzoek ter ondersteuning van haar beleids- en beheerscyclus m.b.t. Cultuur, Jeugd en Sport.

De tweede generatie steunpunten loopt van 2007 tot 2011.

Tijdens een studiedag op 10 mei 2011 in Brussel zijn de resultaten van vier jaar (2007-2011) wetenschappelijk onderzoek ‘SPORT' bekendgemaakt.

De onderzoekers deelden hun resultaten en adviezen aan het werkveld mee.

De presentaties van de onderzoekers zijn consulteerbaar op de website van het steunpunt (www.steunpuntcjs.be).

De onderzoeken en de resultaten zijn gepubliceerd in twee boeken: "Sport Voor Allen - Strategieën voor laagdrempelig bewegen en sporten in Vlaanderen" en "Topsport en wetenschap, een gouden duo!".

De onderzoeksactiviteiten van het Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport zijn vastgelegd in de beheersovereenkomst met de Vlaamse Overheid en het meerjarenprogramma.

Naast de transversale onderzoekslijn naar het participatiegedrag van Vlamingen zijn de onderzoeksactiviteiten geclusterd in drie thematische lijnen:


1 cultuur (Kunsten en erfgoed, Sociaal-cultureel werk; e-cultuur en digitalisering; Economische aspecten van cultuur),

2 jeugd,

3 sport.

Een consortium van onderzoeksgroepen van de Vlaamse Universiteiten K.U. Leuven, Universiteit Gent en V.U. Brussel met een opleiding lichamelijke opvoeding en bewegingswetenschappen verrichten het wetenschappelijk onderzoek van het luik Sport.

Het luik ‘Sport’ van het Steunpunt Cultuur, Jeugd en Sport omvat verschillende onderzoekslijnen.

Naast de transversale en gemeenschappelijke onderzoekslijn die naar het participatiegedrag in cultuur en sport van de Vlamingen peilt, zijn er onderzoekslijnen voor ‘Topsport’ (met 6 sportspecifieke thema's) en voor ‘Sport voor Allen’ (met 5 thema's).


De onderzoekslijnen zijn uitgewerkt in een 12-tal onderzoeksprojecten.

Het luik topsport werkt 6 projecten uit.

1 Atletiek: optimalisatie van de talentdetectie, de talentontwikkeling en de trainingsperiodisering in functie van sprintsnelheid.

2 Wielrennen en triatlon: optimalisatie van de talentdetectie, de talentontwikkeling en de trainingsperiodisering in wielrennen en triatlon.

3 Handbal: talentidentificatie en begeleiding in handbal: ontwikkeling van een profiel van de talentvolle handbalspeler.

4 Sportpsychologie: effectevaluatie van de sportpsychologische screening en de inbreng van de sportpsycholoog in topsportscholen en sportfederaties.

5 Sportgeneeskunde: sportspecifiek letseldetectie en -preventieprogramma.

6 Sportbeleid: een evaluatie van het Vlaamse topsportbeleid: de evolutie van het Vlaamse topsportklimaat 2003-2007 en een benchmarkstudie van het topsportbeleid, toegepast in minimaal 3 sporttakken.

Het onderzoeksluik Sport-voor-Allen omvat 6 projecten.
1 Sporteconomie: socio-economische aspecten van sport en fysieke activiteit.

2 Sportinfrastructuur: onderzoek naar behoeften van de sportinfrastructuur in Vlaanderen.

3 Doelgroepen: studie van de mogelijkheden van een drempelverlagend aanbod voor niet-georganiseerde (sportkansarme) jongeren in Brussel.

4 Doelgroepen: effectevaluatie van een "10.000 stappen per dag" interventie.

5 Doelgroepen: brede school met beweging en sport.

6 Fitheid: barometer voor de jeugd.

Meer info: http://www.steunpuntcjs.be/.

Pascale Muylaert




One dance a day keeps the doctor away!

Doelgroep: leraren muzikale opvoeding en lichamelijke opvoeding en leraren derde graad basisonderwijs

Docent: leden van de volksdansgroep Die Rooselaer + live orkest

Datum en uur: dinsdag 18 oktober 2011 van 20.00 u. tot 22.00 u.

Plaats: De Bron, Hulstplein 32, 8700 Tielt

Inschrijfprijs: € 30

Cursuscode: N12/039/A

Dag van lichamelijke opvoeding

Dinsdag 27 maart 2012 (volledige dag)

KATHO RENO Campus Torhout


MODE




Onderstaande las ik op de website: Gertjan Sinke / www.competentonderwijs.nl.

Uitnodigend beroepsonderwijs

Uitnodigend voor de deelnemer door leeromgevingen te creëren die gevarieerd, contextrijk en uitdagend zijn. In dergelijke krachtige leeromgevingen kan de deelnemer zowel in de beroepspraktijk als met ‘praktijkleren’ op school de nodige competenties voor beroep, burgerschap en vervolgonderwijs verwerven en verdiepen. Het gaat om beroepsonderwijs dat aansluit bij mogelijkheden en interesses van de deelnemer en dat de deelnemer uitnodigt om zelf meer het initiatief te nemen in zijn/haar opleiding en loopbaanontwikkeling”.

Om de hoop van onze jeugd op verandering in het lesgeven te illustreren:

Naar aanleiding van het uitschrijven van een nieuw leerplan voor Mode en Verkoop wordt er in het schooljaar 2011-2012 een beroep gedaan op klankbordscholen.

Deze klankbordscholen nemen deel aan de voorbereidingsfase van het leerplan en dragen bij tot mogelijke aanpassingen en verbeteringen. Zij zijn het klankbord bij het uittesten van een nieuwe aanpak binnen het leerplan bso.

Het is een zoektocht om de leerling uit te nodigen zelf het leren in handen te nemen. Hierbij is de uitbouw van leerlingenbegeleiding een uitdaging want een school met meer leerlingengericht onderwijs wordt geconfronteerd met differentiatieproblemen.


In de klankbordscholen zal een coördinator nodig zijn die een lerarenteam kan enthousiast maken om tot een gedragen visie te komen. Deze coördinator zal via goede communicatie de groepsdynamiek bewaken. Het is een zoektocht naar meer integratie, van vakken naar leergebieden.
Niets kan andere scholen tegenhouden om met het modeteam en de leraar pav/Nederlands deze werkwijze uit te testen en ervaringen met andere scholen uit te wisselen. Ook het lerarenteam ‘creatie en mode’ kan de uitdaging om krachtige leeromgevingen te creëren aangaan.
Klankbordschool voor nieuw leerpan bso

1 Traject


  • 2010-2011: - verfijnen van de visie + uitschrijven van de algemene doelen;

- uitschrijven van groeilijnen voor Mode en Verkoop;

- uitschrijven van didactische methodieken;



  • 2011-2012: - klankbordscholen zoeken;

- leerplan uitschrijven;

- voorscholingstraject indienen via koepelkrediet;



  • 2012-2013: - voorscholen van leraren: hoe werken met het nieuwe leerplan;

- leerplan bijsturen na ervaringen uit de klankbordscholen;

- indienen van het leerplan;



  • 2013-2014: alle scholen starten met het nieuw leerplan.


2 Opdracht klankbordscholen 2011-2012
Er wordt van de betrokken school een engagement verwacht waar zowel directie, het modeteam + leraar pav/Nederlands en de coördinator ervan overtuigd zijn dat dit traject ten goede zal komen aan alle partijen. Het accent ligt op de leerling die centraal staat.
Er wordt van de directeur verwacht dat hij/zij:

  • het team de ruimte geeft om zaken uit te testen;

  • voldoende vergadermomenten voorziet;

  • betrokkenheid toont bij dit project.

Er wordt van het modeteam + leraar PAV verwacht dat zij:



  • in team kunnen functioneren om de vooropgestelde doelen te bereiken;

  • indien nodig kunnen bijsturen ten voordele van de leerling;

  • voldoende momenten vrij willen houden voor overleg en bijsturing.

Er wordt verwacht van de coördinator dat hij/zij zich wil bijscholen in:



  • pedagogische vaardigheden zoals onderwijskundige vernieuwingen, didactische werkvormen …;

  • communicatieve vaardigheden zoals vergadertechnieken, teambuilding …

Het lijkt allemaal zo gemakkelijk gezegd: ’met het betrokken team vanuit een gezamenlijke opdracht aan de slag’. Toch is dit iets dat niet vanzelfsprekend is. Het is niet zomaar dat er zo vaak wordt gezegd dat de neuzen in dezelfde richting moeten wijzen.

Onderstaande punten kunnen helpen bij het uitwerken van die gezamenlijke opdracht. Hierbij wil ik nog benadrukken dat dit niet de enige en ultieme manier van werken is. Laat de creativiteit binnen het team maar zijn werk doen.
3 Planning
De klankbordscholen zullen in de eerste plaats een planning moeten opmaken voor het traject. Deze planning wordt opgemaakt in samenwerking met het modeteam en alle betrokkenen die zullen meewerken.

Hieronder vind je een voorbeeld van zo’n planningscyclus.

De planningscyclus biedt houvast tijdens het plannen van projecten en is een cyclisch proces.











Analyseer de huidige situatie
Een planning geeft op korte termijn inzicht in wat alle betrokkenen te doen staat. Op lange termijn helpt het de afgesproken doelen beter en sneller te realiseren. Vooraleer doelstellingen te formuleren, analyseer je als betrokken team eerst de kansen. Je onderzoekt de huidige positie en gaat na wat je met het betrokken team kunt doen om deze positie te verbeteren.

Dit kan gebeuren met behulp van een SWOT-analyse. Dit is een middel om sterke (strengths) en zwakke (weaknesses) punten in verband te brengen met kansen (opportunities) en bedreigingen (threats) uit de omgeving.




  • Wat zijn mijn sterke punten?

  • Wat zijn mijn zwakke punten?

  • Welke kansen doen zich voor op de school?

  • Welke bedreigingen dienen zich aan?



  • Je kunt de SWOT-analyse weergeven als een matrix met vier vakken:




Kansen

-

-



Bedreigingen

-

-



Sterkten

-

-



Zwakten

-

-



Eveneens ga je na of je van bedreigingen kansen kunt maken en of je zwakten kunt omzetten in sterkten.

Beginsituatie van de leerling
De beginsituatie verwijst naar alle kennis, vaardigheden en houdingen die de leerlingen moeten bezitten om de lessen te kunnen volgen.

Welke voorkennis bezitten de leerlingen?



Beginsituatie van de leraar
Hoe geef ik als leraar les? Hoe denk ik als leraar over mijn opdracht? Hoe bewust ga ik hiermee om?

  • Laat ik leerlingen traditioneel leren = volledig leraargestuurd

  • Laat ik leerlingen geleid leren = vooral leraargestuurd

  • Laat ik leerlingen begeleid leren = zowel leraar- als leerlinggestuurd

  • Laat ik leerlingen zelfstandig leren = vooral leerlinggestuurd

  • Laat ik leerlingen open leren = volledig leerlinggestuurd.

Welke ervaringen bezitten de leerlingen op vlak van andere werkvormen?

Welke differentiatieopdrachten bestaan er al? Op welke leerstof ga ik als leraar verder bouwen? Welke doelgroep krijg ik voor mij? Hoe groot is de leergroep? Welke infrastructuur is er aanwezig in de vaklokalen? Welke noden heb ik als leraar of als team in verband met nascholing?


Bepaal de doelen

Waar wil je naar toe? Wat? = doelstellingen:



  • geven aan waarover de lessen zullen gaan;

  • geven aan welk gedrag we bij de leerlingen tot stand willen brengen.

Met het definiëren van doelstellingen scherp je de focus van je plan aan.

Zo voorkom je dat je op een zijspoor belandt. De doelstellingen worden vaak vaag en vrijblijvend geformuleerd als wensen, intenties, of goede voornemens. Met behulp van de SMART-formule kun je doelstellingen concreet maken. Het beschrijft een waarneembare actie, gedrag of resultaat. Dit doe je zowel op leerlingenniveau, lerarenniveau als op schoolniveau.

SMART staat voor:



  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina