Mw. Drs. A. Knepper sept 07 De tweede naamval De verbuiging van ‘der’ en ‘ein’



Dovnload 21.17 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte21.17 Kb.

Mw.Drs.A.Knepper sept 07

De tweede naamval De verbuiging van ‘der’ en ‘ein’.
Het dak van het huis is rood

De fiets van mijn vader is gestolen
In de bovenstaande schuingedrukte zinnen wordt iets verteld over een dak en een fiets: het dak is rood en de fiets gestolen. Maar je weet nog meer: het is niet zomaar een dak dat rood is, het gaat om het dak van het huis. Het dak hoort bij het huis. En ook over die fiets weet je meer dan alleen maar dat de fiets gestolen is: het is de fiets van mijn vader. Die fiets hoort bij mijn vader, mijn vader bezit die fiets.
Als je in het Nederlands wil duidelijk maken dat dingen of personen bij elkaar horen, dan gebruik je vaak het voorzetsel ‘van’. In het Duits gebruikt men dan de tweede naamval. De 2de gebruik je dus om aan te geven dat dingen of personen bij elkaar horen. De 2de naamval ziet er zo uit:






mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

2

3

4

-

des Hundes

-

-



-

der Katze

-

-



-

des Pferdes

-

-



-

der Hühner

-

-








mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

2

3

4

-

eines Hundes

-

-


-

einer Katze

-

-



-

eines Pferdes

-

-



-

keiner Hühner

-

-


Wat opvalt, is dat in de 2de naamval niet alleen de vorm van het lidwoord verandert, maar ook de vorm van het mannelijk en het onzijdig zelfstandig naamwoord. Bij het mannelijk en bij het onzijdig zelfstandig naamwoord komt er de uitgang –es achter het woord. Deze uitgang –es staat achter mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden die twee of meer lettergrepen hebben. Bij eenlettergrepige mannelijke en onzijdige zelfstandige naamwoorden komt er alleen maar de uitgang –s achter.



Vergelijk:
Das Dach des Hauses ist rot. Haus’ bestaat maar uit één lettergreep en krijgt daarom in de 2de naamval de uitgang –es.
Das Fahrrad meines Vaters ist gestohlen ‘Vater’ bestaat uit twee lettergrepen en krijgt daarom in de tweede naamval de uitgang –s.

Met de tweede naamval erbij zijn de schema’s van de verbuiging van het bepaald en het onbepaald lidwoord compleet. Die schema’s zien er dan als volgt uit:







mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

2

3

4

der Hund

des Hundes

dem Hund

den Hund


die Katze

der Katze

der Katze

die Katze



das Pferd

des Pferdes

dem Pferd

das Pferd



die Hühner

der Hühner

den Hühnern

die Hühner









mannelijk

vrouwelijk

onzijdig

meervoud

1

2

3

4

ein Hund

eines Hundes

einem Hund

einen Hund



eine Katze

einer Katze

einer Katze

eine Katze



ein Pferd

eines Pferdes

einem Pferd

ein Pferd



keine Hühner

keiner Hühner

keinen Hühnern

keine Hühner







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina