Naam cijfer



Dovnload 23.58 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte23.58 Kb.

Naam

cijfer

H O U T - T O E T S 4

Datum

Klas


1. Zet de woorden bij het juiste plaatje.
Kies uit
: cirkelzaag, verstekbak, decoupeerzaag, winkelhaak









………………………………….


……………………………………


……………………………………


………………………………….




2. Trek een lijn tussen het woord en de juiste betekenis.
Decoupeerzaag Een houten bak om in verstek te zagen.

Winkelhaak Een stuk van een plank zagen.

Verstekbak Een stuk gereedschap om iets haaks mee af te tekenen.

Cirkelzaag Een elektrische zaag.

Afkorten Een ronde elektrische zaag om recht zaagsneden te maken.

3. Zijn de zinnen GOED of FOUT.
Een verstekbak heeft de vorm van een U. Goed / Fout

Met een decoupeerzaag kun je dikke balken doorzagen. Goed / Fout

Met een winkelhaak kun je een rechte hoek aftekenen. Goed / Fout

Een plank afzagen, noemen we ook wel afkorten. Goed / Fout

Met een cirkelzaag kun je alleen rond zagen. Goed / Fout

Aan een accuboormachine zit een snoer. Goed / Fout

Met een verzinkboor maak je het geboorde gat iets groter. Goed / Fout

Een kolomboor heb je in de hand als je boort. Goed / Fout

Een elektrische boor werkt alleen met de stekker in het stopcontact Goed / Fout

Met verzinken bedoelt met het zinken van een boot. Goed / Fout



4. Zet de woorden bij het juiste plaatje.
Kies uit: handzaag, kapzaag, breekijzer, figuurzaag, schrobzaag








………………………………………….


…………………………………………………


………………………………………………….











………………………………………………….


………………………………………………...


..………………………………………





5. Vul het ontbrekende woord in.

Kies uit: handzaag, veiligheid, kapzaag, jaarringen, figuurzaag, meter, schrobzaag, winkelhaak, lintzaag, kolomboormachine,
1 Paashaasjes zagen we uit dun plaatmateriaal met een…….……………………. ……………..
2 Een machine met een ronddraaiende zaag noemen we een.. ………………….. …………..

3 Voor het zagen van grote gaten gebruik je een …………………..………………………………..

4. Voor het fijnere zaagwerk gebruik ik een ……………………………………………………………….
5. Deze plank is te lang, ik kort hem in met een……………………………………………………………

6. Er gaan 100 centimeters in 1 ……………………………………………………………………………………….

7. Werkschoenen en een overal vergroten de……………………………………………………………….

8. Een grote gatenzaag wordt gebruikt in de ………………………………………………………………..

9. Haaks aftekenen doe je met een………………………………………………………………………………….

10 Op kops hout zijn de …………………………………………………………………………………..zichtbaar.



6. Lees de vragen. Zet een kruisje voor het goede antwoord.

A. Wat doe je met een accuboormachine?


O Zagen O Tekenen
O Boren O Schroeven
B. Wat doe je met een kolomboor?
O Frezen O Boren
O Tekenen O Zagen
C. Wat doe je met een verzinkboor?
O Een plank zagen O Een plank haaks vijlen
O Meten O Een boorgat vergroten

8. Zet de woorden bij het juiste plaatje.
Kies uit
: spiraalboor, speedboor, priem

















9. Trek een lijn tussen het woord en de juiste betekenis.
Spiraalboor Hiermee prik je gaatjes voordat je gaat schroeven

Steenboor Deze boor is geschikt voor hout en metaal



Speedboor Deze boor is geschikt voor steen of beton

Priem Met deze boor maak je grote gaten in hout




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina