Naam cursist: Stemmingen/gevoelens



Dovnload 335.91 Kb.
Pagina4/4
Datum22.07.2016
Grootte335.91 Kb.
1   2   3   4

Kies een woord en vul in.
Gastvrij – behulpzaam – brutaal – egoïstische – zwak – trieste – beroemd – vlak – toleranter


  1. Jan zegt en doet alles wat hij wil. Als hij op bezoek is bij mensen, pakt hij zonder te vragen iets te drinken uit de koelkast. Hij is nogal ………………….

  2. In grote steden accepteren de meeste mensen gemakkelijker andere culturen dan in kleine dorpen. In het algemeen is men ………………… in steden.

  3. Mensen die alleen aan zichzelf denken, vind ik niet aardig. Ik hou niet van ………… mensen.

  4. Je kunt op elk moment van de dag bij Anja op bezoek gaan. Ze vindt bezoek altijd leuk. Ze is erg ……………

  5. Als ik niet weet hoe ik een bepaald probleem moet oplossen, ga ik altijd naar Francien. Ze wil me altijd helpen. Ze is erg ………………….

  6. Iedereen kent Gorbatsjov. Hij is een ……………… man.

  7. Jeroen is erg ziek geweest. Hij is nu beter maar nog steeds wel erg ………………….

  8. Gisteravond heb ik een film gezien waar ik erg om moest huilen. Ik heb nog nooit zo`n …………………… film gezien.

  9. Ook in Bangladesh zijn nauwelijks bergen. Het is een ………….. land.


Opdracht 2

Beantwoord de volgende vragen. Geef korte antwoorden. U kunt woorden of zinnen uit de tekst gebruiken.


  1. Hoe vindt Lei Hang de meest Nederlanders? ………………………………………………………………

In welke situatie heeft ze dit gezien? ………………………………………………………………

Heeft Bayram Guveng dezelfde mening als Lei Hang over de Nederlanders?

Hij vindt alleen de ………………………………………………………………


  1. Lei Huang noemt nog een positief punt van de Nederlanders.

Welk punt is dat? …………………………………..

Ook Bayram Guveng ziet nog een positief punt bij de Nederlanders als hij ze vergelijkt met de mensen uit zijn eigen land.

Welke positieve eigenschap hebben de Nederlanders volgens hem? ……………….

Met welk voorbeeld bewijst hij dat? ………………………………………….



  1. Lei Huang ziet een groot verschil tussen Nederlanders en Chinezen. Welke negatieve eigenschap (negatief punt) bespreekt ze in haar tekst?

Nederlanders zijn soms ………………………..

Ze maakt deze negatieve eigenschap duidelijk in het voorbeeld:

Als een Nederlander ……………………………………………………..


  1. Bayram merkt nog een negatief punt op over de Nederlandse jeugd. Welk punt is dat? ………………………………………………………………

Waar blijkt dat uit? ………………………………………………………………

  1. Lei Huang bespreekt niet alleen de Nederlanders maar ook Nederland. Wat vindt ze mooi? ………………………………………………………………

Ook Bayram Guveng geeft zijn mening over de natuur in Nederland. Wat zegt hij?

............................................................



Opdracht 3

Schema
Vul de meningen van Lei Huang en Bayram Guveng over de Nederlanders en Nederland in.

Doe het kort, met sleutelwoorden, die u uit uw antwoorden op bovenstaande vragen kunt halen. Vul in de laatste kolom uw eigen mening in. U kunt natuurlijk heel andere dingen noemen dan Lei en Bayram hebben genoemd.


Lei Huang Bayram Guveng Eigen mening

Nederlanders

Positieve punten …………………. ……………………….. …………………….

(Kijk naar vraag 1 en 2) …………………. ……………………….. …………………….

…………………. ………………………… …………………….

Negatieve punten

(Kijk naar vraag 3 en 4) …………………. ……………………….. …………………….

…………………. ……………………….. …………………….

Nederland

(Kijk naar vraag 5) …………………. ……………………….. …………………….

…………………. ……………………….. …………………….

Ik woon nu een tijdje in Nederland en ik heb nu een ………………… (1) de Nederlanders. Over het algemeen denk ik vrij ………………………. (2) over hen. Ik zal uitleggen waarom.

De meeste Nederlanders vind ik …………………. (3). Als je een gesprek met hen voert, reageren ze op een ………………… (4) manier. Ze willen bijvoorbeeld ………………… (5) met buitenlanders praten. Ze voelen ……………… (6) behoefte om met andere culturen contact te hebben.

Ik denk dat Nederlanders …………………….. (7) zijn. Ze ……………………. (8) om een kopje koffie bij hen thuis te komen drinken. En als je hulp nodig hebt, blijken ze erg ……………………. (9) te zijn.

Er is een ding waar ik in Nederland erg ……………… (10) van word en dat is het bestaan van zoveel …………………. (11). Daaruit blijkt dat de banden tussen mensen heel ……………. (12) zijn. Verder ………………….. (13) andere culturen. Hun eigen cultuur zullen ze …………………. (14). Nederland is een vlak land. Mijn eigen land is ……………………. (15). Daar zijn namelijk ………….…. (16) bergen.


Opdracht 4

Wordt er in de volgende zinnen een mening of feit gegeven?


  1. Ik vind dat je me niet hoeft te bedanken voor zoiets kleins. Dat is echt niet nodig.

mening/feit

  1. Ik denk dat jij mijn boek kwijt gemaakt hebt.

mening/feit

  1. Alle rechten van de mensen die in Nederland wonen, staan in de grondwet.

mening/feit

  1. Het uitzicht vanuit mijn kamer is volgens mij het mooiste uitzicht van de stad.

mening/feit

  1. Nederland is een vlak land. Dat is een van de redenen waarom je er goed kunt fietsen.

mening/feit

  1. Bij de verkiezingen hebben de socialisten 46% van de stemmen gekregen.

mening/feit

  1. Vorig jaar is er een vereniging opgericht die tegen racisme strijdt.

mening/feit

Opdracht 5

In het verhaaltje hierna kunt u uw eigen mening over Nederland geven. Kies steeds een van de twee mogelijkheden en vul in. In principe zijn beide mogelijkheden goed maar u moet er wel voor zorgen dat het een begrijpelijk verhaal wordt.
A B
1. band met indruk van

2. positief negatief

3. vriendelijk brutaal

4. leuke vreemde

5. juist niet

6. een geen

7. gastvrij niet gastvrij

8. nodigen je uit nodigen je nooit uit

9. behulpzaam egoïstisch

10 triest vrolijk

11. bejaardenhuizen verenigingen

12. sterk zwak

13. verdedigen Nederlanders zich tegen zijn Nederlanders tolerant tegenover

14 houden kwijtraken

15. net zo niet zo

16 wel geen




Aftekenlijst boekje 8

Presentatie/prestatie




Kan ik nog niet.

Kan ik een beetje.

Kan ik goed.

Spreken/luisteren/gespreksvoering










Ik kan praten over mijn gevoelens.










Ik kan vertellen wat er gisteren is gebeurd.










Ik kan kritiek geven en uitleggen waarom ik kritiek heb.










Ik kan op een goede wijze reageren op kritiek.










Schrijven










Ik kan vooraf vragen opschrijven (voor een vergadering).










Ik kan een enquete invullen.










Lezen










Ik kan een stukje tekst voorlezen.










Ik kan vragen beantwoorden over een tekst uit het boek.










Luisteren










Ik kan naar een lied uit het boek luisteren en vragen over het lied beantwoorden.










Ik kan naar een ander luisteren als hij over zijn gevoelens praat en hierop reageren.










Dictee










Ik kan 20 woorden van de woordenlijst foutloos opschrijven.










Ik kan 5 zinnen uit dit boekje opschrijven.













Bronnenboekje 8 vrijdag 22 juli 2016


1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina