Naast hekserij zijn er nog een groot aantal bovennatuurlijke fenomenen, waarvan we vaak horen, maar waarvan we toch niet goed weten wat ze precies inhouden. We zetten ze even voor jullie op een alfabetisch rijtje. Amuletten



Dovnload 110.98 Kb.
Pagina1/3
Datum25.08.2016
Grootte110.98 Kb.
  1   2   3
Naast hekserij zijn er nog een groot aantal bovennatuurlijke fenomenen, waarvan we vaak horen, maar waarvan we toch niet goed weten wat ze precies inhouden. We zetten ze even voor jullie op een alfabetisch rijtje.
Amuletten
Amuletten of ‘gelukshangers’ zijn voorwerpen die ofwel hun eigenaar geluk brengen of hem tegen kwaad beschermen. Ze kunnen gedragen worden of bewaard worden op een passende plek - bijvoorbeeld boven de haard. In de moderne westerse samenleving zijn de meest voorkomende amuletten het hoefijzer (ijzer verslaat demonen) en de konijnenpoot. De veronderstelde kracht van amuletten schijnt niet in het voorwerp zelf te schuilen maar in de eigenaar, die de amulet gebruikt als focus voor zijn psychische beschermende energieën.
Aura
Levende wezens worden door een elektrisch energieveld omgeven. In de jaren '30 slaagde Harold Saxton Burr erin de 'levensvelden' door middel van elektrische apparatuur te meten; hij kon aantonen dat het levensveld (of L-veld) van een boom wisselde al naargelang de zonnevlekactiviteiten en de fasen van de maan. Aan het einde van de jaren '30 dachten de Kirlians dat zij erin geslaagd waren deze L-velden te fotograferen.

Het denkbeeld van een vitale 'aura' gaat vele duizenden jaren terug: de oude Egyptenaren omgaven op afbeeldingen de hoofden van goden of belangrijke mensen soms met halo's; zo ook de Hindoes, Grieken en Romeinen; christelijke heiligen worden eveneens traditioneel afgebeeld met een aureool. Vele eeuwen hebben occultisten en mystici geschreven over een halo dat het gehele menselijke lichaam omgeeft. Phoebe Payne beschrijft in één van haar boeken hoe zij als kind gekleurde uitstralingen om levende wezens kon zien en dacht dat iedereen dat ook zag. Dr. Karagulla, een psychologe, begon een onderzoek naar wat zij 'hogere zintuiglijke waarneming' noemde; zij kwam tot de overtuiging dat een groot aantal gewone huisartsen over het vermogen beschikte het 'levensveld' van hun patiënten te zien, en aan de hand daarvan diagnoses stelde.

In de negentiende eeuw werd het denkbeeld van een vitale aura voor korte tijd wetenschappelijk bespreekbaar door een publicatie over het magnetisme, waarin proefnemingen werden beschreven met 'zieke mediums' die allen een rood licht zagen komen uit de zuidpool van een magneet en blauw licht uit de noordpool. Helderzienden konden de aanwezigheid van een magneet door dikke muren heen waarnemen, zelfs wanneer zij sliepen. Men ontdekte dat zij ook licht konden zien stromen uit kristallen en vingertoppen.

Rond 1900 trachtte dr.Kilner in Londen de 'aura' wetenschappelijk te bestuderen. Hij beweerde dat wanneer men een mens die tegen een zwarte achtergrond staat door glas, gekleurd met een cyaninekleurstof, bekijkt, de aura die het lichaam omgeeft in drie afzonderlijke lagen gezien kan worden. Hij vond de 'Kilnerbril' uit, die iedereen in staat zou stellen deze aura te zien. Kilner zei dat het lichaam in de eerste plaats door een donkere laag omgeven wordt, waaromheen de 'eigenlijke aura' in twee lagen kan worden gezien. Na zijn dood in 1920 raakte zijn werk in diskrediet.

Dr. Karagulla kwam tot de slotsom dat het lichaam wordt omgeven door een fysisch energieveld, met daaromheen een emotioneel veld dat zich ongeveer 45 cm uitstrekt en ten slotte een mentaal veld, dat zich nog eens zo'n 15 cm uitstrekt. Deze theorie stemt overeen met de hindoe-opvatting dat de mens als een energietransformator beschouwd kan worden, die zijn energie op dezelfde manier opvangt als een radioantenne dat doet met signalen uit de omgevende 'ether'. Wetenschappelijk bewijsmateriaal duidt steeds meer in de richting dat de 'aura' werkelijk bestaat - hoewel er hier de nadruk op moet worden gelegd dat hier geen 'occulte' gevolgtrekkingen aan verbonden kunnen worden.

Automatisch schrijven
Het spreken en schrijven in trancetoestand werd aan het einde van de 18e eeuw populair, zelfs toen werd erkend dat veel van het materiaal uit de onderbewuste geest van de spreker of schrijver kwam. Maar sommige geschriften heetten het dictaat van geesten te zijn.

In 1852 vond Planchette een potlood op wieltjes uit om het automatisch schrijven te vergemakkelijken, en dit werd buitengewoon populair. Het ouija-bord (van oui en ja, Frans en Nederlands voor ja), een driepoot op rollers, die zich onder de druk van de hand beweegt om verschillende letters aan te wijzen, was ook veel in gebruik. Het was een ouija-bord dat tijdens een 'seance' in St. Louis in 1913 te kennen gaf een geest te zijn die Patience Worth heette; het dicteerde enkele interessante historische romans, waarvan het inzicht in vroegere tijdperken geschiedkundigen intrigeerde; volgens hen ging dit de vermogens van het 'medium' waardoor het ontvangen werd verre te boven. Zoals zo veel automatische schrifturen zijn de romans van Patience Worth waarschijnlijk in hoofdzaak van belang als bewijs van de opmerkelijke vermogens van het onderbewuste.


Bezetenheid
Volgens de psychiater William Sargant was 'bezetenheid' een klinisch probleem en verder niets. In een groot aantal gevallen is dit ongetwijfeld waar, zoals Aldous Huxley duidelijk maakte in ‘De duivels van Loudon’, waarin de nonnen die kronkelend over de vloer in hun klooster godslasteringen uitten, ongetwijfeld alleen maar 'bezeten' waren van een onbewust seksueel verlangen naar hun geliefde biechtvader Urbain Grandier. Hun gedrag kwam overeen met dat van moderne tieners bij een popconcert.

Maar niet elke bezetenheid kan zo eenvoudig worden verklaard. Om te beginnen bestaat er interessant bewijsmateriaal voor wat 'de overdracht van persoonlijkheid' genoemd zou kunnen worden. In 1877 begon de dertienjarige Lurancy Vennum geregeld stuiptrekkingen te krijgen en in trance te geraken. Onder hypnose vertelde zij de dokter dat zij problemen had met boze geesten, maar dat een 'engel' die Mary Roff heette, had aangeboden haar te beschermen. Al spoedig begon Lurancy gedetailleerde herinneringen te krijgen uit het leven van Mary Roff, een meisje dat in dezelfde stad, Watseka, gestorven was, een jaar nadat Lurancy werd geboren. Mary Roffs familie was zo overtuigd door deze 'herinneringen' dat Lurancy bij hen mocht komen wonen; na drie maanden hield de 'bezetenheid' op en kon Lurancy weer terug naar huis. Het geval is bijzonder goed gedocumenteerd, evenals een overeenkomstig geval, dat van Jasbir Lal Jat (zie *reïncarnatie). Het is vermeldenswaardig dat in beide gevallen de 'bezittende' persoonlijkheid stierf nadat de 'bezeten' persoon geboren werd.

Gevallen van multipele persoonlijkheid bieden vaak hetzelfde interessante probleem, namelijk dat een van de 'persoonlijkheden' vaak veel rijper is dan de patiënt zelf. Jung beschouwde van nabij het geval van een nichtje, dat in trance kon geraken en dan met verschillende stemmen sprak, sommige mannelijk. Een persoonlijkheid, een vrouw die Ivenes heette, gaf voor 'de ware S.W.' te zijn (de initialen die Jung zijn nichtje gaf) en was duidelijk veel 'volwassener' dan het vijftienjarige meisje. Zij stierf overigens toen zij in de twintig was, hetgeen Jung ertoe bracht zich af te vragen of zij haar eigen dood voorzag en dit min of meer compenseerde door haar 'toekomstig zelf' een kans op leven te geven. Veel gevallen van zogenaamde bezetenheid zijn ongetwijfeld een soort 'Poltergeistverschijnsel'. De roman ‘De exorcist’ is gebaseerd op het geval van Douglas Deen, een veertienjarige jongen uit Washington. Allerlei soorten poltergeistverschijnselen vonden in zijn huis plaats - aardewerk dat kapot werd gegooid, meubelen die uit zichzelf bewogen enzovoort. Terwijl hij sliep, ging zijn bed hevig schudden; toen pogingen tot uitdrijving gedaan werden, begon de jongen te vloeken en schelden. De priester die het exorcisme uitvoerde, zegt dat Douglas vaak in het Latijn sprak, hoewel hij die taal nooit had geleerd. Maar afgezien hiervan - hij zou onbewuste herinneringen kunnen hebben aan Latijn dat hij eens gehoord had - klinkt het geval toch als een typisch poltergeistverschijnsel, dat bijna zeker voortkomt uit dat 'andere zelf' in de rechterhersenhelft.

Als wij de mogelijkheid van leven na de dood kunnen aanvaarden, worden veel gevallen zeker gemakkelijker te verklaren. Alan Vaughan beschreef in ‘Patterns of Prophecy’ hoe hij 'bezeten' werd door de 'geest' van een huisvrouw in Nantucket, nadat hij enkele keren een ouija-bord had gebruikt; ten slotte werd hij 'ontzet' met behulp van een andere 'geest' die door een vriend was opgeroepen. Interessant is dat hij op het moment van de ‘ontzetting’ plotseling in de toekomst kon zien. Wij moeten ook de mogelijkheid onder ogen zien dat er sprake kan zijn van zoiets als bezetenheid door vreemde entiteiten. Velen die uittredingen hebben meegemaakt, vermeldden ontmoetingen met onaangename of kwaadaardige entiteiten in hun 'lichaamloze' toestand.

Maar in de meeste gevallen van bezetenheid moet een oordeel open blijven. Het geval van Michael Taylor, uit Barnsley in het Engelse Yorkshire, is typerend. In september 1974 werden Taylor en zijn vrouw Catherine lid van een christelijke broederschap. Op een bijeenkomst van deze groep begon een tweeëntwintigjarige onderwijzeres, Marie Robinson, 'in tongen te spreken', waarna een groepsexorcisme plaatsvond waarbij ook Taylor 'in tongen' begon te spreken - een verschijnsel dat als glossolalie bekend staat. Enkele dagen later verkondigde Taylor - die een depressie had omdat hij geen betrekking kon vinden - dat hij door de duivel bezeten was; hij werd gewelddadig en lawaaiig. Ten slotte besloot de plaatselijke dominee dat hij van boze geesten bevrijd moest worden, en zes geestenuitdrijvers voerden zes uur lang ceremonies uit in de sacristie van de kerk. Volgens hen hadden zij Taylor van minstens veertig duivels bevrijd. Maar toen Taylor met zijn vrouw naar huis terugkeerde, viel hij haar aan en rukte haar tong en ogen uit; naderhand werd hij naakt en bewusteloos op straat gevonden. Berecht wegens moord op zijn vrouw, werd hij onschuldig bevonden en naar Broadmoor (misdadigerskrankzinnigengesticht) gestuurd. Maar klaarblijkelijk hadden de 'demonen' hem verlaten. Naderhand werd hij vrijgelaten om voor zijn kinderen te zorgen.

In Chicago begon onlangs een vrouw uit de Filippijnen, getrouwd met een arts, te spreken met de stem van een Filipinoverpleegster, Teresita Basa, die door een onbekende aanvaller in haar flat was vermoord en zij noemde de naam van de moordenaar. De man - Allen Showery, een collega van de vermoorde vrouw in het Edgewaterziekenhuis - werd gearresteerd, bekende, en werd berecht, waarbij het getuigenis van de doktersvrouw werd toegelaten.


Dromen en visioenen
In maart 1893 getroostte V. Hilprecht van de universiteit van Pennsylvania zich enorme inspanning om een spijkerschrifttekst op twee kleine stukjes agaat te ontcijferen. Uitgeput ging hij naar bed en droomde dat een priester van Nippoer hem een schatkamer binnenleidde, waarin een houten kist stond en stukjes agaat en lapis lazuli op de grond lagen. De priester zei hem dat de twee fragmenten die hij op twee afzonderlijke bladzijden van zijn boek gepubliceerd had in feite samenhoorden en dat het geen vingerringen waren. Het waren oorringen, uit een votiefrol gesneden; en volgens de priester moest er ergens nog een derde stuk van de rol zijn. Hilprecht werd wakker en haastte zich naar zijn eigen boek. En inderdaad zag hij op de twee genoemde bladzijden twee fragmenten die samenpasten; bovendien bevestigde de inscriptie wat de priester had gezegd.

Hier hebben wij blijkbaar een voorbeeld van het vermogen van 'onbewuste waarneming' in dromen - het onderbewuste van Hilprecht had opgemerkt dat de twee fragmenten bij elkaar hoorden. Maar deze theorie verklaart één vreemd feit niet. Later dat jaar vond hij in het museum van Constantinopel het derde fragment. Het is voorstelbaar dat zijn onderbewuste het verband tussen de twee fragmenten had opgemerkt; maar hoe wist het van het bestaan van een derde fragment af?

Freuds erkenning dat dromen uitingen van het onderbewuste zijn, betekende een fundamentele doorbraak. Maar de erkenning, veel later, dat de rechter- en linkerhersenhelften verschillende functies hebben, was misschien nog belangrijker, want daaruit vloeide het besef voort dat terwijl 'jij' in de linkerhelft woont, het 'rechterego' feitelijk iemand anders is. Bovendien bestaat er bewijs voor het standpunt dat deze andere persoon toegang heeft tot paranormale informatie en paranormale vermogens kan uitoefenen (zie: wichelroedelopen, poltergeistverschijnselen,) . De 'visionaire gave' heeft uiteraard nauwe verwantschap met het dromen. William Blake zei dat hij de onderwerpen van zijn tekeningen zelfs pure fantasieonderwerpen, zoals de geest van een vlo - zo duidelijk kon zien alsof zij aanwezig waren.

Zo kon de uitvinder Tesla in zijn hoofd berekeningen op een schoolbord maken, en zijn uitvindingen zo duidelijk visualiseren dat ze volkomen echt leken. In beide gevallen waren de vermogens van de rechterhersenhelft abnormaal ontwikkeld - of misschien kwam de linkerhelft minder tussenbeide. Tesla stierf in zijn kinderjaren bijna aan een ernstige ziekte; het is opmerkelijk dat zo veel helderzienden hun vermogens ten gevolge van ziektes of ongelukken verkregen.

Voorspellende dromen zijn uitvoerig bestudeerd.

P.D. Ouspensky raakte in 'occulte' onderwerpen geïnteresseerd doordat hij al in zijn jeugd belang stelde in dromen. Hij ontdekte dat het mogelijk was in een halve waaktoestand te blijven waarin dromen gewoon doorgingen en bestudeerd konden worden (de 'halfslaap'). Ouspensky's besef dat dromen gewoon doorgaan terwijl wij blijkbaar 'klaarwakker' zijn, bereidde hem voor op de stelling dat mensen in essentie slapen, zelfs wanneer zij denken wakker te zijn.

Een belangrijke studie over dromen werd in 1913 gepubliceerd door de Nederlandse schrijver en zenuwarts Frederik van Eeden. Hij zei dat zijn eigen lucide dromen vaak gedurende meerdere nachten werden voorafgegaan door dromen over vliegen. In een van de heldere dromen, waarin hij prachtige landschappen zag die volkomen werkelijk leken, zei iemand hem dat hij van een grote som geld beroofd zou worden, een voorspelling die juist bleek. Van Eeden merkte ook op dat als hij droomde op zijn buik te liggen - terwijl hij wist dat hij op zijn rug in bed lag, hij zelf langzaam wakker werd en de gewaarwording meemaakte van het ene lichaam - dat op zijn buik lag in het andere te glijden. Dit overtuigde hem van het bestaan van wat hij 'het droomlichaam' noemde.

Hij ging ingespannen proberen heldere dromen op te wekken door er geconcentreerd aan te denken voordat hij in slaap viel. Al spoedig kreeg hij dit onder de knie en hij raakte ervan overtuigd dat zijn 'droomlichaam' in deze toestand ook werkelijk andere plekken bezocht.


Dubbelgangers
Dubbelgangers, ‘verschijningen van levende mensen’ zijn de meest bekende, maar ook de meest raadselachtige vormen van 'verschijningen' ( zie spoken). De Engelse occultist Lewis Spence heeft de dubbelganger beschreven als 'de etherische tegenhanger van het fysieke lichaam, die zich ... tijdelijk in de ruimte kan ophouden. . .' In zijn autobiografie schrijft de Ierse dichter W.B. Yeats: 'Op een middag ... dacht ik heel intens aan een medestudent voor wie ik een boodschap had. Na enkele dagen kreeg ik een brief afkomstig van een plaats op honderden kilometers afstand, waar de student zich bevond. Op de middag dat ik zo intens aan hem had gedacht was ik daar plotseling tussen een menigte mensen in een hotel verschenen en ik scheen zo solide alsof ik van vlees en been was. Mijn medestudent was de enige die me had gezien, en hij had me gevraagd terug te komen als de anderen weg waren. Ik verdween daarop, maar kwam midden in de nacht terug om hem de boodschap te geven. Zelf had ik geen idee van beide verschijningen.' Op het eerste gezicht klinkt dit alsof Yeats' verlangen de boodschap over te brengen telepathisch contact met de student had teweeggebracht, maar aangezien hij - op verzoek - terugkwam om de boodschap over te brengen, lijkt dit onwaarschijnlijk. De 'dubbelganger' gedroeg zich als iemand met een eigen wil. En dat is in dergelijke gevallen een van de vreemdste problemen: het lijkt alsof de 'dubbel' geen enkel verband heeft met het bewuste ego, en hem zelfs moeilijkheden en last kan veroorzaken.

Emilie Sagée, een aantrekkelijke Franse schooljuffrouw, raakte tussen 1829 en 1845 achttien keer haar baan kwijt, omdat haar 'astrale dubbel' de gewoonte had naast haar te verschijnen, tot grote schrik van haar leerlingen. Tijdens een van deze gelegenheden was Emilie in de tuin, voor iedereen zichtbaar, bloemen aan het plukken. Plotseling verscheen de vorm van Emilie in de stoel van een lerares die even was weggegaan. Twee meisjes probeerden haar aan te raken, en zeiden dat zij als mousseline aanvoelde. Emilie zei later dat zij de klas had binnengekeken, had opgemerkt dat de lerares was weggegaan en zich bezorgd had gemaakt over de orde; klaarblijkelijk was de 'dubbel' dus een spontane 'projectie', ongewild en niet bedoeld. Een meisje had opgemerkt dat de 'echte Emilie' in de tuin heel bleek was geworden toen haar dubbel in de klas verscheen.

Zo wist ook de Engelse romanschrijver Cowper zich te projecteren in de huiskamer van zijn Amerikaanse vriend en collega. Zij hadden samen gegeten en de vriend ging gehaast weg om de trein terug naar zijn woonplaats te halen. Bij het weggaan zei hij tot Dreiser dat hij naderhand weer zou 'verschijnen'. Dreiser dacht dat hij een grapje maakte. Twee uur later keek Dreiser van zijn boek op en zag Cowper in de deuropening staan. Hij stond op en zei: 'Wel, je hebt je aan je woord gehouden - maar zeg me nu hoe je dat deed.' Toen hij naar Cowper toeliep, verdween deze. Hij belde ogenblikkelijk Cowper thuis op, maar deze weigerde, toen en ook later, te zeggen 'hoe hij dat deed'. Als theorie bij de al genoemde hypothese betreffende 'links en rechts' zouden wij kunnen zeggen dat 'dubbelgangers' in principe beelden zijn die door de rechterhersenhelft op het onbewuste worden geprojecteerd.
Galactische Club
Als er buitenaardse beschavingen zijn, waar zijn zij dan allemaal? Een antwoord is dat als zij van ons af weten, zij zich opzettelijk onthouden van antwoorden. Ronald Bracewell heeft geopperd dat er een Galactische Club zou kunnen bestaan, een alliantie van intelligente levensvormen die gewend zijn geraakt aan het verschijnen van nieuwe beschavingen. Daardoor zouden zij er ook de nodige ervaring mee hebben en zouden zij willen vermijden een verrijzende beschaving te vernietigen door een te vroeg contact: er zijn talloze voorbeelden in onze eigen recente geschiedenis van primitieve samenlevingen die verwoest werden door de aanraking met meer geavanceerde beschavingen. Er is geopperd dat, als de Galactische Club van ons af weet, zij kan wachten totdat wij problemen als overbevolking en oorlog, die onze beschaving kunnen vernietigen, hebben opgelost, alvorens ons te beschouwen als geschikt voor contact, net zoals mensen aan bepaalde eisen moeten voldoen voordat zij kunnen worden toegelaten tot een universiteit.

Het is best mogelijk dat een buitenaardse beschaving op dit ogenblik een radioboodschap naar ons uitzendt, maar onze kansen deze te ontvangen zijn gering. Er zijn immers duizenden sterren waar zo’n boodschap vandaan zou kunnen komen, en bovendien weten we niet op welke golflengte wij moeten luisteren. En eigenlijk doen we ook niet veel moeite om signalen te ontvangen. Wel zijn er plannen gemaakt voor een stelsel dat meer dan duizend radiotelescopen zou omvatten, maar tot op vandaag is het idee nog niet uitgewerkt.


Handleeskunde
Het lezen van de hand is een oude occulte wetenschap die gebaseerd is op de studie en interpretatie van de lijnen in de handpalmen en de vleeskussentjes bij de vingers en de duim. Chirologen leggen er de nadruk op dat het ingewikkeld is, dat interpretaties op een combinatie van factoren gebaseerd zijn, dat de lengte van een lijn of de verdikking van een vleeskussentje op zichzelf niet voldoende is om het karakter en de bestemming van iemand te beoordelen, en dat een grondige lezing de karakteristieken van beide handen in ogenschouw moet nemen.

Als wij dit in gedachten houden, kunnen wij de eerste principes van het handlezen beschouwen, gebaseerd op de interpretatie van de vier belangrijke lijnen die in de handpalm gegrift zijn. Relevante factoren zijn lengte en diepte, of zij recht zijn dan wel afwijken, en of zij door andere lijnen gekruist worden.

In het algemeen duidt een lange en diepgegroefde levenslijn, die zich met een bocht uitstrekt van ongeveer het midden van de handpalm tussen de duim en de wijsvinger tot ongeveer het midden van de pols, op een tendens tot lang leven en een sterk gestel. Als de lijn rechtuit loopt, wijst dat op een koude en zelfzuchtige instelling, en als de lijn door andere gekruist wordt, duidt dat op het voorkomen van belemmeringen en hinderpalen in het leven. Soms is de lijn gebroken, en dit duidt op het voorkomen van ernstige ziekten gedurende het leven.

De lotslijn wordt niet in alle handen aangetroffen, en soms slechts in een van de handen. Als dit de linkerhand is, wil dit zeggen dat iemand zijn eigen lot zal vormen, en als het de rechterhand is, geeft dat aan dat zijn leven zal worden bepaald door omstandigheden en erfelijke invloeden.

Als iemands hoofdlijn recht over de handpalm gaat, zal hij geneigd zijn een realistische instelling te hebben; als deze met een bocht omlaag gaat, zal hij waarschijnlijk en creatief type zijn.

De lengte van de hartlijn toont de mate van gevoeligheid aan. Omlaaggaande lijnen duiden op het voorkomen van afgebroken verhoudingen, terwijl opgaande lijnen wijzen op een neiging vrienden te maken en te houden.


Helderziendheid
Helderziendheid stelt iemand in staat dingen te zien die in feite niet voor de gezichtszintuigen aanwezig zijn. De welbekende helderziende Bert Reese werd wegens 'orde verstorend gedrag' gearresteerd en bevolen zijn vermogens ter plekke te tonen. Hij vroeg de rechter iets op drie papiertjes te schrijven, die tot propjes te vouwen en ze goed door elkaar te schudden; daarna werd de rechter gevraagd elk propje afzonderlijk tegen het voorhoofd van Reese te houden. Reese kon vertellen wat er op elk van de drie papiertjes stond. Hij werd vrijgesproken.

Helderziendheid is slechts een ontwikkelde vorm van intuïtie van de rechterhersenhelft. Als deze theorie correct is, is die 'ander' die in de rechterhersenhelft woont, van nature helderziend. Maar zijn inzichten worden door het 'praktisch' ego van de linkerzijde onderdrukt, dat zich slechts om het heden bekommert. Om helderziende vermogens te activeren volstaat het - in theorie - slechts de tussenkomst van de linkerhersenen te onderdrukken door deze tot rust te 'sussen'.

De oudst bekende methode om dit te doen was het staren in water, of in een kaarsvlam. Het is duidelijk dat deze methoden neerkomen op zelfhypnose; het is dus niet verrassend dat hypnose even goed werkt. Dit werd in het begin van de 19e eeuw ontdekt. Puységur, de ontdekker van de hypnose, constateerde dat deze telepathie of helderziendheid kon teweegbrengen; hij bracht bijvoorbeeld een meisje, Madeleine, in trance, om dan zelf naar een voorwerp in de kamer te staren. Madeleine ging er dan met dichte ogen heen en raakte het aan. Strenge controles overtuigden sceptici dat er geen trucs in het spel waren. (Een van hen staarde haar een paar seconden aan waarna zij, als reactie op een mentaal bevel, drie schroefjes uit zijn zak haalde.)

Een van de bekendste hypnotische mediums was Alexis Didier. Zijn vader was gehypnotiseerd geweest en raakte vaak spontaan in trance. Didier ontdekte dat als zijn vader hardop de krant las terwijl hij in trance raakte, hij gewoon door bleef lezen als de krant hem werd afgepakt. Didier zelf kon geblinddoekt kaartspelen. Hij gaf ook demonstraties van helderziende reizen, waarbij hij de woning van zijn ondervrager betrad en deze in details beschreef.

In het midden van de 19de eeuw had de medische wereld als mening aangenomen dat het onzin was te veronderstellen dat hypnose paranormale vermogens kon teweegbrengen - een bewering die in de meeste moderne werken over hypnose nog kan worden aangetroffen.



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina