Nagalmtijd in de Praktijk Deel 3: nagalmbeheersing



Dovnload 39.38 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte39.38 Kb.

Nagalmtijd in de Praktijk

Deel 3: nagalmbeheersing

Toine Dingemans – SoundScapeS

Januari 2006


De Target voor de Nagalmtijd

De praktijk van nagalmbeheersing richt zich op het realiseren van een target – een ideale nagalmtijd voor de specifieke ruimte die men wil “dressen” of akoestisch aankleden. In deel 1 en 2 is aangegeven dat het gebruiksdoel van een ruimte deels bepalend is voor de target van de ideale nagalmtijd. Voor een HT-ruimte ligt deze nagalmtijd ongeveer 0,2 seconden onder die welke voor een tweekanaals luisterruimte ideaal is. Het betreft hier uiteraard ruimtes in de huiselijke sfeer en niet een concertzaal waar nogal andere normen kunnen gelden. Nu lijkt 0,2 seconden verschil helemaal niets, maar het gaat hier toch om een reductie van om en nabij de 50%, aangezien 0,5 seconden een voor stereo luisterruimtes een normale maximumwaarde is, terwijl 0,25-0,3 seconden voor HT de norm is in het middengebied en het hoog. De waarden voor het lage middengebied en het laag mogen eventueel oplopen naar 0,8 voor stereo en 0,6 voor HT.





fig.1--- de target voor een voorbeeldruimte van 75 kuub

Behalve het gebruiksdoel is ook gesteld dat de inhoud van de ruimte zelf bepalend is voor wat als ideale nagalmtijd in een target kan worden omschreven. Bij een grote ruimte (> 150 kuub) zal de target een procent of 30 hoger kunnen liggen dan in een gemiddelde ruimte (tot 100 kuub), terwijl in een kleine ruimte (50 kuub of kleiner) de nagalmtijd navenant korter mag zijn.




Op Weg naar de Target.

Voor het realiseren van de target voor de nagalmtijd is het nodig om allereerst te achterhalen hoe de huidige situatie i.v.m. de nagalmtijd er uitziet. Dat kan aan de hand van daadwerkelijke nagalmmetingen op locatie gebeuren, maar het kan ook aan de hand van een serie berekeningen op basis van de formule van Sabine.

In beide gevallen is het doel en resultaat in principe hetzelfde: het zo accuraat mogelijk weergeven van de uitgangssituatie. Men is sowieso volledig aangewezen op berekeningen indien de ruimte in kwestie nog niet bestaat – meten heeft dan hooguit zin ter controle achteraf. Wanneer de ruimte al wel bestaat is het altijd zinvol om voor het dressen zowel echte nagalmmetingen te verrichten als om middels berekeningen te bekijken hoe de nagalmtijd zal zijn. Deze twee bronnen vullen elkaar goed aan.

fig.2--- bereken uw nagalmtijd…
Het allerbelangrijkste is een goede startsituatie.

Immers, het is vanuit die gemeten en/of gesimuleerde toestand dat de ruimte verder gaat worden aangekleed. Als de startsituatie foutief wordt ingeschat of berekend, bijvoorbeeld omdat de absorptiewaarden van de in de ruimte toegepaste oppervlakken en constructies niet bekend of onjuist zijn, dan zal de uitgangssituatie zonder enige twijfel ook behoorlijk kunnen afwijken van de werkelijkheid. Om deze reden zijn nagalmmetingen nuttig ter ondersteuning van de berekeningen. De grafiek hieronder laat een ruimte zien van 600x450x280cm die volledig is opgebouwd uit beton (vloer en plafond) en baksteen (de wanden). De wanden zijn afgewerkt met kalkpleister en daarna geschilderd met latex muurverf. Er is één toegangsdeur en er zijn verder geen ramen.




fig.3a---nagalmtijd kale voorbeeldruimte (beton en steen)
De afwezigheid van natuurlijke absorptie, van laag tot hoog, is zichtbaar. Het verkorten van de nagalmtijd met het stijgen van de frequentie is gebruikelijk. Omdat de grafiek bovenaan nog is begrensd op 9 seconden lijkt de target onderin nog erg ver weg.
Wanneer deze zelfde ruimte zou zijn uitgevoerd met een zwevende houten vloer boven een kruipruimte en een houten plafondconstructie op draagbalken, ontstaat een totaal andere startsituatie die hieronder in fig. 3b is weergegeven.


fig.3b---nagalmtijd kale voorbeeldruimte (‘zwevend hout’ en steen)
Niet alleen is de grafiek nu aan de bovenzijde nog slechts begrensd op 1,5 i.p.v. 9 seconden, maar hier wordt ook ineens de impact van selectieve absorptie zichtbaar. Beide ruimtes hebben exact dezelfde afmetingen, dus de natuurlijke absorptie van de basisconstructie van de ruimte is zeer bepalend voor de nagalmtijd waarmee de ontwerper begint te werken. Het spreekt vanzelf dat de te volgen strategie voor het realiseren van de juiste nagalmtijd in beide ruimtes volkomen verschillend zal zijn.
Vanuit genoemde startsituatie zal de ruimte verder worden aangekleed met inrichtingsstukken en akoestische hulpmiddelen. Bijna altijd is het zo dat de absorptiewaarden van de materialen voor aankleding door de fabrikant van het product worden verstrekt, zeer zeker indien het om speciale akoestische producten gaat en dat zal doorgaans het geval zijn. Dat betekent dat de absorptiewaarden van deze producten correct zijn en dat, indien de startsituatie ook correct is, de uiteindelijke eindsituatie met de bedoelde nagalmtijd – de target – ook correct zal worden gerealiseerd. De formule van Sabine klopt, maar de invulling ervan biedt uiteraard veel ruimte om de mist in te gaan omdat er veel factoren tegelijkertijd in samenkomen. Daarom moet er sowieso rekening worden gehouden met toleranties en op basis van ervaring met de materie ontwikkelt eenieder die zich hiermee bezighoudt een manier om hier correct mee om te gaan. Het is in principe beter om eerder wat te weinig dan teveel absorptie aan te brengen – om de berekeningen dus aan de veilige kant te houden, zodat de uiteindelijke werkelijke nagalmtijd eerder iets langer dan korter is als de berekende target. Het is achteraf gemakkelijker om absorptie toe te voegen dan om het weg te nemen.

De berekening en/of de meting van de nagalmtijd in een gegeven ruimte is dus het startpunt voor nagalmbeheersing, omdat duidelijk wordt waar de ruimte wel en waar deze niet een bruikbare mate van natuurlijke absorptie inbrengt. De twee kale voorbeeldruimtes met gelijke afmetingen en totaal verschillende constructie-eigenschappen (fig. 3a & b) hebben daardoor ook een totaal verschillende nagalmtijd, zelfs indien er geen uiterlijke waarneembare verschillen zijn. De wanden, de vloer en het plafond kunnen immers voor het zicht precies hetzelfde afgewerkt zijn. Onder deze afwerking bevindt zich de constructie van de ruimte zelf en die heeft een hele dikke vinger in de pap voor wat betreft de natuurlijke absorptie van een ruimte of diens afwezigheid!


Het komt ook wel voor dat de situatie uit fig. 3b ertoe leidt dat de constructie veel te veel laagfrequente energie afvangt waardoor er een “suckout” ontstaat – een veel te korte nagalmtijd in een vrij smal frequentiegebied. Als dat het geval is wordt het probleem erg gecompliceerd of zelfs onoverkomelijk, omdat het niet mogelijk is om verloren energie weer terug te halen. De enige oplossing is om de constructie zodanig aan te passen dat voorkomen wordt dat teveel energie verloren gaat en dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan.


fig.3c---nagalmtijd kale testruimte met bijna TEVEEL natuurlijke laagabsorptie
Op zichzelf is deze startsituatie nog niet eens zo slecht, aangezien hier ook het echte laag onder 100Hz door de constructie onder controle wordt gehouden en dat is dan weer een enorm verschil met fig. 3a, waar door totale afwezigheid van natuurlijke laagabsorptie de nagalmtijd vele malen te lang is en dus behoorlijk zware middelen gaat vereisen om in orde te komen. Middelen die het equivalent aan energie kunnen absorberen dat een houten vloer plus plafond tezamen van nature opnemen. Dat gaat verder dan een kleedje op de vloer en een tube trap in de hoek.

Voorkeur, Stijl, Budget.

Een ruimte geeft de ontwerper doorgaans alle ruimte om de nagalmtijd op wel 10 verschillende manieren prima in orde te krijgen. Elk van die 10 manieren levert uiteindelijk een goede eindsituatie op: een nagalmtijd die binnen de gestelde target valt. De tien wegen die naar Rome leiden leveren akoestisch gezien dezelfde eindsituatie op. Het verschil tussen deze wegen zit ‘m vooral in de eigenaar van de ruimte, die zijn voorkeur voor een bepaalde stijl van aankleding kenbaar maakt aan de ontwerper. Hij kan een voorkeur hebben voor een stijlvolle aankleding met veel edelhouten elementen, maar hij kan evengoed een voorkeur hebben voor warme stoffering of voor budgetoplossingen. Hij kan voornemens zijn om zelf aan de slag te gaan en zoveel mogelijk zelf te bouwen en te implementeren, maar hij kan ook gebruik maken van kant-en-klare producten of van diensten die op afspraak door een aannemer geleverd worden. Uiteindelijk is het beschikbare budget de werkelijke bepalende factor, omdat de kosten van de tien wegen heel sterk uiteen kunnen lopen. Akoestisch verantwoorde wandaankleding kan minder dan 7 euro per m2 kosten, maar het kan ook 170 euro per m2 kosten, terwijl beide keuzes toch gewoon tot dezelfde nagalmtijd leiden. Het oog wil soms ook veel.

Een ontwerper van thuisakoestiek behoort mijns inziens de wens van de klant voorop te stellen. Het maakt hem immers niet uit of iemand voor veel of voor weinig geld zijn ruimte wil verbouwen; voor de ontwerper telt in principe enkel de eindsituatie die akoestisch correct en overeenkomstig de gestelde target behoort te zijn. Dat klinkt simpeler dan het is. Weliswaar zijn er heel veel mogelijkheden, maar elke keuze voor één van die mogelijkheden zal 90 andere daarmee onbruikbaar maken. Je kunt bijvoorbeeld niet kiezen voor hoogpolig tapijt en tegelijkertijd ook voor textielwanden, omdat het zeer waarschijnlijk zal resulteren in een overgedempt hoog en hoogmidden. De belangrijkste keuzes worden zodoende al meteen aan de basis gemaakt.

De Basis is de Vloer.

Voor mij als ontwerper van akoestische infrastructuren is het belangrijkste uitgangspunt het idee dat de eigenaar heeft van zijn eigen, toekomstige ruimte. “Als akoestiek niet zou bestaan, hoe zou je ruimte dan eruit zien?” is de vraag die duidelijk maakt wat ik bedoel. Er volgen dan meestal een aantal ideeën die in het hoofd van de eigenaar zitten en die met name iets zeggen over het uiterlijk van de voltooide ruimte en natuurlijk over zijn budget daarvoor.



In de praktijk is het soort vloer dat in de ruimte zal worden aangebracht meestal welbewust door de eigenaar overdacht. De keuze voor een bepaald type vloer is fundamenteel en bepalend voor de rest van de akoestische aankleding. Omdat hoogpolig tapijt al zoveel hoog- en midhoogabsorptie introduceert dat de target voor frequenties boven 2,5 tot 3kHz daarmee al gerealiseerd is, zullen alle verdere maatregelen voor de wanden en het plafond gericht moeten zijn op het zoveel mogelijk ontzien van datzelfde midhoog en hoog om overdemping te voorkomen en het middel erger te maken dan de kwaal. In fig. 4a hieronder is in de voorbeeldruimte van fig.3a een zwaar (4kg/m2) wollen laagpolig (5mm) en kamerbreed tapijt gelegd op een dikke (8mm) rubber onderlaag. Het effect is enorm!


fig.4a---nagalmtijd voorbeeldruimte met zwaar kamerbreed tapijt
Hoewel het midhoog en hoog boven 3kHz aardig in orde is, net als in feite het hele middengebied vanaf 500Hz, is er in heel het gebied daaronder niets gebeurd. De ruimte was niet geschikt om in te luisteren, maar is dat nu nog altijd niet. De grafiek is aan de bovenkant nog altijd begrensd op 8,5 seconden…
Als puntje bij paaltje komt is tapijt op de vloer eigenlijk een beperkende factor voor de ontwerper, omdat die keuze meteen de toepassing van ± 60% van de beschikbare akoestische materialen onmogelijk maakt voor toepassing op de resterende wanden, vanwege het gevaar van overdemping van hoog en hoogmidden. Omgekeerd is het dan ook zo dat de keuze voor een akoestisch harde vloer, zoals hout, laminaat, vinyl/marmoleum, kurk, linoleum, natuursteen, siergrind en nog wat andere varianten de ontwerper meer vrijheid geeft bij de aankleding van de resterende wanden en het plafond. Geen van deze harde vloeren absorbeert, net als de ruwe betonvloer, veel meer dan 10% en reflecteert dus 90% van het opvallende geluid. Absorptie van midhoog en hoog zal nu ook via de wanden en/of het plafond moeten plaatsvinden omdat het nu niet, in tegenstelling tot tapijt, via de vloer zelf al grotendeels heeft plaatsgevonden. In fig. 4b hieronder is in de kale testruimte van fig. 3a een laminaatvloer aangebracht. Nog altijd is de grafiek begrensd op 9 seconden en nog altijd is de nagalmtijd over de gehele linie veel te lang, maar alle wanden plus het plafond moeten nog behandeld worden en daarmee kan de eigenaar nu alle kanten op. Deze nagalmtijd is ongeveer gelijk aan die van de andere harde vloeren, hierboven opgesomd.




fig.4b---nagalmtijd voorbeeldruimte met laminaatvloer
De eerste echt concrete vraag van de ontwerper van een ruimte voor muziekweergave betreft de aankleding van de vloer, en wel zoals die door de klant bij voorkeur wordt gezien, gekoppeld aan de stijl van aankleding die in de ruimte moet worden gerealiseerd. In het algemeen is het heersende denkbeeld dat harde vloeren verkeerd zouden zijn voor de akoestiek en dat tapijt goed is, maar de realiteit staat hier dus vaak haaks op: voor de ontwerper legt de keuze voor een harde akoestische vloer minder beperkingen op aan de overige materialen die in de ruimte kunnen worden gebruikt. De aankleding van de vloer is daarom de fundamentele parameter in het beheersen van de nagalmtijd en de keuze is daarbij meestal geheel en al aan de eigenaar zelf. Nu is het in de praktijk bijna altijd zo dat bij toepassing van een harde vloer een groot kleed binnen de luisterdriehoek zal worden gelegd voor het locaal beheersen van vloerreflecties.

Vaste Elementen.

Behalve de uiteindelijke aankleding van de vloer – een laminaatvloer in onze voorbeeldruimte – zullen in de uitgangssituatie voor het berekenen van de nagalmtijd verder nog alle vaste elementen opgenomen moeten zijn. Hieronder versta ik alle meubels en inrichtingsstukken die door de eigenaar voorzien zijn in de voltooide ruimte. Deze oefenen soms een behoorlijke impact uit op de nagalmtijd en ze spelen als zodanig een actieve rol in het beheersen van de nagalmtijd. Het is niet verstandig om de vaste elementen pas in de berekeningen op te voeren als de optimalisatie klaar is, omdat de impact ervan zo groot kan zijn dat alle berekeningen moeten worden herzien. Net als de vloer dienen ook de vaste elementen zo vroeg mogelijk meegenomen te worden in het project, zodat ze niet aan het eind voor onverwachte verrassingen kunnen zorgen.

Vaste elementen zijn ook zaken als aanwezige ramen en deuren die soms wel, soms niet een merkbare invloed op de nagalmtijd hebben. Een toegangsdeur kan als een plaatabsorber werken en één enkele deur zal in een grote ruimte relatief weinig invloed uitoefenen op het totaalplaatje, maar twee deuren plus een fors raamoppervlak samen zullen ontegenzeglijk een zodanig grote hoeveelheid laagfrequente geluidsenergie omzetten, dat hun aan- of afwezigheid duidelijk in de nagalmtijd tot uitdrukking komt. Er was een klant die twee flipperkasten in zijn relatief kleine ruimte wilde plaatsen als decoratie. Nadere beschouwing van de absoberende eigenschappen van zoiets als een flipperkast bracht aan het licht dat twee van zulke forse inrichtingsstukken in een kleine ruimte behoorlijk veel laag zouden afvangen waardoor ze ongevraagd een actieve rol in de nagalmbeheersing gingen spelen, waar dankbaar gebruik van kon worden gemaakt.

Een ander voorbeeld van vaste elementen zijn mediaracks. Hoe en waar worden de cd’s, dvd’s en lp’s geplaatst in de ruimte? Als ontwerper is het nodig om een idee te hebben hierover, omdat vroeg of laat in het ontwerp een zekere ruimte voor deze media zal worden opgeëist. Ook hier is het idee van de eigenaar doorslaggevend.



De Feitelijke Beheersing van de Nagalmtijd.

Tot nu toe is er nog geen enkel akoestisch hulpmiddel opgevoerd; de constructie van de ruimte is, samen met de aanwezige ramen en deuren, verantwoordelijk voor een bepaalde breedbandige en frequentie-afhankelijke nagalmtijd. Tegelijkertijd is de fundamentele keuze voor vloeraankleding gemaakt en zijn de vaste elementen die hoe dan ook een plaats moeten krijgen in de ruimte meegenomen in de berekeningen, resulterend in wat eigenlijk de echte uitgangssituatie is voor de heersende nagalmtijd. Deze situatie dicteert precies wat er aan specifieke akoestische ondersteuning nodig is om de target te kunnen realiseren.


In de voorbeeldruimte in aanbouw waarin inmiddels een laminaatvloer ligt (fig.4b) zijn de volgende vaste elementen ondergebracht:


  • Vloerkleed, 300x200cm, wol, poolhoogte 19mm met ruglaag;

  • Drie fauteuils of een driezitsbank, gestoffeerd;

  • Twee mediaracks 200x100x35cm;

  • Audiorack, hardware, luidsprekers.

Dat zal bij benadering leiden tot de nagalmtijd in fig.5 hieronder.




fig.5---nagalmtijd voorbeeldruimte met vaste elementen: de feitelijke startsituatie
De impact van de vaste elementen maakt dat de grafiek nu nog maar is begrensd op 4 seconden. Tegelijkertijd is de target over de gehele linie een stuk dichterbij gekomen. Het terugbrengen van de nagalmtijd van 9 naar 4 seconden door de introductie van de vaste elementen lijkt een fluitje van een cent. Maar naarmate de nagalmtijd korter wordt blijkt het steeds moeilijker te zijn om daar nog wat vanaf te snoepen. In het begin gaan de seconden er snel af, maar dat gaat steeds moeilijker en kritischer worden. Nog een goede reden om de vaste elementen al in een zo vroeg mogelijk stadium in de berekeningen mee te nemen. Ze horen immers bij de standaarduitrusting van de ruimte.
Beheersing van de nagalmtijd vereist ook dat specifieke akoestische hulpmiddelen op de juiste plek worden ingezet. Voor de formule van Sabine maakt het niet uit waar men basstrap-oppervlak inzet, maar voor de praktijk maakt het alles uit! Inzet van basstraps geschiedt in principe vanuit de hoeken en daarvoor zijn goede natuurkundige redenen op te voeren. Het is strikt genomen wel mogelijk om ook elders basstraps in te zetten, maar hun rendement zal zonder meer kleiner zijn dan inzet van precies hetzelfde element in een echte hoek van de ruimte. Berekeningsresultaten alleen zijn daarom niet voldoende garantie dat een target ook echt gehaald wordt.
Een ander voorbeeld van plaatsgebonden inzet speelt bij specifieke hoogabsorptie. Soms is het nuttig om die absorptie te concentreren in een beperkt gebied in de ruimte, bijvoorbeeld achter of opzij van de luidsprekers of op de vloer voor de luidsprekers, zoals in onze voorbeeldruimte met het kleed op de laminaatvloer. Soms ook is dat juist niet wenselijk of mogelijk en is het beter om de benodigde hoogabsorptie zoveel mogelijk te verdelen over de gehele ruimte, bijvoorbeeld in de vorm van modules verspreid over het plafond.

Nog een factor die bepalend kan zijn voor de locatie van bepaalde hulpmiddelen is het gegeven of er wel of geen speciale maatregelen voor reflectiebeheersing zullen worden genomen in de ruimte.


Reflectiebeheersing is het reguleren van het indirecte geluid dat na beheersing van de nagalmtijd mag blijven in de ruimte, maar dat door nadere behandeling wordt geoptimaliseerd met behulp van diffusers.
De locatie van diffusers heeft eigenlijk altijd voorrang boven de locatie van absorberende middelen ten behoeve van de nagalmtijd. De vraag of reflectiebeheersing wel of niet moeten worden meegenomen zal al in een vroeg stadium voorgelegd zijn aan de eigenaar van de ruimte, evenals de consequenties ervan (veel extra werk als je het zelf doet, maar tegelijk enorm lonend). Het ligt er een beetje aan hoe hoog de audiofiele lat wordt gelegd door de eigenaar. Verder is het mogelijk om een minimale of een maximale diffuserconfiguratie toe te passen, of iets er tussenin; het is niet persé nodig om de hele ruimte ermee te behangen om een goed resultaat te behalen. In de voorbeeldruimte zal geen diffusie worden aangebracht.

U zult nu begrijpen waarom het zo belangrijk is om nagalmbeheersing te starten vanuit een uitgangssituatie die in het digitale domein de fysieke realiteit zo goed mogelijk nabootst. De absorptiewaarden van de toegepaste materialen en hulpmiddelen zijn immers volledig verantwoordelijk voor de juistheid van de startsituatie. Net zoals akoestici vroeger moeten die van vandaag ook naarstig op zoek naar de waarden van de meest vreemde materialen en constructies en soms veel geld neertellen voor tabellen die ze onmogelijk op een andere manier kunnen bekomen. De sfeer van akoestische mystiek dankt zijn ontstaan vooral aan de absorptiewaarden…



Beheerste Nagalmtijd in de Voorbeeldruimte.

Door de ruimte geleidelijk en doordacht aan te kleden kan aan het eind de vooraf gewenste nagalmtijd of target worden gerealiseerd. Akoestisch aankleden is vooral een kwestie van “u vraagt, wij draaien”, uitgaande van een accurate startsituatie. Bij de verdere aankleding van de voorbeeldruimte met vaste elementen (fig. 5) ben ik zo vrij geweest om mijn eigen materiaalkeuzes te maken. Daarbij is allereerst getracht om middels bass-management de nagalmtijd van het laag en laagmidden in orde te krijgen. Het resultaat daarvan is zichtbaar in fig. 6a hieronder.




fig.6a---nagalmtijd testruimte met bass-management (afgestemde basstraps)
De volgende hulpmiddelen zijn in de praktijk ingezet:

  • In alle vier hoeken van de ruimte zijn afgestemde kamerhoge cornertraps aangebracht (afstemmingen op 80, 100 en 125Hz).

  • Over de volle breedte van de achterwand is, hangend aan het plafond, de diepste basstrap aangebracht, afgestemd op 40 en 50Hz.

  • Er tegenover, achter en boven de luidsprekers dus, hangt een andere diepe basstrap, afgestemd op 63Hz.

  • Links en rechts tegen de zijwanden is aan het plafond een strook van 60cm breed als paneelabsorber aangebracht met een diepte onder het plafond van 22cm. De onderzijde is tevens een krachtig absorberend paneel voor midden en hoog.

Dit zijn allen typische locatie-gebonden hulpmiddelen, die maximaal presteren op specifieke plaatsen. Hieronder heb ik gepoogd een schematische plattegrond te maken van de huidige voorbeeldruimte met het toegevoegde bass-management.




fig.6b---plattegrond voorbeeldruimte met toegevoegd bass-management
Om het frequentiegebied boven 400Hz in het gareel te krijgen (fig. 6a) staan alle wanden ter beschikking, op de hoekruimte na natuurlijk. Tevens staat het centrale deel van het plafond nog ter beschikking voor nadere behandeling. Indien reflectiebeheersing deel had uitgemaakt van de doelstelling voor de ruimte zou een deel van het plafond worden voorzien van diffusers. Ook zouden er op de zijwanden, rondom de eerste reflectiepunten, diffusermodules worden aangebracht en tenslotte zou de kans groot zijn dat ook achter de luisterplaats diffusie wordt aangebracht.
Fig. 6c hieronder laat zien wat de verdere aankleding van de wanden en het plafond met de nagalmtijd doet. Deze resterende aankleding bestaat uit de volgende elementen:


  • De afwerking van het plafond is een wandtextiel (Texaa), dat tevens geschikt gemaakt kan worden voor plafondafwerking en levert krachtige midden- en hoogabsorptie. Dit plafond vormt een goede tegenhanger voor de akoestisch harde vloer, maar er zijn nog wel 20 andere plafondbehandelingen die hetzelfde resultaat zouden kunnen realiseren.

  • Rondom langs de randen van de ruimte loopt een 15cm hoge en 20cm diepe plint voor het inbouwen van elektra en andere voorzieningen, die verder geen actieve akoestische rol speelt;

  • Het nog vrijblijvende deel van de beide zijwanden is geheel afgewerkt met edelhouten voorzetpanelen, geplaatst voor een minimale holle ruimte (3-7cm). Deze panelen hebben een speciale boring die is gekozen op grond van de benodigde absorptiewaarden. De panelen vormen samen met de (zelfbouw) mediaracks en de mogelijke zijwanddiffusers één integrale en visueel strakke zijwand.

Op dit punt aangekomen zult u geen moeite hebben met het herkennen van een correcte nagalmtijd, althans niet in grafische vorm. Die van fig. 6c is dat in elk geval!




fig.6c--- nagalmtijd in geoptimaliseerde testruimte
Het ontwerpen van een goede akoestische infrastructuur (correcte nagalmtijd) is in veel opzichten analoog aan het werk van een landschapsarchitect. De naam SoundScapeS is niet toevallig gekozen, want elke ruimte wordt gekenmerkt door een unieke akoestische infrastructuur of “soundscape” die het audiofiele doel van de eigenaar doorgaans dwarsboomt, maar die gelukkig flexibel genoeg is om omgebogen te worden tot een infrastructuur die ondersteunt en bijdraagt.

Ik hoop dat ik met deze drie stevige artikelen een van de doorslaggevende gereedschappen, dat van nagalmbeheersing, minder wazig en onbemind heb kunnen maken. Een zichzelf respecterend audiofiel kan in 2006 eigenlijk niet meer om een kennismaking met het verschijnsel nagalmtijd heen.



Einde.


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina