Natura 2000-beheerplan Waddenzee



Dovnload 1.86 Mb.
Pagina2/29
Datum24.07.2016
Grootte1.86 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29

1.2Beheerplan Waddenzee


Voor u ligt het Natura 2000-beheerplan Waddenzee. De Waddenzee is een onderdeel van het waddengebied. Voor alle onderdelen van het waddengebied (Waddenzee, Noordzeekustzone, waddeneilanden) worden gebiedsdelen gemaakt met daarnaast een Algemeen deel, waarin het waddengebied overstijgende zaken worden beschreven. Tegelijkertijd met dit gebiedsdeel voor de Waddenzee is ook het gebiedsdeel voor de Noordzeekustzone tot stand gekomen. De aanwijzingsprocedure voor de Waddenzee is afgerond; op 26 februari 2009 is het definitieve aanwijzingsbesluit (DRZO/2008-001) gepubliceerd.
Op hoofdlijnen bestaat het Natura 2000-gebied uit gecombineerd Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied in de Waddenzee en Polder Breebaart en uit (alleen) Vogelrichtlijngebied in het Eems-Dollard-estuarium, inclusief het betwiste gebied tot de rijksgrens naar Nederlandse rechtsopvatting (Figuur 1 .1). Het gebied wordt grotendeels begrensd door de waterkerende dijken van het vasteland, van de waddeneilanden, de Afsluitdijk en bij het ontbreken daarvan op de overgang van de eilandkwelders naar de duingebieden. Kleine, ingesloten duincomplexen op de kwelders van de waddeneilanden, evenals de gehele eilanden Griend, Rottumerplaat, Rottumeroog (inclusief Zuiderduinen), Simonszand, Richel, Engelsmanplaat en Het Rif horen ook bij het Natura 2000-gebied Waddenzee. De niet onder invloed van zeewater staande delen van Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog zijn elk voor zich apart aangewezen als zelfstandig Natura 2000-gebied. In de zeegaten en ten oosten van Schiermonnikoog is de grens getrokken op grond van die van de Planologische Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee (PKB) (VROM, 2007). Het Natura 2000-gebied en het PKB-gebied vallen grotendeels samen. Belangrijkste verschillen zijn Polder Breebaart (bij Termunterzijl) en Oostelijk Ras (De Plaat onder West-Terschelling), die deel uitmaken van het Natura 2000-gebied maar niet van het PKB-gebied.
Tabel 1.1 Kenschets Natura 2000-gebied Waddenzee

Gebiedsnummer

1

Status

Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn

Oppervlakte

271.023 ha (vogelrichtlijngebied), 249.171ha (habitatrichtlijngebied)

Sitecode

NL1000001 (Waddenzee) + NL9801001 (Waddenzee)

Natura 2000-landschap

Noordzee, Waddenzee en Delta

Beheerder

Rijkswaterstaat, Defensie, Staatsbosbeheer, Groninger Landschap, It Fryske Gea, Landschap Noord-Holland, Natuurmonumenten

Provincie

Groningen, Fryslân, Noord-Holland

Gemeente

Ameland; Anna Paulowna; De Marne; Delfzijl; Den Helder; Dongeradeel; Eemsmond; Ferweradiel; Franekeradeel; Harlingen; het Bildt; Reiderland; Schiermonnikoog; Terschelling; Texel; Vlieland; Wûnseradiel; Wieringen; Winsum

Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van 271.023 hectare. Dit is de totale oppervlakte van het aangewezen Vogelrichtlijngebied. Het aangewezen Habitatrichtlijngebied, van 249.171 hectare, betreft de Waddenzee zonder het estuarium van de Eems-Dollard. Te zijner tijd komt er een aanvulling komt op het aanwijzingsbesluit Natura 2000-gebied Waddenzee. In dit wijzigingsbesluit zal ook de Eems-Dollard ten zuiden van de Eemshaven, dat nu alleen Vogelrichtlijngebied is, als Habitatrichtlijngebied worden aangewezen. Hierdoor wordt er op termijn één instandhoudingsdoelstelling toegevoegd, namelijk habitattype ‘Estuaria’ (H1130).


De Waddenzee grenst aan de Natura 2000-gebieden van de waddeneilanden, Noordzeekustzone en de Eems-Dollard. De onderlinge samenhang tussen deze gebieden is sterk. Zo spelen de stranden en de vooroevers van de Noordzeekustzone een belangrijke rol als zandleveranciers voor de eilanden. Ook is er veel wisselwerking van sedimentatie- en erosieprocessen tussen Noordzeekustzone, de eilanden en de Waddenzee met zijn geulen, ondieptes, platen en kwelders.
De Waddenzee behoort tot het Natura 2000-landschap ‘Noordzee, Waddenzee en delta’. Dit Natura 2000-landschap bestaat uit zestien met elkaar samenhangende Natura 2000-gebieden langs de kust, inclusief de Zeeuwse delta (LNV, 2006b).

PM: verwijzing naar overall beheerderskaart
F
iguur 1.1
Begrenzing en diepte van Natura 2000-gebied Waddenzee

1.3Functie beheerplan


PM: Verwijzing naar Algemeen deel
Wettelijke context

De Europese regelgeving voor natuurbescherming, de bepalingen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, zijn in Nederland vastgelegd in de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbwet) voor de bescherming van gebieden, en in de Flora- en Faunawet voor de bescherming van soorten. De Nbwet kent voor alle Natura 2000-gebieden een vergunningenstelsel en vereist dat voor ieder Natura 2000-gebied een beheerplan wordt opgesteld. Rijkswaterstaat is coördinerend beheerder voor het opstellen van het beheerplan Waddenzee.


Functie van het beheerplan

Dit beheerplan vormt het kader voor het natuurbeheer en de activiteiten in de Waddenzee. Het beheerplan werkt de doelen uit in omvang, ruimte en tijd en is gericht op het realiseren van de Natura 2000-doelen voor dit gebied en maakt duidelijk welke activiteiten naast de natuurfuncties toegestaan zijn en onder welke voorwaarden. In het Natura 2000-beheerplan zijn, conform de Nbwet, minimaal de volgende onderdelen opgenomen:



  • Een beschrijving van de beoogde resultaten voor de planperiode: de mate van behoud of herstel van natuurlijke habitattypen en populaties van wilde dier- en plantensoorten, mede in samenhang met de huidige activiteiten van mensen in het gebied;

  • Een overzicht op hoofdlijnen van de noodzakelijke maatregelen in de planperiode met het oog op de hierboven bedoelde resultaten;

  • Omdat de Natura 2000-gebieden geen reservaatgebieden zijn, maar multifunctionele gebieden, is daarnaast beschreven wat aan beheerders, gebruikers en andere belanghebbenden wel en niet is toegestaan in het gebied en, voor zover van toepassing, onder welke voorwaarden.

Het beheerplan fungeert als:



  • leidraad en visie op het beheer dat noodzakelijk is om de in die gebieden te beschermen natuurwaarden in stand te houden of te ontwikkelen;

  • document dat aangeeft wat wel en wat niet kan worden toegestaan aan verschillende activiteiten of ontwikkelingen, zowel binnen het gebied als daarbuiten;

  • vrijstelling van de vergunningplicht van art. 19d, lid 1, voor de in het beheerplan genoemde activiteiten;

  • aanvulling op het Aanwijzingsbesluit en geeft een handvat voor het afwegingskader voor de vergunningverlening Nbwet.


Planperiode en evaluatie

De planperiode van het Natura 2000-beheerplan bedraagt zes jaar (2013-2018). In die periode worden de ontwikkelingen in het gebied en de resultaten van de maatregelen gevolgd. Aan het einde van de looptijd van het beheerplan volgt op basis van de monitoring (zie hoofdstuk 6) een integrale evaluatie die informatie moet geven voor het volgende beheerplan. De doorlooptijd van het beheerplan kan, mits onderbouwd, met maximaal zes jaar worden verlengd.






1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   29


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina