Natuur- en landschapsbeheertechnieken derde graad tso



Dovnload 296.64 Kb.
Pagina1/7
Datum24.08.2016
Grootte296.64 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7




Natuur- en
landschapsbeheertechnieken


derde graad tso




LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

september 2005

LICAP – BRUSSEL D/2005/0279/052


Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel






NATUUR- EN
LANDSCHAPSbeheertechnieken


derde GRAAD TSO

NATUUR- EN LANDSCHAPSzorg




LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

LICAP – BRUSSEL D/2005/0279/052

september 2005


Lessentabel

www.vvkso.be





Inhoud

1 Beginsituatie 5

2 Studierichtingprofiel derde graad Natuur- en landschapsbeheertechnieken TSO 5

3 Algemene doelstellingen 7

4 Algemene pedagogisch-didactische wenken 8

4.1 Geïntegreerde aanpak 8

4.1 Geïntegreerde aanpak 8

4.2 Graadleerplan 8

4.2 Graadleerplan 8

4.3 Verticale samenhang 8

4.3 Verticale samenhang 8

4.4 Horizontale samenhang 9

4.4 Horizontale samenhang 9

4.5 Dagboek 9

4.5 Dagboek 9

4.6 Lijst van “Te kennen Fauna en Flora” 9

4.6 Lijst van “Te kennen Fauna en Flora” 9

4.7 Aanschouwelijk aspect 9

4.7 Aanschouwelijk aspect 9

4.8 Veiligheidsfiches 9

4.8 Veiligheidsfiches 9

4.9 Andere opleidingsprofielen in de groensector 10

4.9 Andere opleidingsprofielen in de groensector 10

4.10 Stages/praktijk 10

4.10 Stages/praktijk 10

4.11 Projectmatige aanpak 10

4.11 Projectmatige aanpak 10

4.12 De geïntegreerde proef 10

4.12 De geïntegreerde proef 10

4.13 Aantal lestijden 11

4.13 Aantal lestijden 11

5 Leerplandoelstellingen, leerinhouden en didactische wenken 12

5.1 Ecologie 12

5.1 Ecologie 12

5.2 Beheer van de natuur en het landschap 21

5.2 Beheer van de natuur en het landschap 21

5.3 Biotoopstudie 29

5.3 Biotoopstudie 29

5.4 Algemene techniek 34

5.4 Algemene techniek 34

5.5 Geografie: Landschappen in Vlaanderen 38

5.5 Geografie: Landschappen in Vlaanderen 38

5.6 Topografie 41

5.6 Topografie 41

6 Evaluatie 42

7 Minimale materiële vereisten 44

8 Bibliografie 44

Nuttige links in verband met natuur -en landschapsbeheer 46

Nuttige links in verband met natuur -en landschapsbeheer 46

9 Indicatieve lijsten 47

9.1 Vogels 47

9.1 Vogels 47

9.2 Dagvlinders 48

9.2 Dagvlinders 48

9.3 Nachtvlinders 48

9.3 Nachtvlinders 48

9.4 Zweefvliegen 48

9.4 Zweefvliegen 48

9.5 Waterjuffers en libellen 48

9.5 Waterjuffers en libellen 48

9.6 Sprinkhanen 49

9.6 Sprinkhanen 49

9.7 Kevers 49

9.7 Kevers 49

9.8 Algemeen 49

9.8 Algemeen 49

9.9 Bomen 49

9.9 Bomen 49

9.10 Struiken 49

9.10 Struiken 49

9.11 Paddestoelen 49

9.11 Paddestoelen 49

9.12 Amfibieën 50

9.12 Amfibieën 50

9.13 Reptielen 50

9.13 Reptielen 50

9.14 Zoogdieren 50



9.14 Zoogdieren 50



  1. Beginsituatie

De leerlingen die komen uit het tweede leerjaar van de tweede graad Biotechnische wetenschappen TSO, Tuinbouwtechnieken TSO, Landbouwtechnieken TSO en Dierenzorgtechnieken TSO, hebben al volgende voorkennis verworven:

  • classificeren van levende wezens;

  • basisbeginselen van toegepaste chemie;

  • basisbeginselen van een eenvoudige biotoopstudie;

  • groei- en ontwikkelingsprocessen bij planten en dieren;

  • abiotische factoren die groei en ontwikkelingsprocessen bij planten en dieren beïnvloeden;

  • determineren van planten aan de hand van een flora op basis van uitwendige kenmerken.

Van leerlingen uit ASO- of andere TSO-studierichtingen is het niet zeker dat ze de voorkennis bezitten op het gebied van leerinhouden aangeboden in dit leerplan. Ze zullen onder begeleiding hun voorkennis kunnen bijwerken. Van hen wordt verondersteld dat ze een ruime interesse bezitten voor alles wat ecologie, natuur- en landschapsbeheer betreft, zodat ze een mogelijke achterstand snel kunnen bijwerken.

  1. Studierichtingprofiel derde graad Natuur- en landschapsbeheertechnieken TSO

  • In de studierichting Natuur- en landschapsbeheertechnieken bestudeert de leerling de relatie tussen de levende wezens en hun leefmilieu.

  • Hij leert hoe de open ruimte binnen het bestaande wettelijke kader beheerd kan worden. Door zelf biotopen in de praktijk aan te pakken en beheerswerken uit te voeren, leert hij hoe de mens die relatie kan sturen of verstoren. Hij leert met verschillende doelgroepen (landbouwers, recreanten, e.a.) over zijn werk communiceren. Omdat natuur- en landschapsbeheer meestal in team gebeurt, leert de leerling de werkzaamheden van een team coördineren en met dat team het werk volgens plan uitvoeren.

  • De leerling leert de verschillende types open ruimte beter kennen. Zo maakt hij bijvoorbeeld kennis met natuurgebieden, bossen, allerlei landschappen, parken en plantsoenen, wegbermen, oevers, stromend en stilstaand water en alle mogelijke biotopen (heide, grasland, slikken en schorren, kust, duinen,…).

  • In al die gebieden leert de leerling de fauna en flora beter kennen. De meeste aandacht gaat uit naar inheemse planten en dieren maar ook exoten komen aan bod. De leerling leert zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën en insecten determineren. Ook bomen, struiken, heesters, bloemen, kruiden en paddestoelen behoren staan op het programma. Hij leert omgaan met grazers in natuurgebieden.

  • Om beheerswerken uit te voeren zijn er allerlei machines en gereedschappen nodig. De leerling leert er op een veilige manier mee omgaan. Dagelijks onderhoud is hierbij erg belangrijk. De leerling kan kleine defecten detecteren en kleine herstellingen voert hijzelf uit.

  • Omdat natuurbeheer bij verschillende doelgroepen een andere invalshoek kent, leert de leerling met iedereen over zijn werk communiceren. Een landbouwer, een natuurliefhebber of een recreant krijgt elk op een gepaste manier een woordje uitleg.

  • De leerling leert verder ook hoe hij de leiding neemt over een kleine groep werknemers en hoe hij samen met hen een plan uitvoert. Hij moet in staat zijn om van het geleverde werk een verslag op te maken voor zijn directe overste.

  • Wie slaagt in de studierichting krijgt het diploma van het secundair onderwijs. In het hoger onderwijs sluiten de opleidingen Bachelor in de Agro- en biotechnologie (optie Groenvoorziening), eventueel gevolgd door een posthogeschoolvorming Groenmanagement en Bachelor in de Chemie (optie Milieuzorg) op de studierichting aan. Het blijft uiteraard altijd mogelijk om direct aan de slag te gaan als technisch beambte in natuurprojecten die de overheden opzetten. Wie succesvol afstudeert, is goed voorbereid om het examen Natuur- en boswachter af te leggen. Wie slaagt voor het vak Toegepaste economie behaalt het attest Bedrijfsbeheer. De leerling kan ook deelnemen aan het examen voor het behalen van een VCA-attest.

  1. Algemene doelstellingen

  • Bestaande beheersplannen in verband met Natuur- en landschapsbeheer lezen, de uitvoering voorbereiden, uitvoeren en over de uitvoering ervan rapporteren en communiceren.

  • Fungeren als natuur- en landschapsgids en verschillende doelgroepen sensibiliseren en informeren.

  • In teamverband werken binnen natuur- en landschapsbeheer.

  • Leiding geven aan een klein team bij het uitvoeren van beheerswerken binnen de sector natuur- en landschapsbeheer.



Onderliggende competenties

  • De waargenomen fauna en flora op uiterlijke kenmerken determineren aan de hand van veldgidsen en determinatietabellen.

  • Oog hebben voor opvallende uiterlijke kenmerken tijdens het waarnemen (visueel, auditief en op geur leren waarnemen).

  • De regelgeving op het gebied van natuur- en landschapbeheer op gemeentelijk, Provinciaal, Vlaams, federaal en internationaal niveau opzoeken, interpreteren en toelichten.

  • Waargenomen fauna en flora determineren, er informatie over opzoeken en die toelichten.

  • De belangrijkste planten en dieren die voorkomen in vrije natuur in Vlaanderen herkennen en bij het zien van de wetenschappelijke benaming de relatie leggen met de juiste plant of dier.

  • Landschapscomponenten op allerlei plannen, kaarten en luchtfoto’s (beeldmateriaal) herkennen en toelichten.

  • Landschappen analyseren.

  • Terreinen en bosbestanden opmeten.

  • Veilig met trekkers en machines omgaan.

  • Klein gereedschap hanteren bij het uitvoeren van beheerswerken.

  • Dagelijks onderhoud en elementaire herstellingen aan machines en klein materiaal uitvoeren.

  • Verslag uitbrengen aan de directe overste over de uitgevoerde werken.

  • Nieuwe ontwikkelingen binnen de sector natuur- en landschapsbeheer opvolgen.

  • Voor het uitvoeren van praktische oefeningen basistechnieken verwerven om:

  • Werkzaamheden op een efficiënte wijze voor te bereiden en uit te voeren.

  • Op een ergonomische en veilige manier met machines en klein materiaal om te gaan.

  • De juiste gereedschappen te kiezen en ze correct te gebruiken en te onderhouden.

  • Een gepaste werkvolgorde te volgen.

  • Voortdurend oog te hebben voor de veiligheid van anderen.

    Op het vlak van attitudes

  • Ernaar streven binnen de voorgeschreven tijd een opgegeven taak te voltooien.

  • Stipt aanwezig zijn op alle afspraken en stipt opgegeven taken indienen.

  • Contactpersonen verwittigen als een afspraak om een of andere reden niet kan doorgaan.

  • Voor zijn/haar mening durven uitkomen maar die mening op een correcte en beleefde manier formuleren en argumenteren.

  • Ondanks moeilijkheden verder doorzetten om het einddoel te bereiken (doorzettingsvermogen).

  • In staat zijn om op een systematische wijze te beslissen welke stappen bij de uitvoering van een opdracht gezet moeten worden.

  • Zich inleven in de situatie waarin anderen zich bevinden, er begrip voor opbrengen en er tactvol mee omgaan.

  • Bereid zijn zich aan te passen aan de steeds wijzigende omstandigheden.

  • Handelen met het oog op de tevredenheid van zichzelf en van anderen.

  • Bereid zijn voortdurend informatie op te zoeken (levenslang leren).

  • Omgaan met verschillen (oversten, ondergeschikten, sociaal tewerkgestelden).

  • Voortdurend aandacht hebben voor de veiligheid van zichzelf en van anderen.

  • Bereid zijn eigen werk te evalueren en bij te sturen (zelfevaluatie).

    Het is erg belangrijk om er op elk ogenblik naar te streven dat de leerlingen die attitudes verwerven.

  1. Algemene pedagogisch-didactische wenken

    1. Geïntegreerde aanpak

De leerplandoelstellingen en leerinhouden worden zodanig aangeboden dat de praktijk, de theorie en stages als één geheel door de leerlingen worden ervaren. Het is pedagogisch-didactisch ook belangrijk om de leerlingen in samenhang te laten leren. Het is in deze optiek ook wenselijk om de praktijk en de theorie door één leerkracht te laten geven. Indien de school toch opteert om de lesuren over verschillende leraren te verdelen, zullen de leraren de leerplandoelstellingen en leerinhouden in overleg opnemen in een gezamenlijk jaarplan. Overleg via de vakwerkgroep is gewenst.

De leerinhouden in verband met ecologie, beheer van de natuur en van het landschap en biotoopstudie worden bij voorkeur door één leerkracht gegeven. De lestijden worden indien mogelijk gegroepeerd om praktische oefeningen en projecten mogelijk te maken.



    1. Graadleerplan

Dit leerplan is uitgeschreven als een graadleerplan. De leerplandoelstellingen dienen binnen de graad gerealiseerd te worden. Enkel het leerstofonderdeel “De gevolgen van de menselijke activiteit op de leefomgeving – ecologie” wordt bij voorkeur in het eerste jaar van de graad gegeven omdat de leerinhouden de basiskennis aanreiken voor andere leerplanonderdelen.

    1. Verticale samenhang

Om de verticale opbouw optimaal te verzekeren, is het noodzakelijk om naast de eigen doelstellingen te peilen naar de voorkennis van de leerlingen

De studierichting Natuur- en landschapsbeheertechnieken bestaat niet in de tweede graad. Sommige leerlingen komen misschien uit de tweede graad Biotechnische wetenschappen met Natuur- en milieuoriëntatie als complementaire invulling. Het is nuttig dat de leerkrachten de leerinhouden en de bijhorende leerplandoelstellingen van de tweede graad Biotechnische wetenschappen doornemen. De vakleerkracht gaat er van uit dat de leerlingen die komen uit ASO- of andere TSO-studierichtingen (buiten het studiegebied Land- en tuinbouw) voorkennis bezitten vanuit hun ruime interesse voor de natuur en landschap. Hun kennis hebben ze zelfstandig verworven. De leerlingen worden begeleid om een eventuele achterstand snel in te halen.



    1. Horizontale samenhang

Hoewel de leerplandoelstellingen en leerinhouden van dit leerplan zijn ingedeeld in verschillende onderwerpen is het de bedoeling ze geïntegreerd en projectmatig aan te bieden.

De verschillende vakonderdelen binnen dit leerplan zijn allemaal nauw met elkaar verweven. In de pedagogisch-didactische aanbeveling wordt daar telkens weer de aandacht op gevestigd. De realisatie van de leerplandoelstellingen zal niet het werk zijn van één leerkracht maar van de hele groep leerkrachten. Ook toegepaste wetenschappen (Toegepaste fysica, Toegepaste biologie en Toegepaste chemie), en algemene vakken als Nederlands (gidsen, communiceren, verslag maken), Geschiedenis (historiek van het landschap), Aardrijkskunde en Engels en Frans (informatie opzoeken in andere talen) moeten bij het overleg van de vakwerkgroep betrokken worden.



    1. Dagboek

Tijdens oefeningen, projecten en stages besteden de leerlingen veel aandacht aan het waarnemen en determineren van fauna en flora. Soms kunnen ze ter plaatse hun veldgids raadplegen. Een andere keer zal dat niet direct lukken. Het is daarom aanbevolen dat ze altijd een soort dagboek bij zich hebben. Ze kunnen er onmiddellijk hun waarnemingen in noteren of van een waargenomen exemplaar de opvallendste kenmerken optekenen. Ook de plaats van waarneming en de weersomstandigheden kunnen interessante informatie opleveren.

    1. Lijst van “Te kennen Fauna en Flora”

Deze lijst bevat alle planten en dieren die de leerlingen moet kunnen determineren op het eind van het tweede leerjaar van de derde graad Natuur- en landschapsbeheer TSO. De lijst mag altijd uitgebreid worden. U vindt ze als bijlage achteraan in dit leerplan. De vakleerkrachten kunnen hieruit een lijst filteren met planten en dieren die de leerlingen op zicht moeten kunnen herkennen en benoemen.

    1. Aanschouwelijk aspect

Er wordt tijdens de lessen Natuur - en landschapsbeheer veel aandacht besteed aan het aanschouwelijke aspect. Breng de leerlingen zoveel mogelijk in contact met reële praktijkomstandigheden via praktische oefeningen, stages, bezoeken aan natuurgebieden, seminaries, natuurwandelingen, biotoopstudie, enz. Het toetsen van theorie aan de praktijk en omgekeerd is het uitgangspunt.

    1. Veiligheidsfiches

Bij elk werktuig, elke machine of trekker moet een veiligheidsinstructiefiche aanwezig zijn.

Vooraleer men de bediening van een werktuig start, is het noodzakelijk dat elke leraar en/of leerling de veiligheids– en instructiefiche doorneemt en de veiligheidsvoorschriften toepast.

De leerling moet technisch en praktisch bekwaam zijn om met een bepaalde machine zelfstandig en zonder toezicht of begeleiding te werken. Men laat bijvoorbeeld geen leerling zelfstandig en zonder toezicht met een motorkettingzaag werken als hij niet geslaagd is voor de theoretische leerinhouden en de praktische proef in verband met het gebruik ervan. Die afspraken en regels gelden ook voor alle werktuigen die op school en tijdens de stage aanwezig zijn.


    1. Andere opleidingsprofielen in de groensector

Opleidingsprofielen binnen de groensector werden opgesteld door medewerkers van het Educatief Bosbouwcentrum, Econet, Loca Labora. Wetenschappelijke ondersteuning voor dat project werd geboden door het Hoger Instituut voor de Arbeid en de Karel de Grote-Hogeschool. Functieprofielen werden ontwikkeld voor polyvalente groenarbeider, ploegbaas en gespecialiseerd groenarbeider. Bij het ontwikkelen van dit leerplan werd met de verwachte kennis, de inzichten en de vaardigheden van een beginnende beroepsbeoefenaar, zoals beschreven in de functieprofielen, rekening gehouden. Bij het opstellen van dit leerplan werd ook rekening gehouden met het beroepsprofiel van (natuur)gids uitgeschreven door de SERV.

    1. Stages/praktijk

Voor stage werd in de studierichting Natuur- en landschapsbeheer techniekenTSO geen afzonderlijk leerplan opgemaakt. De doelstellingen voor stages zijn opgenomen in het geintegreerde leerplan Natuur- en landschapsbeheer. De school beslist hoe die doelstellingen het best gerealiseerd worden. Dat kan via praktische oefeningen in de natuur, tijdens de stages e.a.

Het verdient aanbeveling om de leerlingen in het eerste jaar van de derde graad één week blokstage te laten lopen. Ideaal zou zijn dat de leerling één volle week meedraait met een beheersploeg. In het tweede leerjaar van de derde graad worden twee weken stage aanbevolen.



Voor de stage moeten alle verplichtingen opgelegd door de stagereglementering gevolgd worden.1 Voor alle leerlingen wordt een stageovereenkomst opgemaakt. De doelstellingen en de leerinhouden die men via deze blokstage gerealiseerd wil zien, worden opgenomen in een activiteitenlijst die bij het begin van het schooljaar samen met de stagebegeleiders en de stagementoren wordt opgemaakt.

    1. Projectmatige aanpak

Alle vakonderdelen lenen zich tot projectmatig werken. Met een project wordt bedoeld: een geïntegreerde oefening (of thema) die door één of meer leerlingen wordt uitgevoerd. Hoewel er steeds begeleiding nodig zal zijn (leerkracht als coach), moet elke kans om de leerling zelfstandig te laten werken aangegrepen worden. Het project mag nooit een doel op zich worden. Het is wel het middel bij uitstek om verschillende leerplandoelstellingen vakoverstijgend aan te brengen en zelfstandig leren bij de leerlingen aan te moedigen.

    1. De geïntegreerde proef

De geïntegreerde proef is wettelijk verplicht voor deze studierichting. De geïntegreerde proef is een pedagogisch middel om leerplandoelstellingen van dit leerplan te realiseren en zelfstandig leren en werken gestalte te geven binnen deze studierichting. Tijdens de lessen Project/seminarie werken de leerlingen gedurende het hele schooljaar aan de realisatie van hun geïntegreerde proef. Ze worden begeleid door een leerkracht-coach. De belangrijkste doelstelling is het zelfstandig leren en werken van de individuele leerlingen aan te moedigen en eventueel bij te sturen. De leerkracht zorgt ervoor dat de opdrachten voor de leerlingen duidelijk zijn en aansluiten bij dit leerplan. Het is de bedoeling dat de geïntegreerde proef zeer praktisch wordt opgevat en dat stageactiviteiten worden geïntegreerd.

    1. Aantal lestijden

Om de leraar behulpzaam te zijn bij het opstellen van de jaarplanning, stellen wij volgende raming voor van urenverdeling. De raming is indicatief. De leerkracht is dus niet verplicht zich hier strikt aan te houden. Hij is ook niet verplicht alle doelstellingen van één hoofdstuk chronologisch na elkaar te behandelen.

Vak: Natuur- en landschapbeheer

9-12 lestijden per week = 225-300 lestijden per jaar = 450-600 lestijden per graad

waarvan minimum 50 lesuren stage

450-600







  • Ecologie

75-100






  • Beheer van natuur en landschap

150-200






  • Biotoopstudie

75-100






50






  • Geografie

25






  • Topografie

25






  • Stages

50-100


  1   2   3   4   5   6   7


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina