Natuur Wetenschap en Techniek Veroveren de Basisschool1



Dovnload 44.74 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte44.74 Kb.

(Natuur)Wetenschap en Techniek Veroveren de Basisschool1

Ed van den Berg en Frank Schweickert

AMSTEL Instituut

Universiteit van Amsterdam en

Expertisecentrum Wetenschap en Techniek Noord-Holland en Flevoland

(penvoerder HvA)


Leeswijzer: Zoek de kopjes die u interesseren

Voorbeeld onderzoekend leren in groep 1 & 2

Geobserveerd en gefilmd door Vincent Dorenbos (AMSTEL Instituut):


De juf had de avond tevoren besloten tot een activiteit over het classificeren van geluiden in groep 2 (leeftijd 5 jaar). Ze was onzeker of dat nu wel Wetenschap & Techniek was, maar uiteindelijk moest de knoop worden doorgehakt. Ze had allemaal filmbusjes, die zwarte cilindertjes waar vroeger je film in zat. Drie jongetjes moesten die vullen met met rijst, macaroni, bonen, steentjes, en allerlei andere voorwerpen. Van elke soort moesten er twee doosjes komen en de opdracht voor andere kinderen zou zijn om die twee dezelfde te vinden.

Steijn had twee doosjes gevuld en schudde ze bij zijn oren. Verschillend zei hij. Maar toen kwam hij erachter dat het ene busje langs de lange as schudde en de ander langs de korte. Dus nog een keer….nog steeds verschillend. Busjes opengemaakt, beide macaroni. Hoe kan dat nu? Toen ging hij tellen. Dat deed hij door elk busje leeg te gooien en dan steeds een elleboogje macaroni in busje A te doen en tegelijk een in busje B. Wat bleek? Er waren nog wat extra elleboogjes over uit busje A. Er was dus een oorzaak voor een iets ander geluid!


Is dat onderzoekend leren? Nou voor Steijn zeker.De onderzoeksvraag: Zijn de geluiden hetzelfde of niet? Waarom niet? Hij ging op onderzoek uit en had daarbij blijkbaar impliciete vragen. Hij zou natuurlijk geen idee hebben wat een hypothese is, maar achtereenvolgens waren de hypothesen: 1) het komt van de manier van schudden…..getoetst….resultaat is nee; 2) het komt van verschillende inhoud….getoetst…..resultaat is nee, allemaal macaroni; 3) het komt van verschillende hoeveelheid…….getoetst met Steijn’s eigen manier van tellen…….resultaat is ja. En zo hebben we steeds een (impliciete!) hypothese en een toets. Als dat geen onderzoeken is? Zou Steyn een expliciete onderzoeksvraag kunnen stellen? Misschien niet. Maar het gedrag spreekt boekdelen, hij zocht experimentele antwoorden op onderzoeksvragen.
Met een enorme investering vanuit Den Haag worden (natuur)Wetenschap en Techniek (W&T) en onderzoekend leren de basisschool ingeduwd. Eindelijk want we liepen daarin fors achter op andere landen waar basisschool science al 40 of 50 jaar belangrijk is (VS, UK). Wat zijn de doelen van het vak? Wat gebeurt er in klas? Wat voor natuurwetenschap/techniek wordt er gedaan? Wat zijn de invoeringsproblemen? Wat kunnen kinderen op de basisschool? Als W&T2 echt werkelijkheid wordt in de basisschool, hoe passen we dan onze voortgezet onderwijs onderbouwprogramma’s aan?

Waarom Basisschool W&T?


De argumenten voor W&T onderwijs in de basisschool zijn bekend en –denken wij- onomstreden (Harlen & Qualter, 2004):

  • De kennis van de natuur om ons heen en van door mensen ontworpen objecten en methoden (techniek) zijn belangrijke onderdelen van de wereld van volwassenen en kinderen. Wereldoriëntatie kan niet compleet zijn zonder natuurwetenschap en techniek.

  • Kinderen verkennen de wereld om zich heen en het vak W&T vormt een natuurlijke match met die verkenningsdrift.

  • W&T spelen een belangrijke rol in onze economie en in heel veel banen van de toekomst. Het is dus belangrijk voor zowel samenleving als kind dat kinderen kennismaken met W&T en interesse ontwikkelen.

  • Burgers worden geconfronteerd met veel politieke en persoonlijke beslissingen waarin kennis van natuur en techniek een rol speelt. Voorbeelden zijn milieu problemen, voeding, gezondheid, en energie. Scientific literacy3 is belangrijk voor burgers en kinderen.

  • W&T is zeer geschikt om logisch denken en taal te ontwikkelen, waaronder redeneren met bewijsmateriaal (reasoning with evidence) en denken vanuit verschillende gezichtspunten.



Kerndoelen


De huidige 2009 kerndoelen voor natuur en techniek in de basisschool zijn:
40. De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.
41. De leerlingen leren over de bouw van planten, dieren en mensen en over de vorm en functie van hun onderdelen.
42. De leerlingen leren onderzoek doen aan materialen en natuurkundige verschijnselen, zoals licht, geluid, elektriciteit, kracht, magnetisme en temperatuur.
43. De leerlingen leren hoe je weer en klimaat kunt beschrijven met behulp van temperatuur, neerslag en wind.
44. De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.
45. De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.
46. De leerlingen leren dat de positie van de aarde ten opzichte van de zon, seizoenen en dag en nacht veroorzaakt.

De doelen voor biologie en techniek gaan nog, maar van natuurkunde doel 42 wordt je niet veel wijzer. Het is compleet onduidelijk wat een leerling moet kunnen en kennen en wat een basisschool leerkracht zou moeten doen om dit natuurkunde kerndoel te bereiken. Onderzoek wordt benadrukt, wat houdt dat in?

Onderzoekend en Ontwerpend Leren


W
Wanneer leerlingen onderzoekend leren, dan zien we het volgende (Coe 2000):

Leerlingen stellen vragen

  1. Ze stellen vragen—verbaal en door acties.

  2. Ze gebruiken vragen die hen leiden naar onderzoekjes en die op hun beurt leiden tot verdere vragen en ideeën.

  3. Ze waarderen het stellen van vragen als een belangrijk onderdeel van science en vragen graag.

Leerlingen gebruiken observaties

  1. Ze observeren zorgvuldig, niet zo maar kijken.

  2. Ze zien details, zoeken patronen, ontdekken volgorden en gebeurtenissen; ze zien veranderingen, overeenkomsten, en verschillen.

  3. Ze maken connecties met de eigen voorkennis.

Leerlingen plannen onderzoekjes en voeren ze uit

  1. Ze ontwerpen een eerlijk experiment om hun ideeën uit te proberen en verwachten niet dat iemand anders ze verteld wat ze moeten doen.

  2. Ze plannen manieren of ideeën te verifiëren, uit te breiden of weg te gooien.

  3. They carry out investigations by handling materials with care, observing, measuring, and recording data.

Leerlingen stellen verklaringen voor en bouwen aan een eigen begrippenkader

  1. Ze komen met verklaringen, zowel uit hun winkel aan voorkennis als op basis van ervaringen in eigen onderzoekjes.

  2. Ze gebruiken onderzoekjes om informatie te krijgen voor hun eigen vragen.

  3. Ze selecteren uit informatie en beslissen wat belangrijk is (wat wel/niet werkt).

  4. Ze zijn bereid verklaringen aan te passen en staan open voor nieuwe ideeën (begrip bouwen).

 Leerlingen bekritiseren hun eigen W&T werk

  1. Ze creëren en gebruiken kwaliteitscriteria om hun eigen werk te evalueren.

  2. Ze rapporteren en zijn trots op hun eigen kwaliteiten en identificeren wat verbetering behoeft.

  3. Ze reflecteren op resultaten met volwassenen en medeleerlingen.



ereldwijd wordt al ruim 50 jaar gepleit voor inquiry based science teaching, meestal wordt dat vertaald met onderzoekend en ontwerpend leren (OOL). Figuur 1 laat zien welk gedrag verwacht wordt van kinderen die onderzoekend leren. Onderzoekend leren kan gezien worden als middel om wetenschappelijke inhoud te leren, maar ook als doel: leren onderzoeken/ontwerpen en leren redeneren met bewijsmateriaal en daarmee leren hoe de natuurwetenschap te werk gaat. Als middel kan OOL tot grote motivatie leiden maar ook frustratie. Het kan kinderen eigen kennis opleveren en nieuwe perspectieven maar stelt hoge eisen aan begeleiding en “scaffolding”.

Figuur 1 Wat zie je wanneer leerlingen onderzoekend leren?


Van Keulen (2009) schrijft daarover: Het proces van zelf onderzoek doen is een uitermate tijdrovende en inefficiënte manier om aan kennis te komen. Maar elementen van “doing science”, mits goed gekozen, helpen om feiten en resultaten in het juiste perspectief te plaatsen. Een onderzoekende en ontwerpende didactiek is in dit kader essentieel, omdat alleen zo de eigen aard van door W&T ontwikkelde kennis recht gedaan wordt. Kortom, voor overdracht van W&T inhoud zijn veel lesmethoden beschikbaar en OOL is er een van. De meerwaarde van OOL ligt in een beter begrip van de aard van W&T kennis en methoden.
Kunnen en doen kinderen dat ook, onderzoekend leren? Op elke leeftijd? Hierover zijn meningen verdeeld. Beleidsdocumenten in de VS (NSES, 1998; NRC, 2007), Europa (Rocard, 2007; EU 2008), UK (Nationaal Curriculum, 1999) gaan er van uit dat ze het kunnen leren en grote projecten in veel landen inclusief EU programma’s hebben als hoofddoel de verspreiding van inquiry based science teaching in W&T waarbij dan ook nog eens wordt aangenomen dat inquiry based teaching de superieure methode zou zijn om alle leerdoelen -inclusief kennisdoelen- van onderwijs in de natuurwetenschappen te bereiken. Dit laatste betwisten wij.

Het is relatief gemakkelijk om voorbeelden van onderzoekend gedrag te vinden van kinderen van alle leeftijden. Zie bijvoorbeeld het kader aan het begin van dit artikel en zie ook de filmpjes van 3 – 6 jarigen op www.talentenkracht.nl. Maar dat zegt nog niets over alle kinderen en ook niet over onderzoekend gedrag op afroep in een willekeurige les natuurwetenschap of techniek. Uit ons eigen onderzoek is duidelijk dat dit onderzoekend gedrag van kinderen ook in de basisschool niet zomaar spontaan aanwezig is, maar dat een fors leertraject nodig is om onderzoekend gedrag te bereiken en kinderen zo ver te krijgen dat ze niet meer tevreden met een eerste snel en simpel antwoord en gaan doordenken. Maar de ervaring is ook dat je met zo’n leerproces een eind kan komen en lessen natuurwetenschap en techniek heel interessant kunt maken.

De volgende vraag is natuurlijk of elke leerkracht zo’n proces op weg naar onderzoekend en ontwerpend leren in elke school/klasse situatie kan (en wil) uitvoeren. Vijftig jaar ervaring met inquiry learning heeft duidelijk laten zien dat dat niet het geval is. Het vereist een grote investering om leerkrachten te assisteren bij invoering van effectieve OOL, het vereist wil en aanleg van leerkrachten.

Curriculum


De VS en Engeland hebben sinds de 1960s en 1970s complete curricula met activiteiten en leerlijnen science voor 4 – 12 jaar. Inmiddels is er een tweede generatie van elk van deze curricula. De afgelopen 15 jaar hebben veel landen geïnvesteerd in (natuur)Wetenschap en Techniek (W&T) in het primair onderwijs. Frankrijk vertaalde het Amerikaanse INSIGHTS en ontwikkelde daaruit La Main à la Pâte op initiatief van de Franse Academie van Wetenschappen en Nobel prijswinnaar George Charpak. Zweden adopteerde het Amerikaanse Science Technology and Children dat met steun van de Amerikaanse Academie van Wetenschappen ontwikkeld was. De Zweedse academies van Wetenschappen en Engineering namen het initiatief en zijn nauw betrokken bij implementatie. Het Australische Primary Connections programma was een initiatief van de Australische Academie van Wetenschappen. In Nederland propageert het Platform Beta Techniek W&T onderwijs in de basisschool als onderdeel van een strategie om meer interesse te kweken voor bètavakken en techniek en latere keuze voor carrières in deze vakken. Het idee is dat de interesse bij kinderen voor de puberteit dus op de basisschool gevormd moet worden. Maar primair W&T onderwijs op de basisschool is niet alleen een middel om interesse te kweken, het is een legitiem basisschoolvak met als doelen om observatie, exploratie en kritisch redeneervaardigheden in kinderen te ontwikkelen en een interesse in het begrijpen van natuur en techniek. In de woorden van de Australische Academy of Science: The Academy is committed to promoting science education, both as a contribution to informed citizenship and to encourage young people to prepare themselves for careers based on science and technology.

Voor details over de inhoud van dergelijke programma’s, zie de websites aan het eind van dit artikel.



Leerkrachten en Pabo W&T programma


Net als in veel andere landen hebben de meeste basisschool leraren in Nederland een zwakke W&T achtergrond, zelden meer dan 3de klas vmbo/havo/vwo. Vaak hebben ze niet veel plezier beleefd aan natuurwetenschappen. Ze hebben weinig zelfvertrouwen in het zelf geven van W&T lessen, vooral wat betreft natuurkunde en techniek. De tijd voor W&T op de meeste Pabo’s is minimaal, ongeveer 200 studielasturen voor natuurwetenschap, milieu, en techniek (Graft, 2003) uit een totaal studieprogramma van 4 jaar dus 4 x 1500 = 6000 uur. Met de huidige nadruk op rekenen en taal is het onwaarschijnlijk dat er meer Pabo tijd komt voor W&T. Wel experimenteren enkele Pabo’s waaronder de Hogeschool van Amsterdam en de Ipabo met een minor voor W&T. Uiteraard wordt dat minor slechts door een relatief kleine groep studenten gedaan maar deelnemende studenten zijn enthousiast bezig met ontwikkeling van W&T lessen en uitproberen in basisschool klassen.

Projecten


Er zijn in het verleden diverse projecten geweest. In de jaren 80 was er de Grabbelton (Bleijerveld & Graft, 2002). Er werd interessant lesmateriaal geproduceerd dat uitgegeven werd door SLO. Begin jaren 90 was er een beweging om milieu onderwijs in de school te zetten. Dat liep af. Tenslotte kwam begin deze eeuw het VTB project dat techniek als apart vak wilde invoeren. VTB werd sterk gestimuleerd door het bedrijfsleven. Ruwweg waren er twee oriëntaties: aan de ene kant mensen die techniek zagen als handvaardigheid en aan de andere kant techniek als ontwerpen en probleem oplossen. Ondertussen kwam een beweging op gang om van Techniek Wetenschap en Techniek te maken. De KNAW startte een commissie basisonderwijs. De KNAW met het AMSTEL Instituut organiseerde de Europese conferentie Science is Primary in 2004 met een duidelijke nadruk op (natuur)Wetenschap en Techniek. En sindsdien is het vak W&T gaan heten: Wetenschap en Techniek.

Talentenkracht


Het project Talentenkracht probeert de talenten van de leeftijdsgroep 3 – 6 in kaart te brengen. Uitgangspunt is dat deze leeftijdsgroep veel meer kan op het gebied van observeren en redeneren dan we vaak denken. Dat wil men in kaart brengen en begrijpen via ontwikkelingspsychologie en neurologie. Freudenthal’s Willem Uytenbogaard en Els Feis hebben spectaculaire en zeer charmerende filmpjes gemaakt van honderden kinderen die taken uitvoeren die met natuur- en wiskunde te maken hebben. Een collectie staat op www.talentenkracht.nl. Zeer aan te bevelen.

De komende jaren gaat Talentenkracht de klas en het gezin in. Er komen programma’s voor ouders en leerkrachten om beter naar kinderen te leren kijken.


VTB: Verbreding Techniek Basisonderwijs


Het VTB wordt gefinancierd door het Platform startte met promotie van het vak techniek, maar dat is dus nu wetenschap en techniek geworden. 2500 basisscholen hebben de afgelopen jaren deelgenomen aan een programma met de volgende doelstellingen:

  • Er is een doorgaande leerlijn voor wetenschap en techniek in ten minste twee groepen.

  • Er zijn afspraken gemaakt en vastgelegd m.b.t. de uitvoering van de doorgaande leerlijn.

  • Leerlingen maken, ontwerpen, testen en / of analyseren hun eigen producten, en / of er worden excursies gemaakt, en / of gastdocenten uitgenodigd, en / of leerlingen maken gebruik van internet.

  • De school heeft doelen voor wetenschap en techniek vastgelegd en toetst deze doelen.

  • Wetenschap en techniek staan in het schoolplan beschreven.

  • Er is voldoende tijd, materiaal, ruimte en er zijn voldoende kundige mensen voor wetenschap en techniek.

  • Er is een techniekcoördinator /techniekteam aangewezen en / of wetenschap en techniek ‘leeft’ in het schoolteam.

Via het VTB programma kregen de scholen Euro 12000 die ze zelf konden besteden om bovenstaande doelen te bereiken. Via “audits”werd gecontroleerd in hoeverre dat lukte. Er was een infrastructuur met regionale VTB coördinatoren om te assisteren.

VTB Pro


Bij VTB Pro gaat het om professionalisering van leerkrachten en opleiders. VTB nascholing wil 5000 leerkrachten nascholen in W&T in de periode 2008-2010. Verder is het de bedoeling ook 5000 pabo studenten te bereiken via diverse programma’s. Inmiddels is duidelijk dat de kwantitatieve doelen zullen worden gehaald. Leerkrachten hebben zich massaal ingeschreven voor de cursussen. Maar wat kun je in een cursus van 6 of 7 middagen leren op het gebied van natuurwetenschap en vakdidactiek? Ons team van de Hogeschool van Amsterdam probeert via aanvullende projecten veel intensiever contact met scholen en leerkrachten te krijgen om samen aan de kwaliteit van W&T onderwijs te werken. Verder hebben we bij VTB Pro nascholingscursussen ook een begeleidingstraject waarbij de nascholers klassen en scholen bezoeken om te assisteren bij lessen en bij leerlijnen (in andere regio’s gebeurt dat niet of minder).

VTB Pro heeft ook de oprichting ondersteund van kenniscentra voor W&T onderwijs op de basisschool. Vijf regionale centra, elk gelieerd met een aantal Pabo’s, ontwikkelen de inhoud voor bovengenoemde trainingen, organiseren training voor trainers, analyseren en ontwikkelen Pabo vak en vakdidactiekcursussen voor W&T, en doen onderzoek Aangestelde lectoren zorgen voor inhoudelijke kwaliteit. Dit proces is in volle gang binnen de huidige levensduur van het Platform Beta/Techniek tot eind 2010.


AMSTEL en W&T in de Basisschool


Het AMSTEL Instituut is op allerlei manieren betrokken bij basisschool Wetenschap en Techniek, o.a. door betrokkenheid bij het Expertisecentrum voor Noord-Holland, nascholingen VTB Pro, begeleiding van basisschool leraren in de klas. Daarnaast heeft het AMSTEL uiteraard sensoren en activiteiten voor de basisschool. €Sense is een doosje met een licht, geluid, en temperatuursensor en een buzzer. Bijbehorende Coach Lite software is gratis en er is een website met ruim 30 activiteiten. Ervaringen met kinderen zijn erg positief. Voor leerkrachten is er een behoorlijke drempel. We hebben ook geëxperimenteerd met de afstandsensor in groep 7 en 8 van de basisschool en de meeste kinderen (70%) kunnen uit een afstand-tijdgrafiek een beweging goed beschrijven (richting, snelheid). Een meerderheid van zowel groep 5 als groep 6 kinderen (60%) lukte het zelfs om sensoren en grafieken in compleet nieuwe situatie in te zetten. Voor meer informatie zie www.pollen-europa.nl en kies EuroSense.

Na 2010


Inmiddels heeft het Ministerie van O&W €15 miljoen per jaar toegezegd voor ondersteuning van basisschool W&T voor de periode 2011 – 2016. Met het geld worden scholen geholpen bij het integreren van wetenschap en techniek in hun onderwijs, worden leerkrachten geschoold en wordt onderzoek gedaan dat op scholen toepasbaar is naar de ontwikkeling van (bèta-)talent van jonge kinderen. Een Masterplan voor besteding is ingediend en is te vinden op http://www.manifestwt.nl/

Leren onderzoeken door stuiteren in groep 5


Een volle klas met 30 kinderen in een aantrekkelijk lokaal. De jonge leraar heeft perfecte orde, hij kan lezen en schrijven met deze klas. Eerst de huiswerkvraag, wat voor balsporten ken je? Vijftien kinderen zitten met hun hand ophoog. Dan een vraag over verschillen tussen ballen en er zijn grote, kleine, harde, zachte, en verschillende kleuren. De leraar heeft een zak met ballen meegebracht, allerlei verschillende ballen. Wat zou je kunnen onderzoeken aan ballen? De kinderen krijgen een werkblad met enkele vragen over ballen en de eindvraag is om een onderzoeksvraag te formuleren. Er zijn uiteraard veel verschillende vragen, maar met een groep 5 van 30 kinderen die voor het eerst wat W&T onderzoek gaan doen, is het beter om structuur aan te brengen. De leraar kiest er dus een vraag uit: Welke bal stuitert het best? En om te zorgen dat de valhoogte constant blijft, wordt kinderen vertelt om alle ballen vanaf tafelhoogte te laten vallen. De kinderen zijn al in groepjes ingedeeld en krijgen een Gamma papieren meetlint mee en gaan naar de aula. Het meetlint wordt op de tafelpoot geplakt. Sommige groepjes doen dat al meteen handig onderste boven zodat de nul op de vloer zit. Dan kun je gemakkelijk zien tot welke hoogte elke bal stuitert. De kinderen gaan hard aan de gang. Uiteraard zien we ook problemen. Er is geen duidelijke definitie van hoe je de stuiterhoogte meet, tot de bovenkant van de bal? Tot het midden? Tot de onderkant? Wel wordt elke meting drie keer gedaan. Na een half uur komt men weer samen in de klas en volgt een gesprek over wat stuiteren nu eigenlijk is. Heel vaak zien we lessen waarbij de activiteiten helemaal niet worden nabesproken. Dit keer wel, inclusief de fysische inhoud. De kinderen beschrijven het stuiteren: hij is wat zacht, dan ingedeukt, en gaat dan weer de lucht in. Een ander gebruikt het woord veert. De leraar laat Youtube filmpjes zien met een stuiterend voorwerp in slow motion. Hij laat ook zien hoe zo’n hele grote skippy bal stuitert. Daar kun je het goed zien, ook bijna slow motion. De leraar drukt de bal tegen de tafel, laat los, en de bal springt omhoog. Dat is het stuitermechanisme! Tenslotte volgen nog filmpjes van een ballon met water gevuld die stuitert (de kinderen hebben eerder door dan ik dat er water in zit) en van een auto die “stuitert” door een kreukelzone. Het laatste komt niet helemaal uit de verf.

Wat zouden kinderen geleerd hebben? We hadden geen gelegenheid om te interviewen. We denken dat het een uitstekende les was, maar de opbrengst zou getoetst moeten worden via interviews.


Bronnen voor basisschool lesmateriaal


De Nederlandse kerndoelen met een voorlopige uitwerking naar een leerlijn staan op

http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html
www.proefjes.nl Een site gestart door Robbert Dijkgraaf. Veel spectaculaire proefjes die met weinig voorbereiding gedaan kunnen worden op de basisschool. Werkbladen met concrete aanwijzingen zijn er ook.

www.ontdekplek.nl Een site met activiteiten om dingen te bouwen en te maken, meer techniek gericht.

www.pollen-europa.nl/ewt Hier staat het nascholingsmateriaal van het Expertisecentrum Noord-Holland en Flevoland. Daar staan ook leraarhandleidingen, bv voor spiegels voor groep 1 – 4.

www.pollen-europa.nl kies EuroSense….een site met ruim 30 activiteiten voor EuroSense, de speciale sensor van het AMSTEL Instituut voor het basisonderwijs groep 6 – 8 met gratis software.

Buitenlandse curricula en leerlijnen


Het National Curriculum for England and Wales http://curriculum.qca.org.uk/key-stages-1-and-2/subjects/science/index.aspx
Gedetailleerde uitwerkingen voor lesgeven met het UK curriculum:

http://www.standards.dfes.gov.uk/schemes2/science/
Informatie over typische denkbeelden van basisschool kinderen over natuurwetenschap is te vinden in de SPACE reports:

http://www.nuffieldcurriculumcentre.org/go/minisite/PrimaryScience/Page_243.html
Het curriculum voor Schotland http://www.ltscotland.org.uk/5to14/guidelines/environmentalstudies.asp waarbij de term environmental studies ongeveer gebruikt wordt als wereldoriëntatie,
De USA National Science Education Standards http://www.nap.edu/openbook.php?record_id=4962
Science curriculum voor State of Victoria (Australia, de volgende pagina geeft de leerlijn, andere pagina’s bevatten allerlei specificaties inclusief contrast tussen kinderideeën en wetenschappelijke ideeën, en activiteiten.

http://vels.vcaa.vic.edu.au/assessment/ppoint/science/index.html
Overzicht over de belangrijkste kinderideeën/misconcepten m.b.t. natuurwetenschap:

http://www.nuffieldcurriculumcentre.org/go/minisite/PrimaryScience/Page_243.html

Nederlandse Pabo boeken


De volgende twee boeken worden op vrijwel elke Pabo in Nederland gebruikt. De Vaan/Marell is het vakdidactiek boek. Kersbergen/Haarhuis is leerboek over natuurwetenschappen, maar het is beduidend beter in biologie dan in natuurkunde.

Kersbergen, C., Haarhuis, A. (2006). Natuuronderwijs Inzichtelijk (2de herziene druk). Bussum: Coutinho.

Vaan, E. de, Marell, J. (2003). Praktische Didactiek voor Natuuronderwijs (5de herziene druk). Bussum: Coutinho.


Referenties


Coe, M.A. (2000). The 5E Learning Cycle Model. http://faculty.mwsu.edu/west/maryann.coe/coe/inquire/inquire.htm (last accessed 8 December 2009).

Bleijerveld, K., Graft, M. van (2002). Enschede: SLO

Uit de Grabbelton voor de kleuterbouw

Uit de Grabbelton voor de onderbouw

Uit de Grabbelton voor de middenbouw

Uit de Grabbelton voor de bovenbouw

Uit de Grabbelton over didactiek

Graft, M. van (2003). Utrecht: Freudenthal Instituut voor Natuurwetenschappen: Verslag Woudschoten Conferentie 2003.



Harlen, W., Qualter, A. (2004). The teaching of science in primary schools. David Fulton Publishers.

1 Eerste versie, geschreven voor Woudschoten 2009 workshop op 13 december 2009

2 W&T: (natuur)Wetenschap en Techniek, de huidige naam van het vak in de basisschool en in alle ondersteuningsprojecten. W&T maakt deel uit van de cluster Wereldoriëntatie met andere zaakvakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde.

3 PISA definitie van scientific literacy: The capacity to use scientific knowledge, to identify questions and to draw evidence-based conclusions in order to understand and help make decisions about the natural World and the changes made to it through human activity (OECD 2003: 133)








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina