Natuurbeleving in de Romantiek de natuur als toevluchtsoord



Dovnload 51.7 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte51.7 Kb.

Aantekeningen 6 VWO Frans 2009-2010 periode 3

Natuurbeleving in de Romantiek


  1. de natuur als toevluchtsoord

    De romantische dichter trekt zich graag terug in eenzaamheid om, niet gestoord door andere mensen, te kunnen vluchten uit de harde werkelijkheid van alledag, om te kunnen dromen. Hij zoekt dus bij voorkeur desolate plekken op, zoals dichte wouden, verlaten stranden of hoge bergtoppen.




Ich wandelte unter den Bäumen
Mit meinem Gram1 allein;
Da kam das alte Träumen
Und schlich2 mir ins Herz hinein.

Heinrich Heine



  1. het goddelijke in de natuur

    De dichter voelt een goddelijke aanwezigheid in de natuur. Het verblijf in de natuur is voor hem dan ook een hele blijde, extatische ervaring. Zelf onderdeel van de natuur, herkent de dichter vaak ook iets goddelijks in zichzelf.





De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,

De Zee, waarin mijn Ziel zichzelf weerspiegeld ziet;


De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zichzelve niet.

Willem Kloos




My heart leaps up when I behold
A rainbow in the sky:
So was it when my life began,
So is it now I am a man,

So be it when I shall grow old,


Or let me die!
The Child is father of the Man:
And I could wish my days to be
Bound each to each by natural piety3

William Wordsworth




  1. de natuur als weerspiegeling van de emoties van de dichter

    De gevoelens van de romantische mens worden in de natuur weeerspiegeld. De natuur past zich als het ware aan: als de dichter triest is, begint het spontaan te regenen… Niet alleen emoties, maar alle menselijke eigenschappen kunnen in de natuur worden teruggevonden (personificaties). Bekende parallellen zijn bijvoorbeeld lente/jeugd en herfst/sterven.


Le papillon
Naître avec le printemps, mourir avec les roses

Sur l’aile du zéphyr4 nager dans un ciel pur


Balancé sur le sein des fleurs à peine écloses5

S’enivrer6 de parfums, de lumière et d’azur

5 Secouant7, jeune encor, la poudre de ses ailes,
S’envoler comme un souffle aux voûtes éternelles,
Voilà du papillon le destin enchanté!

Il ressemble au désir, qui jamais ne se pose,


Et sans se satisfaire, effleurant8 toute chose,

10 Retourne enfin au ciel chercher la volupté9!



Alphonse de Lamartine
De bomen dorren in het laat seizoen,

En wachten roerloos den nabijen winter…

Wat is dat alles stil, doodstil… ik vind er

Mijn eigen leven in, dat heen gaat spoên.


Willem Kloos



  1. de relatie tussen de natuur en de liefde

    De liefde is misschien het belangrijkste inhoudelijke thema van de Romantiek. Vandaar dat het moderne woord romantiek daar ook altijd mee geassocieerd wordt. In het eerstvolgende fragment wordt een onbetrouwbare geliefde vergeleken met verraderlijke stromingen in de Rijn. In het tweede fragment roept de dichter om vrije liefde. Vrijheid is belangrijk voor de romanticus. Hij wil niet meer gebonden zijn aan alle regels die in de klassieke tijd golden. De natuur is symbool van de vrijheid (zij trekt zich niets aan van wat mensen willen). De kerk daarentegen is een obstakel op de weg naar vrije liefde.


Oben Lust, im Busen Tücken10

Strom, du bist der Liebsten Bild!

Die kann auch so freundlich nicken,
Lächelt auch so fromm und mild.

Heinrich Heine
The Garden of Love
I went to the Garden of Love,

And saw what I never had seen:

A chapel was built in the midst,

Where I used to play on the green.




  1. And the gates of this chapel were shut,

And “Thou shalt not” writ over the door;

So I turned to the Garden of Love,

That so many sweet flowers bore;
And I saw it was filled with graves,

10 And tombstones where flowers should be;

And priests in black gowns were walking their rounds,

And binding with briars11 my joys and desires.


William Blake




  1. de natuur en de herinnering

    In tegenstelling tot de mens, die slechts een kort leven op aarde beschoren is, is de natuur welhaast onsterfelijk. Lang nadat de mens gestorven is, zullen de rotsten waarop hij heeft gezeten, het meer waarover hij heeft gevaren, nog steeds bestaan. De dichter hoopt vurig dat de natuur de herinnering aan gelukkige momenten zal vasthouden, en keert dan ook regelmatig terug naar plekken met een emotionele waarde.


Ô lac! rochers muets! grottes! forêt obscure!
Vous, que le temps épargne ou qu’il peut rajeunir,
Gardez de cette nuit, gardez, belle nature,
Au moins le souvenir!

Alphonse de Lamartine



Vlucht uit de dagelijkse werkelijkheid

De romantische held lijkt in niets op de held zoals we die kennen uit de klassieke literatuur. Deze laatste was de perfecte vertegenwoordiger van de maatschappij, die de heersende normen en waarden volledig eerbiedigde. De romantische held wijst de hypocriete maatschappij echter af en voelt zich onbegrepen door de massa. Hij zoekt de eenzaamheid op en probeert de harde werkelijkheid van alledag te ontvluchten.
Maar waar vindt de gekwelde romantische ziel een toevluchtsoord?


  1. de natuur als toevluchtsoord

    De romantische dichter trekt zich graag terug in eenzaamheid om, niet gestoord door andere mensen, te kunnen vluchten uit de harde werkelijkheid van alledag, om te kunnen dromen. Hij zoekt dus bij voorkeur desolate plekken op, zoals dichte wouden, verlaten stranden of hoge bergtoppen




  1. vlucht in het verleden

    Het verleden oefent een grote aantrekkingskracht uit op de romanticus. Hij houdt zich graag op bij ruïnes uit de Oudheid of de Middeleeuwen (gothische bouwkunst) om daar te mijmeren over de vergankelijkheid van het leven en zich een voorstelling te maken van wat er zich lang geleden op die plek heeft afgespeeld.






  1. de religie

    In de stoffelijke wereld, waarin al wat leeft vluchtig en vergankelijk is, bestaat slechts één constante: God. Veel romantici kenmerken zich door een hang naar mystiek, een zoeken naar het goddelijke in de natuur en in hun eigen ziel.



  2. vlucht in het bovennatuurlijke

    Vooral in Engeland (Byron, Radcliffe, Lewis) en in Duitsland (Hoffmann), maar ook in Frankrijk (Nodier, Bertrand) voelen velen zich aangetrokken tot het occulte en het duistere: nachtmerries, duistere fantasieën, satanisme, vampier- en spookverhalen.




  1. het exotische

    Veel dichters ondernemen reizen naar de grenzen van onze beschaving of naar werelden die zeer van de onze verschillen (Rome, Athene, Jeruzalem), soms naar het exotische (Amerika, het Midden-Oosten). Ze verheerlijken vaak de zeden van de “primitieve”, nog niet door de beschaving verpeste mens. Overigens worden veel reisverhalen geschreven door auteurs die de verre oorden alleen in hun fantasie hebben bezocht.


HET SYMBOLISME
1. herkomst van het woord "symbool"
Als in de Griekse Oudheid twee vrienden een tijd uit elkaar gingen, omdat een van hen bijvoorbeeld op reis ging, dan gooiden zij een oude vaas aan diggelen. Zij zochten dan twee stukken uit die precies in elkaar pasten en bewaarden ieder een scherf. Als zij elkaar later dan weer terugzagen, pasten zij de twee scherven weer in elkaar ten teken van hun blijvende vriendschap. Het Griekse woord voor bijeenbrengen was "sumballoo" (lett. samengooien). Daarvan is ons begrip "symbool" afgeleid.

Net als in de Griekse Oudheid verwijst een symbool in onze tijd naar een soort hogere werkelijkheid, iets abstracts wat niet direct door onze zintuigen is waar te nemen. Zo kan een vlag symbool staan voor vaderlands­liefde en een gebroken hart voor liefdesverdriet. Een symbool is dus iets anders dan een teken of symptoom, dat verwijst naar een werkelijkheid die direct voorhanden is, zoals de pictogrammen op een station.


2. verwijzing naar een hogere werkelijkheid: Plato's Ideeënwereld
In de natuurwetenschappen, en dan vooral zoals die sinds de negentiende eeuw beoefend worden, wordt alleen de zintuiglijk waarneembare werkelijk­heid in ogenschouw genomen. Zolang de mensheid bestaat echter, denken velen dat er achter die direct waarneembare wereld een andere werkelijkheid verscholen zit. De Griekse filosoof Plato noemde die verborgen ("hogere") werkelijkheid de Ideeënwereld. Hij legde dit uit d.m.v. de beroemd geworden allegorie van de grot, die hieronder kort samengevat is weergegeven:
Stel je een grot voor met een brede opening naar het zonlicht, waarin een groep mensen zo zit vastgeklonken dat ze alleen naar de wand tegenover de opening kunnen kijken. Ze zitten daar al vanaf hun vroegste jeugd en weten dus niet beter dan dat de schimmen die ze op de rotswand weerspiegeld zien de totale werkelijkheid zijn. Achter hun rug brandt een vuur waarlangs allerlei figuren, dieren en voor­werpen trekken. De gevangenen zien alleen de schimmen die het zon­licht en het vuur hiervan op de rotswand werpen.

Op een dag wordt één van de geboeiden bevrijd en hij ziet de voorwer­pen, de dieren en de figuren zoals ze in werkelijkheid zijn. Buiten ziet hij de zon en de natuur en hij neemt kennis van de wisselende jaargetijden. Vervolgens wordt hij weer teruggebracht bij zijn vroegere lotgenoten.

Hij zou nu zeker proberen hen ervan te overtuigen dat hun kijk op de werkelijkheid niet juist en onvolledig is. Maar ze zouden hem niet geloven en hij zou niet de kans krijgen de vanzelfsprekendheid van hun wereldbeeld aan het wankelen te brengen. Ze zouden hem zelfs proberen te doden, omdat hij onrust zaait in hun wereld.

3. reactie op het positivisme
Joachim du Bellay liet zich in de zestiende eeuw al door deze ideeën van Plato inspireren en ook in de Romantiek zag Victor Hugo de dichter als een ziener, die de gewone mensen de wereld kon laten zien die achter de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid verborgen ligt.

Maar halverwege de negentiende eeuw werd deze hogere werkelijkheid door de realisten en de naturalisten resoluut van de hand gewezen. Onder invloed van de empirische natuurwetenschappen (denk bijvoorbeeld aan Darwin en Pasteur) wilde men alleen de zintuiglijk waarneembare werkelijkheid beschouwen. De symbolisten verzetten zich hevig tegen de positivisten en de naturalisten. Zij wilden niet de objectieve werkelijkheid beschrijven, maar een mysterie suggereren. Ze gingen zelfs zover hun zintuigen opzettelijk te "ontregelen" door alcohol- en drugsgebruik, in de hoop de alledaagse werkelijkheid te kunnen ontstijgen, op zoek naar een "esthetisch paradijs", waarin alle aardse verschijnselen onderling verbonden zijn en zo een verheven werkelijkheid uitdrukken van eenheid en schoonheid. Baudelaire noemde deze onderlinge verbindingen "correspondances":


CORRESPONDANCES
La Nature est un temple où de vivants piliers

Laissent parfois sortir de confuses paroles;

L'homme y passe à travers des forêts de symboles

Qui l'observent avec des regards familiers.


5 Comme de longs échos qui de loin se confondent

Dans une ténébreuse et profonde unité,

Vaste comme la nuit et comme la clarté,

Les parfums, les couleurs et les sons se répondent.


Il est des parfums frais comme des chairs d'enfants,

10 Doux comme les hautbois, verts comme les prairies,

- Et d'autres, corrompus, riches et triomphants,
Ayant l'expansion des choses infinies,

Comme l'ambre, le musc, le benjoin et l'encens,

Qui chantent les transports de l'esprit et des sens.


4. reactie op de romantiek
Net als in de Romantiek wordt de symbolistische dichter voorgesteld als een ziener, die de hogere werkelijkheid kan aanschouwen. Anders dan in de Romantiek echter is de dichter niet een profeet die de grote massa de weg kan wijzen naar een betere toekomst. De geheimen van de andere wereld worden alleen voor hemzelf en misschien een kleine elite ontsluierd. De dichter wordt dan ook meestal door de massa niet begrepen. Hij is een "poète maudit". De kunst komt de dichter overigens niet aanwaaien, zoals de romantische dichters dat nog wel eens suggereerden. De romantische dichter zonderde zich af in de natuur om zich te laten inspireren. Inspiratie was veel belangrij­ker dan de vorm van zijn gedichten. De symbolistische dichter daaren­tegen zag zichzelf als een vakman, een verskunstenaar, laten we zeggen 5% inspiratie en 95% zweet.
Een heel mooi beeld van deze schouwende dichter die door de massa niet begrepen wordt, geeft het gedicht L'albatros van Charles Baude­laire:
L'ALBATROS
Souvent, pour s'amuser, les hommes d'équipage

Prennent des albatros, vastes oiseaux des mers,

Qui suivent, indolents compagnons de voyage,

Le navire glissant sur les gouffres amers.


5 A peine les ont-ils déposés sur les planches,

Que ces rois de l'azur, maladroits et honteux,

Laissent piteusement leurs grandes ailes blanches

Comme des avirons traîner à côté d'eux.


Ce voyageur ailé, comme il est gauche et veule!

10 Lui, naguère si beau, qu'il est comique et laid!

L'un agace son bec avec un brûle-gueule,

L'autre mime, en boitant, l'infirme qui volait!


Le Poète est semblable au prince des nuées

Qui hante la tempête et se rit de l'archer;

15 Exilé sur le sol au milieu des huées,

Ses ailes de géant l'empêchent de marcher.



5. de belangrijkste vertegenwoordigers
Charles Baudelaire (1821-1867) groeide op als een eenzaam, melancho­liek mens in Parijs. In zijn studententijd woonde hij in het Quartier Latin. Zijn leven was volgens zijn familie zo losbandig en onaan­vaardbaar, dat ze hem op een schip zetten naar Indië, in de hoop voorgoed van hem af te zijn. Hij kwam echter snel terug, om een nog veel opvallender leven te leiden samen met zijn zwarte minnares Jeanne Duval. Al snel kwam hij in geldnood en raakte verzwakt door alcohol- en drugsgebruik. Zijn inmiddels wereldberoemde dichtbundel Les Fleurs du Mal werd bij verschijnen in 1857 op grond van zedeloos­heid veroordeeld en hij moest enkele aanstootgevende gedichten vervangen. Baudelaire was de eerste die ook de lelijke kanten van het leven in poëzie bezong. Hij ervoer de aardse werkelijkheid als ellende waaruit hij op alle mogelijke manieren probeerde te ontsnap­pen: poëzie, liefde, alcohol, drugs, en tenslotte de dood.
Stéphane Mallarmé (1842-1898) werd wel als de meester van het symbo­lisme beschouwd. Vam 1882 tot 1894 organiseerde hij bij hem thuis in de rue de Rome in Parijs samenkomsten op dinsdagen die het feitelijke brandpunt vormden van de symbolistische beweging. Zijn elitaire bezoekers noemden hem "maître". Paul Verlaine moest niets hebben van dit elitaire gedoe en organiseerde woensdagen voor de "poètes mau­dits" die zich probeerden te onderscheiden van het chique gezelschap dat bij Mallarmé over de vloer kwam. Mallarmé's poëzie is heel moeilijk toegankelijk.
Paul Verlaine (1844-1896) leidde aanvankelijk een rustig burgerbe­staan, maar voelde zich steeds onzekerder en angstiger worden. Hij begon te drinken, wat hem een slechte reputatie opleverde. Na 3 jaar huwelijk verliet Verlaine zijn vrouw Mathilde en vestigde zich met de toen 16 jaar oude Arthur Rimbaud (1854-1891) in Brussel en Londen. Helaas is ook hun relatie geen lang leven beschoren. In 1873 hadden de twee geliefden zo'n hevige ruzie, dat Verlaine zijn vriend met een pistool verwondde. Hij verdween voor twee jaar in de gevangenis. Daar bekeerde hij zich tot het katholicisme. Zijn poëzie behandelt eenvou­dige onderwerpen uit de liefde, de religie en de erotiek en is heel ritmisch en muzikaal. Zijn grote zwaarmoedigheid, die hij zelf niet kan verklaren, blijkt heel mooi uit het volgende gedicht:
IL PLEURE DANS MON COEUR
Il pleure dans mon coeur het huilt

Comme il pleut sur la ville.

Quelle est cette langueur weemoed

Qui pénètre mon coeur? doordringt


5 O bruit doux de la pluie

Par terre et sur les toits!

Pour un coeur qui s'ennuie,

O le chant de la pluie!


Il pleure sans raison

10 Dans ce coeur qui s'écoeure van zichzelf walgt

Quoi! nulle trahison? verraad

Ce deuil est sans raison rouw

C'est bien la pire peine de ergste straf/pijn

De ne savoir pourquoi,

15 Sans amour et sans haine,

Mon coeur a tant de peine.

Zijn vriend Arthur Rimbaud (1854-1891) was een wonderkind en een echt "enfant terrible". Hij schreef al zijn gedichten tussen zijn 15e (!) en 21e levensjaar. Hij kwam op uitnodiging van Verlaine naar Parijs. Kort na de enorme crisis met zijn vriend hield hij op met het schrijven van zijn hevige en kleurrijke poëzie, die heel vernieuwend was, en naar zijn zeggen gebaseerd op een totale ontregeling van alle zintuigen:
"Je dis qu'il faut être voyant, se faire voyant. Le Poète se fait voyant par un long, immense et raisonné dérèglement de tous les sens. Toutes les formes d'amour, de souffrance, de folie: il cherche lui-même, il épuise en lui tous les poisons, pour n'en garder que les

5 quintessences. Ineffable torture où il a besoin de toute la foi, de toute la force surhumaine, où il devient entre tous le grand malade, le grand criminel, le grand maudit, - et le suprême Savant! - Car il arrive à l'inconnu! Puisqu'il a cultivé son âme, déjà riche, plus qu'aucun! Il arrive à l'inconnu!


1 voyant = ziener; 2 raisonné = beredeneerd; dérèglement de tous les sens = ontregeling van alle zintuigen; 3 souffrance = lijden; 4 épuiser = uitput­ten; poison = vergif; 5 ineffable = onuitsprekelijk; foi = geloof; 6 surhumaine = bovenmenselijk; 7 maudit = vervloekt.
Hij kwam in opstand tegen de maatschappij, de gevestigde moraal, de religie en de burgelijke waarden en normen. Hij ging reizen door Engeland, Duitsland en Java, en vestigde zich uiteindelijk in Ethiopië om handel te drijven.



HET SYMBOLISME IN VOGELVLUCHT
definitie: literaire beweging die de relatie wil herstellen tussen de alledaagse werkelijkheid en een verborgen, "hogere" werke­lijkheid
bijzonderheid: dichters probeerden vaak tot die hogere werkelijkheid te komen door alcohol en drugs te gebruiken
dominant genre: poëzie
kenmerken: 1. correspondances, vaak synesthesieën: de ene zintuig­lijke ervaring roept de andere op

2. suggestie: de werkelijkheid wordt niet objectief beschreven, maar er wordt iets mysterieus gesuggereerd

3. strakke versvormen zoals het sonnet, meestal korte kernachtige gedichten, het dichten is een ambacht

4. voor het eerst verzen met een oneven aantal lettergre­pen (vers impairs)


belangrijkste vertegenwoordigers:
in Frankrijk: Charles Baudelaire (1821-1867)

Stéphane Mallarmé (1842-1898)

Paul Verlaine (1844-1896)

Arthur Rimbaud (1854-1891)


andere landen: Maeterlinck, Verhaeren (België); Perk, Roland Holst (Nederland); George, Von Hofmannsthal (Duitsland),

Yeats (Ierland)






1 Gram = verdriet

2 schlich = sloop

3 piety = vroomheid

4 zéphyr = (westen)wind

5 éclos = ontloken

6 s’enivrer de = bedwelmd worden door

7 secouer = schudden

8 effleurer = net even aanraken

9 volupté = wellust

10 Tücken = boosaardigheid

11 briar = doornstruik

Aantekeningen 6 VWO Frans 2009-2010 periode 2 22-8-2016







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina