Natuurwetenschap in het Nieuws



Dovnload 112.18 Kb.
Pagina1/3
Datum23.07.2016
Grootte112.18 Kb.
  1   2   3

Natuurwetenschap

in het Nieuws

nummer 29, oktober 2006

Alle artikelen zijn ingekort. De volledige artikelen zijn, net

als de digitale versie van deze krant te vinden op:

www.phys.uu.nl/natunieuws/






Zonnestelsel & Heelal

Pluto geen planeet

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006



Sinds vorige week zijn er nog maar acht planeten in het zonnestelsel in plaats van negen. De kleine, verre ‘planeet’ Pluto hoort er niet meer bij. Voortaan is Pluto een dwergplaneetje.

Bijna iedereen kent het rijtje van de negen planeten uit z’n hoofd: Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto. Maar sterrenkundigen ruziën al jarenlang over de vraag of Pluto wel echt een planeet is.

Pluto is véél kleiner dan de andere planeten. Bovendien draait hij in een rare, scheve baan om de zon. En tot overmaat van ramp zijn er de laatste tijd nog honderden ijsklompen ontdekt in de omgeving van Pluto. Een daarvan is zelfs een slag groter.

Op een groot congres in Praag zijn sterrenkundigen van over de hele wereld het nu eindelijk eens geworden over de vraag wat een planeet is en wat niet. Op donderdag 24 augustus was er zelfs een officiële stemming. De uitslag: Pluto telt niet langer mee.





Het zonnestelsel heeft nog maar acht planeten.

Om een planeet te zijn, moet je natuurlijk in een baan om de zon draaien. Bovendien moet je zo groot zijn dat je door je eigen zwaartekracht mooi rond wordt. Maar volgens de nieuwe definitie mag een planeet ook geen deel uitmaken van een hele familie van soortgenoten in hetzelfde deel van het zonnestelsel. Daarom doet Pluto niet meer mee: het is gewoon een van de talloze ijsdwergen.





Pluto is niet langer een planeet.

Nieuwe Hubble-foto toont vruchtbare versmelting van sterrenstelsels

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006



Een nieuwe opname van de Hubble Space Telescope biedt een gedetailleerd beeld van de versmelting van twee sterrenstelsels. De stelsels zijn pakweg 500 miljoen jaar geleden met elkaar in botsing gekomen.

De onderlinge zwaartekracht heeft lange, gebogen slierten van gas en sterren uit de stelsels gerukt. Vanwege die lange 'getijdenstaarten', die vooral zichtbaar zijn op foto's gemaakt met aardse telescopen, worden de botsende stelsels 'de Antennes' genoemd. Ze vormen het dichtstbijzijnde en jongste voorbeeld van een versmelting van twee stelsels.

Op de Hubble-foto zijn de getijdenstaarten niet zichtbaar (die bevinden zich ver buiten de rand van de foto), maar zijn wel talloze heldere super-sterrenhopen te zien, waarin miljarden nieuwe sterren worden geboren. De meeste van deze sterrenhopen zullen in de loop van enkele miljoenen jaren uiteenvallen; sommige evolueren waarschijnlijk tot bolvormige sterrenhopen. Soortgelijke processen gaan zich over ca. zes miljard jaar ook afspelen in ons eigen Melkwegstelsel, wanneer dat in botsing komt met het Andromedastelsel.



Hubble-opname van de Antennes, twee botsende sterrenstelsels in het sterrenbeeld Raaf.

Komeet SWAN leeft op

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

Sinds begin oktober staat er een komeet aan onze avondhemel, die tot nu toe echter alleen waarneembaar was met een verrekijker of telescoop. De afgelopen dagen is het object, komeet SWAN geheten, echter een flink stuk helderder geworden. Zoek de komeet ’s avonds na zonsondergang pal in het westen op ongeveer 45 graden boven de horizon (dat wil zeggen: halverwege de horizon en het punt recht boven je). Komeet SWAN beweegt momenteel boven het sterrenbeeld Noorderkroon langs.



Komeet SWAN.

Tweelingsatelliet voor zonneonderzoek gelanceerd

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

De afgelopen nacht zijn met succes de beide kleine satellieten van de STEREO-missie gelanceerd. Deze NASA-missie heeft tot doel om gelijktijdig vanuit verschillende posities naar de zon te kijken, zodat een driedimensionale voorstelling kan worden gemaakt van de (vaak explosieve) verschijnselen die zich daar afspelen.



De geslaagde lancering van STEREO.

Het onderzoek zal vooral zijn gericht op de enorme zonneuitbarstingen die bekend staan als ‘coronale massa-ejecties’ (CME’s). Bij deze gebeurtenissen, die zich in het buitenste ijle omhulsel van de zon afspelen, wordt als het ware een deel van de zonneatmosfeer weggeblazen. Daarbij worden reusachtige hoeveelheden geladen deeltjes met grote snelheid de ruimte in geschoten, soms in de richting van de aarde. In veel gevallen leidt dit tot verstoringen van het aardmagnetische veld, beschadigingen van (de elektronica van) satellieten en soms zelfs uitval van elektriciteitsnetwerken op aarde.



Extremofiele microben kunnen overleven op Mars

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

Bepaalde soorten aardse bacteriën zouden kunnen overleven op Mars. Dat concluderen astronomen van het Space Telescope Science Institute en microbiologen van de universiteit van Maryland.



Elektronenmicroscoop-opname van halofielen.

Gedurende twee jaar werd laboratoriumonderzoek gedaan aan twee typen aardse bacteriën: halofielen en methanogenen. Beide soorten behoren tot de zogeheten extremofielen: micro-organismen die goed gedijen onder zeer extreme omstandigheden. Het bleek dat de halofielen en methanogenen zich bleven reproduceren bij temperaturen van enkele graden onder het vriespunt.

Volgens de onderzoekers zouden ze in bepaalde gebieden op Mars, met name vlak onder het oppervlak, kunnen gedijen. Het onderzoek is ook van belang voor de vraag naar leven op andere planeten. Omdat de meeste sterren lichter en koeler zijn dan de zon, zal de temperatuur op de meeste planeten in het heelal ook lager zijn dan op aarde.

Stofgeisers verduisteren deel van zuidpoolgebied Mars

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

Nabij de zuidpool van de planeet Mars komen waarschijnlijk stofgeisers voor die een deel van het ijzige gebied donker kleuren. Die conclusie trekken Franse onderzoekers uit nieuwe waarnemingen van het OMEGA-instrument aan boord van de Europese planeetverkenner Mars Express.

Het donkere 'cryptische gebied' op Mars werd in de jaren zeventig al ontdekt door de Viking-ruimtesonde. Toen begin jaren negentig bleek dat de temperatuur van het gebied -135 graden Celsius bedraagt, werd duidelijk dat er bevroren kooldioxide ('droog ijs') moet voorkomen.





Het 'cryptische gebied' nabij de zuidpool van Mars (d).

Hubble ontdekt 16 verre kandidaat-planeten

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006



Met de Hubble-ruimtetelescoop zijn mogelijk zestien nieuwe planeten ontdekt bij sterren in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel, 26.000 lichtjaar van ons vandaan (Nature, 5 oktober).

Vijf van de ontdekte planeten hebben een ongekend korte omlooptijd van minder dan een dag. De snelste van de vijf, SWEEPS-10, draait zelfs in slechts tien uur om zijn ster, wat betekent dat hun onderlinge afstand niet veel meer dan een miljoen kilometer kan bedragen.





Impressie van een planeet die op kleine afstand om zijn ster draait.

De temperatuur van deze 1,6 Jupitermassa zware planeet moet in de orde van 1600 graden liggen: dat is relatief laag, omdat de ster waar hij omheen beweegt een vrij koele rode dwerg is.

Ervan uitgaande dat het inderdaad om zestien planeten gaat, wijst deze steekproef erop dat er in ons Melkwegstelsel ongeveer zes miljard Jupiter-achtige planeten om hun ster draaien.

Exoplaneet heeft dag-nacht-cyclus van ruim 1000 graden

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

Het temperatuurverschil tussen de dag- en de nachtzijde van de exoplaneet Upsilon Andromedae b bedraagt meer dan duizend graden. Dat blijkt uit infraroodmetingen die eerder dit jaar zijn uitgevoerd met NASA's Spitzer Space Telescope.

Ups And b draait in een kleine, snelle baan rond zijn moederster. Vanaf de aarde kijken we soms wat meer tegen de daghelft en soms wat meer tegen de nachthelft van de planeet aan. Uit de gelijktijdige variaties in de waargenomen warmtestraling blijkt nu dat de temperatuur aan de dagzijde misschien wel 1000 tot 1500 graden hoger is dan aan de nachtzijde.





Illustratie van Upsilon Andromedae b.

Superwesp’ ontdekt twee nieuwe Jupiters

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006

Het (geautomatiseerd) opsporen van exoplaneten die bij elke omloop vóór hun moederster langs bewegen, levert steeds vaker succes op. Europese sterrenkundigen hebben in het kader van SuperWASP (de Wide Angle Search for Planets) twee planeten ter grootte van Jupiter ontdekt.

Bij SuperWASP wordt gebruik gemaakt van betrekkelijk eenvoudige camerabatterijen, één op het Canarische Eiland La Palma en één in Zuid-Afrika, bestaande uit acht camera’s voorzien van groothoeklenzen. Daarmee worden de helderheden van honderdduizenden sterren tegelijk in de gaten gehouden.



De SuperWASP-opstelling.

De twee kandidaat-sterren die SuperWASP op die manier heeft opgespoord zijn ter bevestiging onderzocht met een groot instrument van de sterrenwacht in de Haute-Provence. Daarbij bleek dat de beide sterren door de om hen heen draaiende planeten heen en weer worden getrokken.



Veel ‘aardes’ in het heelal?

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006



Volgens Amerikaanse onderzoekers is het mogelijk dat in veel van de planetenstelsels die tot dusverre bij andere sterren zijn ontdekt ook planeten ter grootte van de aarde aanwezig zijn.

Daarover bestond enige twijfel, omdat zich in deze stelsels vaak een zogeheten ‘hete jupiter’ bevindt: een reuzenplaneet die in de loop van zijn bestaan naar de binnendelen van het planetenstelsel is gemigreerd en daarbij alles wat hij tegenkwam heeft opgeslokt.





Veel aardes in het heelal?

Uit het recente onderzoek blijkt nu echter dat die migratie juist gunstig kan zijn voor de vorming van aardse planeten. Computersimulaties duiden erop dat de migrerende planeet de materie in de omgeving van de ster zodanig verstoord, dat er in veel gevallen nieuwe planeten ontstaan. Dat zou bovendien gebeuren op een plek in het planetenstelsel waar relatief veel water aanwezig is. De ‘aardes’ die de hete jupiters in hun spoor achterlaten, zouden dus ook nog eens waterrijk kunnen zijn.



Studenten onderzoeken planeetvorming in vallend vliegtuig

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

Door in een vallend vliegtuig kosmische omstandigheden na te bootsen hopen studenten sterrenkunde van de Universiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Groningen morgen meer te weten te komen over het ontstaan van planeten in het heelal.

Tijdens een zogenoemde paraboolvlucht boven de Golf van Biskaje kijken de studenten hoe materie aan elkaar klontert in gewichtloze omstandigheden.





Het onderzoeksteam rond de experimentopstelling.

Planeten vormen uit gas- en stofschijven die rond jonge ‘pasgeboren’ sterren draaien. De deels Nederlandse satelliet IRAS ontdekte die stofschijven voor het eerst in de jaren tachtig. Het door SRON ontworpen instrument SWS op de Europese satelliet ISO zag later dat die stofschijven voor een groot deel uit broze deeltjes van stof en ijs bestaan.

De studenten, die samenwerken in een internationale groep waarin ook de University of Strathclyde en Technische Universität Braunschweig betrokken zijn, proberen meer inzicht te krijgen in het klonterproces van die broze deeltjes dat aan planeetvorming vooraf gaat.

Cassini vindt nieuwe ringen rond Saturnus

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

De Amerikaanse planeetverkenner Cassini heeft verschillende nieuwe ringen ontdekt rond de reuzenplaneet Saturnus. De ringen zijn dun en ijl, en waren alleen zichtbaar in tegenlicht, toen de ruimtesonde zich in de schaduw van de planeet bevond, en de kleine stofdeeltjes in de planeetringen van achteren beschenen werden door de zon.

De nieuwe ontdekkingen zijn gepresenteerd op een bijeenkomst van de Division of Planetary Sciences van de American Astronomical Society in Pasadena, Californië. Daar werd ook bekendgemaakt dat er in de ijle D-ring, dicht bij de planeet, een merkwaardige, regelmatige golfstructuur is ontdekt, die een beetje doet denken aan een golfplaten dak. De 'golflengte' van dat patroon is de afgelopen jaren afgenomen, en sterrenkundigen denken dat er sprake is van een uitdovend effect, dat midden jaren tachtig op gang is gebracht door de botsing van een komeet of een planetoïde.





Tegenlichtopname van Cassini, waarop nieuwe ringen rond Saturnus zichtbaar zijn.

Mars-kunstmaan ziet Opportunity aan rand van Victoria-krater

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006



De camera van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) heeft een schitterende foto gemaakt van de Marskrater Victoria, waarop het Amerikaanse Marswagentje Opportunity zichtbaar is (zie onderstaande link naar een uitvergroting van de foto).

Opportunity landde in januari 2004 op Mars, en heeft in de afgelopen maanden een lange, trage tocht ondernomen naar de rand van de Victoria-krater. Enkele dagen geleden kwam hij daar aan. Terwijl Opportunity indrukwekkende foto's van het kraterinwendige heeft gemaakt, is het Marswagentje zelf gefotografeerd vanuit een baan om Mars. Mars Reconnaissance Orbiter is onlangs in een lage cirkelbaan rond de rode planeet aangekomen, en levert de scherpste opnamen van het Marsoppervlak die ooit vanuit een omloopbaan zijn gemaakt.

In de Victoria-krater zijn dikke gesteentelagen aangetroffen. De combinatie van foto's en metingen aan het oppervlak en vanuit de ruimte biedt geologen een unieke gelegenheid om straks ook andere delen van het Marsoppervlak goed te kunnen interpreteren op basis van MRO-foto's.



De Victoria-krater op Mars, gefotografeerd vanuit de ruimte.

Zwarte gaten geven geheimen prijs

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006

De meeste sterrenstelsels in het heelal herbergen in hun kern reusachtige zwarte gaten. Recente waarnemingen met de Japanse Suzaku-satelliet en de Amerikaanse Swift-kunstmaan hebben enkele geheimen van deze superzware zwarte gaten helpen oplossen.

De Suzaku-waarnemingen laten zien dat de breedte van een bepaalde röntgenspectraallijn van ijzer een heel goede maat is voor de zwaartekracht van een superzwaar zwart gat. Waarnemingen aan die ijzerlijn bieden sterrenkundigen dus eigenlijk een kijkje in de directe omgeving van het zwarte gat.

Het blijkt dat er binnen 400 miljoen lichtjaar afstand ongeveer tweehonderd superzware zwarte gaten voorkomen. Swift-metingen laten ook zien dat de straalstromen van snel bewegende elektrische deeltjes, die door de meeste superzware zwarte gaten in twee tegenovergestelde richtingen worden uitgezonden, voornamelijk bestaan uit elektronen en protonen (waterstof).



Illustratie van een superzwaar zwart gat dat in twee richtingen straalstromen van elektrisch geladen deeltjes uitzendt.

Nobelprijs voor twee sterrenkundigen

allesoversterrenkunde.nl, oktober 2006



De Nobelprijs voor de natuurkunde is dit jaar toegekend aan de Amerikaanse sterrenkundigen John Mather en George Smoot. Zij danken deze toekenning aan hun onderzoek van het vroege heelal, en met name aan hun betrokkenheid bij de ontwikkeling van de Cosmic Background Explorer (COBE).



De Cosmic Background Explorer

Deze succesvolle satelliet toonde begin jaren negentig van de afgelopen eeuw voor het eerst aan dat de zogeheten kosmische achtergrondstraling – het overblijfsel van de eerste straling na de oerknal die zich vrij door het heelal kon verplaatsen – minuscule temperatuurvariaties vertoont. Deze variaties worden beschouwd als een afspiegeling van kleine dichtheidsverschillen in de materie die het jonge heelal vulde.

Op plekken waar de dichtheid iets groter was dan gemiddeld zouden de eerste sterren en sterrenstelsels zijn ontstaan. De kleurrijke kaart van de temperatuur van de kosmische achtergrondstraling is ook wel omschreven als de 'babyfoto' van het heelal of het 'gezicht van God'.

Zonnevlammen storen Global Positioning System

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006

Volgens onderzoekers van Cornell University stoort de radiostraling van hevige zonnevlammen de ontvangst van GPS-signalen. Omdat deze grote uitbarstingen op de zon een nogal onvoorspelbaar karakter hebben, houdt dat een groot risico in voor belangrijke systemen die van GPS afhankelijk zijn, zoals de navigatie-instrumenten van vliegtuigen.

De onderzoekers ontdekten het effect op 7 september 2005 toen het signaal van de GPS-ontvanger van een instrument van de Arecibo-radiosterrenwacht op Puerto Rico plotseling veel zwakker werd. Bij navraag bleek dit met alle GPS-ontvangers aan de dagzijde van de aarde te zijn gebeurd.

Het verschijnsel viel samen met het optreden van een zonnevlam. Omdat de zon nu niet erg actief is, is het aantal storingen nog beperkt. Maar tijdens het volgende maximum van de zonneactiviteit, in 2011 en 2012, zullen zonnevlammen frequenter en heviger zijn en storingen van enkele uren kunnen veroorzaken.



Een zonnevlam.

Meteorieten leggen stijging zonneactiviteit vast

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006

De Finse geofysicus Ilya Usoskin en zijn collega’s hebben op bijzondere wijze de toename van de zonneactiviteit van de afgelopen eeuwen vastgesteld. Daartoe hebben zij namelijk negentien meteorieten onderzocht waarvan precies bekend is wanneer ze op aarde zijn neergeploft. Bij dit onderzoek speelt de radioactieve isotoop titanium-44 een cruciale rol.

Door de relatieve hoeveelheid titanium-44 in de meteorieten te meten, kan worden herleid hoe actief de zon was op het moment dat de meteoriet neerviel.

Het meteorietenonderzoek bevestigt de conclusies van dat eerdere onderzoek wel: de zon is de afgelopen eeuw, en met name de laatste tientallen jaren, gestaag actiever geworden (Astronomy & Astrophysics Letters, volume 457-3, p. L25).



Zonnevlekken zijn het gevolg van zonneactiviteit.

De Atlantis brengt zonnecellen naar ruimtestation

NRC, 12 september 2006



De spaceshuttle is weer in vol bedrijf. Gisteren om kwart voor een Nederlandse tijd is de Atlantis, met een bemanning van zes, afgemeerd aan het International Space Station (ISS).

Kort daarvoor nam een van de astronauten in het ISS deze foto. In de laadruimte ligt de opgevouwen vracht: een constructie die de ruggengraat van het ISS moet uitbreiden en die twee vleugels met zonnecellen draagt. Gisteren is het ruim zeventien ton zware gevaarte met de robotarm van het ISS overgeheveld.





De spaceshuttle Atlantis.  (Foto NASA)

Direct bewijs voor donkere materie

NRC, 24 augustus 2006



Amerikaanse astronomen hebben een direct bewijs gevonden voor het bestaan van donkere materie.

Al langer wordt op theoretische gronden vermoed dat een groot deel van de materie in het heelal bestaat uit donkere materie, die anders dan de vertrouwde materie uit het alledaagse leven wèl gevoelig is voor zwaartekracht maar bijvoorbeeld niet voor elektromagnetische krachten. Deze donkere materie is letterlijk onzichtbaar doordat hij – voor zover nu bekend – geen straling uitzendt. Hij verschilt waarschijnlijk ook fundamenteel van de vertrouwde materie, die uit protonen, neutronen en andere deeltjes bestaat.

Geschat wordt dat slechts 5 procent van het heelal uit voor ons ‘normale’ zichtbare materie bestaat en 25 procent uit donkere materie. De zeventig procent die dan overblijft is nog exotischer: ‘donkere energie’ of ‘vacuümenergie’. Het bestaan van die energie wordt vermoed omdat anders een een mysterieuze versnelling in de uitdijing van het heelal niet kan worden verklaard.



(Foto Inertia Stock)

Tiende planeet’ heet Eris, naar godin van de twist

allesoversterrenkunde.nl, sept 2006

De dwergplaneet die vorig jaar buiten de baan van Pluto is ontdekt, heeft een officiële naam gekregen: Eris. Het maantje van het ijzige hemellichaam heet voortaan Dysnomia. Dat maakte de Internationale Astronomische Unie (IAU) vandaag bekend.

De dwergplaneet is groter dan Pluto, en werd dan ook lange tijd beschouwd als de ‘tiende planeet’. Hij draagt de catalogusaanduiding 2003 UB313, maar kreeg van zijn ontdekkers (onder leiding van Mike Brown van het California Institute of Technology) de bijnaam Xena, naar de hoofdpersoon uit de populaire tv-serie Xena: Warrior Princess.



Illustratie van Eris en zijn maan Dysnomia.

Inmiddels heeft de IAU besloten dat Pluto geen echte planeet is maar een dwergplaneet. Dat geldt ook voor ‘Xena’. Beide hemellichamen zijn vorige week dan ook opgenomen in de lange lijst van planetoïden en ijsdwergen, onder de nummers 134340 en 136199.



Deeltjesfysici in de wolken

Volkskrant, 24 oktober 2006



Met een deeltjesbundel en een reactievat met kunstmatige wolken gaat het Europese versnellerlab CERN in Genéve bestuderen of kosmische straling een rol speelt in de wolkenvorming op aarde.

In theorie kunnen hoogenergetische deeltjes die de aardatmosfeer binnendringen daar aerosolen doen ontstaan, zwevende macroscopische deeltjes die de kern kunnen worden van druppeltjes in een wolk. Klimatologen willen graag weten welke rol de kosmische straling heeft, omdat wolken een wezenlijke factor zijn in de energiebalands van de aardatmosfeer. Wolken spelen daardoor een grote rol in het weer en klimaat op aarde.

Het CLOUDS-experiment gaat al terug op de waarneming van de achttiende-eeuwse Britse astronoom William Herschel, die als eerste een relatie opmerkte tussen de hoeveelheid zonnevlekken en de graanprijzen, die aangeven of het warm of koud is geweest.

Tegenwoordig weten astrofysici dat de activiteit van de zon leidt tot vervormingen van het magnetisch veld van de aarde. Dat veld werkt normaal gesproken als schild tegen kosmische straling, maar minder tijdens periodes waarin de zon erg actief is.





  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina