Nederlands Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen Aanbieders van na- c q. bijscholingsactiviteiten



Dovnload 72.82 Kb.
Datum27.09.2016
Grootte72.82 Kb.

Nederlands Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen



Aanbieders van na- c.q. bijscholingsactiviteiten

in de Gastroenterologie-Hepatologie

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij treft u informatie aan inzake accreditatie van na- en bijscholingsactiviteiten te volgen in het kader van de herregistratie tot maag-darm-leverarts:
- aanvraagformulier;

- algemene voorwaarden (betrekking hebbend op het indienen van de aanvraag);

- beoordelingskader accreditatie na- en bijscholingsbijeenkomsten (criteria waarmee accreditatie­ commissie tot een oordeel komt).
Een maag-darm-leverarts dient in 5 jaar (de tijdspanne van herregistratie) minimaal 200 uren na- en bijscholingsactiviteiten gevolgd hebben. Dit betekent gemiddeld 40 uren op jaarbasis.
Indien u congressen, symposia of workshops organiseert die u geschikt acht voor maag-darm-lever­artsen (en wilt laten accrediteren) dan gelden de criteria die genoemd zijn in bijgevoegd beoordelings­kader.
Het volledig ingevulde aanvraagformulier dient tenminste 2 maanden voor aanvang van de betreffende activiteit te worden ingediend bij het secretariaat. De accreditatiecommissie zal uw aanvraag beoordelen, op grond daarvan uren toekennen, en toezien op de kwaliteit van na- en bijscholing. De leden van de accreditatie-commissie zijn Dr. R.A. Veenendaal, Dr. L.G.J.B. Engels, Dr. H. Geldof en Drs. J.E. van Hooft. De kosten voor het aanvragen van accreditatie bedragen € 200,00 per aanvraag.
Bij een door het Genootschap van Maag-Darm-Leverartsen geaccrediteerde activiteit dient u een certi­ficaat aan de deelnemers te overhandigen.
Voor vragen kunt u contact opnemen met het secretariaat van de accreditatiecommissie, waarvan u de adres-gegevens hieronder aantreft.

Met vriendelijke groet,


Dr. R.A. Veenendaal, voorzitter

Bijlagen

Aanvraagformulier



Accreditatie bij- en nascholingsbijeenkomsten
Deel A: vragen


1. Contactpersoon die accreditatie aanvraagt


Naam:

Instelling/ organisatie:

Adres/ postbus:

Postcode/ plaats:

Telefoon:




Fax:

E-mail:

De organisatiecommissie heeft kennis genomen van en stemt in met de algemene voorwaarden (deel B) van dit aanvraagformulier: ja / nee

Altijd het (concept)programma met dit aanvraagformulier meezenden.


2. Beknopte omschrijving van de bij- of nascholingsbijeenkomst


Titel:

Datum/ data:

Plaats:

Locatie:

Website met congresinformatie:

Beoogd aantal deelnemers:

Inschrijfgeld per deelnemer:

Aantal onderwijsuren (pauzes, maaltijden, sociale activiteiten, enz. niet meetellen):


3. Eerdere edities van deze bijeenkomst


Is een eerdere editie van deze bij- of nascholingsbijeenkomst geaccrediteerd: ja / nee

Door welke Wetenschappelijke Verenigingen/ Beroepsverenigingen:

Data van eerdere bijeenkomsten en administratienummers:

Zo mogelijk een overzicht van de resultaten van de meest recente evaluatie onder de deelnemers met dit aanvraagformulier meezenden.


Instructie bij vraag 4 en 5

  • Leden van de organisatiecommissie zijn vrij om zelf de rol van programmacommissie te vervullen dan wel een aparte programmacommissie te benoemen (en vice versa).

  • Uitsluitend aan de voorzitter van de programmacommissie wordt de eis gesteld van onafhankelijkheid van voor deze bijeenkomst relevante (farmaceutische) bedrijven en sponsors. Zie deel B van dit aanvraagformulier.

  • Zie voor de definities en verantwoordelijkheden van de organisatiecommissie en programmacommissie deel B van dit aanvraagformulier.

  • Voor zo ver het mee te zenden programma vraag 4 en 5 beantwoordt, kunt u hiernaar verwijzen en hoeft u vraag 4 en 5 niet in te vullen.



4. Leden van de organisatiecommissie

Naam

Instelling/ organisatie



























5. Leden van de programmacommissie

Naam

Instelling/ organisatie

Geregistreerd als specialist bij HVRC, MSRC of SGRC







ja / nee

specialisme:









ja / nee

specialisme:









ja / nee

specialisme:









ja / nee

specialisme:



Welk lid is voorzitter van de programmacommissie:



6. Doelgroep van de bij- of nascholing

Erkende specialismen die tot de doelgroep behoren:



Wie behoren nog meer tot de doelgroep (artsen en/ of niet-artsen):



7. Inhoud van de bij- of nascholing

Korte omschrijving van de inhoud en leerdoelen (maximaal 50 woorden):




8. Documentatie

Wordt documentatie verstrekt aan deelnemers

Datum van verstrekking:

Documentatielijst: ja / nee




Syllabus/ abstracts ja / nee




Boek: ja / nee




Anders: ja / nee

namelijk:








9. Toetsing en evaluatie

Leggen deelnemers aan het begin van de bij- of nascholing een schriftelijke toets af: ja / nee

Leggen deelnemers aan het eind van de bij- of nascholing een schriftelijke toets af: ja / nee

Een schriftelijke evaluatie van de bijeenkomst onder de deelnemende artsen verdient de voorkeur en kan verplicht worden gesteld. Zie deel B van dit aanvraagformulier.



10. Sponsoring en reclame

Ontvangt u sponsorgelden: ja / nee

Naam sponsor(s):


Zijn er aan de sponsoring inhoudelijke voorwaarden verbonden: ja / nee

welke:



Voldoet de bij- of nascholingsbijeenkomst aan de voorwaarden die hieraan in de Code Geneesmiddelen Reclame (www.cgr.nl) worden gesteld m.b.t.:

  • objectiviteit en onafhankelijkheid van de programmaonderdelen waarvoor accreditatie wordt aangevraagd: ja / nee

  • gunstbetoon: ja / nee

  • reclame: ja / nee



Gaarne toezending van het aanvraagformulier (vergezeld van het programma) naar:

accreditatie@mdl.nl. U ontvangt binnen vier weken bericht.

Accreditatie bij- en nascholingsbijeenkomsten

Deel B: algemene voorwaarden


  1. Aanvraagtermijn

    1. Iedere accreditatiecommissie stelt voor zichzelf vast hoe lang van te voren een accreditatie­aanvraag moet worden ingediend.

    2. Aanbieders van bij- of nascholing kunnen accreditatie uitsluitend voorafgaand aan een bij- of nascholingsbijeenkomst aanvragen.

    3. Bij uitzondering kunnen specialisten die aan een bij- of nascholing hebben deelgenomen, bij de Wetenschappelijke Vereniging of Beroepsvereniging van het eigen specialisme, achteraf accreditatie aanvragen.




  1. Elektronische of ‘papieren’ aanvraag

    1. Iedere accreditatiecommissie stelt voor zichzelf vast of een accreditatieaanvraag elektronisch dan wel ‘op papier’ dient te worden ingediend, of dat beide vormen worden toegestaan.




  1. Mogelijkheid tot het stellen van aanvullende eisen

    1. Ieder specialisme heeft de mogelijkheid om als aanvullende eis te stellen, dat tenminste één van de leden van de programmacommissie is geregistreerd als specialist bij de HVRC, MSRC of SGRC op het vakgebied van de betreffende scholingsbijeenkomst.

    2. Ieder specialisme heeft de mogelijkheid om als aanvullende eisen te stellen, dat een evaluatie onder de deelnemers verplicht is en/of dat een evaluatieformulier ter beoordeling met de accreditatieaanvraag moet worden meegezonden.

    3. Accreditatiecommissies die van de mogelijkheid om aanvullende eisen te stellen gebruik maken, voegen deze eis(en) toe als bijlage aan hun beoordelingskader.

    4. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager van de bij- of nascholing om zich er van te vergewissen of de betreffende accreditatiecommissie de onder a en b beschreven aanvul­len­de eisen stelt.




  1. In te sturen informatie en betaling

    1. Een accreditatieaanvraag wordt pas in behandeling genomen, nadat:

      • de accreditatiecommissie een volledig ingevuld aanvraagformulier heeft ontvangen;

      • de accreditatiecommissie het (concept)programma heeft ontvangen;

      • aan de eventuele betalingsvoorwaarden van de betreffende accreditatiecommissie is voldaan.

    2. Indien een eerdere editie van de bij- of nascholingsbijeenkomst is geaccrediteerd, wordt u ver­zocht zo mogelijk een overzicht van de resultaten van de meest recente evaluatie onder de deelnemers met dit aanvraagformulier meezenden.

    3. Indien de accreditatiecommissie dat verzoekt, dient u binnen 6 weken na afloop van de (laatste) bijeenkomst een overzicht aan de accreditatiecommissie te zenden van de:

      • Resultaten van de evaluatie onder de deelnemende artsen (mits deze heeft plaats­ge­vonden).

      • Aan artsen verstrekte deelnamecertificaten. Dit overzicht bevat:

        • namen van de artsen die een deelnamecertificaat hebben ontvangen;

        • specialisme van de betreffende artsen;

        • aantal accreditatiepunten/ -uren dat aan de betreffende artsen is toegekend.




  1. Deelnamecertificaat

    1. Aan een arts van een specialisme waarvoor accreditatie is verkregen, dient aan het eind van zijn/ haar deelname aan de bij- of nascholingsactiviteit een certificaat als bewijs van deelname te worden uitgereikt. Een elektronisch bewijs van deelname is ook toegestaan.

    2. Op ieder certificaat wordt vermeld welke verenigingen accreditatie hebben toegekend en hoeveel accreditatiepunten/ uren zij hebben toegekend.

    3. Indien de arts niet de gehele bij- of nascholing heeft bijgewoond, wordt op het certificaat het aantal accreditatiepunten/ uren vermeld, dat de arts daadwerkelijk aan de bij- of nascholing heeft deelgenomen. In dat geval s.v.p. afronden op hele accreditatiepunten/ uren (minder dan 30 minuten = 0 accreditatiepunten/ uren; gelijk aan of meer dan 30 minuten = 1 accre­ditatiepunt/ uur).

    4. Aan artsen van specialismen waarvoor geen accreditatie is verkregen of aangevraagd, dient op hun verzoek eenzelfde certificaat te worden uitgereikt. Zij kunnen hiermee aantonen dat zij geaccrediteerde scholing buiten hun eigen vakgebied hebben gevolgd.




  1. Toegankelijkheid

    1. Deelname staat open voor iedere specialist van een specialisme dat tot de doelgroep behoort.




  1. Evaluatie, toetsing en visitatie

    1. Bij voorkeur worden de kwaliteit van het programma en van de docenten schriftelijk door de deelnemers geëvalueerd.

    2. Bij voorkeur worden de leervorderingen van de deelnemers getoetst.

    3. De vereniging die accreditatie heeft toegekend, kan de bijeenkomst onaangekondigd visiteren, zonder dat deelnemerskosten worden berekend.




  1. Zichtbaarheid van relaties met farmaceutische bedrijven of sponsors

    1. Van een relatie met een farmaceutisch bedrijf (inclusief koepelorganisaties) of sponsor, wordt geacht sprake te zijn als iemand werknemer, directeur, bestuurslid, of grootaandeelhouder is bij een farmaceutisch bedrijf of sponsor, of als een farmaceutisch bedrijf of sponsor iemand onderzoeks- of onderwijsfondsen verstrekt, of betaalt als consulent of adviseur.

    2. Van een voor deze bijeenkomst relevante relatie met een bedrijf of sponsor wordt geachte sprake te zijn, als deze bedrijven of sponsors belang kunnen hebben bij de bijeenkomst.

    3. Een voor deze bijeenkomst relevante relatie van een lid van de organisatiecommissie, programmacommissie, spreker, dagvoorzitter, of sessievoorzitter met een (farmaceutisch) bedrijf of sponsor, moet uit de aankondiging en het programma blijken en mag de pro­gramma­commissie niet beknotten in haar autonomie.

    4. De voorzitter van de programmacommissie dient onafhankelijk te zijn, d.w.z. dat hij geen voor deze bijeenkomst relevante relatie heeft met een (farmaceutisch) bedrijf of sponsor, zoals gedefinieerd in dit artikel onder a en b.


9) Organisatiecommissie

    1. De leden van de organisatiecommissie (de voor de organisatie van de bijeenkomst verantwoordelijke groep/ het verantwoordelijk comité) worden eindverantwoordelijk gesteld voor:

      • de organisatorische/ logistieke kwaliteit van de bij- of nascholingsbijeenkomst;

      • het voldoen van de bij- of nascholingsbijeenkomst aan de voorwaarden die hieraan in de Code Geneesmiddelen Reclame (www.cgr.nl) worden gesteld;

      • de onafhankelijkheid van de voorzitter van de programmacommissie van de bij- of na­scholings­bijeenkomst t.o.v. voor deze bijeenkomst relevante (farmaceutische) bedrijven en sponsors.

    2. Het staat leden van de organisatiecommissie vrij zelf de rol van programmacommissie te ver­vullen dan wel een aparte programmacommissie te benoemen (en vice versa). In alle gevallen gelden voor de programmacommissie de onderstaande eisen.


10) Programmacommissie

    1. De voorzitter van de programmacommissie (de voor de inhoud en programmering van de didactische activiteiten verantwoordelijke groep/ het verantwoordelijk comité) dient onafhan­kelijk te zijn, d.w.z. dat hij geen voor deze bijeenkomst relevante relatie heeft met een (farma­ceutisch) bedrijf of sponsor, zoals gedefinieerd in artikel 8.

    2. Het verdient de voorkeur dat tenminste één lid van de programmacommissie beschikt over een registratie als specialist bij de HVRC, MSRC of SGRC op het vakgebied van het beoor­delende specialisme.

    3. De voorzitter van de programmacommissie is eindverantwoordelijk voor de:

      • inhoudelijke (wetenschappelijke) kwaliteit van het programma;

      • objectiviteit van het programma;

      • didactische kwaliteit van het programma;

      • relevantie van het programma voor de doelgroep.


11) Promotioneel programmaonderdeel

    1. Een promotioneel programmaonderdeel is een programmaonderdeel dat tot doel heeft een of meer producten van een bedrijf met winstoogmerk onder de aandacht te brengen.

    2. Een promotioneel programmaonderdeel komt niet in aanmerking voor accreditatie.

    3. Een eventueel promotioneel programmaonderdeel dient als zodanig duidelijk herkenbaar in het (concept)programma te worden aangegeven.

    4. Deelnemers moeten zich probleemloos aan een promotioneel programmaonderdeel kunnen onttrekken.


12) Code Geneesmiddelen Reclame

    1. De bij- of nascholingsbijeenkomst dient te voldoen aan de voorwaarden die hieraan in de Code Geneesmiddelen Reclame (www.cgr.nl) worden gesteld.

Accreditatie bij- en nascholingsbijeenkomsten

Deel C: Beoordelingskader


Beoordelingskader is alleen van toepassing op bij- en nascholingsbijeenkomsten

Het voorliggende beoordelingskader is van toepassing op bij- en nascholingsbijeenkomsten, maar voorlopig nog niet op:




  1. Individuele deskundigheidbevorderende activiteiten: huiswerkopdrachten t.b.v. een scholings­bij­een­­­komst; spreken of doceren tijdens een scholingsbijeenkomst of voorbereiding daarvan; orga­niseren van een scholingsbijeenkomst; schrijven van een wetenschappelijk artikel; doen van weten­­schappelijk onderzoek; promoties; oraties; enz.;

  2. Internetonderwijs;

  3. Refereerbijeenkomsten.

In welke mate individuele deskundigheidsbevorderende activiteiten, internetonderwijs en refereer­bijeenkomsten met accreditatiepunten/uren worden gehonoreerd, bepalen de afzonderlijke Weten­schappelijke Verenigingen en/of Beroepsverenigingen voor de eigen discipline.


Naleving van CGR is verantwoordelijkheid van aanbieder en deelnemers
De accreditatiecommissie beoordeelt uitsluitend de kwaliteit en objectiviteit van de educatieve programmaonderdelen. Accreditatiecommissies rekenen het niet tot hun verantwoordelijkheid om te beoordelen of de bij- of nascholingsbijeenkomst voldoet aan de voorwaarden die de Code Genee­middelen Reclame (www.cgr.nl) aan dergelijke bijeenkomsten stelt. Dit is en blijft de verantwoorde­lijkheid van de aanbieder van en deelnemers aan de bij- of nascholingsbijeenkomst. De aanbieders zijn hierop toetsbaar.
Om de deelnemende artsen behulpzaam te zijn, vraagt de accreditatiecommissie een verklaring van de aanbieder van de bij- of nascholing, dat deze zich zal houden aan de Code Geneesmiddelen Reclame. Dit biedt geen 100% waarborg dat dit ook gebeurt. Indien artsen onverhoopt toch hebben deelgenomen aan een geaccrediteerde bijeenkomst, waarbij de Code Geneesmiddelen Reclame is overtreden en hierop door de Inspectie voor de Gezondheidszorg worden aangesproken, kunnen zij genoemde verklaring opvragen bij de accreditatiecommissie en gebruiken bij hun verdediging. De genoemde verklaring ontslaat individuele artsen overigens niet van hun eigen verantwoordelijkheid om zelfstandig te beoordelen of een bij- of nascholingsbijeenkomst voldoet aan de Code Geneesmiddelen Reclame en om niet deel te nemen aan bijeenkomsten die hieraan niet voldoen. Overtredingen van de Code Geneesmiddelen Reclame, die de accreditatiecommissie ter kennis zijn gekomen, kunnen er toe leiden dat aan de betreffende bijeenkomsten en/of aanbieder gedurende twee jaar geen accreditatie meer wordt toegekend.


Beoordelingscriteria voor bij- en nascholingsbijeenkomsten
Een accreditatieaanvraag wordt aan de hand van vijf criteria beoordeeld:


  1. Inhoudelijke (wetenschappelijke) kwaliteit van het programma:

    1. De inhoud van het programma is conform de door het beoordelende specialisme aanvaarde (wetenschappelijke) standaard;

    2. De inhoud van het programma is conform de door het beoordelende specialisme algemeen aan­vaarde inzichten m.b.t. een adequate beroepsuitoefening;

    3. Relevante (wetenschappelijke) standaarden en/of richtlijnen (NHG, Wetenschappelijke Vere­nigingen, enz.) worden bij het onderwijs betrokken.




  1. Objectiviteit van het programma:

    1. Aan de deelnemers wordt uitsluitend objectieve informatie verstrekt. Hieronder wordt verstaan een objectieve en evenwichtige weergave van de leerstof. In het bijzonder diagnostische mo­ge­lijkheden, behandelingsmogelijkheden, enz. Promotionele bijeenkomsten en/of pro­gram­ma­­­onderdelen worden niet geaccrediteerd;

    2. Waar mogelijk worden stofnamen (bijvoorbeeld bij geneesmiddelen) of soortnamen (bijvoor­beeld bij apparatuur) in plaats van merknamen vermeld.




  1. Didactische kwaliteit van het programma en docenten:

    1. De werkvormen zijn geschikt voor het bereiken van de gestelde leerdoelen;

    2. Docenten zijn zowel vakinhoudelijk als didactisch gekwalificeerd;

    3. Met het oog op de opnamecapaciteit van informatie door de deelnemers verdient het de voorkeur dat voldoende pauzes worden ingepland.

    4. Ieder specialisme heeft de mogelijkheid om als aanvullende eis te stellen, dat tenminste één van de leden van de programmacommissie is geregistreerd als specialist bij de HVRC, MSRC of SGRC op het vakgebied van de betreffende scholingsbijeenkomst. Accreditatiecommissies die van deze mogelijkheid gebruik maken, voegen deze eis toe als bijlage aan hun beoor­de­lings­kader.



  1. Relevantie van het programma:

    1. Het programma is relevant voor de beroepsuitoefening van het specialisme dat de accre­ditatieaanvraag beoordeelt en sluit aan op het beroepsprofiel en/of basistakenpakket van het beoordelende specialisme;

    2. Het programma sluit aan bij het kennis- en/of vaardigheidsniveau van de beoogde deelnemers aan de bij- of nascholing van het beoordelende specialisme.




  1. Evaluatie en toetsing

    1. Bij voorkeur worden de kwaliteit van het programma en van de docenten schriftelijk door de deelnemers geëvalueerd.

    2. Bij voorkeur worden de leervorderingen van de deelnemers getoetst.

    3. Ieder specialisme heeft de mogelijkheid om als aanvullende eisen te stellen, dat een evaluatie onder de deelnemers verplicht is en/of dat een evaluatieformulier ter beoordeling met de accre­ditatieaanvraag moet worden meegezonden. Accreditatiecommissies die van deze moge­­lijkheid gebruik maken, voegen deze eis(en) toe als bijlage aan hun beoordelingskader.


Toekenning van accreditatiepunten/ -uren aan bijeenkomsten


  • Internationaal worden zowel accreditatiepunten als accreditatie-uren toegekend. Sommige Weten­schappelijke Verenigingen spreken over accreditatiepunten en sommige over accreditatie-uren. Omdat verenigingen hieraan vast willen houden, wordt gekozen voor de dubbele benaming “accre­ditatiepunten/uren”.

  • 1 Klokuur onderwijs = 1 accreditatiepunt/ uur.

  • Totaliseren en afronden op hele accreditatiepunten/uren:

- Het aantal accreditatiepunten/uren wordt per (meerdaagse) cursus getotaliseerd en daarna wordt het totaal aantal accreditatiepunten/uren afgerond;

- Minder dan 30 minuten = 0 accreditatiepunten/uren;

- Gelijk aan of meer dan 30 minuten = 1 accreditatiepunt/uur.


  • Uitsluitend educatieve programmaonderdelen tellen mee:

- Kennisoverdracht;

- Kennisuitwisseling;

- Individuele en groepsoefeningen (tijdens het programma);

- Vaardigheidsoefeningen onder supervisie (tijdens het programma).



  • Levert een programmaonderdeel wel of geen accreditatiepunten/uren op:

- Opening en afsluiting van de bijeenkomst tellen niet mee, tenzij deze een inhoudelijke bijdrage aan het programma betreffen;

- Een voorbereidende bijeenkomst of een voorprogramma tellen niet mee, tenzij deze in verband staan met het inhoudelijke programma en aan de beoordelingscriteria voor bij- en nascholings voldoen;

- Speeches van politici, bestuurders, enz. tellen niet mee, tenzij deze een inhoudelijke bijdrage aan het programma betreffen;

- Plenaire discussies en paneldiscussies tellen mee;

- Subsessies tellen mee;

- Pauzes tellen niet mee;

- Cabaret, prijsuitreiking, enz. tellen niet mee;

- Informatiemarkt telt niet mee;

- In het programma opgenomen postersessies met uitleg (posterwalks) tellen mee, maar posterpresentaties in pauzes tellen niet mee;

- In het programma opgenomen internetsessies met uitleg tellen mee, maar internetsessies in pauzes tellen niet mee.


Voorbeeld van toekenning accreditatiepunten/ uren aan een bijeenkomst:

Programma



Accreditatie

10.00 - 10.15 uur Opening door de dagvoorzitter 15 minuten

10.15 - 10.45 uur Inhoudelijke toespraak door de Minister 30 minuten 30 minuten

10.45 - 11.30 uur Lezing 45 minuten 45 minuten

11.30 - 12.00 uur Pauze + posters 30 minuten

12.00 - 13.30 uur Lunch + informatiemarkt 90 minuten

13.30 - 15.30 uur Subgroepsessies 120 minuten 120 minuten

15.30 - 15.45 uur Pauze 15 minuten

15.45 - 16.30 uur Lezing 45 minuten 45 minuten

16.30 - 17.00 uur Paneldiscussie 30 minuten 30 minuten

17.00 - 17.15 uur Conclusies door de dagvoorzitter 15 minuten 15 minuten

17.15 - 18.00 uur Borrel 45 minuten


Totaal: (30 + 45 + 120 + 45 + 30 + 15) / 60 minuten = 285 / 60 = 4,75 uren =

5 accreditatiepunten/ uren

Aan de opening en afsluiting door de dagvoorzitter en aan toespraken van hoogwaardigheids­bekle­ders worden alleen accreditatiepunten/uren toegekend, als deze een inhoudelijke bijdrage aan het programma betreffen.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina