Nederlands Indisch Cultureel Centrum Nieuwsbrief 2/2012



Dovnload 188.2 Kb.
Pagina1/3
Datum17.08.2016
Grootte188.2 Kb.
  1   2   3


Nederlands Indisch Cultureel Centrum

  • Nieuwsbrief 2/2012

Gratis maandelijks magazine | Jaargang 4, Februari 2012 | Oplage: 4000 | Hoofdredacteur: Hans Vogelsang

Dit is het digitale magazine van de Stichting Nederlands Indisch Cultureel Centrum, dat u maandelijks gratis toegezonden krijgt. Via deze nieuwsbrief wordt u op de hoogte gehouden van ontwikkelingen en vorderingen betreffende ons toekomstig Indisch Centrum. Verder zullen wij u wijzen op nieuwe items op onze website en ook andere bijzondere zaken binnen de Indische gemeenschap en andere culturen met wortels in de “Gordel van Smaragd”.

Van de redactie

Na wat experimenteren met de juiste vormgeving zijn we ertoe overgegaan om (op veler verzoek) de pagina’s in deze nieuwsbrief te nummeren. Waarschijnlijk willen velen onder u de nieuwsbrief uitprinten en als het stapeltje dan van je bureau af valt….. dan heb je een probleem. Nu dus niet meer. Inmiddels hebben we weer wat e-mail lijsten ontvangen, waarvoor wij erg dankbaar zijn, en hebben we nu 3890 abonnees! Wij willen een heel hartelijk welkom heten aan al die nieuwe lezers van onze mooie Nieuwsbrief. Bent u zelf lid van een vereniging of club en u denkt dat de andere leden het wel op prijs zouden stellen om onze mooie Nieuwsbrief maandelijks per e-mail te ontvangen?

Oplage Nieuwsbrief NU:

Dan kunt u deze nieuwsbrief uitprinten en als inzage-exemplaar op de eerstvolgende bijeenkomst van uw vereniging of club op de infotafel of entreetafel leggen met een E-mail intekenlijst erbij. Zo helpt u ons aan nieuwe abonnees en uw clubgenoten aan een gratis mooie en informatieve maandelijkse nieuwsbrief. Een E-mail intekenlijst kunt u bij ons aanvragen en krijgt u dan omgaand toegestuurd.



Tientjes actie

Tenslotte willen wij u graag nogmaals herinneren aan onze tientjes actie. Gelukkig hebben al heel wat mensen een bijdrage geleverd, waarvoor onze dank, maar wij hebben voor het jaar 2012 plannen om wat promotionele acties te ondernemen, waaronder een gezellige soosmiddag met een band, catering en een aardigheidje voor iedereen. Denkt u daarom nog eens aan ons, als u toch uw bankzaken aan het doen bent. U helpt ons er zo ontzettend mee. Rabobank, rek. nr. 12 92 16 836 t.n.v. N.I.C.C. in Den Haag, o.v.v. Tientjes actie. Dank u wel.____________________________



Het N.I.C.C. staat met een informatiestand op de Pasar Malam Rijswijk op 25 en 26 februari 2012 in kraam 080 - 081 (ICM-online). U komt toch ook even langs?

(advertentie)


De Birma-spoorweg - 6 (slot) door: M.F. van Ling Mijn oorlogsherinneringen van 7 december 1941 tot 15 augustus 1945, deel 6 (slot)

De redactie kwam onlangs in het bezit van de autobiografie van de heer M.F. van Ling, waarin hij verslag doet van zijn ervaringen als dwangarbeider aan de Birma-spoorweg. Zijn neef, Ron van Ling, liet ons weten dat zijn oom het zeer op prijs stelde indien wij het gedeeltelijk of integraal wilden plaatsen in de Nieuwsbrief. “Ik acht het van het grootste belang dat ieder kennis neemt van wat zich in die vreselijke jaren heeft afgespeeld”, aldus de auteur, M.F. van Ling.

23 - Door onze bondgenoten gebombardeerd en tevens gemitrailleerd

Na een maand of drie in dit kamp te hebben vertoefd, kregen we midden in de nacht de opdracht om binnen het uur vertrekklaar te zijn. En ja, na een klein uurtje moesten we instappen in een lege trein en niet veel later vertrokken we richting Bangkok. Wat we niet wisten, is dat die trein een paar uur geleden nog vol zat met Japanse gewonden en zieken, die van het front naar Bangkok zouden gaan. De trein was één dag tevoren gesignaleerd door een geallieerd verkenningsvliegtuig. De bedoeling was dat ze de trein de volgende dag zouden aanvallen. Wat de geallieerden niet wisten, is dat de Japanners de



gewonden hadden vervagen door krijgsgevangenen.

Tegen de middag zagen we een drietal viermotorige bommenwerpers. Ook nu zaten velen weer op het dak van de trein en zwaaiden we naar de vliegtuigen, denkende dat ze ons als krijgsgevangenen zouden herkennen.

Na een paar keer rondgevlogen te hebben, vlogen ze weg richting Birma. Het zal ongeveer drie uur in de middag zijn geweest, toen we stopten en we maakten er dankbaar gebruik van om onze sanitaire behoefte te doen. Na een kwartier moesten we weer instappen en de trein zou net vertrekken, toen de drie bommenwerpers weer verschenen. Ik schatte ze ongeveer op zes à zeven honderd meter hoogte. Ondanks het gevloek en getier van de bewakers zwaaiden we weer. We wisten niet beter of de piloten zouden ons als krijgsgevangenen herkennen. Maar nee dus. De piloten waren overtuigd dat ze de Japanse goederentrein gevonden hadden, die ze de vorige dag hadden getraceerd. Even later brak de hel los.

We werden gebombardeerd en ook gemitrailleerd. Iedereen probeerde zo goed mogelijk weg te komen en dekking te zoeken. Ik lag in een greppel. Vlak voor mij hoorde ik, ondanks het helse kabaal van ontploffende bommen en het mitrailleurvuur, iemand hardop bidden. Moet je je voorstellen; je vrienden zijn zo’n zevenhonderd meter van je verwijderd en nemen je genadeloos onder vuur. De blijheid van het zien van onze bindgenoten sloeg om in blinde paniek.

Na een poos vlogen de vliegtuigen weg en ik was blij dat ik niets mankeerde. De kogels en bommen vlogen ons letterlijk om de oren. Na een minuut of vijf durfden we onze dekking te verlaten en naar de trein te gaan. Verbijsterd keken we ernaar, tenminste wat ervan over was. Voordat we ons realiseerden wat er precies gebeurd was, kwamen de drie vliegtuigen terug. Opnieuw zochten we dekking en onder het rennen zag ik een bomkrater van een meter of drie doorsnee. Met de gedachte dat een bom niet gauw in dezelfde bomkrater zou inslaan, doken ik en enkele anderen erin. Dit keer duurde het bombarderen en mitrailleren langer.



Toen de vliegtuigen uiteindelijk vertrokken, kwamen druppelsgewijs de overlevenden weer bij de zwaar gehavende trein aan. De locomotief en 6 van de 8 wagons stonden in brand en waren doorzeefd met kogels. Van mijn schamele bezittingen was weinig overgebleven. De schemer was al ingevallen en we verzamelden ons om appel te houden. Na een telling bleek dat van de 450 man er 105 waren omgekomen. Wonder boven wonder waren er weinig gewonden. Met groepjes van 2 tot 4 man moesten we de doden en zwaargewonden bergen. Mijn maat en ik vonden een dode; hij pakte de enkels vast en ik probeerde onder zijn rug houvast te krijgen. Mijn linkerhand kwam dwars door zijn borstkas weer tevoorschijn. Even later vonden we een zwaargewonde. Hij kreunde zachtjes. Met z’n vieren vervoerden we hem. Hij klaagde over pijn in zijn linkerbeen, waar een kogel dwars doorheen was gegaan. Vreemd genoeg klaagde hij niet over zijn rechterbeen, waar bijna niets meer van over was. Zo zwoegden we tot we alle doden en gewonden geborgen hadden. De volgende dag groeven we een massagraf en begroeven de 105 doden. Zij die bijna niets meer van hun bagage hadden, probeerden hier en daar iets te versieren. Ik slaagde erin een veldfles te vinden en van mijn kapotte veldfles maakte ik een etenskom. Van een ander stukje aluminium had ik zo goed en zo kwaad als het ging een soort lepel gemaakt.

Diezelfde dag nog vertrokken we per benenwagen richting King Sajoh, waar we tegen de avond aankwamen. Onderweg waren we Nederlandse krijgsgevangenen tegengekomen, die van het werk naar hun kamp terugkeerden. We vertelden hen wat ons was overkomen. Het was niet te geloven, want wie liep ik daar tegen het lijf…. Mijn oudste broer Karel, die ik 6 jaar geleden voor het laatst had gezien. Natuurlijk waren we blij om elkaar in levende lijven te zien, maar veel konden we elkaar niet vertellen omdat de Jap ons aanspoorde om verder te gaan. Hij vertelde me dat hij samen met onze andere broer Nelis in het kamp zat en ik vertelde hem, dat onze andere broers ook nog in leven waren. Huilend namen we afscheid en even later moesten we op een soort plein de nacht doorbrengen.

24 - Suiker en gezouten vis

De volgende dag trokken we verder en kwamen we een dag later in Kamp Nongpladuc II aan. Dit kamp was vrij nieuw en kon 1000 gevangenen herbergen. Net als Nongpladuc I lag het langs een belangrijk spoorweg knooppunt. De commandant van het kamp was een oude overste en werd door ons Opa genoemd, vanwege zijn humane opvattingen. Zo stond hij eens te kijken hoe wij op blote voeten over steenslag liepen. Hij trok zijn eigen schoenen uit en liep met een pijnlijk gezicht een paar meter over de scherpe steenslag. De volgende dag kregen we allemaal afgedragen klimschoenen van het Japanse leger. De rubberen schoenen hadden een gespleten neus, zodat je er gemakkelijk mee in bomen kon klimmen.

Daar dit spoorwegknooppunt de laatste tijd nogal eens door geallieerde vliegtuigen bestookt werd, werden er – op last van opa - schuilloopgraven tussen de barakken aangelegd. Vlak naast ons kamp stond een batterij luchtdoelgeschut, bemand door Indiase soldaten in dienst van het Japanse leger. Het was dus niet ondenkbaar dat als zij in actie zouden komen, ze konden rekenen op een bombardement. En omdat ons kamp er vlakbij lag, konden “near missers” gemakkelijk in ons kamp terecht komen. We zaten daar dus echt erg onveilig. Op een zekere dag moesten er minstens 100 man worden overgeplaatst naar Nongpladuc I, waar niemand voor voelde, omdat in dat kamp geen schuilvoorzieningen waren aangelegd. Van twee broers, die altijd samen waren geweest, werd er één aangewezen.

Ze gingen naar de kampstaf en met veel moeite kregen ze het voor elkaar dat ze samen mochten blijven. Diezelfde nacht werd het emplacement gebombardeerd en vielen er drie bommen op het kamp. Met de toen gebrekkige richtmiddelen was dat niet te voorkomen. Het trieste van het geval was, dat de man die perse bij zijn broer wilde blijven, om het leven kwam.

Gelukkig voor ons was het luchtafweer niet in actie geweest. Naar verluid waren er meer dan 50 doden en vele gewonden. Zo nu en dan moest de corveeploeg in Bangkok werken. De ploeg kreeg hiervoor bij vertrek korte broekjes uitgereikt, die na terugkeer in het kamp weer ingeleverd moesten worden. De Jappen waren zich ervan bewust dat ze het niet konden maken om de mannen er zo schamel bij te laten lopen. De werkzaamheden in Bangkok werden van lieverlee zo veel omvattend, dat besloten werd er 200 man in de haven te legeren. We werden ondergebracht in een pas gebombardeerde havenloods. Met veel moeite konden we een plaatsje bemachtigen en lagen we weer schouder aan schouder. Het dak was na het bombardement doorzeefd met gaten, dus tijdens regenbuien werden we kletsnat. Om de loods beter te kunnen bewaken, werden 9 van de 10 deuren afgesloten, zodat er maar één in- en uitgang was. Tijdens luchtalarm werd, om paniek te voorkomen, telkens een man of 50 de gelegenheid gegeven om onder bewaking van de Jappen naar een schuilplaats te rennen. In de loods zelf mocht niet gerend worden.

Het grootste deel van het werk bestond uit het laden en lossen van de schepen. Dat werk was zwaar en vol risico’s. Alles moest snel gebeuren en dus kwamen ongelukjes vaak voor. Er werd ook vaak tot laat in de avond gewerkt, zo ook de bewuste nacht. We moesten balen met suiker uitladen en stapelen. De loods waar we werkten, was slechts schaars verlicht, waardoor er veel donkere hoeken waren. Daar had iemand een kapotte baal suiker neergelegd. Binnen een mum van tijd wist iedereen het en werden er handen vol suiker in de mond gepropt en doorgeslikt. Oh, wat smaakte dat heerlijk. Na een poos werd er een gescheurde baal met gezouten vis (djambal) naast gelegd. Je raadt het al: nu was het graaien naar een stuk djambal en zo snel mogelijk naar binnen werken. Dat was vitamine, waar we zeker een paar maanden op konden teren. Na verloop van tijd gingen onze magen verschrikkelijk tekeer. We moesten de zojuist ingenomen vitaminen weer uitspugen. Gelukkig voor ons is de Jap er nooit achter gekomen.

Wat we het liefste deden, was het doen van werkzaamheden in Bangkok zelf. Het varieerde van wegherstel tot allerlei andere klussen. Tijdens lunchpauzes kwamen we gemakkelijk in contact met de bevolking, die ons goed gezind was. We kregen vaak iets te eten, zoals bananen of andere etenswaar. De bewakers deden hier niet moeilijk over. Het was me wel opgevallen, dat een klein donker kereltje van een jaar of 20, die goed Engels sprak, dikwijls in onze buurt rondscharrelde. Een van ons had er een goed contact mee opgebouwd. Hij vertelde ons over de vorderingen van de geallieerden en dat de Japanse vloot behoorlijk op z’n donder had gekregen. Eerst geloofden we hem niet, maar toen hij zei dat die avond het havengebied gebombardeerd zou worden – en dit ook echt gebeurde – geloofden we zijn woorden pas. Hij vertelde ook dat Amerikaanse paratroepen al weken geleden in een afgelegen gebied waren geland en dat hij contact met ze had. Later, na de bevrijding hoorden we inderdaad dat een Amerikaanse eenheid in dat gebied was gedropt ter voorbereiding van een geallieerde landing in Thailand.

25 - Rode Kruispakketten

Voor de zoveelste keer moesten we weer verhuizen naar een ander kamp. Dit keer gingen we naar Tamuang, een van de oudste kampen, vrij groot en er groeiden veel mangabomen en zeer oude tamarindebomen. De vruchten van de tamarinde waren zo zoet, dat je ze zonder suiker kon eten. Alleen krioelden ze van de rode mieren (rang rang), de ontzettend agressief waren en flink konden bijten. Als je eenmaal door die mieren werd aangevallen, hield je het maar een paar minuten uit. Natuurlijk moesten we van de Jappen van de vruchten afblijven en als je gesnapt werd, moest je voor straf in een boom blijven, ten prooi aan de rode mieren totdat je het niet meer kon uithouden en uit de boom sprong, waarna je van de Jap ook nog eens flink klappen kreeg.



Voordat het ging regenen, begon het meestal hard te waaien en was de grond bezaaid met afgevallen manga’s en tamarindepeulen. Dus allemaal vitaminen. Omdat er tijdens zo’n regenbui nooit Jappen door het kamp liepen, konden we zonder problemen de afgevallen vruchten oprapen. Het gerucht ging dat er Rode Kruispakketten waren aangekomen. We hadden daarvoor nooit iets ontvangen van het Rode Kruis. Een dag of wat later zagen we Japanse officieren en onderofficieren in spiksplinternieuwe Amerikaanse kaki kleding rondlopen. Wij waren nog gehuld in lompen of schaamlappen. Ook zagen we dat ze Amerikaanse sigaretten rookten. Om ons een beetje tevreden te stellen, kregen wij de man een doosje inferieure inlandse sigaretten van ze. Op een dag werd onze barak uitgekozen voor een propagandafilm. We moesten op onze ligplaatsen gaan zitten en kregen ieder een kort broekje en een stuk fruit uitgereikt met de mededeling dat we het na afloop weer moesten inleveren. Even later kwam de filmploeg met vooraan enkele hoge officieren, die hier en daar een praatje maakten met ons en breed lachend schouderklopjes uitdeelden. Zodra het hoge bezoek weer uit beeld was, kwamen enkele mannen met grote manden de broekjes en fruit weer ophalen. Ik zou echt niet weten of inderdaad alles weer is ingeleverd.

We waren nu zowat drie jaar gevangen en in al die tijd hadden we één keer een tandenborstel en een stukje zeep ontvangen. Tanden poetsen deden we met houtskool of fijngewreven baksteen als je die kon bemachtigen. Bijna dagelijks na het avondeten kwam een man langs met een fles waar de bodem was afgeslagen en de binnenkant geruwd was en riep: “Voor één cent zal ik uw Gilettemesjes weer als nieuw maken. Hij ging dan met het mesje in de binnenkant van de fles heen en weer en inderdaad was na een minuut of 10 het mesje weer zo scherp dat je je ermee kon scheren. Anderen kochten eieren en maakten er sambal goreng telor van, die ze dan voor vijf cent per lepel weer verkochten. In dit kamp vormde ik met Dick Wardenaar een kongsi en zijn tot zijn overlijden in 1994 bevriend gebleven. We hebben al die tijd in gevangenschap veel steun aan elkaar gehad. Ook in dit kamp hadden we veel onderhoudswerk aan de Spoorweg gedaan. De treinen die langskwamen zaten vaal vol met remusia’s (Javaanse contractanten). Ook de machinisten waren vaak Javanen. Soms lukte het om een praatje met ze te maken. Naar hun zeggen waren ze geronseld tijdens Wajangvoorstellingen.

Zoveel dwarsliggers, zoveel doden

Aangezien vele krijgsgevangenen, zowel als dwangarbeiders, maar ook contractanten door ziekten en door ondervoeding stierven, moesten er geregeld nieuwe werkkrachten bijkomen. Daar er op Java bijna geen werk was en de bevolking honger leed, waren velen gezwicht voor de mooie beloften van de Jappen. Maar de helft van deze remusia’s waren in Thailand omgekomen. U heeft er misschien wel eens van gehoord dat onder elke dwarsligger van de “Railroad” een dode begraven kon worden. Als je er vanuit gaat dat de dwarsliggers een meter uit elkaar liggen en de lengte van de Birma-Siam Spoorweg zo’n 450 kilometer is, betekent dat er een 450.000 doden te betreuren waren. De Engelsen en ook de Nederlanders hadden een goed cabaretgezelschap opgebouwd en eens per maand mochten ze optreden. Dat was voor ons het enige vertier in die donkere dagen. En niet alleen wij, maar ook de Jappen genoten ervan, vooral als het om iets komisch ging. De zieken werden door vrienden tot vlak voor het podium gedragen. Op een dag kreeg ik weer een malaria-aanval en werd opgenomen in de ziekenbarak. Naast mij lag een man met hongeroedeem, ofwel waterzucht. Hij zag er uit als een Michelin-mannetje. Na een paar dagen kon hij opeens heel veel plassen en raakte hij al dat vocht weer kwijt. Na een dag of drie zag hij er weer uit als een mager mannetje. Een geluk voor mij was, dat er juist een voorraad kinine binnengekomen was en omdat ik zodoende een volledige kuur kon krijgen, was ik binnen één week weer beter. Kort na mijn ontslag uit de ziekenbarak moesten we een vrachtwagen vol met kratten vis voor de Japanse keuken lossen. Toen dat gebeurd was, vonden we een brok ijs ter grootte van een vuist en om beurten zogen we eraan. Het was ook zo lang geleden dat we ijs hadden gezien en geproefd.



26 - De Kempe Tai

De laatste tijd hoorden we veel verhalen over de vorderingen van de geallieerden in de Pacific. Dankzij het luchtoverwicht en de weer op sterkte zijnde Amerikaanse vloot, konden de geallieerden succesvol opstomen in de richting van Japan. De ene na de andere eilandengroep werd op de Jap heroverd, ondanks de hardnekkige tegenstand van de Japanse vloot en leger. Het doorsijpelen van die berichten had z’n uitwerking op het moreel van de krijgsgevangenen en naar het schijnt had de Jap dit ook gemerkt. Op een van de appèls werd bekendgemaakt dat de Japanse commandant graag de Thaise taal en schrift wilde leren, dit tegen geldelijke vergoeding en wat privileges. En wonderlijk genoeg reageerde een Hollandse leraar hierop, die toen elke dag bij de commandant moest komen om hem te onderwijzen. Hij moest dan een Thaise krant voorlezen en vertalen in het Engels. Na een dag of wat zagen we hem lopen in nieuwe kleren en kreeg hij zelfs eten uit de Japanse keuken. Dit was natuurlijk veel meer en lekkerder dan het rantsoen waar wij op leefden.



Uniform Kempei Tai, War Museum of Hong Kong

Maar op een dag werd hij door de Japanse Kempe Tai (een soort SS) ondervraagd en gemarteld. We konden zijn kreten van pijn horen als we langs het wachtverblijf liepen. De volgende dag zagen we hem, ontdaan van zijn nieuwe kleding en bont en blauw geslagen tussen twee Jappen afgevoerd worden. De verhalen en berichten over gevechten in de Pacific hielden gelijk op. Nu bleek dat de Japanse commandant al een poos in de gaten had dat er contact was tussen het kamp en de bevolking. Het was een listige zet om de man te ontmaskeren door zogenaamd de Thaise taal te willen leren. We hebben nooit meer iets van de man vernomen.

Vanaf die dag werden we streng gefouilleerd als we van het buitenwerk in het kamp terugkwamen. Het liep tegen Kerstmis – intussen al de derde in gevangenschap – toen ik in de keuken moest invallen voor iemand die plotseling erg ziek was geworden. Op een avond, één dag voor Kerstmis, moesten we iets extra’s maken in de vorm van een gebakje. De chef-kok had al enkele maanden lang iets meel opzij gelegd en nu wilde hij wat extra’s voor de Kerstdagen maken. Na afloop gaf hij mij een kopje met iets wits erin, maar hij zei niet wat het was. En het smaakte overheerlijk en tot nu toe weet ik nog steeds niet wat het was.

Een week of twee na Nieuwjaar moest er weer een groep naar elders vertrekken. Mijn vriend Dick Wardenaar en ik waren erbij ingedeeld. De helft van de groep van 200 man werd in vrachtwagens gepropt en de andere helft moest lopen. Zodra de vrachtwagen in het nieuwe kamp was aangekomen en de gevangenen waren uitgeladen, reed hij weer terug om de lopende groep op te halen. Van een ander kamp kwamen Engelse, Amerikaanse en Australische gevangenen binnen. In totaal waren we toen met ongeveer 600 man. De volgende dag kregen we te horen wat voor werk we moesten doen. Het ging om de aanleg van een vliegveld ter lengte van zo’n twee kilometer en een breedte van ruim 100 meter. Een groep moest het terrein egaliseren, een tweede groep werkte in een steengroeve en een derde groep zorgde voor transport van de brokken steen per lorrie. Zo’n lorriewagen kon ongeveer 2 kubieke meter bevatten.

De eerste dagen was ik ingedeeld bij groep 3. Per lorrie waren twee man verantwoordelijk. Eerst de wagen vullen, dan de helling opduwen en daarna ging het helling-af als vanzelf. De wagens hadden geen remmen en bereikten soms snelheden van wel 30 km per uur. Na de wagens geleegd te hebben, moesten we ze weer de helling opduwen naar de steengroeve toe. Al met al was het erg zwaar werk. Bijna elke dag gebeurden er ongelukken, zoals het uit de rails lopen van een lorrie. Dit was echt heel erg gevaarlijk, want je kon bedolven raken onder de steenbrokken.

Op een dag gebeurde er een ongeluk met een maat van mij, een Ambonese jongen die Nikioeloe heette. Hij was een zogenaamde “gelijkgestelde” Ambonees. Hij reed al zeker 10 dagen op dezelfde lorrie en had nog geen ongeluk gehad. Op de wagen had hij met kalksteen B17 geschreven, naar de toen befaamde viermotorige B17 bommenwerper. De hele dag was het goed gegaan, totdat bijna aan het eind van de dag de lorrie ontspoorde. Het ging allemaal erg snel en voor ik er erg in had, sprong ik in een reflex van de wagen af en landde met een soort koprol ongedeerd op de grond. Mijn Ambonese maat kwam er niet zo goed vanaf en werd met een gebroken enkel naar het kamp gebracht. De volgende dag werd ik gelukkig ergens anders ingedeeld, maar de schrik zat er nog goed in.



Toen het hele terrein geëgaliseerd was, werd de verharding met brokken steen aangelegd ter dikte van ongeveer 30 cm. Het middenterrein was een kleine meter hoger dan de rest, zodat regenwater naar de kant kon vloeien. Deze “tonrondte” werd verkregen door het richten met T-vormige paaltjes. Het gevaarlijkste vond ik het in de steengroeve. Er werden gaten in de rotsen geboord en vlak voor etenstijd tot ontploffing gebracht. Ook hier gebeurden elke dag ongelukken door rondvliegend vlijmscherp gesteente. Op een dag werd er bij een Aussie zonder verdoving een onderarm geamputeerd maar op den duur wordt je bijna ongevoelig voor zulke gebeurtenissen.



Kang Kung (Waterspinazie)

27 - De Atoombom

In het voorgaande ben ik vergeten om de naam van ons laatste kamp te noemen. Het was Kamp Takuri. Het scheen dat de Jappen haast hadden met het aanleggen van het vliegveld. Waarschijnlijk omdat het dichtstbij gelegen vliegveld Dommuang bij Bangkok vaak bezoek kreeg van de geallieerde bommenwerpers. De hele dag werden we aangespoord om sneller en harder te werken, hetgeen natuurlijk altijd gepaard ging met de nodige stokslagen. Na een maand of drie begon het vliegveld vorm te krijgen en je kunt het geloven of niet; ergens waren we nog een beetje trots ook dat we dit met die primitieve middelen gerealiseerd hadden. Dit werd nog eens versterkt toen we na een fikse regenbui ontdekten dat er nergens plassen bleven staan. Waarschijnlijk zaten we in of vlakbij een gebied waar veel kang-koeng en terong (groentesoort) groeiden, want elke dag kregen we die groente te eten. De terong werd meestal met Taotjo (gegiste sojabonen) bereid en is behalve smakelijk ook heel rijk aan vitaminen.

Op een dag kwam een Engelsman met Dick en mij een praatje maken. Hij heette Frank Jenkins en was anders dan de andere Engelsen. Hij was erg geïnteresseerd in onze Indische cultuur en vroeg ons de oren van het hoofd. We werden echte dikke vrienden. Hij wilde ook graag Nederlands leren en vaak moesten wij hartelijk lachen als hij moeite had om bepaalde woorden uit te spreken, zoals bijvoorbeeld schaap en Scheveningen. Hij vertelde dat hij ook geen Engelse vrienden had; hij noemde ze rus en ongemanierd. Op een dag vertelde hij dat hij een “vaste baan” had gekregen in de Japanse keuken als slager. De Jap was erg kieskeurig en wilde alleen de beste stukken vlees hebben. Over de rest kon Jenkins vrij beschikken. Vaak bracht hij ons gebakken spekbrokken bestrooid met zout. Wij beloofden elkaar na de oorlog contact te blijven onderhouden, hetgeen later ook gebeurde. Jammer genoeg verloren we elkaar na jaren toch uit het oog. Ik heb nog via TV programma’s geprobeerd hem weer te vinden, maar helaas zonder resultaat. Bovendien komt de naam Jenkins in Engeland net zo vaak voor als Jansen bij ons.

Tijdens een ochtendappèl werd ons medegedeeld dat we na het werk een soort gracht moesten graven van 2 meter diep, 2,5 meter breed en 50 meter lang. Na de capitulatie van de Jap kwamen we er pas achter waar die voor diende. Mocht het tot een landing komen van de geallieerden in Thailand, dan zouden we ons in die gracht moeten begeven. Vervolgens zouden we gemitrailleerd worden en zou de gracht dichtgegooid worden zodat er geen spoor meer van de krijgsgevangenen te vinden was. Deze klus was een extra belasting voor onze toch al uitgemergelde lichamen en daardoor duurde het bijna een maand voor de gracht klaar was.

Op een dag stonden we ’s morgens al klaar om naar het werk te gaan. Het vliegveld was zowat klaar. Na ruim een uur gewacht te hebben, kwam een Japanse officier ons vertellen dat er vandaag niet gewerkt zou worden en we naar de barakken konden gaan. De volgende dag gebeurde precies hetzelfde en toen kwamen opeens vage vermoedens dat de oorlog misschien wel voorbij zou kunnen zijn. Maar wie zou er dan gewonnen hebben? Na de derde dag kwam er een Japanse officier ons vertellen dat er een wapenstilstand was en dat we ons rustig moesten houden. Er heerste een gespannen sfeer; je wist niet wat je ervan denken moest. De vierde dag moesten we om 10.00 uur op het appèl verschijnen en plotseling reed een Amerikaanse Jeep met twee Amerikaanse officieren en twee Japanse officieren het kamp binnen. We wisten gewoon niet wat we zagen.

De atoombom, begin van het einde van de 2e Wereldoorlog in de Pacific

De Amerikaanse officieren kwamen ons officieel mededelen dat de oorlog voorbij was en dat Japan onvoorwaardelijk gecapituleerd had. Wat er toen gebeurde is met geen pen te beschrijven. Er ging een gejuich op en iedereen viel elkaar om de hals en tranen van vreugde vloeiden. Na een tijdje voelde ik mij helemaal leeg en had het idee dat ik zweefde. Je kon gewoon niet geloven dat er een einde was gekomen aan al die ellende. De Amerikanen vroegen ons om rustig te blijven en wraakgevoelens jegens de Japanners tot uitdrukking te laten komen. Hij benadrukte ons dat we vanaf dat moment weer onder de krijgstucht vielen. Hij vertelde ons in het kort hoe de atoombom een einde had gemaakt aan de oorlog in de Pacific. We kregen radio’s en het eten werd langzaam opgevoerd tot normale waarden en hoeveelheden. De dokter waarschuwde ons om vooral niet te overmatig te eten. De wacht over het kamp werd overgenomen en nog diezelfde dag vetrokken de Jappen uit het kamp. De Amerikaanse gevangenen werden het eerst afgevoerd, daarna volgden de Engelsen en de Aussies. Een drie weken daarna konden ook wij vertrekken. Inmiddels hadden we nieuwe Engelse uniformen gekregen, alsmede gymschoenen.



Langzaamaan kregen wij ons gevoel van eigenwaarde weer teug. De eerste nacht heb ik geen oog dicht gedaan. Ik kreeg maar visioenen over de toekomst en over hoe het met mijn familie zou gaan. Over de radio hoorden we dat Sukarno die dag de onafhankelijkheid had geproclameerd. Van Takuri gingen we per trein naar Sraburi, waar we door de Engelsen werden gedrild in nieuwe oorlogs-technieken en wapens. Na een maand of drie vertrokken we naar Bangkok en werden we in een sportclub gelegerd. Na bijna één jaar kwam ik samen met mijn broer Karel in Jakarta aan en kon ik mijn lieve moeder na 8 jaar in mijn armen sluiten. Dat was het mooiste moment van mijn hele leven.

M.F. van Ling.

Volgende maand nog een kort epiloog naar aanleiding van deze autobiografie. De redactie bedankt de heer M.F. van Ling dat hij zijn ervaringen met ons en met onze lezers wilde delen.

______________________________







Boekantiquair Gert Jan Bestebreurtje

Wij worden niet gauw euforisch over een boekwinkel, maar wanneer u de website van Gert Jan Bestebreurtje bekijkt, weten wij zeker dat u dezelfde ervaring krijgt als wij. Uit alles spreekt de pure liefde voor het boek en met name boeken die handelen over de koloniale tijden in zowel de Oost als de West. De eigenaar, Gert Jan Bestebreurtje, heeft na zes jaar te hebben gewerkt voor een gerenommeerd boekantiquariaat en een veilinghuis voor boeken en

prenten, in het begin van 1981 besloten om samen met zijn vrouw een eigen winkel op te bouwen. Aan het eind van dat jaar verhuisden ze naar een monumentaal pand in het centrum van Utrecht, waar zij naast hun winkel tevens een kantoor konden inrichten. De zaken gingen voorspoedig en al snel uit hun jasje groeiend namen ze 15 jaar later hun intrek in een pand aan een van de Utrechtse grachten. Recentelijk zijn ze opnieuw verhuisd, nu naar Vianen, een kleine stad vlakbij Utrecht aan de Langendijk nummer 8. Van het begin af aan specialiseerde het echtpaar zich in oude en zeldzame boeken over reizen en de Nederlandse koloniale geschiedenis. Verder is Gert Jan een bekende verschijning op tal van grote internationale boekenbeurzen in Europa en Amerika. Onlangs is catalogus nummer 145 verschenen met een schat aan boeken handelend over Nederlands-Indië en Indonesië. Een lijst met bijna 1250 titels, stuk voor stuk van zeldzame en antiquarische waarde. Een paradijs voor de liefhebber. Wie op zoek is naar een bijzonder boek over Indië, doet er goed aan om de website te bezoeken. Mocht uw interesse verder gaan dan het bekijken van de website: Gert Jan en zijn vrouw zullen u graag in hun zaak begroeten. Alle catalogi staan op deze website online, zodat u op uw gemak kunt uitvinden waar uw interesse naar uitgaat. www.gertjanbestebreurtje.com.



Boekbespreking, e-Books, CD en D

(advertentie)

Batavia - Peter Fitzsimons. Dit boek is het waargebeurde en bloedstollende verhaal over de ondergang van het grootste en mooiste koopvaardijschip van de VOC. Op 28 oktober 1627 vertrekt de Batavia, het trotse vlaggenschip van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, voor haar maidentrip vanaf Texel naar Nederlands-Indië. Dit nieuwe schip van de VOC is geladen met veel kostbaarheden en toegerust voor een reis van vele maanden. De lading bestaat onder andere uit kisten zilveren muntgeld en goud ter waarde van 260.000 gulden, luxe gebruiksgoederen, zilverwerk voor keizer Jahangir, handelswaar en een kistje met zeer kostbare juwelen en edelstenen. Verder waren mannen, vrouwen en kinderen aan boord die in de nieuwe kolonie hun geluk gingen beproeven. Als er ontevredenheid ontstaat bij de bemanning en muiterij bijna een feit is, loopt het schip voor de kust van Australië op een rif en beging te zinken. Aan boord breekt paniek uit.

Bij zonsopgang blijkt duidelijk dat de Batavia zich in een hopeloze situatie bevindt en met kleine bootje worden zoveel mogelijk opvarenden geëvacueerd naar het nabijgelegen Beacon Island, dat later de geschiedenis in zal gaan als “Het Kerkhof van de Batavia”. Vrijwel iedereen wordt door de bemanning die nu echt aan het muiten zijn geslagen, vermoord. Van de 341 opvarenden komen er uiteindelijk slechts 68 op Java aan. Een “must have” voor ieder die de vroege geschiedenis van de Oost-Indiëvaart in z’n hart draagt. Adviesprijs: € 24,95.



Yvonne Keuls - Gedragen op de Wind - Monica Soeting, Jan Paul Bresser, Janet Luis en Edy Seriese. In december heeft Yvonne Keuls haar 80e verjaardag gevoerd. De vele verhalen die zij haar lezers de afgelopen decennia vertelde vormen een bijzonder en waardevol onderdeel van de Nederlandse letteren. Als geen ander weet Yvonne Keuls een tijdsbeeld te schetsen. In “Gedragen op de Wind” vertellen de samenstellers over respectievelijk het leven van Yvonne, haar werk voor het toneel, haar sociale romans en haar

Indische werken. Zo vormt dit boek een uitgebreid en veelzijdig eerbetoon aan een van de meest invloedrijke hedendaagse Nederlandse auteurs. Adviesprijs: €14,95.



Bali en Lombok - Paul Dixon. Boordevol informatie over deze twee magische eilanden in de Indonesische Archipel. In deze “Footprint Guide” wordt de lezer meegenomen op ontdekkingsreis door deze eilanden.

Van de groene berghellingen en de maagdelijke rivieren tot de gouden zandstranden en de karakteristieke kunstwerken. Engelstalig. Adviesprijs: € 11,65.



Wees goed voor je ziel - R. Schefold. Dit boek is een persoonlijk verslag van de auteur, dat handelt over twee jaar verblijf bij de Sakuddei in de binnenlanden van het eiland Siberut in de Mentawai Archipel in West-Indonesië. Gedurende twee jaar, van 1967 tot 1969, verbleef de antropoloog Reimar Schefold bij deze geïsoleerde stam. In dit boek beschrijft hij zijn ervaringen met de mensen die hem deelgenoot maakten van hun dagelijkse leven, hun rituelen en hun conflicten. Een volk zonder stamhoofden, waarin de goede relaties onderling, met de voorouders en geesten steeds opnieuw moeten worden bevochten.

Shipwreck and Survival in Oman, 1763 - Klaas Doornbos. In 1763 leed de Oost-Indiëvaarder “Amstelveen” schipbreuk aan de zuidkust van Oman. In de brandende zon, blootsvoets en bijna naakt liepen de dertig overlevenden vele honderden kilometers, in de hoop de beschaving te bereiken. Tijdens hun tocht door de woeste wildernis moesten de mannen

verschrikkelijk afzien en sommigen van hen hebben de reis niet overleefd. De derde stuurman van de “Amstelveen”, Cornelis Eyks bereikte uiteindelijk samen met meer dan twintig mannen de stad Muscat. Nooit eerder had iemand een dergelijke reis ondernomen en overleefd. Onlangs werd in Frankrijk het logboek van Eyks teruggevonden. De auteur maakte aan de hand hiervan een reconstructie van de gebeurtenissen en voorzag het rijkelijk van illustraties. Voorlopig is dit boek nog slechts in de Engelse taal verkrijgbaar, maar nu al wordt het boek geroemd als een van de meest intrigerende VOC-boeken van de laatste jaren. Adviesprijs: € 19,90.



Voor de zielen worden periodiek grote feesten gehouden en fraaie en imposante kunstvoorwerpen gemaakt. Het boek besluit met een herhaald bezoek aan dit volk in 2009 en de reacties van deze mensen op de moderne veranderingen die geleidelijk hun intrede doen. Adviesprijs € 27,95.



De Molukse Acties - P. Bootsma. De beelden van de treinkapingen van Wijster en De Punt en de gijzeling van schoolkinderen in Bovensmilde en de bezetting van het consulaat in Amsterdam in de zeventiger jaren.

Dieptepunten in de geschiedenis van Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog en ze staan nog vers op het netvlies van hen die het hebben meegemaakt. De Molukse Zaak werd wereldnieuws. Op basis van nog nooit eerder uitgezonden materiaal, geheime documenten uit de archieven van de overheid en vele tientallen getuigenverklaringen werden vier televisiedocumentaires gemaakt, die in het najaar van 2000 door de NPS werden uitgezonden. Dit boek is daarop gebaseerd en voegt daar een analyse aan toe. Van dag tot dag worden de historische gebeurtenissen gereconstrueerd, waarbij alle partijen aan het woord komen: de gijzelaars, de Molukse actievoerders, de vertegenwoordigers van de overheid, de Minister van Justitie destijds Dries van Agt, de commandanten van politie en leger, de leden van de crisiscentra. Adviesprijs: € 22,90.



Sutan Sjahrir - H. Rosihan Anwar. Een biografie van het leven van Sutan Sjahrir, die leefde van 1909 tot 1966.

Hoogtepunten van zijn leven en zijn strijd voor de onafhankelijkheid van Indonesië worden uitvoerig in dit boek beschreven. Het boek is voorzien van meer dan honderd foto’s, waarvan de meeste nooit eerder zijn gepubliceerd. Dit boek verschijnt binnenkort en is geschreven in het Indonesisch. Adviesprijs: € 22,50.



De verzwegen soldaat - Silvia Pessireron. Dit is het verhaal van een vader en een dochter, van heimwee en strijdvaardigheid en van loyaliteit en niet nagekomen beloften. De vader is geboren op het Molukse eiland Seram en is loyaal aan de Koningin van Nederland. De dochter is geboren in de provincie Zeeland en is loyaal aan haar Molukse achtergrond. Marcus Kainama is sergeant in het KNIL en is trouw aan zijn maten, zijn overste, zijn ouders, en aan zijn vrouw en kinderen.

Hij bewaart zijn principes in de maalstroom van de Japanse bezetting, de Bersiap, doorstaat gevangenschap, marteling en werkkampen. En hij wordt verraden. Nona Kainama groeit op in een Molukse woonwijk in Nederland. Ze voelt de frustratie van haar vader en doorstaat tucht en discipline. Ze maakt mee hoe verdriet en woede omslaan in geweld en ze vecht voor haar eigenheid in de maalstroom van tegenstrijdigheden. Dit boek verschijnt op 15 februari 2012. Adviesprijs: € 17,95.



e-Books, CD en DVD

Sleuteloog - Hella S. Haasse. Een journalist vraagt Herma Warner of zij hem informatie kan geven over Mila Wychinska. Hij is die naam tegengekomen in een dossier over mensenrechtenactivisme in Zuidoost Azië. Op de portretfoto die hij meestuurt herkent ze onmiddellijk haar jeugdvriendin Dee Mijers. De oude Herma, die teruggetrokken leeft in Overijssel, moet zich verdiepen in het verleden dat zij dacht voorgoed achter haar gelaten te hebben. Wat is er met Dee gebeurt, sinds ze elkaar uit het oog verloren hebben? Terwijl oude raadsels langzaam ontrafeld worden, raakt Herma overspoeld door een golf van herinneringen aan haar leven in Nederlands-Indië. Luisterboek, ingesproken door Willem Nijholt. Tijdsduur: ongeveer 6 uren. Adviesprijs: € 19,95.

De in deze rubriek besproken boeken, CD’s en DVD’s zijn verkrijgbaar bij de Internet Boekhandel Van Stockum in Den Haag of bij de erkende boekwinkel, tenzij anders vermeld

www.vanstockum.nl




Recept van de maand Indische andijvie door: Hans Vogelsang

Een heerlijk recept van mijn vader.

Ingrediënten: 500 gram speklapjes, 1 kg. Andijvie. 2 flinke rode uien, 2 rode lomboks, 3 tenen knoflook, stukje trassi, 2 theelepels djahé, 2 theelepels djintan, 1 theelepel ketoembar, 3 eetlepels ketjap manis, 1 eetlepel goela djawa (of donkerbruine suiker), 1 theelepel zout, stuk santen (3 cm), 3 eetlepels olie, 1 dl. bouillon, en een handje cashewnoten.



Bereiding: Snijd en was de andijvie en laat met iets aanhangend water in een gesloten pan aan de kook komen, dan hittebron laag. Verhit intussen de olie in een wok of grote braadpan, snijd de speklapjes in blokjes en braad deze flink aan. Uien beetje grof snipperen en de knoflook fijnhakken en samen met de trassi en overige kruiden bij de speklapjes doen en even goed mengen en ca. 10 minuten meebakken. Daarna de bouillon en het zout erbij en zodra het weer pruttelt, hittebron laag en deksel erop. Laat ongeveer een half uur sudderen. Als de andijvie gaar is (af en toe omroeren), in een vergiet doen en goed uit laten lekken. Met de bodem van een kleine steelpan het meeste vocht uit de andijvie drukken. Snijd de lomboks schuin in dunne ringetjes en voeg dit bij het vlees. Laat even twee minuten meebakken. Meng vervolgens de andijvie door het vlees, doe de goela djawa, ketjap manis en de santen erbij en breng het geheel weer aan de pruttel. Hittebron weer laag en af en toe omroeren zodat de santen goed smelt. Bij het opdienen een schaaltje cashewnoten erbij, zodat ieder naar smaak de Indische andijvie kan garneren. Heerlijk met witte rijst. Selamat Makan


Comité wil vervolging militairen Rawagedeh

Stichting Comité Nederlandse Ereschulden heeft het Openbaar Ministerie gevraagd om actie te ondernemen tegen de militairen die in 1947 betrokken zijn geweest bij het bloedbad van Rawagedeh. De stichting heeft dat onlangs bekend gemaakt.

Nederlandse militairen richtten op 9 december 1947 een massa-executie aan in het Javaanse dorp Rawagedeh, nu Balongsari. Ruim vierhonderd mannen en jongens werden daarvan



het slachtoffer. Kort geleden werd bekend dat enkele militairen die bij het drama betrokken waren, nog in leven zijn. Het Comité wil dat er nu tegen heb actie wordt ondernomen. In December 2011 bood de Nederlandse regering al officieel haar excuses aan voor het gebeurde. De nabestaanden van de slachtoffers ontvingen daarvoor een vergoeding van € 20.000 per persoon. Het Comité echter wil dat het hier niet bij blijft en eist op z’n minst dat de nog levende militairen gehoord worden.

_____________________________


Bersiap door: Herman Bussemaker

Over de auteur

Herman Bussemaker is geboren op 3 februari 1935 in Soerabaja in het voormalig Nederlands-Indië. Zijn ouders bezaten een sinaasappel-plantage in de bergen boven Batoe op Oost Java. Zijn vader kwam om tijdens de torpedering van de Junyo Naru op 18 september 1944, evenals de vader van zijn echtgenote, die hij later in Nederland zou leren kennen. Herman en zijn familie werden niet geïnterneerd door de Japanners, omdat zijn moeder een Indisch-Nederlandse was. In oktober 1945 verdween het gezin Bussemaker echter in een republikeins kamp, om daar pas op 21 maart 1947 weer uit te komen. Het gezin voegde zich bij de grootouders in Soerabaja. In november 1950 volgde de overtocht naar Nederland, waar het gezin terecht kwam in een contractpension in Vlissingen.



Herman verwierf het diploma HBS-B in Vlissingen en zette zijn studie voort op de MTS (nu HTS) in Dordrecht, waar hij in 1956 afstudeerde in de Chemische Technologie. Daarna volgde zijn militaire dienstplicht, welke hij vervulde als reserve-officier bij de Munitietechnische Dienst. Hij beëindigde zijn militaire carrière in 1978 als reserve-kapitein bij de Technische Dienst.

Na de militaire dienst was Herman werkzaam bij Philips NV, waarna hij in 1959 Technisch ambtenaar werd bij de Technische Hogeschool (nu Universiteit) in Eindhoven. In 1963 behaalde hij er als werkstudent het diploma Ingenieur in de Chemische Technologie. Hierna trad hij in dienst bij de Amerikaanse contractor Fluor Nederland NV. In 1967 volgt hij met zijn indiensttreding bij IBM Nederland NV de overstap naar de informatica. Een vakgebied waar op dat moment zelfs nog niet eens een opleiding bestond in ons land. Van 1967 tot zijn pensionering in 1994 vervulde Herman een aantal managementfuncties bij IBM, waarvan 6 jaar bij IBM-Europe in Parijs. Hij eindigde zijn carrière bij IBM als Directeur Academic Information Systems.

Naast zijn drukke baan was Herman als vrijwilliger actief in tal van commissies in de Informatica. Zo was hij jarenlang voorzitter van de sectie Informatica van het Koninklijk Instituut voor Ingenieurs, organiseerde hij in 1990 een internationaal Informatica-congres in Den Haag en is hij 24 jaar lang de Nederlandse vertegenwoordiger geweest in een internationale werkgroep. In 1992 wordt hij bij het KIVI benoemd tot Lid van Verdienste. Na zijn pensionering volgt voor Herman een drukke tijd. Van 1994 tot 2006 is hij Lid van de Gemeenteraad van Heemstede. Tevens begint hij zijn promotiestudie aan de Universiteit van Amsterdam, die hij in 2001 afsluit met promotie in de Geesteswetenschappen. Het onderwerp van zijn proefschrift is: de reactie van de Westelijke machten op de Japanse expansie in Azië in de periode 1905 tot 1941.

Na de commotie rond het bezoek van de Japanse premier Kaifu aan Nederland in 1991 wordt Herman lid van de Vereniging Kinderen uit de Japanse Bezetting en Bersiap ’41 - ’49 (KJBB). Van 1997 tot 2003 is hij voorzitter van deze vereniging. Als lid van de onderhandelingsdelegatie van het Indisch Platform is Herman nauw betrokken bij de onderhandelingen met het Kabinet Kok–II, die zouden leiden tot Het Gebaar van 167 miljoen euro voor de Indische Gemeenschap. Hiervoor en voor zijn voorzitterschap van de KJBB wordt Herman in 2004 door H.M. Koningin Beatrix benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau. In 2005 verschijnt van zijn hand het boek “Bersiap, Opstand in het Paradijs”, het eerste Nederlandstalige boek over de Bersiap periode. Herman is inmiddels lid van of betrokken bij tal van Indische organisaties. In 2008 volgt zijn benoeming tot voorzitter van Het Indisch Platform.

Herman Bussemaker is getrouwd en heeft twee dochters en vier kleinkinderen. Hij houdt van Klassieke muziek en Opera. Daarnaast verzamelt hij atlassen en wijnetiketten. In zijn schaarse vrije tijd leest hij graag historische werken.



De Bersiap, inleiding

Dit artikel gaat over de bloedige geboorte van de Republiek Indonesië, een gebeurtenis die in Nederland vrijwel onbekend is. En dit, terwijl vaststaat dat daarbij zeker 3500 Nederlanders op brute wijze zijn vermoord door de Indonesische nationalisten. Dit is bijna het dubbele aantal slachtoffers als die vielen bij de Stormramp in februari 1953, welke toch als een catastrofe bekend staat.



Ereveld voor de slachtoffers van de Bersiap: Menteng Pulu, Jakarta.

Het werkelijke aantal doden aan Nederlandse en Indonesische zijde is onbekend, omdat veel van de Nederlandse slachtoffers door de nationalisten ontvoerd zijn en nooit zijn teruggezien. Aan Indonesische kant zijn overigens bij hun strijd om de onafhankelijkheid rond de 150.000 doden gevallen. Voor het merendeel waren dit kindsoldaten.

Mijn boek over deze periode verscheen in 2005 en was het eerste Nederlandstalige boek over het historische verloop van deze vrijheids-strijd. In 2007 verscheen de dissertatie van Mary van Delden over de Republikeinse kampen en in 2009 tenslotte verscheen de Geïllustreerde Atlas van de Bersiapkampen in Nederlands-Indië 1945-1947. Met deze drie werken is eigenlijk de onbekende bloedige Bersiap periode geboekstaafd.

Het woord Bersiap is Maleis en staat voor: “Weest Paraat”. Het woord komt voort uit de vooroorlogse inheemse Padvindersbeweging, welke veel nationalistische leiders heeft voortgebracht. Mogelijk een van de redenen voor de onbekendheid met deze periode in Nederland, is de enorme complexiteit van de historie van de Bersiap. Er waren immers vier verschillende factoren, die elk bijdroegen aan de verwikkelingen. Het was een soort duivels kaartspel met vier spelers in twee tegenover elkaar staande teams. Er was een Indonesisch/Japans team en een Engels/Nederlands team. Binnen de teams had men ook nog eens elk een verschillende agenda. In dit artikel wil ik voor u als lezer dit spel ontrafelen.

De betekenis van de Bersiap is enorm geweest, vooral voor de Nederlandse kant. Het grootste aantal slachtoffers viel namelijk bij de Indische Nederlanders. Het gaf hen een gezamenlijke identiteit en het besef dat zij door de Indonesiërs niet als landgenoten werden gezien. Dit leidde in de vijftiger jaren, na de Indonesische onafhankelijkheid, tot een massale uittocht van deze Nederlandse staatsburgers naar Nederland, een land dat de meesten alleen maar kenden uit verhalen.

De Nederlandse overheid werd hierdoor volkomen verrast en heeft getracht deze intocht te stuiten. Veel Indische Nederlanders bewaren hieraan nog steeds bittere herinneringen en voelen zich nog steeds tweederangs burgers in dit land. Sinds alle tijden is de Indische gemeenschap de grootste groep migranten en heeft circa één miljoen ingezetenen Indische wortels. Maar nog steeds houdt de eerste generatie haar mond over de verschrikkingen die zij hebben meegemaakt. Daarmee houdt het de onbekendheid met deze periode in stand.



In onze volgende editie het vervolg van het artikel door Herman Bussemaker over deze bloedige Bersiap periode.


(advertentie) (advertentie)

Het N.I.C.C. staat met een informatiestand op de PASAR MALAM RIJSWIJK in kraam 080 – 081 (ICM-online) U komt toch ook even langs?

Belangrijke N.I.C.C. enquête op komst

Komend voorjaar zullen wij een belangrijke enquête gaan houden onder al onze lezers en sympathisanten. Zo zullen wij u vragen stellen over wat u van onze nieuwsbrief vindt, wat het bereik is van de nieuwsbrief, hoe en of u sympathiseert met ons streven naar een Indisch Centrum in Den Haag en of u dat centrum in de toekomst zult bezoeken. Wij hopen dan ook dat u de moeite zult willen nemen om deze enquête voor ons in te vullen. Met enkele minuten van uw tijd helpt u ons een enorm stuk verder. In samenwerking met enkele mensen die ervaring hebben met vragenlijsten zullen we een formulier opstellen, die u dan afzonderlijk toegestuurd zult krijgen. Naar alle waarschijnlijkheid zal dit in de maand april of mei gebeuren. Aan de hand van de uitslagen zullen we onze toekomstige strategieën gaan uitstippelen en stappen ondernemen die realisatie van een eigen Indisch Centrum dichterbij brengen. Wij zullen ervoor zorgdragen dat u de enquête online kunt invullen, maar kent u mensen die er behoefte aan hebben om een papieren exemplaar te ontvangen, dan zullen wij daartoe ook de mogelijkheid bieden. Heeft u verder nog opmerkingen of vragen, dan houden wij ons van harte aanbevolen en willen daarmee bij het samenstellen van het enquêteformulier rekening houden.

______________________________




Tjempaka, groepswonen voor Indische ouderen

Midden in het stadshart van Den Helder nadert het woonproject “Tjempaka” zijn voltooiing. “Woontij” en de Stichting Wonen Indische Ouderen (WIO) realiseren hier 46 huurappartementen, een atrium en een multifunctionele ruimte. Ook worden er 16 grondgebonden koopwoningen, een kantoor voor Woontij, 14 koopappartementen en een parkeergarage met 97 overdekte parkeerplaatsen gebouwd.

Groepswoonproject Tjempaka, Den Helder

In haar ondernemingsplan “Wonen naar wens” heeft “Woontij” haar project aangeduid als: “Een duurzame bijdrage te leveren aan de realisatie van woonwensen van mensen”. Hiermee wordt bedoeld dat de woonwensen van de toekomstige bewoners centraal staan. De wens van een groep Indische ouderen om te wonen in een woongroep, laten we hierbij in vervulling gaan, aldus Woontij.

Den Helder telt van oudsher een groot aantal bewoners van Indische afkomst. Bij veel van hen leeft de wens om samen oud te worden. Om die reden ontving “Woontij” het verzoek van de Stichting Wonen Indische Ouderen om mee te denken over de mogelijkheid van een woonvoorziening. Hieruit ontstond het plan om het gebied waar het voormalige ziekenhuis “Lidwina” stond hiervoor te bestempelen. Heel centraal in de stad, vlakbij het station, winkels en andere voorzieningen en natuurlijk ook dichtbij het Marinemonument, waar jaarlijks op 15 augustus de herdenking plaatsvindt van de capitulatie van Japan in 1945.

Bereikbaarheid

Het project Tjempaka is goed bereikbaar met het openbaar vervoer en ligt op enkele minuten lopen van een winkelcentrum, bibliotheek, NS- en busstation en de zaterdagmarkt. En het is per auto slechts een uurtje rijden naar de Randstad. Verder is wonen in Den Helder wonen aan zee, het strand, de duinen en dit allemaal op loopafstand. Daarbij moet men bedenken dat De Helder doorgaans de meeste zonuren per jaar heeft van heel Nederland.



Tjempaka

De naam Tjempaka is gekozen door de Stichting WIO; het is een magnolia-achtige boom met geelbruine trossen. Deze boom wordt centraal in het Atrium geplant en heeft een veelzijdige functie, evenals het gebouw straks. De 46 mooie huurappartementen worden door Woontij met voorrang aan Indische ouderen verhuurd, die in het complex tevens kunnen beschikken over een gemeenschappelijke berging, waar men bijvoorbeeld ruimte voor het stallen van een fiets kan huren. Alle woningen hebben een eigen berging. Via de entree komt men in het trappenhuis, waar een lift en booster-oplaadpunten zijn. Er komen ook oplaadpunten op iedere etage. Het Atrium en de multifunctionele ruimte zijn voor gemeenschappelijk gebruik en worden geëxploiteerd door de Stichting WIO.



Diam diam

In het oude ziekenhuis Lidwina was geruime tijd de Sociale Dienst gevestigd. In 2006 werd het gebouw gesloopt en tot juni 2010 was het een braakliggend terrein. Lange tijd leek het diam diam (stilletjes). Maar nu wordt het groepswonen voor Indische ouderen dan toch eindelijk gerealiseerd. De bouw nadert nu zijn voltooiing.



Impressie van het terras van de woningen

Oranjefonds

Inmiddels is bekend gemaakt dat de Stichting WIO een bedrag van het Oranjefonds heeft gekregen, ter grootte van € 18.500,- Het bedrag is bestemd voor de multifunctionele ruimte. In deze ruimte komt onder andere ook een keuken om kookworkshops te geven, maar zal tevens tal van activiteiten kunnen herbergen, zoals Tai Chi, Linedance, kaartavonden, of gezellig samen naar een film of een theatervoorstelling kijken. Het Oranjefonds is het grootste nationale fonds op sociaal-cultureel gebied. Wie meer wil weten over dit project Tjempaka, kan terecht op de website: www.woontij.nl of op www.tjempakadenhelder.nl. Tel: 088-9666845. Voor informatie over de koopwoningen: Tel: 0223-616400, info@vankeukenmakelaars.nl.

Op 25 februari is het mogelijk om een modelwoning te bekijken. U kunt er van 10.00 tot 13.00 uur terecht. Ook kunt u een afspraak maken. Belt u dan tijdens kantooruren: 088-9666845 of mail naar: m.konings@woontij.nl. _______________________________


(advertentie)

Korte berichten

Taman Yasmin kerk in Bogor geweerd door burgemeester

In Bogor probeert een burgemeester al enkele jaren de bouw van een Christelijke kerk in zijn gemeente tegen te houden. De kerk had in 2008 al geopend moeten worden, maar in het overwegend Islamitische Bogor is voor de voltooiing de vergunning ingetrokken na protesten van bewonersgroepen. Hoewel het hooggerechtshof de kerk in het gelijk stelde en de burgemeester gebood de verginning weer te verstrekken, gebeurt er sindsdien niets. Desnoods wil de gemeente een wettelijke regel invoeren, die het verbiedt om een kerk te vestigen in een gebied met merendeels Islamitische straatnamen. Het is de jongste poging om de vestiging van een niet/Islamitisch gebedshuis tegen te houden. Indonesië heeft een eeuwenlange traditie van religieuze tolerantie. De afgelopen jaren echter heeft een kleine groep Islamitische extremisten zich steeds vaker zichtbaar en gewelddadiger gepresenteerd.



Deze groep bestaat grotendeels uit slecht-opgeleide en vaak werkloze jongeren. De gelovigen van de Taman Yasmin kerk houden al meer dan drie jaar hun dienst voor het kerkgebouw of in een woning van een van de leden van de congregatie. Onlangs echter werd deze dienst verstoord door een extremistische groep, die het huis belegerden en eisten dat de mis direct gestopt werd. De groep zou al schreeuwend naar het huis zijn getrokken en uitte bedreigingen, waarop de kerkgangers, hoofdzakelijk vrouwen en kinderen, het huis uit vluchtten. Toen de politie verwittigd werd, stuurde deze slechts enkele manschappen om te voorkomen dat de extremisten het huis zouden aanvallen.



Kinderboek vervangt speeltje in Britse Happy Meals

Een bekende fastfoodketen heeft in Groot Brittannië een deal gesloten met de kinderboekenauteur: Michael Morpurgo. Sinds kort treffen kinderen in hun “Happy Meal” geen plastik speeltje meer aan, maar het kinderboek: “Mudpuddle Farm”. De fastfoodketen is met de auteur overeengekomen om negen miljoen exemplaren gratis weg te geven. De opbrengst ervan zal gedoneerd worden aan het goede doel van Michael Morpurgo: “Farms for City-Children”.



Aanvankelijk was er twijfel bij de auteur om met de fastfoodketen samen te werken, maar besloot om het toch te doen, omdat hij het een uitstekende methode vindt om kinderen aan het lezen te krijgen. Of deze manier effectief zal zijn, moet de tijd uitwijzen.



Bron: The Independent.

Langoer aap op Borneo toch niet uitgestorven

In het dichte en vrijwel ongerepte oerwoud van Borneo hebben wetenschappers een verrassende ontdekking gedaan. De Langoer aap, een soort waarvan men aannam dat hij was uitgestorven, blijkt nog steeds



te bestaan. Een groep dieren werd aangetroffen in een gebied ver van de omgeving waar deze voor het laatst is gezien. De Langoer aap heeft een markant door een grote witte kraag omgeven zwart gezicht en is met camera’s vastgelegd. Deze waren in het gebied geplaatst om Orang Utans, nevelpanters en andere dieren te bespieden. Toen de Langoer op de filmbeelden opdook was de verrassing dan ook compleet. Een van de leden van het wetenschappelijk team, Brent Lokan, vertelde: “We zijn allemaal erg opgewonden. Dat deze apensoort nog in leven blijkt te zijn is spectaculair nieuws. Voor mij is deze ontdekking representatief voor de vele soorten dieren in Indonesië, waar we nog zo weinig van af weten”. En hij voegt er aan toe: “We zijn enorm blij dat de Indonesische regering nu echt iets gaat doen aan de illegale houtkap, want dat is de grootste bedreiging van deze diersoorten. Hopelijk wordt deze nieuwe maatregel goed gehandhaafd, want alleen dan hebben apen zoals de Langoer en zovele andere bijna met uitsterven bedreigde diersoorten een kans om te overleven”.



Grootste Hindoetempel van West Europa in Den Haag

Den Haag krijgt vrijwel zeker de grootste Hindoetempel van het vaste land van Europa. Alleen in Engeland is er een nog grotere tempel te vinden. Naast het tempelcomplex zullen er ook twee woontorens verrijzen met appartementen. Het tempelcomplex zal bestaan uit drie gebedshuizen, zogenaamde “Mandirs”. Tevens komen er gemeenschappelijke en commerciële ruimten. Het is een miljoenenproject, waarin drie Hindoestaanse stromingen zich verenigd hebben in een consortium en garant staan voor de financiën. De gemeente Den Haag betaalt er niet aan mee, zegt wethouder Marnix Norder. Wel juicht hij het plan toe: “Het wordt een icoon voor onze stad en voor heel Nederland”. In de regio Haaglanden vormen de Hindoestanen verreweg de grootste allochtone bevolkingsgroep, met bijna 50.000 mensen.



In Den Haag alleen al vormen ze tien procent van de bevolking. Het complex verrijst achter het Station Hollands Spoor. In 2014 zal het complex in gebruik genomen worden.

Apies kijken” is tegelijk ook “Mensen kijken”

Dat apen de topattracties zijn in elk dierenpark, zal duidelijk zijn. Mensen houden nu eenmaal van “apies kijken”. Maar de vraag is hoe de apen aankijken tegen die vreemde haarloze “apen”, die hen staan aan te staren. Australische wetenschappers hebben ontdekt, dat met name Orang Utans zich kostelijk kunnen vermaken door naar de mensen te kijken. Zelfs bij slecht weer, als andere dieren beschutting zoeken, blijven zij het liefst zo dicht mogelijk bij de mensen, om maar niets van het schouwspel te hoeven missen. Het onderzoeksteam heeft een proef op de som gedaan, door een groot deel van de glaswand van het apenverblijf af te plakken. Ze dachten dat de Orang Utans zich



Foto: Tom Low

daardoor konden verbergen voor al die starende mensenogen. Echter integendeel gingen ze letterlijk elkaar verdringen voor dat ene kleine kijkgat, waarbij ze elkaar vaak afsnauwden om maar vooraan te kunnen staan. Het resultaat van dit onderzoek weerspreekt in ieder geval de gevestigde wetenschappelijke ideeën, dat apen gestrest zouden raken van hun menselijke bezoekers.



Bron: The Daily Telegraph.

Keurmerk voor verkoopadres evenemententickets

Al heel lang kampt men met het probleem van ticketvervalsing, zwarte handel en meer malafide praktijken bij de verkoop van tickets voor grote concerten en andere evenementen. Met ingang van 1 juni 2012 krijgen alleen officiële verkoopadressen een vergunning om tickets te verkopen en moeten hiertoe duidelijk zichtbaar een keurmerkvignet tonen. De initialtief-nemer SKEN (Stichting Keurmerk Evenementen Nederland) wil op deze wijze illegale praktijken een halt toeroepen. Deze nieuwe regel geldt eveneens voor internetverkoop. Vaak kopen sites grote hoeveelheden kaartjes op om die dan tegen zwarte marktprijzen van soms wel drie maal de normale waarde door te verkopen. SKEN Ticketkeur stelt een aantal eisen waaraan verkooppunten dienen te voldoen.

Zo moeten sites rechtstreeks werken voor de organisatoren en dat ook kunnen aantonen. Een groot aantal hiervan, zoals Ticketservice, de Vereniging van Nederlandse Poppodia en de Vereniging van Schouwburg en Concertgebouwdirecties hebben zich al bij dit initiatief aangesloten.

Musical: The Buddy Holly Story komt naar Nederland

Theaterproducent Albert Verlinden heeft bekend gemaakt dat volgend jaar de musical over het leven en de muziek van Buddy Holly in Nederland te zien zal zijn. Na ruim twaalf jaar met veel succes op het West End in London te hebben gestaan, zal de beroemde musical op 3 februari 2013 in première gaan in Tilburg. Daarna volg een groot tournee door Nederland. De hoofdrol



Buddy Holly en Tim Akkerman (foto: Musical Journaal)

wordt vertolkt door Tim Akkerman. Buddy Holly was een legendarisch idool in de jaren vijftig. Bekende hits zijn onder andere: Peggy Sue en That’ll Be The Day. Met zijn muziek legde hij mede de grondslag voor de Rock & Roll en was een inspiratiebron voor tal van grootheden zoals The Beatles, The Rolling Stones, Bob Dylan, enz. Buddy overleed op 3 februari 1959 bij een vliegtuigongeluk, slechts 22 jaar oud. Zijn dood werd toen door veel van zijn fans beschreven als: The Day The Music Died.



Alle boekbesprekingen uit onze Nieuwsbrief op een rij

Wist u dat ICM/Online, de Indische Internetkrant, iedere Nieuwsbrief van het NICC integraal overneemt en verspreidt onder hun eigen lezers? En dan te bedenken dat ICM een bereik heeft van ruwweg 400.000 lezers? En bovendien neemt Ferry Schwab van ICM de moeite om verschillende artikelen en rubrieken er uit te lichten om afzonderlijk nog eens onder de aandacht te brengen. Zoals bijvoorbeeld onze reeks Boekbesprekingen, die Ferry heeft gerubriceerd tot één item vanaf januari 2011 tot nu. Dit is een enorm werk en wij zijn Ferry dan ook erg dankbaar dat hij dat voor ons doet. Neemt u zelf eens een kijkje. Als u zich bij ICM aanmeldt als abonnee ontvangt u daarbij tevens een prachtige CD of DVD naar keuze cadeau. Verder heeft ICM een groot aantal eigen producties op DVD, onder andere van Pasar Malams en andere bijzondere evenementen, tegen aantrekkelijke prijzen. Alle info vindt u op de website: www.ICM-Online.nl. ______________________________




z o e k t d o n a t e u r s Het Indisch Platform behartigt de belangen van de Indische gemeenschap bij de Nederlandse overheid. Stichting Het Indisch Platform - Postbus 85564 - 2508 CG Den Haag www.indischplatform.nl info@indischplatform.nl

Het Indisch Platform heeft de ANBI-status en dus is uw donatie een aftrekpost bij uw belastingaangift



Heeft u de brief al verstuurd aan de Staatssecretaris van VWS? Het kan nog steeds! Zie de voorbeeldbrief op ons weblog: http://indisch-centrum-denhaag.blogspot.com

Er zijn voorlopig GEEN borrelbijeenkomsten meer op de 1e maandag van de maand bij Café Emma



  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina