Nederlands Indisch Cultureel Centrum Nieuwsbrief



Dovnload 158.02 Kb.
Pagina1/2
Datum22.07.2016
Grootte158.02 Kb.
  1   2


Nederlands Indisch Cultureel Centrum

  • Nieuwsbrief 9/2011

Verschijnt maandelijks | Jaargang 3, nr. 9 (Sept. 2011) | Oplage: 2900 | Hoofdredacteur: Hans Vogelsang

Dit is de digitale nieuwsbrief van de Stichting Nederlands Indisch Cultureel Centrum, die u maandelijks toegezonden zult krijgen. Via deze nieuwsbrief wordt u op de hoogte gehouden van ontwikkelingen en vorderingen betreffende ons toekomstig Indisch Centrum. Verder zullen wij u wijzen op nieuwe items op onze website en ook andere bijzondere zaken binnen de Indische gemeenschap en andere culturen met wortels in de “Gordel van Smaragd”.

Van de redactie

Opnieuw is ons lezersaantal spectaculair gegroeid. Momenteel hebben we een totaal van 2855 abonnees. Daarnaast gebruiken we zoals altijd een aantal Nieuwsbrieven voor promotionele doeleinden en dat maakt een totale oplage van 2900. In ieder geval willen wij een heel hartelijk welkom heten aan al die nieuwe lezers van onze mooie Nieuwsbrief. Dankzij bevriende organisaties, aangevuld met de resultaten van eigen speurwerk op Indische websites en in Indische tijdschriften hebben wij weer onze adressenlijst kunnen uitbreiden.

Op maandag 3 oktober 19.30 uur is er weer een NETWERKBORREL voor iedereen met Indische roots. (zie advertentie na de Indische Agenda)

Bent u zelf lid van een vereniging of club of bent u lid van een groepje mensen met “Indische roots of interesses” en u denkt dat de andere leden het wel op prijs zouden stellen om onze Nieuwsbrief maandelijks gratis in hun mailbox te ontvangen? Geeft u ons dan hun namen en e-mail adressen door en wij zorgen voor de rest. En als iemand er toch geen interesse in heeft….. geen probleem, want opzeggen is in één klik gebeurd. Ook kunt u de nieuwsbrief uitprinten en als inzage-exemplaar op de eerstvolgende bijeenkomst van uw vereniging of club op de infotafel of entreetafel leggen met een E-mail intekenlijst erbij. Zo helpt u ons aan nieuwe abonnees en uw clubgenoten aan een gratis mooie en informatieve maandelijkse nieuwsbrief. Zonneklaar een win - win situatie, toch?

_______________________________


(advertentie)

Persberichten en publicaties… hoe doe je dat?

Vrijwel dagelijks ontvangen wij persberichten en publicaties van tal van organisaties met het verzoek om het in onze Nieuwsbrief te vermelden. En niet alleen wij; ook onze medepublicisten, zoals ICM-online, Indisch4ever en de Indische sociale websites (onder de eindredactie en verantwoordelijkheid van Ben Vink), met wie wij een stilzwijgende overeenkomst hebben. Zo spelen we elkaar nieuws en foto’s toe, alsmede achtergrondartikelen, columns, en zo meer. Ook nemen we vrijwel altijd elkaars persberichten op. En nu we het daar toch over hebben: Enig idee hoeveel werk eraan vastzit om een goedbedoeld persbericht van een vereniging persklaar te maken? Je wilt het niet weten. Hoe voorkom je zoveel werk? Door ervoor te zorgen dat de tekst van een bericht bijvoorbeeld als WORD bestand wordt aangeleverd en het belangrijkste: voeg alle illustraties en foto’s als aparte bijlagen erbij. Dan is het voor ons eenvoudig een kwestie van aanklikken, knippen en plakken en jouw bericht staat erin, compleet met illustraties. Dus zorg ervoor dat foto’s altijd apart staan. Dit maakt ons werk zoveel prettiger. Bedankt namens alle Indische websites en alle redacties. ______________________________


Vers bloed, levensader van een organisatie door: Hans Vogelsang

Steeds meer Indische organisaties en verenigingen hebben de grootste moeite om het hoofd boven water te houden. De oudere generatie houdt het voor gezien of sterft uit en kan nauwelijks op opvolging rekenen, zeker waar het gaat om bestuurlijke verantwoording. Het voortbestaan van de organisatie komt hierdoor steeds vaker in het geding.

Misschien dat het binnen uw organisatie van belang is om u eens af te vragen: Waarom? Hoe komt het dat de jongere generaties en vooral ook de jongeren het verenigingsleven de rug toekeren. Waarom zien jonge mensen een gevestigde en over het algemeen goed lopende organisatie niet zitten? En dat terwijl zij zich op ander gebied wel verenigen en groepen vormen. Dus de behoefte van communicatie bestaat wel degelijk, ook bij jongeren. Ik wil hier een poging doen om dit te begrijpen en het tevens ook aan de lezers duidelijk te maken.

Als mijn poging niet helemaal lukt, dan hoop ik toch door dit artikeltje een “eyeopener” te zijn geweest, waardoor in het vervolg met een andere factor rekening gehouden wordt, namelijk de jongeren zelf en zodoende toch een andere denkwijze te introduceren, of op z’n minst een discussie over dit item te laten losbarsten. Decennia lang zijn vooral Indische organisaties ontstaan en gegroeid door het beleid van een generatie die is grootgebracht met het geschreven woord en pen en papier. Dit voldeed altijd prima, totdat in de eind tachtiger en negentiger jaren een generatie geboren werd die totaal, maar dan ook compleet anders communiceert. Dit verschijnsel is mede veroorzaakt door de sinds die periode zeer sterk ontwikkelde techniek. Computers, mobiele telefoons, en ook een andere kijk op het leven lagen hieraan ten grondslag.

De heersende generaties waren te star om hierop in te spelen of zelfs maar ernaar te luisteren. Dit is geen verwijt, maar het logische gevolg van het verschil in de wijze waarop toen en nu generaties opgroeien. Zoals reeds betoogd heeft de razendsnel evoluerende techniek dit proces in een stroomversnelling gebracht, die zijn weerga niet kent.

De oudere generaties (waar ik zelf ook toe behoor, ondanks dat ik pas 60 ben) zijn gewend dat als opvolgers zich aandienen, zij hun sporen moeten hebben verdiend in de bestaande structuur en het liefst ook in het gareel daarvan. Daarbij wordt over het hoofd gezien dat dit totaal niet meer beantwoordt aan de wijze waarop de jongeren aan hun leven en hun omgeving invulling geven. Veel sneller, veel directer. En daardoor ook vaak veel innovatiever. Wij hebben in veel gevallen met moeite geleerd om met de moderne communicatiemiddelen om te gaan. Vaak echter blijft het bij het gebruik van een computer als een soort veredelde typemachine, aangevuld met wat trucjes en programmaatjes, die we ons met veel moeite eigen hebben gemaakt. Hetzelfde geldt ook voor de nieuwe generaties mobieltjes, die wij nog steeds gebruiken als telefoon. Het zijn de jongeren, die het belang inzien van de nieuwe technieken en die ook toepassen in het dagelijks leven. Daarbij benutten zij ook alle mogelijkheden die de techniek hen biedt.

Nu zult u zeggen: “Ja, maar zij groeien er spelenderwijs mee op. Inderdaad, maar juist daarom moeten wij ook leren, dat vaak decennia lang bestaande organisaties beleidsmatig al die tijd stil zijn blijven staan.

De gemiddelde organisatie van nu leeft nog steeds in het tijdperk van de VW kever, de lelijke eend en af en toe een uitschieter naar een Fiatje 500. De jongeren leven in het tijdperk van de Formule 1. En die twee tijdperken botsen. Die kunnen niet goed met elkaar communiceren. En dan komt het moment dat steeds meer leden van uw organisatie wegvallen, ook in het bestuur. En als dat verlies niet wordt aangevuld, dan sta je op een helling. De enige manier om die helling weer wat af te vlakken, is de communicatie herstellen. Hierbij moeten we in gedachten houden, dat ook wij het heel anders aanpakken dan onze grootouders het gedaan zouden hebben. Onze grootouders zouden meer dan een geïrriteerde frons vertonen als zij ons bezig zouden zien. Evenzo moeten wij de jongeren van nu de kansen bieden die onze grootouders ons klaarblijkelijk toch ook hebben gegund, want anders zouden wij er nu niet zitten. Jongeren doen het nu eenmaal anders dan wij en hebben toch dezelfde bedoelingen en streven zij hetzelfde na. Laat ze gaan en houd eventueel van een afstandje een oogje in het zeil. Zorg er dan wel voor, dat zij dat oogje niet zien. Sta altijd open voor hen als ze ergens niet helemaal uitkomen en adviseer ze dan eerlijk, zonder te benadrukken hoe ze het wel moeten doen. Wij moeten het stokje aan hen overdragen. Doen wij dit niet, dan is het voor alle moeite die wij gedaan hebben om de organisatie waar we zoveel jaren voor hebben gewerkt en groot gemaakt, simpelweg voor niets geweest en is het einde oefening. Dan gaat de vereniging of stichting ter ziele.

_______________________________



(advertentie)

De Birma-spoorweg door: M.F. van Ling Mijn oorlogsherinneringen van 7 december 1941 tot 15 augustus 1945, deel 1

De redactie kwam onlangs in het bezit van de autobiografie van de heer M.F. van Ling, waarin hij verslag doet van zijn ervaringen als dwangarbeider aan de Birma-spoorweg. Zijn neef, Ron van Ling, liet ons weten dat zijn oom het zeer op prijs stelde indien wij het gedeeltelijk of integraal wilden plaatsen in de Nieuwsbrief. “Ik acht het van het grootste belang dat ieder kennis neemt van wat zich in die vreselijke jaren heeft afgespeeld”, aldus de auteur, M.F. van Ling.

Voorwoord door Yvonne Haynes - van Ling

Mijn vader, op wie ik erg gesteld ben, heeft mij gevraagd of ik een voorwoordje wilde schrijven. Toen ik zo mijn gedachten liet dwalen over dit boek, moest ik terugdenken aan mijn jeugd.

Bijna elke zondagochtend vertelde mijn vader een spannend verhaal over zijn oorlogsjaren. Hij beschreef zijn ervaringen op een boeiende en voor ons kinderen begrijpelijke manier.

Nu ik deze “verhalen” op papier zie, besef ik wat een sterk karakter mijn vader moet hebben. Hij is ondanks die vreselijke oorlogsjaren een ongeschonden mens gebleven. Een mens, die nog steeds van de kleine dingen van het leven geniet. Ik hoop samen met mijn broer en zus, nog lang van hem te genieten. Papa laat weten dit boek te willen opdragen aan zijn kinderen en kleinkinderen. Bedankt paps, je bent een “kei”.





1 – De periode van 7 december 1941 tot 15 augustus 1945

7 december 1941. Ik zat op de kaderschool voor sergeant in Djokjakarta en elke ochtend om 07.00 uur was er ochtendgymnastiek onder leiding van een van de cursisten. We waren net begonnen toen een officier kwam vertelen, dat Nederlands-Indië de oorlog had verklaard aan Japan, naar aanleiding van de verraderlijke Japanse luchtaanval op Pearl Harbor.

Die mededeling veroorzaakte in mij een onbeschrijfelijk gevoel van onbehagen. Het was net of er iets onheilspellends op mij drukte.

Op het eind van de ochtend werden we – op enkelen na – bevorderd tot sergeant titulair. Binnen een paar dagen werden we overgeplaatst naar diverse onderdelen van het K.N.I.L. Ik kwam bij de 10e Fuseliers Compagnie in Bandoeng terecht, dat een onderdeel is van het 2e regiment Infanterie; de enige compagnie die gemotoriseerd was. Als sergeant (ik was toen net 21 jaar) zat je voorin naast de chauffeur. Op een dag vroeg ik aan de compagnie commandant of wij (alle brigade commandanten) een rij-opleiding konden krijgen, zodat de brigade commandant het stuur kon overnemen in geval er iets met de chauffeur zou gebeuren. Volgend de Compagnie commandant was daar geen tijd voor.



Entree erebegraafplaats Kanchanaburi voor de slachtoffers Birma Spoorweg

Onze eerste oorlogsbestemming was Djatibarang, een dorpje niet ver van Indramajoe. Een dag of tien later werd mijn brigade (15 man) naar Indramajoe (een stadje aan de Javazee) overgeplaatst. Later bleek dat hier de Japanners waren geland. Elke dag moesten we strandpatrouilles lopen en uitkijken naar eventuele Japanse activiteiten. Drie maal daags kwam er een omgebouwde personenauto langs om eten te brengen. Van die gelegenheid maakte ik gebruik om van de chauffeur wat rijles te krijgen. Alles bij elkaar zal ik een uur of twee achter het stuur hebben gezeten. Ik wist toen hoe je een auto moest starten, waar de pedalen voor dienden, maar het moeilijkste was het schakelen. In die tijd moest je nog “dubbel kluts” toepassen. Op 20 februari moest onze compagnie naar een gebied in Bantam nabij Rangkasbitoeng, waar we in een lokale rubberonderneming werden ondergebracht.



2 – Vuurdoop

Ook hier op de rubber onderneming moesten we elke dag patrouille lopen. Op 1 maart 1942, heel vroeg in de ochtend, werden we gewekt met de mededeling dat er een invasiemacht in de buurt van Merak was geland. Dat was niet ver bij ons vandaan. Binnen de kortste keren moesten we onze stellingen bezetten; dat was een stelsel van loopgraven aan één zijde van de weg en een tankhindernis. Deze hindernis bestond uit dikke boomstammen, die schuin omhoog stonden en ondersteund werden door stutbalken, zodat verkeer mogelijk was. Hiervan waren er twee exemplaren per hindernis. Wanneer de stutbalken werden weggeslagen, werd de weg afgesloten. We waren amper twee uren in onze stelling toen we motorgeronk hoorden. Even later verscheen de eerste Japanse tank, voorzien van de oorlogsvlag, aan de bocht. Ter versterking van onze compagnie hadden we een gepantserd halfrupsvoertuig (ook wel scoutcar genoemd), voorzien van een punt-vijftig mitrailleur. Een halfrupsvoertuig heeft twee normale voorwielen; het achterstel bestaat uit rupsbanden, zoals bij een tank.

Plotseling openden we het vuur en meteen werd dat beantwoord. Dit eerste vuurcontact vergeet ik mijn hele leven niet. We hoorden de kogels inslaan op onze borstwering van zandzakken en om ons heen hoorden we de boomtakken afbreken. En het eigenaardige was, dat ik helemaal niet bang was en zelfs heel beheerst mijn bevelen gaf. Het leek net een normale oefening, maar nu werd er wel met scherpe munitie geschoten. De tankhindernis was zo geplaatst, direct na de bocht in de weg, dat de vijand erdoor verrast werd. De tank kon er niet meer door en dankzij ons goed gericht vuur duurde het toch een poos voordat de vijand de hindernis wist op te blazen. Het gevolg was dat de tanks weer verder konden rijden. De afstand tot de tankhindernis was hoogstens 75 meter. Ons vuur maaide de Jappen weg, maar er kwamen steeds meer Jappen. Wanneer zij door een punt-vijftig mitrailleurkogel werden getroffen, sloegen ze achterover vanwege de kracht. Op een gegeven moment werd de overmacht te groot en moesten we ons terugtrekken tot de tweede tankhindernis, die zo’n 300 meter verderop lag. Elke keer dat de overmacht te groot werd, moesten we ons weer terugtrekken en ervoor zorgen dat we niet werden ingesloten. Op één van die terugtrekkingen zat ik met nog tien man in de scoutcar. Mijn aandacht werd getrokken dor een soldaat die een offensieve handgranaat – waarvan het veiligheidslint bijna geheel was afgerold – in zijn hand hield. Eigenlijk wist hij er geen raad mee, want het was onmogelijk om in een rijdend en slingerend voertuig het lint weer er omheen te wikkelen. Als hij de handgranaat per ongeluk zou laten vallen, dan waren we er allemaal geweest.

De gruwelen van de Birma Spoorweg is beschreven in tal van boeken.

Zonder na te denken pakte ik de handgranaat van hem af en wierp hem zover mogelijk weg. Dat was even een angstig moment. Al terugtrekkend hadden we de opmars van de vijand zeker 5 uren weten te vertragen. Die tijd was nodig om versterkingen naar ons te sturen. Om een uur of twee ’s-middags werden we gehergroepeerd en kreeg ik het plotseling zwaar te pakken. Ik beefde over mijn gehele lichaam. Ik kon niet praten en ook kon ik me niet concentreren. Gelukkig duurde dat maar een paar minuten. Het was de reactie op mijn eerste vuurcontact met de vijand.

Tijdens de hergroepering telden we 15 doden en 20 gewonden. Ook hadden we twee wagens verloren. Tegen de avond werden we door een andere compagnie afgelost en konden we ons ongeveer 20 kilometer terugtrekken. Na wachtposten te hebben uitgezet en wat andere dingen geregeld te hebben, maakten we ons klaar voor de nacht. De hele dag hadden we niets gegeten. Door honger en vermoeidheid lagen we al gauw in de greppel naast de weg te slapen.

Op veel plaatsen langs het spoorwegtraject zijn gedenkplekken te vinden

3 – Opnieuw contact met de vijand

Gelukkig verliep de nacht rustig. Bij et krieken van de dag moesten we ons al gauw gereed maken om naar Buitenzorg te gaan. Daar kregen we de opdracht om ergens tussen Batavia en Buitenzorg stelling te nemen, om de terugtrekkende militairen en vluchtende burgers uit Batavia en omgeving eventuele rugdekking te geven. Wel moest zeker 5 hectare hoge begroeiing en een cassaveplant die al zeker 1.80 meter hoog was, worden weggekapt om een beter schootsveld te krijgen. Tegen de avond waren we daar pas mee klaar en konden we even op adem komen.

Nog steeds zag de veldkeuken geen kans om voor onze compagnie eten te koken. Wel was er koffie en thee in overvloed, maar daar kon je geen honger mee stillen. Gelukkig waren er eetstalletjes in de omgeving en konden we onze knorrende magen tevreden stellen.

Intussen kwam uit de richting van Batavia een stroom vluchtende mensen op fietsen, grobaks, dokkars en bussen voorbij. Af en toe zagen we ook militaire colonnes voorbijrijden. Dat was erg frustrerend. Je denkt dan bij jezelf: Iedereen probeert zijn leven in veiligheid te brengen en wij moesten ter plekke blijven om die volksverhuizing mogelijk te maken. Wat mij opviel, is dat er in onze gelederen niet gekankerd werd. Iedereen deed wat er van hem verlangd werd. De discipline was nog intact en dat was heel belangrijk.

We hadden per man voldoende noodrantsoenen voor twee dagen, maar we mochten die pas aanspreken als de nood het hoogst was. Volgens de kapitein was het zover nog niet. Onze verbindingsofficier maakte bekend dat de legercommandant van Bandoeng een onneembare vesting wilde maken. Dat was de reden dat iedereen zo snel mogelijk naar Bandoeng wilde komen. Militair gezien was Bandoeng door zijn ligging goed te verdedigen. Militaire eenheden vanaf Batavia, Buitenzorg, Tjimahi en Bandoeng zelf zouden rond de stad versterkingen opwerpen. Later bleek dit een grote misrekening te zijn.

Elke keer wanneer we vliegtuigen hoorden, bleken het Japanse toestellen te zijn. De geruchten deden de ronde dat al onze eigen vliegtuigen boven Malakka waren afgeschoten. Het geallieerde hoofdkwartier wilde koste wat koste Singapore behouden. Dit bleek echter een utopie te zijn. Na twee dagen geen contact met de vijand te hebben gehad, kregen we weer een beetje hoop dat de Japanse invasie misschien mislukt was. Het tegendeel was echter waar en de volgende dag moesten we halsoverkop een Australische eenheid aflossen, die tien kilometer vóór Semplak lag (een dorp niet ver van Buitenzorg).



Het bekende monument op het landgoed Bronbeek in Arnhem.

Van een Australische sergeant kreeg ik een dikke reep chocolade. Dat was natuurlijk hartstikke welkom, want met zo’n reep kon je het een dag zonder eten stellen. Hij vertelde me dat links en rechts van de weg antipersoneel-mijnen waren gelegd.

Ik kreeg de opdracht om met mijn brigade een anti-tankgeschut te beveiligen. Dat deed ik door ongeveer 100 meter vóór het geschut in stelling te gaan. Niet lang daarna zagen we wel 500 man onze stelling in een breed front naderen. Van alle kanten werd er geschoten en je zag de ene na de andere Jap sneuvelen, maar de opmars was niet te stuiten. Ik zag veel Jappen zonder wapen maar wel met munitie zeulen. Wanneer ze er een zien sneuvelen, namen ze zijn wapen over. Op die manier hadden ze min of meer de munitiebevoorrading opgelost.

Sommige trajecten zijn nog steeds (bijna) onveranderd in gebruik. De tijd lijkt stil te staan.

4 – Onder eigen vuur

De druk van de vijand werd steeds groter en onze afweer steeds zwakker. Na verloop van tijd werd er van onze kant niet eens meer geschoten. Ik stuurde een soldaat naar mijn compagnie commandant voor nadere orders, maar hij kwam niet meer terug. Waarschijnlijk was hij gesneuveld. Later hoorde ik dat ook de compiescommandant had geprobeerd om ons te laten terugtrekken, maar die man kon ons niet bereiken en dus moest de compiescommandant mijn brigade als verloren beschouwen.

Om de toestand nog beroerder te maken miste ik mijn groepscommandant, de sergeant 2e klasse Oerip. Van een vluchtende kampongbewoner vernam ik dat hij zijn sarong en jasje moest afgeven aan een militair. Ik begreep dat dit Oerip geweest moest zijn. Tevens kwam ik tot de ontdekking dat het pantsergeschut niet meer aanwezig was, dus was het zinloos om nog langer tegenstand te bieden.

Ik verzamelde mijn soldaten en begon aan de terugtocht richting Buitenzorg. Over de weg was dit niet mogelijk omdat er geen dekking was. Ik was dus gedwongen om door het terrein te gaan. Dat was ook gevaarlijk, omdat de Australiërs daar mijnen hadden gelegd. Maar ja, van de twee mogelijkheden moest ik de minst gevaarlijke kiezen en dat was om door het terrein te gaan. Elk moment verwachtten we dat er een mijn zou ontploffen, maar het geluk was met ons.

Op het eind van de middag bereikten we Buitenzorg. De stad gaf een verlaten indruk. Je zag haast geen mens op straat. Op een parkeerplaats zag ik een stadsbus staan. De bus was schijnbaar door de passagiers en de chauffeur net verlaten, want de motor voelde nog warm aan. En het belangrijkste was, dat de contactsleutel nog in het contact stak.

Zoals ik eerder gemeld heb, had ik een “rijopleiding” gehad in een omgebouwde personenauto. En hier stond een grote stadsbus, die ons snel en veilig naar ons onderdeel kon brengen. Ik beval mijn mannen om snel in te stappen en reed eerst hortend en stotend richting Poentjak Pas. Ik realiseerde me dat ik met mijn geringe rij-ervaring niet ver zou komen, maar de vijand op je hielen gaf je de moed om zover mogelijk te komen.

Ter hoogte van ’s Lands Plantentuin stond een Indischman met zijn armen te zwaaien. Ik dacht dat hij een lift wilde hebben en stopte voor hem. Hij wees op een omgevallen legerwagen en zei dat het vol lag met militaire noodrantsoenen in blik. Snel gaf ik twee soldaten om zoveel mogelijk blikken op te laden en dat duurde ongeveer vijf minuten. In die korte tijd werden we gepasseerd door drie legerwagens met landstormers.

Dit oponthoud bleek later onze levens te hebben gered. Ik reed achter de drie wagens aan en na een kwartier – het werd toen al aardig donker – kregen we plotseling mitrailleurvuur. Ik remde uit alle macht. Ook de wagens voor mij deden dat en allen sprongen eruit. Nog voordat we het vuur konden beantwoorden, hield het vuren op. Toen bleek dat de stelling die ons beschoten had, onze eigen troepen waren. Toen die zagen dat ze op eigen troepen hadden geschoten, werd het commando “staakt het vuren” gegeven.

De commandant van de stelling had bij het horen van onze wagens gedacht dat wij de vijand waren. Pas toen ze ons uit de wagens zagen springen, beseften ze dat ze op eigen troepen hadden geschoten. De voorste twee wagens waren totaal in puin geschoten. We hadden tientallen doden en gewonden; het gekerm was verschrikkelijk om te horen. Als ik niet even tevoren was gestopt vanwege die man die stond te zwaaien, was ik de voorste wagen geweest en zeker gedood.

Hier en daar liggen nog de “stille getuigen”

We verzamelden ons op de weg; geen van de vier wagens kon nog rijden, dus liepen we in de richting van de stelling. Ook van hun kant kwamen militairen ons tegemoet en wie zag ik daar voor me: mijn oudere broer Adriaan! Huilend vielen we elkaar in de armen. Mijn broer zei steeds: “Ik heb bijna mijn jongere broer doodgeschoten”.



5 – Onder vuur door 3 duikbommenwerpers

Mijn broer was namelijk ingedeeld bij een mitrailleurcompagnie die bewapend was met Vickers mitrailleurs. Van hem hoorde ik, dat de kapitein tegen hem zei: “Van Ling, alles wat uit de richting Buitenzorg komt, zijn vijandelijke troepen”. Dus toen ze ons in het halfdonker aan zagen komen, wisten ze niet beter of wij waren de Jappen. Tja, zulke gevallen komen vaak voor; vooral als er angst en paniek heerst. Van een georganiseerde eenheid was toen al geen sprake meer.



Mitsubishi “ZERO” duikbommenwerper

Dit was een treffend voorbeeld van een leger dat geen oorlogservaring had, terwijl de Japanners al strijd hadden geleverd in China. Zeker tien, misschien wel meer Indonesische militairen waren gedeserteerd. Wij deden ons best om zoveel mogelijk militairen te verzamelen en marcheerden verder in de richting van de Poentjak Pas. Een kamponghoofd die zich bij ons meldde, kreeg de opdracht om de doden te begraven en de zwaargewonden naar de dichtstbijzijnde kliniek te brengen. De lichtgewonden moesten met ons mee, wat ons marstempo aanzienlijk vertraagde.

Tegen middernacht werden we aangeroepen door een wachtpost. Wat bleek nu, mijn compagnie lag daar in afwachting van nadere bevelen van hogerhand. Mijn compagnie-commandant omarmde mij van blijdschap en zei: “Och wat ben ik blij om jou en je brigade in levende lijve te zien. We hadden jou al opgegeven omdat we je toen niet konden bereiken. Rust maar goed uit en probeer wat te slapen. Want morgenvroeg zullen we verder moeten terugtrekken”.

Aangezien ik geen vervoer meer had – de autobus was immers in puin geschoten – moest ik mijn soldaten over twee auto’s verdelen. Tegen de middag kwamen we in een grote kampong aan, niet ver van Tjipatat. Tot onze grote verrassing zagen we twee keukenunits gereed om ons eindelijk van een maaltijd te voorzien. Wat we te eten gekregen hadden, weet ik niet meer, maar och wat hebben we zitten schransen. Eindelijk hadden we de tijd om onze wapens en munitievoorraad te inspecteren en aan te vullen. Er werden enkele gebouwen voor onze legering gevorderd en de cie-staf werd ondergebracht in een stenen gebouw in de buurt van een soort dorpsplein.

Het zal ongeveer 15.00 uur zijn geweest toen er luchtalarm werd gegeven. Even later verschenen drie duikbommenwerpers. Ze bestookten ons met mitrailleurvuur en bommen. Aangezien we nog geen tijd hadden om versterkingen cq. Loopgraven aan te leggen, moesten we dekking zoeken achter kokosbomen en in sloten. De luchtaanval duurde niet langer dan 15 minuten, maar had wel een verwoestende uitwerking. Een van de vele bommen trof onze munitie-auto met als resultaat een enorme ontploffing en waren we onze munitievoorraad kwijt. Ook het gebouw waarin de cie-staf was ondergebracht, kreeg een voltreffer en brandde helemaal uit. Verder verloren we – wonder boven wonder – maar twee auto’s en de munitie-auto, maar we telden wel vele gewonden en doden.

Erebegraafplaats van de Nederlandse slachtoffers van de Birma Spoorweg

Het is echter moeilijk te beschrijven hoe ik me toen voelde. Natuurlijk was ik blij dat ik niets mankeerde. Op dat moment realiseerde ik mij het ontbreken van eigen luchtsteun. De Jappen beheersten het luchtruim volkomen en konden doen wat ze wilden. Zij hadden geen last van luchtafweer en vliegtuigen. De rest van de dag besteedden we aan het aanleggen van loopgraven en patrouilleerden we om ons legeringsgebied.



(illustraties: redactie)

Vervolg in de Nieuwsbrief van oktober 2011.

_______________________________

www.creapro.myplaces.nl

Onze website is nu meertalig

Onze technische webmaster, Dennis, heeft kort geleden een vertaalmachine van Google aan onze website gehangen. Hierdoor is het mogelijk geworden voor iedereen, waar ook ter wereld, om kennis te nemen van de inhoud van onze website en ons streven naar een eigen Indisch centrum in Den Haag. Natuurlijk zijn het geen perfecte vertalingen, maar voorlopig zal iedereen zich ermee kunnen redden. Nu zijn we nog aan het uitzoeken hoe we de Nieuwsbrieven meertalig kunnen maken. Nadeel hierbij is, dat de nieuwsbrieven gemaakt worden in Word. Maar we hebben al van enkele relaties tips gekregen om dit te omzeilen. We zijn er in ieder geval volop mee bezig en we houden u op de hoogte van de ontwikkelingen. Gaat u nu maar naar onze website en gaat u er maar mee “spelen”. Gewoon even kijken hoe onze website er in het Engels uitziet, of in het Duits, het Arabisch, Chinees of Swahili; en natuurlijk in het Bahasa Indonesia. Op onze website gaat u naar de rechterkolom en klikt u de LINK aan. Daarna kunt u uw taal kiezen. Heel veel genoegen. De redactie.

http://www.indisch-centrum-denhaag.nl

__________________________






Het Indisch Platform, doel en feiten

Het Indisch Platform is het overlegcollege van 28 aangesloten autonome verenigingen, stichtingen en organisaties, die verbonden zijn en voortkomen uit de Indische gemeenschap. Het platform werd in 1991 op verzoek van toenmalig Minister-President Ruud Lubbers opgericht met als doel de belangen te behartigen en de rechten te bewaken van de Indische gemeenschap in Nederland en zodanig als aanspreekpunt en overlegorgaan te functioneren. Het Indisch Platform respecteert hierbij volledig de eigen identiteit en autonomie van de aangesloten organisaties.

De belangrijkste aandachtspunten zijn onder andere:



  • Sociale voorzieningen, zorg en hulpverlening

  • Herdenking en herinnering

  • Rechtsherstel aangaande backpay en de geleden oorlogsschade

  • Het promoten van de “Indische geschiedenis” in onderwijs en wetenschap

  • Het organiseren en stimuleren van culturele activiteiten

Met name het rechtsherstel voor wat betreft de backpay (achterstallige salarissen en pensioenen) en de vergoeding van geleden oorlogsschade (mensen die hun have en goed, huis en bedrijf zijn kwijtgeraakt door de oorlogshandelingen) tijdens de Japanse bezetting van 1942 tot 1945 en zelfs daarna nog tijdens de Bersiap, is de laatste maanden sterk in het nieuws.

Van het grootste belang is dat zoveel mogelijk Indische organisaties zich in het Indisch Platform, dat sinds 2010 een Stichting is geworden, verenigen om zodoende gezamenlijk de doelstellingen na te streven. Mede door de stichtingsvorm kan het Indisch Platform effectiever en krachtiger optreden en gevraagd of ongevraagd adviezen en/of aanbevelingen geven aan instanties en de regering op de gebieden die de Indische gemeenschap aangaan.

Iedere Indische of Nederlands-Indische organisatie die een rechtsvorm heeft (vereniging of stichting), kan zich aanmelden bij Het Indisch Platform. Belangrijk is, dat ze ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel en tevens de doelstellingen van het Indisch Platform onderschrijven. De aangesloten organisaties benoemen een vertegenwoordiger van hun bestuur in het Algemeen Bestuur van het Indisch Platform. Hieruit wordt in een volgende fase een Dagelijks Bestuur gekozen.

Geschiedenis in concreta Sinds de oprichting heeft het Indisch Platform bereikt dat de datum van 15 augustus officieel erkend is als het formele einde van de Tweede Wereldoorlog. Hiermee is deze datum een nationale herdenkingsdag geworden, met daaraan gekoppelde vlaginstructie voor alle overheids-gebouwen. Verder heeft het Indisch Platform meegewerkt aan de totstandkoming van Het Gebaar. Dit was een compensatie van de Regering voor de bureaucratische en uiterst kille ontvangst van zo’n 300.000 Nederlandse staatsburgers uit Indië en Indonesië in de periode 1945 tot 1965. Het Gebaar bestond uit een eenmalige individuele tegemoetkoming, een bedrag voor projecten ten behoeve van de Indische gemeenschap en de opdracht tot het laten uitvoeren van een gedegen wetenschappelijk onderzoek door het NIOD (Nederlands Instituut voor Oorlogs Documentatie) naar het dekolonisatieproces.

Dit laatste heeft twee lijvige rapporten opgeleverd. “De Indische Rekening” door Hans Meijer en “Sporen van Vernieling” door Peter Keppy. Beide rapporten zijn de laatste jaren onderwerp van gesprek geweest met de Regering en de Tweede Kamer. Gesprekken met vertegenwoordigers van de politieke partijen hebben in ieder geval geleid tot een beter begrip van de “Indische Kwestie” binnen de politiek. De reacties varieerden van “geheel onbekend maar schokkend” tot “onacceptabel maar uiterst moeilijk”. Dit overleg tussen het Indisch Platform en de Regering is nog steeds gaande.



De Indische Kwestie De “Indische Kwestie” behelst de betaling van achterstallige salarissen en pensioenen aan ambtenaren en militairen over 41 oorlogsmaanden. Tevens de vergoeding van geleden materiële schade door verlies van nagenoeg alle bezittingen in het voormalige Nederlands-Indië.

Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben alle geallieerde naties aan hun verplichtingen jegens hun burgers netjes en naar volle tevredenheid afgehandeld. Alle salarissen en schadeloosstellingen zijn volledig uitbetaald. Alleen in ons eigen Nederland is dit niet gebeurd en nu na 66 jaar neemt Nederland daarin nog steeds halsstarrig een helaas unieke positie in. Tot op heden heeft de Nederlandse regering zelfs botweg geweigerd om hier ook maar iets aan te doen.

Het Indisch Platform vecht nu om deze zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis, dit absolute onrecht, te keren door intensief overleg met de politiek in Den Haag. Voor het welslagen van dit overleg is het van het grootste belang dat zoveel mogelijk organisaties lid zijn van het Indisch Platform. Momenteel staan er 26 Indische organisaties ingeschreven. Ook het Nederlands Indisch Cultureel Centrum is lid van Het Indisch Platform. Verder is het cruciaal dat er een constante geldstroom gaat ontstaan door donateurs, aangezien ook het Indisch Platform ernstig te lijden heeft onder de bezuinigingsdrift van de Regering. Voor donateurs is het van belang om te weten dat Het Indisch Platform een ANBI (Algemeen Nut Beogende Instelling) status heeft, hetgeen inhoudt dat donaties door u kunnen worden afgetrokken van de belasting.

Wilt u zich nader informeren, kijkt u dan eens op de website: http://www.indischplatform.nl Wilt u dan nog meer weten, stuurt u dan een mail naar: info@indischplatform.nl.

Via de LINK aan het eind van dit artikel kunt u direct online uw organisatie aanmelden of kunt u zich opgeven als donateur van Het Indisch Platform. Want hoe dan ook: deze 66 jaar oude strijd rond de backpay en vergoeding van geleden oorlogsschade moet gewonnen worden. Het is onbestaanbaar dat Nederland als enig land ter wereld haar eigen burgers al 66 jaar met een kluit in het riet stuurt. Met uw aanmelding ondersteunt u het streven van Het Indisch Platform en zal uiteindelijk recht gedaan worden.

http://www.indischplatform.nl/index.php?option=com_content&veiw=article&id=150%3Aja-ik-meld-mij-aan&catid=37&itemd=68

_______________________________


Het Kong Koan Archief door: Hans Vogelsang

In de maand mei publiceerden wij een exclusief artikel naar aanleiding van een wetenschappelijk onderzoek naar een verloren gewaand archief van de Chinese gemeenschap in Batavia (nu: Jakarta). Nooit eerder werden deze onderzoeksresultaten gepubliceerd en onze nieuwsbrief had dus een primeur. Inmiddels heeft een van de onderzoeksters, Chen Menghong, het onderzoek goeddeels afgerond en de resultaten gepubliceerd in een boek, getiteld: “De Chinese gemeenschap van Batavia 1843 – 1865”. Fragmenten uit de conclusies en het slotwoord in dit boek geven wij hier weer als “boekbespreking” en tevens afronding van onze publicaties over dit beroemde archief. De redactie feliciteert Dr. Chen Menghong met het uitkomen van dit bijzondere boek over het onderzoek naar een al even bijzonder Chinees archief.



De Chinese samenleving in het koloniale Batavia naam haar eigen cultuur mee uit de kuststreken van Zuidoost China, waar de meeste migranten vandaan kwamen en trachtte de traditionele normen en waarden te handhaven.

Het gebouw van de Kong Koan Raad omstreeks 1930.

Net als in China was de familie - en niet het individu – het fundament van de Chinese samenleving. Op verzoek van de koloniale autoriteiten bemoeide de Chinese Raad als semi-overheidsinstelling zich met de familiezaken van de Chinese bevolking. De officieren kregen bevoegdheden van het koloniaal gezag om de wettige Chinese huwelijken te registreren en echtscheidingen uit te spreken.

Hoewel het wettige Chinese huwelijk in de Nederlandse kolonie de vorm van monogamie kreeg, was dat in werkelijkheid maar schijn. De polygamie die toen ook in China veel voorkwam, werd ook hier toegestaan als de hoofdvrouw en de bijvrouw(en) vreedzaam binnen het gezin met elkaar omgingen.

De zogenaamde Chinese wetgeving waarop de Kong Tong zich baseerde om uitspraak te doen in een conflict binnen de Chinese samenleving, was volgens de Da Qing lüli, waaraan de Confuciaanse moraal ten grondslag lag.

Ook binnen het familieleven werd ieder lid aan deze morele eisen onderworpen. Als men zich afwijkend van deze wetten gedroeg, dan mocht de Kong Tong een echtscheiding over het paar uitspreken. De traditionele Chinese normen en waarden vormden belangrijke criteria bij uitspraken in familieconflicten.

De Chinese burgers waren in Batavia over het algemeen in het geheel niet geassimileerd, noch in de inheemse, noch in de Nederlandse samenleving. Zij voegden zich waar nodig naar de lokale situatie, maar trachtten tegelijkertijd hun herkenbare Chinese identiteit te behouden en hun eigen sfeer te creëren, ondanks het feit dat zij geen enkele politieke en morele steun kregen uit het moederland.

De Nederlandse autoriteit in Nederlands-Indië benadrukte juist die scheiding tussen de verschillende bevolkingsgroepen en hield zodoende een vorm van apartheid in stand door middel van een voortdurende aanpassing van het bestuurlijk beleid en de verschillende vormen van wetgeving om de diverse bevolkingsgroepen onder de duim te houden.

Omdat de Kong Koan van Batavia allerlei zaken binnen het machtsgebied systematisch moest regelen naar de eisen van de koloniale regering, liet deze instelling een archief van goed geordende en geadministreerde documenten na. Echter het zelfbewustzijn van de Chinezen legde een fundament voor een Chinees nationalisme, dat aan het begin van de twintigste eeuw in Nederlands-Indië ontstond. Met name de Chinese jongeren keerden zich tegen de traditionele gezagstrouw aan hun voorouders. Zij beschouwden de Chinese officieren en de Kong Koan als “slaven van het kolonialisme”. Het aanzien van de Kong Koan Raadsleden verdween langzamerhand uit de Chinese samenleving.

De Kong Koan van Batavia is een bijzonder historisch fenomeen geweest en heeft grote betekenis gehad voor de Chinese gemeenschap. De schriftelijke nalatenschap, het Kong Koan Archief, is uniek in zijn soort voor de geschiedenis van de Chinezen overzee. De archieven van de Kong Koan, de Chinese Raad van Batavia, geven inzicht in een tot voor kort onbekend stuk van de geschiedenis van de Chinese gemeenschap in het huidige Jakarta.

Dr. Chen Menghong gaat in dit boek vooral in op de positie van de Kong Koan en de reactie van de Chinese elite op de radicale veranderingen en de economische activiteiten van de Chinese burgers ten tijde van het Nederlands koloniaal bewind onder leiding van de eerste Chinese majoor van Batavia, Tan Eng Goan, tussen 1843 en 1865. Het Kong Koan Archief betreft een historische vondst van grote betekenis. Het is de verdienste van Chen Menghong dat zij een deel van deze nalatenschap, die tot voor kort als verloren werd beschouwd en bij toeval in een bouwvallig gebouw herontdekt werd, in dit boek voor iedereen toegankelijk heeft gemaakt. Dr. Chen Menghong is historica en voorzitter van de Stichting “Vrienden van het Kong Koan Archief”. Adviesprijs: € 28,50.



_______________________________



_______________________________

Boekbespreking, e-Books, CD en DVD

Verzameld werk - A. Alberts. Op 23 augustus was het honderd jaar geleden dat de schrijver A. Alberts werd geboren.

Ter gelegenheid hiervan heeft Uitgeverij Van Oorschot de dundruk-editie (2500 pagina’s in drie delen met stofomslag en leeslinten in een cassette) tijdelijk in prijs verlaagd. Het eerste deel bevat alle romans en verhalen, waaronder “De Bomen” (1953) en zijn laatste roman: “De vrouw met de parasol” uit 1991. In deel twee zijn opgenomen de historische romans: “De Huzaren van Castricum” (1973), “De Hollanders komen ons vermoorden” (1975) en “Een Koning die van geen nee wil horen” (1976). Verder artikelen en verhalen uit literaire tijdschriften en gelegenheidspublicaties, plus een selectie uit de honderden stukken die Alberts schreef voor “De Groene Amsterdammer”. Het derde deel tenslotte bevat de van zijn hand in boekvorm verschenen memoires en beschouwingen, zoals “In en uit het Paradijs getild” (1962/1975) en “Een kolonie is ook maar een mens” (1989). Prijs tot medio september 2011: in plaats van € 100,00 NU: € 75,00.



Jihad met sambal - Step Vaessen. In 1997 besloot Step Vaessen het veilige Nederland te verruilen voor een avontuurlijk bestaan als journalist in Indonesië. Het grootste moslimland ter wereld stond op dat moment voor een grote verandering. Waar vroeger religieuze groeperingen vreedzaam naast elkaar leefden, namen vanaf die tijd radicalisme en terrorisme een enorme vlucht. In haar boek “Jihad met sambal” geeft Step Vaessen een eerlijke inkijk in haar roerige bestaan in Indonesië. Het verhaal leidt langs het geluk van de geboorte van haar zoon Agus, langs hechte vriendschap met de vrijgevochten Utet en de integere Bobby, maar ook langs het verdriet om het toenemende zinloze geweld in Indonesië.

Op het moment dat haar man zelfmoord pleegt, lijkt haar leven tot stilstand te komen. Step Vaessen wordt hierdoor gedwongen om stil te staan bij het hier en nu. Adviesprijs is: € 17,95.



Het verhaal van Indië – Een sfeerimpressie van de Nationale overzichtstentoonstelling. Schepen vol repatrianten. Meestal is de eerste kennismaking met Nederland confronterend. Met de jaren van de Duitse bezetting nog vers in het geheugen, hebben de Nederlanders maar bitter weinig aandacht voor de lotgevallen van hun Indische medeburgers.

Voor de repatrianten is de reis naar Nederland een schijnbaar moment van rust. Een memorabele boottocht door niemandsland. Weg van de hun zo vertrouwde omgeving, weg van het land dat zij zo liefhadden. Wat hebben ze meegemaakt? En hoe is het hen sindsdien vergaan? “Het verhaal van Indië” is de eerste tentoonstelling over de Nederlandse aanwezigheid in Indië vanaf 1596. De nadruk ligt op de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog en de nasleep daarvan. Op veler verzoek is er nu ook een boek over de tentoonstelling. De foto’s, de teksten en persoonlijke verhalen geven in dit boek een impressie van “Het verhaal van Indië”. Adviesprijs: € 19,95.



Met bonzend hart - Brieven aan Hella Haasse - Willem Nijholt. Willem Nijholt (1934) en Hella Haasse (1918) hebben gemeen dat ze beide op Java geboren zijn en er hun jeugd hebben doorgebracht. Willem maakte er de Japanse bezetting mee en belandde in een interneringskamp. Hun leven lang deelden Nijholt en Haasse hun liefde voor hun geboorteland. Een aantal jaren geleden begon Willem Nijholt

zijn herinneringen op te schrijven in brieven aan Hella Haasse. Hij beschrijft niet alleen over het paradijselijke Indië en zijn kampervaringen, maar ook over zijn bewogen acteursleven en zijn liefdes. In de talloze verhalen die hij Hella vertelt, bewondert hij en maakt zich boos: met bonzend hart. Adviesprijs: € 19,95.



Verloren Wortels – Kijk je achterom, dan zie je een wereld branden - Maria van den Boom. Een meisje neemt de lezer mee naar haar donkere oorlogs-verleden. Ze was twee jaar toen de oorlog uitbrak. De dubbele oorlog: eerst met de Japanse bezetter en vervolgens de Bersiapperiode.

Flarden van vage herinneringen, die nu op latere leeftijd naar boven komen in dromen en nachtmerries. Dit boek is het debuut van Maria van den Boom. Latere gebeurtenissen in Maria’s leven riepen herkenning en associaties op met die van de oorlog. Bij al haar vragen hebben haar zwijgzame ouders niet voor opheldering gezorgd. Hierdoor ontstond er een spagaat, waarin ze zelf op zoek ging naar antwoorden en waarin ze zelf moest uitzoeken tot welk land ze behoorde. “Verloren Wortels” is een verslag van haar zoektocht. Te bestellen bij: Free Musketeers. Prijs: € 17,95 (exclusief verzenden) www.freemusketeers.nl.



Chinese Nederlanders - Mérove Gijsberts, Willem Huijnk, Ria Vogels. Dit rapport geeft een omvattend beeld van de positie van de Chinezen in Nederland.

Onder deze Chinese Nederlanders is een grootschalig survey onderzoek uitgevoerd. Voor een groot aantal onderwerpen wil dit rapport een antwoord geven op de vraag hoe de Chinese gemeenschap er in Nederland voor staat. Er is onder andere aandacht voor de positie in het onderwijs en voor de arbeids- en woningmarkt. Ook wordt een beeld gegeven van de beheersing van de Nederlandse taal; van de gezondheid, het interetnisch contact en de betrokkenheid bij zowel Nederland als de eigen herkomstgroep. Een belangrijke vraag betreft de vooruitgang van de tweede generatie Chinese Nederlanders ten opzichte van de eerste generatie. Dit rapport is uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau, in opdracht van het Ministerie van VROM, Directie Wonen, Wijken en Integratie. Deze laatste ressorteert nu onder Binnenlandse Zaken. Bestellen kan bij het Sociaal en Cultureel Planbureau, www.scp.nl en bij de erkende boekhandel. Adviesprijs: € 22,90.



De Amsterdamse School - Met een voorwoord van Burgemeester E.E. van der Laan van Amsterdam. De Amsterdamse school is een beweging in de Kunst en de Architectuur, die in het begin van de 20e eeuw in zwang kwam. De bouwstijl werd ook veel toegepast in Nederlands-Indië en greep vaak terug naar wat massieve vormen in baksteen met bogen en torens, gecombineerd met inheemse bouwstijlen. De gedreven vormgevers van “een nieuwe tijd” besteedden aandacht aan de gehele structuur als ook aan elk detail. Letterlijk alles werd ondergeschikt gemaakt aan deze karakteristieken, of het nu een woongebouw was, een kerk, brug, straat of plein, meubels, interieurs, toneelbeeld tot typografie. In dit boek maken de schrijvers Menno Jonker en

Alice Roegholt met de fotograaf Floris Leeuwenberg een reis langs vele gebouwen en kunstwerken van de Amsterdamse School. Deze spreken nog altijd in de hele wereld tot de verbeelding. Adviesprijs: € 45,00.



e-book – CD - DVD

Het Indisch Geluid - Luisterboek 4-cd Wist u dat de stemmen van Maria Dermoût en Tjalie Robinson bewaard zijn gebleven? Op dit luisterboek lezen ze het verhaal van zichzelf voor: “De Olifanten” van Dermoût en “De Muis” van Tjalie onder zijn andere pseudoniem: Vincent Mahieu. Dit luisterboek is samengesteld naar een idee van Geert Onno Prins en Peter van Zonneveld. Daarnaast bevat het verhalen van Hella Haasse (onder andere “Perkara”), A. Alberts en nog een verhaal van Dermoût, voorgelezen door haar kleindochter Maria Kist. Dit luisterboek is te bestellen bij de webshop: www.moesson.com. De prijs is: € 16,95 plus € 2,00 verzendkosten.

De in deze rubriek besproken boeken, CD’s en DVD’s zijn verkrijgbaar bij de Internet Boekhandel Van Stockum in Den Haag of bij de erkende boekwinkel, tenzij anders vermeld

www.vanstockum.nl

Recept van de maand Udang met sambal door: Piet Zevenbergen

Ingrediënten: 24 of meer rauwe grote gepelde garnalen (staartje eraan laten). Scheut plantaardige olie. Verse koriander blaadjes.

Voor de boemboe: 3 tenen knoflook, 3 verse lomboks (voor minder scherp zaadjes en zaadlijsten verwijderen), 3 theelepels gehakte gember, 1 stengel sereh (gekneusd en in stukken), 1 theelepel ketoembar, snufje zout, scheutje plantaardige olie.

Bereiding: Stamp de ingrediënten voor de boemboe behalve de sereh fijn in een vijzel (of in de keukenmachine). Voeg de sereh toe en laat alles even staan.

Leg nu de garnalen in een schaal en overgiet ze met de boemboe. Laat alles ongeveer een uur intrekken.

Verhit een scheut olie in de wok en roerbak de garnalen tot de mooi roze zijn. De marinade kunt u aan tafel er extra overheen gieten of anders in de koelkast nog zeker een week bewaren.

Serveer de garnalen met witte rijst of nasi goreng, eventueel met bami of bami goreng, verse atjar of salade en kroepoek. Selamat Makan



Oscar Rexhäuser Memorial Day: zondag 23 oktober



Op zondag 23 oktober zal in de grote zaal van Danscentrum Albert in Hilversum een spetterende muzikale memorial gehouden worden ter nagedachtenis aan de legendarische bandleider van “The Hot Jumpers”, die vanaf 1957 tot in de jaren 2000 furore maakte. Om deze dag voor Oscars familie, vrienden en fans onvergetelijk te maken, heeft Sandra Vink talrijke Indische muzikanten bereid gevonden om hieraan hun muzikale medewerking te verlenen. Speciaal voor deze gelegenheid is de “Hot Jumpers Memorial Band” samengesteld, bestaande uit muzikanten die ooit bij The Hot Jumpers hebben gespeeld. Hierbij is er naar gestreefd om uit elk decennium minstens één muzikant te strikken. Verder kan men een optreden verwachten van Oscars Friends Band, de Rollers Revival Band en als huisband: Hot News. De Hot Jumpers Memorial Band en de Oscars Friends Band worden geformeerd door de muzikanten: Eddy Chatelin, Woody Brunings, Ben Poetiray, Winnetoe Monoarfa, Dolf de Vries, Charles Merkelbach, Fred Theuvenet, Ferry van den Eeckhout, Shirley Salomon, Evelien Gout, Piet Danse, Ricky Berger, Alex Pattiasina, Boy Tahalele en special guest Riem de Wolff. De locatie van Danscentrum Alberto is: Hoek Van Linschotenlaan 2, 1212 ET Hilversum. Entree is € 15,00 per persoon en de kaarten zijn uitsluitend in de voorverkoop, dus aan de zaal

Videolink: (met dank aan Charley8425) http://youtu.be/l9fNUNEDSxw

géén kaartverkoop. Bestellen van kaarten bij: Sandra Vink, Tel: 06-55866683; Hans de Raaij, Tel: 075-6172346; Joyce Verdooren, Tel: 075-6353881 en Armand Filon, Tel: 035-7727712. Inlichtingen: vink.sandra@gmail.com en armandfilon@gmail.com. U dient uw kaarten uiterlijk 10 oktober te voldoen. De tijden zijn: 13.30 tot 18.30 uur. Zaal open 12.30 uur. De opbrengst is bestemd voor het Nederlands Indisch Cultureel Centrum t.b.v. een permanente tentoonstelling van The Hot Jumpers en de Indische muziek in het toekomstig Indisch Centrum in Den Haag._____________




z o e k t d o n a t e u r s Stichting Het Indisch Platform behartigt de belangen van de Indische gemeenschap bij de Nederlandse overheden. Belangrijke issues zijn: afwikkeling van de “backpay” en vergoeding van geleden oorlogsschade, het onderhouden van de lobby voor het behoud van de Indische cultuur en het verder verbeteren van de betrekkingen met Indonesië. voor het aanmelden als donateur kunt u zich wenden tot: Stichting Het Indisch Platform - Postbus 85564 - 2508 CG Den Haag www.indischplatform.nl info@indischplatform.nl Stichting Het Indisch Platform heeft de ANBI-status en dus is uw donatie een aftrekpost voor uw belastingaangifte.

(advertentie)

Nieuws uit Indonesië

Bantam nieuwe toeristische trekpleister? Het eiland Bantam in de provincie Riau Eilanden moet in 2015 de nieuwe toeristische trekpleister van westelijk Indonesië worden, zegt burgemeester Ahmed Dahlan. De plannen om dit te realiseren worden momenteel in hoog tempo uitgewerkt. Er is een eerste stap gezet met het ontwikkelen van een aantal projecten, waaronder de bouw van een nieuw toeristisch centrum in de buurt van de Raja Haji Fisabilillah brug, beter bekend als de Barelang brug. Verder moet er op Bantam een concertgebied verrijzen, een sportcentrum, een historische galerij, enz.

Zo’n 20 jaar geleden werd ook al een poging ondernomen om van Bantam en omstreken tot een soort tweede Singapore om te vormen, echter door corruptie en de wisseling van de gouverneur werd dit plan vroegtijdig afgebroken. Men was destijds onder andere van plan om er een paar casino’s te bouwen om het gebied wat meer te laten lijken op het Las Vegas-achtige resort eiland Sentosa in Singapore. Nu staat er alleen een Holiday Inn Hotel op de lege kavels. De verlaten bouwterreinen getuigen van het mislukken van de toenmalige plannen. Burgemeester Dahlan heeft echter goede hoop dat alles dit keer gerealiseerd zal worden.



Lion Air opent lijndienst Jakarta – Lampung. Vanaf 24 augustus is de Indonesische luchtvaartmaatschappij Lion Air een dagelijkse lijndienst begonnen van Jakarta naar Lampung en vice versa. Deze nieuwe vlieg-bestemming zorgt ervoor dat de dekking weer een beetje groter geworden is. Hierdoor is de concurrentiepositie van Lion Air wat versterkt ten opzichte van Garuda Indonesia en Sriwijaya Air. Hoewel de maatschappij recentelijk onder vuur is komen te liggen van passagiers en ook de overheid, wordt er hard gewerkt om de lange vertragingen terug te dringen. Op bepaalde routes worden vluchten geschrapt en zogenaamde “omkeer-tijden” van vliegtuigen zijn verlengd. Lion Air heeft enkele jaren geleden 178 nieuwe vliegtuigen besteld bij Boeing, waarvan er elke maand een wordt afgeleverd. Hierdoor krijgt de maatschappij de ruimte om met een nieuwe moderne vloot het vliegschema uit te breiden, zonder dat dit voor nieuwe problemen gaat zorgen.

Rookverbod in Indonesië wordt lang niet overal nageleefd. Zoals overal ter wereld wint het anti-rookbeleid ook in Indonesië terrein. Het in 2010 afgekondigde decreet wordt echter lang niet overal nageleefd. En dan hebben we het niet alleen over de horeca. Zelfs in ziekenhuizen en scholen wordt nog stevig gerookt, terwijl die allang rookvrij hadden moeten zijn. In ruim 30 procent troffen inspecteurs nog rokende mensen aan. Verder wordt in 19 procent van de overheidsgebouwen nog gerookt. De horeca maakt het helemaal bar en boos. Daar is het soms zo erg, dat zelfs de rokers zeggen last te hebben van de dikke sigaretten-walm.__________________________

Ook historische hart van Paramaribo in erbarmelijke staat

In 2002 heeft de Unesco de historische binnenstad van Paramaribo uitgeroepen tot werelderfgoed. De Surinaamse overheid zag dit echter niet als een prikkel om de prachtige oude panden te behouden en te restaureren. Integendeel, ze staan letterlijk te verkrotten. Bovendien blijkt dit koloniale erfgoed geen bindende factor te zijn tussen de diverse etnische bevolkingsgroepen. Sociaal geograaf Eugenio van Maanen concludeert dat destijds een kleine groep Surinamers, vooral gesteund door Nederland zich heeft hardgemaakt om de oude gebouwen bij de Unesco aan te melden. En vervolgens zie je dat het daarbij blijft en de rest van de samenleving zich er nauwelijks bij betrokken voelt.

Ernstige verkrotting in historische centrum van Paramaribo.

Ook is er veel te weinig nagedacht over de consequenties van de werelderfgoedstatus. De Surinaamse overheid is nu namelijk verplicht om de historische, veelal houten gebouwen, die door het tropische klimaat in snel tempo achteruit gaan, op te knappen en te onderhouden. Het hiervoor benodigde geld ontbreekt gewoon en ook de coördinatie tussen de verschillende ministeries en diensten laat veel te wensen over. De panden die in het bezit zijn van de overheid zijn er zelfs nog slechter aan toe dan die in particuliere handen. Duidelijk blijkt, dat indien er geïnvesteerd wordt, het op kosten van het bedrijfsleven gaat òf geld uit Nederland is, zo stelt van Maanen, die eerder dit jaar op dit onderwerp promoveerde.



De Petrus en Paulus kathedraal voor de renovatie in 2007.

De Sint Petrus en Paulus kathedraal, de enige houten kathedraal ter wereld, werd tussen 1883 en 1887 gebouwd naar een ontwerp van Frans Harmes. Merkwaardig genoeg is deze kathedraal over een bestaande kerk is heen gebouwd. Deze kerk was oorspronkelijk een theater onder de naam “Verreezene Phoenix”, dat in 1826 werd verbouwd tot kerk. Wegens ernstige bouwvalligheid werd de kerk in 1882 gesloten. Op 30 januari 1883 werd begonnen met de bouw van de huidige kathedraal. De oude kerk werd daarbij gebruikt als steun en als bouwsteiger, welke kort voor de inwijding op 10 juli 1885 werd afgebroken. De kathedraal was toen nog niet helemaal af en de bouw heeft geduurd tot 1887. De neo-gotische houten spitsen van de 44 meter hoge torens werden zelfs pas in 1901 voltooid. De binnenkant van de kathedraal is geschilderd in geel en grijs en vermeldenswaard is, dat deze pas in 1926 (40 jaar na dato) hoefde te worden overgeschilderd.

Na een grondige renovatie, die van 1977 tot 1979 duurde, begon het gebouw na enkele jaren toch nog over te hellen. In 1989 werd dit zo ernstig dat besloten werd de kathedraal te sluiten. In het midden van de jaren negentig stelde het Vaticaan fondsen beschikbaar om het gebouw weer rechtop te zetten. In 2002 werd uiteindelijk begonnen met opnieuw een uitgebreide renovatie, waarbij men tevens ontdekte dat het danig was aangetast door termieten. Deze werden eerst bestreden en mede door een Europees Ontwikkelingsfonds dat een bedrag van 2,8 miljoen euro doneerde, kon de daadwerkelijke restauratie in 2007 beginnen.

Op 13 en 14 november 2010 werd de kathedraal na 21 jaar heropend en opnieuw ingezegend.



De kathedraal in oude luister hersteld.

De betrokkenheid bij de verschillende bevolkingsgroepen bij het onderhoud van historisch erfgoed is niet altijd hetzelfde. Creolen en Marrons zijn relatief het sterkst betrokken en dit zou zo zijn, omdat zij afstammen van slaven welke in vroeger eeuwen veel van die panden gebouwd hebben, zo redeneert Van Maanen. Hindustanen en Javanen, die eind 19e eeuw als contractarbeider naar Suriname kwamen, hebben veel minder affiniteit met het koloniale erfgoed.



De Presidentiële residentie is wel fraai gerestaureerd.

De onderzoeker heeft dan ook principiële bezwaren tegen de claim van Unesco, dat erfgoed universele waarde zou hebben. “Erfgoed is altijd omstreden, waar ook ter wereld.

Wie de macht heeft, bepaalt wat tot het erfgoed behoort. In Suriname, waar geen enkele groep van de bevolking getalsmatig dominant is, geldt dit misschien nog meer dan elders. “Noch de bevolking, noch de beleidsmakers zijn of voelen zich betrokken bij de vraag wat in feite het Surinaamse erfgoed is en wat niet”, aldus Van Maanen.

Inmiddels lijken er wat particuliere initiatieven te ontstaan. Zo is een aantal leraren van een school in een van de meest verkrotte wijken in Paramaribo: Ephraimszegen, aan de slag gegaan om het eigen gebouw wat op te knappen. Deze school werd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw geschonken door de Europese Unie aan de “Arya Bewaker Stichting”. Er is sinds die tijd helemaal niets meer aan onderhoud gedaan. Het resultaat is: lekkende daken, kromgetrokken en verrotte plafondplaten, verwaarloosde en dus erg gevaarlijke elektrische bedrading, enz. Het project is intussen zo goed als klaar en leerlingen en leerkrachten gaan weer met plezier naar school. Helaas is dit initiatief een uitzondering.

De stijlvolle oude gebouwen worden vaak door de overheid gebruikt. En dat deze nu nauwelijks een representatieve of sociale functie hebben, lijkt bij te dragen aan het feit dat niet alle bevolkingsgroepen zich aangesproken voelen om het erfgoed te behouden. Hiertoe draagt tevens bij, dat de oude binnenstad van Paramaribo weinig emplooi heeft voor mensen die hun vrije tijd willen besteden. Sterker nog, je kunt om drie uur ’s middags een kanon afschieten zonder iemand te raken. Zo stil is het. Er is dan ook vrijwel niets te beleven.

De Surinaamse monumentenlijst is nu nogal eenzijdig en dat is volgens Van Maanen ook niet zo bevorderlijk voor die betrokkenheid. Verder blijkt dat van alle 244 monumenten die nu op de werelderfgoedlijst staan, er niet één is uit de geschiedenis van de Hindustanen of Javanen in Suriname.

Als men de oude binnenstad van Paramaribo meer een recreatieve en een woonfunctie zou geven, zou dit de betrokkenheid van de bevolking zeker ten goede komen.

_______________________________




Moederland

Er is een land, dat niemand kan verzinnen, maar dat bestaat in innig zielsverband. Zoals een kind zijn moeder kan beminnen, zo min ik haar, mijn prachtig moederland.

Dit land verschijnt in vele mijner dromen en overdag, dan is zij ook bij mij. Ze laat niet los, wil steeds weer bij mij komen en dat doet mij pijn, maar maakt ook blij.

O ja, ik weet, de jaren zijn vergleden, maar lang gelee is daar het licht ontstaan. Ik moest vertrekken, ondanks mijn gebeden, maar ben in feite nimmer weggegaan.

Het mag toch wel? Wij hebben iets verloren. Neen, niet een prul van gene waard. Het is het land waar wij zijn geboren; een deel van ons, een deel van moeder aard.

Nu wil men hier opeens een veertje laten. Er is protest, men mokt en spreekt van strop. Men levert in, procenten van de baten. Dan zwijg ik stil. Wij gaven alles op.

Is er wel iemand die snapt wat wij bedoelen? Kreeg u een pleister op een diepe wond? Is er wel een die weet wat Indo’s voelen? Gerjaboet zijn? Geplant in vreemde grond?

Ik vrees van niet. En daarom blijf ik beminnen, dat land van rust, van eenheid en van pracht. Het land dat vol zit van mijn jeugd en zinnen. Het mooiste land op aard. Mijn Gordel van Smaragd.

Gedicht gevonden op Java. Dichter onbekend. Een bijdrage van Elsje Smit - van der Sluijs.

_________________________________________



Heeft u er wel eens aan gedacht om in onze nieuwsbrief te adverteren?

Doelgroepgericht als “direct mail” aan meer dan 2500 geïnteresseerde abonnees! Vraagt u vrijblijvend onze gunstige advertentietarieven aan. Bij contract van zes plaatsingen ALTIJD één plaatsing gratis! (Bijvoorbeeld: een advertentie van deze grootte kost u los: € 22,80 en bij contract van zes plaatsingen: € 114,00) info@indisch-centrum-denhaag.nl

( advertentie: 185 mm breed x 40 mm hoog. Ook mogelijk als 1-kolommer: 55 mm breed x 120 mm hoog, of 2-kolommer: 120 mm breed x 60 mm hoog )

Korte berichten

Gevraagd Een teken van leven. Tijdens de Japanse bezetting werden door middel van speciale kampkaarten en ook gewone briefkaarten, de geliefden, vaders, moeders, broers en zusters op de hoogte gehouden over het wel en wee in het kamp. Het belangrijkste was in ieder geval, dat dit een “teken van leven” gaf aan de buitenwereld. Deze correspondentie mag niet verloren gaan. Heeft u er een bestemming voor, dan heb ik daar vrede mee, maar mocht u er geen bestemming voor hebben, dan kan het bij het oud papier verzeild raken en dat mag niet gebeuren. Schrijf mij dan en ik beloof u dat ik het een goede plek zal geven. Ook andere kampcorrespondentie is altijd van harte welkom. Rob Regensburg, rob.regensburg@hetnet.nl.

Feestjes en kumpulans Het komende winterseizoen is er voor het eerst de mogelijkheid om kumpulans, familiefeestjes en verjaardagen te vieren in Taman Indonesia, het leukste kleine dierenpark van Nederland. En hierbij kunnen we heerlijke maaltijden serveren en zorgen we bovendien voor een gezellige Indonesische sfeer. Tevens willen we één keer per maand een eetcafé houden onder het genot van Krontjongmuziek. Hiervoor kunt u zich tevoren aanmelden. Laat u verrassen met een uniek traditioneel Indonesisch Buffet. Kijk op onze website voor alle data en informeert u zich naar de mogelijkheden. www.taman-indonesia.nl

Remedie tegen kanker? In Canada hebben onderzoekers voor het eerst met succes een nieuw virus getest op kankerpatiënten.

Met het virus behandeld bloed onder een microscoop.

Het virus spoort de kankercellen op en vernietigt ze, zonder de gezonde lichaamscellen aan te tasten. Het JX-594 virus, dat artsen van het Ottawa Hospital Research Institute intraveneus toedienden, verspreidde zich via de bloedbaan en maakte tumorcellen in het gehele lichaam onschadelijk. Belangrijk daarbij is, dat de gezonde cellen ongemoeid gelaten werden. Het virus werd gefilterd uit een vaccin tegen pokken en werd genetisch gemanipuleerd om kankercellen aan te vallen. “We zijn bijzonder opgewonden, omdat voor het eerst in de medische geschiedenis een virus zich consistent en selectief in kankerweefsel kan vermenigvuldigen”, verklaart Doctor John Bell van het onderzoeksinstituut. De tests waren eigenlijk bedoeld om de veiligheid na te gaan, maar bij zes van de acht patiënten die de hoogste dosis kregen toegediend, krompen de tumoren of stopten ze met groeien. Alle 23 proefpersonen leden aan verschillende soorten kanker, die niet meer behandeld konden worden door de klassieke geneeskunde. Sommigen kampten na de eerste toediening met griepachtige symptomen, maar over het algemeen werd de behandeling goed verdragen. Een verslag van het nog lopende maar veelbelovende onderzoek werd gepubliceerd in het vakblad “Nature”.



(bron: AD Nieuwsmedia 2-9-2011)

Nieuwe wespensoort schokt onderzoekers Een team van onderzoekers heeft in het Mekongga gebergte in Sulawesi een nieuwe wespensoort ontdekt. Het mannetje kan ca. 7 cm groot worden; het vrouwtje iets kleiner. Het insecten etende roofdier werd ontdekt door professor Lynn S. Kimey van het Bohart Museum in California. Het team heeft al eerder nieuwe soorten kikkers, vleermuizen, hagedissen, vissen, een landkrab en vele nieuwe insectensoorten ontdekt.

___________________________________



  1   2


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina