Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam Constructief concept



Dovnload 17.53 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte17.53 Kb.
Nederlands Scheepvaartmuseum, Amsterdam
Constructief concept
Bij de internationale wedstrijd voor de overkapping van de binnenplaats van het Nederlands Scheepvaartmuseum in Amsterdam kwam de Brusselse ingenieur Laurent Ney als winnaar uit de bus.
Het uitgangspunt van Ney was uiteraard de wereld van de scheepvaart. Maar Ney’s aanpak was echter zeer abstract en voegde naar de jury’s mening een “ingetogen architecturale kwaliteit” toe aan het Zeemagazijn.

Hij werkte een structuur uit waarvan de geometrie gebaseerd is op een herhaling van een reeks rozetten met 16 loxodromen, (letterlijk: scheeflopend. Lijnen die op een bol in een spiraalvorm van pool tot pool gaan en de meridianen steeds onder dezelfde hoek snijden) een figuur die we ook terugvinden op ouder Mercatorkaarten en gebruikt werden om de koers van schepen uit te zetten. De structuur van de koepel is volledig opgebouwd uit staalplaten die onder verschillende hoeken aan elkaar gelast werden, met elk een variërende hoogte.


Op deze manier wordt de overkapping volledig opgenomen in de museumfunctie van het gebouw.


Jörg Schlaich, de architect die 2de werd in deze wedstrijd, ging bij zijn ontwerp ook uit van een constructief concept. Hij was de enige die in zijn ontwerp geen referenties aan de wereld van de scheepvaart opnam. Hij werkte onder andere een voorstel uit dat het bestaande monument zo min mogelijk zou belasten. Hij ging op zoek naar een zo licht mogelijke overkapping. Hij construeerde een structuur die ontdubbeld werd in een glazen koepel en eronder een netwerk van diagonaal gespannen kabels en verticaal geplaatste drukstaven zat.
cable supported roof”

Andere concepten
Cultureel concept
Het scheepvaartmuseum is sinds de jaren 70 gehuisvest in het voormalige ’s Lands Zeemagazijn, een monumentaal 17de-eeuws pakhuis aan het Kattenburgerplein te Amsterdam. Vanuit hisroisch oogpunt biedt het Zeemagazijn een bijzonder passend onderkomen aan het Scheepvaartmuseum. Maar toen het gebouw na een brand in de 18de eeuw grondig werd gerestaureerd, vormt het echter een van de laatste voorbeelden in Nederland van een groot utiliteitsgebouw met een intacte open binnenplaats, iets waar monumentenzorg bijzonder gevoelig voor is. De ontwerpopgave vroeg dan ook nadrukkelijk dat de overkapping geen schade aan het monument zou toebrengen.

Toch kreeg Ney hier kritiek, want “Zijn kap kan op elk gebouw worden toegepast”, aldus de jury.


Waarom Ney toch met de hoofdprijs naar huis ging, kwam omwille van het feit dat hij niet alleen een glazen dak had geconstrueerd. De relatie met oude zeekaarten sprak tot de verbeelding en had als het ware ook een nieuwe huisstijl en een nieuw logo voor het museum gemaakt.
Bovendien vormen de 16 loxodromen (cfr. hoger) een verwijzing naar de macht van de Nederlandse vloot en maken van het Zeemagazijn opnieuw symbolisch het centrum van de Nederlandse heerschappij over de wereldzeeën. “

Bron: tijdschrift ……AANVULLEN


Centre de Pompidou , Parijs.
Het Centre de Pompidou is ontworpen door de architecten Richard Rogers en Renzo Piano en gingen er van uit alles om te draaien.

Binnenin zijn er verschillende identieke, uitgestrekte plateaus die het gebouw tot een extreem voorbeeld van een isotrope ruimte maken. De ruimtes tussen deze werkvloeren zijn immers volkomen gelijkmatig. Daarbij hebben Piano & Rogers alle structurele en utilitaire elementen zoals trappen, kolommen, leidingen en buizen, uit het interieur weggehaald en duidelijk zichtbaar aan de buitenzijde geplaatst.

Hierdoor heeft het Centre zijn bijnaam gekregen: “de raffinaderij van Pompidou”. Het opzichtige vakwerk, de veelkleurige leidingen en de roltrappen aan de buitenkant suggereren namelijk dat het Centre een machine is.

De structuur bestaat uit stalen liggers en kolonnen. Die verstevigd worden door trek- en duwstaven. Ook deze zijn zichtbaar aanwezig aan de buitenzijde.





Plannen







Andere concepten
Kleur concept
Opvallend is dat de constructie van het gebouw zeer sterk geaccentueerd is. De felle kleuren geven aan welke functie bepaalde buizen hebben. Op deze wijze worden pijpleidingen voor water, lucht en elektriciteit visueel benadrukt en zijn in de constructie, de leidingen en de steunpunten uitsluitend de kleuren wit, blauw, rood en groen toegepast.


Temporeel concept
de verschillende ruimtes binnen, kunnen worden veranderd. In hun eigen woorden streven ze naar: “Een gigantische mecanodoos in plaats van een traditioneel, statisch, transparant of massief poppenhuis.

Heel het interieur is zo opgedeeld dat er een enorme flexibiliteit ontstaat, waardoor het heel eenvoudig is aan te passen indien dat nodig zou zijn bij bepaalde voorstellingen.

Toch moet er ook een zekere openheid en transparantie zijn. De bezoeker moet vrij in en uit kunnen lopen en de verschillende dingen zelf ontdekken.

Bronnen:

Internet
Homepage REnzo Piano (http://194.185.232.3/works/005/index.asp)


DAVIDTS, W, Van Centre Pompidou tot Tate Modern, internet, (http://users.ugent.be/~wdavidts/museum/WR%20101_productie.pdf)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina