Neergeschreven door bertha dudde



Dovnload 127.36 Kb.
Pagina1/6
Datum07.10.2016
Grootte127.36 Kb.
  1   2   3   4   5   6

De acht

zaligheden

Leidraad,

hulp en troost in ons dagelijks leven


Uitgave 2001


PROFETISCH WOORD NAAR DE BELOFTE IN JOHANNES 14.21, ONTVANGEN EN

NEERGESCHREVEN DOOR BERTHA DUDDE

Uitgegeven door vrienden van de nieuwe openbaringen

Deze geschriften zijn niet confessioneel !

Ze willen niemand uit zijn kerk verdrijven en ook niemand werven voor een nieuwe religieuze gemeen­schap. Het is alleen maar de bedoeling GODS woord, dat ons in de belofte volgens Johannes 14.21, werd medegedeeld, voor de mensen toegankelijk te maken.
Vertaald door: Margaret Cleave, CANADA

en door:


Gerard.F.Kotte

Merellaan 8

2382 Poppel, België
Verantwoordelijk voor de uitgave:

Marcel Goergens

Helleter Feldchen 31

D -52146 WUERSELEN-Broichweiden


Nadruk is per hoofdstuk, met het noemen van de bron, maar zonder veranderingen, geoorloofd.



Inhoud
Inleiding: De acht zaligheden

Zalig zijn de armen van geest ­ - Het niet herkennen van de goddelijke gave

Armoede van geest - Deemoed – Genade

Troostrijke en liefdevolle woorden van de VADER

Aansporing tot zelfbeheersing ­ - Zachtmoedigheid­ - Vredelievendheid

Zachtmoedigheid en geduld ­ - De uitwerking op de medemensen

Rechtvaardig denken en handelen ­- Liefde voor de vijand
Rechtvaardigheid

Zalig zijn zij die barmhartig zijn

Barmhartigheid


Barmhartigheid ­- Verhard uw harten niet

Die rein van harte zijn – Waarheid


Reiniging van het hart als tempel van God

Vrede in God ­ - Het toesturen van kracht

Vrede aan degenen die van goede wil zijn

Laatste strijd ­ - Het openlijk belijden van Christus voor de wereld

Het in het nauw brengen van de rechtvaardigen

Wie MIJ voor de wereld belijdt

U zult vanuit genaden zalig moeten worden




Inleiding
Mat. 5, 1 - 12

Toen Jezus de menigte zag, besteeg Hij de berg en nadat Hij Zich had neergezet, kwa­men Zijn leerlingen naar Hem toe. En Hij opende Zijn mond, onderrichtte hen en sprak;

Zalig de armen van geest, want hun behoort het rijk der hemelen”



"Zalig die treuren, want ze zullen getroost worden"

Zalig de zachtmoedigen, want ze zullen het land be­zitten”

Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,want ze zullen worden verzadigd”

Zalig de barmhartigen, want ze zullen barmhartig­heid ondervinden”

Zalig de zuiveren van hart, want ze zullen God Zien.”

Zalig de vreedzamen, want ze zullen kinderen Gods worden genoemd”

Zalig die vervolging lijden om de gerechtigheid, want hun behoort het rijk der hemelen”

Zalig zijt gij, als men u om Mijnentwil beschimpt en vervolgd en vals beschuldigd van allerlei kwaad”



"Verheug en verblijd u, want groot is uw loon in de hemel; zo toch heeft men de profeten vervolgd die voor u zijn geweest".
Deze zalig prijzingen hebben in de loop van ca. 2000 jaar nog niets van hun waarde en wijsheid ingeboet, ze blijven actueel en zijn geldig tot in alle eeuwigheid.

Mat. 5 -, 3


Zalig zijn de armen van geest, want hun behoort het rijk der hemelen”



B.D.2465

4 september 1942


Zalig zijn de armen van geest

Het niet herkennen van de goddelijke gave
Hoe klein toch is de mens en hoe wijs en machtig meent hij te zijn. 'n Goddelijke gave gelooft hij te kunnen verwerpen en zijn eigen wijsheid wil hij ho­ger stellen. En hij denkt er niet aan dat ook het denken van zijn verstand een gave God's is, die hij echter misbruikt wanneer hij ze niet zo gebruikt dat hij God leert herkennen.
God is de Oorsprong - maar hij (de mens) slaat zich­zelf al te hoog aan, hij wil niets boven zich accep­teren, want anders zou hij ook aan zijn wijsheid minder waarde hechten dan hij doet. Maar hij glim­lacht uit de hoogte als hem een weten wordt geboden dat zijn weten ver te boven gaat - hij glimlacht om­dat hij meent zelf te weten en zich dus ook bekwaam acht een oordeel te vellen. En daarom kan hij niet toenemen in (waar) weten, omdat het verlangen in hem er niet is.
En daarom deelt God de wijsheid uit aan diegenen die zich gering en onwetend achten, die hun weten zouden willen vergroten en die een Wezen boven zich erken­nen Dat van alles op de hoogte is, dus ook van de geestelijke armoe van Zijn schepselen, die Hij kan opheffen.
En zalig die zich arm voelen van geest, die geen wereldse kennis hun eigendom noemen dat hen aan­matigend van geest maakt - zalig die hongerig zijn naar de wijsheden van boven, die uit de Bron willen putten die God Zelf geopend heeft, ieder mens heeft toegang tot deze Bron, maar geringschattend gaat de mensheld daaraan voorbij.
Doch het levende water dat uit deze Bron stroomt is het kostelijkste dat de mens ter beschikking staat. Het bezorgt hem een schat die alle aardse goederen verre overtreft. Want de wijsheid uit God is een genadegeschenk dat de mens nooit meer wil ontberen zodra hij het eenmaal heeft ontvangen. De wijsheid uit God heeft eeuwigheidswaarde, de wijsheid uit God maakt de mens onbeschrijflijk gelukkig en de wijs­heid uit God geeft de kracht om opwaarts te streven.
De wereldse kennis daarentegen verbleekt en is waar­deloos, d.w.z. ze heeft slechts nut voor de tijd van het bestaan op aarde en levert ook alleen maar aards voordeel op.
Maar geestelijk weten levert weinig resultaat op voor het aardse leven en toch geeft de mens het niet meer prijs, zodra hij het eenmaal heeft gevonden. En diegenen die het afwijzen bewijzen daardoor al­leen hun wereldse instelling en hun geringe verlan­gen naar de waarheid, anders zouden ze het moeten herkennen als een kostbaar geschenk en zouden zij er eveneens naar streven.

Amen



B.D.5502
8 oktober 1952
Armoede van geest - Deemoed – Genade
Die zich in de geest arm voelen, trekken MIJ tot zich want ze zijn deemoedig en hulpbehoevend, ze voelen zich zwak en onwaardig en vragen MIJ om er­barming. Ze zijn deemoedig en vinden daarom genade bij MIJ. IK neig ME naar al het zwakke als het.ME roept, want voor MIJ is niets te klein en te gering en Mijn erbarmende Liefde beschermt en sterkt het zwakke, hulpeloze; IK trek het tot ME omhoog om het nimmermeer los te laten.
Maar wie is arm van geest, wie is zo diep deemoedig dat hij genade vindt in Mijn ogen? Het is degene die van zichzelf inziet dat hij op verre afstand van MIJ staat, die voor MIJ zijn knie buigt in de geest, die zich volledig en helemaal aan MIJ onderwerpt om door MIJ in genade te worden aangenomen, die maar steeds tracht Mijn Liefde te winnen en zich toch Mijn Liefde onwaardig voelt.
De deemoed van een mensenkind trekt MIJ sterk aan, want in de deemoed tegenover MIJ verbergt zich ook de liefde tot MIJ een liefde die het niet waagt ongeroepen tot MIJ te komen. En toch roept de ziel MIJ onbewust door haar deemoed. Want er gaat een zacht schijnsel van haar uit, dat MIJ aantrekt omdat iets goddelijks MIJ al toe straalt, omdat de geeste­lijke armoe het teken is dat de ziel MIJ heeft her­kend. En dit herkennen ook het toewenden naar MIJ als gevolg heeft.
Wie zich geestelijk arm voelt, heeft Mijn Liefde gewonnen voor eeuwig en Mijn genade zal onophoudelijk overvloeien, want de deemoedige schenk IK MIJN genade. IK ken het menselijke hart precies, IK laat ME niet om de tuin leiden door gebaren, IK ben op de hoogte van alles wat de ziel denkt en wil en niets blijft MIJ verborgen wat onuitgesproken blijft, maar toch de gedachten bezighoudt en voor MIJ altijd duidelijk zichtbaar is.
En daarom kan IK genaden uitdelen, maar ook genaden beperken IK kan het voor MIJ knielende kind ophef­fen en IK Kan laten vallen die zich met een aanmati­gende geest wel voor de wereld als deemoedig voor­stelt maar nooit van 'n ware deemoed getuigt.
Daarom stroomt zo menig mens genade zonder mate toe, terwijl andere arm voortgaan. Maar IK zou alle men­sen graag een overvloedige mate van genade willen schenken, IK zou willen dat alle hun geestelijke armoede zouden inzien, dat ze allen de verwijdering van MIJ zouden willen gevoelen en uit het diepst van hun hart de handen smekend naar MIJ uitstaken, omdat IK hen dan gelukkig zou kunnen maken met Mijn genade.
Want wie in het bezit is van Mijn genade, is ook spoedig in het bezit van MIJ Zelf, omdat IK diegene nooit laat weggaan die in de juiste verhouding van kind tot MIJ staat, die als een kind vragend naar de VADER komt en Hem aanroept om hulp en kracht.
Wie zich groot en verheven voelt, zal naar beneden storten, wie meent in de diepte te zijn, omdat hij zichzelf ziet als zwak en zondig, zal worden opge­heven door Mijn Liefde en voor eeuwig van MIJ zijn, hij zal uit Mijn hand een ruime mate van genade kun­nen ontvangen en daarom zeker ten hogen gaan.

Amen


Mat.5,4

”Zalig zij die treuren, want ze zullen getroost worden"






  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina