Nhg-standaard Acute keelpijn



Dovnload 133.21 Kb.
Pagina1/5
Datum18.08.2016
Grootte133.21 Kb.
  1   2   3   4   5

NHG-Standaard Acute keelpijn   


C.F. Dagnelie, S. Zwart, F.A. Balder, A.C.M. Romeijnders, R.M.M. Geijer
De standaard en de wetenschappelijke verantwoording zijn geactualiseerd ten opzichte van de vorige versie (Huisarts Wet 1990;33:323-6). De richtlijnen zijn gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • de diagnostiek richt zich op het onderscheiden van milde en ernstige keelinfecties en het uitsluiten van omstandigheden die het risico op complicaties vergroten. De ernst hangt deels samen met de aanwezigheid van de zogenaamde Centor-criteria; deze worden echter niet meer expliciet gebruikt;

  • bij een milde keelinfectie (of een milde vorm van roodvonk) volstaat voorlichting;

  • bij een ernstige keelinfectie (of een ernstige vorm van roodvonk) of bij een verhoogd risico op complicaties wordt een smal-spectrum antibioticum aanbevolen;

  • het gangbare criterium om te verwijzen voor tonsillectomie (3 tonsillitiden in één jaar) is niet goed onderbouwd; te overwegen is om pas te verwijzen bij meer dan 3 tonsillitiden per jaar rekening houdend met de ervaren hinder.

 

INLEIDING   


De NHG-Standaard Acute keelpijn geeft richtlijnen voor de diagnostiek en het beleid bij keelpijn die korter dan 14 dagen bestaat. Keelpijn door traumata of corpora aliena blijft buiten beschouwing, evenals andere keelklachten, zoals globusgevoel of kriebelhoest.

Keelpijn is een veel voorkomende klacht; een minderheid van de patiënten met keelpijn consulteert daarvoor de huisarts.1 2 Het grootste deel van de patiënten die met keelpijn bij de huisarts komen, heeft een acute ontsteking van de keel veroorzaakt door micro-organismen. Een kleine minderheid heeft keelpijn ten gevolge van niet-infectieuze oorzaken zoals keelschrapen, het inademen van droge lucht of roken.

Een onderscheid tussen acute tonsillitis en acute faryngitis is voor het beleid niet van belang omdat het in beide gevallen gaat om dezelfde verwekkers en de ontsteking een vergelijkbaar beloop heeft.3

De oorzaak is in de meeste gevallen viraal; meestal betreft het een van de vele verkoudheidsvirussen en soms het Epstein-Barr virus.4 De huisarts ziet deze laatste aandoening maar enkele malen per jaar.

In de geselecteerde populatie die de huisarts bezoekt, komen bacteriële keelontstekingen waarschijnlijk meer voor dan in de open bevolking. De Groep A bèta-hemolytische streptokok (GABHS) is de belangrijkste bacteriële oorzaak van keelontsteking. Andere streptokokken dan die van groep A of Haemophilus influenzae spelen een bescheiden rol.5 Derhalve is in deze standaard de streptokok synoniem met de GABHS. Sinds het einde van de jaren vijftig is het aantal ernstig verlopende streptokokkeninfecties in de westerse wereld zeer sterk verminderd.6 Ondanks casuïstische melding in de internationale literatuur van een aantal ernstig verlopende streptokokkeninfecties, zijn er geen aanwijzingen voor een werkelijke toename. Bij deze casuïstiek was de keel bovendien zelden de porte d'entree.

In de standaard wordt met het oog op behandeling onderscheid gemaakt tussen milde en ernstige keelontstekingen. Het grootste deel van de patiënten met acute keelpijn heeft een milde (virale of bacteriële) keelontsteking. Ernstige keelinfecties komen weinig frequent voor. Onder een ernstige keelinfectie wordt verstaan een keelinfectie met ernstig algemeen ziek zijn, heftige keel- en slikklachten en grote beperkingen in het dagelijks functioneren. Het is niet mogelijk op basis van het klinisch beeld (dus ook niet op het aspect van de keel) met zekerheid te differentiëren tussen een bacteriële en een virale oorzaak van de ontsteking. Evenals de meeste virale keelinfecties heeft een keelontsteking door streptokokken in het algemeen een gunstig natuurlijk beloop met spontane genezing binnen 7 dagen. Abcesvorming komt niet frequent voor. Acuut reuma, acute glomerulonefritis en chorea minor zijn anno 1998 in de westerse wereld zeer zeldzame complicaties van een keelontsteking door streptokokken.7 De kans dat antibiotica deze complicaties voorkomen is te verwaarlozen en vergelijkbaar met de kans op een ernstige anafylactische reactie op penicilline.8

Ook roodvonk lijkt minder ernstig te verlopen dan vroeger.9 Patiënten zijn in het algemeen minder ziek en de complicaties zijn, net als bij keelpijn, zeldzaam geworden. Het gebruik van de zogenaamde Centor-criteria om virale van bacteriële oorzaken te onderscheiden, heeft hierdoor aan belang ingeboet. Besloten is het al dan niet voorschrijven van een antibioticum met name te laten afhangen van de ernst van het klinisch beeld. Bij de laatste meting (in 1986) schreef de huisarts bij 74% van de patiënten met een keelinfectie antibiotica voor.10 Het veelvuldig voorschrijven van antibiotica bij alle vormen van keelontsteking zal slechts incidenteel abcesvorming voorkomen.11 Antibiotica bekorten bij een streptokokkeninfectie de klachtenduur met gemiddeld 1 à 2 dagen.12 Dit beperkte effect resulteert echter niet in minder ziekteverzuim. Gebruik van antibiotica kent ook nadelen zoals bijwerkingen, resistentievorming en medicalisering. Of gebruik van antibiotica leidt tot meer recidieven van keelpijn staat ter discussie.13

Daarom wordt aanbevolen geen antibiotica voor te schrijven bij patiënten met acute keelpijn tenzij er sprake is van ernstig ziek zijn, dreigende complicaties of een verhoogd risico op een gecompliceerd beloop.14

 

RICHTLIJNEN DIAGNOSTIEK   



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina