Niemand hoort op straat! Het convenant van Gemeente Utrecht



Dovnload 192.75 Kb.
Datum26.07.2016
Grootte192.75 Kb.


NIEMAND HOORT OP STRAAT!

Het convenant van

Gemeente Utrecht

Stuurgroep OGGZ

STUW bestuur

Cliëntenorganisaties

Utrecht, december 2005.

Samenwerkende organisaties:

Utrechtse Woningcorporaties (STUW)
- SSH Utrecht

- Portaal

- Mitros

- Bo-Ex


- Groenrand Wonen

Organisaties voor de Openbare Geestelijke GezondheidsZorg (OGGZ)
- Centrum Maliebaan

- SBWU


- Altrecht

- Abrona


Maatschappelijke Opvang
- Leger des Heils

- Tussenvoorziening

- Stichting Weerdsingel

- Centrum Vaartserijn



Gemeente Utrecht
- GG&GD

- Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling

- Dienst Stadsontwikkeling

Zorgkantoor
- Agis Zorgkantoor Utrecht

De gebruikers van zorg en wonen
- GGZ Platform Utrecht

- Stichting GOUD

- Straatadvocaten Utrecht

Inhoudsopgave:

Samenwerkende organisaties pag. 2


Inhoudsopgave pag. 3
1. Algemeen pag. 4
Convenant pag. 8
2. De Uitvoeringsafspraken pag. 11
3. Hoe verder: de planning 2006 – 2010 pag. 16
4. Het kader voor de afspraken Wonen en Opvang pag. 17

Bijlagen pag. 19


Bijlage 1: Project “Geef Opvang de Ruimte” pag. 20
Bijlage 2: Grootschalige woonvoorzieningen souterrain pag. 23
Colofon pag. 25
1. Algemeen

Inleiding


De Utrechtse Woningcorporaties, de maatschappelijke organisaties voor (verslaafde) dak- en thuislozen en de gemeente Utrecht gaan – ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid – samenwerken om dakloosheid te voorkomen en de uitstroom uit de opvang te bevorderen.

In de afgelopen jaren is in de stad Utrecht een enorme inhaalslag gemaakt in het realiseren van voorzieningen voor opvang en zorg voor de (verslaafde) dak- en thuislozen. De gemeente Utrecht en Agis hebben geïnvesteerd in voorzieningen en zorg voor (verslaafde) dak- en thuislozen, de OGGZ-organisaties in het bieden van nieuwe vormen van zorg en opvang. Uitbreiding en differentiatie (naar schaalgrootte, doelgroep, zorgbehoefte) van deze voorzieningen blijft noodzakelijk. Voor deze uitdaging is blijvende samenwerking tussen de OGGZ-organisaties, het zorgkantoor, de gemeente Utrecht en de woningcorporaties essentieel.


1.1 De doelgroep


De doelgroep wordt gevormd door kwetsbare Utrechtse burgers, die zich nu op de onderste treden van de woonladder (het souterrain van de woningmarkt) bevinden en niet op eigen kracht een passende huisvesting en een menswaardige positie in de maatschappij kunnen krijgen en vasthouden.






Huisvestingssituatie

Zorgaanbod

Vindplaats

Dreigend daklozen of inadequaat gehuisvesten.

Onzeker gehuisvesten (onvrijwillig inwonen, illegale onderhuur, bewoners van zomerhuisjes, e.d., illegale pensions, zorgwekkende zorgmijders)

Ambulante ondersteuning, preventie van dakloosheid.

Meldpunten OGGZ, netwerken woonoverlast, Kredietbank, WoningNet/Vierde Huis.

Feitelijk daklozen

Recent of langdurig

Snelle identificatie en begeleiding, voorkomen van erger, toeleiding naar opvang, beperking van gezondheidsschade

Op straat, in de zorgcentra en centra voor dag- of nachtopvang

Residentieel daklozen

Tijdelijke gehuisvest in een instelling

Bed, bad, brood, begeleiding, stabilisatie

Sociale pensions, opvanghuizen, psychiatrische instelling, beschermende woonvormen, VG-instellingen, detentie

(Her-)huisvesting

Gewezen daklozen

Reïntegratie, voorkomen van terugval

Aanmeldingen (on-)zelf-standig wonen.

De kwetsbaarheid van de doelgroep bestaat uit het hebben van problemen op verschillende levensgebieden (financiën, werk/dagbesteding, lichamelijke/psychische gezondheid, sociale contacten) en uit het feit dat het reguliere zorgaanbod niet aansluit op hun problematiek.

De meest recente schatting is dat in het de stad Utrecht om circa 4400 mensen gaat waarvan 1250 (feitelijk en residentieel) daklozen.1

1.2 De doelstelling

De brede doelstelling van de samenwerkende partijen in Wonen en Opvang is om in Utrecht zoveel mogelijk dak- en thuislozen onder dak te brengen met passende begeleiding naar zelfstandig wonen én mensen die op straat dreigen te komen, gehuisvest te houden.


Deze brede doelstelling kent twee hoofdbestanddelen:

  1. Verminderen van huisuitzettingen/voorkomen van dakloosheid (activiteiten en samenwerking in het kader van preventie);

  2. Vergroten van uitstroom/verbeteren van doorstroom uit de opvangvoorzieningen, activiteiten en samenwerking in het kader van passende begeleiding, alsmede zorg naar wonen/zorg en woonbegeleiding tijdens het wonen.

O
nderstaande tekening geeft de doelstelling schematisch weer:

Niet alle gebruikers van deze woonvormen hebben hulp en begeleiding nodig bij het verwerven van een adequate huisvestingsvorm. In de categorie dreigend daklozen cq. inadequaat gehuisvesten bevinden zich personen met voldoende zelfredzaamheid. Maar in deze categorie bevinden zich ook de zorgwekkende zorgmijders die niet bereikt worden door het reguliere hulpverleningsaanbod. Het bieden van onderdak alleen is dan ook niet voldoende, de opgave ligt in het aanbieden van een geschikte vorm van huisvesting, gecombineerd met (bemoei-)zorg en begeleiding.
Een deel van de mensen uit de doelgroep kan op den duur weer zelfstandig wonen in een reguliere woning, al dan niet met woonbegeleiding. Een ander deel zal permanent zijn aangewezen op een vorm van onzelfstandig, begeleid of beschut wonen. Een deel van de doelgroep vraagt om een specialistische aanpak gebaseerd op psychiatrische deskundigheid (inclusief verslavingszorg en zorg voor mensen met een cognitieve beperking). Maar de aanpak beperkt zich hier niet toe en heeft ook aandacht voor andere kenmerken van de doelgroep zoals overlast, criminele activiteiten of gehospitaliseerd gedrag na ontslag uit een instelling.

1.3 Taken en verantwoordelijkheden




De Utrechtse Woningcorporaties2


Woningcorporaties zijn, vanuit hun taak als maatschappelijk ondernemers, onder andere verantwoordelijk voor het realiseren en beheren van woonvoorzieningen voor personen die in huizen op de onderste treden van de woonladder wonen en vaak niet zondermeer gehuisvest kunnen worden in een reguliere sociale huurwoning. De Utrechtse woningcorporaties erkennen deze verantwoordelijkheid en hebben al uitgebreid geïnvesteerd in specifieke woonvormen (sociale pensions, hostels, voorzieningen voor nachtopvang etc.). Bovendien heeft de STUW3 onlangs als intentie uitgesproken, dat er in Utrecht niemand tegen zijn of haar zijn zin buiten mag slapen. De corporaties nemen daarvoor hun verantwoordelijkheid, die met name ligt bij het realiseren, exploiteren en beheren van het hiervoor benodigde vastgoed. Het is de taak van woningcorporaties te voorzien in de huisvesting van mensen die niet in staat zijn om op eigen kracht een woning te verwerven. Om hierin te voorzien bouwen en beheren de woningcorporaties betaalbare huurwoningen. Maar de verantwoordelijkheid van de woningcorporaties gaat verder: het gaat ook om huishoudens die maatschappelijk kwetsbaar zijn.

De woningcorporaties hebben uitdrukkelijk geen taak of verantwoordelijkheid bij het bieden van zorg en begeleiding. Wel hebben zij een signalerende rol bij het bestrijden van overlast en het bevorderen van de leefbaarheid. Woningcorporaties dragen zorg voor het bieden van een rustig en veilig woonklimaat, in de wooncomplexen, maar ook in de buurten. De leefbaarheid is gebaat bij veilige woonmilieus, waar de bewoners elkaar geen overlast veroorzaken. Wanneer we de mensen van de doelgroep niet huisvesten en zorg en begeleiding bieden, kan de leefbaarheid van buurten aangetast worden.



De Stuurgroep OGGZ

De OGGZ-organisaties4 in de stad Utrecht werken samen met het Zorgkantoor en de gemeente Utrecht en met politie en justitie in de Stuurgroep OGGZ aan het tot stand brengen van een keten van voorzieningen (zorg en opvang) voor de doelgroep. Doel is gezondheidsverbetering en het persoonlijk en maatschappelijke herstel van sociaal kwetsbare mensen, in het bijzonder de dak- en thuislozen.


De OGGZ-organisaties hebben de professionele en maatschappelijke verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat de doelgroep intensieve en soms langdurige vormen van zorg en van opvang krijgen. Gelet op de complexe en meervoudige problematiek van de doelgroep is nauwe samenwerking met elkaar en met politie en justitie in een integrale aanpak noodzakelijk. Zij zullen zich blijven inzetten voor vroegtijdige signalering, actief opsporen, contact leggen, toeleiden naar zorg en het bieden van bemoeizorg voor de doelgroep en voor de leefbaarheid van de Utrechtse wijken.
Kenmerkend voor de leden van de doelgroep is dat zij nauwelijks contact (meer) hebben met de hulpverlening en ook niet (meer) in staat zijn adequaat hulp te vragen bij het oplossen van hun problemen. Dat betekent dat bemoeizorg en vasthoudendheid van hulpverleners belangrijk zijn om hun vertrouwen te winnen en te behouden. Kenmerkend voor de doelgroep is ook dat er altijd sprake is van multiproblematiek (inkomen, huisvesting, gezondheid, veiligheid).

Een deel van de doelgroep vraagt om een specialistische aanpak, waarvan de kern bestaat uit psychiatrische deskundigheid (inclusief verslavingszorg, persoonlijkheidsstoornissen en cognitieve beperkingen).



De Gemeente Utrecht


De gemeente Utrecht heeft de verantwoordelijkheid voor de gezondheid, het wonen en de veiligheid van alle Utrechtse burgers. Zij heeft onder andere wettelijke taken op het gebied van de openbare geestelijke gezondheidszorg, het welzijn en de verdeling van woonruimte in de stad. In het kader van Wonen en Opvang heeft de gemeente regietaken voor het tot stand komen van voldoende voorzieningen voor opvang en ondersteuning naar maatschappelijk en persoonlijk herstel van de (verslaafde) dak- en thuislozen en de mensen in het souterrain van de woningmarkt. De gemeente maakt daarvoor afspraken met de maatschappelijke organisaties zoals de GGZ (inclusief de verslavingszorg) en de woningcorporaties. En de gemeente financiert de uitvoering van maatschappelijke diensten en de maatschappelijke opvang.


1.4 Intentie van het convenant


De woningcorporaties, samenwerkend in de STUW en de organisaties van de OGGZ stuurgroep waaronder het Zorgkantoor en de Gemeente Utrecht zetten zich gezamenlijk in voor een ketenaanpak van preventie, opvang en herstel, bestaande uit een voldoende aanbod van gedifferentieerde woonvormen, in combinatie met zorg en begeleiding om de mensen uit de doelgroep te huisvesten en gehuisvest te houden.
Bovenstaande organisaties gaan daarvoor samenwerken en zullen werkwijzen ontwikkelen, waarbij op basis van de eigen taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen gewaarborgd wordt dat de problemen op de daartoe geëigende plek worden gelegd. De organisaties streven daarbij naar ontschotting waar dat kan en naar goede toegankelijkheid van voorzieningen, aansluitend bij vragen en behoeften van cliënten. Inbreng van cliëntenorganisaties is belangrijk o.a. om knelpunten in de toegankelijkheid op te sporen.

Deze samenwerking komt niet vanzelf tot stand, het gaat hier om instituten met hun eigen werkveld, besluitvormingsstructuur, financiering e.d. Om dit op elkaar af te stemmen is op zich al een hele opgave. Daarbij komt dat de doelgroep niet de meest eenvoudige is omdat er sprake is van de complexiteit van multiproblematiek waar veel partijen bij betrokken zijn. De problematiek van (dreigende) dak- en thuisloosheid en de persoonlijke en maatschappelijke schade die hiervan het gevolg is, noodzaakt tot korte lijnen, snelle besluitvorming en wederzijds vertrouwen van alle betrokkenen. De ondertekenaars verplichten zich aan de algemene doelstelling en aan het tot stand brengen van een dergelijke samenwerking.

Onderdeel van het convenant zijn de uitvoeringsafspraken waarin deze intentie zo concreet mogelijk is beschreven in de taken en de verantwoordelijkheden van de betrokken instanties en in de resultaten die men jaarlijks en over meerdere jaren wil behalen.


CONVENANT

CONVENANT

De woningcorporaties, samenwerkend in de STUW en de organisaties van de OGGZ stuurgroep waaronder het Zorgkantoor en de Gemeente Utrecht zetten zich gezamenlijk in voor een ketenaanpak van preventie, opvang en herstel, bestaande uit een voldoende aanbod van gedifferentieerde woonvormen, in combinatie met zorg en begeleiding om de mensen uit de doelgroep te huisvesten en gehuisvest te houden.


De heer J.L. Spekman


Gemeente Utrecht

Wethouder Sociale Zaken en Verslavingszorg


Mevrouw M.L. van Kleef


Gemeente Utrecht

Wethouder Ruimtelijke Ordening

en Wonen

De heer A.F.R. Jochems

SSH Utrecht





Mevrouw M. Govers

Portaal




De heer R. Onverzaagt

Mitros




De heer J.J.G.M. Klinkenberg


Bo-Ex

Mevrouw E.M.S. Verheul

Groenrand Wonen




De heer P.V. van der Linden

Centrum Maliebaan




CONVENANT


De woningcorporaties, samenwerkend in de STUW en de organisaties van de OGGZ stuurgroep waaronder het Zorgkantoor en de Gemeente Utrecht zetten zich gezamenlijk in voor een ketenaanpak van preventie, opvang en herstel, bestaande uit een voldoende aanbod van gedifferentieerde woonvormen, in combinatie met zorg en begeleiding om de mensen uit de doelgroep te huisvesten en gehuisvest te houden.


De heer V.A.M. Heijnen

SBWU

De heer P. Turpijn

Altrecht




Mevrouw H.A.G.M Linden


GG&GD

De heer E. Bosma

Leger des Heils

Mevrouw M. Euverman

Abrona




Mevrouw M.J.L. Rennen

Stichting Weerdsingel




De heer J.P.A. van Dam

Tussenvoorziening





De heer H.P. Flens

Agis Zorgkantoor


De heer J. M. Broers


Centrum Vaartserijn



2. De uitvoeringsafspraken

De directies van woningcorporaties en de Stuurgroep OGGZ hebben op 25 september 2003 met elkaar afgesproken om de kerngroep Wonen en Opvang5 de opdracht te geven

concrete procedures uit te werken voor preventie (tijdige signalering van woonoverlast, huurschulden, minimaliseren van huisuitzettingen) en deze te voorzien van haalbare resultaten en oplossingsgerichte afspraken. Verder is toen afgesproken om het aantal instellingswoningen voor de doelgroep te verdubbelen (naar 24) en het ontwikkelen en de exploitatie van een noodzakelijk aanbod voorzieningen gezamenlijk te gaan uitvoeren.


Wat is er bereikt tot 2006

Om de opdracht van de stuurgroep uit te kunnen voeren is de kerngroep Wonen en Opvang onder voorzitterschap van de GG&GD opgericht.

De goede samenwerking in de kerngroep heeft al geresulteerd in nauwere contacten tussen de sectoren en in de oplossing van een aantal knelpunten. Zo is het knelpunt van het volume instellingswoningen uiteindelijk opgelost. Begin 2005 hebben de woningcorporaties onderling de ontwikkeling van woon- en opvangvoorzieningen verdeeld (zie verderop onder f.).

Daarnaast is door meer variatie in woonvormen aan de onderkant van de woonladder een betere uitstroommogelijkheid beschikbaar voor de opvang. Er is een betere beschikbaarheid aan plankwoningen in de herstructureringswijken. Ook hebben een aantal instellingen (SBWU, Stichting het Labrehuis, Leger des Heils, De Tussenvoorziening) en corporaties (Bo-Ex, Mitros) samenwerkingsovereenkomsten opgesteld voor het realiseren van verschillende woonvormen voor hun cliënten.

De kerngroep Wonen en Opvang heeft bovenstaande opdracht vertaald in een uitvoeringsprogramma voor de twee hoofdbestanddelen:



  1. Verminderen van huisuitzettingen/voorkomen van dakloosheid oftewel activiteiten en samenwerking in het kader van preventie;

  2. Vergroten van uitstroom/verbeteren van doorstroom uit de opvangvoorzieningen, oftewel activiteiten en samenwerking in het kader van passende begeleiding en zorg naar wonen/tijdens het wonen.

In de afgelopen anderhalf jaar is in projecten en activiteiten aan de opdracht en de invulling van deze hoofddoelstellingen gewerkt. Daaruit zijn de volgende afspraken tot stand gekomen:




2.1 Voorkomen van dakloosheid



2.1.1 Wijkgerichte netwerken Overlast

De Gemeente en de STUW gaan de financiering van de wijkgerichte netwerken woonoverlast tot 2010 voortzetten.


De wijkgerichte woonoverlastprojecten zijn een meldpunt voor organisaties. De Wijkgerichte Woonoverlastprojecten zijn een samenwerkingsnetwerk van woningcorporaties, politie en een aantal hulpverlenende partijen (SBWU, CMB, Zorgcoördinatieteam, GG&GD) per wijk. De casemanager van de Wijkgerichte Woonoverlastprojecten is de centrale figuur in het netwerk van het betreffende wijkproject, de stedelijk coördinator is dat in het stedelijk netwerk. Signalen over woonoverlast komen meestal binnen via verhuurders of politie. De casemanager Woonoverlast van elk project pakt de melding op, brengt deze in het netwerkoverleg en gaat soms zelf van tevoren al aan de slag om een juiste aanpak te vinden.

Nieuw vanaf 2006
Het project Wijkgerichte Netwerken Woonoverlast wordt een stedelijk meldpunt en wordt uitgebreid naar ‘Woonoverlast en Zorg’. In het kader van ‘preventie huisuitzettingen’ zullen politie en woningcorporaties ook melding gaan maken van ‘stille’ problematiek van huurders. Oftewel van problematiek van huurders die naar de inschatting van medewerkers meerdere problemen tegelijk hebben, die hun huis kwijt dreigen te raken en die geen contact met de hulpverlening hebben. De zorgpartijen (Altrecht, CMB, SBWU, GG&GD, Abrona) zullen ieder vanuit hun specifieke deskundigheid mensen in zorg nemen dan wel erop toezien dat de mensen toegeleid worden naar de juiste hulpverlener.

Concreet is voor 2006 het volgende resultaat afgesproken:



  • Het aantal woonoverlastsituaties dat in behandeling wordt genomen is minimaal gelijk aan 2005;

  • Het aantal woonoverlastsituaties dat met succes wordt afgesloten is 75 %;

  • Het aantal meldingen van stille problematiek heeft een daling van 20 huisuitzettingen tot gevolg.



2.1.2 Het Laatste Kansbeleid

Het Laatste Kansbeleid wordt sinds 1998 uitgevoerd als project. Vanaf 2006 vormt Het Laatste Kansbeleid de laatste schakel in de aanpak van woonoverlast. Dit betekent dat alle overlastproblematiek van huurders pas door corporaties aangemeld wordt als de aanpak van de casemanager van de wijkgerichte netwerken overlast niet geleid heeft tot verbetering.


Het Vierde Huis is en blijft de uitvoerende partij van het Laatste Kansbeleid. Het is verantwoordelijk voor het inschakelen van adequate zorg (via indicaties) en andere vormen van maatschappelijke dienstverlening (Maatschappelijk Werk, Zorgcoördinatieteam, Schuldhulpverlening, Woonbegeleiding, etc.). De instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de feitelijke uitvoering van de zorg en begeleiding. Het Vierde Huis heeft een coördinerende rol.

Het Laatste Kansbeleid werkt met een aangepast huurcontract in combinatie met een zorg- of begeleidingscontract.


Het Vierde Huis rapporteert aan de opdrachtgevers, de gemeente Utrecht en de STUW over de voortgang van de deelnemers. Informatie wordt op cliëntniveau geleverd over zaken als: de feitelijke caseload en de zwaarte per case, de duur van een LKB-traject, de betrokken hulpverleners.

Als resultaat is voor 2006 afgesproken:



  • Alle aanmeldingen uit de wijkgerichte netwerken woonoverlast van cliënten die mee willen

  • Werken aan het LKB worden geaccepteerd tot een maximum van 30 casussen;

  • 85% van de deelnemers aan het LKB rond het traject succesvol af;

  • De duur van een LKB-traject is maximaal twee jaar.



2.1.3 Huisbezoeken Overvecht/Noordwest

Doel van dit project is om al in een zeer vroeg stadium schuldenproblematiek aan te pakken. De doelgroep bestaat dus uit mensen die financiële problemen hebben inclusief problematische schulden. De laatste groep wordt geholpen met toegang tot schuldhulpverlening.

De Kredietbank Utrecht is opdrachtgever, initiatiefnemer en mede-uitvoerder van dit project.
Met de financier van het project, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn de volgende resultaatafspraken gemaakt:


  • Gedurende de looptijd van het project dienen 150 huishoudens begeleiding ontvangen te hebben;

  • Van deze huishoudens dient de helft na begeleiding in staat te zijn zelfstandig of met

behulp van derden een gezonde financiële huishouding te voeren;

  • De Kredietbank Utrecht is verantwoordelijk voor het resultaat.

2.2 (Her)Huisvesten



2.2.1 Op Eigen Benen

Het doel van de intensieve woontraining binnen Op Eigen Benen is langdurig thuisloze jongeren zo zelfstandig mogelijk laten wonen en functioneren in hun eigen sociale omgeving door het bieden van een intensieve, integrale, vraaggerichte begeleiding in een zelfstandige woonruimte waar de jongere ook kan blijven wonen. Belangrijk subdoel is het voorkomen van instroom en/of langdurig verblijf in de maatschappelijke opvang.

Bij positieve uitstroom blijft de jongere wonen op de plek waar hij/zij begeleid is. Hiermee is de jongere stevig verankerd in zijn eigen sociale woonomgeving. De bijzondere bepalingen worden na twee jaar uit het huurcontract gehaald waarna het huurcontract wordt omgezet in een reguliere huurovereenkomst met de verhuurder.
In het overleg van de STUW (februari 2005) is afgesproken dat de Utrechtse woningcorporaties het eerste jaar als pilot deelnemen aan Op Eigen Benen. Hierbij zijn de volgende afspraken gemaakt:


  • De eerste ervaringen in de pilot worden gezamenlijk en binnen de woningcorporaties (november 2005) geëvalueerd. Op basis van de evaluatie worden vervolgafspraken gemaakt;

  • Het contingent bestaat uit 24 woningen;

  • De woningtoewijzing verloopt via de Woonkrant (urgenties Beter Wonen) en er is een vetorecht voor uiteindelijke toewijzing bij de betreffende corporatie;

  • Er is geen vrijblijvendheid in de begeleiding (duur twee jaar) en Stade is verantwoordelijk voor de professionele begeleiding.



2.2.2 Woningtoewijzing met Zorg; pilotproject van Geef Opvang Ruimte in 2005

Dit project wordt ondersteund door het landelijk project Geef Opvang de Ruimte

(zie bijlage 1).

Voor de uitstroom en het bevorderen van de doorstroming uit de hulpverlening en maatschappelijke opvang zijn afspraken gemaakt over het zelfstandig huisvesten van cliënten.

Doel van de nieuwe afspraken is woningtoewijzing en zorgafspraken zo te organiseren dat maatwerk per cliënt/huurder geleverd kan worden. Geconstateerd is dat de samenstelling van de doelgroep is gewijzigd in die zin dat er niet alleen sprake is van uitstroom uit instellingen, maar ook van mensen die dakloos zijn geworden en de opvang geen passend aanbod is. Ook is, met de komst van hostels, zorgcentra en nieuwe vormen van maatschappelijke opvang de groep die uitstroomt gewijzigd. Zij hebben meer aandacht en (bemoei-)zorg nodig bij het zelfstandig wonen.

De doelgroep is breder dan de OGGZ-doelgroep. Het betreft de cliënten van GGZ-instellingen, OGGZ-instellingen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, verslavingszorg, reclassering, jeugdzorg, verstandelijk gehandicaptenzorg en mensen die dak -en thuisloos worden of al zijn en diegenen die niet beschikken over eigen huisvesting.


De Utrechtse woningcorporaties hebben de intentie uitgesproken dat niemand meer tegen zijn zin op straat hoeft te slapen. Voor al deze mensen voor wie zelfstandig wonen de passende woonvorm is, hebben woningcorporaties, gemeente en zorginstellingen afspraken gemaakt over zowel de huisvesting als passende begeleiding en zorg:


  • De instelling die verantwoordelijk is voor de uitvoer van de nazorg stelt een woonprofiel op voor de cliënt;

  • De cliënten krijgen vervolgens een passende woningaanbieding van Het Vierde Huis tenzij de instelling onderbouwd adviseert dat cliënt gebruik kan maken van een urgentie;

  • De corporatie beoordeelt het voorstel van Het Vierde Huis en is eindverantwoordelijk voor de woningtoewijzing;

  • In het persoonlijk begeleidingsplan wordt het woonprofiel op basis van de zorgbehoefte van de cliënt opgenomen;

  • De instelling is verantwoordelijk voor de uitvoering van de nazorg en begeleiding en de inplaatsing;

  • Huurder, verhuurder en hulpverlener tekenen gezamenlijk het huurcontract en de paragraaf met de afspraken over de zorg;

  • De betrokken medewerker van de corporatie zal huurachterstand (na één maand) en overlast eerder melden aan de verantwoordelijke hulpverlener of begeleider;

  • Het Vierde Huis houdt een registratie bij van de toegewezen woningen en van de uitvoerders van het beheer (corporatie) en de begeleiding (hulpverlening). Zij is verantwoordelijk voor de rapportage en houdt een totaaloverzicht bij van alle woningen;

  • De gemeente Utrecht organiseert het bestuurlijke- en het uitvoeringsoverleg;

  • Voor de uitvoering is een klachtenregeling en een sanctiebeleid opgesteld;

  • Een arbitragecommissie (bestaande uit vertegenwoordigers van de STUW en de instellingen onder voorzitterschap van de Gemeente Utrecht) adviseert over de voorgelegde geschillen. Deze adviezen zijn bindend;

  • Instellingen kunnen ook zelf de woning huren voor hun cliënten. Dit huurcontract kan worden omgezet in een woning op naam van de huurder (Omklapregeling).

Daarnaast huren instellingen woningen van corporaties voor het begeleid wonen (onzelfstandig wonen). Hiervoor worden jaarlijks minimaal 35 zogenaamde instellingswoningen toegewezen aan instellingen. Als het gaat om instellingswoningen dan kunnen woningcorporaties en instellingen elkaar doorgaans goed vinden om afspraken te maken over aantal en soort woning. Zij zullen de adresgegevens doorgeven aan Het Vierde Huis dat de registratie van de verdeling van het contingent bijhoudt.

De toewijzing voor de kleinere instellingen verloopt doorgaans via Het Vierde Huis. In beide gevallen is de corporatie eindverantwoordelijk voor de woningtoewijzing.
In 2006 zullen de woningcorporaties in het totaal 335 woningen beschikbaar stellen voor de doelgroep. Globaal bestaat dit ‘contingent bijzondere urgenties’ uit 200 zelfstandige woningen, 35 instellingswoningen en 100 zelfstandige woningen voor de Vrouwenopvang.

2.3 Feitelijk en residentieel daklozen
2.3.1 Realiseren van Woon- en opvangvoorzieningen

Belangrijk in de keten van woon- en opvangvoorzieningen is de beschikbaarheid van meer grootschalige voorzieningen voor verschillende groepen die nu noodgedwongen op straat moeten leven.

De STUW heeft principeafspraken gemaakt voor de realisatie van onderstaande meer grootschalige voorziening:



Corporatie

Voorziening

Planning oplevering

Capaciteit

SSH Utrecht

Jongerenhuisvesting Wittevrouwenkade

Is gerealiseerd

25 wooneenheden

Mitros

Hostel Overvecht

Voorlopig 2009

25 wooneenheden

Portaal

Hostel ’t Zand, Leidsche Rijn

2008

30 –35 wooneenheden

Bo-Ex

Hostel Kögllaan

2006

In uitvoering

Daarnaast hebben individuele corporaties afspraken met instellingen gemaakt over de ontwikkeling van de volgende voorzieningen:



Portaal

Leidsche Rijnhof

2009

Nog onbekend

Mitros

Corporatiehotel

2007

Max. 45 woningen

Bo-Ex

Pand Zwerfjongeren met GGZ-problematiek

2006

20-24

Een gedetailleerder overzicht is opgenomen in bijlage 2.




3. Hoe verder: de planning 2006 – 2010

De uitvoeringsafspraken laten zien dat in de afgelopen jaren de samenwerking tussen de gemeente Utrecht, het Zorgkantoor, de Woningcorporaties en de OGGZ-organisaties goede resultaten heeft gebracht om de sluitende keten van preventie, opvang en herstel tot stand te brengen. Jaarlijks wijzen de woningcorporaties 300 woningen en 35 instellingswoningen toe voor de doelgroep (inclusief uitstroom GGZ, - VG, - Jongerenhulpverlening, - Detentie, Vrouwenopvang). Bovendien ontwikkelen zij samen met de instellingen ook de komende jaren woon- en opvangvoorzieningen om mensen van de straat onderdak te brengen. De OGGZ-organisaties bieden een sluitend zorg- en begeleidingsaanbod om mensen onderdak te houden. De Brede Centrale Toegang gaat de zorgtoewijzing voor de sociaal kwetsbaren (de OGGZ-doelgroep) uitvoeren en ziet toe op een optimale benutting van de opvang.


De projecten en activiteiten uit het programma Wonen en Opvang zijn nog niet allemaal afgerond. In 2006 moeten de volgende besluiten nog worden genomen:


  1. De opdrachtgeving voor de uitvoering van de wijkgerichte netwerken woonoverlast door de Gemeente Utrecht en de STUW. De invoering vernieuwde wijkgerichte netwerken woonoverlast en zorg is gepland voor het voorjaar. Dan zal ook gestart worden met het openstellen van de netwerken voor het melden van de zogenaamde stille problematiek.

  2. De investeringen voor opvang- en woonvoorzieningen worden meegenomen in prestatieafspraken van gemeente en STUW die zijn gepland voor medio 2006.

  3. Jaarlijks wordt de capaciteit en uitvoering Woningtoewijzing met Zorg geëvalueerd door de gemeente Utrecht.

  4. De evaluatie van de gemeentelijk gefinancierde Ambulante Woonbegeleiding wordt eind 2005 opgeleverd. Dan zal er ook een advies liggen over mogelijke diversificatie van het aanbod als gevolg van gevonden cliëntprofielen en de kwaliteit. DMO zal hierover begin 2006 aan de wethouder Sociale Zaken, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg rapporteren.

  5. ‘Enkeltje Zelfstandig’ wordt geëvalueerd. Dit is een samenwerkingsproject van SSHU en Leger des Heils voor het huisvesten van jongeren.

  6. Het besluit over stedelijke uitvoering ‘Huisbezoeken Kredietbank’ is gepland voor april 2007. De Kredietbank Utrecht is verantwoordelijk voor de opstelling van het advies.

Het resultaat voor 2010 waar de convenantpartijen zich aan verbinden is dat er in 2010 voldoende huisvestingsvormen beschikbaar zijn om niemand meer tegen zijn wil op straat te laten verblijven, dat iedere sociaal kwetsbare via de Brede Centrale Toegang een indicatie heeft voor individuele zorg en woonbegeleiding en dat er geen verstoppingen meer zijn in de in- door- en uitstroom van de opvang.



4. Het kader voor de afspraken Wonen en Opvang
In 2004 is in de Tweede Kamer de motie “Iedereen onder dak” breed aangenomen. Deze motie is gebaseerd op een actieplan om te investeren in de huisvesting voor kwetsbare groepen in de samenleving. Niet één organisatie kan dat in z’n eentje, daarvoor is de problematiek te complex. De gemeente Utrecht ontwikkelt een beleid voor de domeinen wonen, zorg en welzijn. Zij acht het haar verantwoordelijkheid om partijen bij elkaar te brengen om samen te werken aan een oplossing voor de diverse facetten van deze problematiek. Volgens de visienota Maatschappelijke Opvang en Sociale Verslavingszorg 2002 van de gemeente Utrecht is goede en gedifferentieerde huisvesting één van de pijlers voor het verbeteren van de gezondheidssituatie van sociaal kwetsbaren (mensen op straat, mensen die risico lopen op straat te komen).
De meervoudige en complexe problematiek van sociaal kwetsbare mensen en voorziene nieuwe ontwikkelingen in de samenleving (Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de nieuwe Zorgverzekeringswet) vragen om voortdurende aandacht van bestuurders en uitvoerders voor de doelstelling van dit convenant. Dat betekent dat de huidige afspraken voortdurend getoetst moeten worden op hun effecten en bereik. Wordt de instroom in de opvang door deze maatregelen inderdaad beperkt? Zijn er geen groepen die te lang in de opvang moeten blijven? Zijn er voldoende en gedifferentieerde opvang- en woonvoorzieningen beschikbaar zodat er inderdaad niemand meer tegen zin wil op straat hoeft te verblijven? Krijgen mensen inderdaad passende zorg en woonbegeleiding? Zorgt de afgesproken samenwerking inderdaad voor de noodzakelijke korte lijnen in de uitvoering?

4.1 Het Overleg

Onderstaand overlegkader dient om op tijd en op het juiste niveau eventuele knelpunten snel en doeltreffend aan te kunnen pakken. Voor een groot deel kunnen bestaande overleggen hiervoor gebruikt worden.




Activiteit

Bestuurlijk

Beleid

Uitvoering

Verantwoordelijk

Wijkgerichte Netwerken Woonoverlast

STUW-bestuur

Gemeente Utrecht (trekker DMO)



Stuurgroep Wijkgerichte netwerken woonoverlast

Uitvoerdersoverleg i.o. onder voorzitterschap van uitvoerder wijkgerichte netwerken woonoverlast

DMO, Bo-Ex

Laatste Kansbeleid

STUW-bestuur

Gemeente Utrecht, DSO.



Werkgroep Wonen (STUW, DSO)

Het Vierde Huis

DSO, Bo-Ex

Huisbezoeken Kredietbank


Gemeente Utrecht; Kredietbank

Kredietbank

Overleg Stade/Cumulus

Kredietbank

Op Eigen Benen

Gemeente Utrecht, DMO (financier); STUW-bestuur

DMO

Stade/Strand, Het Vierde Huis (verdeling urgenties), STUW werkgroep Strategie en Beleid; 18+ Overleg.

DMO




Activiteit

Bestuurlijk

Beleid

Uitvoering

Verantwoordelijk

Woningtoewijzing met Zorg inclusief instellingswoningen

STUW-bestuur,

Stuurgroep OGGZ, Gemeente Utrecht



Werkgroep Wonen (DSO, STUW), Zorg op Straat (zorgtoewijzing)

Het Vierde Huis, Beter Wonen, DSO, Vrouwenopvang, Woningcorporaties

Carla de Vries (DSO), Joke Roelofs (GG&GD), Woningcorporaties

Capaciteit opvang- en woonvoorzieningen

Coördinatiegroep Wonen, stuurgroep OGGZ, Gemeente Utrecht

Werkgroep Wonen (DSO, STUW), Zorg op Straat

Woningcorporaties

Carla de Vries (DSO), (STUW), Joke Roelofs (GG&GD)

Afspraken Wonen en Opvang

Jaarlijks overleg STUW bestuur en stuurgroep OGGZ

Kerngroep (STUW, OGGZ en Gemeente Utrecht) (4 keer per jaar)


Werkgroep Wonen (DSO, STUW), Zorg op Straat

Joke Roelofs (GG&GD), Gerda Hullegien (STUW)



De afzonderlijke onderdelen van het programma Wonen en Opvang door de verantwoordelijke trekker worden geagendeerd voor de al bestaande overleggen tussen de partijen.


Nieuw is dat er één keer per jaar een bestuurlijk overleg van STUW-bestuur en stuurgroep OGGZ komt over de voortgang van Wonen en Opvang onder voorzitterschap van Hans Spekman, wethouder voor Sociale zaken, Maatschappelijke Opvang en Verslavingszorg.

Dit overleg wordt voorbereid door de GG&GD en de STUW.



Bijlagen





Bijlage 1:
Project “Geef Opvang de Ruimte”

De druk op de opvang voor dak- en thuislozen neemt toe. De doorstroming in de opvang stokt. De opvang dreigt voor een aantal mensen feitelijk een permanente voorziening te worden.

Dit gegeven vormt de aanleiding voor het project “Geef Opvang de Ruimte”. Dit is een samenwerkingsverband tussen Aedes vereniging van woningcorporaties, de Federatie Opvang en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV).

Doelstelling van het project is het bevorderen van de uitstroom uit de maatschappelijke opvang. Het project richt zich daarbij op (maatschappelijke) organisaties en overheden die in een bepaalde regio een bijdrage kunnen leveren aan het ontwikkelen van een passend aanbod van huisvesting en ondersteuning aan gebruikers van de maatschappelijke opvang. We hebben het dan over vitale coalities. Kenmerk van dit aanbod is dat het zelden door één partij gerealiseerd kan worden en dat de bereidheid tot grensoverschrijdende samenwerking essentieel is.

Het project “Geef Opvang de Ruimte” bestaat uit de volgende onderdelen:


1. Regionale aanpak (het maken van nieuwe voorbeelden)

Doelstelling van de regionale aanpak is om lokale partijen te mobiliseren, bijeen te brengen, te enthousiasmeren en te ondersteunen, oftewel het faciliteren van lokale en regionale initiatieven. Lokale en regionale partijen blijven eindverantwoordelijk. De inzet en betrokkenheid van lokaal bevlogen en betrokken functionarissen zijn hierbij noodzakelijke succesfactoren.

Uit de lokale projecten blijkt dat er sprake is van een ‘verstopping’. Hieraan liggen meerdere knelpunten ten grondslag, zoals:


  • Geen tot onvoldoende inzicht in de relatie tussen vraag, behoefte en aanbod;

  • Onvoldoende mogelijkheden voor begeleiding bij het wonen, zowel kwantitatief als kwalitatief;

  • Onvoldoende huisvesting (op maat) voor cliënten uit de opvang;

  • Een niet optimale samenwerking tussen de verschillende organisaties. Daarbij kan gedacht worden aan de samenwerking tussen zorginstellingen onderling en tussen zorginstellingen en woningcorporaties. Dit heeft veelal meerdere oorzaken, zoals:

- Persoonlijke belangen en tegenstellingen;

- Onvoldoende inzicht in elkaars taken;

- Concurrentie;

- Onzekerheid voortvloeiend uit (te verwachten) veranderingen in de ` regelregelgeving;

- Onvoldoende ruimte en flexibiliteit in zorg en welzijnsbudgetten, waaronder

de doeluitkeringen (budgetten voor de maatschappelijke opvang en

vrouwenopvang).
Lokaal zijn er onder andere de volgende resultaten geboekt:


    Breda heeft drie tussenvoorzieningen gerealiseerd: opvang en begeleiding van tienermoeders met een capaciteit van acht eenheden en een verblijfsduur van 2 tot 3 jaar; creëren van kleinschalige vormen van begeleid wonen in combinatie met studentenhuisvesting en een nieuw sociaal pension voor mensen die al langdurig in de opvang verblijven.

    Zwolle bereidt de oprichting van een woon(zorg)hotel voor.

    Leeuwarden heeft met corporaties afgesproken dat jaarlijks één op de duizend woningen voor de halve huurprijs ter beschikking wordt gesteld voor het bevorderen van de doorstroom uit de opvang.
    Eindhoven werkt samen met corporaties en opvanginstellingen aan de realisering van een woonhotel.

    In Den Haag heeft een inventarisatie plaatsgevonden, die op dit moment naar concrete projecten wordt uitgewerkt.

    Ten slotte wordt in Utrecht actie ondernomen om meer maatwerk te realiseren in het woonaanbod en begeleiding voor cliënten uit de opvang. Vraag en aanbod wordt daarbij zo optimaal mogelijk aan elkaar gekoppeld.

    Op dit moment zijn lokale projecten in andere gemeenten (Groningen, Enschede, Arnhem/Nijmegen) in voorbereiding.





2. Het opsporen en beschrijven van bestaande voorbeelden

Er zijn tal van lokale en soms regionale projecten opgestart of gerealiseerd, die gericht zijn op het bevorderen van de uitstroom uit de opvang. De opgedane ervaringen van bestaande projecten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en verspreid.

In het kader van ‘Geef opvang de ruimte’ wordt een prijsvraag georganiseerd, die met name voor woningcorporaties en opvanginstellingen van belang is. We zijn daarbij op zoek naar creatieve, vernieuwende en inspirerende oplossingen waarmee de doorstroming uit de opvang bevorderd wordt.

Er worden drie prijzen van elk € 15.000,00 beschikbaar gesteld.


De resultaten uit de projecten 2004/2005 en andere (succesvolle) praktijkvoorbeelden worden op de website www.geefopvangderuimte.nl geplaatst. Het doel van deze website is het bieden van praktijkvoorbeelden voor lokaal gebruik (best practices). Ook algemene informatie en actueel nieuws dat betrekking heeft op de doelstelling van het project zal op de website geplaatst worden.
3. Kennis- en methodiekuitwisseling

Vanuit een landelijke en intersectorale invalshoek worden initiatieven genomen om bepaalde aandachtspunten verder uit te werken. Dit zal leiden tot concrete producten (oplossingen, succesfactoren, aanbevelingen, etc).


Voorbeelden hiervan zijn onder andere:

  • (Regionale) bijeenkomst(en) met voornamelijk directeuren van woningcorporaties over de (maatschappelijke) rol van woningcorporaties.

  • Bijeenkomst over de financiering van de begeleiding.


4. Individuele dienstverlening


Het gaat hierbij om het verwerken van vragen van landelijke of lokale organisaties/partijen, die samenhangen met het realiseren van nieuwe woonvormen voor de doelgroep.
Spin-off van het project is het onlangs bij Aedes ingestelde “Meldpunt daklozen”. Bij dit meldpunt kunnen huisvestingsproblemen kenbaar gemaakt worden. De melding wordt in behandeling genomen en direct doorgegeven aan een van de participerende woningcorporaties.



5. Pleitbezorging

De problematiek van de maatschappelijke opvang staat hoog op de maatschappelijke en politieke agenda. Er wordt een gerichte campagne opgezet om de problematiek en de initiatieven, die worden ondernomen, onder de aandacht te brengen. Daarbij richten we ons op de beleidsmakers op lokaal, regionaal en nationaal niveau, op de corporaties, de zorgaanbieders en andere betrokken partijen. De website en de Nieuwsbrief, die enkele malen per jaar wordt uitgebracht, zijn hiertoe ook geschikte instrumenten.

Ook wordt er aandacht besteed aan de lokale pers en media, met name daar waar er sprake is van lokale initiatieven/projecten.
De resultaten van het project ‘Geef opvang de ruimte’ zullen gepresenteerd worden op een landelijke manifestatie dat in september/oktober 2006 zal plaatsvinden.

Bijlage 2: GROOTSCHALIGE WOONVOORZIENINGEN SOUTERRAIN

(6 oktober 2005)


De volgende grootschalige woonvoorzieningen zijn overeengekomen (investeringsplan) tussen gemeente en Zorgkantoor en, waar vermeld, de woningcorporaties:


projectnaam/

adresgegevens/

wijk

regie en uitvoerder


doelgroep en toelichting

aantal woningen/

wooneenheden

prijscategorie

huur

geplande oplevering

financiering/exploitatie

1. Wittevrouwenkade
adres: Wittevrouwenkade

Binnenstad






zwerfjongeren met zware problematiek;

begeleid wonen;

onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: onbekend



1 pand met

aantal wooneen-heden: onbekend



H1 = max.

424 Euro per eenheid




2005

SSHU/Maaszicht

2. Opvang zwerfjongeren
adres: Oude Houtensepad

wijk: Oost





SBWU

jongeren met zware problematiek (AWBZ-geïndiceerde GGZ-problematiek); begeleid wonen; onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd:

onbekend

wrsch. tijdelijke locatie in voormalig FNV-kantoor aan G. Borgesiuslan




onbekend

H1 = max.

424 Euro per eenheid



2006

SBWU/Zorgkantoor

3. Wittevrouwensingel
adres: Wittevrouwensingel 88

Noordoost



GG&GD

hostel harddrugsverslaafden/project Binnenplaats; begeleid wonen;

onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: ja


1 pand met

aantal wooneen-heden: 26



H1 = max.

424 Euro per eenheid



2005


gemeente Utrecht/Zorgkantoor



4. Kögllaan
adres: Kögllaan 25
Noordoost


GG&GD

hostel harddrugsverslaafden/project Binnenplaats (vervanging tijdelijke voorziening De Hoek); begeleid wonen;

onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: onbekend


1 pand met

aantal wooneen-heden: 26



H1 = max.

424 Euro per eenheid



2006/

nieuwbouw




gemeente Utrecht/Zorgkantoor/

Bo-Ex



5. Hogelanden
adres: Hogelanden Westzijde 32

Noordwest




GG&GD

hostel alcoholisten/project Binnenplaats;

begeleid wonen; onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: onbekend


1 pand met

aantal wooneen-heden: 23




H1 = max.

424 Euro per eenheid



2006

Gemeente Utrecht/Zorgkantoor

Naast het investeringsplan van gemeente Utrecht en Zorgkantoor zijn er plannen voor andere locaties voor de doelgroep. Deze zijn (in verschillende stadia van ontwikkeling):

projectnaam/

adresgegevens/ wijk


regie en uitvoerder


doelgroep en toelichting

aantal woningen/

wooneenheden

prijscategorie

huur

geplande oplevering

financiering/exploitatie/ betrokken partijen

6. Corporatiehotel
Cremerplein
West

Mitros

gemengde groep; voor mensen die dakloos dreigen te worden;

zelfstandige huisvesting;

bouwvergunning aangevraagd: n.v.t.


max. 45 woningen


H1 = max.

424 Euro per eenheid



2007

Mitros/

St. Tussenvoorziening



7. Short Stay Facility

adres: onbekend


wijk: onbekend


SSHU


gemengde doelgroep (vrouwenopvang, maatsch. opvang, commercieel);

zelfstandige huisvesting

bouwvergunning aangevraagd: onbekend


aantal woningen:

onbekend


H1 = max.

424 Euro per eenheid



onbekend; naar locatie wordt gezocht

SSHU


8. Locatie huidig Mesosterrein

adres: Paranadreef

Overvecht


GG&GD

hostel harddrugsverslaafden/ project Binnenplaats

1 pand met

aantal wooneen-heden: 25




H1 = max.

424 Euro per eenheid



2006 /

nieuwbouw



Gemeente Utrecht/Zorgkantoor (mits bestemd voor bewoners met geïndiceerde GGZ-zorgbehoefte) / Mitros heeft aangegeven dit te willen ontwikkelen

9. Hostel “Leidsche Maan”
adres: onbekend
Leidsche Rijn

’t Zand



GG&GD

intentieovereenkomst gesloten tussen Portaal en gemeente over hostel harddrugsverslaafden/ project BinnenPlaats; begeleid wonen;

onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: onbekend


30 - 35 wooneenheden

H1 = max.

424 Euro per eenheid



2007/2008/

nieuwbouw



Gemeente Utrecht/Zorgkantoor (mits bestemd voor bewoners met geïndiceerde GGZ-zorgbehoefte) /

Portaal (eventueel Bo-Ex)



10. “Leidsche Rijnhof"

(deelgebied centrum)


adres: onbekend
Leidsche Rijn

Centrum


Tussen-voorziening

woonvoorziening voor o.a. oudere dak- en thuislozen met verpleeg- of verzorgingsbehoefte (start planfase= visieontwikkeling en samenstellen ontwikkelgroep); begeleid wonen;

onzelfstandige wooneenheden;

bouwvergunning aangevraagd: nee


ca. 60 wooneenheden

H1 = max.

424 Euro per eenheid



2008?/

nieuwbouw


SBWU, St. Tussenvoorziening (andere partijen waaronder de gemeente zijn uitgenodigd te participeren)/

GRW en Portaal



11. "Blauwe Huis"
adres: Oude Houtensepad
wijk: Oost

SBWU en Altrecht

SBWU en Altrecht hebben deze locatie op het oog voor de groep 'moeilijk plaatsbaren' . Het pand is van het OGU. Centrum Maliebaan gaat het pand verlaten.

onbekend

onbekend

onbekend

SBWU/Altrecht/OGU

Colofon:
Dit convenant is een uitgave van de GG&GD Utrecht.
Redactie: Joke Roelofs

Annet van den Akker

Tekst: Joke Roelofs

Jan Franke (“Geef opvang de ruimte”)

Tekstopmaak: Iris Nijeboer (Communicatiebureau Gemeente Utrecht)

Datum: december 2005

Adres: Jaarbeursplein 17, 3521 AN Utrecht

Telefoon: 030 286 3262

E-mail: j.roelofs@utrecht.nl

Deze uitgave kon alleen tot stand komen dankzij de bijdrage van de kerngroep Wonen en Opvang:


Gerda Hullegien (STUW)

Jan Berndsen (OGGZ)

Jaap Broers (Maatschappelijke Opvang)

Ton van Rijswijk (18+ overleg)

Sandra Perton, Carla de Vries, Marloes Westerveld (Gemeente Utrecht)

Anke Vergeer, Annelies Neutel (Cliëntenorganisaties)




1 Notitie ‘Kwetsbaar in de grote stad’, G4 visie op een samenhangende Openbare Geestelijke gezondheidszorg, juli 2005.

2 Portaal, Mitros, SSH Utrecht, Bo-Ex, GroenrandWonen

3 De Stichting Utrechtse Woningcorporaties.

4 OGGZ staat voor Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. De Utrechtse OGGZ-organisaties zijn: Centrum Maliebaan

(verslavingszorg), Altrecht (Geestelijke Gezondheidszorg), SBWU (Regionale Instelling Beschermende Woonvormen,

het Leger des Heils, Stichting de Tussenvoorziening (namens het NEMO) Abrona (verstandelijk gehandicaptenzorg).


5 Deze kerngroep bestaat uit vertegenwoordigers van de STUW, het NEMO, de OGGZ, het 18+ overleg en de gemeente

Utrecht (DSO, DMO, GG&GD en de Kredietbank) cliëntenorganisaties (GGZ-platform Utrecht, Stichting Goud,



Straatadvocaten Utrecht).





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina