Nieuwe toelichtingen exameneenheden Politiek en beleid en de Multiculturele samenleving



Dovnload 30.69 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte30.69 Kb.
Nieuwe toelichtingen exameneenheden Politiek en beleid en de Multiculturele samenleving
Van: Victor Gijselhart, medewerker en toetsdeskundige examens Maatschappijleer

Vanaf de centrale examens 2005 vmbo Maatschappijleer 2 gelden nieuwe toelichtingen van de eindtermen bij de exameneenheden Politiek en beleid en de Multiculturele samenleving:


September mededelingen van de cevo in Uitleg van september 2004
In Uitleg van september 2004 stond de volgende informatie over de centrale examens Maatschappijleer 2 (BB, KB, GT/TL):
III.3.10 Maatschappijleer 2
Bij de eindtermen van de exameneenheden zijn toelichtingen gemaakt. Deze zijn bij het centraal examen het uitgangspunt voor de examenconstructie en worden bij de kandidaten bekend verondersteld. Deze toelichtingen zijn te vinden in de vmbo-examengids, te bereiken via www.Citogroep.nl of via www.vmbo.nl . De toelichtingen bij Politiek en Beleid en bij Multiculturele samenleving zijn vernieuwd en vanaf 1 oktober 2004 ook te vinden via www.eindexamen.nl.

Waar staat de volledige examenstof?
1) Op www.eindexamen.nl. Klik op vmbo TL (of GL,KB of BB). Volg en volgende pad: Maatschappijvakken -> Maatschappijleer 2 -> september mededeling over Maatschappijleer 2 vmbo (rechtsboven) -> zie onder de mededeling twee bestanden -> Toelichting Maatschappijleer vmbo en Toelichting Maatschappijleer vmbo (aanvulling) Deze laatste bestanden bevatten de nieuwe toelichting Politiek en Beleid en de nieuw toelichting de Multiculturele samenleving
2) De examengids op www.vmbo-plein.nl/vmboplein.htm. Klik op Hoofdpagina Toetsing en examinering, selecteer een vak= Maatschappijleer 2. Zie keuzemenu met de toelichtingen bij alle domeinen.

Welke leerstof is veranderd of erbij gekomen?
Zie daarvoor de volgende bladzijden of het bijbehorend bestand met de aanvullingen op de oude toelichtingen.

Aanvullingen leerstof Politiek en beleid en Multiculturele samenleving vmbo Maatschappijleer II
vanaf centraal examen 2005 vmbo Maatschappijleer 2


Waar staat de volledige examenstof?
1) http://www.cevo.nl/ Doorklikken op examenblad. Klikken op specificaties eindtermen. Klik op Toelichting Maatschappijleer (Politiek en Beleid) en op Aanvulling op toelichting (Multiculturele samenleving)
2) De examengids op http://www.vmbo-plein.nl/vmboplein.htm. Klik op Hoofdpagina Toetsing en examinering, selecteer een vak= Maatschappijleer 2. Zie keuzemenu met de toelichtingen bij alle domeinen.

De nieuwe toelichtingen bij de eindtermen Politiek en beleid en de Multiculturele samenleving gelden vanaf de centrale examens vmbo 2005.



Aanvullingen bij Politiek en beleid
Let op:
Woorden en zinnen in cursief gelden alleen voor de kader, de gemengde en de theoretische leerweg (KB,GL/TL). Woorden en zinnen met een asterisk gelden alleen voor de gemengde en de theoretische leerweg (GL/TL).
4.1 De kandidaat kan kenmerken en functioneren van een parlementaire democratie in een rechtsstaat herkennen en beschrijven.

kenmerken van parlementaire democratie:
. godsdienstvrijheid, vrijheid van onderwijs, scheiding kerk en staat, recht op privacy;
. Artikel 1 van de Grondwet: allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

. *Trias Politica



Functioneren van een parlementaire democratie

Elementen die het functioneren van een parlementaire democratie aangeven zijn: bovengenoemde kenmerken van een parlementaire democratie; verkiezingen voor de Tweede Kamer in de regel om de vier jaar; kabinetsformatie, coalitievorming, regeerakkoord, parlementair jaar: begroting, Miljoenennota, Troonrede, Prinsjesdag, behandeling van de begroting door het parlement; de Tweede Kamer als medewetgever – hoe komt een wet tot stand -; de Tweede Kamer controleert de regering; kabinetscrisis. Zie verder de eindtermen 4.1.2, 4.1.4 en 4.2.

*omgeving van de politieke besluitvorming: op allerlei manieren oefent het buitenland invloed uit op de besluitvorming in Nederland. Steeds meer invloed van de Europese Unie onder andere op het gebied van de economie, financiën, landbouw en visserij; invloed via internationale verdragen b.v. van de Verenigde Naties.


4.1.1 verschillen tussen een democratische rechtsstaat en een dictatoriaal politiek systeem:
laatste zin schrappen, is fout: Dictatoriaal politiek systeem in b.v. Irak en Iran.

4.1.2 De kandidaat kan herkennen wat de taken van regering en parlement zijn en wat de verhouding

tussen beide is.

Het parlement bestaat uit de Tweede en Eerste Kamer. De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de burgers. Zij heten dan ook volksvertegenwoordigers. De Kamer bestaat uit fracties: groepen die bestaan uit de kamerleden van één bepaalde politieke partij. In het parlement zitten regerings- of coalitiepartijen en oppositiepartijen.


*recht van initiatief , recht om wijzigingen op een wetsvoorstel in de te dienen: *recht van amendement :* recht van interpellatie; door het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen;
. onderzoek instellen: *recht van enquête;
. begroting goed- of afkeuren of wijzigen: *budget of begrotingsrecht.
* Machtsmiddel van het kabinet: dreigen met kabinetscrisis / dreigen met aftreden van een minister of kabinet.

4.2.2 De kandidaat kan uitleggen waarom politieke besluiten vaak het gevolg zijn van het sluiten van compromissen.

Regeringspartijen vormen na de verkiezingen van de Tweede Kamer een coalitie.


4.2.3 De kandidaat kan herkennen/uitleggen welke rol regering en parlement, respectievelijk b. en w. en gemeenteraad, spelen in het landelijke respectievelijk lokale politieke besluitvormingsproces en daarnaast omschrijven op welke wijze massamedia, ambtenaren, politieke partijen een rol in dat proces kunnen spelen.


koningin
Dit wordt ministeriële verantwoordelijkheid genoemd.

De koningin is staatshoofd en lid van de regering. Zij overlegt regelmatig met de minister-president en de ministers. De inhoud van al deze gesprekken is geheim. Dit wordt het geheim van het Paleis / het geheim van Noordeinde genoemd.

Een zeer kleine minderheid van de bevolking heeft bezwaren tegen de monarchie en wil een republiek als staatsvorm.
B&W en gemeenteraad
De wethouders zijn geen lid van de gemeenteraad. Zij worden gekozen door de gemeenteraad. Er zijn plannen van het kabinet om in de toekomst de burgemeester te laten kiezen door de burgers van de gemeente. *De burgemeester wordt (anno 2004) op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken benoemd door de koningin.


4.3. De kandidaat kan mogelijkheden beschrijven om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.
4.3.1 mogelijkheden individuele burgers en belangen- of pressiegroepen
- oprichten van actie - of belangengroepen;

- indienen van klacht of bezwaarschrift bij regering, parlement, college van B en W, gemeenteraad.

- handtekeningenactie;

- allerlei vormen van buitenparlementaire actie;

- persoonlijk contact opnemen met politici - minister, lid Tweede Kamer,
lid B en W, raadslid- en ambtenaren;
mogelijkheden belangen- of pressiegroepen
. blokkades, vastketenen, consumentenstaking.
4.4 De kandidaat kan in gegeven standpunten de uitgangspunten herkennen van politieke partijen en stromingen
Het gaat hierbij om standpunten van politieke partijen die in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn.

Politieke partijen en politieke opvattingen zijn te verdelen met de begrippen links – midden – rechts en met de begrippen progressief en conservatief.

Een mogelijke indeling van de politieke partijen in de Tweede Kamer van links naar rechts is (september 2004): Socialistische Partij –SP-, GroenLinks, PvdA, D66, ChristenUnie, CDA, SGP, VVD, Lijst Pim Fortuyn –LPF- (en Groep Wilders, afscheiding van Kamerlid Wilders van de VVD). De LPF wordt in het algemeen als een rechtse partij gezien, maar deze partij heeft in morele en bestuurlijke kwesties ook progressieve opvattingen.
de liberale stroming en partijen

In morele kwesties als abortus en euthanasie leggen de liberalen de nadruk op individuele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid. Haar standpunten in deze kwesties komen overeen met die van de progressieve partijen (en LPF).


. …. en D66. D66 ziet zichzelf als een sociaal-liberale partij. Belangrijke uitgangspunten van D66 zijn ook democratisering van politiek en samenleving, bestuurlijke vernieuwing bijvoorbeeld gekozen burgemeester, invoeren referendum.

Nieuwe leerstof bij de Multiculturele samenleving



6.1.1 De kandidaat kan voorbeelden noemen van in het recente verleden naar Nederland gekomen groepen migranten en verschillen beschrijven in het proces van inpassing in de Nederlandse samenleving bij de verschillende groepen migranten
De migranten zijn in de laatste dertig jaar op verschillend manieren benoemd: In de jaren zestig en zeventig heten migranten 'gastarbeiders, vervolgens in de jaren tachtig noemt men hen 'etnische minderheden' en vanaf de jaren negentig 'allochtonen'. De termen ‘etnische minderheden’ en ‘allochtonen’ worden in de media en rapporten van b.v. Sociaal en Cultureel Planbureau nog volop gebruikt. De term ‘etnische minderheden’ is een verzamelterm voor een aantal uiteenlopende groepen. Wat deze groepen gemeenschappelijk hebben, is een eigen etnische identiteit en een relatief grote kans op maatschappelijke achterstand. Het Centraal Bureau van Statistiek spreekt van ‘niet-westerse allochtonen’. Personen uit landen buiten Europa en de VS worden officieel niet-westerse allochtonen genoemd: personen uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerikaan en Azië (exclusief Japan en Indonesië). Mensen uit landen zoals Engeland, Duitsland en de VS worden westerse allochtonen genoemd. Maar in de media worden vaak de begrippen allochtonen en etnische minderheden gebruikt. Daarmee worden niet-westerse allochtonen bedoeld. (…)

Proces van inpassing/ integratie

(…). Een definitie van integratie (van de parlementaire onderzoekscommissie-Blok): “Een persoon of groep is geïntegreerd in de Nederlandse samenleving wanneer er sprake is van gelijke juridische positie, gelijkwaardige deelname op sociaal-economische terrein, kennis van de Nederlandse taal en wanneer gangbare waarden, normen en gedragspatronen worden gerespecteerd”.

Integratie is óók tweezijdig proces: “Enerzijds wordt van de nieuwkomer verwacht dat zij bereid zijn te integreren, anderzijds moet de Nederlandse samenleving die integratie mogelijk maken”. (commissie-Blok, 2004)

Integratie is minder dwingend dan assimilatie. Assimilatie wordt gewoonlijk opgevat als een proces of eindresultaat daarvan, waarvan een etnische minderheid al haar belangrijke onderscheidende kenmerken verliest. Bij integratie behouden etnische minderheden in meerdere of mindere mate die (culturele) kenmerken. In welke mate integratie ruimte laat voor het behoud van deze (culturele) kenmerken, is onderwerp van voortdurende maatschappelijke discussie.

(…)of *etnisch-culturele positie in de Nederlandse samenleving
De informatie over de mate van integratie van enkele belangrijke allochtone groepen is herschreven op grond van actuele gegevens van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek.
6.1.2 De kandidaat kan van de grootste groepen allochtonen binnen de Nederlandse samenleving globaal de omvang aangeven en de motieven noemen voor hun komst naar Nederland.

gegevens van de grootste groepen allochtonen zijn geactualiseerd. (CBS, 2003)


Het totaal aantal niet-westerse allochtonen is 1.632.000 (in 2003). Dit is 10% van de totale bevolking.

Surinamers


In 1975 wordt Suriname onafhankelijkheid. Als gevolg daarvan komen veel Surinamers naar Nederland. (…)
Turken en Marokkanen
herschreven: Turken en Marokkanen kwamen als gastarbeiders zowel via officiële wervingskanalen als op eigen initiatief naar Nederland. De werkgevers hadden behoefte aan gastarbeiders (naast Turken en Marokkanen kwamen er o.a. ook Italianen, Spanjaarden en Joegoslaven) vanwege een zeer krappe arbeidsmarkt in de jaren zestig en begin zeventig.

De overheid had weinig bemoeienis met de gastarbeiders; ze ging ervan uit dat deze arbeidskrachten tijdelijk in Nederland zouden verblijven.

(…) of huwelijksmigratie. 75 procent van de Marokkaanse en Turkse jongeren haalt een bruid of bruidegom uit het land van herkomst. (2004).
Vluchtelingen, asielzoekers, illegalen

herschreven: De situatie in een land kan zodanig zijn dat mensen zich om hun politieke en/of religieuze ideeën onveilig en bedreigd voelen in hun eigen land. Om vervolging, straf of wraak te ontlopen, vluchten zij naar het buitenland. Deze groepen noemt men vluchtelingen. Asielzoekers hebben hun land om uiteenlopende redenen verlaten. Er is nog niet vastgesteld of ze voldoen aan de vereisten voor een asielstatus. De bekendste grond voor een asielstatus is het erkend vluchtelingenschap.

Het aantal asielzoekers in Nederland is tot 2000 sterk toegenomen. De laatste jaren is door onder andere verscherping van het toelatingsbeleid het aantal asielzoekers per jaar gedaald. (van ruim 43.000 in 2000 tot 13.400 in 2003)
Migratie is een blijvend verschijnsel als uitvloeisel van een mondiale ontwikkeling van vrij verkeer van personen, diensten en goederen.
6.2.1 De kandidaat kan uitleggen dat het beleid ten aanzien van allochtonen en vreemdelingen/ asielzoekers gebaseerd is op de Grondwet, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en internationale verdragen.

Herschreven: Het Nederlands vreemdelingenbeleid is in lijn met het Vluchtelingenverdrag van Genève (zie paragraaf Vluchtelingen … van eindterm 6.1.2.2.1, het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens met name artikelen over het recht op asiel en gezinshereniging en verschillende ander internationale richtlijnen inzake vluchtelingen en asielzoekers.


6.2.2 De kandidaat kan de hoofdlijnen van het toelatingsbeleid noemen en argumenten noemen vóór en tegen een meer of minder restrictief toelatingsbeleid.
(…) Nederland zal niet een ruimhartiger beleid voeren dan de ons omringende landen.
Voorbeelden van argumenten voor een meer restrictief toelatingsbeleid:
- Een voortdurende immigratie is slecht voor de integratie van allochtonen in de samenleving.
- concentratie van allochtone groepen in de grote steden



6.2.3 De kandidaat kan mogelijkheden noemen ter bevordering van maatschappelijke integratie van allochtone groepen.
overheidsbeleid
Wat betreft de immigranten werd tot het einde van de jaren zeventig een ad hoc beleid gevoerd, mede omdat het verblijf van de meeste nieuwkomers als tijdelijk werd beschouwd. Het beleid ten aanzien van gastarbeiders was in de jaren zeventig gericht op tijdelijk verblijf.
Het overheidsbeleid van de jaren tachtig noemde men minderhedenbeleid. In de jaren negentig volgde het integratiebeleid.

(…)Een doelstelling van het minderhedenbeleid is ook het voorkomen en bestrijden van discriminatie en het verbeteren van de rechtspositie. (…)



De primaire doelstelling van het integratiebeleid (vanaf 1998) is actief burgerschap. dat wil zeggen dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn plaats in de samenleving.
Mogelijkheden ter bevordering van maatschappelijke integratie
voorbeelden op het gebied van politiek:


- verbetering rechtspositie van allochtonen;
- verkrijging van het Nederlanderschap;
- De overheid bestrijdt actief discriminatie en vooroordelen.

voorbeelden op het gebied van onderwijs:

- Beleidsvoorstellen (2004): Iedere nieuwkomer moet eerst in eigen land Nederlands op basisniveau leren als voorwaarde voor toelating. Nieuwkomers kunnen pas een definitieve verblijfstatus krijgen, na het behalen van het inburgeringexamen.



6.3.1 De kandidaat kan de positie van allochtone groepen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs noemen/vergelijken met die van autochtone groepen en uitleggen wat daarvan de achtergronden en oorzaken zijn.

Herschreven eerste alinea Op de arbeidsmarkt:


Er is een hoger percentage langdurig werklozen onder allochtonen dan onder autochtonen. Het percentage werklozen loopt per groepering allochtonen uiteen. Zie gegevens in toelichtingen paragraaf over inpassing/integratie van eindterm 6.1.1.3. Allochtonen zijn over het algemeen werkzaam in de laagst betaalde functies.
6.3.2 De kandidaat kan voorbeelden geven van mogelijke maatregelen die de overheid zou kunnen nemen om de achterstandspositie van allochtone groepen op de arbeidsmarkt en in het onderwijs te verbeteren.

maatregelen die een verbetering van de arbeidsmarktpositie:


- overheidsmaatregelen als het scheppen van banenpools/vormen van gesubsidieerde arbeid, overheid maakt afspraken met het bedrijfsleven (MKB-conventant uit 2000 heeft 60.000 allochtonen aan een baan geholpen);
maatregelen die een verbetering van de positie van allochtonen in het onderwijs:
- onderwijsachterstandsbeleid: scholen met veel achterstandskinderen krijgen extra geld om onderwijskwaliteit te verbeteren.

- Signalering van taalachterstanden op jonge leeftijd (taaltoets voor kleuters) en zorgen voor een aansluitende aanpak: ouders actief betrekken en

- zorg voor voorschoolse educatie.

- In het onderwijs meer aandacht besteden aan de overdracht van de kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat, samenlevingsopbouw en geschiedenis.

- deze middelen (lesboeken, toetsen en andere leermiddelen) de leerlingen de mogelijkheid bieden om een positief zelfbeeld, ook in etnische zin, te ontwikkelen.

herschreven:


- het aanbieden van onderwijs van allochtone talen en cultuur. Overwegingen voor Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT) zijn behoud van eigen identiteit en emancipatie en ondersteuning voor taalontwikkeling. (Kabinet heeft vanaf 1 augustus 2004 dit onderwijsaanbod afgeschaft. Er bestaat geen consensus over de taalondersteunende functie van OALT).

6.4 De kandidaat kan de culturele differentiatie in Nederland beschrijven en enkele ontwikkelingen daarin noemen.

(…)
In een samenleving bestaan verschillende culturen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de dominante cultuur en subculturen. De dominante cultuur is meestal de cultuur van de meerderheid, maar het kan ook de cultuur zijn van een minderheid die in een samenleving invloedrijke posities innemen. Subculturen zijn levensstijlen van groepen mensen die waarden en normen en gebruiken ontlenen aan de dominante cultuur, maar daar gedeeltelijk ook duidelijk van afwijken en andere accenten leggen. In een samenleving met meerdere (sub)culturen is een dominante cultuur in staat om waarden en normen van invloed te laten zijn op subculturen.




6.4.1 De kandidaat kan voorbeelden geven van overeenkomsten en verschillen binnen en tussen de culturen van allochtonen en van autochtonen en in voorbeelden uitleggen welke waarden daaraan ten grondslag liggen.
. vaak grotere betekenis van religie in het openbare leven b.v. bij Turken en Marokkanen.
6.5.4 De kandidaat kan mogelijkheden beschrijven, die de overheid en organisaties hebben om op effectieve wijze vooroordelen en discriminatie tegemoet te treden en te voorkomen.

(…)
. Politie en justitie voeren een actiever vervolgingsbeleid.
. Negatieve beeldvorming en stigmatisering worden vooral bestreden door het versterken van de sociaal-economische positie en arbeidsparticipatie van allochtonen.
. Negatieve beeldvorming wordt bestreden door het onder de aandacht brengen van succesvolle allochtonen als rolmodellen
.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina