Nieuwsbrief cnv onderwijs passend onderwijs Nummer 1 17 januari 2013



Dovnload 78 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte78 Kb.





nieuwsbrief CNV onderwijs passend onderwijs

Nummer 1 17 januari 2013










Eigen wijs,

wijzer, wijst




in dit nummer

Plannen van de stuurgroep

De vereniging

Wisseling van de wacht

Bezoek NOT 2013

Advies voor (G)MR

Beleid/Politiek

Moties aangenomen

Toezichtkader passend onderwijs

Regio’s passend onderwijs

Prikkel voor verbinding jeugdzorg en onderwijs

Minder schoolverlaters

de werkvloer

Online instructie

Minder kinderen met stoornissen

Unieke proef ‘integrale school’

Bezuinigingen raken SO

Ook goed gedrag moet je aanleren

uit de media

Nieuwe producten VO-raad

Erkenning dyslexie de baas

Het onderwijs van morgen

agenda

Voor schoolleiders

Cursussen autisme

Hoogbegaafde leerlingen

lees verder

Halfmaandelijks overzicht


Uitdaging, vervelend of…?

Professionalisering

Nu de vormgeving van Passend Onderwijs steeds duidelijker wordt, wordt ook meer gesproken over professionalisering van leraren. De overheid stimuleert dit enorm met de lerarenbeurs, prestatiebox en de promotie-beurs. Deze maand start de aanvraagronden voor de promotiebeurs (lees verder). Dit beleid heeft zijn vruchten afgeworpen: vrijwel iedere deelnemer aan de 0-meting heeft individuele scholing of in ieder geval een teamscholing gevolgd. De meesten weten heel veel over leer-en gedragsproblemen en kunnen preventieve begeleiding in de klas geven. Heel wat collega’s volgden een master SEN opleiding. Volgens de overheid zal de onderwijskwaliteit hierdoor toenemen. Toch wordt niet iedereen meteen vrolijk van de druk tot professionalisering. Deze impliceert immers dat we nog geen professional zijn… en dat zijn we wél!

Maar laten we eerlijk zijn, als professionals onder elkaar, binnen de scholen zijn inderdaad zaken die nog beter kunnen. En misschien wel in je eigen klas of kantoor. Waarom dan niet gewoon het beste er van maken?!



Nieuw jaar begint met…

Afscheid Patrick Banis

De stuurgroep Passend Onderwijs zet haar werkzaamheden rond de invoering van passend onderwijs vanaf 1-1-2013 voort onder de verantwoordelijkheid van Helen van den Berg, voorzitter van CNV Onderwijs. Met het afscheid van Patrick Banis als verantwoordelijk bestuurder zijn de portefeuilles binnen het Dagelijks Bestuur opnieuw verdeeld.

Afgelopen maandag nam de Vereniging afscheid van Patrick. Lovende woorden waren zijn deel en de stuurgroep Passend onderwijs kan zich daar alleen maar bij aansluiten. Het was een feest om met hem samen te werken!


Lees verder


Foutmelding

Door een foutje in de organisatie is Eigen Wijs nr. 1 begin januari slechts naar een selecte groep belanghebbende verzonden. Deze Eigen Wijs bevat daarom voor een deel herhaling maar is wel geheel up to date wat nieuws artikelen betreft. Excuses!








De werkvloer aan het woord

verderop in deze nieuwsbrief:

Een uitgebreid artikel over het toezichtkader, moties over PRO/LWOO en urennorm zijn aangenomen, een interessante proef in Roosendaal en een school die het roer omgooit met behulp van positieve behavior support.


Stuurgroep Passend Onderwijs:

Sandra Koot

Frank Bulthuis

Han Kooreman

Dick Kuijt

Elisabeth Bosma

Mini Schouten

Katalin de Kleuver






Professionals? Dat zijn wij! Professionaliseren? Dat hoort erbij… Maar liever zonder pushen!






Goede voornemens

Plannen van de stuurgroep


Allereerst wensen we natuurlijk iedereen het beste voor 2013!
Het komende jaar staat er weer van alles op de agenda van de stuurgroep. Allereerst moeten we helaas doorgeven dat de regionale bijeenkomsten “Kwartiermaken” die gepland stonden op respectievelijk 16 januari en 6 februari niet doorgaan wegens te weinig aanmeldingen. De mensen die zich aangemeld hadden hebben hiervan al bericht ontvangen.

Deze maand zullen we de politiek nauwgezet volgen omdat de uitkomsten van een eerste evaluatie Passend Onderwijs bekend zullen worden gemaakt. Vanuit de 0-meting zal ook CNVO de politiek kunnen informeren. Op de NOT zal CNVO staan met o.a. de mogelijkheid tot een loopbaan-check.

Tot en met (begin) februari zullen we gebruiken om de 0-meting verder te analyseren en vervolgstappen te plannen voor verdere gesprekken met leden over de uitkomsten. Deze meting zal in het voorjaar en in het najaar herhaald worden. We hopen dan alsnog een aantal bijeenkomsten te organiseren om met leden in gesprek te gaan.

Dit jaar willen we als stuurgroep zoveel mogelijk leden spreken. We hopen jou te zien op een van de (regionale) bijeenkomsten zodat we horen waar jij tegenaan loopt binnen je organisatie, of liever nog, wat gaat er goed in jouw organisatie. Beide zaken horen we graag. Wil of kun je niet wachten tot een bijeenkomst later dit jaar, dan kun je altijd mailen naar passendonderdwijs@cnvo.nl, we nemen dan meteen contact met je op.

We hopen op een mooi jaar waarin passend onderwijs op jouw school verder vorm krijgt. Houd daarvoor de nieuwsbrief in de gaten!
Naar begin

Wisseling van de wacht.

Bron: CNV Onderwijs (14-01-2013)


Het afscheid van Patrick werd gecombineerd met de nieuwjaarstoespraak van Helen van den Berg. Het traditionele eren van sporthelden en hun coaches greep zij aan om helden in het onderwijs een dikke pluim te geven. Winnaars van de wiskunde Olympiade. En de regio Zuidwest Friesland die de laagste schooluitval realiseerden. Zij zijn mooie voorbeelden van ‘gaan voor goud’!
Dat wil Helen met CNV Onderwijs ook: gaan voor goud. Behoren tot de besten.

‘Straks in 2020 zit Nederland weer in de top van de kennislanden van de wereld. Heeft het Nederlands onderwijs de stap gezet van goed naar excellent, is het gezag terug in de klas en is schooluitval een term uit het verleden. En wat heeft CNV Onderwijs daaraan bijgedragen? Wij hebben gepleit, gezeurd en gehamerd op het belang van professionele ruimte én onze zin gekregen. De klas is weer terug gegeven aan de leraar.

Ouders en de school werken samen en het gezag van de school wordt erkend.

En verder….. een onderwijsprofessional mag binnen kaders zelf zijn vak inrichten. Politiek Den Haag heeft begrepen dat het leeg kieperen van kruiwagens vol regeltjes en nieuwe veranderingen averechts werkt. En de Kamer laat niet na om het onderwijspersoneel te complimenteren met de behaalde resultaten.’


Bij die ambitie past volgens Helen niet de 0-lijn.

‘Ik sta niet alleen in mijn ambitie om Nederland te laten aansluiten bij de top van de kennislanden in de wereld. Ook onze premier wil dat. Maar ik kan u vertellen dat een nullijn niet de weg naar de top is. Leraarschap is geen bijbaantje, geen krantenwijkje, niet iets wat je even doet. Het vraagt mensen om het beste in zichzelf naar boven te brengen. Het vraagt 100% inzet. Het vraagt jonge ambitieuze mensen te kiezen voor het mooiste vak.’


Naar begin


Bezoek NOT 2013

Bron: cnvo.nl (januari 2013)


Van 22-26 januari wordt in de Jaarbeurs in Utrecht de NOT2013 georganiseerd.

De stand van CNV Onderwijs staat in het teken van jouw loopbaan. Zo kun je een korte loopbaanmotivatiescan doen. Na afloop krijg je dan een mooie tas. Met de uitkomst van je scan kun je een van onze balies bezoeken, waar je advies krijgt over de mogelijkheden van jouw loopbaan. Is voor jou de balans tussen werk en privé belangrijk, wil jij je ontwikkelen of heb je de ambitie om leiding te geven? De adviseurs van CNV Onderwijs vertellen je hoe je jouw doel kunt bereiken. Daarnaast kun je op de stand meten hoe fit je bent, met dank aan VGZ en OHRA.



Kortom, bezoek ons in hal 8, Standnr B032 (direct bij binnenkomst na Ministerie van OCW).

De Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT) is de grootste vakbeurs voor professionals in het PO, VO en MBO. Nergens anders is er zo'n compleet aanbod! Ruim 500 exposanten brengen je de nieuwste ontwikkelingen op onderwijsgebied. Dit jaar biedt NOT2013 ook een Young professionals programma. Op woensdag en donderdag biedt CNV Onderwijs daar in verschillende workshops de mogelijkheid tot een CV check. Dus vergeet niet om je CV mee te nemen!

Reserveer hier je gratis toegangskaart t.w.v. 35 euro!
Naar begin
Advies bij totstandkoming samenwerkingsverband

Bron: cnvo.nl (14-01-2013)


Met de komst van Passend Onderwijs gaat er ook wat veranderen in de medezeggenschap. Als er uiterlijk 1 november 2013 samenwerkingsverbanden zijn ontstaan, moet ook de medezeggenschap zijn 'meegegroeid'. Want ook besluiten die genomen worden op het niveau van het samenwerkingsverband vallen onder de medezeggenschap van personeel en ouders. Hiervoor komt ook een nieuw orgaan: de ondersteuningsplanraad.

Momenteel wordt door alle landelijke organisaties gewerkt aan een plan om de veranderingen in de medezeggenschap goed voor te bereiden en te implementeren. Er worden onder meer voorbeelden, modellen, handreikingen en voorbeeldreglementen ontwikkeld en er worden voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd. De sectorraad medezeggenschap houdt u graag op de hoogte van de voortgang en de mogelijkheden om hiervan gebruik te maken. (Lees verder)

Eén belangrijk punt willen we er nu alvast uitlichten. De Wet medezeggenschap op scholen (Wms) geeft aan dat voor het aangaan, verbreken of belangrijke wijzigen van een duurzame samenwerking met een andere instelling het bevoegd gezag (schoolbestuur) voorafgaand advies moet vragen aan de (g)mr (artikel 11d Wms). Nou hoeft een schoolbestuur natuurlijk de (g)mr niet te vragen of het zich mag aansluiten bij een samenwerkingsverband. Dat moet gewoon! En over de inhoud van het ondersteuningsplan zal later de ondersteuningsplanraad inspraak krijgen. Maar over een aantal zaken moet op korte termijn beslist worden. Zaken die bovendien ook niet in het ondersteuningsplan worden geregeld. Bijvoorbeeld de rechtsvorm van het samenwerkingsverband, de omvang en samenstelling van het bestuur van het samenwerkingsverband, de manier waar op het samenwerkingsverband omgaat met denominatie/identiteit wat betreft de toelating en leerlingen, of er een ondersteuningscoördinator aangesteld, met of zonder mandaat?

Dit zijn onderwerpen die wel degelijk belangrijk zijn en verstrekkende en langdurige gevolgen kunnen hebben. Daarom moet op die aangelegenheden medezeggenschap van toepassing zijn. CNV Onderwijs heeft, met andere organisaties, fel betoogd dat deze aangelegenheden vallen onder artikel 11d van de Wms en dus ter advisering aan de (g)mr moeten worden voorgelegd. Lange tijd werd dit ontkent door OC&W en de werkgeversorganisaties. Gelukkig hebben we die inmiddels weten te overtuigen.


Naar begin
Beleid/Politiek
Moties LWOO/PRO en 1040 urennorm aangenomen

Bron: aob.nl (18-12-2012)


De 50 miljoen aan bezuinigingen in het passend onderwijs moet worden gezocht in de bureaucratie en het management, vindt de Tweede Kamer. Daarmee is de motie van de ChristenUnie en PvdA aangenomen. Een motie van de SP om alternatieven te zoeken voor die bezuinigingen heeft het niet gehaald.

Dat bleek vanmiddag tijdens de stemming over de vorige week ingediende moties bij de Onderwijsbegroting.


In het Regeerakkoord staat namelijk dat het lwoo en pro samen moet worden gebracht in de samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs en bovendien 50 miljoen moeten bezuinigingen. Het lwoo is bedoeld voor vmbo-leerlingen die extra hulp nodig hebben bij het behalen van hun diploma.

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil ook dat de 1040-urennorm in de Wet Onderwijstijd van tafel gaat. Tegen deze wet is in januari 2012 massaal gestaakt. De Tweede Kamer wil dat de minister voor 1 mei 2013 een voorstel doet om de urennorm te herzien.


Naar begin

Toezichtkader passend onderwijs

Bron: wdv-advies.blogspot.nl (december 2012)


In december 2012 heeft de Inspectie van het Onderwijs het concept Toezichtkader voor de samenwerkingsverbanden PO en VO gepubliceerd. Samen met het referentiekader Passend onderwijs geeft dit een goed beeld van zowel de inrichting van het Passend onderwijs als de doelen en de indicatoren die daarbij van belang worden geacht. Beide documenten zijn te downloaden via deze link.
Hoofdpunten

Voor de implementatie van passend onderwijs is echter de belangrijkste uitdaging een procesmatige aanpak te kiezen die voorziet in een aantal belangrijke effecten.

In de eerste plaats is het belangrijk de leerkrachten toe te rusten en te ondersteunen bij het zelf inrichten en vormgeven van hun professionalisering, opdat de macro doelen die beoogd worden met Passend Onderwijs op micro niveau door de leerkrachten gerealiseerd kunnen worden. In de tweede plaats is het van belang een met een minimum aan bureaucratie de leerkrachten een maximum aan ondersteuning te bieden bij het realiseren van passend onderwijs in het primair proces.

D
e leerling, ouder en leerkracht zijn de hoofdrolspelers, die door andere professionals aangespoord en ondersteund moeten worden bij het realiseren van de opdracht die begrepen is in Passend Onderwijs.

WdV-Advies kan op maat ondersteuning bieden, lees verder.

Referentiekader Passend Onderwijs

Het referentiekader Passend onderwijs geeft tien hoofdpunten voor passend onderwijs:



  1. De school heeft een onderwijszorgprofiel dat deel uitmaakt van een dekkend regionaal onderwijszorgaanbod. (minimaal – basiszorg)

  2. De school krijgt onderwijszorgmiddelen op basis van een transparante toewijzingssystematiek.

  3. De school betrekt ouders bij beslissingen die hun kind.

  4. De school bewaakt de kwaliteit van het onderwijszorgprofiel en betrekt ouders/leerlingen/studenten bij de beoordeling daarvan.

  5. De school bewaakt dat medewerkers voldoen aan de professionele functie-eisen behorend bij het onderwijszorgprofiel.

  6. De school heeft toegang tot ondersteuning voor leraren en leerlingen bij specialistische (ortho)pedagogische,(ortho)didactische en psychosociale problemen.

  7. De school waarborgt voor al haar leerlingen een effectieve overdracht van en naar een andere school of sector.

  8. De school heeft de medezeggenschap over het onderwijszorgprofiel en de zorgmiddelen conform WMS/WOR geregeld.

  9. De school legt (achteraf) verantwoording af over de besteding van de toegekende zorgmiddelen en de behaalde resultaten.

  10. De school heeft een klachten- en geschillenregeling.

Met daarbij de zeven indicatoren die ook in het wetsvoorstel zijn genoemd die gebruikt zullen worden bij de beoordeling van het functioneren van het samenwerkingsverband:



  1. Aantal thuiszitters

  2. Opbrengsten, resultaten van het onderwijs

  3. Spreiding en doorstroom in het onderwijs

  4. Eerder gegeven inspectieoordelen op scholen en instellingen

  5. Bestuurskracht, verdeling van zorgmiddelen

  6. De deskundigheid op het gebied van zorg van de leraar

  7. Signalen

Uitmondend in een aantal maatstaven waaraan goed toegeruste docenten geacht worden te voldoen:

"Een goed toegeruste docent beschikt naast vakkennis, vaardig klassenmanagement en algemene pedagogisch-didactische vaardigheden ook over vaardigheden waarmee:


  • Leer- en ontwikkelingsproblemen worden gesignaleerd;

  • Behoeften van ouders worden gesignaleerd;

  • Ouders vroeg worden betrokken;

  • Effectief interventies worden gehanteerd;

  • Wordt geparticipeerd in de zorgstructuur;

  • Planmatig wordt gewerkt;

  • Wordt gestreefd naar hoge opbrengsten;

  • Opbrengsten worden geëvalueerd.





Toezichtkader Passend Onderwijs

Een en ander is nu geconcretiseerd in het concept toezichtkader, met een opbouw in de structuur van het toezicht. Op basis van een jaarlijkse risicoanalyse stalt de Inspectie van Onderwijs haar toezichtregime vast. De risicoanalyse omvat:



  • Thuiszitters

    • Niet ingeschreven (absoluut verzuim)

    • Ingeschreven maar zonder geldige reden meer dan 4 weken verzuim

  • Spreiding en doorstroom in het onderwijs binnen het SWV

  • Eerdere inspectieoordelen

  • Signalen

  • Het ondersteuningsplan, jaarverslagen en verdeling ondersteuningsmiddelen

  • D
    eskundigheid ondersteuning door de leraar

Binnen het toezicht wordt een onderscheid gemaakt naar drie kwaliteitsaspecten:




  1. Resultaten

Het samenwerkingsverband realiseert een samenhangend geheel van ondersteuningsvoorzieningen binnen en tussen de scholen, zodanig dat alle leerlingen die extra ondersteuning behoeven een zo passend mogelijke plaats in het onderwijs krijgen en voert de aan haar opgedragen taken uit

  • Het swv realiseert passende extra ondersteuning voor alle leerlingen die dat nodig hebben.

  • Het swv realiseert de toewijzing van de extra ondersteuning tijdig en effectief.

  • Het swv realiseert haar beoogde kwalitatieve en kwantitatieve resultaten voor extra ondersteuning.

  • Binnen het Sv is geen schoolverzuim door leerlingen die (mogelijk) extra ondersteuning nodig hebben.

  • Het Sv stemt goed af met jeugdzorg en WMO-zorg.

  1. Management en Organisatie

Het samenwerkingsverband weet zijn missie en doelstellingen binnen het kader van de Wet passend onderwijs te realiseren door een slagvaardige aansturing en effectieve interne communicatie en een doelmatige, inzichtelijke organisatie

  • Het Sv heeft een missie en een visie op doelbereiking en organisatieontwerp

  • Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden zijn helder vastgelegd.

  • Het Sv heeft een doelmatige overlegstructuur.

  • Het Sv heeft eenduidige procedures en termijnen voor het plaatsen van leerlingen en het toewijzen van extra ondersteuning.

  • Het Sv voert een actief voorlichtingsbeleid over haar taken en functies.

  • Het Sv heeft het interne toezicht op het bestuur georganiseerd.

  1. Kwaliteitszorg

Het samenwerkingsverband heeft zorg voor kwaliteit door systematische zelfevaluatie, planmatige kwaliteitsverbetering, jaarlijkse verantwoording van gerealiseerde kwaliteit en borging van gerealiseerde verbeteringen

  • Het Sv plant en normeert zijn resultaten in een vierjarencyclus.

  • Het Sv voert zelfevaluaties uit; werkt planmatig aan kwaliteitsverbetering en borgt gerealiseerde verbeteringen.

  • Het Sv legt jaarlijks verantwoording af van gerealiseerde kwaliteit.

  • Het Sv zet de middelen doelmatig in.

  • Het Sv heeft normen, vastgelegd voor het ondersteuningsaanbod, gekoppeld aan toe te kennen financiële middelen.

  • De belanghebbenden zijn tevreden over het Sv.

Door Willem de Vlaming


Naar begin
Regio’s Passend onderwijs vastgesteld

Bron: avs.nl (08-01-2013)


Met de invoering van Passend onderwijs gaan schoolbesturen samenwerken in geografisch afgebakende samenwerkingsverbanden. Doel is dat de scholen binnen de samenwerkingsverbanden ervoor zorgen dat alle leerlingen een passende plek krijgen, zodat er geen leerlingen tussen wal en schip vallen. De ministeriële regeling met de regio-indeling van de samenwerkingsverbanden trad op 1 januari 2013 in werking en is gepubliceerd in de Staatscourant.

Door de regio-indeling moet een sluitend geheel van nieuwe samenwerkingsverbanden ontstaan, waarin scholen voor primair onderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs cluster 3 en 4 en scholen voor voortgezet onderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs cluster 3 en 4 in een bepaalde regio, samenwerken. Het bevoegd gezag is voor alle vestigingen aangesloten bij het samenwerkingsverband waarin de vestigingen zijn gelegen. Een bevoegd gezag kan dus bij verschillende samenwerkingsverbanden zijn aangesloten. In de nieuwe situatie gaat het beschikbare geld voor extra ondersteuning naar het samenwerkingsverband van scholen in een bepaalde regio. De scholen binnen het samenwerkingsverband maken in afstemming met ouders, leerkrachten en gemeenten afspraken over de verdeling van het geld over de scholen. Scholen kunnen dus zelf bepalen hoeveel geld naar welke leerlingen gaat.



Registratie in BRIN

Samenwerkingsverbanden Passend onderwijs kunnen zich vanaf januari 2013 laten registreren bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) in het Basisregister Instellingen (BRIN). De accountmanagers van het ministerie van OCW sturen de contactpersonen van elk samenwerkingsverband in januari een programma van eisen inclusief een invulformulier. In het programma van eisen staat vermeld welke gegevens en documenten de samenwerkingsverbanden vóór 1 november 2013 aan DUO moeten aanleveren en welke stappen zij moeten doorlopen.

De wet Passend onderwijs gaat gefaseerd in werking per 1 augustus 2014.

Kijk voor meer informatie en de ministeriële regeling met de regio-indeling op www.avs.nl en www.passendonderwijs.nl


Naar begin

Passend Onderwijs: prikkel voor verbinding jeugdzorg en onderwijs

Bron: gemeente.nu (08-01-2013)


De wereld van de jeugd is sterk in beweging. De jeugdzorg gaat over naar de gemeenten, daarnaast is er de ontwikkeling van het passend onderwijs. Samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs zal de efficiëntie en effectiviteit ten goede komen.

Als gevolg van het nieuwe systeem van financiering dat met de ontwikkeling van passend onderwijs wordt geïntroduceerd, ontstaan complicaties in regio's waar op dit moment een groter beroep wordt gedaan op de onderwijs-zorgvoorzieningen dan landelijk gemiddeld. Op dit moment is nog sprake van een open-einde regeling. Daardoor is het aantal leerlingen per jaar niet te voorspellen, en dus de benodigde inzet van middelen niet te begroten.



Verevening

Om dat probleem te ondervangen ontvangen de samenwerkingsverbanden van scholen hun middelen in de toekomst op basis van het aantal leerlingen in hun gebied. Als men straks boven het landelijk als norm gehanteerde cijfer zit, zal trapsgewijs gedurende een overgangsperiode de financiering worden teruggebracht tot dat normbedrag.



Zorglabel

Het punt is dat er geen goed zicht bestaat op de achtergrond van de huidige regionale afwijkingen van het gemiddelde. Ook niet als rekening wordt gehouden met sociaaleconomische variabelen. Pas als daar meer inzicht in is verworven, is het tijd om een strategie te ontwikkelen die leidt tot goed onderwijs en waar nodig zorg voor alle kinderen, op een financieel verantwoorde grondslag.


Naar begin
Minder voortijdige schoolverlaters

Bron: cnvo.nl (16-01-2013)


Het aantal leerlingen dat vorig schooljaar de school verliet zonder diploma is met 6 procent gedaald tot 36.250. In de scholen voor middelbaar beroepsonderwijs daalde de uitval voor het eerst onder de 7 procent. Minister Jet Bussemaker van Onderwijs heeft deze voorlopige cijfers dinsdag bekendgemaakt.

Volgens haar is het zeker in deze tijd van economische teruggang belangrijk dat jongeren met een diploma op de arbeidsmarkt komen. Dat geeft hun een sterkere positie en verkleint de kans dat ze werkloos worden of in de criminaliteit belanden.

In het schooljaar 2001-2002 gingen nog 71.000 jongeren voortijdig van school. Het kabinet streeft ernaar dat het aantal in 2016 is gedaald tot maximaal 25.000.

Europees gezien heeft Nederland een lager dan gemiddeld percentage schooluitvallers


Naar begin

De Werkvloer


Online Instructie

Bron: speciaalonderwijs.wordpress.com (21-12-2012)

Regelmatig hebben leerlingen in het voortgezet onderwijs moeite met het volgen van de (verbale) uitleg van de docent. Deze leerlingen gaan dan (zelfstandig) op zoek naar aanvullende digitale instructie via internet. Dit is de aanleiding om de verschillende vormen van online instructie voor leerlingen in het voortgezet onderwijs te verzamelen. Op deze Yurls-pagina staat een overzicht. Tip: Wees je ervan bewust dat een leerling zomaar weer iets nieuws gevonden heeft voordat je het zelf hebt ontdekt. Maak hier gebruik van.
Naar begin
Minder kinderen met stoornissen naar SO in Amsterdam

Bron: nationaleonderwijsgids.nl (28-12-2012)


In Amsterdam is het aantal kinderen met een stoornis dat naar het regulier onderwijs gaat, toegenomen. In de rest van Nederland is de trend juist omgekeerd. Dat meldt het Parool.

De krant beroept zich op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Bureau Onderzoek en Statistiek van gemeente Amsterdam. Daaruit komt naar voren dat de afgelopen tien jaar, vier procent minder leerlingen in Amsterdamse met stoornissen als autisme en ADHD, naar een speciale school gaat.

Het landelijke beeld is juist omgekeerd. Daar is er juist een groei van 30 procent te zien in het aantal kinderen dat onderwijs volgt op een school in het speciaal onderwijs. "In Amsterdam wordt heel kritisch gekeken of kinderen wel echt naar het speciaal onderwijs moeten", aldus Tonnie Haken van Stichting Orion. Wanneer er heftige incidenten voorkomen, wordt minder snel besloten het kind naar een speciale school te sturen.
Naar begin
Start unieke proef met ‘integrale school’ in Roosendaal

Bron: nsgk.nl (07-01-2013)


Vanaf 8 januari 2013 gaan kinderen met en zonder handicap in Roosendaal samen naar school. Dit is een proefproject van NSGK in samenwerking met basisschool de Kroevendonk en Mytylschool Roosendaal. Het gaat voorlopig om twee schoolklassen die het hele jaar één middag per week samen les krijgen, een unicum in Nederland.
Gescheiden werelden

In Nederland is het onderwijs voor kinderen met en zonder handicap gescheiden: de meeste gehandicapte kinderen gaan naar een school voor speciaal onderwijs. Ze leven in een aparte wereld: omdat hun school vaak ver weg is, gaan ze vroeg van huis en zijn pas ’s middags laat weer terug. Terwijl andere kinderen elkaar ontmoeten op de school in de buurt, volgen kinderen met een handicap de hele dag onderwijs samen met andere gehandicapte kinderen.


Samen naar school

NSGK vindt dat dat anders moet: de stichting wil dat kinderen met en zonder handicap als vanzelfsprekend samen spelen, leren en opgroeien. Ook de reguliere basisschool De Kroevendonk en Mytylschool Roosendaal vinden dat de scheidingwand moet worden doorbroken. Daarom gaan een aantal leerlingen van deze scholen in 2013 een middag per week samen naar school, onder de noemer ‘meet2learn’. Na de zomervakantie wordt dit mogelijk uitgebreid tot en dag per week. De leerlingen volgen vakken als muziek, theater, natuur en techniek, en later mogelijk ook rekenen en taal.


Kennis en ervaring

Uiteraard past het onderwijsprogramma binnen de wettelijke kaders en sluit het aan bij het leerniveau van de groep. Het project wordt ondersteund door onderzoeksinstituut ITS van de Radboud Universiteit Nijmegen. Bovendien worden de resultaten van het project onderzocht in het kader van de opleiding Pedagogiek van de Hogeschool Utrecht. De opgedane kennis en ervaring worden beschikbaar gesteld aan andere scholen, zodat meer scholen aan de slag kunnen met gezamenlijk onderwijs; diverse belangstellenden hebben zich al gemeld.


Naar begin

Bezuinigingen raken speciaal onderwijs

Bron: nationaleonderwijsgids.nl NOS on tour (11-01-2013)


Bezuinigingen treffen ook het speciaal onderwijs. Leerlingen met een lichte vorm van autisme en/of een andere stoornis zouden door deze bezuinigingen bijvoorbeeld mogelijk naar het regulier onderwijs moeten, in plaats van een speciale school.

Het Heer Bokel College in Rotterdam biedt speciaal onderwijs aan leerlingen in het autisme-spectrum. De school gaat pas volgend jaar bezuinigen. “Daardoor moeten meer leerlingen naar regulier onderwijs, terwijl ze eigenlijk zorg nodig hebben op speciaal onderwijs”, zegt Tamara dos Reis, plaatsvervangend locatiemanager van de school.

“Het is goed om kinderen in een zo normaal mogelijke school te laten verblijven. Maar hier zitten kinderen in kleinere klassen en hebben ze onderwijs op maat. Dat is soms hét verschil dat een leerling nodig heeft.”

Dos Reis maakt zich zorgen over de bezuinigingen op de lange termijn. “Misschien dat leerlingen thuis komen te zitten als ze naar regulier onderwijs moeten. Dat vind ik schandalig en onnodig. Uiteindelijk zal het meer geld gaan kosten als leerlingen geen diploma halen en met een uitkering komen te zitten. Dat richt ook veel schade aan de maatschappij aan.”



Logisch

Daniëlle (15) zit sinds de herfstvakantie op het Heer Bokel, daarvoor zat ze op regulier onderwijs. “Ik vind het logisch dat zware gevallen straks voorrang krijgen voor speciaal onderwijs.” Je moet volgens haar meer naar het individu kijken.

Zelf merkt ze niets van de bezuinigingen, en ze voorziet geen problemen op de school. “Er is altijd te weinig plek.” Daniëlle ging naar het Heer Bokel, omdat ze de sociale druk op haar oude school niet aankon. Dat ze nu op een speciale school zit, vindt ze wel een verbetering.

Minder aandacht

Bezuinigingen op zich zijn niet slecht, maar hóé ze worden uitgevoerd wel, zegt Tom Cuijpers, docent geschiedenis. “Er zijn steeds minder leraren met een vast contract. Bovendien krijgt elke klas er elk jaar een leerling bij. Ik begon drie jaar geleden met negen leerlingen in een klas, nu zijn het er twaalf. Dat betekent dat er minder aandacht voor elk kind is. Je moet prioriteiten stellen.”

Cuijpers zegt dat hij zelf niet bang is dat hij ontslagen wordt, omdat hij een vast contract heeft. Maar op zijn hoede is hij wel. Toch denkt hij dat het wel goed komt. Maar: “Er moet niet bezuinigd worden op leerlingen.”
Door Levi, Maarten en Tabitha
Naar begin

Ook goed gedrag moet je aanleren

Bron: sbo-spinaker.nl (Tubantia, 08-01-2013)


Gedrag van kinderen. Op school en daarbuiten. Het is een van de lastigste kwesties in het onderwijs. Op alle mogelijke manieren wordt geprobeerd om jongeren bij te sturen. Bij de Spinaker en de Tender, twee basisscholen voor speciaal onderwijs, wordt een Canadese aanpak geïntroduceerd. Opvallend kenmerk: het woordje ‘niet’ is verboden. “Je moet het gedrag benoemen wat je wilt zien”.

Hoe zorg je ervoor dat kinderen zich normaal gedragen? Hele volksstammen experts en geleerden hebben zich over dit onderwerp gebogen. Agnes Asbreuk en René Heutink, directeuren van respectievelijk de Spinaker en de Teder, zijn eruit. Met behulp van een bureau wordt op de beide SBO-scholen en op dertien gewone scholen in Enschede een geïntegreerde, schoolbrede aanpak in gevoerd die is gericht op alle leerlingen. En alle docenten.

In het kort komt het erop neer dat bij wat er ook in de leslokalen, de gangen en het schoolplein gebeurt, er in principe altijd op een positieve manier wordt gereageerd. Of zoals René Heutink het verwoordt: “”We hebben als ouderen de neiging om negatief te reageren als iets niet goed gaat. In principe moet je vier keer een schouderklopje uitdelen en een keertje verbaal optreden. Dat is de beste balans. En het woordje ‘niet’ moet je zo min mogelijk gebruiken. Het is bewezen dat het woord ‘niet’ door kinderen niet wordt opgepakt. Als kinderen door de gang rennen moet je dus niet zeggen dat ze dat niet mogen. Een betere benadering is: jongens, willen jullie door de gang lopen. Je benoem het gedrag wat je wilt zien. Niet wat je niet wilt zien. Dat is een cruciaal verschil. Iedereen op school is bij deze nieuwe aanpak betrokken. Niet alleen de kinderen en de leerkrachten, maar ook de conciërge en de ouders. Zelf de taxichauffeurs, wat veel van onze kinderen worden thuis door de taxi opgehaald. Op alle mogelijke manieren wordt gewenst gedrag gestimuleerd.”

Een ander punt is dat docent nauwelijks zichtbaar maken wat ze zeggen. Dat geldt overigens ook voor ouders. Agnes Asbreuk legt uit: “We zeggen tegen kinderen dat we respect van ze willen zien. Maar dan moeten ze wel leren wat dat inhoudt. Hoe je respect kunt tonen, wat dat betekent voor veiligheid en verantwoordelijkheid. Er moeten duidelijk andere accenten worden gelegd. In de afgelopen jaren zijn we steeds van bepaalde aannames uitgegaan, dat kinderen wisten wat goed gedrag was. Goed gedrag is niet vanzelfsprekend. Goed gedrag moet je leren. Als de implementatie van het Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS) is afgerond, dan duurt het drie jaar voordat iedereen daarnaar handelt en er goed mee kan omgaan.”

Met een speciale actie werden de ouders een tijdje terug verleid om naar een informatiebijeenkomst over deze aanpak te komen. In totaal gaven de ouders van 109 van de 135 kinderen daaraan gehoor. Een hoge score. Om zicht te krijgen op wat er waar in school gebeurt, worden systematisch gegevens verzameld. Van de ontwikkeling van leerlingen, zodat er vroegtijdig kan worden ingegrepen als zich problemen voordoen. Maar ook wanneer er incidenten zijn. “Waar gebeuren ze tijdens het speelkwartier, wanneer vinden ze plaats en wie zijn er bij betrokken?” Door die data te verzamelen kun je beter preventief inspelen op bepaalde ontwikkelingen. Weet je wat het is? Kinderen kopiëren gedrag van anderen, ook van ouderen. Als ik lachend door de school loop, zijn kinderen ook vrolijk,” verklaart de directrice van de Spinaker. “Uit de contacten met de ouders blijkt dat ze het prettig vinden om hierover te praten. Een positieve benadering helpt. Dat vinden de leerlingen zelf ook fijn. Dat merk je aan alles. Als een kind thuis een boterham met hagelslag smeert en er blijft van alles op het aanrecht liggen, dan kun je zeggen dat er een rotzooi ligt. Maar je kunt het kind ook vertellen dat het goed is dat ze zelf een boterham heeft gesmeerd en dat we samen de dingen gaan opruimen. Dan krijgt de sturing een positieve en geen negatieve lading. Je wilt immers effect sorteren in gewenst gedrag. Je geeft een hiermee ook een keuze, dan zie je ze nadenken. Dan wordt het ook opgeruimd, want de verantwoordelijkheid wordt bij het kind zelf gelegd. Maak zaken helder, beloon positief gedrag. Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken. En er zijn duidelijk omschreven consequenties die volgen op het overtreden van gedragsregels.”

De beide directeuren erkennen dat moeilijk gedrag, bijvoorbeeld pesten, bij jongens makkelijker te reguleren is dan bij meisjes. Jongens, zegt René Heutink, pakken elkaar aan en vervolgens is het over. “Ze zijn wel grenzen aan het opzoeken. Want jongens, zeker de haantjes, moeten steeds bekijken waar ze staan. Bij meisjes ligt dat anders. Daar wordt iets uitgepraat maar maanden later kan het weer de kop opsteken.”

Het is zaak dat iedereen het fijn heeft op school. Door een veilige omgeving gaan de leer prestaties omhoog. Die worden daar positief door beïnvloed. In Canada reageert het bedrijfsleven ook heel enthousiast op deze ontwikkelingen. Sterker nog, de criminaliteit daalt door de positieve aandacht. Je voorkomt daardoor dat kinderen een negatief zelfbeeld krijgen, met alle gevolgen van dien. We geven op school complimentjes aan alle leerlingen. Dat gebeurt niet standaard als ze iets goed doen. Anders wordt het een trucje en krijg je met een Pavlovreactie te maken. Het moet echt zijn, en op onverwachte momenten. Dan wordt het verinnerlijkt,” besluit Heutink.

Naar begin

Uit de Media


Nieuwe producten Passend Onderwijs bij VO-raad

Bron: vo-raad.nl (10-01-2013)


Voor scholen en samenwerkingsverbanden zijn nieuwe producten Passend Onderwijs beschikbaar: de presentaties van de in december georganiseerde themabijeenkomsten en 5 nieuwe handreikingen, brochures en modules.
De afgelopen maand heeft het Steunpunt Passend Onderwijs onder meer de volgende producten op de VO-raad website geplaatst:

  • Handreiking: De verbinding passend onderwijs en zorg voor jeugd

  • Brochure: Een passend onderwijsprogramma voor alle leerlingen in het VO

  • Brochure: De trajectgroep als ondersteuningsarrangement in het VO

  • Begrotingsmodel Bé Keizer

  • Begrotingsmodel Infinite Financieel

De komende periode wordt een aanvulling van deze lijst verwacht. Meer lezen? Klik hier.


Naar begin

Erkenning voor Dyslexie de Baas!

Bron: nationaleonderwijsgids.nl (10-01-2013)


De interventie 'Dyslexie de Baas!' is door de Erkenningscommissie Interventies erkend als theoretisch goed onderbouwd. Daarover bericht de website van het Nederlands Jeugd Instituut (NIJ).

'Dyslexie de Baas!' is een groepsgewijze training voor dyslectische jongeren (12-16 jaar) bij wie sprake is van lichte psychosociale problematiek, zoals aandachtsproblemen, somberheid, angst, verminderd geloof in eigen kunnen en problemen met leeftijdgenoten.

Doel van de training is angst- en stemmingsstoornissen voorkomen. Dit wordt bereikt door de jongeren beter te leren omgaan met dyslexie en de daarmee samenhangende psychosociale klachten.

Het trainingsprogramma bestaat uit elf groepsbijeenkomsten en een vervolgsessie. Daarnaast zijn er twee bijeenkomsten voor ouders en leerkrachten.


Naar begin

Het onderwijs van morgen volgens Luc Stevens

Bron: werkenaanonderwijs.nl (08-01-2013)


Nadat Luc Stevens (1941) in 1975 promoveerde met een onderzoek naar de effecten van de overgangsklas (een speciale klas voor kleuters met leerachterstanden), werd hij in 1981 benoemd als hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht. Na zijn emeritaat richtte hij het Nederlands Instituut voor Onderwijs en Opvoedingszaken (NIVOZ) op, waar hij momenteel directeur van is.

Stevens staat vooral bekend om zijn onderzoek omtrent het adaptief onderwijs, en zijn moderne benadering van onderwijs(beleid). ‘Eerst het kind, dan de leerling’ is het alleszeggende motto van Stevens, wiens visie zich centreert op de onvervreemdbare rechten van het kind. Niet verwonderlijk dus dat Joseph Kessels, de vorige geïnterviewde in deze reeks, hem omschreef als een man met inspirerende denkbeelden.



Onlangs schreef ik op dit blog over de structurele bezuinigingen van 50 miljoen op het leerwegondersteunend- en praktijkonderwijs. Tot grote zorg van de VO-raad worden leerlingen met een laag IQ door deze bezuinigingen naar het speciale onderwijs gejaagd. Hoe kijkt u tegen die ontwikkelen aan als orthopedagoog?

‘Daar kijken wij allemaal hetzelfde tegen aan: hoe kom je erbij! Ik ken de redenen van de politici niet, maar het is hoogst onverstandig. Op die scholen wordt gewerkt met een groep relatief kwetsbare kinderen. Het was mij logischer gebleken als de bezuinigingen niet weg waren gehaald bij het primaire proces, maar ergens anders.’

‘Onderwijs heeft een grote overhead. Er wordt veel geroepen over managers en besturen, maar die heb je wel nodig om een gecompliceerde organisatie zoals het onderwijs draaiende te houden. Maar die gecompliceerdheid wordt veroorzaakt door de overheid; de overheid stelt dusdanige eisen dat er een complexe bureaucratie nodig is om de machine draaiende te houden.’

Ook bestaat er onder leraren in het passend onderwijs de zorg dat ouders zich te veel met inhoudelijke aspecten van het onderwijs gaan bemoeien.

‘Je moet altijd zeer goed rekening houden met verkeerd begrepen autonomie van docenten. Degenen die het hardste roepen om meer autonomie, zijn vaak ook de mensen die een andere betekenis aan dat begrip verbinden dan de bedoeling is. Zij bedoelen met autonomie: laat mij maar mijn eigen gang gaan. Ik bedoel juist met autonomie dat je als leraar inderdaad verantwoordelijk bent, en dat je het inderdaad zelf moet doen, maar dat je het niet altijd alleen kan blijven doen. Wat men nastreeft is om het alleen te blijven doen, maar die tijd is voorbij. Dat is niet langer professioneel.’


Volgens u is de eerste taak van een school niet om dingen aan te leren, maar om leerlingen te motiveren zodat ze het leuk vinden om te leren. Toch ligt de focus sinds kort in het onderwijs rondom de vakken taal en rekenen: daar moet door iedere leerling veel hoger op gescoord worden.

‘Elk weldenkend mens zal het er mee eens zijn dat je naar school gaat om zo veel mogelijk te kunnen leren. Het behoort tot de vanzelfsprekendheden dat je voor alle vakken op school doet wat je kan; daar heeft niemand ooit bezwaar tegen gehad. Maar het aandringen van een minister op bepaalde vakken heeft een politiek motief. Het heeft heel weinig te maken met de wensen van leraren, leerlingen en ouders. Je kan het alleen begrijpen in het streven van de overheid om hoog in de internationale ranglijst te komen.’



De overheid wil binnen vijf jaar tot de vijf beste onderwijslanden ter wereld horen.

‘Ja, en dat is precies in overeenstemming met het huidige beleid van hogeschoolbesturen en universiteitsbesturen: de top behalen.’



Kan dat met taal en rekenen als focus?

‘Ja, want dat is hetgeen waarop wordt getoetst.’



Maar werkt het ook? Uit onderzoek blijkt dat we nog steeds onder de maat presteren vergeleken met de rest van de wereld.

‘Juist niet! Er wordt behoorlijk gepresteerd, en er is eigenlijk altijd ook behoorlijk gepresteerd. Het probleem is dat kinderen nog veel beter kunnen. En daar ligt ook de opgave voor ons allemaal: dat de onderprestatie uit ons onderwijs verdwijnt.’



Ik had uit het onderzoek begrepen dat andere landen het over het algemeen beter doen, maar dat Nederland er het best in slaagt om kinderen met een leerachterstand mee te kunnen laten komen met de rest.

‘Ja, want dat is in Nederland ook het belangrijkste. Dat is in Nederland het ethos.’



En wat is dan belangrijker, nivelleren van prestatie, of de aandacht op excellentie?

‘Allebei! Je hebt voor elk individueel kind een even grote mate van verantwoordelijkheid. Dat moet het uitgangspunt zijn, maar dat betekent wel een hele andere schoolorganisatie.’



Hoe ziet die organisatie eruit?

‘Veel flexibeler dan nu het geval is. Een organisatie waarin kinderen naar vermogen werken, en niet allemaal bij elkaar worden gezet in dezelfde klas. Dat is iets dat stamt uit de negentiende eeuw. Dat is gestandaardiseerd, maar verouderd.’



Horen in dat verouderde systeem ook de landelijke prestatie- en referentieniveaus zoals de Cito?

‘Toetsen is altijd interessant, want je moet toetsen omdat je je eigen werk moet blijven controleren. Dus dat je vergelijkt is helemaal niet zo gek. En die benchmarkgedachte is op zich ook helemaal niet zo gek. Maar die toetsing moet ten dienst staan van de verbetering van het onderwijs en de resultaten van de leerlingen. Dat is niet het geval: er wordt met de toetsen gekeken of je wel aan de maat presteert. En die maat wordt gesteld om de overheid de gelegenheid te geven om nog beter de processen te kunnen controleren. Dat is voor niemand motiverend.’

‘De onderwijsautoriteiten in de wereld zeggen over Nederland dat wij ernstig achterblijven als het gaat om (de uitgangspunten van) het onderwijsbeleid. Die uitgangspunten zijn vijftig tot zestig jaar oud. Het zijn de uitgangspunten van een land met een lager ontwikkelingsniveau dan Nederland. Wij hebben een hoog intellectueel, technologisch en cultureel ontwikkelingsniveau, en bij die geëmancipeerde burgers hoort een ander onderwijsbeleid.’

Vaak wordt bij de vernieuwing van het onderwijs(beleid) verwezen naar de situatie in Finland. Daar wordt niet zozeer gericht op de leerlingen, maar juist op de kwaliteit van de leeromgeving.

‘Pasi Sahlberg (een expert op het gebied van het geroemde Finse onderwijssysteem) komt binnenkort bij ons (het NIVOZ, red.) vertellen over de grote controlebehoefte in Nederland, de nadruk op het zetten van standaarden, en de politieke discussie over bijvoorbeeld taal en rekenen. Dat zijn eigenschappen van een land die zijn onderwijs nog moet opbouwen, waar de kwaliteit nog moet komen. Maar dat is in Nederland al bereikt. We werken met de verkeerde uitgangspunten.’

‘Waarom moet een kind dat in juni zes jaar wordt in december kunnen lezen? Waarom moet dat? Het lijkt alsof die datum met de geboorte is meegegeven. Maar het zijn juist verschillende processen die ik als leraar niet in de hand heb. Als leraar doe je alsof je alles in de hand hebt, en als het eenmaal kerst is moet een kind op een bepaald niveau zitten. Daardoor ontstaat er een spanning en teleurstelling die eigenlijk helemaal niet nodig is. We moeten die standaard laten vallen. Leren lezen zo snel als je kan, maar niet sneller dan mogelijk.’

Met andere woorden: meer aandacht voor het individu.

'Natuurlijk. En dan spreken we over passend onderwijs.'



Een vraag waar wij altijd mee afsluiten: hoe ziet u het onderwijs van morgen?

'Ik heb een ideaalbeeld van een school die de standaardisatie loslaat en kinderen en leraren de mogelijkheid en ruimte geeft om zich te ontwikkelen naar vermogen. Anders gezegd: onderwijs waarin standaardisatie wordt doorbroken, en waar sprake is van een flexibeler systeem waar iedereen zich meer tot zijn recht voelt komen omdat er meer ruimte is. Ik zie onderwijs voor me waarin iedereen zijn eigen mogelijkheden kan ontwikkelen. Waar leraren dichter bij de leerlingen staan; niet langer voor de klas, maar naast de leerling. In dit onderwijs wordt de leraar ondersteund door de mondige leerling, die vertelt wat hij nodig heeft om iets te bereiken. Nu schrijft de methode de leraar voor wat de kinderen nodig hebben om hun doel te bereiken, maar dat kan niemand inschatten. Een kind kan je dat zonder problemen zo vertellen of laten zien.'



Naar begin
Agenda


Voor schoolleiders: Competenties en Passend onderwijs (Personeel)

Datum: 20 maart 2013

Thema: Personeel

Sector: Primair onderwijs

Doelgroep: Directeur / schoolleider, Startende schoolleider, Bovenschools manager, Eindverantwoordelijken, Adjunct directeur, Bovenschools managers en directieleden.

Doel: Het opstellen van competentieprofielen op bestuurs- en/ of schoolniveau en deze procesmatig binnen de organisatie implementeren naar aanleiding van een trajectplan. Het trajectplan beschrijft de wijze waarop de organisatie op weg is naar het verhogen van de kennis en vaardigheden om Passend onderwijs vorm te geven.

Inhoud: Wat heeft de leerling nodig aan kennis en vaardigheden om succesvol te zijn? Wat heeft de leerkracht nodig aan kennis en vaardigheden om succesvol te zijn? Passend onderwijs vraagt om meer handelingsbekwaamheid van leerkrachten. Maar wat moet een leerkracht (minimaal) kunnen om optimaal te kunnen inspelen op de specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen? En hoe realiseert u binnen de organisatie, dat de kennis en vaardigheden van de (individuele) leerkrachten toenemen?

Vorm: We werken aan het opstellen van competentieprofielen – afgestemd op bestuurs- en/of schoolniveau – en een trajectplan om de handelingsbekwaamheid structureel te verhogen.

Resultaten: Aan het einde van de training heeft u voor uw organisatie de eerste aanzet van een competentieprofiel beschreven en heeft u een plan van aanpak opgesteld om dit te implementeren.

NSA Bekwaamheidseisen: Organisatiebeleid en -beheer, Organisatieontwikkeling, Competent in het ontwikkelen, aansturen en begeleiden van het primaire proces, Interpersoonlijk competent, Aansturen van professionals, Intrapersoonlijk competent

Meer info en opgeven: klik hier.
Naar begin


Diverse cursussen rondom Autisme

Centrum Autisme, Rivierduinen in Oegstgeest biedt in 2013 diverse cursussen rondom autisme. Enkele voorbeelden:



  • Vervolgcursus autisme basisonderwijs

  • Vervolgcursus autisme voortgezet onderwijs

  • Autisme in SBO en ZMLK

  • Autisme en bewegingsonderwijs

De kosten zijn tussen de €120,- en €180,-. Meer info en aanmelden via www.rivierduinen.nl/centrumautisme
Naar begin

(Hoog)begaafde leerlingen / leraar als sleutel tot succes

Excelleren in het vo: (hoog)begaafde leerlingen. En: De leraar als sleutel tot succes voor alle leerlingen. Sectorraad VO nodigt je van harte uit!



Datum: donderdag 23 januari 2013

Doelgroep: Havo/vwo ¡V docenten
Gastsprekers: Anne-Marie Boers-Muller & Hans van Dinteren
Wanneer: Donderdag 24 januari 2013
Agenda:
16.15 uur inloop met koffie
16.45 uur aanvang programma: Excelleren in het voortgezet onderwijs.
18.00 uur brood + soep
18:45 uur vervolg programma: De leraar als sleutel tot succes.
19:45 uur einde bijeenkomst
Locatie: Kantoor CNV Onderwijs, Tiberdreef 4, Utrecht (direct naast NS-station Utrecht Overvecht)
Aanmelden: voortgezetonderwijs@cnvo.nl o.v.v. 'bijeenkomst Utrecht' (uiterlijk woensdag 9 januari 2013)

Info: www.cnvo.nl
Naar begin

Lees verder

Halfmaandelijks overzicht toegankelijk via MijnCNVO (herhaling)



Deze nieuwsbrief wordt samengesteld op basis van een halfmaandelijks overzicht dat op verzoek van de Stuurgroep Passend Onderwijs wordt samengesteld. Niet alle berichten kunnen altijd geplaatst worden. Voor geïnteresseerden zijn overzichten toegankelijk via ‘MijnCNVO’. Als je onder ‘Vul je gegevens aan’ ook het vinkje bij ‘passend onderwijs’ aan hebt staan, dan krijg je onder ‘Verenigingsnieuws’ toegang tot de betreffende overzichten.







Naar begin



: fileadmin -> user upload
user upload -> Wedderveer “Uitgestrekte buurt in de gemeente Bellingwedde tussen Blijham en Wedde aan de westoever van de Westerwoldsche Aa; aan de overkant ligt het recreatieoord Wedderbergen (camping).
user upload -> Verslag Werkatelier Eiland van Schalkwijk
user upload -> Bijwerken rijksregister bestand algemeen 1 definities opbouw structuur bijwerking
user upload -> Persdossier haring
user upload -> Symposium on the Rwandan Genocide: Remembrance & Reflection on the aftermath
user upload -> Een stukje over de geschiedenis van de club
user upload -> Herfstvakantie van 13 T/M 20 oktober
user upload -> Formulier verklaring vakbondslidmaatschap voor maandelijkse werkgeversbijdrage in de vakbondscontributie
user upload -> Winschoterhoogebrug
user upload -> Maandelijks juli 2010 nr. 7 Business Cooperation Newsletter




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina