Nooit meer oorlog?



Dovnload 127.69 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte127.69 Kb.


Nooit meer oorlog?
LEERPLAN:

Basisattitudes:

0.1 Kinderen willen meer te weten komen over de wereld in al z’n dimensies, hier en elders, vroeger en nu.

0.4 Kinderen leven waardengericht.

0.5 Kinderen werken samen.

0.6 Kinderen drukken zich zo verstaanbaar mogelijk uit en benoemen waar mogelijk de dingen correct.

0.7 Kinderen kunnen en durven problemen aanpakken.

0.8 Kinderen ontwikkelen tot autonome leerders.

Basisvaardigheden:

0.9 Kinderen kunnen nauwkeurig waarnemen met al hun zintuigen.

0.10 Kinderen kunnen vragen stellen waarvan de antwoorden onderzoekbaar of opzoekbaar zijn.

0.13 Kinderen kunnen informatiebronnen op een doeltreffende manier hanteren.

0.15 Kinderen kunnen verslag uitbrengen over hun bevindingen.

Mens en levensonderhoud

1.8 Kinderen beseffen dat welvaart ongelijk verdeeld is.



Mens en zingeving

2.5 Kinderen zien in dat elke mens ‘iemand’ is, ‘iets betekent’, en op de een of andere wijze blijft voortleven in de herinnering van anderen.



Mens en het muzische

3.6 Kinderen combineren woord, beweging, beeld, drama, muziek,… om de ervaringen rond een thema of project naar anderen te communiceren.



Mens en medemens

4.2 Kinderen ontwikkelen vertrouwen in eigen mogelijkheden:

- doorzetten als ze taken uitvoeren.

- geloven in wat ze al kunnen.

- iets wat ze nog niet kunnen, zien als een uitdaging om bij te leren.

4.5 Kinderen kunnen zich verplaatsen in de gedachten, gevoelens en waarnemingen van anderen en houden daar rekening mee.

4.6 Kinderen kunnen zich als persoon present stellen.

4.9 Kinderen kunnen leiding volgen of meewerken.

4.10 Kinderen kunnen leiding geven.

4.11 Kinderen kunnen een ander helpen door zich dienstbaar op te stellen.

4.12 Kinderen kunnen hulp vragen en zorg aanvaarden.

Mens en samenleving

5.2 Kinderen zien in dat elke groep eigen doelen nastreeft, wat tot conflicten kan leiden.

5.10 Kinderen zien in dat er binnen onze samenleving instellingen zijn die de kwaliteit van het samenleven trachten te bevorderen.

5.11 Kinderen zien in de (groepen van) mensen en instellingen vaak macht en/of gezag uitoefenen.

5.14 Kinderen zien in dat er een onderscheid is tussen democratische en andere leiderschapsstijlen.

5.15 Kinderen gaan democratisch om met macht.



Mens en tijd

8.14 Kinderen beseffen dat er naast een heden ook een verleden en een toekomst zijn.


LESDOELEN:

Cognitief:

  1. De leerlingen kunnen verwoorden wat het woord oorlog bij hen oproept.

  2. Enkele landen kunnen noemen waar er vandaag oorlog is.

  3. Uitleggen dat er verschillende soorten van oorlog zijn.

  4. Kunnen verwoorden wat een burgeroorlog is.

  5. Oorzaken kunnen opnoemen voor een oorlog.

  6. Een korte toelichting kunnen geven over een opgelegd onderwerp aan klasgenoten.

  7. Verwoorden wat vluchtelingen zijn.

  8. Uitleggen wat blauwhelmen zijn.

  9. Uitleggen wat de gevolgen van het gebruik van landmijnen zijn.

  10. Voorbeelden kunnen geven van hulporganisaties.

  11. Uitleggen wat kindsoldaten zijn.

Dynamisch-affectief:

  1. Neerschrijven en verwoorden welke gevoelens het geluid van oorlog bij hen oproept.

  2. Kunnen samenwerken met leeftijdsgenoten.

  3. Zich kunnen inleven in de gevoelens van kinderen die een oorlog meemaakten.

  4. Manieren opnoemen om conflicten op te lossen.

  5. Een vredeswens kunnen vertalen in beelden.

Psychomotorisch:

  1. Een gepaste houding kunnen aannemen bij het geven van een uitleg voor de klas.

  2. Een goede luisterhouding aannemen.

  3. Bij het tekenen een goede bladvulling gebruiken.


MEDIA:

  • Cd-speler

  • Oorlogsgeluiden.

  • Wereldkaart

  • Leesteksten met vragen:

    • Kinderen en oorlog

    • Op de vlucht voor geweld

    • De Verenigde Naties

    • Moordende mijnen

    • Hulporganisaties

  • Foto’s die horen bij de leesteksten.

  • Werkblad: Nooit meer oorlog?

  • Test over oplossen conflicten.

  • Leestekst interview met een kindsoldaat.

  • Tekenpapier

  • Kleurpotloden, stiften.


BRONNEN:

  • BENNET, P. Oorlog. S.O.S.. Harmelen, 1999.

  • www.kennisnet.nl : informatieblad: kinderen en oorlog

  • www.unicef.be: Laat kinderen in vrede leven. (http://www.unicef.be/MFiles/pedagogisch%20dossier%202005%20NL.pdf )

  • www.doktersvandewereld.org/kids


BIJLAGEN:

  • Leesteksten

  • Werkbladen

  • beeldmateriaal



Lesdoelen

INHOUD EN DIDACTISCHE WERKVORMEN


Tijd

Media

12


Inleiding:

Confrontatie:

De leerlingen nemen een cursusblaadje en een balpen of pen. Ik vertel hen dat ik iets zal laten horen.

Ik vraag de leerlingen om hun ogen te sluiten en hun hoofd op de bank te leggen.

Als het geluid stopt mogen ze niets zeggen maar schrijven ze op hun cursusblad wat ze denken gehoord te hebben, waaraan ze dachten en hoe ze zich hierbij voelden. Ze moeten gewoon woorden opschrijven, geen zinnen.

Ik laat het geluid horen van geweerschoten en explosies (het geluid van oorlog).

Exploratie:

De leerlingen schrijven neer waaraan ze dachten toen ze het geluid hoorden.

Ik vraag wie er wil vertellen wat er op zijn blad staat.

We bespreken in een klasgesprek wat ze gehoord hebben en hoe ze zich hierbij voelden.

We komen tot de conclusie dat dit het geluid was van oorlog.
De leerlingen vertellen wat volgens hen oorlog is. We maken samen een woordschilderij aan de buitenzijde van het bord. Er komen telkens drie leerlingen naar voor die iets opschrijven.



10’

Cd –speler

Oorlogsgeluiden

Pen en cursusblad

5’

Bord



1

2



3

4

5



14

7

8



9

10
6

13

17

18


11

7

15


9

10





Kern:

Onderzoek:

Wat is oorlog?

In een eerste klassikale lesfase wordt de leerlingen een algemeen beeld gegeven van wat oorlog is.
We houden een klasgesprek over oorlog. Ik kan volgende vragen stellen om het gesprek op gang te krijgen/houden:


  • Hoe komt het dat er soms oorlog is?

  • Wanneer was er hier bij ons oorlog?

  • Welke dag was het zondag? (11 november) Wat herdenken we dan?

  • Sterven enkel soldaten tijdens een oorlog?

  • Is er vandaag ook oorlog in de wereld?

  • Ken je landen, gebieden waar er nu oorlog is?

Ik open het bord. Hierop hangt een wereldkaart. Ik heb een lijstje bij van de landen waar er de laatste 10 jaar (+/- hun leeftijd) oorlog was of nog steeds is. Ik duid de landen met een uitwisbare stift aan op de kaart. De leerlingen tellen mee terwijl ik kruisjes zet.


Ik leg uit dat er verschillende soorten oorlog zijn:

  • Een strijd tussen landen. Hier vechten de legers van beide landen tegen elkaar: vb. de eerste en tweede wereldoorlog, de oorlog die er in de zomer van 2006 was tussen Israël en Libanon (ik toon de landen op de kaart).

  • Burgeroorlog: de meeste oorlogen vandaag zijn evenwel burgeroorlogen. Ik schrijf het woord aan bord. Ik vraag welke twee woorden ze hierin lezen. Burger en oorlog. Wat is een burger? Vb. wij zijn allemaal burgers, gewone inwoners van België. Een burgeroorlog is een strijd tussen groepen van mensen. Vaak wonen zij in hetzelfde land of gebied. De leiders van de groepen roepen de bevolking op om een kant te kiezen en tegen elkaar te vechten. Vb. in Soedan, in de regio Darfour strijden twee bevolkingsgroepen tegen elkaar. (ik toon het land op de kaart.) Turkije vecht vandaag tegen Koerden.

  • (Terrorisme: mogelijk wordt dit door leerlingen in de klasgesprekken aangehaald als een vorm van oorlog. Indien dit zo is, ga ik hier ook kort op in. Terrorisme is een vorm van oorlog in die zin dat het ook om gewapend geweld gaat. Bepaalde groepen proberen hun mening door te drukken door anderen angst aan te jagen met aanslagen op gewone mensen.)

Ik noteer tijdens de uiteenzetting de twee soorten oorlogen aan bord:

Er zijn ook verschillende redenen waarom er oorlog gevoerd wordt. (Mogelijk werden er reeds redenen aangehaald door leerlingen in de klasgesprekken. Zo ja, dan kom ik er hier op terug.)



  • Omdat een land meer land of macht wil en daarom een ander land binnenvalt. Vb. tijdens de tweede wereldoorlog viel Duitsland andere landen aan.

  • Soms vecht men voor een bepaald gebied omdat daar veel rijkdom te vinden is zoals olie, goud of diamant. We noemen dit natuurlijke rijkdommen. In Congo werd bijvoorbeeld al vaak strijd geleverd om de gebieden te veroveren waar kostbare grondstoffen zoals diamant, goud, zilver, … te vinden zijn.

  • Er kan ook oorlog uitbreken omwille van een meningsverschil over politiek, geloof, cultuur,... Vb. in Pakistan is er vaak geweld tussen moslims, hindoes en christenen.

Ik noteer tijdens de uiteenzetting de drie redenen aan bord:

instructie complementair groepswerk:


We weten nu al meer over wat oorlog is en waarom hij ontstaat. Ik heb evenwel nog een aantal vragen waarop ik graag een antwoord wil.
Ik hang een flap aan het bord met daarop volgende vragen:

1e Hoe beleven kinderen een oorlog?

2e Wat zijn vluchtelingen?

3e Wat doen blauwhelmen?

4e Waarom zijn mijnen vreselijke wapens?

5e Wie helpt er tijdens een oorlog?


Het antwoord op deze vragen zullen de leerlingen zelf moeten vinden.

Om ze allemaal op te lossen gaan we in groepjes aan het werk. Elk groepje zal zich bezig houden met 1 vraag en zal daarna aan de rest van de klas vertellen wat hij geleerd heeft.


Er zijn vier groepjes van vier leerlingen en een van vijf.
Elke groep krijgt een tekst over het onderwerp. Bij de tekst zitten ook richtvragen die de leerlingen met elkaar kunnen bespreken en die hen helpen bij het uitwerken van hun voorstelling. (zie bijlage)

Ze krijgen ook enkele afbeeldingen, die ze kunnen gebruiken bij de voorstelling.


Tijdens het groepswerk loop ik rond tussen de groepen en geef waar nodig extra uitleg.
Communicatie:

Elke groep doet zijn voorstelling voor de klas.

Na elke voorstelling van de leerlingen volgt een activiteit waarbij het onderwerp verder wordt uitgediept.

(Hierna keren we terug naar de vraag zoals die op de flap op het bord staat. Ik laat een leerling een antwoord formuleren op die vraag.)

Volgende activiteiten komen aan bod:
1 – Wat is een kindsoldaat?

We lezen in de klas het interview met Célestin. Een voormalige kindsoldaat uit Congo.

Hierna bespreken we de drie vragen onderaan de tekst.

2 – Ook bij ons worden vluchtelingen opgevangen. Kent er iemand hier in de buurt zo een plaats?

Mogelijk halen de leerlingen zelf aan dat er in de naburige gemeente een opvangcentrum voor vluchtelingen is.

Is iemand van jullie daar al is geweest? Kan je daar eens over vertellen?

Eventueel geef ik zelf wat toelichting.

3 – Ik wijs er op dat we het al de hele tijd over grote conflicten, oorlogen hebben. Maar voor het

oplossen van zo een conflict is vaak net hetzelfde nodig als voor het oplossen van kleine conflicten, ruzies. Waarover hebben jullie soms een conflict?

Hoe gaan jullie om met conflicten? Iedereen krijgt een test en vult deze individueel in.

We bespreken de resultaten.

We houden een rollenspel waarbij twee leerlingen een conflict hebben en een derde bemiddelt.

Ik probeer hen hierdoor duidelijk te maken dat de VN ook de rol van bemiddelaar op zich neemt en er voor probeert te zorgen dat de partijen praten om tot een oplossing te komen.

4 – Ik vertel de leerlingen over hoe zelfs in ons land nog mijnen en bommen uit de eerste en tweede wereldoorlog opduiken. In West-Vlaanderen (waar heel zwaar gevochten is) vinden boeren heel vaak nog wapentuig op hun veld. We bespreken wat je moet doen als je ooit een bom tegenkomt.

5 – We houden een onderwijsleergesprek over hulporganisaties. Welke organisaties ken je nog? Hoe kunnen wij zelf helpen?

5’


5’

Bord


Wereldkaart

7’

Bord



8’

Bord


15’

Teksten met vragen

Foto’s

50’


Tekst interview met Célestin

Werkblad met test.






Verwerking:
Essentie:

Om al wat we tot nog toe geleerd hebben te kunnen onthouden, schrijven we het belangrijkste neer op een werkblad.

Het invullen van dit werkblad gebeurt klassikaal.

De algemene inleiding over oorlog en de vijf onderzochte vragen komen hierin aan bod.




20’


16


19

Slot:

Engagement:

Na al deze verhalen over oorlog en geweld, waar denk je dat alle mensen eigenlijk naar verlangen?

Vrede.

Wie weet er welke dag het zondag was?



11 november

Wat herdenken we dan?

De wapenstilstand.

Eigenlijk willen we op die dag ook de wens uitdrukken dat er nooit meer oorlog zou komen. Zoals we vandaag gezien hebben is er evenwel nog veel werk aan de winkel.


Aan het einde van deze les over oorlog, gaan wij een vredeswens op papier zetten. We gaan deze wens niet opschrijven maar we gaan deze tekenen.

Wat zou je zoal kunnen tekenen als vredeswens?

Mogelijke antwoorden: geweer met kruis door, mensen hand in hand,…

Kennen jullie symbolen die gebruikt worden voor vrede?

Vredesduif, V-teken met de hand , cirkel met drietand
Als we deze vredeswensen getekend hebben, stoppen we die niet zomaar in onze bank. We kunnen ze beter sturen naar iemand die iets met de boodschap kan doen. Naar wie zouden we onze vredeswens kunnen sturen?

Ik laat de leerlingen hierover voorstellen doen. Ik breng hen op mogelijke ideeën door te verwijzen naar een hulporganisatie (om hen te bedanken), iemand die macht uitoefent (onze minister van buitenlandse zake, de premier, voorzitter VN,…)

We proberen met de klas een geschikte bestemmeling te vinden.
Twee leerlingen die hiertoe bereid zijn mogen samen proberen een brief te schrijven die met de wensen verstuurd zal worden.
De wensen worden ook effectief verstuurd.

25’

Lees beide verhalen van kinderen die een oorlog meemaakten. Kies er met je groep eentje uit dat je zal vertellen aan de klas. Je zal ook moeten vertellen waarom je dit verhaal koos.
Hani, elf jaar - Palestina


“Het schieten begint wanneer ik slaap. Ik ben erg bang en nog meer wanneer de elektriciteit uitvalt. Ik roep mijn moeder en zij zegt dat ik niet bang hoef te zijn en op de grond moet blijven liggen. Als het schieten is afgelopen, trilt mijn hele lichaam nog door. Ik kan niet meer praten en het enige wat ik nog kan doen is heel snel ademhalen waardoor mijn hart nog sneller gaat slaan.

Elke nacht heb ik nachtmerries. Ik droom dat ze op mij schieten en dat ik geraakt wordt door kogels: één in mijn bovenbeen, één in mijn pols, één in mijn hoofd, één in mijn borst, en dan een vijfde en een zesde en zo door. En ik word maar niet wakker! Daarna zie ik een tank die ons huis binnenrijdt en begin ik te gillen, want hij wil mij verpletteren. En daarna hoor ik de stem van mijn moeder die zegt: 'Hani, Hani, mijn schatje, het is maar een nachtmerrie.' Elke nacht heb ik weer dezelfde nachtmerrie.”



Amina, acht jaar – Tsjetsjenië

In september 1999, toen de oorlog begon, ging Amina nog steeds naar school in Grozny. De inwoners hoopten dat de oorlog niet lang zou duren. Op 8 oktober was Amina nog op school toen vliegtuigen de hele stad begonnen te bombarderen.



"Het hele schoolgebouw trilde en de kracht van de explosie brak alle ramen. Het leek net een aardbeving, maar aan het oorverdovende geluid konden wij horen dat er gebombardeerd werd. We waren allemaal in shock en we keken naar de leraar die de het allemaal onder controle probeerde te houden. Maar er was chaos in de schoolgangen; iedereen huilde, schreeuwde, probeerde weg te rennen. Op weg naar huis kwam ik mijn moeder tegen die naar me op zoek was.
Het bombarderen begon een paar dagen later opnieuw: een vreselijk geluid. Ramen en daken werden opgeblazen. Een bom viel op het huis van onze buren waar een grote familie woonde. Ik kende alle kinderen, ze waren mijn vrienden. Vier zijn gestorven en de ouders en de andere kinderen waren zwaargewond. We konden het vreselijke geschreeuw van de slachtoffers horen."

Kort daarna vluchtte Amina met haar familie naar het buurland Ingoesjetië. Het leven werd rustiger, maar Amina’s nachtmerries bleven duren.



Op de vlucht voor het geweld

Als er oorlog is, moeten kinderen vaak met hun ouders en familie op de vlucht voor het geweld. Dikwijls komen ze terecht in een buurland waar het veiliger is.

Voor die veiligheid betalen ze vaak een hoge prijs. De kinderen worden dakloos. Vaak worden ze opgevangen in vluchtelingenkampen. Daar moeten ze soms jaren blijven. De hoop om terug te kunnen keren naar hun eigen land wordt dan steeds kleiner.

In de kampen zijn ze afhankelijk van voedselhulp. Vaak is de hygiëne er slecht zodat er veel kinderen ziek worden. Je zou denken dat de mensen in de vluchtelingenkampen elkaar zouden helpen. Ze zijn immers allemaal slachtoffer van de oorlog. Maar dat is niet het geval. Bij de uitdeling van voedsel komt het voor dat de sterkere mensen en de mannen de vrouwen en kinderen wegduwen.

Er gaan meer kinderen dood tijdens de vlucht en in de opvangkampen dan er kinderen tijdens de gevechten sterven. Op dit moment zijn er twee miljoen kinderen op de vlucht of wonen ergens anders omdat ze niet naar hun eigen huis terug kunnen.


  1. Waar komen veel vluchtelingen terecht?

  2. Hoe is het leven voor kinderen in vluchtelingenkampen?

  3. Waarom denk je dat mensen elkaar niet altijd helpen in vluchtelingenkampen?

De Verenigde Naties

De Verenigde Naties (VN) is een organisatie die is opgericht na de Tweede Wereldoorlog in 1945. Verschillende landen verenigden zich om van dan af samen te werken.

Vandaag zijn de meeste landen van de wereld lid van de Verenigde Naties. Binnen de VN houdt één raad zich in het bijzonder bezig met het zorgen voor vrede. Dit is de Veiligheidsraad.

Deze probeert meningsverschillen tussen groepen op te lossen voor er oorlog van komt. Hij treedt dan op als bemiddelaar. Wanneer er toch oorlog uitbreekt, probeert de raad onschuldige burgers te beschermen door beschermde gebieden aan te duiden in oorlogsgebieden. Als er na een oorlog vrede gesloten wordt, dan kijkt de Veiligheidsraad er op toe dat de afspraken worden nageleefd. De Veiligheidsraad kan ook straffen uitspreken tegen landen die oorlog voeren. Ten slotte zorgt hij er in conflictgebieden ook voor dat verkiezingen eerlijk en zonder geweld verlopen.

De VN-soldaten kan je herkennen aan hun blauwe helmen. Deze soldaten komen uit landen die lid zijn van de VN. Ook Belgische soldaten werken soms voor de VN. De blauwhelmen worden gebruikt voor het bewaken van de vrede. Ze zijn gewapend, maar ze mogen deze wapens alleen maar gebruiken als ze zichzelf moeten verdedigen.





  1. Wat doet de Veiligheidsraad?

  2. Wat zijn blauwhelmen?

Moordende mijnen
Landmijnen zijn explosieven die in oorlogsgebieden in de grond zijn gestopt. Ze ontploffen door er op te stappen. Het zijn eigenlijk wapens tegen soldaten, maar ze vormen een gevaar voor onschuldige mensen, lang nadat de oorlog voorbij is.

Vooral kinderen lopen gevaar wanneer er landmijnen zijn. Ze rennen rond en spelen op land waar mijnen zijn gelegd. Ze zijn klein, dus hun lichaam is dicht bij de plek waar de ontploffing plaatsvindt. Dat betekent dat zij vaak ernstiger gewond raken dan volwassenen.


Hulporganisaties proberen slachtoffers van mijnen te helpen. Ze organiseren werkplaatsen waar protheses gemaakt worden. Een prothese is een vals been van hout of metaal. Hierdoor kunnen gewonden opnieuw leren lopen.

Er liggen ongeveer 119 miljoen mijnen in 71 landen over de hele wereld.

Het opruimen van mijnen is een enorme klus. Speciaal opgeleide mensen wagen hun leven om ze uit te graven en onschadelijk te maken. Vele landen steunen het opruimen van mijnen maar elk jaar worden er in oorlogsgebieden over de hele wereld weer twee miljoen nieuwe mijnen gelegd.

De enige oplossing voor het probleem van landmijnen is ze te verbieden, zodat niemand er nog gebruik van maakt.





  1. Wat zijn landmijnen?

  2. Waarom zijn landmijnen zo een gevaarlijke wapens?

  3. Wat is een prothese?

Hulporganisaties
Gelukkig zijn er organisaties die zich het lot van de mensen in oorlogsgebieden aantrekken. Deze hulporganisaties proberen de nodige hulpgoederen tot bij de bevolking te krijgen. Dit kan heel gevaarlijk zijn. De medewerkers van de hulporganisaties zitten soms midden tussen de gevechten.
Een van de grootste en bekendste hulporganisaties is het Rode Kruis. In bijna elk land van de wereld is er een Rode Kruis vereniging. Deze staan steeds paraat om te helpen wanneer er een ramp gebeurt.

Een oorlog is zo een grote ramp dat het Rode Kruis van het oorlogsgebied vaak de hulp nodig heeft van het Rode Kruis uit andere landen. Deze sturen hulpgoederen naar het oorlogsgebied. Deze hulpgoederen kunnen bestaan uit voedselpakketten en uit spullen zoals tenten, dekens en kleding. Daarnaast gaan ook dokters verpleegsters en andere hulpverleners van het Rode Kruis helpen om gewonden te verzorgen.

Na afloop van de oorlog blijft het Rode Kruis meestal ter plaatse om te helpen bij de heropbouw van het land. Het zorgt er ook voor dat kinderen na de oorlog hun familie terugvinden. Vaak raakten ze tijdens de vlucht gescheiden van hun ouders.
Ken je de verschillende symbolen van het Rode Kruis?.



  1. Wat zijn hulporganisaties?

  2. Hoe helpt het Rode Kruis in oorlogsgebieden?

Naam:




Nooit meer oorlog?
Wat is oorlog?
Oorlog is een gewapende strijd tussen mensen.

Er zijn verschillende soorten oorlogen. Soms is er een strijd tussen twee of meer _______________. Een voorbeeld van zo een oorlog is de Tweede Wereldoorlog. Toen waren verschillende landen, waaronder België in oorlog met Duitsland.

Vandaag zijn de meeste oorlogen _____________________. Hier wordt strijd geleverd tussen verschillende groepen binnen één land. Veel van deze oorlogen vinden plaats in de armste landen van de wereld.
Oorlogen breken uit om allerlei redenen.

1e Men kan vechten om meer _____________ of _____________ te veroveren.

2e Er kan oorlog zijn over de ______________ rijkdommen van een gebied, zoals goud, olie of diamant.

3e Oorlog kan ook uitbreken omdat er een ________________________ is tussen groepen, bijvoorbeeld over geloof.


Kinderen en oorlog
Een oorlog maakt vele onschuldige slachtoffers. Vele daarvan zijn kinderen. Sommige raken gewond. Anderen ontsnappen hieraan maar dragen ook de gevolgen van het geweld, zelfs als de oorlog voorbij is. Ze zijn angstig en hebben vaak familieleden en vrienden verloren.

Er zijn ook kinderen die moeten meevechten in de strijd. We noemen hen ____________________.





Vluchtelingen

Tijdens een oorlog gaan vele mensen op de vlucht voor het geweld. Zij komen vaak terecht in ________________________________.

Hoewel ze de steun krijgen van hulporganisaties is het leven er niet gemakkelijk.

Sommige mensen vluchten heel ver weg van hun land van herkomst. Zo komen zij soms in ons land terecht. Hier worden ze opgevangen in een ____________________________. Er is zo een centrum in Alsemberg.




De Verenigde Naties
De Verenigde Naties (VN) is een organisatie waarvan de meeste landen lid zijn. De _________________raad van de VN probeert oorlogen te voorkomen of op te lossen.

De soldaten van de VN noemen we _________________________. Zij komen uit de verschillende lidstaten van de VN.


Gevaarlijke mijnen
Landmijnen zijn vreselijke wapens. Ze maken nog slachtoffers lang nadat de oorlog voorbij is. Slachtoffers van landmijnen zijn vaak ______________.

Dankzij een ________________ kunnen ze terug leren lopen.




Hulporganisaties
Hulporganisaties proberen mensen in oorlogsgebieden te helpen. Ze doen dit door hulpgoederen te leveren en door gewonden te verzorgen. Vaak blijven ze ook na afloop van het conflict om te helpen bij de heropbouw van het land.

Een heel gekende organisatie is het Rode Kruis.

Ken je nog organisaties die helpen tijdens een oorlog?










INTERVIEW MET EEN KINDSOLDAAT
Journalist: Kan je jezelf voorstellen?

Célestin: Ik ben Célestin, een jongen van 14 jaar.

Journalist:Waar kom je vandaan?

Célestin: Ik woon in Congo en kom van een dorp niet ver van Bunia.

Journalist: Heb jij oorlog van dichtbij meegemaakt in jouw land?

Célestin: Ja, twee jaar geleden werd mijn papa vermoord in een aanval op ons dorp. Ik heb dan thuis in het huishouden geholpen tot een groep gewapende soldaten mij meenam.

Journalist:Wat is er dan gebeurd?

Célestin: Ze hebben me twee jaar aan het werk gezet in het leger. Het was hard. We werden constant geslagen en we hadden weinig te eten.

Journalist:Waren er ook andere kinderen?

Célestin:We waren met 15 jongens en er waren ook 5 meisjes.

Journalist:Wat moesten jullie doen?

Célestin:We moesten vechten. Ik werd opgeleid als bodyguard en getraind om te doden. Ze zeiden dat ik de vijand eerst moest doden, anders zou de vijand mij

doden. Daarom ben ik met wapens leren omgaan.



Journalist: Hoe leerden ze dat jou?

Célestin: In het begin moesten we oefenen, lopen en rollen met houten stokken. Het was zwaar: elk ochtend moesten we heel lang lopen. Als we moe werden en het niet snel genoeg ging, kregen we slaag. We waren vaak doodop en hadden honger.

Journalist: Denk je er nog vaak aan?

Célestin: Ja, één van mijn vrienden werd voor mijn ogen neergeschoten en viel op de grond. Ik was enorm bang.

Journalist:Wat doe je nu?

Célestin: Mijn commandant hoorde op de radio over de ontwapening en dat kinderen geen oorlog meer mochten voeren. Toen liet hij me gaan. Ik ben gevlucht

naar een opvangcentrum van UNICEF voor kindsoldaten. Met de hulp van UNICEF heb ik mijn mama en mijn zussen teruggevonden. Nu ben ik terug thuis en ga ik naar school. Ik droom ervan om dokter te worden.


1. Waarom gebruiken gewapende groepen kinderen om mee te vechten in de oorlog?

2. Houdt Célestin van oorlog? Waarom wel of niet volgens jou?

3. Wat denk je dat er zou gebeuren als er oorlog kwam in België? Hoe zou jouw leven veranderen?

Als ik een conflict heb met iemand reageer ik zo

(zet een kruisje in het juiste vakje):







NOOIT

SOMS

DIKWIJLS

1 Ik ga met mijn tegenstander op de vuist.










2 Ik probeer de vrede te bewaren en overeen te komen.










3 Ik verhef mijn stem en word boos.










4 Ik lach, ik spot, ik hou hem voor de gek.










5 Ik negeer de andere en spreek niet meer met hem.










6 Ik probeer de andere te begrijpen.










7 Ik vraag hulp aan iemand anders.










8 Ik praat over mijn gevoelens.










9 Ik kruip met veel verdriet in een hoekje.










10 Ik overtuig anderen van mijn gelijk en probeer ze aan mijn kant te krijgen.










Ik reageer op nog een andere manier (vul aan!)










11.










12.










13.












Bespreek met de klas welke reacties je de beste vindt om conflicten te vermijden en conflicten op te lossen.

Beeldmateriaal (elke foto wordt op A4 formaat meegebracht)






Kinderen in een vluchtelingenkamp in Ingoestetië









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina