Nordic walking tocht mie pieters 20 februari 2011. Start bij Mie Pieters. Laag-Heukelomseweg 13 in Heukelom



Dovnload 39.15 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte39.15 Kb.
NORDIC WALKING TOCHT MIE PIETERS 20 FEBRUARI 2011.


  1. Start bij Mie Pieters. Laag-Heukelomseweg 13 in Heukelom.

  2. bij de brug over de Leij

3, bij bord Sparrendreef, rechts af

steeds links aanhouden op de gemaaide paden

bij bord Sparrendreef, linksaf zandpad volgen


  1. kruising Sparrendreef- Hoevenseweg

Rechtsaf fietspad volgen

  1. op fietspad rechts af bij knooppunt 98, volg richting 96

  2. op driesprong bij knooppunt 96 links af, volg richting 95

7. zie rechts het Baksven

8. bij richtingspijl, links Sitka-sparren

9. Eendracht in de verte

10. bij knooppunt 95 volg richting 11

11. bij richtingspijl links afslag naar het Galgeven

Volg de rode stippen op de bomen

12. rechts zien we een flinke verhoging langs het ven

13. gedenksteen

14. links zien we het Keelven

Bij slagboom links af

15. bij fietspad links af, Ter Braakloop

16. bank Brabants Landschap

17. de Pierenberg

18. tegenover knooppunt 98, rechts af

19. volg het pad langs het ven, gagel

20. bij verharding, Hoevenseweg, links af

21. einde Hoevenseweg rechts af. Sparrendreef gaat over in Laag-

Heukelomseweg.

De koffie is klaar bij Mie Pieters


1. Mie Pieters:
Eigenlijk heet dit café “Jagers en Visserslust” zie bord gevel.

Vierenzestig jaar heeft ongetrouwde Mie aan de tap gestaan. In 1930 is ze gestopt en heeft Piet Koolen uit Oisterwijk de zaak overgenomen. In 1963 heeft P. Koolen weer plaats gemaakt voor zijn zoon Ad Koolen en eega. Sinds 6 jaar is er een andere eigenaar

Mie huurde de herberg van de heer van den Bergh. Zij was een oer-Brabantse gezellige en verstandige vrouw. Zij leefde van 1854 tot 1936 en is dus 82 jaar mogen worden. Dat zij tot een legende is geworden verraadt een vrouw met persoonlijkheid.
In het interieur van het café heeft de heer W. Lukkenaar in 1925 de wanden beschildert met het boeren leven en waterland. Hij hield van een borrel en zou op die manier zijn rekeningen hebben betaald.
Laag- Heukelom:

Eerste notering van 1192 Huclem

In 1865 Laag-Heukelum

Oude samenstelling van het Germaanse “Hukila” hoogte en “heem” woonstede.

Of heukel= heuvel
2. De Leij en de Helleputten:
De “Leij” ontspringt in Ravels/Weelde als de AA. In Tilburg splitst deze in de Oude en Nieuwe Leij. De Nieuwe Leij loopt door Moerenburg richting Oisterwijk. Daar krijgt het de naam Voorste stroom, Samen met de Achterste stroom ( de Reusel) wordt het de Esschestroom en die komt uit in de Dommel.

De textiel- en leerindustrie in Tilburg hebben tot rond 1970 nagenoeg ongezuiverd de verfstoffen geloosd op de beken. Vandaar ook de vuile stroom genaamd.

Al in 1377 wordt er melding gemaakt van een ‘slachmoelen te Hucule’. (de olie werd uit de zaden geslagen)

Tot 1869 was de watermolen in gebruik. Deze werd gebruikt als Koren- en oliemolen (oliehoudende zaden)

De boeren waren niet altijd blij met de watermolen want de molen met zijn sluizen belemmerde de afvoer van het water.

Begin 1900 is hij afgebrand en eind 1900 zijn de laatste restanten uit de grond gegraven.

Een halve molensteen fungeerde als stoep voor de ingang van Mie Pieters, nu is deze onder de bestrating verdwenen.
Iets verderop langs de Leij liggen de Helleputten. We hebben hier te maken met ontoegankelijke moerassen met open watervlakten, afgesneden watermeanders, houtbegroeiing zoals waterwilg en els en riet en broeklanden eromheen.

Hier werd vroeger in gevist en riet gesneden voor dakdekking.

In Moerenburg zijn die Putten gedempt door vuilstorting.

Er wordt aangenomen dat “Hellen” stamt uit de vóór-christelijke tijd en afkomstig zou zijn van de Germaanse godin van de onderwereld “Hella”aan wie de streek was toegewijd. Volgens de Germaanse ritus gaat het hier altijd om een waterrijk gebied aan de noordkant van een nederzetting. Men vermoedt dat hier een heidense begraafplaats is geweest, aan de gevonden prehistorische vondsten die in een museum in den Bosch zijn te bewonderen.



3. Landgoed van dhr. Kers:
Dhr. Kers dacht hier een stuk land te kopen en naar eigen inzicht in te richten als natuurgebied. Hij liep tegen de Nederlandse wetgeving aan en werd verplicht om het gebied open te stellen voor het publiek en zorg te dragen voor een goede vorm van maaien en afvoeren zodat de planten de ruimte hebben om zich hier te ontwikkelen.

Voorheen was dit een maïsakker.


4.Sparrendreef- Hoevenseweg:
Vroeger dreef men het vee richting de heide/ kleine weilanden.
Over de Hoevenseweg staat er het volgende:
 
Al in 1421 vermeldt een akte "tot Hukelem in die Hoeven".
Een van deze hoeven was de Oisterwijkse hoeve, waarna de straat is vernoemd.
Meer westelijk vond men, op grondgebied van Berkel-Enschot een hoeve, die eigendom was van leden van de Koninklijke familie, de z.g. Koningshoeve, waarop de latere cisterciënzer abdij "Koningshoeve" werd gesticht.
Toevoeging: In 1880 maakte abt Dominicus Lacaes van het Noord-Franse trappistenklooster Sainte-Marie-du-Mont op de Katsberg zich zorgen over het lot van zijn kloosterlingen. Het zag er in die tijd voor het religieuze leven in Frankrijk niet bepaald rooskleurig uit. Door antikerkelijke wetgeving werden kloosters in hun voortbestaan bedreigd. De monniken van de Katsberg waren er op voorbereid dat ze op korte termijn het land moesten verlaten. Uiteindelijk is het zover niet gekomen, maar de situatie was dusdanig alarmerend dat de abt besloot één van zijn monniken, Sebastianus Wyart, uit te zenden om een toevluchtsoord te zoeken in het buitenland. De keuze van Wyart viel op Nederland, dat verdreven religieuzen gastvrij ontving. In de buurt van Tilburg, op het grondgebied van het plaatsje Berkel-Enschot, vond hij wat hij zocht: een stuk heide, met enkele kleine hoeven en een schaapskooi. De plaatselijke bevolking noemde deze hoeven, de ‘Koningshoeven’, omdat ze eigendom waren geweest van koning Willem II. Je kunt deze tekst terugvinden op de website van Koningshoeven
 

5 .op fietspad linksaf volg nr. 96 (wandelroute)
Omstreeks 1890 tot 1930 werden “de woeste gronden” ontgonnen en beplant met grove den, voor de productie van stuthout in de kolenmijnen.

Dit om de gronden rendabel te maken en voor werkverschaffing.

Door verschillende dunningen is er in de loop der jaren verjonging gekomen; hier betreft het voornamelijk opslag van berk, vuilboom, lijsterbes en inlandse eik. Hierdoor ontstaat een bostype dat gevarieerder is in boomsoortensamenstelling en leeftijdsopbouw.
We zien ook veel afzetting met prikkeldraad. Deze afzetting is voor de eigendom van particulieren.

6. volg richting nr.95 (wandelroute):

Hier zien we een flinke berg in het landschap.

Dit is een vuilstort die afgedekt is en ondertussen begroeid.

Er bestonden hier nog vele particuliere vuilstorten tot ca. de jaren 70.


7.Rechts van ons is het Baksven gelegen, een natuurbad:
Dit ven heeft zijn naam te danken aan de eigenaar, een telg uit de Tilburgse familie Backx.

Uit het feit dat er veel mensen toen der tijd verdronken heeft geleid tot de oprichting van de Tilburgse zwemclub in 1909.



8.Sitka-spar:
Rond 1800 vanuit Noord-Amerika, Alaska tot Noord-Californie(vlakbij de kust) in Europa ingevoerd. Kan vrij goed tegen zeewind.

Schors: ruwe schubbige platen.

Naalden; gemeen stekelpuntig tot 30 mm.

Kegel: papierachtige schubben.

Het witte of lichtbruine hout is licht maar sterk, eigenschappen waardoor het in de Tweede wereldoorlog bij de vliegtuigbouw werd toegepast.

Ook zeer geschikt voor de papierindustrie.

Tegenover de Sitka-sparren staan Zwarte den en verderop Grove den.
9. Hoeve “De Eendracht”:
In de verte staat de hoeve “De Eendracht”.

Begin 1900 was deze gesticht als modelboerderij door de ontginningsmaatschappij; Eendracht (eendracht maakt macht)


10. Knooppunt 95 volg richting 11:
Een stil leven, een duidelijk voorbeeld van dood hout doet leven.
11. Bij richtingspijl links af, afslag naar Galgeven:
Bij het Galgeven zien we veel rododendrons een teken dat het vroeger in handen was van particulieren die deze struiken massaal aanplanten.
In 1972 is dit gebied in bezit gekomen van Brabants Landschap.
Het Galgeven is een uitgestoven ven. In de laatste ijstijd van15.000 tot 20.000 jaar geleden was er weinig vegetatie in ons land waardoor de wind vrij spel had en veel zand verplaatste tot de leemlaag boven kwam en er zich zo, door regenwater en of kwelwater, een ven vormde. De windrichting was zuidwest waardoor de vennen zuid-west /noord-oost ligging hebben. Het uitgewaaide zand vormde aan de noord-oostzijde een dekzandrug zoals de Pierenberg en Molenberg.

In het verleden zijn hier werkzaamheden verricht, we kunnen dat nog zien aan de lage begroeiing. Het ven is te zuur waardoor er weinig tot niets in kan groeien. Brabants Landschap heeft in ca. 2005 een put geslagen zodat er kalkrijk kwelwater in het ven gepompt kan worden waardoor de kwaliteit van het water verbeterd. De zuurgraad wordt uitgedrukt in een waarde, de pH genaamd. De pH waarde stijgt(2012) dus de inlaat van kwelrijk water heeft resultaat. Hoe lager deze waarde is hoe zuurder het milieu. Het ven is 16 hectare groot en 3 m. diep.

Al is het ven nog zo zuur er zit altijd wel wat leven in. De kuifeenden leven van kleine waterdiertjes wormen en insecten en zijn duikeenden.
12. Rechts ziet u een flinke heuvel langs het ven; Volmolen:
In 1819 werden twee lindebomen aangeplant. Iets noordelijker staan een paar eiken van minstens 150 jaar oud.
De Tilburgse textielfabrikanten lieten hun wollen stoffen vollen (vervilten, is het doen krimpen van het weefsel om het zwaarder en sterker te maken) in waterrijke gebieden.

Op deze heuvel, tegenover de lindebomen, werd de eerste steen voor een windvolmolen op 14 juni 1811 gelegd. Ook kwamen er al spoedig enige arbeiderswoningen.

De wind- en stoomvolmolen bood in 1857 nog aan 6 mensen werk, maar werd spoedig daarna buiten bedrijf gesteld. Door het bewerken van de wol kwamen er in het Galgeven zware metalen voor als; arsenicum (komt ook bij het vergaan van blad vrij) cadmium (luchtverontreiniging en bemesting) en aluminium. Deze hebben het proces van verzuring versneld.

Het Galgeven en een groot gebied eromheen was meer dan 150 jaar in het bezit van de familie van den Bergh, wollenstoffenfabrikanten en daarom werd het ook wel “Berghven” genoemd.


Verklaring naam Galgeven

In het rijk van Karel de Grote, koning der Franken ( 800), hield men rechtspraak in de open lucht, op een heuvel, op de hei of nabij een ven.

Waarschijnlijk stond de galg voor de terechtstelling van een ter dood veroordeelde op de plaats van de rechtspraak. Dat zou hier op deze berg, natuurlijke verhoging, geweest kunnen zijn.
13. Gedenksteen:
In de 19 de eeuw struinde hier een studentenleger uit Leiden rond.

Ze kwamen in aanraking met Belgen, die zich onafhankelijk hadden verklaard. De studenten waren het hier niet mee eens en er volgde gedurende 10 dagen gevechten met de Belgen.

Tijdens deze gevechten is een Leidse student, jager de Roo, verdronken in het Galgeven. Een jager is in studententerm een verkenner

De studenten waren erg droevig gestemd en dit drama werd onthouden.

Er worden tot op heden nog steeds liederen gezongen die gaan over deze “veldslag”. De liederen zijn natuurlijk anti-Belgisch getint.

De steen is gefinancierd door de studentenvereniging en defensie en is hier geplaatst in 2010.


14. Links van u ziet u het Keelven:
Het Keelven is nog particulier bezit.

Keelven en Galgeneven, zie de connectie.



15. Fietspad Heukelomse Baan, Links af; Ter Braakloop:
Hier tegenover ligt het landgoed “Ter Braakloop” sinds 1963 eigendom van Brabants Landschap. Dit was één van de eerste Landgoederen die BL. aankocht.

Het is een 45 hectare grote bosgebied, voorheen bestaande uit kleine akkertjes omzoomd door houtwallen, die omstreeks 1890 zijn beplant met grove den, voor de productie van stuthout in de kolenmijnen.



Er is ook een gegraven stroompje “de Braakloop’ en deze stroomt van het kanaal naar de Reusel. Deze is gegraven om de landerijen van de Eendracht te ontwateren maar ook andere boeren profiteerden daar van.

Ter Braakloop: ‘Braak’ komt van gronden die gedurende zekere tijd onbebouwd bleven liggen.



16. Eik met kruis bij bank van Brabants Landschap:
Het meisje Ria Pagie is op Maria Hemelvaart, 30 augustus 1941 hier gevonden onder takken en zand verstopt. Het meisje was verkracht en gewurgd.

Er is een grafmonumentje in de Lovensestraat in Tilburg ter ere van Ria.


Harrie Boogaers en Dien Hoozemans sneden een kruis in deze oude eik, ter ere van het vermoorde meisje.
17. Links van ons zien we de Pierenberg:
Een halve eeuw geleden werd op stafkaarten de Pierenberg nog met ruim 21 meter aangeduid. Hij is verwaaid en misschien ook afgegraven. Maar het mulle stuifzand is gebleven.

De galg stond ook op de Pierenberg. De laatste ophanging in Noord-Brabant was in 1850.

Pieren is een afleiding van pier, strik, klem, val.

De kwade pier zijn; de zondebok zijn.




18. Tegenover knooppunt 98 rechts af richting het Schaapsven:
Eeuwenlange turfwinning heeft de vorm en de diepte van de vennen ook gewijzigd. Maar ook dit is een uitstuifven zoals we zien aan de heuvels.

Hier zijn ook nog vuurstenen gevonden uit de jonge Steentijd, ca. 4000 tot 1700 voor Chr.

Het blijkt door de vondsten dat het hier in de prehistorische tijd goed jagen en vissen was.

Rondom het ven staat gagel en er liggen veeneilandjes in.

Vroeger werd hier clandestien in gezwommen, zoals ik gehoord heb werd hier ook naakt gezwommen.
Vroeger werden hier de schapen in gewassen.
Het Schaapsven deelt Brabants Landschap met een particuliere eigenaar.

Deze eigenaar wil graag baggeren, terwijl wij de verlandingsvegetatie interessant beginnen te vinden.

Er is een compromis gevonden door in de oeverzone iets te baggeren, met uitzondering van de plaatsen waar waterdrieblad staat, en door de bomen op de oever te verwijderen.

Dit gebeurd maar in een smalle strook, en kan dus niet dienen voor meer windwerking (daar is minimaal 27 meter voor nodig).

Er wordt nog winst gehaald door de oeverzone te plaggen, hetgeen leuke vegetatie op kan leveren.
19. Volg het pad steeds langs het ven; Gagel:
Wat de natuur betreft ruiken we hier aan de bloeiende Gagel(Myrica gale). Over gagel is zoveel te vertellen dat ik hier enkel steekwoorden opschrijf: tweehuizige struik – bloeit voor het blad – natte zure venige grond – stikstofknolletjes maken het milieu voedselrijker – aromatische olie is roesverwekkend – takjes in de strozakken - gebruik in bier (verboden) - de plant heet ook Pos of Porst; namen die terugkomen in Postel(NB) en Posterholt(L).

Aan de oever groeit Gagel.(Myrica). Gagel is tweehuizig, 1 geslacht in 1huis )

De mannelijke katjes zijn spits ovaal en de vrouwelijke zijn bolrond. Groeit op vochtige heide en langs de vennen. De vruchtjes zijn ook bolrond en de bladeren vaak in de winter groen blijvend.

De takjes met vruchtjes zijn erg decoratief en worden wel illegaal afgeknipt voor gebruik in kerststukjes. Gagel is sinds april 2002 beschermd!!
Dit wordt ook wel vlooikruid genoemd. De blaadjes hebben aromatische kliertjes. Laat de mensen maar eens enkele blaadjes tussen met hun vingers kneuzen en ruiken.

Gagel werd vroeger ook wel Gruijt genoemd en via zogenaamde Gruijthuizen verkocht aan bierbrouwerijen, voor de tijd dat hop werd gebruikt om het bier te kruiden. De achternaam Gruijthuizen komt in Nederland ook voor



Gagel werd vroeger door mensen in de linnenkast en bedstee onder de onderlakens gelegd om vlooien te weren.Vandaar de naam vlooikruid. Onder het onderlaken. Door het bewegen tijdens de slaap, ontstaat dan de aromatische, vlooienwerende geur.
20. Einde van het pad op verharde Hoevenseweg, links af:
21. Einde Hoevenseweg rechts af. Sparrendreef, gaat over in Laag Heukelomseweg



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina