Notitie aanpassing bestuursconcept November 2011; versie 4



Dovnload 174.26 Kb.
Pagina6/9
Datum22.07.2016
Grootte174.26 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

1.17De positie van de instituten


De functie van de instituten is het organiseren en vormgeven van de drie pijlers. Inhoudelijk is het betreffende bestuurslid-portefeuillehouder door de decaan gemandateerd. Voor de uitvoering van de inhoudelijke taken is de afdelingsstaf verantwoordelijk.

In de nieuwe situatie is ervoor gekozen om een portefeuillehouder Onderwijs en een portefeuillehouder Onderzoek te benoemen, terwijl de portefeuille Zorg is ondergebracht bij de directeur Bedrijfsvoering & Zorg.

De bestuurslid-portefeuillehouder:


De uitvoerende taken op het gebied van de pijlers is ondergebracht bij de instituten die worden geleid door de instituutsmanager.
De instituutsmanager:

  • krijgt van de bestuurslid-portefeuillehouder een groot ondermandaat8;

  • hoeft geen inhoudsdeskundige te zijn (managementkwaliteit is van groter belang);

  • legt verantwoording af aan het bestuur (§ 6.2) over het functioneren van het instituut;

  • is lid van het MT (§ 6.6.4).

1.17.1Onderwijsinstituut


Het Onderwijsinstituut is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteitszorg van al het onderwijs van de faculteit. Daarom wordt de organisatie van de nog te accrediteren postinitiële opleidingen en de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor ACTA Education BV (ADE) in dit instituut ondergebracht. Het undergraduate onderwijs en het graduate onderwijs (incl. de PhD-opleiding) wordt in twee separaat ‘schools’ in het onderwijsinstituut ondergebracht; namelijk de Graduate School en de Undergraduate School.

Het Onderwijsinstituut kent de volgende ondersteunende diensten:



  • Onderwijsbureau

  • Mediatheek

  • Studiebegeleiding/studieadvies

  • ICTO

  • Coördinator praktisch Bacheloronderwijs (prekliniek en voorbereidend klinisch onderwijs)

Het preklinisch onderwijs in de bachelorfase wordt gekenmerkt door een variatie aan preklinische en klinische practica die door verschillende secties worden verzorgd. De organisatie hiervan ― met betrekking tot onder andere de afstemming, roostering, reservering van faciliteiten ― vormt een probleem voor staf en studenten. Om die reden wordt de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van al het preklinisch onderwijs en voorbereidend klinisch onderwijs bij één Coördinator praktisch Bacheloronderwijs belegd.

1.17.2Onderzoekinstituut


Het onderzoekinstituut is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteitszorg van al het onderzoek van de faculteit. De positie van de directeur van de ACTA Dental Research BV (ADR) wordt gecombineerd met die van instituutsmanager Onderzoek.

De PhD-opleiding valt onder de Graduate School en staat onder verantwoordelijkheid van het Onderwijsinstituut. Het onderzoek dat de PhD-studenten uitvoeren valt echter wel onder verantwoordelijkheid van het Onderzoeksinstituut.


1.17.3Zorginstituut (Dental Hospital)


Voor de organisatie van de patiëntenzorg binnen ACTA wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de geleverde zorg en anderzijds de organisatie daarvan. Met inachtneming van de professionele autonomie van een tandartszorgverlener is de afdeling, respectievelijk de klinisch leerstoelhouder, verantwoordelijk voor de inhoudelijke kwaliteit van de geleverde zorg. Het Zorginstituut (Dental Hospital) is verantwoordelijk voor de organisatie en kwaliteitszorg van alle patiëntenzorg die binnen de faculteit wordt uitgevoerd.

Het Zorginstituut heeft het beheer over alle klinische werkplaatsen. Door de patiëntenzorg binnen dit instituut te organiseren, wordt de organisatie transparanter en kan de verantwoording van middelen ten behoeve van onder andere de eerste geldstroomopleidingen, de werkplaats, en de functietoewijzingen beter worden gerealiseerd.

Door de organisatie van de patiëntenzorg separaat onder het Zorginstituut te plaatsen kan tevens worden bereikt dat de klinische infrastructuur beter wordt benut.

Voor de organisationele verantwoordelijkheid van de klinische werkplaatsen wordt onderscheid gemaakt tussen de onderwijspraktijk, de nevenvestiging(en), de stafklinieken en de SBT.

Het Zorginstituut krijgt de volgende ondersteuning:

1.17.3.1Manager stafklinieken


De organisatie van de stafklinieken komt onder één manager stafklinieken te vallen. De chefs de clinique van de stafklinieken blijven onder de afdeling vallen, maar stemmen hun organisatie af met deze manager wat betreft het gebruik van:

  • de klinische werkplaats;

  • patiëntenlogistiek;

  • ondersteuning;

  • en administratieve processen.

Op deze manier wordt geborgd dat de verantwoordelijkheid voor de inhoud van zorg onder de afdelingen blijft vallen, terwijl de organisatie van de klinische werkplaats en de ondersteuning onder het Zorginstituut komt te vallen.

1.17.3.2Coördinator praktisch Masteronderwijs


In de nieuwe situatie worden de chef de clinique van de Onderwijspraktijk/Evidence Based Kliniek (OWP/EBK) en de locatiemanagers van de nevenlocaties direct in het Zorginstituut geplaatst. Om verwarring te voorkomen wordt de functiebenaming voor de chef de clinique van de OWP gewijzigd in coördinator praktisch Masteronderwijs.

De coördinator praktisch Masteronderwijs is een tandarts die integraal inhoudelijk verantwoordelijk is voor, en leiding geeft aan de klinische activiteiten die in het kader van het onderwijs aan de masterstudenten tandheelkunde worden uitgevoerd. Echter, de inhoudelijke zorgeindverant-woordelijkheid per deelgebied is aan de afdelingen dan wel daarvoor verantwoordelijke klinisch hoogleraren. De coördinator praktisch Masteronderwijs heeft daarom regelmatig overleg met de inhoudelijk eindverantwoordelijken.




1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina