Nr. 218 Nieuws van her en der november 2013



Dovnload 9.34 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte9.34 Kb.
Nr. 218 *** NIEUWS VAN HER EN DER *** november 2013

Uitgave van Afrika-Europa Netwerk E-mail: cmbr@knr.nl Web www.afrikaeuropanetwerk.nl


Waarom de EPA's irrelevant zijn voor ontwikkelingslanden

Afrikaanse onderhandelaars staan voor een dilemma wat betreft de Economic Partnership Agreements (EPA's). Ondertekenen ze de vrijhandelsverdragen met de EU niet, dan verliezen ze hun markttoegang tot de EU. Maar het alternatief, vrijhandel met alle negatieve effecten daarvan, is evenmin aantrekkelijk.

In 2002 startte de EU onderhandelingen met 77 landen in Afrika, het Caribisch Gebied en de Pacific (ACP) over Economic Partnership Agreements (EPA’s): een soort vrijhandelsverdragen tussen de EU en deze voormalige koloniën. Al vanaf de start van de onderhandelingen waarschuwden critici de ontwikkelingslanden om deze verdragen niet te ondertekenen. De EU wil namelijk dat zij hun markten volledig openen voor Europese importen. Producenten in de ACP-landen kunnen echter niet concurreren tegen goedkope Europese importen van bijvoorbeeld kippenvlees en tomaten, die in Europa vaak nog gesubsidieerd worden. Maatschappelijke organisaties kwamen dan ook massaal in verzet tegen de EPA’s. Met succes, want de onderhandelingen zitten al jaren muurvast.

Dit voorjaar gaf het Europees Parlement goedkeuring aan nieuwe wetgeving die ertoe leidt dat ACP-landen die op 1 oktober 2014 geen akkoord hebben geratificeerd of nog niet zijn gestart met de implementatie van afspraken, hun toegang tot de Europese markt verliezen. Tegenstanders van de EPA’s spreken van een 'schandelijke en onethische' manier om druk te zetten op de ACP regeringen. Zij zetten daarnaast vraagtekens bij de waarde van de markttoegang tot de Europese markt. Zo hebben producenten uit de ACP-landen moeite om te voldoen aan de standaarden en producteisen die in Europa worden gesteld. Zo zijn de voedselveiligheidseisen in Europa veel hoger dan in veel ontwikkelingslanden. Sommigen praten dan ook over de fictie van markttoegang, die door allerlei non-tarifaire barrières alleen maar beperkter wordt.

Maar misschien nog de grootste verontwaardiging is ontstaan doordat de Europese Commissie bij alle onderhandelingen met ACP landen een verbod op het instellen van exportbelastingen en exportrestricties eist. Zo wil de Commissie voorkomen dat exporten naar de EU extra belast worden en dus duurder worden voor Europese bedrijven. Deze exportbelastingen zijn toegestaan door de WTO en worden door velen beschouwd als maatregelen die landen de kans bieden om wat te verdienen aan de export van hun grondstoffen. Daarnaast zijn deze maatregelen ideaal voor overheden, die de verwerking van de grondstoffen tot half- of eindproducten in eigen land willen bevorderen. Want als de export van grondstoffen duurder wordt, kan het aantrekkelijker worden voor (internationale) bedrijven om te investeren in lokale verwerking van grondstoffen. Door de eisen van de EU zouden regeringen van de ACP-landen een belangrijk beleidsinstrument om de ontwikkeling van een eigen verwerkende industrie uit handen geven. (Bron: MO*, 21/10/2013)



Eindelijk meer transparantie over uraniumwinning in Niger?

Niger heeft decennialang uranium verkocht aan het Franse nucleair bedrijf AREVA tegen een prijs die ver onder de marktwaarde ligt. De lucratieve overeenkomst werd gesloten in de nadagen van het Franse koloniale rijk. Frankrijk verzekerde zich zo van een goedkope bron voor haar energiewinning. Maar Niger, een van de armste landen ter wereld, is volgens schatting de afgelopen vijftig jaar 20 miljard dollar aan inkomsten mis gelopen. Op dit moment zijn nieuwe onderhandelingen gaande over de levering van uranium. Steeds luider klinken er stemmen om deze niet langer achter gesloten deuren te houden. De samenleving in Niger heeft recht op een eerlijke prijs voor haar bodemschatten.

De onderhandelingen met AREVA van een halve eeuw geleden zijn gehuld in een waas van geheimzinnigheid. Ze werden indertijd bestempeld als een zaak van defensie en niet als een economische aangelegenheid. Daarom vonden ze achter gesloten deuren plaats. Burgers die het in hun hoofd haalden te vragen hoeveel de export van het uranium Niger opleverde of waar de regering de inkomsten aan besteedde werden bedreigd of opgesloten.

Daarin lijkt nu verandering te komen. Het contract met AREVA loopt eind van dit jaar af. De regering van Niger geeft al langere tijd aan dat ze meer wil verdienen aan de minerale rijkdom van het land. AREVA heeft inmiddels al gereageerd door te dreigen de productie stil te leggen in Somair, een van de grootste mijnen in Niger. Oxfam Frankrijk heeft de Franse regering opgeroepen om geen druk uit te oefenen op Niger om opnieuw akkoord te gaan met een slechte deal. Het maatschappelijk middenveld in Niger wordt echter opnieuw buiten de onderhandelingen gehouden, die in september van start gingen. Verschillende NGO’s voeren momenteel campagne met als inzet dat openbaar wordt gemaakt hoe de onderhandelingen verlopen en welke overeenkomsten er worden gesloten. (Bron: Publish What You Pay)
Druk op investeerders om braakliggend landbouwgrond terug te geven

In verschillende Afrikaanse landen gaan stemmen op om land terug te vorderen van investeerders die niet in staat blijken om een degelijk project uit te voeren dat bijdraagt aan ontwikkeling. Doel is om speculatie met grond tegen te gaan.

Afrika is een van de belangrijkste bestemmingen voor investeerders die op zoek zijn naar grote stukken (landbouw-) grond. In veel landen werden ze door overheden met open armen ontvangen. Grote stukken land werden voor een zacht prijsje ter beschikking gesteld, tegen lage belastingtarieven. Een aantal Afrikaanse regeringen zijn tot het inzicht gekomen dat dit beleid hun land weinig heeft opgebracht. Want vaak hebben investeerders geen ander doel dan te speculeren met het aangekochte land of wordt slechts een klein deel van het land gebruikt. Dat betekent dat de economische voordelen van de verkoop nihil zijn.



Om deze reden willen de regeringen van Tanzania en Ethiopië een grens stellen aan de hoeveelheid land dat ter beschikking wordt gesteld aan buitenlandse investeerders. Ook is het de bedoeling om land dat niet door investeerders wordt ontwikkeld weer op te eisen. (Bron: Africa Intelligence, 27/9/2013)



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina