Observatiegebied: de voorbereide Omgeving



Dovnload 126.98 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte126.98 Kb.
Klassenkijkwijzer
Naam:

Datum:


Begeleider/ observator:

Observatiegebied:

1. de voorbereide Omgeving:


1. De voorbereide omgeving is mooi, netjes en goed verzorgd:

Observatie:

Afspraken in het nagesprek:

  1. De klas is schoon, ordelijk en verzorgd







  1. Er is een groepstafel waar rustig gewerkt kan worden







  1. Natte hoek met huishoudelijke setjes







  1. Goed verzorgde planten en nette, aantrekkelijke prikborden







  1. De kinderen hebben een dagelijkse taak in het op orde houden van de omgeving







  1. Laatjes en tafels zijn netjes en schoon (ook tijdens het werk)







  1. Cultuuroverdracht: aandacht voor kunst; werkjescreatieve vorming







  1. Verdeling ruimte voor de groepjes; kleedjes; ruimte verdeling is evenwichtig







  1. De omgeving straalt rust uit







  1. De gang, de garderobe is netjes en doelmatig ingericht







  1. Toiletten /toiletgebruik is netjes: zeep en handdoeken







  1. Het bureau en de kasten van de Leerkracht stellen het goede voorbeeld







Opmerkingen:





2. De voorbereide omgeving en het materiaal bieden motieven voor ontwikkeling:

  1. Overzichtelijk ingedeelde kasten per leergebied







  1. Hoeveelheid materiaal per kast







  1. Materiaal sluit aan op de beleving en de belangstelling van de kinderen







  1. Voorbereide omgeving is compleet







  1. Qua materiaal wat er in hoort







  1. Materiaal is in de kasten geordend qua leerlijn







  1. Leeshoek met klassenbibliotheek







  1. Handvaardigheid en tekenen maken onderdeel uit van de voorbereide omgeving







  1. Hulpmateriaal eventuele methodes sluiten qua gebruik aan op de montessori-werkwijze







  1. Goede afspraken voor wat betreft het lenen van materiaal gezamenlijk gebruik







  1. Inrichting is gericht op zelfstandigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid







Opmerkingen

Observatiegebied: groepsorganisatie


  1. Er zijn heldere regels en afspraken:







  1. Over het gebruik van het materiaal en de spullen in de groep







  1. Over het vragen van hulp aan de leerkracht







  1. Leerkracht maakt de ronde met de kruk







  1. Rondes duren niet te lang







  1. Over het vragen van hulp aan elkaar: kinderen storen elkaar niet onnodig







  1. Over het afmaken van werk en het starten van nieuw werk







  1. Over het omgaan met elkaar: aandacht voor elkaar, onderling respect







  1. Over praktische zaken op het gebied van de pauze, verkeer in de gangen, vaklessen







  1. Uit het gedrag van de kinderen blijkt dat ze de afspraken kennen en zich er aan houden







  1. De regels en afspraken staan in de administratie van de leerkracht beschreven







  1. Gelden door de hele school







Opmerkingen


Rol van de leerkracht bij de regels en afspraken:


  1. Leerkracht herinnert de kinderen consequent en rustig aan de regels en afspraken







  1. Leerkracht benoemt gewenst gedrag







  1. Regels en afspraken werken niet onnodig belemmerend







  1. Kinderen worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid







  1. Kinderen hebben een stem in het vaststellen van de regels







Afspraken –dagindeling/ dagritme:







  1. De kinderen mogen hun werk vrij kiezen







  1. Er is met de dagindeling rekening gehouden met de werkcurve (vaklessen / pauzes)







  1. Het meeste werk is zelfcontrolerend: kinderen hebben een verantwoordelijkheid in deze







  1. Overgang van de ene situatie naar de andere verloopt rustig







  1. Leerkracht gaat weloverwogen en planmatig te werk in het afwisselen van groepswerk en individueel werk







  1. De leerkracht heeft de dag voorbereid







Administratie van de kinderen:







  1. Kinderen hebben een compleet, actueel werkoverzicht







  1. Wordt door henzelf, in samenspraak met de leerkracht, bijgehouden







Administratie van de Leerkracht:







  1. Overzichtelijke map(pen) goed en netjes bijgehouden O absentenadministratie







  1. Overzicht van te geven groepslesjes







  1. Regels en afspraken (voor invallers)







  1. Noodplan, hulpadressen







  1. Leerkracht heeft een goed systeem om de observaties en ontwikkelingen te noteren







  1. Afdeling voor notities betreffende oudergesprekken







  1. Goede afspraken over bewaren van de administratie in een leerlingendossier/ zorgdossier







Werk van de kinderen:







  1. Er is vrijheid van werkkeuze of keuze vanuit een werkplanning







  1. Werkjes, schriften en de werkstukken van de kinderen zien er goed verzorgd en netjes uit







  1. Leerkracht geeft met eigen handschrift en bordgebruik het goede voorbeeld







  1. Er wordt door de leerkracht consequent en consciëntieus nagekeken; er is aandacht voor verbeterwerk







  1. De leerkracht ondersteunt indien nodig de kinderen bij hun werkkeuze







  1. De leerkracht laat weten wat verwacht wordt wat betreft kwaliteit en kwantiteit van het werk







  1. Werk is van goed niveau, passend bij de ontwikkelingsfase







  1. Er is voldoende brede werkkeuze







Verslaggeving:







  1. Aan de basis van de verslaggeving ligt een degelijk observatie-instrument, gericht op het registreren van vaardigheden en ontwikkeling







  1. Woordverslagen zijn duidelijk voor de ouders en positief naar de kinderen toe







Opmerkingen

Observatiegebied: pedagogische aanpak: begeleiden van kinderen: -


Aanwezigheid van de leerkracht in de groep:







  1. Leerkracht geeft met eigen gedrag het goede voorbeeld







  1. Gedrag is positief/ stimulerend en belangstellend naar de kinderen







  1. Leerkracht vindt de juiste verhouding tussen dominant en afwachtend gedrag, al dan niet actief regelend







  1. Is consequent en vriendelijk







  1. Stemgebruik is rustig, spreekt zacht







  1. Benadert kinderen met omkeerbaar gedrag







  1. Heeft overwicht







Aandacht voor de groepssfeer:







  1. Er heerst een sfeer van taakaanvaarding en concentratie







  1. Kinderen hebben een stem in het formuleren van regels







  1. De groep is een veilige, geborgen sfeer voor ieder kind







  1. Kinderen hebben respect voor elkaar en accepteren elkaar







  1. De leerkracht corrigeert zo min mogelijk over de groep heen







  1. De leerkracht corrigeert op gedrag en niet op de persoon







  1. Leerkracht heeft aandacht voor de wijze waarop de ouderen met de jongeren omgaan







  1. Er is een systematische aandacht voor de sociale ontwikkeling







Tijdens het lesgeven








  1. Leerkracht heeft zicht op en kennis van de ontwikkelingen en vorderingen van ieder kind







  1. Leerkracht heeft zicht op onderlinge relaties en gebeurtenissen







  1. Leerkracht heeft oog voor eigen (eigen)aardigheden en beperkingen







  1. Onderkent dat zowel het kind als hij/zij zelf deel uit maken van hetzelfde systeem










Visie op het zich ontplooiende kind:







  1. Heeft kennis en zicht op de ontwikkeling van de kinderen







  1. Weet kinderen te motiveren







  1. Vakinhoudelijk: heeft kennis van zaken/ zicht op ontwikkelingslijnen







  1. Onderkent de verschillende leerstijlen en speelt daar positief op in







  1. Heeft ideeën voor hulp aan het kind met gedrags- of leermoeilijkheden






Contacten met ouders








  1. Straalt professionaliteit en overwicht uit; weet het vertrouwen van ouders te winnen







  1. Heeft de nodige vaardigheid op het gebied van gesprekstechnieken







  1. Betrekt ouders op een positieve manier bij de ontwikkeling van hun kind







  1. Kan de zorgen/ de situatie van ouders en het kind in het gezin inschatten







  1. Staat open; is toegankelijk voor ouders: ziet hen als een gelijkwaardige gesprekspartner







Opmerkingen:





Observatiegebied: didactiek:


Hoe geeft de leerkracht (materiaal)lesjes?







  1. Lesjes sluiten goed aan bij de beginsituatie







  1. Leerkracht zit zo dat zij de klas kan overzien







  1. Aandacht voor de effectiviteit: kort en bondig met duidelijke opdracht







  1. Kind staat centraal; leerkracht laat zich tijdens het lesjes niet storen







  1. Aandacht voor de isolatie: verder niets op de tafel; lesje gaat maar over één ding







  1. Rest van de groep werkt rustig door, leerkracht houdt overzicht







  1. Lesje wordt goed gegeven: aanbieding en opbouw volgens afspraak: vaktechnisch in orde







  1. Leerkracht houdt na het lesje aandacht voor hoe het kind verder werkt







  1. Kind werkt enthousiast, zelfverzekerd en geconcentreerd verder







Hoe geeft de leerkracht groepslessen?







  1. Kinderen doen mee op uitnodiging







  1. Kinderen zijn gemotiveerd en aandachtig (orde)







  1. Aandacht voor organisatie; gebruik bord en middelen







  1. Doelgerichte les, aansluiting op de belevingswereld







  1. Goed niveau; leerkracht geeft blijk van kennis en inzicht in het vakgebied: vaktechnisch in orde







  1. Korte, teachercentred instructie







  1. De les is een aanbieding; zet aan tot actief handelen







  1. Gedifferentieerde verwerking: werkjes en boeken







Verslag van de bijgewoonde groepsles:








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina