Ocean Boulevard zondag 12 november



Dovnload 14.05 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte14.05 Kb.
Ocean Boulevard zondag 12 november
Op het balkon, met op de achtergrond het geluid van de zee en van mijn nieuwe radio, brengt de zeewind zowel verkoeling als barbecueluchtjes. Er waait hier een heerlijke bries, in tegenstelling tot de broeierige sfeer bij K. Het is nu dertig graden, maar met deze wind waan ik me in een paradijs. Een serveerwagentje doet dienst als mijn bureau. Een laptop en een glas piña colada passen er net op.

Vanochtend heb ik eerst een uur gestudeerd. Het Warming Up-boek van Bart van Lier voor trombone heb ik helemaal uitgespeeld. Daarna heb ik tweehonderd meter gelopen en kwam ik op hetzelfde strand uit waar ik vorige week zaterdag ook lag. Toen wist ik nog niet dat ik een week later om de hoek zou wonen. Met de Argentijnse makelaar was ik eerder nog gaan kijken naar het huis aan het begin van de straat; het leek wel een antikraakwoning. Een soort spookhuis zonder maar een enkel meubelstuk erin. Vanochtend zag ik achter de ramen wat bewegen, een aantal studenten heeft het tot onderkomen gemaakt.

Op weg naar het strand maakte ik en passant een groepje veertienjarige schoolmeisjes blij. Ze waren bezig te poseren terwijl een van hun met de camera in de weer was.

‘Zal ik een foto van jullie allemaal maken?’

‘Ay, sí. Lydia, kom er ook bij.’

‘Lydia, hup, jij ook op de foto!’ Allemaal dezelfde schooluniformrokjes aan. Ze waren oh, zo blij met de foto. Het is zo gemakkelijk hier iemand blij te maken.

Ik sprong eergisteren bijvoorbeeld een gat in de lucht, in de bibliotheek nog wel, toen Elías Lopés, de orkestleider en trompettist, me belde voor vier optredens! Eindelijk, eindelijk speel ik met topmusici. Al final. Op een concert gaan we artiesten begeleiden als Andy Montañez en José Nogueras.

‘José Nogueras sprak heel lovend over jou,’ zei Elías door de telefoon. Met José speelde ik ook in 1994. Hij is een música típica zanger/componist en is momenteel herstellende van een levertransplantatie. Het was kantje boord. K. riep me vorige week bij zich toen hij op tv zijn verhaal vertelde. Hij vertelde dat hij inderdaad in een witte tunnel werd gezogen ... een bijna-doodervaring. Nu is hij regelmatig op de radio te horen met zijn nieuwe cd Gracias, waarin hij zingt dat hij een boricua is maar met een lever van een gringo. Bijzonder en bovendien grappig. Zijn manier om te verwerken wat er met hem gebeurd is, door zijn hepatitis. Bij artiesten moet dat er gewoon uit. Ik verheug me er op om hem na twaalf jaar weer te zien.


Gisterenavond heb ik mijn nieuwe buurt al wandelend verkend. In deze straat wonen alleen maar witte mensen met grote honden. Er staan Bmw’s, Volvo’s, Audi’s en Jeeps voor de deuren. Je hoort hier geen salsamuziek. De buurvrouw die haar dochtertje naar koor bracht, zei: ‘Je moet hier gewoon oppassen, ook overdag. Och, het is tenslotte Puerto Rico. Rijk en arm wonen hier samen.’

Nou, ik heb Santa Rita overleefd, de studentenwijk die nu verpauperd is. Ik loop hier over straat zonder oorbellen in en ringen om mijn vingers, in mijn gewone kloffie. Het enige dat mij echte schrik aanjaagt, is zo’n snurkende, grommende Dobbermann onder een elektrisch hek.

Om de hoek begint de boulevard al, een heuse boulevard langs de Oceaan. Man, geweldig! De meest waanzinnige huizen hebben de rijken er gebouwd. Zo nu en dan hoor ik een fles open ploppen. Want het drinken van wijn en het rijden in Europese auto’s is hier een statussymbool. De vrouwen van de rijke huizenbezitters zijn helaas hetzelfde als in Nederland. Het zijn net kleine, smalle, geblondeerde Gooise ‘krekskes’ die niet koken, alleen in het fitnesscentrum te vinden zijn en je begroeten met een glimlach alsof ze kiespijn hebben. Of je helemaal niet zien staan.

Even verderop bevindt zich een hotelletje waar je voor $128,36 per nacht een kamer kunt huren. Omdat ik voor de overheid werk, krijg ik tien procent korting. Maar ook al werkte ik niet voor de overheid dan zou ik ervoor zorgen dat ik die korting toch kreeg. Mijn familie schaamt zich voor deze karaktertrek van mij, maar de eigenschap zit nu eenmaal diep in de genen mijner voorvaderen opgeslagen.

Zo kocht ik in Rio Piedras, de wijk waar ik zo graag vertoef omdat ik aan elke winkel een herinnering heb, een nieuwe metronoom. Mijn eigen metronoom had ik namelijk op school laten liggen.

‘En hoeveel is het voor professionals?’

De eigenaar werpt me, hangend in zijn stoel, een minachtende en dodelijk vermoeide blik toe.

‘Ik ben docent op het Conservatorium. Heeft u niet een blik trombonisten voor me?’

Nu is de oude verkoper gecharmeerd.

‘Ah, profesora.’ Zoals ik al zei, profesora ben je ook in het wild. Ik geef hem mijn kaartje.

‘Gaat het niet goed in de zaken? Bent u zelf ook muzikant?’ vraag ik de chagrijnige man, die nog steeds onderuit gezakt in zijn stoel hangt.

‘Ja, ik speel percussie.’

‘Maar zeker niet veel, hè.’ Hoe kan je anders zo chagrijnig zijn?

Ik mag de metronoom meenemen met tien procent korting. De verkoper ‘van zevenenzeventig, profesora’ - en dan moet je altijd zeggen, ‘Goh, wat ziet u er nog goed uit voor uw leeftijd’ - geeft me $5,- te weinig terug van $100,-. Dat zie ik. De man put zich uit in verontschuldigingen. Zelfs zo, dat ik vergeet mijn metronoom mee te nemen. Die wordt me, terwijl ik alweer een deur van een andere winkel open, rennend nagebracht door een klant.

‘Hier, profesora.’ Hij ook al. Ik moest erom lachen.
Het is inmiddels 18.18 uur. Na een korte schemer, de lucht eerst felrood, is het nu donker. De baideliërs hoajje de moel. De honden in de straat blaffen alleen als iemand zijn hond uitlaat. Een geluk.

Ik hoor nu de coquitjes die hier in de palmen en de bananenbomen zitten, de zee aan de linkerkant, een auto in de verte en heel in de verte muziek en de wind. Voor mezelf heb ik een piña colada ingeschonken in het groene glaasje van Net. Nog bedankt, hè! Hartstikke leuk! Die andere is gesneuveld met de verhuizing, maar scherven brengen geluk en deze koester ik. Van mijn huisbaas mocht ik bloemen plukken. Er staan nu rode gemberbloemen en palmtakjes in een vaasje.

Het is heerlijk rustig. Het huis hiernaast staat in de verkoop. Wat zou het kosten? In ieder geval een stuk minder dan in Nederland, omdat de belastingtarieven laag zijn. Komende week wordt er een zeven procenttarief ingevoerd. En iedereen is daar boos over. K. nog het meest, maar die lijdt nu eenmaal aan chronische boosheid.

Daarom heb ik gisteren in de grote winkelstraat hier een paar honderd meter verderop meteen een radio-cdspeler gekocht voor $60,-. Met de mogelijkheid zenders voor te programmeren; uiteraard heb ik er een paar salsazenders in gezet. En ook schafte ik me een Black & Decker-stoomstrijkijzer aan. Zo’n mooie heb ik nog nooit gehad voor $15,60. Bij een klein winkeltje kocht ik tenslotte een platano, een groene banaan. Ze hingen nog aan de stam.

‘Welke wil je hebben?’ vroeg de Dominicaanse verkoopster. Voor 65 dollarcent kon ik er eentje uitkiezen. Zo zijn ze goedkoper en verser dan in de supermarkt. Ik heb de banaan bereid als tostones, zoiets als onze friet. Kleine, platgeslagen stukjes banaan, dubbel gefrituurd, geserveerd met olie met knoflook, koriander en specerijen.

De kipfilets die ik kocht, zijn inderdaad van kleine krielkippen. Ocherm! Maar ja, een pond is een pond. Dan heb je zes, zeven Caribische filetjes, in Nederland zou je er dan net twee hebben. Rubens, niet?

Inmiddels heb ik mijn medebewoners vluchtig ontmoet. Schuin beneden mij, in een piepklein optrekje, woont Marco (30) uit Uruguay. Hij houdt het complex hier schoon. Aan de achterkant woont Grisele (46), zij is een leuk mens. Net zo open als Peny en ik.

‘We gaan samen vis kopen! Alle restaurants kopen daar ook!’ riep ze me na. Ze heeft het over de winkel bij de zogenaamde gevaarlijke buurt: de caserío. Het zijn vooral de verpauperde woningen achter het hek die op ‘ gevaarlijk’ duiden.

In de supermarkt zie ik inderdaad kreeft, krabpoten, garnalen in alle maten op ijs liggen. Geweldig! Ik kijk eens om me heen, ik ben de enige blanke klant. Op de terugweg zie ik een zwarte vrouw met een kraampje op de hoek. Ze verkoopt alcapurrias (krabkroket) en bacalaíto (gefrituurde stokviskoek). Wat ben ik blij dat ik niet in het snobistische Condado woon, waar alle mensen wit zijn en iedereen me in het Engels aanspreekt. Of me nasissen: ‘Missy, do you want a taxi?’

In het Spaans antwoord ik dan dat ik een Lincoln Town Car heb.


Ik steek de straat over en vraag de vrouw bij het kraampje om een bacalaíto.

‘Ik ben hier net komen wonen. Wat geweldig dat u hier staat.’ Normaal moet je voor een bacalaíto naar Piñones, zes kilometer verderop, halverwege de jungle, waar mensen nog op houtskool koken.

‘Woont u hier verderop?’ ze wijst naar mijn buurt. Kijk, ik kan in de zon liggen wat ik wil, salsa spelen als een latina, maar mijn haar blijft steil, mijn lijf en gezicht blijven nu eenmaal Europees. En als ik Spaans praat, is dat met een Limburgs accent - ‘Dat is zo lief, May’. Maar mijn hart is feest, net zoals de Latinas. En als een echte zuiderling zat ik met tranen op mijn balkon toen ik op de Limburg Kalender zag dat het de elfde van de elfde was. Ik moest ineens denken aan zaterdagavond 11 november 1978. Het was de opening van het Carnavalsseizoen, en als klein meisje had ik mijn eerste optreden met de Prinsenkapel.

‘Ja, ik sta vanaf de volgende week bij u om de hoek.’

‘Nog beter! Wat krijgt u van me?’

Un peso.’ Ik geef haar een dollar en loop zielsgelukkig met de lekkernij terug naar huis.



Musica, Maestra! Brieven uit Puerto Rico van May Peters verschijnt in de zomer van 2009 bij Totemboek, www.totemboek.nl



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina