Ocmw aarschot



Dovnload 1.55 Mb.
Pagina1/17
Datum17.08.2016
Grootte1.55 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17









Rechtspositieregeling voor het OCMW-personeel

Diensten en instellingen

OCMW – AARSCHOT

Statiestraat 3

3200 AARSCHOT

Tel.: 016-55 07 00

Fax: 016-56 79 25

INHOUD

INHOUD 3

DEEL 1. toepassingsgebied en algemene bepalingen 10

AFDELING 1. Toepassingsgebied 10

AFDELING 2. Algemene bepalingen 11

deel 2. de loopbaan 13

hoofdstuk 1. de indeling van de graden en de procedure voor de vervulling van de betrekkingen 13

hoofdstuk 2. DE AANWERVING 15

AFDELING 1. De algemene toelatingsvoorwaarden en de algemene aanwervingsvoorwaarden 15

AFDELING 2. De specifieke aanwervingsvoorwaarden 18

AFDELING 3. De aanwervingsprocedure 20



Hoofdstuk 3. DE SELECTIEPROCEDURE 24

AFDELING 1. Algemene regels voor de selecties 24

AFDELING 2. Het verloop van de selectie 32

AFDELING 3. Wervingsreserves 34



hoofdstuk 4. specifieke bepalingen voor de aanwerving in de betrekkingen die ingesteld werden ter uitvoering van werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheid en in sommige tijdelijke betrekkingen 35

hoofdstuk 5. de aanwerving van personen met een arbeidshandicap 38

hoofdstuk 6. de indiensttreding 39

hoofdstuk 7. de proeftijd met het oog op de vaste aanstelling in statutair verband 40

AFDELING 1. Algemene bepalingen 40

AFDELING 2. De duur van de proeftijd en de evaluatie tijdens de proeftijd 41

AFDELING 3. De vaste aanstelling in statutair verband 44



hoofdstuk 8. de evaluatie tijdens de loopbaan 45

AFDELING 1. Algemene bepalingen 45

AFDELING 2. De duur van de evaluatieperiode en de evaluatiecriteria 48

AFDELING 3. De evaluatoren en het verloop van de evaluatie 49

AFDELING 4. De evaluatieresultaten en de gevolgen van de evaluatie 51

AFDELING 5. Het beroep tegen de ongunstige evaluatie 54



Onderafdeling 1. Algemene bepalingen 54

Onderafdeling 2. Samenstelling van de beroepsinstantie 55

Onderafdeling 3. De werking van de beroepsinstantie 56

Onderafdeling 4. Beslissing in beroep van de OCMW-secretaris 57

hoofdstuk 9. de administratieve anciënniteiten 58

hoofdstuk 10. de functionele loopbaan 63

AFDELING 1. Algemene bepalingen 63

AFDELING 2. De functionele loopbanen per niveau 63

HOOFDSTUK 11. de bevordering 66

AFDELING 1. Algemene bepalingen 66

AFDELING 2. De selectie 69

AFDELING 3. De bevorderingsvoorwaarden per niveau en per rang 70

AFDELING 4. De proeftijd van het personeelslid na bevordering 73

AFDELING 5. De bevordering 74



hoofdstuk 12. de vervulling van een vacature door interne personeelsmobiliteit 75

1. INTERNE PERSONEELSMOBILITEIT…… ………………………………………………………………..75

AFDELING 1. Algemene bepalingen 75

AFDELING 2. De voorwaarden en de procedures voor de interne personeelsmobiliteit 77

2. EXTERNE PERSONEELSMOBILITEIT…………………… ………………………………………….…81

AFDELING 1. Algemene bepalingen 81

AFDELING 2. Externe personeelsmobiliteit voor personeelsleden van overheden met hetzelfde werkingsgebied………………………………………… …………………………………………………………82

AFDELING 3. Externe personeelsmobiliteit voor personeelsleden van overheden met een ander werkingsgebied en de diensten van de Vlaamse overheid……………… …………………………………….83



deel 3. DE WAARNEMING VAN EEN HOGERE FUNCTIE 84

AFDELING 1. De waarneming van een hogere functie van het OCMW-personeel 84



DEEL 4. DE AMBTSHALVE HERPLAATSING 86

hoofdstuk 1. de ambtshalve herplaatsing van het vast aangestelde statutaire personeelslid in een functie van dezelfde rang 86

hoofdstuk 2. de ambtshalve herplaatsing van het vast aangestelde statutaire personeeLslid in een functie van een lagere graad 89

hoofdstuk 3: de herplaatsing van het contractuele personeelslid 91

DEEL 5. HET VERLIES VAN HOEDANIGHEID VAN STATUTAIR PERSONEELSLID EN DE DEFINITIEVE AMBTSNEERLEGGING 92

HOOFDSTUK 1. HET VERLIES VAN DE HOEDANIGHEID VAN STATUTAIR PERSONEELSLID 92

HOOFDSTUK 2. DE DEFINITIEVE AMBTSNEERLEGGING VAN HET STATUTAIRE PERSONEELSLID 94

DEEL 6. HET SALARIS 96

HOOFDSTUK 1. algemene bepalingen 96

hoofdstuk 2. de toekenning van periodieke salarisverhogingen door de opbouw van geldelijke anciënniteit 99

AFDELING 1. Diensten bij een overheid 99

AFDELING 2. Diensten in de privésector of als zelfstandige 100

AFDELING 3. De valorisatie van de diensten 102



HOOFDSTUK 3. BIJZONDERE BEPALINGEN 104

HOOFDSTUK 4. DE BETALING VAN HET SALARIS 106

DEEL 7. DE TOELAGEN, VERGOEDINGEN EN SOCIALE VOORDELEN 108

hoofdstuk 1. algemene bepalingen 108

hoofdstuk 2. de verplichte toelagen 110

AFDELING 1. De haard- en standplaatstoelage 110

AFDELING 2. Het vakantiegeld 112

Onderafdeling 1. Algemene bepalingen 112

Onderafdeling 2. Statutaire personeelsleden en gesubsidieerd contractuelen 114

Onderafdeling 3. Contractuele personeelsleden en statutairen op proef 116

AFDELING 3. De eindejaarstoelage 117

AFDELING 4. De attractiviteitspremie 119

hoofdstuk 3. DE ONREGELMATIGE PRESTATIES 121

AFDELING 1. Nachtprestaties en prestaties op zondagen en feestdagen 121

AFDELING 2. Onregelmatige prestaties van sommige personeelscategorieën in de federaal
gefinancierde gezondheidsinstellingen 123

AFDELING 3. De overuren 126



Onderafdeling 1. Algemene regeling 126

Onderafdeling 2. Bijzondere regeling 128

AFDELING 4. De functiegerelateerde toelagen 129



Onderafdeling 1. Functiecomplement 129

Onderafdeling 2. Premies voor titels en bijzondere beroepsbekwaamheden 129

AFDELING 5. Verstoringstoelage 131



Hoofdstuk 4. DE ANDERE TOELAGEN 132

AFDELING 1. De toelage voor het waarnemen van een hogere functie 132

AFDELING 2. De gevarentoelage 133

AFDELING 3. De permanentietoelage 135



HOOFDSTUK 5. de vergoeding voor reis- en verblijfskosten 136

AFDELING 1. Algemene bepalingen 136

AFDELING 2. De vergoeding voor reiskosten 138

AFDELING 3. De hotel- en dagvergoeding 140



HOOFDSTUK 6. DE SOCIALE VOORDELEN 141

AFDELING 1. De maaltijdcheques 141

AFDELING 2. De hospitalisatieverzekering 144

AFDELING 3. De vergoeding van de kosten van het woon-werkverkeer 145



Onderafdeling 1. Openbaar vervoer 145

Onderafdeling 2. Fiets 147

Onderafdeling 3. Wagen 148

AFDELING 4. De begrafenisvergoeding 149

AFDELING 5. Sociale voordelen 150

DEEL 8. VERLOVEN EN AFWEZIGHEDEN 151

hoofdstuk 1. Algemene bepalingen 151

hoofdstuk 2. DE JAARLIJKSE VAKANTIEDAGEN 153

HOOFDSTUK 3. DE FEESTDAGEN 156

HOOFDSTUK 4. bevallingsverlof en opvangverlof 158

AFDELING 1. Bevallingsverlof 158

AFDELING 2. Vervangend vaderschapsverlof 162

AFDELING 3. Opvangverlof 164

AFDELING 3. Pleegzorgverlof 166

HOOFDSTUK 5. ZIEKTEVERLOF 167

AFDELING 1. Algemene bepalingen 167

AFDELING 2. Ziektemelding en ziektecontrole 168

Onderafdeling 1. Meldingsplicht 168

Onderafdeling 2. Geneeskundig getuigschrift 168

Onderafdeling 3. Controle 170

Onderafdeling 4. Spontane controle 171

Onderafdeling 5. Opdracht van de controlearts 172

Onderafdeling 6. Werkherneming na een controleonderzoek 173

Onderafdeling 7. Verlenging arbeidsongeschiktheid 173

AFDELING 3. Beroepsprocedure 174

AFDELING 4. Medische geschillen 175

AFDELING 5. Werkherneming 176

AFDELING 6. De verblijven in het buitenland of in de Belgische of buitenlandse kuuroorden 177

AFDELING 7. Ziekteverlof 178

AFDELING 8. Deeltijdse prestaties wegens ziekte 181

HOOFDSTUK 6. PROFYLAXEVERLOF 183

HOOFDSTUK 7. DISPONIBILITEIT 185

AFDELING 1. Algemene bepalingen 185

AFDELING 2. De disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit 187

AFDELING 3. De disponibiliteit wegens ambtsopheffing 189



HOOFDSTUK 8. het verlof voor deeltijdse prestaties 191

hoofdstuk 9. het verlof voor opdracht 193

hoofdstuk 10. het omstandigheidsverlof 195

hoofdstuk 11. het onbetaalde verlof 199

AFDELING 1. Onbetaald verlof 199

AFDELING 2. Thematisch onbetaald verlof 201

HOOFDSTUK 12. LOOPBAANONDERBREKING 202

AFDELING 1. Algemene bepalingen 202

AFDELING 2. Volledige loopbaanonderbreking 203

AFDELING 3. Vermindering van arbeidsprestaties 205

AFDELING 4. Bijstand of verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid 207

Onderafdeling 1. Volledige loopbaanonderbreking 207

Onderafdeling 2. Vermindering van arbeidsprestaties 209

AFDELING 5. Palliatieve verzorging 211

AFDELING 6. Ouderschapsverlof in het kader van de onderbreking van de beroepsloopbaan 213

HOOFDSTUK 13. POLITIEK VERLOF 216

HOOFDSTUK 14. VERLOF VOOR VAKBONDSACTIVITEITEN 222

AFDELING 1. Algemene bepalingen 222

AFDELING 2. Deelname aan comités 223

AFDELING 3. Werkzaamheden in de vakorganisaties 224

AFDELING 4. Uitoefenen van vakbondsprerogatieven 225

HOOFDSTUK 15. DIENSTVRIJSTELLINGEN 226

HOOFDSTUK 16. arbeidsduurvermindering in de gezondheidssector 229

DEEL 9. VORMING 232

DEEL 10. TUCHT 233

DEEL 11. SLOTBEPALINGEN 235

HOOFDSTUK 1. OVERGANGSBEPALINGEN 235

AFDELING 1. Geldelijke waarborgen 235

AFDELING 2. Overgangsbepalingen over diverse lopende procedures en lopende periodes 237

hoofdstuk 2. OPHEFFINGSBEPALINGEN EN INWERKINGSTREDINGSBEPALINGEN 238

AFDELING 1. Opheffingsbepalingen 238

AFDELING 2. Inwerkingstredingsbepalingen 238

BIJLAGEN 239

BIJLAGE 1. OVERZICHT PERIODES ONBEZOLDIGDE AFWEZIGHEID 240

BIJLAGE 2. UITGEWERKTE SALARISSCHALEN 241

BIJLAGE 3. OVERZICHT PERSONEELSGROEPEN 257

BIJLAGE 4. MAATREGELEN IN HET KADER VAN DE ARBEIDSHERVERDELING IN DE OPENBARE SECTOR 258

DEEL 1. TOEPASSINGSGEBIED EN ALGEMENE BEPALINGEN

AFDELING 1 - Toepassingsgebied


Artikel 1

Deze rechtspositieregeling is van toepassing op het voltallig personeel, zowel dat in statutair als in contractueel dienstverband, dat tewerkgesteld is in de volgende diensten en instellingen van het OCMW:



  1. de thuisdiensten: administratie, gezinszorg en aanvullende thuiszorg, warme maaltijden, poetsdienst, klusjesdienst

  2. de instellingen:

  1. woonzorgcentrum ‘Sint-Rochus’: administratie, verpleging en verzorging, bewonerszorg, schoonmaak, keuken

  2. woningcomplex met dienstverlening “Het Gesloten Hof”

  3. dagverzorgingscentrum

  1. het lokaal dienstencentum “Het Anker”


Artikel 1 bis

Deze rechtspositieregeling is niet van toepassing op de personeelsleden die met toepassing van art. 60 §7, van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 08/07/1976 tewerkgesteld worden .

.
AFDELING 2 – Algemene bepalingen
Artikel 2

Voor de toepassing van deze rechtspositieregeling wordt verstaan onder:



  1. OCMW-decreet: het decreet van 19/12/2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen;

  2. BVR G: het besluit van de Vlaamse Regering van 07/12/2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen;

  3. BVR O: het besluit van de Vlaamse Regering van 12/11/2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en de rechtspositieregeling van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en houdende de minimale vooraarden voor sommige aspecten van de rechtspositieregeling van bepaalde personeelsgroepen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en latere wijzigingen .

  4. de raad: de raad voor maatschappelijk welzijn;

  5. het bestuur: het OCMW-bestuur;

  6. de aanstellende overheid:

    • de raad voor maatschappelijk welzijn

    • het vast bureau voor overeenkomsten van bepaalde duur met een looptijd van maximum 2 jaar en de secretaris voor vervangingsovereenkomsten en contracten tot 6 maanden (1 x verlengbaar), in toepassing van art. 105 van het OCMW-decreet.

  7. het hoofd van het personeel: de OCMW-secretaris

  8. de decretale graden: de secretaris en de financieel beheerder

  9. het personeelslid: zowel het statutaire personeelslid als het contractuele personeelslid;

  10. het statutaire personeelslid: zowel het vast aangestelde statutaire personeelslid als het statutaire personeelslid op proef;

  11. het vast aangestelde statutaire personeelslid: elk personeelslid dat bij eenzijdige beslissing van de overheid vast is aangesteld in statutair dienstverband ook genoemd “in vast verband benoemd”1;

  12. het statutaire personeelslid op proef: elk personeelslid dat bij eenzijdige beslissing van de overheid toegelaten is tot de proeftijd met het oog op een vaste aanstelling in statutair dienstverband;

  13. het contractuele personeelslid: elk personeelslid dat in dienst is genomen bij arbeidsovereenkomst, conform de wet van 03/07/1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

  14. graad: benaming voor een groep van gelijkwaardige functies of benaming voor een specifieke functie;

  15. functiebeschrijving: de weergave van de functie-inhoud en van het functieprofiel, waaronder de competenties;

  16. competenties: de kennis, vaardigheden, persoonlijkheidskenmerken en attitudes die nodig zijn voor de uitoefening van een functie;

  17. voltijdse prestaties: prestaties van gemiddeld 38 uren per week;

  18. werkdagen: de dagen waarop het personeelslid verplicht is te werken krachtens de arbeidsregeling die op hem van toepassing is;

  19. RPR G: de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel van de stad Aarschot;

  20. het uitvoerend orgaan: de voorzitter van het OCMW.


DEEL 2. DE LOOPBAAN

HOOFDSTUK 1: DE INDELING VAN DE GRADEN EN DE PROCEDURE VOOR DE VERVULLING VAN DE BETREKKINGEN




Artikel 3

De graden worden ingedeeld in vijf niveaus. De niveaus stemmen, met uitzondering van de niveaus D en E, overeen met een diplomavereiste van een bepaald onderwijsniveau.


De niveaus en de daarmee overeenstemmende diploma’s of getuigschriften zijn:

  1. niveau A: ofwel een masterdiploma, ofwel een diploma van het universitair onderwijs of een diploma van het hoger onderwijs van twee cycli dat gelijkgesteld werd met universitair onderwijs;

  2. niveau B: ofwel een bachelordiploma, ofwel een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus of daarmee gelijkgesteld onderwijs;

  3. niveau C: een diploma van het secundair onderwijs of daarmee gelijkgesteld onderwijs;

  4. niveau D: geen diplomavereiste, tenzij anders bepaald;

  5. niveau E: geen diplomavereiste.

De kandidaten voor de toegang tot de functie van maatschappelijk werker moeten houder zijn van:

- het diploma van bachelor in het sociaal-agogisch werk met de titel van maatschappelijk assistent of een daarmee gelijkgesteld diploma of

- het diploma van bachelor in de verpleegkunde, afstudeerrichting sociale verpleegkunde, of een daarmee gelijkgesteld diploma.


De erkende diploma’s per niveau voor de toegang tot betrekkingen zijn vastgesteld door de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur bij ministrieel besluit op 19/02/2013. Enkel de erkende diploma’s of getuigschriften die op die lijst voorkomen en latere wijzigingen komen in aanmerking.
Artikel 4

§1.

De aanstellende overheid verklaart een betrekking, vacant in de personeelsformatie, open en bepaalt bij de vacantverklaring via welke procedure of procedures ze vervuld wordt.


§2.

Met behoud van de toepassing van de specifieke regels per procedure, wordt een vacante betrekking, ongeacht haar rangindeling, vervuld op één van de volgende manieren:



  1. door een aanwervingsprocedure;

  2. door een bevorderingsprocedure;

  3. door een procedure van interne personeelsmobiliteit;

  4. door een procedure van externe personeelsmobiliteit;

  5. door een combinatie van één van bovenvermelde procedures

  6. door uitbreiding van prestaties (in toepassing van artikel 6 §2).


§3.

Bij de aanwervingsprocedure worden tegelijk personen extern aan het OCMW-bestuur en personeelsleden van het OCMW uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor de betrek­king.


Bij de bevorderingsprocedure en bij de procedure van interne personeelsmobiliteit beslist de aanstellende overheid bij de vacantverklaring van de betrekking of ze een beroep doet op externe personeelsmobiliteit, conform de bepalingen van hoofdstuk 12 punt B.

.

HOOFDSTUK 2: DE AANWERVING


AFDELING 1 – De algemene toelatingsvoorwaarden en de algemene aanwervingsvoorwaarden


Artikel 5

§1.

Om in aanmerking te komen voor een functie bij het bestuur, moeten de kandidaten:



  1. een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de eisen van de functie waarvoor ze solliciteren;

  2. de burgerlijke en politieke rechten genieten;

  3. medisch geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, in overeenstemming met de wetgeving betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;

  4. in voorkomend geval, voldoen aan de nationaliteitsvereiste.


§2.

    • passend gedrag:

Het passend gedrag vermeld in paragraaf 1, punt 1. wordt getoetst aan de hand van een uittreksel uit het strafregister. Als daarop een ongunstige vermelding van een correctionele veroordeling voorkomt, mag de kandidaat daarover een schriftelijke toelichting voorleggen.


    • medische geschiktheid:

De medische geschiktheid van de kandidaat, vermeld in paragraaf 1 punt 3., moet vaststaan voor de effectieve tewerkstelling in het OCMW2.
De volgende werknemers zijn aan een voorafgaande gezondheidsbeoordeling onderworpen3:

  • werknemers die in dienst worden genomen in een veiligheidsfunctie of in een functie die een verhoogde waakzaamheid veronderstelt;

  • werknemers die in een activiteit met een specifiek risico worden aangesteld;

  • werknemers waaraan men een grotere kwetsbaarheid toekent, die een groter toezicht op de gezondheid en een bijzondere bescherming rechtvaardigt (vb. jongeren, gehandicapte werknemers,…);

  • werknemers die in een activiteit tewerkgesteld worden die verbonden is met voedingswaren.




    • nationaliteitsvereiste

  1. met betrekking tot de statutaire betrekkingen:

Statutaire betrekkingen waarbij uit de functiebeschrijving blijkt dat ze een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de uitoefening van het openbaar gezag inhouden of werkzaamheden omvatten die strekken tot de bescherming van de belangen van het bestuur, zijn voorbehouden voor Belgen.
De overige statutaire betrekkingen zijn toegankelijk voor onderdanen van de EU-lidstaten en de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (EER) plus de Zwitserse bondstaat.


  1. met betrekking tot de contractuele betrekkingen:

Contractuele betrekkingen waarbij uit de functiebeschrijving blijkt dat ze een rechtstreekse of onrechtstreekse deelname aan de uitoefening van het openbaar gezag inhouden of werkzaamheden omvatten die strekken tot de bescherming van de belangen van het bestuur, zijn voorbehouden voor Belgen.
De overige contractuele betrekkingen zijn toegankelijk voor kandidaten die tot het wettige verblijf in België zijn toegelaten en die wettelijk tot de Belgische arbeidsmarkt zijn toegelaten.
Artikel 6

§1.

Om in aanmerking te komen voor aanwerving, moeten de kandidaten:



  1. voldoen aan de vereiste over de taalkennis opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18/07/1966;

  2. voldoen aan de diplomavereiste:

      1. die geldt voor het niveau waarin de functie gesitueerd is;

      2. die, in voorkomend geval, wordt opgelegd krachtens een reglementering van de hogere overheid.

  3. voor een functie in de hogere graden van niveau A, B en C: minimaal vier jaar relevante beroepservaring hebben;

  4. voor een functie in de technisch hogere rang van niveau D: minimaal vier jaar relevante beroepservaring hebben;

  5. slagen voor de selectieprocedure.

De lijst van erkende diploma's of getuigschriften per niveau wordt door de Vlaamse minister,

bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, vastgesteld. Alleen de erkende diploma’s of getuigschriften op die lijst komen bij aanwerving in aanmerking.
§2.

Het personeelslid dat tewerkgesteld is in een deeltijdse functie nadat het geslaagd is voor selectieproeven, is vrijgesteld van nieuwe selectieproeven wanneer de wekelijkse prestaties binnen die functie uitgebreid worden of wanneer de functie voltijds wordt.


AFDELING 2 – De specifieke aanwervingsvoorwaarden



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina