Oefen vt vwo4 b hoofdstuk 8 Elektrische stromen. 24-8-2016



Dovnload 11.96 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte11.96 Kb.

Oefen vt vwo4 B hoofdstuk 8 Elektrische stromen. 24-8-2016


Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl, vwo5, oefenvt’s
1. Serie en parallel.

Vier parallel geschakelde halogeenlampen van 12,0V; 50W zijn met twee lange draden aangesloten op een spanningsbron. Deze lange koperdraden met een doorsnede van 2,0 mm2 kunnen opgevat worden als één weerstand van 0,20  die in serie staat met de parallel geschakelde lampen.



a. Teken het schakelschema waarin 4 lampen, 1 serieweerstand, 1 geopende schakelaar,

1 spanningsmeter die de spanning over de lampen meet en 1 stroommeter die de hoofdstroom meet

zijn opgenomen.

Vanaf nu is de schakelaar gesloten.

b. Bereken de lengte van de aan- en afvoerdraad samen.

c. Bereken de hoofdstroom.

d. Bereken de spanning van de spanningsbron als de lampen op de juiste spanning branden.

e. De lampen branden 5 uur per dag, 30 dagen per maand. Bereken de kosten als 1 kWh € 0,11 kost.

f. Bereken de lading die in die tijd door de serieweerstand is gelopen.

g. Beredeneer dat de stroomsterkte meteen na het inschakelen groter is dan je bij c. hebt berekend

maar al snel de berekende waarde aanneemt.


2. Niet-ideale meters

Je hebt een weerstand van 1,0 kΩ aangesloten op een 6,0 V spanningsbron.



a. Hoe groot is de stroomsterkte en de spanning over de weerstand.
Je zet nu een ampèremeter in de keten. Deze meter heeft een weerstand van 10 Ω. Over de weerstand zet je een voltmeter. Deze meter heeft een weerstand van 10 kΩ.

b. Bereken de stroomsterkte.

c. Bereken de spanning over de weerstand.
3. Elektrische veiligheid.

Een zekering, een aardlekschakelaar en een aardleiding vormen onderdeel van de elektrische beveiliging.

Wat gebeurt er met de zekering en de aardlekschakelaar bij:

a. Overbelasting.

b. Kortsluiting tussen fase en nulleiding.

c. Kortsluiting tussen fase en aardleiding
=========================================================================

Uitwerking oefen vt N1VWO1 hoofdstuk 7 Elektrische stromen.


Opgave 1.

a. Zie de tekening. N.B.: De serieweerstand mag ook "achter" het

lampje staan, evenals de stroommeter.



b. Gebruik R = l. en vul in:

R = 0,20 

 m (BINAS soort. weerst. koper)

A = 2,0mm2 = 2,0.10-6 m2

Uitkomst: l = 24 m

c. P=U.I dus I = P/U=50/12=4,17 A in één lamp.

Vier parallelle lampen dus de hoofdstoom is 4 . 4,17 = 16,7 = 17 A



d. Voor de serieweerstand geldt U(serie) = I.R(serie) = 16,7 . 0,20 =

3,3 V


Lampjes en serieweerstand in serie dus geldt:

U(bron) = U(serie) + U(lampjes) = 3,3 + 12,0 = 15,3 V = 15 V



e. Voor de hele schakeling = P(bron) = U(bron).I = 15,3 . 16,7 = 255,5 W

E in kWh gevraagd dus E(bron) = P(bron).t = 255,5W . (5 . 30h) = 38325 Wh = 38,3 kWh

Dit kost 38,3 . € 0,11 = € 4,22

N.B.: Je kunt ook de kosten van de lampen en van de serieweerstand apart berekenen en dan

optellen. Lijkt me onnodig extra werk)

f. BINAS tabel 4: 1 A = 1 C/s dus de lading is (16,7 C/s) . (5 . 30 . 3600s) = 9,0.106 C

g. Bij het inschakelen is de gloeidraad nog koud en de weerstand dus klein. De stroom zal dan groot

zijn. (Al snel wordt de gloeidraad heet en de weerstand neemt toe totdat de stroom gedaald is tot

16,7 A)
2. Niet-ideale meters

a. I = U/R = 6/1000 = 0,0060 A (= 6,0 mA) en U = 6,0 V

b. Vervangingsweerstand van parallelschakeling (voltmeter en weerstand van 1,0 k Ω) :

1/Rv = 1/1000 + 1/10.000 → Rv = 909 Ω

Dit staat in serie met de stroommeter (10 Ω ) dus Rv (van de hele keten) = 909 +10 = 919 Ω

I = Ubron/Rtotaal = 6/919 = 0,00653 = 0,0065 A (= 6,5 mA)

UR = Itotaal . Rv = 0,00653 . 909 = 5,93 = 5,9 V

(Door het aanbrengen van beide niet-ideale meters stijgt de stroom en neemt de spanning over

de weerstand af)

3. Elektrische veiligheid.

a. De zekering smelt want de stroom in de fasedraad wordt te groot. De aardlekschakelaar doet

niets want de stroom in de faseleiding en de nulleiding zijn even groot.



b. De stroom in de fasedraad te groot dus de zekering kan reageren.

De stroom in de fasedraad is even groot als in de nulleiding dus de aardlekschakelaar reageert niet.



c. De stroom in de fasedraad wordt te groot dus de zekering kan reageren.

De stroom in de fasedraad is groter dan in de nulleiding dus de aardlekschakelaar kan reageren.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina