Officieuze coordination officieuse



Dovnload 302.58 Kb.
Pagina1/5
Datum20.08.2016
Grootte302.58 Kb.
  1   2   3   4   5

Bijwerking tot 01/01/2016 Mise à jour au 01/01/2016

OFFICIEUZE COORDINATIE




COORDINATION OFFICIEUSE




11 JULI 2002. — Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement betreffende het recht op maatschappelijke integratie



11 JUILLET 2002. — Arrêté royal portant règlement général en matière de droit à l’intégration sociale


Gewijzigd door:

K.B. van 1 april 2003 (B.S. 10/04/03).

KB 5/12/2004 – BS 13/12/2004 – ed.2 (- 1)

KB 5/12/2004– BS 13/12/2004 ed.2 (art. 22,§1 – p) –(2)

KB 9/01/2006 – BS 30/01/2006

KB 15/02/2007 – BS 7/03/2007 – ed.2

KB 17/02/2013 – BS 6/03/2013


Modifié par:

A.R. du 1er avril 2003 (M.B. du 10/04/03)

AR 5/12/2004 – MB 13/12/2004 ed.2 -( 1)

AR 5/12/2004 – MB 13/12/2004 ed.2 (art.22,§1 –p) –(2)

AR 9/01/2006 – MB 30/01/2006

AR 15/02/2007 – MB 7/03/2007 – ed.2

AR 17/02/2013 – MB 6/03/2013


HOOFDSTUK I. — Inleidende bepalingen

Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° wet : de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;

2° minister : de minister bevoegd voor Maatschappelijke Integratie;

3° centrum : het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;

4° aanvrager : de persoon die het recht op maatschappelijke integratie heeft aangevraagd of wiens recht op maatschappelijke integratie op initiatief van het centrum wordt onderzocht.


CHAPITRE Ier. — Dispositions introductives

Article 1er. En vue de l’application du présent arrêté, il faut entendre par :

1° loi : la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l’intégration sociale;

2° ministre : le ministre compétent pour l’Intégration sociale;

3° centre : le centre public d’aide sociale;

4° demandeur : la personne qui a demandé le droit à l’intégration sociale ou dont le droit à l’intégration sociale est examiné à l’initiative du centre.


Art. 2. Wordt geacht zijn werkelijke verblijfplaats in België¨ te hebben in de zin van artikel 3, 1°, van de wet, degene die gewoonlijk en bestendig op het grondgebied van het Koninkrijk verblijft, zelfs als hij niet over een woonst beschikt of niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters bedoeld in artikel 1, § 1, 1°, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, voorzover hij op het grondgebied van het Rijk mag verblijven.

Art. 2. Est considéré comme ayant sa résidence effective en Belgique au sens de l’article 3, 1°, de la loi, celui qui séjourne habituellement et en permanence sur le territoire du Royaume, même s’il ne dispose pas d’un logement ou s’il n’est pas inscrit dans les registres de la population visés a` l’article 1er, § 1er, 1°, de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, pour autant qu’il soit autorisé au séjour sur le territoire du Royaume.


{ Art. 2bis Om aanspraak te kunnen maken op het leefloon vastgesteld in artikel 14, § 1, eerste lid, 3°, van de wet, moet de echtgenoot of de levenspartner van de aanvrager de voorwaarden voorzien bij artikel 3, 1°, 2°, 4° en 6° van de wet vervullen.

Bovendien moet de echtgenoot of levenspartner voldoen aan de voorwaarde voorzien bij artikel 3, 5°, van de wet indien hij over eigen inkomsten beschikt die lager zijn dan het bedrag dat bepaald is in artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, van de wet. Deze inkomsten worden berekend overeenkomstig de bepalingen van titel II, hoofdstuk II van de wet. }



(nieuw- KB 5/12/2004 – BS 13/12/2004 ed.2) –( 1)


{ Article 2 bis. Pour pouvoir prétendre au revenu d'intégration fixé à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 3°, de la loi, le conjoint ou le partenaire de vie du demandeur doit remplir les conditions prévues à l'article 3, 1°, 2° 4° et 6° de la loi.

Par ailleurs, le conjoint ou partenaire de vie doit remplir les conditions prévues à l'article 3, 5°, de la loi lorsqu'il dispose de revenus inférieurs au montant fixé à l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi. Ces revenus sont calculés conformément aux dispositions du titre II, chapitre II de la loi. }



(Nouveau - AR 5/12/2004 – MB 13/12/2004 ed.2) –( 1)

HOOFDSTUK II. – Toekenningsprocedure

CHAPITRE II. — Procédure d’octroi




Afdeling 1. — Aanvraag

Art. 3. Onder dienstige inlichtingen in de zin van artikel 17 van de wet worden de volgende inlichtingen verstaan :

1° de voorwaarden om gerechtigd te zijn op het leefloon, al dan niet gepaard gaand met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, en op de maatschappelijke integratie door tewerkstelling, alsook de voorwaarden om dit recht te behouden;

2° de wettelijke voorwaarden waarbinnen het centrum het leefloon kan terugvorderen van de aanvrager en zijn onderhoudsplichtigen;



Section 1re. — Demande

Art. 3. Par informations utiles au sens de l’article 17 de la loi, on entend les informations suivantes :

1° les conditions pour avoir droit au revenu d’intégration, assorti ou non d’un projet individualisé d’intégration sociale, et à l’intégration sociale par l’emploi, ainsi que les conditions pour conserver ce droit;


2° les conditions légales auxquelles le centre peut récupérer le revenu d’intégration auprès du demandeur et de ses débiteurs d’aliments;

3° het bedrag waarop betrokkene zal gerechtigd zijn, alsook de elementen die in aanmerking worden genomen om dit bedrag vast te stellen;

4° in voorkomend geval, de draagwijdte van het contract inzake het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie;

5° de rechtsmiddelen tegen de beslissingen van het centrum;

6° de bij artikel 6, § 3, van de wet voorziene rechten van de aanvrager, wanneer het centrum met hem onderhandelt over een arbeidsovereenkomst of een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie;

7° de gebeurlijke veranderingen in de situatie van de betrokkene die een weerslag hebben op zijn hoedanigheid van rechthebbende of op het toegekende bedrag en die aan het centrum moeten worden gemeld overeenkomstig artikel 22, § 1, tweede lid, van de wet.

Deze inlichtingen worden schriftelijk verstrekt op basis van de toepasselijke reglementering, en mondeling wat 4° betreft.



Art. 4. Het centrum is ertoe gehouden de mondelinge aanvragen tijdens zitdagen, op welbepaalde dagen en minstens tweemaal per week, in ontvangst te nemen.

Een bericht wordt op een zichtbare en blijvende wijze aangebracht in het centrum en op de plaats voorbehouden voor de officiële bekendmakingen van het gemeentebestuur; dit bericht vermeldt het lokaal waar en de dagen en uren waarop de belanghebbenden zich kunnen aanbieden.



Afdeling 2. — Onderzoek

Art. 5. De personen bedoeld in artikel 19, § 1, tweede lid, van de wet moeten houder zijn van het diploma van maatschappelijk assistent, van gegradueerde verpleger gespecialiseerd in gemeenschapsgezondheid of van sociaal verpleger , erkend door de Gemeenschappen.

Art. 6. § 1. Iedere aanvraag wordt onderzocht op basis van een vooraf opgemaakt formulier, dat behoorlijk moet worden ingevuld en dat de volgende gegevens bevat :

1° alle inlichtingen betreffende de identiteit en de materiële en sociale toestand van de betrokkene, alsook van iedere persoon met wie hij samenwoont, nodig voor de toepassing van { artikel 34, §§ 1, 2 en 4. }



(vervangen – KB 5/12/2004 – BS 13/12/2004-ed2.-( 1)

2° de aangifte van bestaansmiddelen;

3° de vermelding van het centrum of de centra die ten aanzien van de aanvrager reeds toepassing gemaakt hebben van de bepalingen van artikelen 9 en 14, § 3, van de wet en van artikel 35, § 1;


3° le montant auquel le demandeur aura droit, ainsi que les éléments pris en considération pour fixer ce montant;

4° le cas échéant, la portée du contrat relatif au projet individualisé d’intégration sociale;

5° les voies de recours a` l’égard des décisions du centre;

6° les droits du demandeur prévus a` l’article 6, § 3, de la loi, lorsque le centre négocie avec celui-ci un contrat de travail ou un projet individualisé d’intégration sociale;

7° les modifications éventuelles de la situation de l’intéressé, qui ont une incidence sur sa qualité de bénéficiaire ou sur le montant octroyé et qui doivent être portées a` la connaissance du centre conformément a` l’article 22, § 1er, aline´a 2, de la loi.

Ces informations sont fournies par écrit sur la base de la réglementation en vigueur, et oralement en ce qui concerne le 4°.



Art. 4. Le centre est tenu de recevoir les demandes verbales lors des permanences, à jours fixes, et au moins deux fois par semaine.

Un avis est affiché de façon apparente et permanente au centre et à l’endroit réservé aux publications officielles de l’administration communale; cet avis indique le local ainsi que les jours et les heures auxquels les intéressés peuvent se présenter.



Section 2. — Enquête

Art. 5. Les personnes visées a` l’article 19, § 1er, aliné´a 2, de la loi doivent être porteur du diplôme d’assistant social, d’infirmier gradué spécialisé en santé communautaire, ou d’infirmier social, reconnu par les Communautés.
Art. 6. § 1er. Toute demande est instruite sur la base d’un formulaire préétabli, dûment complété et qui comporte les éléments suivants :
1° tous les renseignements nécessaires pour l’application { de l'article 34, §§ 1er, 2 et 4 } et relatifs à l’identité et à la situation matérielle et sociale de l’intéressé, ainsi que de toute personne avec laquelle il cohabite;

(remplacé- AR 5/12/2004 – MB 13/12/2004 ed.2) –( 1)

2° la déclaration de ressources;

3° l’indication du centre ou des centres qui ont déjà fait application à l’égard du demandeur des dispositions prévues aux articles 9 et 14, § 3, de la loi et à l’article 35, § 1er;


4° de door de aanvrager aan het centrum gegeven machtiging om alle inlichtingen en verklaringen na te zien bij financiële instellingen, instellingen van sociale zekerheid en bij de openbare besturen, en onder meer, bij de ambtenaren van de Mechanografische Dienst van de Administratie der Directe Belastingen en bij de ontvanger der registratie en domeinen.

§ 2. De inlichtingen en verklaringen die het voorwerp uitmaken van de punten 1°, 2°en 3° van § 1 worden door de betrokkene als oprecht en volledig verklaard, gedagtekend en ondertekend.

Op vraag van het centrum, wanneer de informatie niet kan worden bekomen bij de Belgische openbare administratie en ze nodig is voor het onderzoek van het dossier, moet de aanvrager een officieel attest betreffende zijn onroerend vermogen bezorgen.

§ 3. Het centrum kan aan de ambtenaren van de Mechanografische Dienst van de Administratie der Directe Belastingen en aan de ontvanger der registratie en domeinen vragen hem de inlichtingen te verschaffen in verband met de bestaansmiddelen en het patrimonium van de betrokken persoon en van de samenwonende persoon bedoeld in [artikel 34, §§ 1, 2 en 4]; in voorkomend geval zenden deze ambtenaren de vraag door aan de kantoren in wier ambtsgebied de betrokkenen bekend zijn; er wordt telkens binnen de vijftien dagen op geantwoord.



(vervangen – KB 5/12/2004 – BS 13/12/2004-ed2.-( 1)

Dezelfde termijn moet worden in acht genomen door de andere openbare besturen, financiële instellingen en instellingen van sociale zekerheid die eventueel door het centrum worden geraadpleegd.

§ 4. Indien het centrum het nodig acht, kan het de aanvrager die gezondheidsredenen inroept, al dan niet gestaafd door een medisch attest van de behandelende geneesheer, onderwerpen aan een medisch onderzoek door een door het centrum gemachtigde en betaalde geneesheer.

In dit geval biedt de persoon zich desgevraagd bij de door het centrum aangeduide geneesheer aan, behoudens wanneer zijn gezondheidstoestand dit niet toelaat. De eventuele reiskosten van de persoon zijn ten laste van het centrum, volgens door hem bepaalde modaliteiten.




4° l’autorisation donnée par le demandeur au centre de vérifier tous renseignements et déclarations auprès des organismes financiers, des institutions de sécurité sociale et des administrations publiques et notamment auprès des fonctionnaires du Service de Mécanographie de l’Administration des Contributions directes et du receveur de l’enregistrement et des domaines.

§ 2. Les renseignements et déclarations qui font l’objet des points 1°, 2° et 3° du § 1er sont certifiés sincères et complets, datés et signés par le demandeur.

A la demande du centre, lorsque l’information ne peut être obtenue auprès de l’administration publique belge et qu’elle est nécessaire pour l’instruction du dossier, le demandeur doit fournir une attestation officielle concernant son patrimoine immobilier.
§ 3. Le centre peut demander aux fonctionnaires du Service de Mécanographie de l’Administration des Contributions directes et au receveur de l’enregistrement et des domaines de lui fournir les renseignements relatifs aux ressources et au patrimoine de la personne concernée et de la personne cohabitante visée a` [l’article 34, §§ 1er ,2 et 4]; s’il échet, ces fonctionnaires transmettent la demande aux bureaux dans le ressort desquels les intéressés sont connus; il y est répondu dans les quinze jours.

(remplacé- AR 5/12/2004 – MB 13/12/2004 ed.2) –( 1)
Le même délai doit être respecté par les autres administrations publiques, organismes financiers et institutions de sécurité sociale éventuellement consultés par le centre.

§ 4. Si le centre le juge nécessaire, il peut soumettre le demandeur qui invoque des raisons de santé, étayées ou non par un certificat médical du médecin traitant, à un examen médical par un médecin mandaté et rémunéré par le centre.

Dans ce cas, la personne se présente sur demande auprès du médecin désigné par le centre, à moins que son état de santé ne le permette pas. Les frais éventuels de déplacement de la personne sont supportés par le centre, selon des modalités qu’il détermine.


De geneesheer gaat na of gezondheidsredenen door de betrokkene kunnen worden ingeroepen. Alle andere vaststellingen vallen onder het beroepsgeheim.

[ § 5. De aanvrager die vrijwilligerswerk wil doen overeenkomstig de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers moet het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn daarover vooraf inlichten.]

(aangevuld – KB 15/02/2007 – BS 7/03/2007 – ed.2)


Le médecin vérifie si des raisons de santé peuvent être invoquées par l’intéressé. Toute autre constatation relève du secret professionnel.

[ § 5. Le demandeur qui souhaite exercer un volontariat conformément à la loi du 3 juillet 2005 relative aux droits des volontaires, doit en informer préalablement le centre d’acton sociale. ]



( complété – AR 15/02/2007 – MB 7/03/2007- ed.2)

Art. 7. De aanvrager moet tijdens het onderzoek schriftelijk worden ingelicht over de mogelijkheid die hij heeft gehoord te worden vooraleer de beslissing ten zijnen opzichte genomen wordt.

De informatie over het recht om gehoord te worden zoals voorzien in artikel 20 van de wet moet uitdrukkelijk en in een begrijpelijke taal geschieden.

De mededeling vermeldt uitdrukkelijk de mogelijkheid voor de aanvrager om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een persoon van zijn keuze tijdens zijn hoorzitting. Indien de aanvrager schriftelijk de wil uitdrukt om gehoord te worden, deelt het centrum hem de plaats en het tijdstip mee waarop hij zal gehoord worden.

Afdeling 3. — Algemeen

Art. 8. Teneinde aan de aanvrager het recht op een inkomensgarantie voor ouderen te garanderen, stelt het centrum de Rijksdienst voor Pensioenen in kennis van het feit dat hij een leefloon ontvangt, zes maanden voor de gerechtigde de leeftijd bereikt die bepaald is in de artikelen 3 en 17 van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen.

HOOFDSTUK III. — Daklozen



Art. 9. Wordt voor de toepassing van artikel 14, § 3, derde lid, van de wet gelijkgesteld met een dakloze, de persoon die bestendig verbleef in een openluchtrecreatief verblijf of een weekendverblijf omdat hij niet in staat was om over een andere woongelegenheid te beschikken en die dit verblijf effectief verlaat om een woonst te betrekken die hem als hoofdverblijfplaats dient.

HOOFDSTUK IV. — Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie



Afdeling 1. — Algemene voorwaarden

Art. 7. En cours d’instruction, le demandeur doit être informé par écrit de la faculté qu’il a d’être entendu préalablement à la prise de décision à son égard.

L’information concernant le droit d’être entendu, tel que prévu à l’article 20 de la loi, doit être communiquée expressément et dans des termes compréhensibles.

La communication mentionne expressément la possibilité pour le demandeur de se faire assister ou représenter par une personne de son choix lors de son audition. Si le demandeur manifeste par écrit son intention d’être entendu, le centre lui communique le lieu et la date à laquelle il sera entendu.

Section 3. — Généralités

Art. 8. Afin de garantir au demandeur le droit à une garantie de revenus aux personnes âgées, le centre informe l’Office national des pensions du fait qu’il bénéficie d’un revenu d’intégration, six mois avant que le bénéficiaire atteigne l’âge fixé aux articles 3 et 17 de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées.

CHAPITRE III. — Sans-abri



Art. 9. Est assimilée pour l’application de l’article 14, § 3, alinéa 3, de la loi, à un sans-abri, la personne qui résidait en permanence dans une résidence de loisir et de plein air ou un camping-caravaning parce qu’elle n’était pas en mesure de disposer d’un autre logement et qui quitte effectivement cette résidence pour occuper un logement qui lui sert de résidence principale.

CHAPITRE IV. — Le projet individualisé d’intégration sociale



Section 1er. — Conditions générales

Art. 10. Het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie, bedoeld in de artikelen 11 en 13, § 2, van de wet, wordt voorbereid door de met het dossier belaste maatschappelijk werker in overleg met de aanvrager en wordt geformaliseerd in een contract. Hij gebruikt hiertoe een door de raad voor maatschappelijk welzijn aangenomen kaderovereenkomst.

Art. 11. Het contract vermeldt de afspraken van de partijen daarbij onderscheid makend tussen de engagementen van het centrum, van de aanvrager en eventueel van één of meerdere tussenkomende derden.

De maatschappelijk werker informeert de betrokkene over de inhoud, de draagwijdte en de gevolgen van het contract, voordat het wordt ondertekend of gewijzigd.

Het project bepaalt de eventuele aanvullende hulp gekoppeld aan de vereisten van het geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.

In het contract wordt de duur bepaald alsmede de wijze waarop de evaluatie van het project geschiedt.



Art. 12. Het centrum zorgt ervoor dat de noodzakelijke voorwaarden tot uitvoering van een geïndividualiseerd project tot maatschappelijke integratie vervuld zijn.


Art. 10. Le projet individualisé d’intégration sociale visé aux articles 11 et 13, § 2, de la loi, est préparé par le travailleur social chargé du dossier, en concertation avec le demandeur et est formalisé dans un contrat. Il utilise à cet effet une convention-cadre adoptée par le conseil de l’aide sociale.

Art. 11. Le contrat précise les engagements des parties en distinguant ceux du centre, du demandeur et éventuellement d’un ou plusieurs intervenants extérieurs.

Préalablement à sa signature, ou à sa modification, le travailleur social informe le demandeur de la teneur, de la portée et des conséquences du contrat.

Le projet définit les aides complémentaires éventuelles liées aux exigences du projet individualisé d’intégration sociale.

Le contrat fixe sa durée et les modalités d’évaluation du projet.



Art. 12. Le centre s’assure que les conditions nécessaires à la mise en œuvre du projet individualisé d’intégration sociale soient réunies.


Art. 13. Onverminderd de toepassing van artikel 60, § 4, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wordt rekening gehouden met de vrije keuze van de aanvrager wat betreft de middelen die moeten worden ingezet voor de realisatie van het project, telkens als dit mogelijk is en voor zover de kosten vergelijkbaar zijn.

Art. 14. Wanneer één of meer derden tussenkomen bij het contract, vermeldt dit laatste hun aandeel in de uitvoering en, in voorkomend geval, in de evaluatie ervan. In dit geval kunnen ze ook het contract ondertekenen.

Art. 15. Een regelmatige evaluatie van de uitvoering van het contract wordt voorzien en dit ten minste eens per trimester, met de betrokkene,de maatschappelijk werker die met het dossier is belast en, in voorkomend geval, met de tussenkomende derde(n). Wanneer de betrokken persoon erom verzoekt, moet de maatschappelijk werker hem binnen vijf werkdagen een onderhoud toestaan.


Art. 13. Sans préjudice de l’application de l’article 60, § 4, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d’aide sociale, le libre choix du demandeur relatif aux moyens à mettre en œuvre pour la réalisation du projet, est respecté chaque fois que possible et pour autant que les coûts soient comparables.

Art. 14. Lorsqu’un ou plusieurs tiers interviennent dans le contrat, celui-ci mentionne la mesure dans laquelle ils participent à son exécution et, le cas échéant, à son évaluation. Dans ce cas, ils peuvent également signer le contrat.

Art. 15. Le travailleur social chargé du dossier procède à l’évaluation régulière, et ce au moins une fois par trimestre, avec l’intéressé et, le cas échéant, avec le ou les intervenant(s) extérieur(s), de l’exécution du contrat. Lorsque l’intéressé en fait la demande, le travailleur social doit lui accorder un entretien dans les cinq jours ouvrables.



  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina