Onderrijk Protozoa Voortbewegen door middel van



Dovnload 174.81 Kb.
Pagina1/4
Datum16.08.2016
Grootte174.81 Kb.
  1   2   3   4
Onderrijk Protozoa
Voortbewegen door middel van:

  1. pseudopodia:

  • stroming van het centraal gelegen endoplasma in de richting van het pseudopood

  • in pseudopood: endoplasma gaat zich openspreiden en omvormen tot ectoplasma

  • aan tegenovergesteld pool wordt ectoplasma omgezet tot endoplasma (vloeit naar centraal gelegen endoplasma)

  • overgang ecto-/endoplasma: structuur eiwit actine

  • in endoplasma→ actine niet in filamentvorm want die zou actief glijden over aanwezig soort myosine en aldus contractie veroorzaken van ectoplasma waar pseudopood gevormd wordt, endoplasma stroomt vooruit, vormt zich om tot ectoplasma en zorgt verder voor contractie. (plaatselijke concentratie aan Ca zou ook rol spelen)

  1. ciliën of flagellen:

    • structuur:

  • binnen begrenzende membraan→ axoneem

  • axoneem: 9doubletten cirkelvormig rond 2 centraal gelegen tubuli. Ieder doublet opgebouwd uit volledige A-tubulus(13protofilamenten) en onvolledige B-tubulus(10/11 protofilamenten), op A-tubulus zitten op regelmatige afstanden 4eiwitarmen(1knotsvormig naar centrum, 2 haakvormig verbogen naar B-tubulus, 1 vormt verbinding met dezelfde B-tubulus). Soms bruggen op regelmatige afstand te vinden. As die door brug gaat(axis).

  • Axis is as waarin effectieve trilhaarslag plaatsgrijpt.

  • Bij terugkeer beschrijft cilium ingewikkelde beweging tegen uurwijzerzin in.

    • Cilium- flagel verschil:

      • Cilium kleiner

      • Flagel apicaal

      • Beweging cilium is vlugge effectieve beweging waarbij trilhaar ongeveer gestrekt gehouden wordt en trage, terugkerende beweging waarbij trilhaar zich ombuigt.

      • Beweging flagel is opeenvolgende golven die uitgaan van basis naar top of omgekeerd.

      • Duwflagel achteraan op dier

      • Sleep- of trekflagel vooraan het dier.

      • Ciliën en flagellen hebben doorheen ganse dierenrijk constante diameter van 0,26pm

  • Kinetosoom of basaal lichaam:

    • voor vastankering van het axoneem in het cytoplasma.

    • In verschillende diergroepen zelfde structuur (paar uitzonderingen).

    • Op overgang cilium en basaal lichaam ziet men haakvormig gebogen armen en de centraal gerichte armen meestal afwezig en tussen 9 doubletten en membraan verbindingen. 2 centrale tubuli eindigen ongeveer bij celmembraan in granule of in dwarsplaat die vrij complexe structuur heeft. In basaal lichaam wordt bij onvolledige en volledige tubuli een microtubulus gevoegd en triplet wordt dus zo gedraaid dat volledige tubulus naar centrum, microtubulus naar buiten en onvolledige ertussen. Ertussen zitten verbindingen.



Subphylum Mastigophora
Algemeen:

    • alle 1cellige die zich voortbewegen met 1of meerder flagellen ( met basaalkorrel aan kern of andere organel, voorzien van dunne en buigzame of dikke en stijvere uitlopers)

    • sommige verliezen flagel tijdelijk( palmella stadium/ encysteren)

    • vormverandering van pellicula kan optreden (door contractiele fibrillen, myonemen of er kunnen zelfs pseudopodiën gevormd worden)

    • enige gemeenschappelijke is flagel

    • autotroof, autotroof maar in donker saprofytisch ( van organische afbraakproducten die bv door rotting zijn ontstaan), autotroof in het licht en heterotroof in donker (= mixotroof)

    • vorm van autotroof: fytoflagellaten

    • vertegenwoordigers van heterotrofe voedingswijze: zooflagellaten

    • ongeslachtelijke voortplanting door longitudinale deling (eerst kern en dan cytoplasma)

    • geslachtelijke voortplanting bij enkele groepen flagellaten: eerst delen met vorming van seksueel gedifferentieerde gameten. Deling kan multipele deling of tweedeling zijn. Bij vorming zygote→ 2 gameten die samensmelten:

      • volkomen gelijk: isogameten

      • lichtjes verschillend: anisogameten

      • duidelijk verschil: klein en beweeglijk mannetje, groot en onbeweeglijk vrouwtje



Ordo Euglenida


  • groene plastiden (sommige zijn rood gekleurd) of kleurloos

  • meestal 2 flagellen (ontspringen uit trechtervormige instulping vooraan, 1 is te kort om uit flagel te springen

  • pellicula heeft differentiaties

  • stigma of rode oogvlek in nabijheid trechter. Stigma bestaat uit accumulatie van gelijke, rode pigmentgranules in gebogen laag.

  • Pigmentgranules niet lichtgevoelig

  • Verdikking aan basis flagel eigenlijke fotoreceptor

  • Stigma is schaduwwerper

  • Reserve substantie is paramylum (zetmeelachtig koolhydraat dat in granules of plaatjes wordt opgestapeld)

  • Paramylum gesynthetiseerd door pyrenoïd (organel in of tegen plastiden)

  • Kloppende vacuole bij zoetwatersoorten

  • Reproductie door ongeslachtelijke, longitudinale deling

  • Meeste zoetwater, sommige marien of parasitair

Ordo Volvocida


  • 2,4 of 8 flagellen van = lengte

  • Flagellen ontspringen vooraan

  • Grote chloroplast

  • Stigma

  • Reservestof is zetmeel (sommige met zetmeelwand)

  • Ongeslachtelijke voortplanting door 2deling of multiple deling.

  • Meeste in zoet water en solitair

  • Sommige kolonies ( alle cellen voor vermenigvuldiging of differentiatie tussen generatieve en somatische cellen.

  • Volvox:

    • vorm van een sfeer waarvan schil gevormd door talrijke van 2 flagellen voorziene individuen, door protoplasmabruggetjes met elkaar in verbinding

    • cellen in mucoïde tssstof

    • bij deling→ kleine gesloten sferen waarbij flagellen naar binnenzijde→ vorming van dochterkolonies

    • dochterkolonies vrij door openbreken van moederkolonie

    • dochterkolonie kan:

      • groeien en ongeslachtelijke vermenigvuldiging

      • geslachtelijk proces: kolonies van beide geslachten of van gescheiden geslacht.

  • Zygote diploïd, andere levensstadia zijn haploïd

Ordo Kinetoplastida


        • Organel= kinetoplast (dicht bij basaal lichaam of kinetosoom en bevat DNA)

        • Speciaal type mitochondrium (kan zz repliceren)

        • Trypanosomidae:

  • Leishmania-vorm: zonder flagel, afgerond cellichaam

  • Leptomanias-vorm: flagel ingeplant aan vooreinde

  • Crithidia-vorm: flagel ingeplant halverwege de cel maar voor kern

  • Tripanosoma-vorm: flagel ingeplant achteraan cel en naar voren lopend

Ziektes veroorzaakt door trypanosomidae:




  1. Leishmania: intracellulaire parasieten, bij zoogdieren

  • Cutane Leishmaniasis= leishmaniose= builenpest: in delen van Azië en Afrika, Leishmania tropica

  • Viscerale Leischmaniasis= Kala-Azar= zwarte koorts: in tropen en subtropen, Leishmania donovani, aantasting lever en milt, dodelijk, vector bloedzuigende zandvliegen, reservoir zijn honden en katten

  1. Trypanosoma: alterneren van trypanosoma-vorm in bloed van vertebraten en 1 van de 3 andere vormen in de darm van een invert.

    • Trypanosoma

      • Trypanosoma brucei gambiense (= slaapziekte)

      • Trypanosoma brucei rhodesiense (= slaapziekte)

      • Trypanosoma brucei brucei (= nagana-pest): west, centraal en oost Afrika, vector Glossina morsitans, bij huisdieren terwijl wild herkauwers en paardachtigen reservoir vormen

      • Trypanosoma Equiperdium (= Dourine): Middellandse-Zeegebied, overgebracht door coïtus, parasiet in slijmvlies van geslachtsdelen, kan tot dood leiden



Subphylum Sarcodina


  • Geen permanente structuren om voort te bewegen

  • Tijdelijke cytoplasmatische uitlopers: pseudopodiën (voor voortbeweging en voedselopname)

  • 4types pseudopodiën

  • Lobopodia: brede en stompe pseudopodiën

  • Filopodia: dunnere, meestal spits toelopende pseudopodiën, soms vertakt

  • Reticulopodia: vertakt, met anastomoserende pseudopodia

  • Axopodia: naaldvormig, star, onvertakt (meestal), centrale skeletas opgebouwd uit microtubuli

  • Weinig celorganellen

  • Onderverdeling steunt op afwezigheid van skeletelementen in of rondom protoplasma

  • Uitwendig skelet= schaal

  • Ongeslachtelijke vermenigvuldiging door 2deling of multiple deling ( geen geslachtelijke)

  • Rhizopoda

    • Amoebina nuda: naakte amoeben:

      • Geen vaste lichaamsvorm

      • Zekere polariteit

      • Cytoplasma soms onderverdeeld in granulair centraal endoplasma omringd door granulair steviger ectoplasma met hyaline buitenlaag

      • Kern met centrale nucleolus

      • Vele soorten met talrijke nuclei

      • Pseudopoden hebben lobosa of filosa vorm

      • Amoebe enkele pm tot mm groot

      • Kleinere leven van bacteriën

      • Grotere leven van eencelligen

      • Voedselvacuoles in endoplasma

      • Amoeba, Chaos, Proteus,…

      • Naegleria bistadialis= cercomonas bistadiales: in stilstaand water

      • Naegleria grüberi: amoeboïde, kruipende vorm, geflagelleerd, zwemmende vorm

    • Entamoeba histolytica: gevaarlijkste voor de mens, niet-virulente vorm, eet bacteriën en detritus in lumen van darm, virulente vorm op plaatsen met weinig hygiëne

    • Foraminifera: organisme met kleine kamers, schalen, kamers in verschillende vormen gelegen (alleen herkennen)



  • Actinopoda

  • Heliozoa= zonnediertje: sferisch cellichaam, sommige skelet, meeste naakt (aleen herkennen)



  • Radiolaria= straaldiertjes: membraneus centraal kapsel binnenin cel, lijkt op Heliozoa (aleen herkennen)


Klasse Sporozoa


  • Endoparasieten

  • Meestal complexe cyclus

  • Vele vormen resistente cysten (sommigen niet), hier sporen genoemd

  • Sporen bevatten infectieve sporozoieten, lange cellen die zich glijdend of heen en weer buigend voortbewegen

  • Door aanpassing aan parasitaire levenswijze zijn ze voortbewegingsorganellen verloren en ontstonden er een reeks van speciale organellen aan vooreinde van penetrerende stadia( lytische enzymen afscheiden waardoor parasiet kan binnendringen in gastheercel)

  • Parasiet al dan niet opgenomen in vacuole en zet gastheercel aan tot productie van voedingsstoffen

  • Voedingsstoffen via pinocytosis (= endocytosis) langs microporiën opgenomen

  • Intracellulaire parasiet niet aangetast door verteringsenzymen ( in lysosomen) van gastheercel

  • Algemene levenscyclys

1 asexueel (ongeslachtelijke voortplanting)

2 geslachtelijke voortplanting



  • Sporozoïeten zijn infectieve stadia, langs sporen of vector verspreid en overgebracht kunnen worden.

  • In gastheercel: groeifase= trofozoiet (kan groot worden en komt dan grotendeels of geheel buiten cel te liggen, of kleiner en intracellulair

  • Worden schizonten die zich meestal veelvuldig delen tijdens proces van ongeslachtelijke vermenigvuldiging= schizogonie( of merogonie) en waaruit merozoïeten (= schizozoieten)

  • Rond merozoïet een cyste en kan andere gastheercel binnendringen en daar groeien of cellen verlaten en extracellulair verder groeien

  • Geslachtelijke voortplanting onder invloed van aantal factoren

  • Trofozoieten worden gamonten (=gametocyten) die differentiëren tot gameten (micro- en macrogamonten worden micro- en macrogameten)

  • Versmelting microgameet met macrogameet→ zygote

  • Eerste deling die zygote ondergaat is reductiedeling

  • Daarna nog enkele tot zeer veel gewonde delingen gedurende sporogonie

  • Sporogonie geeft aanleiding tot sporozoieten



Familie Eimeridae


  • Parasieten van epithelia, voornamelijk darm

  • Verantwoordelijk voor cocciciose

  • Sporogonie in 2 fasen

  • 1e fase ontstaan van sporen (sporocyste)

  • 2e fase ontstaan sporozoieten

  • Meestal slecht 1GH, besmet door oöcysten in voedsel

  • Pas gevormde oöcysten kunnen lichaam GH verlaten via faeces of urine

  • Sommige sporocysten bestand tegen chemische stoffen (o.a. zuren)

  • Isospora: oöcyste met 2sporen en ieder met 4 sporozoïeten ( bij honden en katten, zelden mensen), tamelijk GHspecifiek

  • Eimeria: oöcyste met 4sporen en ieder met 2sporozoïeten, tamelijk GHspecifiek

  • E. steidae: parasiteert in galwegen en lever konijnen en verwekt daar hepatitis en proliferatie van weefsel (vorming van coccidiën-knobbeltjes) die vaak tot dood leiden, infectie door contaminatie van voedsel en coprofagie,

    1. oöcyste breekt in dunne darm open

    2. sporozoïeten migreren door darmwand en via bloed in lever

    3. Dringen binnen in epitheelcellen van galkanaaltjes

    4. Groeien als trofozoieten

    5. Worden schizonten en talrijke merozoïeten produceren door proces van schizogonie

    6. Kunnen GHcel verlaten en andere cel binnengaan en nieuwe cyclus van schizogonie ondergaan

    7. Na verschillende cycli, trofozoïeten worden gamonten (mico- en macro-) voorzien van 2 vrije flagellen en 1 teruggebogen, aan cel vastgehecht flagel die vrijkomen en kunnen versmelten met macrogameten.

    8. Zygote secreteert dikke oöcystenwand, ondergaat reductiedeling en gewone deling waardoor 4sporoblasten ontstaan die ieder sporocystenwand afscheiden

    9. Sporoblast deelt zich in 2sporozoieten

    10. Oöcyste verlaat GHcel, sporogonie in beginfase

    11. Proces voltooid enkele dagen na faeces in buitenwereld zijn

  • Toxoplasma: oöcyste met 2sporen en ieder met 4sporozoïeten, sterk verspreid bij warmbloedige vertebraten, seksuele fase in darmcellen van kat (eindGH), asexuele vorm bij groot aantal diersoorten, bij tssGH opgenomen door macrofagen waarin ze zich delen en cel opvullen tot hij barst, merozoieten naar weefsels, veroorzaken infectie, overdracht mogelijk door voedsel verontreinigd door kattenfaeces met oöcysten

    • T. gondii: alleen in kat, geslachtelijke cyclus

Familie Haemosporidae


  • Geslachtelijk voortplanting en sporogonie van parasieten in bloedzuigende, 2vleugelige insecten

  • Schizogonie in vertebraat

  • Overdracht niet door sporen

  • Sporozoieten door steek van bloedzuigend insect( vector) in bloedbaan van vertebraat ingespoten

  • Eerst in wandcellen van bloedvaten of andere weefselcellen

  • Na schizogonie (in weefselcellen of verder in bloedcellen) ontstaan gamonten die door bloedzuigend insect opgenomen kunnen worden

  • Vorming gameten en bevruchting in darm van insect

  • Zygote is beweeglijk (= oökinete) en ontwikkeld zich tot oöcyste op darmwand

  • Sporozoieten in oöcyste

  • Sporogonie in 1fase, zonder vorming van sporen of sporocysten

  • Zygote barst open→ sporozoieten vrij in lichaamsholte en dringen speekselklieren binnen

  • Plasmodium: malaria

  • Vector anopheles (vrouwelijke malariamuggen): bij steken→ injectie van speeksel in wonde belet stolling van het bloed. Met het speeksel komen sporozoieten in bloed van de mens terecht.

  • Ongeveer half uur na steek migreren sporozoieten naar levercellen

  • Groeien

  • Ondergaan schozogonie

  • Uit exo- (of pre-) erytrocytaire schizogonie ontstaan na 5-15 dagen, 10.000-30.000 merozoieten (afh. van soort)

  • Komen in bloed terecht en gaan daar in RBC binnendringen

  • In erytrocyten worden trofozoieten eerst ringvormig, groeien sterk en vormen zich om tot schizonten die schizogonie ondergaan(erytrocytaire schizogonie)

  • Tijdens groei verwerken de trofozoieten de hemoglobine tot hematine (wordt malariapigment) en globuline (wordt verder afgebroken)

  • Per schizont: 6-24 merozoieten (komen vrij als bloedcel openbarst)

  • Merozoieten dringen binnen in andere erytrocyten en herbeginnen schizogonie-cyclus

  • Na verschillende cycli→ trofozoieten ontwikkelen zich tot gamonten

  • RBC besmet met gamont opgezogen door mug

  • Gamont komt vrij uit RBC

  • Macrogamont vormt zich om tot macrogameet

  • Kern van microgamont deelt zich 3maal en de 8kernen migreren naar flagellaire uitstulpingen langs rand van de cel

  • Elke uitstulping breekt los als mobiele microgameet (bestaat uit flagel, kern gelegen tss axoneem en flagellaire membraan)

  • Microgameten waarschijnlijk chemotactisch door macrogameten aangetrokken

  • Bij bevruchting→ microgameet dringt volledig binnen in macrogameet

  • Zygote migreert door darmwand naar buitenzijde daarvan

  • Vormt dunne oöcystenwand

  • Sporogonie: grote aantallen sporozoieten binnen elke oöcyste die, wnr oöcyste openbreekt in haemocoel terechtkomen en waarna velen nadien in speekselklieren binnendringen

  • Malaria maakt meeste slachtoffers

  • Typisch tropisch en subtropisch, maar ook in sommige gematigde streken

    • Bij negers en Indiërs komt gemuteerd, recessief gen (Hs in plaats van Hn) voor dat afwijkend hemoglobine doet ontstaan

    • In homozygote toestand(Hn Hn): verhoogde afbraak en geringere aanmaak van bloedcellen op= sikkelcelanemie (RBC onregelmatig en sikkelvormig, meestal dodelijk)

    • In heterozygote toestand(Hn Hs): geen bloedarmoede maar kunnen bloedcellen bij lage zuurstofconcentraties wel sikkelvormig zijn. Wnr parasiet in RBC→ parasiet verbruikt aanwezige zuurstof, leidt tot sikkelvorming→ afwijkende rode bloedcel wordt samen met parasiet door WBC vernietigd (vb van natuurlijke selectie)

    • Ook G6PD (gen: Glucose 6-fosfaatdehydrogenase) verhogen resistentie tegen malaria

    • Bestrijding malaria vooral gevoerd tegen muggen met behulp van residuele insecticiden maar is duur en eenzijdig



Nosema apis


  • Veroorzaakt nosemose bij honingbijen




Phylum Ciliophora


  • Meer dan 7000 soorten

  • 1van meeste homogenen groepen van protozoa

  • 10-4500μm

  • Vrij constante lichaamsvorm in stand gehouden door infraciliatuur

  • Meeste zijn vrijlevend

  • Pensciliaten(Entodiniomorpha):

    • Voeden zich met bacteriën en plantenmateriaal en worden dan zelf verteerd

    • Leven in lumen van herkauwers

  • Paramecium(pantoffeldiertje):

  • vrijlevend

  • Commensalen:

  • Verteren cellulose

  • Kernen:

  • 1of meerdere somatische kern(en) (macronucleus): bij enkele ‘primitieve’ ciliaten polyploid en kunnen zich dus niet delen

  • 1of meerdere generatieve kern(en) (micronucleus): bij meeste ciliaten is micronucleus diploid en kan zich wel delen

  • Vorm kern varieert:

    1. Rond

    2. Ovaal

    3. Parelsnoervormig

    4. Sterk vertakt

  • Grootte in verhouding tot grootte van cel

  • Bij deling: meeste micronuclei gaan zich tot bolvorm concentreren en zich daarna insnoeren

  • Regeling osmotische druk:

  • Kloppende vacuoles1 bij ciliaten in constante aantallen en op constante plaatsen

  • Kloppende vacuoles2 ingewikkelde structuur:

    1. Centrale blaas gevuld door beperkt aantel radiale kanalen

    2. Ieder radiaal kanaal bestaat uit een deel ter hoogte van centrale blaas dat niet kan opzwellen, middendeel dat wel kan opzwellen(ampulla) en terminaal deel dat vloeistof uit cytoplasma haalt)

    3. Terminaal deel bestaat uit netwerk van vertakte buisjes

    4. Bij diastole, wnr centrale blaas gevuld→ verbinding tss terminaal deel en middendeel van toevoerkanalen gesloten

    5. Bij systole, wnr centrale blaas naar buiten geledigd wordt, is bovengenoemde verbinding open

    6. Rondom kanalen en blaas worden fibrillen aangetroffen die vermoedelijk helpen bij contractie

    7. Tss centrale blaas en pellicula bestaat er een kanaaltje dat gewoonlijk gevormd wordt door invaginatie van pellicula

  • Pulseren van vacuole is afhankelijk van temperatuur en zoutgehalte van omgeving

  • Vermenigvuldiging:

  • Aseksuele voortplanting:

Door dwarsdeling (uitgezonderd peritriche ciliaten)

    1. Optreden van dwarse plooi in cortex

    2. T.h.v. plooi sterke vermeerdering van kinetosomen en groei cortex

    3. Micronucleus gaat zich in 2delen

    4. Macronucleus gaat zich eerst afronden en daarna in 2snoeren

    5. 2gelijke individuen voor koloniale vormen

    6. 2ongelijke individuen voor solitaire vormen

  • Conjugatie

Proces waarbij 2dieren tijdelijk met elkaar versmelten waarbij micronucleus wordt uitgewisseld en waarna beide conjuganten terug uit elkaar gaan, wederzijdse bevruchting

  1. Vergroot micronucleus

  2. Meiose zodat uit iedere micronucleus 4micronuclei gevormd worden

  3. 7micronuclei verdwijnen, 1 blijft over

  4. Ene micronucleus deelt zich in stationaire(St) en migratorische(Mg) micronucleus

  5. Stationaire blijft in oorspronkelijke conjugant

  6. Migratorische gaat naar andere conjugant

  7. Nieuwe micronuclei-paren fusioneren tot synkarion

  8. Conjugatie eindigt met dwarsdeling van de ex-conjuganten

  • Overzichtje:

    • Holotriche ciliaten: cellichaam volledig bedekt met ciliën, adorale membranenzone ontbreekt

    • Spirotriche ciliaten: cellichamen volledig door ciliën bedekt maar meestal is ciliatuur gereduceerd op gespecialiseerd(cirren): peristoom voorzien van adorale membranellenzone die in rechtse spiraal naar mond loopt.


  1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina