Onderstaande publicatie is een verzameling van abstracten uit een wetenschappelijk paper voor Conflictstudies



Dovnload 36.22 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte36.22 Kb.
Onderstaande publicatie is een verzameling van abstracten uit een wetenschappelijk paper voor Conflictstudies. Hoewel ik voor het vrije gebruik van wetenschappelijke kennis ben, is het raadzaam contact met de auteur op te nemen alvorens deze gegevens voor publicatie of bekendmaking over te nemen. Het paper is geschreven met het oog op conflictresolutie en de onderstaande weergave is slechts een verzameling van abstracten.
Darfur
Darfur is één van de rijkste gebieden van Sudan in natuurlijke bronnen, maar is tegelijkertijd in economisch en politiek opzicht gemarginaliseerd en onderontwikkeld, in vergelijking met de rest van Sudan. Voor zover de natuurlijke bronnen in Darfur geëxploiteerd worden, komen de opbrengsten voornamelijk ten gunste aan de noordelijke elites die het centrum van Sudan en de centrale overheid vormen. De inzet van de rebellerende groepen SLA en JEM - de instigatoren van het huidige conflict - is de gelijkstelling van Darfur met de rest van Sudan, teneinde tot ontwikkeling van het gebied te komen en een gelijke verdeling van de opbrengsten te bewerkstelligen. Want, hoewel in het zuiden van Darfur veel vruchtbaar land is, een overvloed aan waterbronnen en een rijke flora en fauna en zich bovendien olie in de grond bevindt, bestaan noord en centraal Darfur voornamelijk uit zandwoestijnen en woestijnachtige hoogvlakten, waardoor er een grote schaarste is aan vruchtbaar land. Decennia van honger en droogte hebben het gebied uitgeput, en kan het zonder verdere ontwikkeling niet meer voorzien in de levensbehoefte van haar 6 miljoen inwoners. Hoewel schaarste reeds eeuwenlang conflicten heeft veroorzaakt tussen veenomaden (‘Arabieren’) en de gevestigde boeren (‘Afrikanen’) in Darfur, gingen deze tot voor kort voornamelijk om graasrechten voor vee en de afbakening van landbouwgronden en kenden bovendien een lage intensiteit en konden altijd door lokale bemiddeling opgelost worden. Etnische, culturele of religieuze verschillen hebben daarin nooit een belangrijke rol gespeeld.

In het huidige conflict in Darfur wordt de nadruk veelal gelegd op de etnische spanningen tussen de Arabische en de Afrikaanse bevolking in de regio, maar hoewel deze categorieën inderdaad een belangrijke factor vormen in de gewapende strijd liggen zij geenszins aan de basis van het conflict. In Darfur zijn er naar schatting tussen de zestig en negentig verschillende etnische groepen woonachtig, die zich daar hebben gevestigd sinds de 14e eeuw en zich sindsdien door middel van intermarriage met elkaar hebben vermengd, wat heeft geleid tot flexibele culturele en sociale identiteiten en een raciale vermenging van Arabieren en Afrikanen (Idris: 2005). Arabische en Afrikaanse Darfurianen verschillen, anders dan in linguïstisch opzicht, nauwelijks van elkaar: allen zijn moslim, zwart van huidskleur en negroïde. De culturele, raciale en religieuze identiteiten die nu een belangrijke rol spelen in het conflict zijn dus niet voor de hand liggend maar kennen hun oorsprong in een ‘… racialized state that transformed cultural identities into political identities through the practice of slavery in the pre-colonial period, indirect rule during the colonial period, and state exclusive policy of citizenship in the postcolonial period (ibid.).



Met name het beleid van de onafhankelijke nationale overheid van Sudan, die gecentreerd is rond Arabische elites en gestoeld op een Arabistische en Islamitische ideologie – waarin alleen Arabieren als ware Islamieten beschouwd worden – heeft voor scherpe culturele en etnische tegenstellingen in Darfur gezorgd. Na de installatie van de Islamitische staat eind jaren 1980 stelde de overheid de Arabische bevolking in Darfur als voorbeeld voor culturele en religieuze ontwikkeling in de regio en begon met de uitvoering van de Sudanisering van de lokale cultuur die werd gezien als primitief en onacceptabel (Minority Report 1995). Hierdoor ontstonden bij enkele groepen een idee van Arabische superioriteit en een poging een Arabische alliantie te vormen ten einde meer zeggenschap te verkrijgen in Darfur, dat tot dan toe in politiek opzicht werd overheerst door de ‘Afrikaanse’ bewoners. Daarnaast stimuleerde de overheid de nomaden in Darfur de gebieden van de gevestigde stammen binnen te trekken, vanwege aanhoudende droogte en de verwoestijning van hun oorspronkelijke leefgebied. Toen de overheid halverwege de jaren 1990 ook de traditionele bestuursstructuren in Darfur begon te ontmantelen en traditionele leiders verving door overheidsambtenaren, waardoor de bevolking geen middelen meer tot haar beschikking had om tot vreedzame oplossingen te komen en begon met een herverdeling van het land ten gunste van ‘Arabische’ veenomaden, ontstond bij de ‘Afrikaanse’ bevolkingen (die zich onderscheidden op basis van taal) een verhoogd etnisch bewustzijn en gaf aanleiding tot het ontstaan van verzetsgroeperingen. Hoewel de ‘Afrikaanse’ bevolking in Darfur in economisch, sociaal en cultureel opzicht gemarginaliseerd raakte - ten gunste van de ‘Arabische’ nomaden - probeerden zij zoveel mogelijk te Arabiseren. Het merendeel van de Darfurianen die als Afrikanen worden beschouwd, zien zichzelf eerder als Arabieren, wat illustreert dat het etnische en culturele component in het huidige conflict gepolitiseerde categorieën zijn, geconstrueerd door de nationale overheid die een strijd om bronnen voor levensonderhoud tussen veenomaden en gevestigde boeren wist om te draaien naar een religieus en racistisch ideologische strijd tussen Afrikanen en Arabieren, door de inzet van Arabische milities met een racistisch Arabistische ideologie die begon met de verdrijving en eliminatie van Afrikaanse bevolkingsgroepen uit de vruchtbare en olierijke gebieden in Darfur.
Voorgeschiedenis
Sudan bestaat uit een aantal oude machtige staten en koninkrijken die in de 19e eeuw door kolonisator Egypte onder één bewind werden gebracht. Hoewel in het gebied talloze grote en kleinere stammen gevestigd zijn worden ze vaak grofweg ingedeeld in twee soorten bevolkingsgroepen: de Arabieren en de negroïde Afrikanen. Bij de onafhankelijkheid van Sudan in 1956 werd de economische en politieke macht overgedragen aan de Arabische elite in het Noorden. Hierop brak vrijwel direct de eerste burgeroorlog uit tussen de nieuwe centrale overheid en Zuid-Sudanese rebellengroepen, die er voornamelijk om ging een einde te maken aan de economische en politieke marginalisering van het Zuiden. Het Zuiden verkreeg in deze strijd autonomie, die echter weer werd teruggedraaid met de islamisering van de staat en de vestiging van de Islamitische wetgeving in de jaren 1980. Religie, olie en hernieuwde economische en politieke marginalisering leidde in 1983 tot de tweede burgeroorlog, die tot begin 2005 zou voortduren. Begin 2003 leek een vredesakkoord echter al dichtbij, en dit vormde de indirecte aanleiding voor het conflict in Darfur. Het ontwerpakkoord voorzag in de deling van de olie inkomsten en van de macht, waarbij de leider van de rebellen van het SPLA (Sudanees volksbevrijdingsfront), John Garang, vice-president van Sudan zou worden.
Conflict Darfur

De rebellenbewegingen SLA en JEM in Darfur willen eenzelfde regeling, aangezien Darfur één van de meest onderontwikkelde gebieden van Sudan is en vielen daarom overheidsdoelen aan, het was het Zuiden tenslotte ook gelukt door middel van geweld haar doelen te bereiken (Bossema: 2004). De reactie van de overheid was het inzetten van Arabische milities met ondersteuning van het leger. De regering zette legervliegtuigen in om dorpen waarvan men dacht dat rebellen zich er schuil hielden te bombarderen, waarna de milities te paard de dorpen overvielen, plunderden, de bevolking uitmoordde, de vrouwen verkrachtte, of massaal verjoeg. Honderdduizenden mensen ontvluchtten de streek en naar schatting zijn tot nu toe ongeveer 80.000 burgerslachtoffers gevallen. Het conflict draait in hoofdzaak om een machtsstrijd tussen de Afrikaanse rebellen in Darfur en de Arabisch georiënteerde staat om meer zeggenschap en autonomie, een strijd van Arabische milities in Darfur om vruchtbare en oliegebieden, die nu bevolkt worden door de Afrikaanse Darfurianen, in handen te krijgen, en een racistische ideologie van deze Arabische milities die uit lijkt te monden in een etnische zuivering van Afrikaanse Darfurianen.


Achtergrond Darfur

De oorsprong van het conflict in Darfur gaat terug tot in de jaren 1980, toen aanhoudende droogte en verwoestijning van Noord en Centraal Darfur de veenomaden in het gebied dwong naar het zuiden van Darfur te trekken en de nationale overheid deze (Arabische) veenomaden bovendien bewapende als onderdeel van de strijd tegen het Zuiden. De grote schaarste aan vruchtbaar land had altijd voor spanningen gezorgd tussen de Arabische veenomaden en de gevestigde Afrikaanse boeren in het gebied, maar die konden tot de jaren 1980 altijd door lokale bemiddeling orden opgelost. Toen de lokale overheden door de politieke marginalisering door de centrale overheid hun bemiddelende capaciteiten om tot vreedzame oplossingen te komen verloren, intensiveerde de strijd. De vorming van een nationale overheid rond een voornamelijk Arabische elite, gaf in Darfur aanleiding tot het ontstaan van een Arabische racistische ideologie en daarmee ook een verhoogd etnisch bewustzijn bij de verschillende bevolkingsgroepen. Hoewel de Arabische en Afrikaanse Darfurianen, anders dan in linguïstisch opzicht, nauwelijks van elkaar zijn te onderscheiden, ontstond er toch een idee van Arabische superioriteit en een behoefte een Arabische alliantie te vormen die meer zeggenschap zou verkrijgen in Darfur, dat tot dan toe in politiek opzicht werd overheerst door de Zurga (Afrikaanse bewoners).

Deze Arabische alliantie wordt ervan verdacht nu de grootste schuldige partij te vormen in de gewelddadigheden tegen de Afrikaanse Darfurianen. In de media wordt gespeculeerd dat deze groepering, aangeduid als de Janjaweed , opereert als een verlengstuk van de nationale overheid en de verklaringen van de leider Sheikh Hilal dat hij in 2003 opdracht van de nationale overheid zou hebben gekregen de Afrikaanse bevolking van Darfur te verdrijven en te elimineren, lijken deze speculaties te ondersteunen. Dat het de Arabische alliantie om een etnische zuivering gaat wordt door leider Hilal niet onder stoelen of banken geschoven, de nationale overheid ontkent echter alle banden met de Janjaweed, waardoor de claim dat het in deze strijd gaat om een etnische zuivering van overheidszijde dubieus genoemd moet worden. De nationale overheid claimt dat deze groepering misbruik maakt van de onenigheid in het gebied, waardoor er vooralsnog vanuit gegaan moet worden dat het in Darfur gaat om een strijd tussen overheidstroepen en de rebellenlegers van Afrikaanse Darfurianen en daarnaast een strijd van Arabische rebellen tegen de Afrikaanse bevolking.
Darfur en de internationale gemeenschap

In April 2004 kwam het voor het eerst tot een wapenstilstand tussen de overheid en de rebellenlegers SLA en JEM, maar doordat de overheid geen korte metten lijkt te kunnen of willen maken met de moorddadige acties van de Janjaweed laait de strijd steeds opnieuw op. Pas na internationale druk heeft de overheid in 2005 een aantal acties ondernomen om de Janjaweed terug te fluiten, maar haar onwil scherpe actie te ondernemen doet het vermoeden toenemen dat de overheid tijd rekt om de etnische zuivering die de Janjaweed zijn gestart, te laten voltrekken. Nu het nationale leger van Sudan er niet in lijkt te slagen de rust te laten weerkeren, is de overheid voornemens opnieuw ‘Arabische milities’ in te schakelen om onrust neer te slaan.


Het probleem

Resumerend zijn de problemen in Darfur:



  • Schaarste aan vruchtbaar land

  • Oneerlijke machtsverdeling in de landelijke politiek waarbij Darfur niet direct wordt vertegenwoordigd in de nationale overheid

  • Achterstelling in ontwikkeling ten opzichte van de rest van Sudan

  • Milities, die gedreven door een Arabistische ideologie een etnische zuivering zijn begonnen op de ‘Afrikaanse’ bevolking in Darfur. Bewijzen dat deze milities in opdracht van de nationale overheid handelen zijn aanwezig.


Conflictresolutie

Gezien de complexiteit van het conflict in Darfur en het feit dat vele verschillende partijen bij het conflict betrokken zijn met uiteenlopende belangen, is het onmogelijk een pasklare oplossing op één bepaald niveau voor dit conflict op te stellen. De belangen van de betrokken partijen lopen uiteen op zowel lokale, regionale, nationale als internationale niveau’s. Om tot een stabiele lange-termijn oplossing te komen, moet in conflictresolutie rekening gehouden worden met de grote gelaagdheid van het conflict en de vele verschillende belangen in het geding. Immers, wanneer niet alle partijen zich kunnen vinden in de resolutie, zullen gewelddadigheden opnieuw kunnen oplaaien en wellicht een grotere escalatie tot gevolg kunnen hebben.

Bij het bedenken van een oplossing dienen we ons daarom te richten op wat tot de mogelijke oplossingen behoort, in politiek, cultureel, economisch en sociaal opzicht voor de betrokken partijen bij het conflict. Een gedegen analyse van de belangen van betrokken partijen, de belangen van indirect betrokken derde partijen en de beschikbare autoritaire en militaire middelen behoort daarom vooraf te gaan aan het ontwerp van de conflictoplossing.

Tot slot moeten we ons realiseren dat in ieder conflict compromissen gesloten moeten worden, en dat om tot een compromis te komen de medewerking van de betrokken partijen een absolute vereiste is. Dit kost echter tijd. Wanneer - zoals in Darfur - haast geboden is om tot een oplossing te komen, omdat iedere dag uitstel vele doden meer tot gevolg kan hebben, moeten we ook prioriteiten kunnen stellen en verschillende strategieën van conflictoplossing kunnen toepassen.


Oplossingen op internationaal niveau (Implementatie van een machtsstrategie)

Vanwege de humanitaire crisis die dreigt te ontstaan onder de ontheemden heeft het herstellen van de veiligheid in het gebied de hoogste prioriteit, zodat deze ontheemden naar hun huizen kunnen terugkeren. Hoewel wij ervan overtuigd zijn dat vrede enkel bewerkstelligd kan worden wanneer alle partijen, inclusief de nationale overheid, hiermee instemmen en een onderhandelingsstrategie hiertoe het meest geschikte middel is, zal – om een staat van veiligheid te herstellen – door de internationale gemeenschap druk of dwang uitgeoefend moeten worden op de nationale overheid van Sudan. De grootste mate van onveiligheid (voor de burgerbevolking van Darfur in hun eigen woonomgeving en in vluchtelingenkampen) wordt veroorzaakt door de Janjaweed. Het is daarom van het grootste belang dat de nationale overheid begint met de demobilisering van deze milities en hen verdrijft uit de door hen ingenomen gebieden. Darfur-deskundige Alex de Waal (2004 in lezing JFK Foundation) wijst erop dat de Sudanese overheid niet over de militaire middelen beschikt om de Janjaweed te kunnen ontwapenen, maar dit betekent niet dat de Sudanese overheid geen initiatieven kan ontplooien op dit gebied. De internationale gemeenschap heeft verschillende middelen tot haar beschikking de overheid te dwingen actie te ondernemen tegen de Janjaweed, maar dient daar tegenover haar hulp aan te bieden waar de overheid redelijkerwijs tekort schiet.



Een tweede prioriteit is de erkenning van de internationale gemeenschap dat het hier een staatsgestuurde genocide betreft. Genocide is de intentie geheel of gedeeltelijk een volk te vernietigen op basis van ras, nationaliteit, religie of etniciteit. Wanneer misdaden aan deze norm voldoen is de internationale gemeenschap, volgens de genocide conventie van 1948, verplicht om in te grijpen. De Verenigde Staten hebben de ontwikkelingen in Darfur in 2004 reeds als genocide bestempeld, de Europese Unie blijft echter achter. Zonder de erkenning van genocide heeft de internationale gemeenschap weinig middelen om machtsstrategieën in te zetten en de Sudanese overheid te dwingen de gewelddadigheden op de ‘Afrikaanse’ bevolking actief te stoppen. Hoewel er verschillende begrijpelijke redenen aan te voeren zijn voor de aarzeling van de Europese Unie, hebben de ontwikkelingen in Sudan vanaf 2004 duidelijk gemaakt dat harder ingrijpen noodzakelijk is. Al in 2004 zegde de Sudanese overheid toe de Janjaweed te zullen ontwapenen maar zij heeft tot nu toe weinig tot niets gedaan om deze belofte in te lossen. Vanwege het hoge aantal burgerslachtoffers in korte tijd is snelheid geboden en dient de uitsteltactiek van de Sudanese overheid kordaat te worden aangepakt. De huidige aanpak van vredesmonitoring door de neutrale AMIS is niet afdoende gebleken, we pleiten daarom ook voor de installering van interveniërende troepen met autoriteit tot ingrijpen in Darfur. Dit kan slechts wanneer de internationale gemeenschap erkent dat de Sudanese overheid zich schuldig maakt aan genocide, waardoor internationaal ingrijpen gelegitimeerd is.
Oplossingen op lokaal niveau (Overheid en Janjaweed – een planmatige strategie)
Van de nationale overheid moet verwacht worden dat zij een planmatige strategie toepast op de Janjaweed. Zoals reeds gezegd pleiten wij voor gedwongen ontwapening en demobilisering, waarbij de overheid de hulp moet kunnen inroepen van de internationale gemeenschap. Maar aangezien de Janjaweed tevens een belanghebbende partij in het conflict vormen, moet tevens gezocht worden naar een mogelijkheid hen te betrekken in de vredesonderhandelingen. Een lange termijn oplossing kan niet bewerkstelligd worden wanneer de Janjaweed niet bij het vredesproces betrokken worden. De rebellerende groeperingen SLM en JEM hebben reeds toegezegd dat zij bereid zijn te onderhandelen met de Janjaweed milities. De leider van JEM verklaarde: “We are prepared to sit with them if they agree with what we are calling for in terms of rectifying the situation in our area and removing the causes of marginalization which have hounded it over the past years” (Sudan Tribune, 13 Oktober 2005). Hierbij moet tevens rekening gehouden worden met de reeds ingewilligde eis van SLM en JEM dat oorlogsmisdadigers vervolgd en gestraft moeten worden en dienen deze partijen niet gedwongen te worden onderhandelingen te voeren met vermeende oorlogsmisdadigers.
Oplossingen op internationaal niveau (Implementatie van een machtsstrategie)

Vanwege de humanitaire crisis die dreigt te ontstaan onder de ontheemden heeft het herstellen van de veiligheid in het gebied de hoogste prioriteit, zodat deze ontheemden naar hun huizen kunnen terugkeren. Hoewel wij ervan overtuigd zijn dat vrede enkel bewerkstelligd kan worden wanneer alle partijen, inclusief de nationale overheid, hiermee instemmen en een onderhandelingsstrategie hiertoe het meest geschikte middel is, zal – om een staat van veiligheid te herstellen – door de internationale gemeenschap druk of dwang uitgeoefend moeten worden op de nationale overheid van Sudan. De grootste mate van onveiligheid (voor de burgerbevolking van Darfur in hun eigen woonomgeving en in vluchtelingenkampen) wordt veroorzaakt door de Janjaweed. Het is daarom van het grootste belang dat de nationale overheid begint met de demobilisering van deze milities en hen verdrijft uit de door hen ingenomen gebieden. Darfur-deskundige Alex de Waal (2004 in lezing JFK Foundation) wijst erop dat de Sudanese overheid niet over de militaire middelen beschikt om de Janjaweed te kunnen ontwapenen, maar dit betekent niet dat de Sudanese overheid geen initiatieven kan ontplooien op dit gebied. De internationale gemeenschap heeft verschillende middelen tot haar beschikking de overheid te dwingen actie te ondernemen tegen de Janjaweed, maar dient daar tegenover haar hulp aan te bieden waar de overheid redelijkerwijs tekort schiet.

Een tweede prioriteit is de erkenning van de internationale gemeenschap dat het hier een staatsgestuurde genocide betreft. Genocide is de intentie geheel of gedeeltelijk een volk te vernietigen op basis van ras, nationaliteit, religie of etniciteit. Wanneer misdaden aan deze norm voldoen is de internationale gemeenschap, volgens de genocide conventie van 1948, verplicht om in te grijpen. De Verenigde Staten hebben de ontwikkelingen in Darfur in 2004 reeds als genocide bestempeld, de Europese Unie blijft echter achter. Zonder de erkenning van genocide heeft de internationale gemeenschap weinig middelen om machtsstrategieën in te zetten en de Sudanese overheid te dwingen de gewelddadigheden op de ‘Afrikaanse’ bevolking actief te stoppen. Hoewel er verschillende begrijpelijke redenen aan te voeren zijn voor de aarzeling van de Europese Unie, hebben de ontwikkelingen in Sudan vanaf 2004 duidelijk gemaakt dat harder ingrijpen noodzakelijk is. Al in 2004 zegde de Sudanese overheid toe de Janjaweed te zullen ontwapenen maar zij heeft tot nu toe weinig tot niets gedaan om deze belofte in te lossen. Vanwege het hoge aantal burgerslachtoffers in korte tijd is snelheid geboden en dient de uitsteltactiek van de Sudanese overheid kordaat te worden aangepakt. De huidige aanpak van vredesmonitoring door de neutrale AMIS is niet afdoende gebleken, we pleiten daarom ook voor de installering van interveniërende troepen met autoriteit tot ingrijpen in Darfur. Dit kan slechts wanneer de internationale gemeenschap erkent dat de Sudanese overheid zich schuldig maakt aan genocide, waardoor internationaal ingrijpen gelegitimeerd is.


Bronvermelding
Idris, A.

2005 Understanding the Genocide Politically:: the Case of Darfur. Sudan Tribune, 10 September 2005.


Minority Rights Group International

1995 Report Sudan – Minorities in Conflict. http://www.minorityrights.org/. Laatst bezocht op 28-10-2005.


Ali-Dinar, A.

2004 Between Naivasha and Abéché: The Systematic Destruction of Darfur. Voor de ‘Sudan’s Lost Peace and the Crisis in Darfur Conference’, Stichting Instituut voor Nieuwe Soedan (SINS) Amsterdam, the Netherlands, March 27, 2004.


Bossema, W.

  1. Provincie Darfur is Kruitvat van Intriges. De Volkskrant, 21 September 2004.

Flint, J. & Waal, de A.

2005 Darfur: A Short History of a Long War. Zal gepubliceerd worden in Oktober 2005 door Zed Books.
Simpson, K.

2004 Disaster in Darfur. Socialism Today - September 2004, Issue 86.


AAA

2004 Statement on the Humanitarian Crisis in Darfur. American Anthropological Association, Statement 3 December 2004. http://www.aaanet.org/committees/cfhr/stmt_darfur.htm (13/11/2005)
Mission Network

2005 Increasing Violence in Darfur, Sudan May Force Humanitarian Groups Out. Mission Network News, 10 November 2005. http://www.mnnonline.org/article/7963 (13/11/2005)
Reeves, E.

2005 Khartoum Solution for Darfur : Preserving the genocidal status quo. Sudan Tribune, 10 Oktober 2005. http://www.sudantribune.com/article.php3?id_article=12002 (13/11/2005)
Reuters News

2005 Darfur Refugees Take 34 Aid Workers Hostage. Reuters News, 25 Oktober 2005.

http://abcnews.go.com/International/wireStory?id=1248119 (13/11/2005)
Salih, M.

2005 Explaining Darfur. Lecture Series on the Continuining Genocide in Darfur. Publicatie van ISS News. http://www.iss.co.za/AF/profiles/Sudan/darfur/ (13/11/2005)

Salih, M.

2005a Understanding the Conflict in Darfur. Occasional Paper for the Public Lecture at the Centre of African Studies, University of Copenhagen, 12 April 2005.
Waal, A. de

2004 The Crisis in Darfur. Lecture at John F. Kennedy Library and Foundation, 9 December 2005. http://www.jfklibrary.org/forum_darfur.html (13/11/2005)
Waal, A. de

2005 Steps Towards the Stabilization of Governance in Darfur. Internet Publication, 7 Januari 2005. http://www.justiceafrica.org/stabilization_of_government.htm (13/11/2005)










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina