Ondertitel: Onderzoeksrapport Instituut/uitgever



Dovnload 2.04 Mb.
Pagina1/26
Datum20.08.2016
Grootte2.04 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   26




Steenmeel voor balans in de bodem



Onderzoeksrapport

Abe Stegenga

Klaas Wijbrandi

Titelblad
Auteurs: Abe Stegenga 8808092

Klaas Wijbrandi 8703021



Titel: Steenmeel voor balans in de bodem
Ondertitel: Onderzoeksrapport
Instituut/uitgever: Hogeschool Van Hall Larenstein
Plaats: Leeuwarden
Datum: Januari 2013

Voorwoord

In het kader van ons afstuderen, voor onze opleiding melkveehouderij aan de Hogeschool Van Hall Larenstein te Leeuwarden, hebben wij een onderzoek gedaan naar het effect van steenmeel op de kwaliteit en kwantiteit van de bodem en het grasgewas. De aanleiding van dit onderzoek is dat Arcadis en Theo Mulder van Agro Mulder vermoeden dat bodems in Nederland veelal in onbalans zijn geraakt door eenzijdige bemesting. Bij de Kenniswerkplaats Noord Oost Friesland (de Kenniswerkplaats is een intermediair om onderzoeksvragen van ondernemers, overheden en bewoners te koppelen aan onderzoek en onderwijs) is de vraag binnen gekomen of er ook studenten bij Hogeschool Van Hall Larenstein een stageopdracht of afstudeerstudie willen doen over de effecten van steenmeelbemesting in de gemeente Dantumadeel. We waren enthousiast over deze onderzoeksvraag voor onze afstudeeropdracht en wij wilden door middel van deze opdracht kennis opdoen op het gebied van bodem en grasgewas. Daarom hebben we besloten deze uitdaging aan te gaan en een antwoord proberen te vinden op de vraag:

‘Wat is het effect van steenmeel op de bodem en op het grasgewas?’

Het gehele onderzoek naar het gebruik van steenmeel en de effecten daarvan op bodem en gewas is uitgevoerd en gecoördineerd door Arcadis. Het project heeft een looptijd van eind 2011 en zal rond eind 2014 afgerond worden.

Deze afstudeeropdracht hebben we in samenwerking met Arcadis uitgevoerd. We hebben de mogelijkheid en de vrijheid gekregen om de opdracht naar eigen inzicht vorm te geven. Hierdoor hebben wij veel kunnen leren. Binnen deze opdracht hebben we vooral de 0-meting van de bodem en de kwalitatieve en kwantitatieve metingen aan het al of niet met steenmeel bemeste gras verwerkt en bestudeerd.

Wij willen Ragna Jansen van Arcadis bedanken voor de informatie en de begeleiding die zij ons heeft gegeven. Ook willen wij hier Gino Smeulders de Biogeoloog en Theo Mulder van Mulder Agro bedanken voor hun bijdrage aan de veldwerkzaamheden. Tevens willen wij Rianne Vos en Anne Clasquin van het kenniscentrum Noordwest Friesland bedanken voor hun aanvullende theoretische bijdrage aan dit afstudeerrapport.

Dhr. Baken en dhr. Stegink, docenten aan de Hogeschool Van Hall Larenstein hebben ons begeleid bij deze opdracht. Samen met onze docenten hebben we regelmatig gediscussieerd over de inhoud van dit verslag en deze discussies hebben geleid tot dit resultaat.
Abe Stegenga Leeuwarden,

Klaas Wijbrandi Januari 2013


Inhoudsopgave




Inhoudsopgave 4

Samenvatting 9

Bij de 2e meting van het grasgewas is ook de pH-waarde van de bodem meegenomen. De pH is bij alle percelen bij de steenmeelstroken toegenomen t.o.v. de referentiestroken. 9

Inleiding 10

1. Probleembeschrijving 13

De Wageningse bodemkundige Ferdinand van Baren bekeek met de middelen van die tijd (1935), met een licht microscoop hoe de bodems waren samengesteld. Hij zag toen al dat in de toplaag de nutriëntenrijke mineralen sneller afbraken. Dat onderzoek is nu moeilijk te gebruiken voor vergelijkingen maar er wordt verwacht dat die trend sterk is doorgezet. Van Baren constateerde al dat bepaalde mineralen snel verdwenen uit de bodem. Minerale armoede in planten komt vooral hoger in de voedselpiramide terug. Diersoorten lijken op zandgronden en op heide gebieden steeds moeilijker te overleven. Deze verschralingen voor voedsel kan ook voor menselijke voeding gelden. Aardappels, spinazie en broccoli bevatten 30 jaar geleden twee keer zoveel magnesium (Veehouderij, 2013). 13

In figuur 1 is een bodemanalyse als voorbeeld weergegeven. De rode cirkels geven de onbalans in deze bodem weer. Er zijn meerdere elementen die in de waarde vrij laag tot laag zitten. Het gehalte magnesium beschikbaar mg/kg wordt in deze bodem omschreven als zeer hoog. 14

14


2. Wat is steenmeel 15

3. Onderzoeksopzet 17

4. Te verwachten resultaten 18

5.1 Veldwaarnemingen 22

5.2 Veldgegevens 25

26


5.3 Gewasanalyses 29

5.4 Bodem versus grasanalyse 33

5.5 pH meting 38

39


6. Uitwerking van mineralen en sporenelementen 40

6.1 Natrium 40

6.1.1 Natriumtekort 40

6.1.2 Natriumovermaat 40

6.2 Kobalt 42

6.2.1 Kobalttekort 42

6.2.2 Kobaltovermaat 43

6.3 Jodium 44

6.3.1 Jodiumtekort 44

6.3.2 Jodiumovermaat 45

6.4 Mangaan 46

6.4.1 Mangaantekort 46

6.4.2 Mangaanovermaat 46

6.5 IJzer 47

6.5.1 IJzertekort 47

6.5.2 IJzerovermaat 47

6.6 Seleen 49

6.6.1 Seleentekort 49

6.6.2 Seleenovermaat 50

6.7 Molybdeen 51

6.7.1 Molybdeentekort 51

6.7.2 Molybdeenovermaat 51

7. Analyse en bespreking resultaten 52

Discussie 53

Literatuurlijst 57

Bijlage I 58

Bijlage II 68

Bijlage III 80

Bijlage IV 82

Bijlage V 87

Bijlage VI 91



Samenvatting


Door de aanscherping van de gebruiksnormen van de mestwet worden de kwalitatieve en de kwantitatieve eigenschappen van de bodem en het (gras)gewas steeds belangrijker. Doordat veehouders de afgelopen decennia vooral met stikstof hebben bemest is de natuurlijke opbouw van de bodem uit evenwicht geraakt. Dit heeft gevolgen voor de kwaliteit voor het grasgewas. Door het gebruik van steenmeel wordt getracht de bodem weer in balans te krijgen.

Arcadis is hier op ingesprongen en heeft samen met de gemeente Dantumadeel deelnemers gezocht die bereid waren aan dit onderzoek deel te nemen. Deze deelnemers hebben een gedeelte van hun grond hiervoor beschikbaar gesteld.

Het betreft hier 5 deelnemers die ieder een perceel beschikbaar hebben gesteld waarop telkens 6 proefstroken van 0,1 ha zijn gebruikt voor deze proef. Drie van deze proefstroken fungeren als referentieproefstrook en op de andere drie proefstroken is omgerekend 8.500 kg Basabox per ha aangewend.

Er zijn 2 meetmomenten geweest waarop de kwantitatieve eigenschappen van het grasgewas geanalyseerd zijn. Er zijn meerdere verschillen naar voren gekomen. Om deze verschillen statistisch significant te berekenen is de paired samples t-test toets hierop losgelaten. Hieruit is gebleken dat er bij de eerste snede minder opbrengst bij de steenmeelstroken dan bij de referentie stroken is opgetreden. Dit heeft plaats gevonden in het eerste jaar na aanwenden van Basabox.

Bij de eerste meting zijn ook de kwalitatieve eigenschappen meegenomen. Hieronder worden 12 mineralen en of sporenelementen verstaan. Voordat deze metingen bepaald zijn, hebben wij onze verwachtingen over de mineralenopbouw van het steenmeelgras omschreven in hoofdstuk 2. Deze zijn gebaseerd op de samenstelling van de bodem en de samenstelling van Basabox. Op basis van de laboratoriummeting van het grasgewas, kan er verondersteld worden dat er andere ontwikkelingen hebben plaatsgevonden dan wij aanvankelijk omschreven en verwacht hebben.



  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   26


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina