Ondertitel: Onderzoeksrapport Instituut/uitgever



Dovnload 2.04 Mb.
Pagina12/26
Datum20.08.2016
Grootte2.04 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   26

6.7 Molybdeen

Molybdeen (Mo) is een element dat onder meer onderzocht wordt vanwege zijn invloed op de cu-uitwisseling (koperuitwisseling) . Zeeklei kan hogere Mo-gehalten bevatten dan bijvoorbeeld zandgrond. In Nederlandse graskuilen zijn de Mo-gehalten in het algemeen niet erg hoog (0,9-5,4 mg/kg DS). In het verleden is in Nederland wel eens een zware vervuiling met gehalten van 90 mg Mo/kg DS in gras beschreven. Die werd veroorzaakt door uitstoot door een fabriek. Op gronden met een hoge pH is de Mo-opname door planten hoger dan op gronden met een lage pH.

In het lichaam wordt Mo met name in de lever en nieren aangetroffen. Molybdeen kan de placenta goed passeren en hoopt zich dan ook op in de lever van de ongeboren vrucht. Dit vindt met name in het tweede deel van de dracht plaats.

6.7.1 Molybdeentekort

Een Mo-tekort leidt tot een slechte groei en vruchtbaarheid (hoger inseminatiegetal, meer verwerpen en doodgeboorte).



6.7.2 Molybdeenovermaat

De verschijnselen van een Mo-vergiftiging zijn onder andere kalveren zonder volledig ontwikkelde pensen, dieren met waterige diarree is tevens een opvallend verschijnsel. Stijfheid, kreupelheid en botbreuken komen ook nogal eens voor. De vacht i ruig en verkleur. De dieren gedijen niet, hebben een slechte eetlust, geven weinig melk en hebben een slechte vruchtbaarheid. Melk drinkende kalveren zijn relatief ongevoelig voor Mo-vergiftiging. Voor volwassen koeien wordt wel een gehalte van 5 tot 10 mg Mo/kg DS als maximaal toelaatbaar aangehouden. Hierbij moet echter wel rekening gehouden worden met het feit dat veel lagere gehalten al problemen met de Cu-opname) kunnen veroorzaken, afhankelijk van het S-gehalte van het rantsoen. Overigens is het gezien de complexe verhouding tussen Cu, Mo en S eigenlijk onmogelijk om voor Mo afzonderlijk maximaal toelaatbaar gehalte aan te geven.


7. Analyse en bespreking resultaten


Bij de kwantitatieve eigenschappen zijn niet opzienbare verschillen geconstateerd, tussen het steenmeelgras en het referentiegras. De lengte en de kleur van het gras verschillen over beide metingen nauwelijks. Bij de veldwaarnemingen van de eerste meting is naar voren gekomen dat de gemiddelden van de kwantitatieve eigenschappen lager zijn bij steenmeelstroken dan bij de referentiestroken. Dit zou kunnen komen door de grote hoeveelheid Basabox die is aangewend, wat mogelijkerwijs heeft kunnen leiden tot een gedeeltelijke verstikking van het gras.

Bij de 2de meting komen de gemiddelde opbrengsten in kg DS per hectare hoger uit bij de steenmeelstroken. Wij veronderstellen dan ook dat de mineralen en sporenelementen uit Basabox beter opgenomen zijn door de bodems.

Bij de kwalitatieve eigenschappen kan er geconstateerd worden dat er grotere verschillen zijn ontstaan. Kobalt en ijzer zijn extreem toegenomen, respectievelijk 161.8% en 80.4%. Het jodiumgehalte is met 25% fors afgenomen. Dat het ijzer getal extreem verhoogd zou worden, viel te verwachten op basis van de Basabox extractieproef echter voor kobalt lag dit echter niet in de verwachting. Helaas is jodium niet meegenomen in de extractieproef. Op basis hiervan is jodium niet meegenomen in onze te verwachte resultaten.

Bij de 2de meting hebben wij ook de pH waarden van de bodem meegenomen. Uit deze meting valt op te maken dat alle steenmeelstroken hoger zijn uitgevallen dan de referentie stroken.


Discussie


Er is bij alle vijf proefpercelen bij de eerste snede na aanwending van het steenmeel, een lagere productie aan kilogram drogestof bij de met steenmeel bemeste stroken geconstateerd. Dit zou een gevolg kunnen zijn van verstikking van het gras, dat heeft plaatsgevonden door de te grote hoeveelheid steenmeel die is aangewend. IJzer en kobalt zijn gemiddeld genomen meer dan verdubbeld ten opzichte van de referentie stroken. Er mag worden verwacht dat dit volgend jaar wel eens anders zou kunnen uitpakken. Vooral als er gekeken wordt naar de extractie proef van Basabox. Waaruit opgemaakt kan worden dat vooral calcium en barium extreem hoog zijn. Calcium is iets verhoogd in het gras van de steenmeel pilotes en barium is helaas niet mee genomen in de grasbemonstering. Omdat er volgens de extractieproef geen jodium en bijna geen selenium in Basabox zitten, is het goed te verklaren dat deze achteruit zijn gegaan in het grasgewas.

Sommige grassen waren met de 1e snede wel meer dan 50 cm lang, waar de gemiddelde lengte van het gemeten gras (door het zakken van het piepschuim van de grashoogtemeter) op 28 cm uitkwam. De dichtheid wordt hier dus niet gemeten, zo is het meerdere keren voorgekomen dat de lange lengte van het gras niet beslist leidde tot een zwaar gewicht van het gras.



Conclusie

In deze conclusie zal antwoord gegeven worden op centrale vraag van dit onderzoek:




  • Wat is het effect van steenmeel (Basabox) op het grasgewas (kwantitatief & kwalitatief)?

Om op deze vraag een passend antwoord te krijgen zal hieronder eerst antwoord gegeven worden op de sub-vragen:




  • Wat is Basabox?

Basabox is een basaltmeel wat afkomstig is uit Zuid Oost Duitsland. Deze steenmeel soort is rijk aan mineralen en sporenelementen. Op basis van de gegevens van de extractieproef die is uitgevoerd door Wageningen Universiteit, zijn de mineralen en sporenelementen inzichtelijk geworden.


  • Wat is de kwaliteit van de bodem waarop Basabox wordt toegepast?

De kwaliteit van de bodem waarop Basabox is toegepast is alvorens dit onderzoek door ons bestudeerd. Dit is gedaan door middel van een uitgebreid onderzoek van de 0-meting van de bodem die gedaan is door het Eurolab Koch (bijlage I). Wij hebben gekeken naar deze uitkomsten en deze vergeleken met de streefwaardes.

Uit deze uitkomsten is naar voren gekomen dat het gehalte koper opneembaar consequent zeer laag in de bodem is. Zwavel opneembaar en kobalt azijn oplosbaar worden gemiddeld genomen ook in deze bodems omschreven als laag tot matig. Ook valt op te maken dat het opneembaar mangaangehalte in de bodem structureel extreem hoog was.




  • Wat mag worden verwacht van de toepassing van Basabox?

Op basis van de extractiegegevens van Basabox en de bodemanalyses hebben wij qua kwalitatieve eigenschappen een aantal verwachtingen van Basabox gesuggereerd. Deze staat omschreven in hoofdstuk 3: Te verwachte resultaten. Op basis van onze verwachtingen zouden calcium en zink fors toenemen. Ook het zwavel, koper, natrium, mangaan en ijzergehalte zowel in het grasgewas als in de bodem zal toenemen. Het kobaltgehalte zal iets afnemen.
De kwalitatieve eigenschappen van Basabox waren moeilijker te voorspellen. Op basis van ongepubliceerde data gegevens van Arcadis, over de steenmeelproef in Achterveld waar de opbrengsten het eerste jaar na aanwending van het steenmeel al met ca 20% is toegenomen, verwachten wij hier ook een positieve ontwikkeling.



  • Wat is het effect van steenmeel Basabox op het verse grasgewas qua kg ds opbrengst voor de 1e snede van het eerste jaar na aanwending van steenmeel Basabox?

De kwantitatieve eigenschappen aan kilogrammen, drogestof en dus aan kilogrammen drogestof van het gras waar steenmeel op is aangewend, zijn naar de eerste snede na de steenmeelaanwending lager uitgevallen dan het gras van de referentie stroken. Naar alle waarschijnlijkheid is dit gekomen door verstikking van het gras door een te grote hoeveelheid aangewende steenmeel.




  • Wat is het effect van steenmeel Basabox op het verse grasgewas qua samenstelling van mineralen en sporenelementen ten opzichte van het referentiegras waar geen steenmeel Basabox op is aangewend voor de 1e snede van het eerste jaar na aanwending van steenmeel Basabox?

Naar aanleiding van de extractieproef van Basabox zou je veronderstellen dat vooral het calciumgehalte in het gras waar steenmeel op is aangewend extreem zou toenemen. Het calciumgehalte is wel toegenomen maar met maar 9 procent, ten opzichte van ijzer en kobalt die gemiddeld meer dan verdubbeld zijn. Deze laatste 2 zijn qua samenstelling in de extractie proef veel lager dan calcium. Wij veronderstellen dan ook dat de bodem de calcium reeds heeft opgenomen en deze niet ter beschikking heeft gesteld voor de plant. Dit is tevens te verklaren doordat de pH bij alle steenmeelstroken hoger is dan bij de referentiestroken, de pH wordt hoger bij bemesting van kalk en calcium bestaat voor een groot gedeelte uit kalk. Dat het molybdeengehalte zo sterk is toegenomen is niet te verklaren op basis van de extractieproef. Dat de gehalten aan Jodium en Seleen zijn teruggedrongen valt te verklaren uit de extractieproef van Basabox. Deze geeft aan dat er geen jodium en nagenoeg geen seleen in Basabox zit en dat het mangaangehalte met meer dan 10% is afgenomen bij het met Basabox aangewende gras ten opzichte van het referentie gras. Bij de 0-situatie van de bodem van alle percelen stond het mangaangehalte gewaardeerd als extreem hoog. In paragraaf 5.4.2 staat omschreven wat de gevolgen van een mangaan overschot zouden kunnen betekenen. Het kopergehalte in het gras is met ruim 2% afgenomen. Dit is niet wenselijk want alle 5 deelnemende percelen worden consequent aangeduid als zeer laag zijnde voor het kopergehalte in de bodem. Voor zowel zwavel als kobalt valt op dat deze gemiddeld genomen in februari met de 0-situatie van de bodem beiden gewaardeerd zijn als slecht tot matig. Op basis van de labgegevens van hat gras valt op dat het zwavelgehalte in het gras is afgenomen bij de met Basabox aangewende stroken met ruim 3%. Maar dat het kobaltgehalte extreem is toegenomen met maar liefst 161.8%. Dit is een zeer gunstige ontwikkeling en wij hopen ook dat is toegenomen in de bodem.

Uiteindelijk

Als je steenmeel in de stal gebruikt, met name als je het in de ligboxen van de koeien zou strooien, heeft het meerdere functies namelijk: allereerst wordt hiermee gezorgd dat de koeien een droog ligbed hebben, doordat het ligbed droog is, hebben bacteriƫn minder kans om zich te vermenigvuldigen, waardoor uierontsteking bij melkkoeien tegengegaan kan worden. Dit scheelt veel onnodig werk, ergernissen, kosten maar vooral kan op deze manier het antibioticagebruik gereduceerd worden. Een melkveehouder zou er ook voor kunnen kiezen om gewoon kalk in de boxen te strooien, maar als de kalk dan in de mestkelders terecht komt, reageert dit met ammonium stikstof, waardoor er ammoniak ontstaat die vervluchtigd. (Ritsema, 2012) Los van het feit dat dit het milieu niet ten goede komt, is de desbetreffende melkveehouder ook een gedeelte van zijn dure/schaarse meststof kwijt. Uiteindelijk zal deze mest met het steenmeel weer op het land terecht komen, waardoor ook nog eens de verstikking van het gras nihil zal worden. Hiermee wordt niet een 1, niet 2, maar een 3 dubbele werking voor het steenmeel gecreƫerd.

Biogeoloog Gino Smeulders verondersteld dat een aanwending van ca. 2 ton per 10 jaar, per ha genoeg zou moeten zijn om aan de meeste mineralen en sporenelementen te voldoen. Bij een melkveehouder met bijvoorbeeld 50 ha grond, die geen mest hoeft af te zetten zou dat 50 x 2 ton steenmeel per 10 jaar zijn.



1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   26


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina