Ondertitel: Onderzoeksrapport Instituut/uitgever



Dovnload 2.04 Mb.
Pagina26/26
Datum20.08.2016
Grootte2.04 Mb.
1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   26

Bijlage VI

Om alle bemesting gegevens van de deelnemende percelen over 2012 inzichtelijk te maken. Hebben wij deze gegevens in deze bijlage samengevat. Alle deze gegevens moeten worden geïnterpreteerd als gift per ha.


Veenstra
eind februari 30m3 drijfmest sleepslang
eind maart 60 kg N uit Anasol kunstmestinjectie

13 mei 150 kg kas (kalkamonsalpeter)

2 juni 100 kg kas

12 juni 15 m3drijfmest zodenbemester


27 juli 100 kg kas

Halbesma

20m3 drijfmest

225 kg kunstmest kas per ha

20m3 drijfmest

50 kg kunstmest kas per ha
Vrieswijk

40 m3 ruige paardenmest

100 kg NPK (15-15-15)

1e snede gemaaid

50 kg NPK

2e snede gemaaid

40 m3 ruige paardenmest.
Hiemstra

40 m3 drijfmest

315 kg kas

13-5 1e snede gemaaid

20 m3 drijfmest

125 kg kas

15-6 2e snede gemaaid

15 m3 drijfmest

100 kg kas

26-7 3e snede gemaaid

70 kg kas

Weiden


Weiden

14-9 schoon gemaaid


Hania

20 m3 drijfmest

250 kg kas

1e snede gemaaid

20 m3 drijfmest

250 kg kas

2e snede gemaaid

20 m3 drijfmest

200 kg KAS

3e snede geweid

150 kg KAS

4e snede gemaaid

 
Werking van dierlijke mest

Omdat er drijfmest en vaste paardenmest aangewend is op de “steenmeel” percelen. Willen wij middels deze bijlage aangeven wat voor elementen er in deze mest zit. Hiervoor hebben wij het Handboek Melkveehouderij gebruikt.

De elementen die in mest voorkomen, zijn niet allemaal direct beschikbaar voor de plant. Wanneer een element in organische vorm aanwezig is, is de werking ervan vertraagd. Dit is vooral het geval bij stikstof. De snelheid van werking van de voedingsstoffen in dierlijke mest hangt af van de samenstelling van de mest, de aanwendingsmethode en het tijdstip van aanwending.

De werking van een voedingselement wordt uitgedrukt in een werkingscoëfficiënt. De werkingscoëfficiënt van bijvoorbeeld stiksof geeft aan welk deel van het totale stikstofgehalte net zo goed werkt als stikstof uit kalkammonsalpeter (KAS). In geautomatiseerde bemestingsadviessystemen is het goed mogelijk om per snede rekening te houden met de (na) werking van voedingsstoffen in toegediende dierlijke mest.

Voor het berekenen van de stikstofwerking van drijfmest en gier wordt de hoeveelheid stikstof in organische mest onderscheiden in twee fracties: Nmin (minerale stikstof) en Norg (organisch gebonden stikstof). De minerale stikstof is veel sneller beschikbaar voor de plant dan de organisch gebonden stikstof. Anderzijds kan door ammoniakvervluchtiging minerale stikstof verloren gaan. Daarom gelden voor deze twee fracties twee afzonderlijke werkingscoëfficiënten (W):Wmin en Worg. De berekening van de stikstofwerking van organische mest is:

Wmin x Nmin + Worg x Norg



Drijfmest per m3

 

hoeveelheid

1e snede

2e snede

3e snede

4e snede

totaal

manier van aanwending

meststof

kg

% besch.

% besch.

% besch.

% besch.

% besch.

 



















 

Zodenbemesting voor 1e snede

stikstof (N) min

2,2

56

12

4

4

76

Zodenbemesting voor 1e snede

stikstof (N) org.

2,2

4

8

6

6

24

Zodenbemesting na 1e snede

stikstof (N) min

2,2

44

24

6

2

76

Zodenbemesting na 1e snede

stikstof (N) org.

2,2

6

6

6

6

24

 



















 

Zodenbemesting

fosfor (P2O5)

1,6

50

50







100

 



















 

Zodenbemesting

kalium (K2O)

6,2

75

25







100

 



















 

Zodenbemesting

Magnesium (MgO)

1,3













 

 



















 

Zodenbemesting

Natrium (Na2O)

0,7

 

 

 

 

 

(Handboek melkveehouderij, 2009)

Ruige paardenmest per m3

 

hoeveelheid

manier van aanwending

meststof

kg

 




 

meststrooier

stikstof (N)

5

 




 

meststrooier

fosfor (P2O5)

3

 




 

meststrooier

kalium (K2O)

5,6

 




 

meststrooier

Magnesium (MgO)

1,8

(Handboek Melkveehouderij, 2009)

Werking kunstmest



De stikstofvorm in kunstmest bepaalt de beschikbaarheid voor het gewas maar ook het risico van stikstof verliezen. Het heeft dus een effect op de groei en de stikstof benutting. We onderscheiden drie belangrijke verschillende stikstofvormen: nitraatstikstof, ammoniumstikstof en amidestikstof.

Nitraatstikstof (NO3-N)

Deze stikstofvorm is direct voor de plant beschikbaar. Het gewas neemt bij voorkeur en overwegend (80-90%) deze stikstofvorm op. Nitraatstikstof beweegt zich in de bodem via het bodemvocht naar de wortels van het gewas. Voor een vlotte groei moet daarom voldoende nitraat aanwezig zijn. Nitraat kan bij extreme omstandigheden uitspoelen naar diepere lagen of bij zuurstofgebrek in de bodem denitrificeren.

Ammoniumstikstof (NH4-N)

Deze vorm van stikstof wordt in de eerste weken na bemesting vastgelegd in micro-organismen. Het komt daarna geleidelijk weer ter beschikking van het gewas. Het is een stikstofvorm die omgezet wordt in nitraatstikstof. Dit kost afhankelijk van de bodemtemperatuur enige tijd. De stikstof is daardoor enigszins traagwerkend.

Ammoniumstikstof is niet mobiel in de bodem en kan daardoor niet uitspoelen. Voor opname moeten de wortels naar de ammoniumstikstof toe groeien. Niet alle wortels komen zo in contact met deze stikstof. Ammoniumstikstof is niet gevoelig voor uitspoeling. Bij lage temperaturen (onder de 10 graden Celsius) hebben gewassen zoals aardappelen en gras een voorkeur voor ammoniumstikstof.

Amide stikstof  (ureum)

Deze stikstofvorm zit in ureum. Het is een organische stikstofvorm die met behulp van het enzym urease eerst omgezet wordt in ammoniumstikstof. Door de lokale pH-stijging geeft dit grote risico’s voor ammoniakverliezen. 


Het is traagwerkend. In de bodem is amide stikstof gevoelig voor uitspoeling. Amide stikstof kan in beperkte hoeveelheden direct via het blad opgenomen worden.

(Nutrinorm, 2012)

Anasol

Anasol is vloeibare kunstmest en wordt toegewend als vervanger van de kalkamonsalpeter. Anasol heeft een stikstofoplossing van 15 procent, en een zwavel oplossing van 10 procent. Het stikstof element bestaat voor 33 % uit ammonium nitraat en voor 21 % uit ammonium sulfaat. (Gromes Plender, 2012). Verder zijn er geen hoofd- en sporenelementen aanwezig.





Figuur 9: Het aanwenden van vloeibare kunstmest

De vloeibare kunstmest heeft een werking van 5 weken, het kan hierdoor later worden toegewend. (Huistra, 2012)





1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   26


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina