Ondertitel: Onderzoeksrapport Instituut/uitgever



Dovnload 2.04 Mb.
Pagina9/26
Datum20.08.2016
Grootte2.04 Mb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   26

5.5 pH meting

Bij de deelnemende percelen zijn bij de 2e meting ook pH monsters van de bodem genomen.




Deelnemer

GV

AH

TV

MH

JH

pH (gem.) referentie

5,3

5

4,3

5,4

5,3

pH (gem.) steenmeel

5,4

5,2

4,8

5,7

5,6



















Geneutraliseerd zuur %

21

37

68

50

50


Tabel 12: PH meting

De pH is gedefinieerd als het negatieve logaritme van de concentratie waterstofionen, in formulevorm:


pH = - log [H+]
De verhoging van de pH wordt naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door het hoge calcium percentage in Basabox. Calcium bevat veel kalk en kalk werkt basis op de bodem.

(Bron: Smeulders2, 2013)

In grafiek 8 zijn de pH waarden van de bodem van gemiddelde steenmeel en de referentiestroken van de 0-meting te zien.




Grafiek 8: PH meting bodem


Hier is duidelijk te zien dat er geen significante verschillen in de bodem zijn, dit is eveneens met de statistische toets, paired samples t-test toets bevestigd.




Grafiek 9: 2de PH meting bodem


In grafiek 9 staat de pH meting van de bodem van het eerste jaar na aanwending van het steenmeel. Hier is het verschil tussen de referentie en de steenmeel stroken berekend met behulp van de paired samples t-test toets. Hier kwam uit dat er een significante verhoging van de pH is. Dit is gedaan van de zomersnede op 3, 4 en 5 september.

6. Uitwerking van mineralen en sporenelementen


Om de grootste verschillen die opgetreden zijn tussen het referentiegras en het met steenmeel bemeste gras, qua mineralen en sporenelementen nader onder te loep te nemen, zijn wij in dit hoofdstuk ingegaan op de verschijnselen die eventueel kunnen optreden bij een tekort en of overmaat van deze mineralen en/of sporenelementen. Waarbij gemiddeld genomen over alle deelnemende percelen meer dan 10% verschil is opgetreden tussen het referentiegras en het met steenmeel aangewende gras. Daarvoor hebben wij de Handleiding Mineralenvoorziening Rundvee, Schapen, Geiten (2005) gebruikt.

6.1 Natrium

Het natriumgehalte van volwassen koeien wordt geschat op 1,3 gram per kg lichaamsgewicht. Natrium (Na) vervult belangrijke functies bij de instandhouding van de waterbalans. Zoogdieren kunnen erg zuinig met Na omgaan. Natrium wordt over de gehele lengte van het maag-darmkanaal actief geabsorbeerd. Ook is er een aantal hormonen dat specifiek de Na-absorptie vanuit de darm en de resorptie van uit de nieren stimuleert, zodat de Na-uitscheiding met mest en urine zeer sterk beperkt kan worden. Uit onderzoek met melkkoeien bleek dat deze dieren enkele maanden met een Na-deficiënt rantsoen gevoerd konden worden, zonder dat dit leidde tot gebreksverschijnselen. Ondanks de sterke reductie van de Na-verliezen via mest en urine bleken de dieren in een negatieve Na-balans te verkeren.



6.1.1 Natriumtekort

Wanneer een belangrijk deel van de Na-reserve in het pensvocht verbruikt is, gaan dieren verschijnselen vertonen als verlaging van de DS-opname en de melkproductie, teruggang in lichaamsgewicht, likzucht en een dorre stugge huid. Tevens zal zowel de urineproductie als de wateropname toenemen. De genoemde gebrekverschijnselen zijn niet specifiek voor een Na-tekort. Daarom zal aanvullend onderzoek nodig zijn om een eventueel Na-tekort te bevestigen. In de literatuur wordt melding gemaakt van een specifieke”zouthonger”. Echter, ook bij een adequate Na-voorziening nemen sommige dieren gretig Na(cl) op wanneer dit beschikbaar is, bijvoorbeeld in de vorm van likblokken. Er blijft grote variatie in de opname van zout (likblokken) tussen dieren te bestaan, hetgeen impliceert dat een hoge zoutconsumptie geen betrouwbare indicatie is voor een Na-tekort.



6.1.2 Natriumovermaat

In de praktijk wordt een overmaat aan Na gelijk gesteld aan een overmaat aan zout. De zouttolerantie van herkauwers is zeer groot mits er voldoende zoet drinkwater ter beschikking staat. Met andere woorden, wanneer er na een hoge Na-opname een Na-intoxicatie wordt vastgesteld, is dat meer een gevolg van een tekort aan zoet drinkwater dan een gevolg van de hoge Na-opname als zodanig. Een Na-gehalte in een rantsoen van 16 g/kg DS wordt aangegeven als maximaal aanvaardbaar bij melkvee (mits voldoende drinkwater beschikbaar is). Incidenteel is het voorgekomen dat melkkoeien “kopziekteachtige” verschijnselen vertoonden, waarschijnlijk ten gevolge van teveel pekelwater. Brak drinkwater, o.a. in buitendijkse gebieden, kan dezelfde verschijnselen geven.




1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   ...   26


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina