Onderwerp : Notulen van de vergadering van 27 januari 2005



Dovnload 68.67 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte68.67 Kb.
Nummer : 4

Onderwerp : Notulen van de vergadering van 27 januari 2005


Notulen van de vergadering van de raad van de gemeente Oude IJsselstreek

gehouden op 27 januari 2005.

Aanwezig: H.J.M. Kemperman, voorzitter


P.W.Bannink, griffier

B.W.J. Steentjes, fractievoorzitter CDA

Mw. A.A.F.J. Aalbers-van Ham, CDA

am, CDAHR.J.W.M. Bergevoet, CDA

M.A.J. Hettinga, CDA

J.B.M. Löverink, CDA

G.J. Snelting, CDA

M. Tekinerdogan, CDA

H.P.M. Teunissen, CDA

P. van de Wardt, CDA

J.H.M. Finkenflügel, fractievoorzitter Lokaal Belang GVS
G.T. Colenbrander, Lokaal Belang GVS
Mw. H.B. Hofs, Lokaal Belang GVS
H.J.G.M. Hunting, Lokaal Belang GVS

Mw. W.M. Nijhof-Groen, Lokaal Belang GVS

Mw. M.G.H. Verwaaijen-Roosendaal, Lokaal Belang GVS

G. Vossers, Lokaal Belang GVS

G.L.J.M. Wildenbeest, Lokaal Belang GVS

A.H.M. Menke, fractievoorzitter PvdA


O. Delioglu, PvdA
Mw. A.L. Hedin-Penninx, PvdA
Mw. G.F.J. Jolink-Scheers, PvdA

J.B.H. Rutjes, PvdA


B.J. Siemes, PvdA

H.J.T. Schenning, PvdA


W.H. Wensink, PvdA

Mw. C.M. Sluiter-Kuilwijk, fractievoorzitter VVD


J.M.H.W. Sluiter

Voorts aanwezig: Wethouder J.F.M. Freriks, PvdA


Wethouder J.W. Haverdil, PvdA
Wethouder G.A. van Balveren, Lokaal Belang GVS
Wethouder W.E.N. Rijnsaardt, Lokaal Belang GVS
Wethouder A.P. den Butter, VVD

Notuliste: Mw. M.J.E. Wassink-Greven



1, Opening.
De leden hebben bij hun komst in de vergaderzaal de presentielijst getekend, waarna de voorzitter de vergadering opent en het ambtsgebed uitspreekt.
Stemming zal beginnen bij mevrouw Sluiter-Kuilwijk.

2. Vaststelling agenda.



De heer Bergevoet zegt dat het CDA de kerntakendiscussie wenst te agenderen als dat volgens het reglement van orde mogelijk is.
De voorzitter stelt voor dit voor de rondvraag te bewaren, omdat er nu geen uitgebreide behandeling van de kerntakendiscussie kan plaatsvinden.

3. Notulen 3 januari 2005.

De heer Finkenflügel verwijst naar blz. 6, punt 5: Benoeming wethouders. Waar staat “Lokaal Belang en VVD stemmen hiermee in” dient de tekst te worden gewijzigd in “PvdA en VVD” . Spreker geeft aan “Lokaal Belang” te willen zien opgenomen als Lokaal Belang GVS.
De heer Menke merkt op dat zijn bijdrage aan het debat over de collegevorming en het coalitieakkoord verkort is weergegeven. Spreker is van mening dat een samenvatting interpretatieverschillen kan opleveren en zegt dat een aantal voor de PvdA essentiële zaken niet is opgenomen. Het was de bedoeling om met de bijdrage namens de PvdA een stemverklaring af te geven over de collegevorming en het coalitieakkoord. Spreker verzoekt daarom de letterlijke weergave van zijn bijdrage.

De voorzitter zegt dat in de werkconferentie op 1 december 2004 is afgesproken dat de essentie van de bijdragen dient te worden weergegeven. De bijdrage van de heer Menke is echter wel essentieel en de notulen zullen worden aangepast. Spreker herinnert de raadsleden nogmaals aan de afspraken over de verslaglegging.

De heer Steentjes verwijst naar pag. 6 waar mevrouw Sluiter-Kuilwijk aan het woord is en zegt zich te herinneren dat mevrouw Sluiter-Kuilwijk iets heeft gezegd over teleurstelling bij het CDA. Spreker stelt voor letterlijk in het verslag weer te geven wat daarover is gezegd. Waar mevrouw Sluiter aan het woord is, dient te worden gelezen: “spreekster zegt zich te kunnen aansluiten bij de vorige sprekers. Spreekster zegt dat er inderdaad over is gesproken in het voortraject en kan zich voorstellen dat het CDA daarover teleurgesteld is. Maar de tijd zal het leren.”

De voorzitter stelt voor dat de essentie wordt weergegeven.
Mevrouw Sluiter-Kuilwijk brengt in dat de lijst van aanwezigen correctie behoeft. De heer Den Butter staat vermeld als wethouder, terwijl dat hij bij aanvang van de vergadering nog niet was benoemd tot wethouder.
Met inachtneming van de gemaakte opmerkingen worden de notulen vastgesteld.

4, Vaststelling instructie griffier.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van de burgemeester besloten de instructie voor de griffier van de gemeente Oude IJsselstreek vast te stellen.


5. Vaststelling Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden
van de gemeenteraad.

Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van de griffier besloten het Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad vast te stellen.



6. Vaststelling verordening op de raadscommissies 2005.

6a. Wijziging (artikel 8) van Verordening op de raadscommissies 2005.

De heer Wildenbeest zegt dat het de meerderheid van de fractie LB GVS heeft verbaasd dat in tegenstelling tot de afspraken d.d. 1 december 2004, de commissievergaderingen nu in Gendringen plaatsvinden. Spreker vraagt om een toelichting.
De heer Menke zegt m.b.t. punt 6a, waar in het Reglement van Orde van de Raad staat dat de wethouders geacht worden bij commissievergaderingen aanwezig te zijn tenzij de raad anders bepaalt, dat hier is opgenomen dat de wethouder geacht wordt aanwezig te zijn ingeval het agendapunt tot zijn portefeuille behoort. Spreker begrijpt hieruit dat hiermee wordt bedoeld dat het niet de bedoeling is dat alle wethouders ter vergadering aanwezig zijn als er geen onderwerpen worden behandeld die tot hun portefeuille behoren. Als hiermee iets anders wordt bedoeld, wil spreker daarover worden geïnformeerd.
De heer Bergevoet zegt dat de verordening aanleiding geeft tot een aantal vragen. Het CDA vraagt zich af hoe de toedeling van de beleidsvelden heeft plaatsgevonden. De fractie heeft de indruk dat de belangrijkste thema’s in een grabbelton zijn gegooid en dat er vervolgens een soort loting heeft plaatsgehad. In het coalitieakkoord staat dat de aanleiding voor deze “loting” ligt in het integraal willen werken. Het CDA vindt dat een nobel streven, maar verwacht onduidelijkheden, of onderwerpen in meerdere commissies behandeld zullen moeten worden. Een meer geclusterde indeling van de onderwerpen zou meer recht doen aan het integraal werken.

De CDA-fractie plaatst eveneens kanttekeningen bij het aantal commissieleden. Er is voorgesteld om tussen de 1 en 3 fractieleden in een commissie te benoemen en er worden geen eisen gesteld aan de toetreding van de commissieleden. Het CDA is van mening dat het vanuit het oogpunt van democratische legitimatie wenselijk is dat tenminste 1 raadslid per fractie in een commissie zitting neemt. De CDA-fractie streeft ernaar om dat voor haar fractie zo in te vullen.

De fractie maakt zich zorgen over het grote aantal commissieleden niet-zijnde raadsleden. Op deze manier functioneren er meer commissieleden dan raadsleden. Er dient rekening te worden gehouden met de financiële beperkingen. M.b.t. de inbreng van taken en verantwoordelijkheden van een commissie zegt spreker dat in de commissie een standpuntbepaling dient plaats te vinden, maar dat er geen voorschot genomen wordt op de uiteindelijke discussie in de raad. De besluitvorming vindt plaats in de raad.
In de verslaglegging van de commissievergadering dient niet te worden gesproken over het standpunt van de fracties, maar over de standpunten van de woordvoerders. Zoals het CDA het leest, zou de toelichting op artikel 3 uitstekend passen bij de visie van de CDA-fractie. De verordening biedt ruimte voor ook een andere uitleg. Spreker vraagt hoe de overige raadsfracties daarover denken.
De voorzitter zegt m.b.t. artikel 3 inzake het functioneren van de commissies, dat het voor de raad maar ook voor college en organisatie aardig is om te weten hoe de politieke strekking van de voorgeschiedenis kan zijn. Dat is ook voor de individuele commissieleden van belang. Als die voor wat betreft de commissievergadering “ja” zegt en in de raad “nee”, dan betekent dat dat een commissielid kennelijk door zijn fractie is teruggefloten. Daarom kan vooroverleg plaatsvinden.
De heer Bergevoet zegt dat de CDA-fractie juist niet die indruk wil wekken.
De voorzitter zegt dat vooroverleg uit politiek oogpunt wel praktisch is. Spreker is het eens met de opmerking dat degenen die in het voortraject de afspraken m.b.t. inhoud hebben gemaakt, daar zelf op moeten reageren.

Spreker citeert uit artikel 8: “Het lid van het college van burgemeester en wethouders wordt geacht aanwezig te zijn bij de commissievergadering van de raadscommissie indien daarin een onderwerp is geagendeerd dat tot zijn portefeuille behoort.” In praktische zin betekent dat dat niet alle wethouders bij elke commissievergadering aanwezig zullen zijn.

Spreker antwoordt de heer Wildenbeest dat in de regeling staat dat de vergadering in het gemeentehuis plaatsvindt en spreker vraagt te kijken waarom de manier van vergaderen op deze manier geregeld is. De woordvoerders van de fracties hebben het besluitvormingstraject meegemaakt en spreker vraagt hen te reageren op de opmerkingen van de heren Bergevoet en Wildenbeest.
De heer Finkenflügel zegt n.a.v. de opmerking van de heer Bergevoet inzake de loterij voor de toewijzing van beleidsvelden, dat er keuzes worden gemaakt. Uit de evaluatie zal blijken of dit een goede keuze is geweest. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat deze keuze het integraal werken bevordert. Spreker memoreert dat ook in het verleden dezelfde onderwerpen in meer dan 1 commissie werden besproken. Ook werden er wel commissievergaderingen gecombineerd ten behoeve van de behandeling van een gemeenschappelijk onderwerp.

Spreker zegt de opmerking van de heer Bergevoet m.b.t. het stellen van eisen aan commissieleden niet te begrijpen. Als de heer Bergevoet daarmee kwaliteitseisen bedoelt, dan is spreker van mening dat LB GVS goed in staat is haar leden daarop te beoordelen. LB GVS heeft er bewust voor gekozen om meer commissieleden niet-zijnde raadsleden in de commissies te benoemen, om zo de politiek dichter bij de burger te brengen. Dit is één van de manieren waarop mensen die niet in de raad zitting hebben, toch mee kunnen functioneren in het besturen van de gemeente en kennis kunnen nemen van wat er in de gemeente speelt.

De fractie LB GVS is op de hoogte van de financiële situatie en spreker zegt dat in het Presidium is afgesproken dat nader zal worden bekeken hoe daarmee zal worden omgegaan.

M.b.t. de inbreng en de standpuntbepaling is de fractie LB GVS van mening dat de woordvoerder zonder ruggespraak zijn mening verwoordt. De fractieleden zijn van elkaar op de hoogte hoe de standpunten liggen en via de moderne communicatiemiddelen kunnen zaken snel worden kortgesloten. Over het algemeen is er vooraf een fractieoverleg geweest en in negen van de tien gevallen mag men ervan uitgaan dat de woordvoerder van LB GVS het fractiestandpunt vertegenwoordigt.


De heer Menke zegt t.a.v. de commissie-indeling dat er geen sprake was van een loterij. Dat was tijdens de coalitieonderhandelingen een zeer bewuste keuze. Spreker zegt dat de achtergrond hiervoor is om op deze manier de portefeuilles zoveel mogelijk samen te stellen uit zowel harde als zachte beleidsterreinen, “hardware” en software”. Er is voor gekozen om de integraliteit zowel voor de commissie als voor het college vorm te geven, zodat over het algemeen twee wethouders aanwezig zullen zijn in een commissie en zodoende een stuk integraliteit kan worden bereikt. Bovendien wordt op deze manier bereikt dat fractieleden breder georiënteerd raken dan alleen op hun eigen beleidsterrein.
Spreker zegt dat er aan raadsleden ook geen eisen worden gesteld wanneer zij zich verkiesbaar stellen. De PvdA kiest daarvoor vanwege de grote complexiteit van de gemeente, maar vooral vanwege de expertise die nodig is in een grote gemeente. De fractie zoekt schaduwfractieleden die expertise hebben op een bepaald terrein, die erg goed te gebruiken is. De PvdA ziet het ook als een kweekvijver voor de verkiezingen van 2010. Als dan een kieslijst moet worden opgesteld, dan beschikt de partij al over een aantal mensen dat enigszins weet wat het gemeenteraadswerk inhoudt. T.a.v. de taken van een commissie zegt spreker vaak te hebben gemerkt dat de woordvoerders van de CDA-fractie hun eigen standpunt naar voren brachten, terwijl woordvoerders van de overige fracties de fractiestandpunten verwoordden.
De PvdA heeft in haar fractie een missie en een doel die duidelijk zijn verwoord in het coalitieakkoord. Iedereen is daarvan op de hoogte en de fractiestandpunten op dat gebied zijn bekend.
De PvdA-fractie zal steeds proberen de fractiestandpunten te verwoorden in de commissievergaderingen. Spreker zegt dat de fractie erop mag worden aangesproken als zij zich niet aan deze afspraak houden.

M.b.t. de gewijzigde locatie van de commissievergaderingen zegt spreker dat de PvdA ervoor heeft gekozen om die naar Gendringen te verplaatsen. Er is inderdaad afgeweken van het advies in 2004 van de Werkgroep werkwijze nieuwe raad. Spreker maakte zelf deel uit van deze werkgroep, die steeds heeft aangegeven dat zij slechts een advies wilde geven. In de vastgestelde verordening van de gemeenteraad wordt ook gekozen voor een Presidium, dat bestaat uit de voorzitter van de raad, de fractievoorzitters en de griffier. Het Presidium is o.a. belast met het dragen van verantwoordelijkheid van door de griffier gedane voorstellen of voorstellen betreffende de organisatie van de werkzaamheden van de raadscommissies en de raad. In het Presidium is dit besluit genomen, zo dit een besluit kan worden genoemd. De overweging hierbij was dat het voor zowel de organisatie als de Griffie logistiek en organisatorisch veel efficiënter is de raadscommissievergaderingen evenals de raadsvergaderingen in het gemeentehuis te Gendringen te laten plaatsvinden.

Investeringen in fractiefaciliteiten kunnen efficiënter, adequater en goedkoper bij de keuze voor één locatie. Tijdens de coalitieonderhandelingen is ook gesproken over de mogelijkheid van vergaderen met de commissie op locatie. Artikel 3 van deze verordening geeft daartoe de mogelijkheid.
De PvdA-fractie pleit ervoor om dat ook zoveel mogelijk te doen, om zo contact te houden met de burgers.

Er is afgesproken dat eind 2005 een evaluatie plaatsvindt betreffende de commissiestructuur, de samenstelling en de werkwijze. Daar kan ook de keuze voor de locatie worden besproken. Binnen de PvdA-fractie is ervoor gekozen om, indien de commissievergaderingen niet op locatie worden gehouden, deze te laten plaatsvinden in het gemeentehuis van Gendringen.


De voorzitter zegt dat dit altijd een zoektocht is en dat er een evaluatie komt over de keuzes die nu zijn gemaakt.
Mevrouw Sluiter-Kuilwijk zegt m.b.t. de toewijzing van de beleidsvelden, dat de combinatie van harde en zachte sectoren een bewuste keuze is geweest. De VVD-fractie is van mening dat er op deze manier integraal gewerkt kan worden en dat raads- en commissieleden breed georiënteerd kunnen raken. Spreekster zegt dat er voor het toetreden van raadsleden ook geen specifieke eisen bestaan. M.b.t. de opmerking dat er op deze manier meer commissieleden dan raadsleden werkzaam zijn, zegt spreekster dat de fracties de plaatsen niet tot het maximum behoeven in te vullen. De VVD wil als kleine fractie dankbaar gebruik maken van deze mogelijkheid, omdat zij zo meer mensen kan inzetten. De VVD is voornamelijk om logistieke en financiële redenen voorstander van het vergaderen in Gendringen. Voor het zomerreces zal een evaluatie plaatsvinden.
De heer Steentjes zegt dat tijdens het laatste Presidium de vergaderlocatie is besproken.
Voor de logistiek en de eenduidigheid is één locatie het handigst. Spreker zegt enigszins overdonderd te zijn door de voortvarendheid waarmee is besloten m.i.v. dát moment in Gendringen te vergaderen. Spreker had de intentie dit eerst terug te koppelen naar de eigen fractieleden en het daarna te bespreken met de overige fracties. Het vergaderschema is voor het eerste halfjaar vastgesteld, waarna een evaluatie volgt. Op deze manier kan zo snel mogelijk worden bijgestuurd als zaken verbetering behoeven. Spreker beseft dat tot bijsturing wordt besloten door de meerderheid van het Presidium of door de meerderheid van de Raad.
De heer Menke zegt dat de evaluatie in juni tot doel heeft om te bekijken of een efficiencyslag kan worden gemaakt door alle vergaderingen in één week te doen. De evaluatie die mevrouw Sluiter-Kuilwijk en de heer Steentjes bedoelen, kan het best vlak na het zomerreces plaatsvinden. Bij een evaluatie vóór het zomerreces is er pas vier keer een cyclus van commissievergaderingen geweest.
De voorzitter zegt dat de evaluatie op zichzelf belangrijk is, het moment zal nader worden bepaald.

Het is wel van belang er niet te lang mee te wachten, in het belang van tijdig bijsturen indien dat wenselijk is. Spreker vraagt de Griffie de vinger aan de pols te houden.


De heer Bergevoet is blij met de verduidelijking van de heer Menke. Spreker begrijpt uit de reacties dat de verschillende fracties afwachten hoe een en ander zal uitwerken, maar spreekt de twijfel van de CDA-fractie uit over het functioneren.
N.a.v. de opmerkingen van de heren Menke en Finkenflügel inzake de eisen voor commissieleden zegt spreker dat hij doelde op democratische legitimatie. Spreker bedoelt hiermee dat hij t.a.v. de vertegenwoordiging van de fracties in de commissies de voorwaarde opgenomen had willen zien dat tenminste 1 raadslid in de commissie zitting zou moeten hebben. Spreker leest dit niet uit de verordening.
De heer Menke antwoordt dat volgens de verordening een commissielid geen raadslid hoeft te zijn. Het voorstel lezende, blijkt echter dat er van elke fractie een raadslid zitting heeft in elke commissie.
De heer Bergevoet zegt dat hij dit graag opgenomen had gezien in de verordening, zodat het geen keuze is. De keuze voor de commissieleden niet-zijnde raadsleden staat een ieder vrij. M.b.t. de kwaliteitseisen voor raadsleden zegt spreker dat die er niet zijn, maar dat zij wel worden gekozen.
De heer Menke zegt dat de commissieleden niet-zijnde raadsleden op de kieslijst hebben gestaan en dat ook bekend is hoeveel stemmen zij hebben gekregen. Op deze wijze is het democratisch gelegitimeerd.
De heer Bergevoet reageert op de opmerking van de heer Menke betreffende de weergave van het persoonlijke standpunt van een CDA-woordvoerder in een commissievergadering en dat dat voor de overige fracties niet geldt. Spreker vindt het jammer dat de raadsleden op grond van een verordening worden geacht om op een bepaalde wijze te gaan werken. Spreker is van mening dat die keuze aan de verschillende fracties zelf zou moeten worden gelaten.
De heer Wildenbeest vindt het jammer dat op een andere locatie zal worden vergaderd. De evaluatie en het feit dat veel op locatie zal worden vergaderd, veranderen de zaak.
De voorzitter zegt dat de opmerkingen die in het in verslag zijn opgenomen, zullen worden meegenomen bij de evaluatie.
Zonder stemming en met inachtneming van de gemaakte opmerkingen wordt conform het voorstel van de griffier besloten tot het vaststellen van de Verordening op de raadscommissies 2005.


7. Benoeming voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies.
De heer Steentjes zegt dat er voor wat het CDA betreft geen fouten in zitten en stelt voor dit voorstel zo aan te nemen.
De heer Sluiter is van mening dat hier enige verduidelijking nodig is. Er zijn vier commissies en vier partijen. De meeste partijen kiezen uit hun gelederen een plaatsvervangend voorzitter. De VVD heeft een andere keuze gemaakt. Dat is niet gebeurd op basis van het aantal raadszetels, maar omdat de VVD graag wil dat er bij elke commissievergadering 1 raadslid aanwezig is. Als spreker als voorzitter in bedoelde commissie niet aanwezig zou kunnen zijn, zal dat de fractie daarin beperken.
De voorzitter concludeert dat dit een stemverklaring is.
Zonder stemming wordt conform het voorstel van de griffier besloten de voorzitters en plaatsvervangend voorzitters van de raadscommissies te benoemen.

8. Benoeming leden van de raadscommissies.
Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van de griffier besloten de leden en plaatsvervangende leden van de raadscommissies te benoemen.

9. Beëdiging commissieleden niet zijnde raadsleden.
De voorzitter zegt dat de commissieleden die geen raadslid zijn, dezelfde verantwoordelijkheden hebben als de raadsleden als het gaat om het functioneren binnen de commissies. Bovendien worden commissieleden soms geconfronteerd met inhoudelijke punten waarover geheimhouding geboden is.

Om aan te geven dat de status van een lid van een commissie van groot belang wordt geacht, zal spreker de volgende personen die zijn voorgedragen als lid van de raadscommissies, beëdigen:

de heren A.J.M. Tiemessen, W.A.J. Liebrand, H. Hengeveld, H. Hageman, E. Schieven, B. Kuster,
mevrouw D.G. Klompenhouwer-Kromkamp, de heren H.J.L. Keurentjes, H. Van Amerongen,
mevrouw L.M.C. van de Meeberg-Guillain, de heer R.J. Tomberg, mevrouw A. Vinkenvleugel,
de heren H. Bruins, G. Heinen, J. Velthorst, D.J. Gussinklo, A.C. Rehé en R. Sloots.
De voorzitter vraagt alle aanwezigen te gaan staan. De voorzitter spreekt de eed uit:

“Ik zweer dat ik, om tot lid van de raadscommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raadscommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig.”

De heren A.J.M. Tiemessen, W.A.J. Liebrand, H. Hageman, mevrouw D.G. Klompenhouwer-Kromkamp en de heren J. Velthorst en E. Schieven leggen de eed af.
De voorzitter leest de belofte voor:

“Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Dat verklaar en beloof ik.”

De heren H. Hengeveld, B. Kuster, H.J.L. Keurentjes, H. Van Amerongen, mevrouw L.M.C. van de Meeberg-Guillain, de heer R.J. Tomberg, mevrouw A. Vinkenvleugel, de heren H. Bruins, G. Heinen, D.J. Gussinklo, A.C. Rehé en R. Sloots leggen de belofte af.


De voorzitter feliciteert de beëdigden en wenst hen veel plezier in het dienen van de gemeente en in de baan. Inhoudelijk gaat het om een kwaliteit die men voor zichzelf kan ontwikkelen om te zorgen dat de dienstbaarheid in de richting van de burgers samen met de raadsleden onder leiding van de voorzitter zo goed mogelijk wordt georganiseerd.

10. Diverse zaken in het kader van de procedure burgemeestersvacature.

De voorzitter zegt dat op 3 februari a.s. de waarnemend commissaris van de Koningin naar de gemeente Oude IJsselstreek komt voor de profielschets van de burgemeester. Het voorliggende stuk is vooral informatief bedoeld.
De heer Steentjes brengt in dat het conceptprofiel bijna gereed is. De fractievoorzitters zullen na deze vergadering nog de laatste “puntjes op de i” zetten en er zal nadere afstemming binnen de fracties plaatsvinden, voordat de profielschets naar de provincie gaat. Spreker zegt dat het helder is hoe de elementen kunnen worden ingevuld en dat het voor de raad duidelijk is hoe de processen lopen.
De heer Menke vraagt ter verduidelijking of nu alle bijbehorende zaken tegelijk in de behandeling worden meegenomen.
De voorzitter antwoordt dat de raad nu kennis kan nemen van de diverse bijlagen en een uitspraak kan doen over de conceptraadsvoorstellen, tenzij er opmerkingen zijn over de tekst van de verordening tot instelling van een vertrouwenscommissie. Op basis hiervan kan de vertrouwenscommissie functioneren. Het betreft hier de instemming van de raad met de verordening zoals die hier voorligt.

Op de opmerking van de heer Menke dat hiertoe namen dienen te worden opgenomen, antwoordt


de voorzitter dat dat op 3 februari a.s. als een apart agendapunt zal worden opgevoerd, omdat daartoe voorstellen moeten worden ingediend.
De heer Menke citeert uit art. 3, lid 4, dat een wethouder als vertegenwoordiger van het college van Burgemeester en wethouders en de gemeentesecretaris kunnen worden toegevoegd aan de commissie. De PvdA-fractie zou dat willen kunnen vervangen door “worden” omdat met name de nieuwe burgemeester ook voorzitter is van het college van B&W en heel veel samenwerkt met de gemeentesecretaris. De fractie van de PvdA is van mening dat een lid van het college én de gemeentesecretaris in ieder geval een adviserende stem hebben in de vertrouwenscommissie.
De heer Finkenflügel zegt dat daar in de voorlopige afspraken al vanuit is gegaan. De intentie is aanwezig.
De voorzitter zegt dat er m.b.t. de invulling van de vacature een voorstel komt dat is gebaseerd op het overleg van de fractievoorzitters. Spreker stelt voor dat de raad vandaag kennis neemt van de voorliggende stukken bij dit agendapunt en de fractievoorzitters machtigt om tijdens hun overleg de definitieve tekst te bepalen, zodat die verordening op 3 februari zowel tekstueel als inhoudelijk m.b.t. de bemensing, definitief kan worden vastgesteld.
De heer Steentjes sluit zich bij het voorstel aan.
De voorzitter concludeert dat er nu geen definitief besluit wordt genomen over de inhoud van de verordening. Er volgt nog een fractievoorzittersoverleg. Op 3 februari ligt er een voorstel dat tekstueel, waar het gaat om de namen van de leden van de vertrouwenscommissie, compleet is.

11. Vergaderschema Regio Achterhoek.
Het vergaderschema wordt voor kennisgeving aangenomen.

11a. Aansluiting Nationale Ombudsman voor afhandeling klachten.
De heer Finkenflügel vraagt of de raad hiertoe besluit of het college. Gezien de bedragen wil spreker weten om hoeveel klachten het gaat.
De voorzitter zegt dat de klachten kunnen gaan over het functioneren van de burgemeester, het college van burgemeester en wethouders en het functioneren van de raad. Eerst geldt een interne klachtenregeling. Als men daar is uitgeprocedeerd, dan moet er een objectieve positie zijn waar mensen terecht kunnen om de kijken of bovengenoemde organen op een juiste manier zijn omgegaan met de klacht. Elk orgaan moet deze regeling voor zichzelf vaststellen.

Spreker citeert uit het voortstel: “Er kan worden gekozen tussen een standaardtarief van € 1005,-- per verzoekschrift of een gedifferentieerd tarief van € 3.119,-- voor een verzoekschrift dat leidt tot een onderzoek en een tarief van € 212,-- in de overige gevallen.” Uit contact met de Nationale Ombudsman is gebleken dat in 85% van de gevallen een klacht niet leidt tot onderzoek en dus maar


€ 212,-- gaat kosten. De gemeente Gendringen was aangesloten bij de Nationale Ombudsman en daar betrof het 100% van de gevallen waarin geen sprake was van onderzoek of een niet ontvankelijke klacht.
Tot nu toe hebben klachten niet tot onderzoeken geleid.
Zonder beraadslaging en zonder stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten de gemeente Oude IJsselstreek voor de externe klachtvoorziening te laten aansluiten bij de Nationale Ombudsman en te kiezen voor het gedifferentieerde tarief.

11b. Coalitieakkoord.
De heer Steentjes zegt de aanvullende agenda waarop het coalitieakkoord is opgenomen, gisteren per post te hebben ontvangen. Het coalitieakkoord was nu voor het eerst officieel bij de stukken gevoegd. Tot nu toe was het akkoord slechts digitaal beschikbaar. De CDA-fractie voelt zich niet serieus genomen nu zij pas een dag voor de raad het officiële stuk ontvangt en de fractie is van mening dat dit geen hoffelijke weg is. Inhoudelijk gezien wil het CDA dit stuk voor kennisgeving aannemen. Spreker heeft diverse keren gevraagd naar de verslagen van de openbare coalitiebesprekingen, maar heeft die tot nu toe nog niet. Spreker vraagt naar de reden.
De heer Finkenflügel zegt dat de verslagen zijn aangeleverd bij het gemeentehuis en vermoedt dat de oorzaak gelegen is in technische problemen. Spreker zegt toe dat de verslagen op zeer korte termijn aan de heer Steentjes zullen worden gezonden. Er is geen sprake van bewust achterhouden van stukken.
De heer Menke zegt dat in de vergadering van 3 januari is toegezegd hierop terug te komen.
De heer Steentjes was in de gelegenheid het akkoord digitaal door te lezen en had het akkoord al kunnen ondertekenen. Of het CDA het akkoord onderschrijft zal duidelijk worden als de raad aan de slag gaat met de begroting.
De voorzitter constateert dat hiermee het coalitieakkoord voldoende is behandeld.

12. Rondvraag.
De heer Bergevoet zegt dat in 2004 bekend was dat de begroting 2005 niet sluitend zou zijn.
De CDA-fractie heeft aangedrongen op een discussie over bezuiniging op noodzakelijke uitgaven.
Dat is inmiddels uitgegroeid tot het begrip kerntakendiscussie.

De nieuwe gemeente bestaat nu ruim een maand en spreker heeft niet gemerkt dat er al een initiatief tot deze discussie is genomen, terwijl eind maart de begroting bij de provincie moet zijn ingediend. Ook voor het meerjarenperspectief moeten zaken op orde worden gebracht. De opbrengsten zijn door het vaststellen van de belastingverordeningen dichtgetimmerd. De coalitiepartijen hebben beloofd dat de OZB-belasting niet meer dan trendmatig mag worden verhoogd en dat de voorzieningen niet worden aangetast. Zulke uitspraken wekken allemaal verwachtingen bij burgers, verenigingen, maatschappelijke organisaties en anderen die afhankelijk zijn van de gemeente. Met het uitblijven van de bezuinigingsplannen veranderen verwachtingen snel in vragen, bijv. over subsidies. Bij de coalitieonderhandelingen werd aangegeven dat het mes in de personele bezetting zou moeten worden gezet.

Spreker constateert ook onzekerheid bij het college, omdat diverse vragen worden doorgeschoven.
Dit baart het CDA zorgen. De CDA-fractie meent dat in het dualistische bestel de verantwoordelijkheid hiervoor bij de raad ligt en dat de initiatieven vanuit de raad zouden moeten komen, waarmee de raad op zijn minst de kaders aangeeft voor de manier waarop de discussie moet worden gevoerd. Uiteraard is dat niet mogelijk zonder het college en ambtelijke ondersteuning. Spreker had verwacht dat de coalitiepartijen, die al enkele maanden bezig zijn een en ander op elkaar af te stemmen, al wat zouden hebben ingebracht. Spreker vraagt waar de coalitiepartijen naar toe willen: wachten zij op initiatieven van het college, komen zij zelf met initiatieven, welke rol speelt de raad in hun ogen hierin, wordt het proces met name geïnitieerd vanuit de organisatie?
Wethouder Den Butter zegt dat er inderdaad tijdens de coalitieonderhandeling veel is gezegd, maar dat nu pas kan worden begonnen met te denken over hoe een en ander zal gaan lopen. Intern is het college druk bezig de mogelijkheden voor de begroting 2005 te bespreken en de daarop aansluitende meerjarenbegroting. Vooraf kan nog geen rekensom worden gemaakt. Het college doet zijn best om in februari de eerste signalen af te geven voor de begroting die in maart klaar moet zijn.

Voor de kerntakendiscussie is afgesproken dat daar de tijd voor wordt genomen en dat die in de eerste helft van dit jaar zal worden afgerond. In de begroting en de onderliggende stukken zal het college aangeven hoe het tegen de situatie aan kijkt en daar uit denkt te komen. De raad concludeert uit de besluitenlijst dat het college zich nog niet met de kerntakendiscussie bezighoudt, terwijl daarin slechts de besluiten staan van de zaken die als collegevoorstellen op tafel liggen. Op dit moment is dat nog te vroeg voor wat betreft de begroting en de meerjarenbegroting. Spreker verzekert de raad dat het college niet stilzit en zijn best doet een aanvaardbare oplossing voor deze zware opgave te vinden. Spreker vraagt de raad enig vertrouwen te hebben in het college.


De heer Menke zegt dat de suggestie wordt gewekt dat de coalitiepartijen al drie tot vier maanden geleden afspraken hebben gemaakt over de coalitie. Op 17 november waren de verkiezingen, pas daarna zijn de coalitieonderhandelingen gestart waaruit het coalitieakkoord tot stand is gekomen.
Er is ook gezegd dat de kerntakendiscussie in ieder geval wordt voorbereid door het college, inclusief de procedures en de wijze waarop. M.b.t. de begroting dient ook te worden gekeken naar zaken uit het verleden die hierbij van belang zijn. Het college is in de huidige bezetting pas drie weken aan het werk en dat is erg kort en spreker zegt dat men met het CDA in de coalitie wel eens jaren heeft moeten wachten.
De heer Finkenflügel zegt dat het coalitieakkoord is bedoeld voor de komende jaren en aan het college is de vraag voorgelegd om met het oog op de bezuinigingen een en ander door te rekenen, zodat er straks beargumenteerd kan worden gediscussieerd. Naar de heer Bergevoet zegt spreker dat het tekort een erfenis is van beide samengevoegde gemeenten. Spreker vindt het erg kort door de bocht van het college te verwachten dat dit binnen drie weken kan worden opgelost. De heer Finkenflügel hoopt dat het CDA vertrouwen heeft in het college, positief wil meedenken en waar nodig haar mening op een constructieve manier te berde brengt.
Mevrouw Sluiter-Kuilwijk zegt dat het CDA vertrouwen moet hebben in het college, dat niet binnen een maand een oplossing kan hebben.
De heer Bergevoet stelt een reactie te hebben gevraagd van de raad en antwoord te hebben gekregen van wethouder Den Butter. Spreker vraagt of het CDA ook hoort bij het begrip “we” dat de heren Den Butter en Menke gebruiken in hun beantwoording.

Spreker zegt in de richting van de heer Menke dat hij graag a.s. maandag 31 januari in de commissie Algemeen Bestuur en Beleid (ABB) wil discussiëren over de concrete uitwerking van het proces en de rol van de raad daarin.

Het punt is echter in de ogen van de CDA-fractie zodanig belangrijk dat de fractie wil weten welke afspraken hierover zijn gemaakt en het feit dat het CDA niet op de hoogte is van de afspraken is voor de fractie aanleiding om dat nu aan de orde te stellen. Spreker is van mening dat nu getracht moet worden de begroting sluitend te krijgen. Het is het CDA niet bekend of daartoe al initiatieven zijn genomen. Spreker zegt dat het CDA uiteraard het college de gelegenheid zal geven om de begroting 2005 op te stellen, maar dat laat onverlet dat de raad daar verantwoordelijkheden in heeft. Spreker zegt teleurgesteld te zijn dat de heer Menke zich nu verschuilt achter het college als de instantie die hiervoor het initiatief moet nemen. Spreker beseft dat het probleem niet zonder de hulp van het college en de organisatie kan worden opgelost, maar de raad kan wel de lijn uitzetten.
De voorzitter zegt dat het niet zo kan zijn dat het agendapunt “vaststelling van de agenda” aanleiding geeft tot tussenvoeging van een agendapunt. Er zal sprake moeten zijn van een voortraject, zodat alle deelnemers op niveau kunnen mee discussiëren. Spreker zegt dat de raad van het college mag verwachten, dat het college van Burgemeester en wethouders zaken voorbereidt, waarover de raad besluiten neemt. Sinds de invoering van het duale systeem is er ruimte voor de raad om initiatieven te nemen, maar een voorbereidingstraject is wel op zijn plaats.

M.b.t. de voorbereiding van de begrotingen 2005 en 2006 ook in relatie tot de kerntakendiscussie, mag de raad van het college verwachten dat zaken worden voorbereid zoals de heer Den Butter dat heeft toegelicht. Het college staat open voor goede suggesties van de raad.


De heer Sluiter zegt dat er vanuit de historie van Gendringen nog zaken lopen als ETNA en Bouwens en vraagt naar de stand van zaken. In de collegebesluitenlijst van week 2 is bij de rondvraag de suggestie gedaan om met het college een rondrit te maken en ter plekke van grote projecten te gaan kijken. Spreker vindt dit een goed idee en vraagt of dit misschien ook voor de raad en de commissies kan worden geregeld.

Ten tijde van de verkiezingen is gesproken over bezuinigingen en met name m.b.t. de organisatie. Spreker merkt op dat er nu sprake is van het invullen van vacatures terwijl er enkele medewerkers boventallig zijn geplaatst en vraagt of dat gezien het proces nodig is dit nu al te doen. Dat is n.l. strijdig met de uitgangspunten van vrijwel alle partijen. Wellicht kunnen ook voorlopige krachten worden ingehuurd.


De voorzitter vraagt of de raad die informatie nu al wil of dat hij via een informatiesysteem binnen de commissies kan worden geïnformeerd, waar ook de wethouders aanwezig zijn.
Wethouder Haverdil wil de situatie rond ETNA in het Presidium bespreken. Het is beter dat niet in de openbaarheid van deze vergadering te doen..
De voorzitter zegt dat vertrouwelijke zaken in het verleden ook in het Presidium werden besproken.
De suggestie voor de rondrit voor raad en commissies zal worden meegenomen. M.b.t. de vacatures zal de raad a.s. maandag 31 januari worden geïnformeerd tijdens de commissie ABB.
De heer Steentjes concludeert dat m.b.t. gevoelige juridische procedures wordt voortgegaan op de oude manier door deze in het Presidium te bespreken.
De voorzitter zegt dat die conclusie juist is.
De heer Schenning zegt dat veel gemeenten de Zalmsnip als een minimabeleid zien, waar arm en rijk van profiteren. De PvdA-fractie kiest voor een echt minimabeleid omdat in economisch slechte tijden de minima worden getroffen. In de loop der tijd zijn veel vergoedingen verdwenen of zijn maatregelen genomen die het de minima moeilijk maken. De legitimatieplicht treft de genoemde groep in het bijzonder. Voor hen is de financiële bodem al lang bereikt. Legitimatiebewijzen voor een gezin met twee kinderen boven de 14 jaar komen op minimaal € 120. De PvdA-fractie verzoekt het college met klem te onderzoeken of er voor de minimagezinnen mogelijkheden zijn om de kosten die de legitimatiewet voor hen met zich meebrengt, op te vangen. Spreker hoopt op een spoedige reactie van het college.
Wethouder Freriks zegt dat de bijdrage van de heer Schenning aansluit bij de discussie over dit onderwerp binnen het college. Zodra inzichtelijk is om hoeveel gezinnen het gaat en welke bedragen daaraan zijn gekoppeld, komt dit onderwerp weer bij de raad, die kan aangeven hoe hij daarin wil besluiten.
De heer Steentjes leest in de besluitenlijst van de collegevergadering d.d. 11 januari jl. bij punt 16, rondvraag: belangengroeperingen, organisatie, ondernemers, wijkcomité’s: de beslissing is afspraak maken met deze groeperingen en de woensdagavond hiervoor gebruiken. Fractievoorzitters, raad en portefeuillehouders van het onderwerp. Spreker heeft een vraag over de communicatie van de raad naar de burgers toe en meent dat dit nadrukkelijk iets is voor de raad zelf. Spreker begrijpt het voorstel van het college, maar spreker stelt voor dit nadrukkelijk met de raad nader af te stemmen, zonder dat het college hierin een beslissing neemt.
De voorzitter vraagt of de heer Steentjes zich kan vinden in het voorstel om dit in het eerstvolgende Presidium te bespreken.
De heer Steentjes stemt daar mee in, maar zegt uit de notulen te lezen dat het college over de raad heen besluiten neemt.
De heer Menke stelt voor dat in de openbaarheid te bespreken.
De voorzitter antwoordt dat daartoe in het Presidium afspraken zullen worden gemaakt.
De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun inbreng en sluit de vergadering om 21.40 uur.
Aldus opgemaakt en vastgesteld op 24 februari 2005

De griffier De voorzitter


Drs P.W. Bannink H.J.M. Kemperman



MW./27-01-05.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina