Onderwijstijd en nieuwe urentabel



Dovnload 23.39 Kb.
Datum24.07.2016
Grootte23.39 Kb.


Onderwijstijd en nieuwe urentabel

Onderwijstijd

Met ingang van 1 augustus 2012 wordt volgens de laatste informatie het kabinetsvoorstel voor de nieuwe regels rond de onderwijstijd wettelijk ingevoerd. Lange tijd is hierover onduidelijkheid geweest. Deels is die onduidelijkheid nog steeds aanwezig, omdat de onderwijstijd gekoppeld is aan een ander voorstel . Namelijk dat van een andere opzet van het cursusjaar met vijf roostervrije dagen voor de leerlingen, waarop docenten ter verlaging van de werkdruk allerlei andere werkzaamheden kunnen doen (vergaderen, studiebijeenkomsten, teamontwikkeling, leerling-besprekingen, nascholing) en waarbij de zomervakantie met een week wordt ingekort. Het is vooral dit laatste aspect dat de regeling omstreden maakt. Het Kabinet heeft zich weliswaar voor dit voorstel uitgesproken, maar het besluit is nog niet door de Tweede Kamer bekrachtigd..

We moeten er van uitgaan, dat de nieuwe regels voor de onderwijstijd in welke vorm dan ook, doorgaan. Deze regels – los van de discussie over de zomervakantie – luiden:


  1. Er geldt een nieuwe definitie voor onderwijstijd.

  2. In de leerjaren 1 en 2 en in 3 havo en 3 vwo gaat de studielast voor leerlingen op jaarbasis van 1040 uur naar 1000 klokuren. In de overige leerjaren blijft de 1000 klokurennorm gehandhaafd. Dit geldt ook voor de norm van 700 klokuur in de examenklassen.

  3. Een betere regeling voor de vakantiespreiding.

  4. Horizontale verantwoording.

  5. De Inspectie controleert de kwantitatieve invulling op basis van gegevens die de school aanlevert op groepsniveau.

  6. Vooruitlopend op de ingangsdatum van de nieuwe Wet Onderwijstijd (2012) mogen scholen vast werken volgens de nieuwe normen.

Uitwerking van het wettelijke kader

Ad 1: De definitie van het onderwijs is als volgt:


Onderwijs

  • moet onder pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid van bekwaam onderwijspersoneel worden uitgevoerd.

  • moet deel uitmaken van het door de school geplande en voor de leerlingen verplichte onderwijsprogramma.

  • moet door een inspirerend en uitdagend karakter bijdragen aan een zinvolle invulling van de totale studielast van leerlingen.

Ad 2: De 1000 resp. 700 klokuur onderwijstijd zijn inclusief 40 uur “maatwerk”. Bij deze uren kunnen activiteiten worden gepland, die wel voor alle leerlingen toegankelijk zijn, maar niet verplicht. Bijvoorbeeld mentoruren, steunlessen, huiswerkuren, pluslessen. Deze moeten afgesproken zijn in de Kwaliteitsagenda. De Inspectie heeft een beoordelingskader onderwijstijd vastgesteld (zie hieronder).

Wat telt mee?

Wat telt niet mee?

Proefwerkweek en schoolexamens voor 50%

Proefwerkweek en schoolexamens volledig indien er minimaal 2 (grote) toetsen worden gegeven en nog lessen of meer dan 2 (grote) toetsen



Pauzetijd

Projectweken en excursies: de werkelijk benodigde tijd, inclusief reistijd

Wisseltijd tussen lessen, indien deze niet is geprogrammeerd

Werkweek: de werkelijk benodigde tijd (8 uur per dag) en een eventueel avondprogramma. Niet: de tijd van nachtrust

Niet verplichte Plusactiviteiten boven de 40 klokuren

Stages: de werkelijke tijd zonder reistijd




Activiteiten begin en einde schooljaar: 3 uur




Zelfstandig werken mits
- opdrachten verstrekt door de docent
- begeleiding van docent (op afroep)
- begeleiding van minimaal 1 : 35
- verplicht
- aanwezigheidscontrole




Centrale Examens: volledige dagen, ook op dagen dat er geen examen is




Plusuren (bijvoorbeeld talentklassen). Deze tellen voor 40 klokuren mee.




Maatschappelijke stage voor het maximale aantal uren dat vereist is (30 klokuur) en in het betreffende leerjaar




De inspectie beoordeelt of bepaalde activiteiten wel of niet tot onderwijsactiviteiten mogen worden gerekend. Dit is het zogenaamde Dynamische referentiekader, een kader waarin staat aangegeven welke activiteiten nu wel of niet tot onderwijstijd mogen worden gerekend.

Ad 3: Voor scholen die als gevolg van de vakantiespreiding over 39 weken beschikken in plaats van 40, geldt een correctiefactor van 27 klokuren. Voor een jaar van 38 weken geldt een correctie van 54 (is 2 x 27) klokuren.

Ad 4: De school bepaalt in overleg met de ouders, leerlingen en docenten de invulling van de onderwijstijd en legt daarover primair aan de ouders verantwoording af. Dit gaat beslist verder dan een beoordeling door de MR achteraf (nadat het voorstel tot stand is gekomen). Dit geldt expliciet ook voor de 40 maatwerkuren.
In de code Goed Bestuur van de VO-Raad met betrekking tot de horizontale dialoog is o.m. opgenomen dat de instelling een beleid heeft voor de communicatie met en invloed van belanghebbenden. In het jaarverslag wordt aangegeven hoe aan de horizontale verantwoording invulling is gegeven en hoe de belanghebbenden bij de besluitvorming zijn betrokken. Dit wordt ook opgenomen in de Wet op de Medezeggenschapsraad Scholen (WMS), maar omvat een overlegcircuit, zulks ter beoordeling van de Inspectie.

Ad 5: De school is niet langer verplicht gegevens op individueel leerling-niveau aan te leveren. Dit kan nu op groepsniveau. Dat betekent een administratieve verlichting (in de praktijk was deze maatregel ook niet uitvoerbaar).

Ad 6: Helemaal zeker is de ingangsdatum niet, maar we gaan ervan uit dat hiermee – bij het verschuiven van het oorspronkelijke voorstel van 2011 naar 2012, het eraan voorafgaande jaar wordt bedoeld, dus 2011.

Urentabel

Het is duidelijk dat de nieuwe definitie van onderwijstijd gevolgen heeft voor de urentabellen. Immers daar waar de onderwijstijd in alle onderbouwklassen omlaag gaat, is herbezinning op zijn plaats.

Er zijn evenwel nog andere redenen, waarom de urentabel nu moet worden aangepast: twee onderwijsinhoudelijke, een rechtspositionele en een financiële reden.


  1. Met ingang van het examenjaar 2013-4 wordt voor alle examenkandidaten een aparte rekenvaardigheidtoets verplicht en wordt in het vernieuwde eindexamen Nederlands een deel ingeruimd voor taalvaardigheid.
    Het gaat daarbij dus om de lichting van de huidige leerlingen in 1 basis- en kaderberoepsgerichte leerweg, 1 mavo, 2 havo en 3 v.w.o.
    Hoewel de wetgeving hieromtrent op een groot aantal punten nog onduidelijk is (moeten de toetsen in het examenjaar worden afgenomen of mag ook geabsolveerd worden en zo ja hoe lang blijven ze geldig?) en proefexamens nog in de maak, zijn inmiddels de te behalen referentiekaders bekend en weten we dus op welk niveau de leerlingen moeten komen.
    Ervaringen in den lande leren dat de proeftoetsen slecht worden gemaakt, zowel voor taal als rekenen. Leerlingen zullen hiervoor dus les moeten krijgen en hierin zal de urentabel hoe dan ook moeten voorzien. Op een tweetal scholen van de Atlas Onderwijsgroep Rijswijks Lyceum en Van Vredenburch College) wordt reeds in aparte lesuren taal en rekenen gegeven (zij het niet in de bovenbouw), maar op Lyceum Ypenburg gebeurt daaraan nog niets.


  2. Uitgangspunt voor de huidige tabellen was oorspronkelijk 31 uur (naast een ingeroosterd mentoruur) voor de klassen met een 1040 klokuren onderwijslast en 29 tot 30 lesuren (naast een ingeroosterd mentoruur) voor de overige klassen. (De 700 klokuur in de examenklassen zijn een gevolg van het kortere jaar)
    De praktijk echter laat zien, dat om een aantal – destijds valide – redenen de tabellen in een aantal klassen boven deze normen zijn uitgekomen. Dit betreft
    Rijswijks Lyceum Lyceum Ypenburg
    1L 33 3gym 36,5
    1H 32,5 3ath 32,5
    1M 32,5 3K 31
    2gym 34
    3gym 37,5 Van Vredenburch College
    3ath 32,5
    3H 33 3K 31 3Kz 32
    3M 30,5-31,5
    Afgezien van de nieuwe onderwijstijdwetgeving worden in die klassen teveel uren uitgegeven. De school merkt dit, doordat we op jaarbasis meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt.
    Wanneer we rekening houden met de verplichte nieuwe onderwijstijd, zal in een groter aantal klassen (met name in de leerjaren 1 en 2) gesneden moeten worden.

    Nu is een nuancering wel op zijn plaats. Als gevolg van de grote aantallen leerlingen afkomstig uit armoedeprobleemcumulatiegebieden, krijgen de beide Rijswijkse vestigingen een behoorlijk bedrag aan leerplusgelden. Tot nu toe werd daar in de verdeling over de locaties nog weinig rekening mee gehouden. Lyceum Ypenburg kreeg meer dan waarop zij recht had en dit ging ten koste van de toedeling aan het Rijswijks Lyceum en het Van Vredenburch College. Oorzaak waren vooral de extra gelden die noodzakelijk werden geacht voor de voorfinanciering van de onstuimige groei van Lyceum Ypenburg. Nu de groei van Lyceum Ypenburg vertraagt en het Rijswijks Lyceum daarentegen groeit, moet bij de verdeling van de formatie rekening worden gehouden met verschuiving van de gelden. Voor dit cursusjaar heeft het Rijswijks Lyceum feitelijk nog “recht” op 55 uit te geven lesuren, terwijl Lyceum Ypenburg 51 lesuren teveel heeft uitgegeven en het Van Vredenburch College (door de onverwacht sterke terugloop van leerlingen) 38 uur. Per saldo heeft de Atlas Onderwijsgroep 34 lesuren teveel uitgegeven (en daarmee dus ook teveel formatie). Deze situatie moet worden teruggedraaid.

    Een niet onaanzienlijk deel van de extra uitgegeven lesuren van Lyceum Ypenburg wordt veroorzaakt door de talentklassen (sportgroepen, ateliergroepen, theatergroepen). Deze profilering is van groot belang voor en vormt een grote aantrekkingskracht van Lyceum Ypenburg. Financiering van deze uren – los van gegenereerde inkomsten van de Gemeente Den Haag – kan echter alleen door


    • opname in de reguliere urentabel (dus ten koste van andere lessen)

    • verhoging van de ouderbijdrage voor deze extra activiteiten

    • toekenning van locatiegebonden taken

of een combinatie van bovenstaande.

  1. We moeten onze personele uitgaven matigen. Op dit moment geven we meer dan 83% uit aan personeel. Dit percentage stijgt automatisch omdat we relatief “jong” personeel hebben. Jonge personeelsleden zitten nog niet op hun maximum en krijgen in principe elk jaar een periodiek erbij. Deze salarisstijging is substantieel geworden door toedoen van de inkorting van de docentschalen: de tredes zijn groter dan voorheen en worden sneller doorlopen.

  2. Onze scholengroep groeit volgend schooljaar nog in voldoende mate om de teruggang in lesuren zonder boventalligheid (en dus ontslag!) van collega’s te kunnen realiseren. Het kost dus nu geen banen. Ofwel: we kunnen op dit moment de rechtspositie van alle collega’s garanderen.

Voorstel

Voorstel is om de urentabel te strippen en vervolgens te kijken, waar we eventueel door aanvullende inkomstenstromen (leerplus, Haagse Educatieve Agenda, kwaliteitsimpulsgelden) ons hier en daar een extra lesuur kunnen permitteren. En dit ook als zodanig te bestempelen, zodat deze uren terug te schroeven zijn als de subsidie stopt. Bij het opstellen van de urentabel nemen we de regelgeving rond onderwijstijd in acht.

We zullen in ons achterhoofd moeten houden dat in de (nabije?) toekomst de leerplusgelden, mogelijk geheel dan wel gedeeltelijk, slachtoffer van de overheidsbezuinigingen kunnen worden.

Namens de directie,

Rolf de Jong

Maart 2011








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina