Onroerend Erfgoed



Dovnload 29.17 Kb.
Datum23.07.2016
Grootte29.17 Kb.









Onroerend Erfgoed




Afdeling Vlaams-Brabant










Diestsepoort 6 - bus 91, 3000 LEUVEN




Tel. 016 24 98 18 - Fax 016 66 59 05

Nota aan Katrijn DEPUYDT

ruimte.erfgoed.vbr@rwo.vlaanderen.be

www.onroerenderfgoed.be













 




uw kenmerk




ons kenmerk




bijlagen

















vragen naar / e-mail





telefoonnummer





datum

Jo Wijnant

jozef.wijnant@rwo.vlaanderen.be

 





016 66 59 22

 





13 juli 2011

MERCHTEM – Windpark Merchtem

Oprichten van 3 windturbines.
TRACTEBEL Engineering.

In aansluiting op de adviesaanvraag, aangaande de in hoofding vermelde aangelegenheid, kan ik u hierbij mededelen dat Onroerend Erfgoed, Afdeling Vlaams-Brabant opmerkingen heeft i.v.m. de bouw van drie windturbines:!.


De turbines worden geplaatst op een strook agrarisch gebied in gemeente Merchtem (deelgemeente Peizegem), ter hoogte van de toponiemen Hoge Jan, Tenhoute en Heide, aan de rand van het Buggenhoutbos en tegen de grens met de provincie Oost-Vlaanderen.
De inplanting van de windturbines is gesitueerd op de rand van dit kwalitatief belangrijk open ruimtegebied waarin zich o.a. het als monument beschermde woontoren van het Hof ten Houte bevindt.
De waarde van het beschermde monument en dorpsgezicht werd als volgt gemotiveerd :

Historische waarde van de woontoren van het Hof ten Houte :

Ingeplant op ruim drie kilometer van de dorpskom, tegen de noodoostflank van de Brabantsebeek vormt deze ca. 1360 te dateren vierkante woontoren als zetel van een kleinere heerlijkheid met de Hobosch, van Assche en de Spinola als meest markante eigenaars een representatief en goed bewaard voorbeeld van en adellijk verblijf uit de bloeiperiode van dit woontype waarvan het oorspronkelijke defensieve karakter was verloren gegaan te voordele van het prestige van deze torenvormige bouwvorm. Zoals de meest opgetrokken in baksteen met verwerking van zandige kalksteen voor alternerende hoekkettingen en deur- en vensteromlijstingen telt hij naast een overwelfde kelder en zolder drie bewoonbare niveaus op vierkante plattegrond, afgedekt met houten roostering met moer- en kinderbalken. Bepaalde karakteristieken zoals de bewaarde sporen van een ophaalbrug, de dichtgemetselde rechthoekige toegang met spitsbogige ontlasting, het origineel kruisvenster met bewaard binnenluik en de fraaie gotische muurnis verhogen de documentaire waarde van deze oorspronkelijke geïsoleerde en volledige omgrachte woontoren. Tenslotte getuigt de minstens tot ca. 1700 opklimmende omkadering met hoevegebouwen van een vaak voorkomende evolutie waarbij de woontoren werd gereduceerd tot annex van een landbouwcomplex.
Historische waarde van de onmiddellijke omgeving van het Hof ten Houte :

De directe er onmiddellijk mee verbonden visuele omgeving, bestaande uit de voorliggende dries, de omringende akkers en weiden en het grachtensysteem aansluitend op de Brabantse beek, refereert niet alleen aan historische omkadering en areaal maar doet tevens door haar beeldbepalend karakter de intinsieke warde van de woontoren tot zijn recht komen.

Terloops wenst Onroerend Erfgoed– Afdeling Vlaams-Brabant te melden dat de bovenstaande bouwlocatie is gelegen in de onmiddellijke omgeving van de ankerplaatsen ‘Buggenhouts bos’ – A24003.



De landschapswaarde van deze ankerplaats wordt in de ‘Inventaris van de relicten van de traditionele landschapopen in Vlaanderen’ (2001) als volgt omschreven :

Wetenschappelijke waarde

De ondergrond van het bos bestaat uit glauconiethoudende klei en grijze klei van Assiaan. Het bos is in het overgangsgebied tussen de zand- en zandleemstreek gelegen. Het gebied bevindt zich eveneens op de waterscheidingskam van de Zenne en de Dender, een NZ gerichte heuvelrug. Dit bos maakte deel uit van een groot Atlantisch eikenwoud.
Historische waarde

Dit is een overblijfsel van een groot boscomplex dat in de 12e eeuw het "Beuckenhoudt" werd genoemd. In de 13e eeuw werd het geschonken aan de abdij van Affligem. In het begin van de 15e eeuw wer dhet gekocht door de Heren van Grembergen, nadien door de hertog van Beieren (1573) en de familie van Buggenhout. In 1777 werd het weer eigendom van de Heren van Grembergen. De kronkelende hoofdweg van het bos werd in 1665 rechtgetrokken. Het bos was strategisch gelegen op een grens tussen twee vorstendommen. Op Ferraris en Vandermaelen heeft het bos een veel grotere oppervlakte. De oppervlakte begon sterk te dalen vanaf het einde van de 18e eeuw.De oudste bosbestanden werden rond 1850 aangeplant. Gedeelten van het bos werden in WO I kaalgeslagen en als landbouwgrond verkocht.
Esthetische waarde

De oppervlakte van het bos is sterk geslonken. Naast het bos is er een open landschap en is er in het zuiden een zicht op de Brabantse Heuvelstreek.
Ruimtelijk structurerende waarde

Het bos wordt omringd door een open landschap. De bewoning concentreert zich voornamelijk ten noorden van het gebied. Het bos wordt door enkele wegen doorsneden. Vooral langs de Kasteelstraat is er bewoning en wat industrie in het bos.
Omschrijving

Het huidige Buggenhoutbos, op grondgebied van de gemeente Buggenhout, is maar een bescheiden overblijfsel van een duizenden hectare groot boscomplex, dat al in de 12e eeuw werd vermeld als het 'Beuckenhoudt' omdat de beuk wellicht de boventoon voerde in het woud of op zijn minst opvallend was.

Het bos heeft een zeer bewogen verleden. Het veranderde ontelbare malen van eigenaar, met alle gevolgen van dien. In de eerste helft van de 13e eeuw stonden de graven van Gent en Aarschot het toen nog meer dan 1100 ha grote bos af aan de abdij van Affligem. Het omvatte de gehuchten Ten Houte, Merchtem, Dries, Peysseghem en Coeckelberg, en stond bekend als de 'Boschkant'. In het begin van de 15e eeuw - het bos was toen nog 1000 ha groot - kwam het in het bezit van de machtige Heren van Grembergen, nadien werd het gekocht door de familie Halewijn en die verkocht het bos weer aan Jan, paltsgraaf van Rijn, hertog van Beieren (1573). Intussen had in 1504 jonker Jan de Rycke, een familielid van de toenmalige eigenaar, tijdens een jachtpartij in het bos de dood gevonden bij een aanval van een everzwijn. Het jaar daarna liet zijn vrouw, Jacoba van Heffene, een barokke kapel oprichten in het Buggenhoutbos: de nu nog altijd druk bezochte en fraaie Boskapel. Vervolgens was het bos gedurende enkele eeuwen eigendom van de familie van Buggenhout, maar in 1777 kwam het weer in handen van de Heren van Grembergen. In de periode daarna begon het bos steeds meer te slinken. In 1846 was het nog 562 ha groot, in 1887 nog maar 400 ha, te wijten aan de stelselmatige ontginningen ten behoeve van de landbouw. In 1899 kwam het bos in bezit van de familie de Mérode. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg het bos - met Beuken en eiken die soms een omtrek hadden van 5 à 7 m - het zwaar te verduren: zowat de helft ervan werd kaalgeslagen en nadien als landbouwgrond verkocht. Wat overbleef (160 ha) kwam in handen van houthandelaar Clerx van Helmond. Deze liet alle bomen met enige commerciële waarde vellen. De staat kocht in 1936 het resterende deel - 140 ha, 10 are - aan en werd het Buggenhoutbos van de totale ondergang gered. Op dat moment waren bomen met een omtrek van meer van 1.2 m eerder zeldzaam.

Tegenwoordig is het bos uitgebreid tot 156 ha. Het is eigendom van het Vlaamse Gewest en wordt door Agentschap voor Natuur en Bos beheerd. Tegenwoordig is zowat 50 ha van het bos 40 à 60 jaar oud, en 100 ha tussen de 100 en 150 jaar. De oudste bestanden werden dus omstreeks 1850 aangeplant. De beuken van de oudste generatie bereiken nu al een eerbiedwaardige leeftijd, zijn kaprijp en worden groepsgewijs gekapt en vervangen door jonge aanplanten met inheems loofhout. De eiken kunnen echter nog tientallen jaren op stam blijven. In de eikenbestanden wordt wel gedund. Wat het naaldhout betreft verdienen de fraaie lorken een aparte vermelding. Het laatste bestand Douglasspar werd ten gevolge van de voorjaarsstromen van 1990 vervangen door een aanplanting van Zomereik.

De Kapelhoeve dateert uit 1927. Deze werd door de Boerenbond opgericht als modelhoeve op bosgronden die tijdens WO I ontgonnen waren. Thans wordt de hoeve door twee families uitgebaat. Het Buggenhoutbos ligt in het overgangsgebied tussen de zand- en de zandleemstreek. Vanaf de zuidelijke bosrand heeft men zicht op het Brabantse heuvelland. Het bos groeit op een licht naar het noorden afhellend plateau, zo'n 13 à 24 m boven de zeespiegel. Het hellingspercentage is gering, zo'n 0,73%. De ondergrond is volmaakt uniform en bestaat uit glauconiet houdende klei en grijze, plastische klei van het Assiaan. Deze laag is met een 1,5 à 4,5 m dikke zandlaag bedekt, maar er komen echter verschillende leemhoudende stroken voor.

Bijkomend wenst Onroerend Erfgoed nog een aantal opmerkingen te maken i.v.m. inplantingslocatie, lijnopstelling en het bundelingsprincipe :


Onroerend Erfgoed gaat uit van het maximaliseren van geschikte inplantingslocaties in zogenaamde kwalitatieve, maar tevens verantwoorde opstellingen : m.n. een opstelling in bandvormige (clustering) verstedelijkings- of industrialiseringscontext.

Ons streefdoel is een regelmatige en geritmeerde opstelling, parallel aan de lijninfrastructuur.


Rekening houdend met de algemene schaarste aan open ruimte in Vlaams-Brabant, gaat Onroerend Erfgoed uit van het maximaliseren van geschikte inplantingslocaties in zgn. kwalitatieve en geclusterde opstellingen.

Aan het zgn. bundelingsprincipe, waarbij windturbines nadrukkelijk gelinkt zijn aan rechtlijnige landschapsstructuren is voor Onroerend Erfgoed niet voldaan.


De windturbines worden ingeplant in agrarisch gebied. De locatie wordt gekenmerkt door een open karakter waarbij de windturbines geen aansluiting zoeken bij een landschapsbepalende lijninfrastructuur, een industriegebied of een kern van het buitengebied. Deze inplanting van windturbines is dan ook ruimtelijk niet gewenst.
De inplanting is gesitueerd in een Natura 2000-gebied – habitatrichtlijngebied BE2300044-13 ‘Bossen van het zuidoosten van de Zandleemstreek‘ en een kwalitatief belangrijke open kouter. De plaatsing van de windturbines is niet in overeenstemming met goed landschapsbeheer en stoort bovendien belangrijke trekroutes van vogels.

Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant doet de aanbeveling om in zeer specifieke gevallen waarbij de waarden (artistieke, historische, volkskundige en sociaal-culturele waarden), de criteria (inzake zeldzaamheid, gaafheid en authenticiteit, representativiteit, ensemble- en ruimtelijke contextwaarde) en de kenmerken van het landschap van uitzonderlijk belang zijn, maximaal te vrijwaren en te verankeren in het toekomstig gebruik.

Soms zal dit impliceren dat bestaande functies en specifiek gebruik grondig geëvalueerd en geheroriënteerd moeten worden.

Onroerend Erfgoed stelt dan ook voor om deze functies zeer sterk te selecteren en af te stemmen op de draagkracht van het landschap, zodat naast de landschappelijke en cultuurhistorische waarde ook de landelijke context, authenticiteit en originaliteit maximaal bewaard worden.

Rekening houdend met bovenstaande vaststellingen en argumenten kan Onroerend Erfgoed – afdeling Vlaams-Brabant deze aanvraag niet positief evalueren en brengen wij een ongunstig advies uit voor de oprichting van deze drie windturbines.

Met de meeste hoogachting,



 

Voor de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur,



Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina