Ontwerp internet 15 2005



Dovnload 223.19 Kb.
Pagina1/6
Datum18.08.2016
Grootte223.19 Kb.
  1   2   3   4   5   6

Ontwerp internet 15.5.2005

I. PLAATSING ONDER EEN ECONOMISCHE DOUANEREGELING ANDERE DAN PASSIEVE VEREDELING EN DOUANE-ENTREPOT (ACTIEVE VEREDELING (SCHORSINGSSYSTEEM), TIJDELIJKE INVOER, BEHANDELING ONDER DOUANETOEZICHT)



Legende

1) In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en de lengte van

de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:
a : alfabetisch;

n : numeriek;

an : alfanumeriek (tegelijk cijfers en alfabetische karakters bevattend).
Het na de code vermelde getal geeft de toegestane lengte van het gegeven aan. De twee punten die in sommige gevallen de aanduiding van de lengte voorafgaan, betekenen dat het gegeven geen vaste lengte heeft, maar uit maximaal het aangegeven aantal tekens kan bestaan.
Voorbeeld : an (2) : B3 of 4C of D5, enz…

an..14 : BE103 ou F6000BE ou 585CDD285640, etc… (max. 14 alfanumerieke karakters)


2) CBW : Communautair basiswetboek

CTW : Toepassingsbepalingen van het communautair basiswetboek




Vak 1: Aangifte



Eerste deelvak

In het eerste deelvak worden de communautaire codes “IM” of “EU” (of eventueel

“CO”) vermeld.
De codes worden als volgt gebruikt:
IM: in het handelsverkeer met landen en gebieden die zich buiten het douanegebied van

de Gemeenschap bevinden, met uitzondering van de EVA-landen (1) :


- voor de plaatsing van goederen onder de douaneregelingen “actieve veredeling

(schorsingssysteem)”, “tijdelijke invoer” en “behandeling onder douanetoezicht”;


- voor de plaatsing van niet-communautaire goederen onder een douaneregeling in het

handelsverkeer tussen lidstaten


EU: in het handelsverkeer met de EVA-landen (1) :
- voor de plaatsing van goederen onder de douaneregeling “actieve veredeling

(schorsingssysteem)”, “tijdelijke invoer” en “behandeling onder douanetoezicht”.


CO: - voor communautaire goederen in het handelsverkeer tussen delen van het

douanegebied van de Gemeenschap waar richtlijn 77/388/EEG niet van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn wel van toepassing is.


- voor de plaatsing van goederen onder een fiscale regeling die equivalent is aan de

douaneregeling inzake actieve veredeling (schorsingssysteem) of inzake tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten.



Tweede deelvak

In het tweede deelvak wordt het type aangifte vermeld overeenkomstig onderstaande communautaire codes.


Hiervoor zijn de volgende codes (a1) vastgesteld:
A: gewone aangifte (normale procedure, artikel 62 van het CBW).
B: onvolledige aangifte (vereenvoudigde procedure, artikel 76, lid 1, onder a), van het CBW).
C vereenvoudigde aangifte (vereenvoudigde procedure, artikel 76, lid 1, onder b), van het CBW).
D gewone aangifte (als bedoeld onder code A) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
E onvolledige aangifte (als bedoeld onder code B) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
F vereenvoudigde aangifte (als bedoeld onder code C) die wordt ingediend voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.
X aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld onder code B.

Y aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld onder code C.


Z aanvullende aangifte in het kader van een vereenvoudigde procedure als bedoeld in artikel 76, lid 1, onder c), van het CBW (inschrijving van de goederen in de administratie).
De codes D, E en F mogen uitsluitend worden gebruikt in het kader van de in

artikel 201, lid 2 van het CTW bedoelde procedure wanneer de douane toestaat dat de aangifte wordt overgelegd voordat de aangever de goederen heeft kunnen aanbrengen.



Derde deelvak

Dit deelvak behoeft niet te worden ingevuld.




Vak 2: Afzender/exporteur

Dit vak behoeft in de BLEU niet te worden ingevuld.




Vak 3: Formulieren



Dit gegeven mag enkel in het kader van niet-geautomatiseerde procedures worden

gevraagd.
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden (zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier 1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3

en op het tweede IM/c formulier 3/3 invullen.


Wanneer de aangifte slechts op een enkel artikel betrekking heeft, behoeft dit vak niet te worden ingevuld, aangezien het cijfer “1” reeds in vak 5 is vermeld.


Vak 4: Ladingslijsten

In cijfers het eventueel bijgevoegde aantal ladingslijsten vermelden of het aantal beschrijvende commerciële lijsten waarvoor de douane toestemming heeft verleend.




Vak 5: Artikelen

In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al

de formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of commerciële lijsten) is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.
Zie eveneens de aanwijzingen bij vak 3 en vak 32.


Vak 6: Totaal colli

In cijfers het totale aantal colli vermelden waaruit de zending is samengesteld.




Vak 7: Referentienummer

Facultatief voor de aangevers.


Dit is het commerciële referentienummer dat de belanghebbende aan de zending heeft

toegekend. Dit nummer kan de vorm hebben van het Unique Consignment Reference Number (UCRN) (1).




Vak 8: Geadresseerde


  1. Het enig document wordt uitsluitend gebruikt als aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling

De naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de belanghebbende vermelden.




  1. Het enig document wordt niet alleen gebruikt als aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling, maar tevens als aangifte voor het verbruik voor de toepassing van de BTW



Identificatie

Vermelding van de naam en voornaam of van de firmanaam en van het volledige adres van de persoon in wiens naam de wegens invoer verschuldigde BTW moet worden voldaan.


Voor de geadresseerde, die een BTW-belastingplichtige is, de gegevens

vermelden die zijn geregistreerd bij de inschrijving in het land van belanghebbende als

BTW-belastingplichtige.
Indien de geadresseerde een BTW-belastingplichtige is die in het land geen vaste inrichting heeft maar er een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen, de naam en het adres vermelden van de in het land gevestigde vertegenwoordiger, alsmede de naam van de buitenlandse belastingplichtige.


Identificatienummer

Vermelding van het BTW-nummer van de geadresseerde, daaronder begrepen de letters die het nummer voorafgaan.


Vermelden “geen” indien het een niet-belastingplichtige betreft of indien het een BTW-belastingplichtige betreft die er niet toe gehouden is een BTW-identificatienummer te bezitten.




  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina