Ontwerpresolutie



Dovnload 51.84 Kb.
Datum17.10.2016
Grootte51.84 Kb.










EUROPEES PARLEMENT

2009 - 2014


Zittingsdocument

{17/11/2010}17.11.2010 B7 0621/2010

ONTWERPRESOLUTIE

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Reglement

over ACTA

Helmut Scholz, Eva-Britt Svensson, Marie-Christine Vergiat, Miloslav Ransdorf, Cornelia Ernst

{GUE}namens de GUE/NGL-Fractie



B7 0621/2010

Resolutie van het Europees Parlement over ACTA



Het Europees Parlement,

– gelet op het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 8,

– gezien de strategie voor een doeltreffende tenuitvoerlegging van het Handvest van de grondrechten door de Europese Unie,

– onder verwijzing naar zijn resolutie van 10 maart 2010 over transparantie en de stand van zaken bij de ACTA-onderhandelingen,

– onder verwijzing naar zijn schriftelijke verklaring 0012/2010 over het gebrek aan een transparant proces voor de handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak (ACTA),

– gezien de verklaring van Doha over de TRIP's-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 is goedgekeurd,

– gezien de adviezen van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) over de onderhandelingen die de Europese Unie momenteel voert over een handelsovereenkomst ter bestrijding van namaak, en het schrijven van de werkgroep gegevensbescherming van de Commissie,

– gezien WTO-geschil DS409, Europese Unie en een lidstaat – Inbeslagname van generieke geneesmiddelen in doorvoer,

– gelet op artikel 110, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de ACTA-overeenkomst aanvankelijk als een overeenkomst ter bestrijding van namaak is voorgesteld, maar zich vervolgens op de bescherming van octrooien, handelsmerken en auteursrecht is gaan richten, terwijl de Commissie daarvoor geen onderhandelingsmandaat heeft,

B. overwegende dat ACTA in het Europees Parlement en bij de burgers grote bezorgdheid heeft gewekt over kwesties zoals eerbiediging van de grondrechten, bescherming van de privacy, gegevensbescherming, eerbiediging van de belangrijke rol van een vrij internet, het veiligstellen van de rol van service providers en het garanderen van toegang tot geneesmiddelen,

C. overwegende dat de rechtsgrondslag van ACTA ondanks het duidelijke verzoek van het Europees Parlement nog niet is vastgesteld,

D. overwegende dat de Commissie over de ACTA-overeenkomst is blijven onderhandelen zonder dat zij over het nodige mandaat met een rechtsgrondslag beschikte en ondanks het feit dat de voornaamste kwesties die het Parlement in zijn resolutie van 10 maart 2010 aan de orde stelde, niet zijn behandeld,

E. overwegende dat de elfde en laatste ronde van de onderhandelingen over de ACTA-overeenkomst op 2 oktober 2010 in Tokio is afgerond en dat de Commissie de mogelijke afronding van de onderhandelingen aankondigt,

F. overwegende dat naast de EU slechts tien landen die het merendeel van de octrooien, handelsmerken, intellectuele-eigendomsrechten en geografische aanduidingen in de wereld bezitten, en slechts twee ontwikkelingslanden (Marokko en Mexico) aan de onderhandelingen hebben deelgenomen,

G. overwegende dat de onderhandelende partijen duidelijk van plan zijn een reeds afgeronde en gesloten overeenkomst op te dringen aan de opkomende landen en de ontwikkelingslanden, waarschijnlijk via bilaterale en multilaterale handelsovereenkomsten, zonder dat zij inspraak krijgen in de tekst waarover onderhandeld is,

H. overwegende dat, ondanks het verzoek van het Parlement in zijn resolutie van 10 maart 2010, niet alle onderhandelingsteksten openbaar werden gemaakt tot 6 oktober 2010, toen de grotendeels afgeronde tekst openbaar werd gemaakt, waarna de Commissie het Parlement op de hoogte bracht,

I. overwegende dat de Commissie naar het besluit van de Ombudsman heeft verwezen om te motiveren dat over ACTA is onderhandeld als handelsovereenkomst en niet als handhavingsverdrag; overwegende dat de Ombudsman van mening is dat de sluiting van de ACTA-overeenkomst het inderdaad nodig kan maken dat de EU wetgeving voorstelt en uitvoert, en dat de ACTA-overeenkomst in dat geval als enige of belangrijkste overweging aan die wetgeving ten grondslag zou liggen, en de burgers een duidelijk belang zouden hebben bij voorlichting over ACTA;

J. overwegende dat de Commissie als hoedster van de Verdragen verplicht is het communautaire acquis te handhaven – en het dus niet mag wijzigen – bij onderhandelingen over internationale overeenkomsten die gevolgen hebben voor de wetgeving in de EU,

K. overwegende dat de Commissie tijdens plenaire debatten herhaaldelijk heeft gezegd dat de ACTA-overeenkomst alleen handhavingsmaatregelen betreft en geen bepalingen bevat die belangrijke wetgeving inzake intellectuele-eigendomsrechten in de EU wijzigen,

L. overwegende dat Richtlijn 2001/29/EG in een geharmoniseerd wetgevingskader voor auteursrechten en aanverwante rechten, alsook een rigoureus en doeltreffend systeem voor de bescherming daarvan voorziet; overwegende dat in artikel 5 van de richtlijn een exhaustieve opsomming van uitzonderingen en beperkingen bevat, hetgeen de mogelijkheden van de lidstaten om in nieuwe uitzonderingen en beperkingen te voorzien, beperkt; overwegende dat ACTA de bescherming van houders van rechten verder beoogt uit te breiden door in ruimere bevoegdheden tot handhaving van het auteursrecht te voorzien, maar geen rekening houdt met de mogelijkheid om de bestaande uitzonderingen en beperkingen uit te breiden en zo de vrijheid van nationale rechtbanken om de bestaande uitzonderingen flexibel te interpreteren, kan inperken; overwegende dat de technologische vooruitgang de vectoren voor schepping, productie en exploitatie in aantal en verscheidenheid heeft doen toenemen en dat een billijk evenwicht tussen de belangen van houders van rechten en gebruikers nieuwe benaderingen van het vrijmaken van de toegang tot deze werken door middel van digitale technologie vereist; overwegende dat de Commissie een wetgevingsvoorstel betreffende verweesde werken aan het opstellen is om de digitalisering en verspreiding van culturele werken in Europa te bevorderen,

M. overwegende dat een overeenkomst die de Europese Unie over ACTA bereikt, moet voldoen aan de wettelijke verplichtingen die de EU worden opgelegd door de wetgeving inzake de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, met name Richtlijn 95/46/EG, Richtlijn 2002/58/EG en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens en het Hof van Justitie,

N. overwegende dat de partijen bij de ACTA-overeenkomst zich ertoe hebben verbonden hun verplichting uit hoofde van artikel 7 van de TRIP’s-overeenkomst na te komen om tot de bevordering van technologische innovatie bij te dragen; overwegende dat essentiële EU-beleidsmaatregelen met betrekking tot interoperabiliteit steunen op bepalingen van het communautair acquis die in sommige gevallen "reverse engineering" toestaan,

Octrooien

O. overwegende dat de commissaris voor Handel het Parlement tijdens de plenaire vergadering van 20 oktober 2010 om een advies heeft gevraagd over de hangende vraag of octrooien in de afdeling Handhaving via het burgerlijk recht moeten worden opgenomen; overwegende dat de ACTA-onderhandelaars hebben verklaard dat ACTA de grensoverschrijdende doorvoer van legale generieke geneesmiddelen niet zal belemmeren; overwegende dat het Parlement in zijn resolutie en schriftelijke verklaring te kennen heeft gegeven dat maatregelen ter uitbreiding van bevoegdheden voor grensoverschrijdende inspectie en inbeslagname van goederen de mondiale toegang tot legale, betaalbare en veilige geneesmiddelen niet nadelig mogen beïnvloeden; overwegende dat Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad, waarvan de bepalingen momenteel ter discussie staan in het kader van een WTO-geschil, voorziet in grenshandhavingsmaatregelen voor goederen in doorvoer; overwegende dat sommige actoren zoals bedrijven in de farmaceutische sector, fabrikanten van generieke geneesmiddelen en pleitbezorgers van de mondiale volksgezondheid hebben gewaarschuwd dat octrooien niet in ACTA moeten worden opgenomen en dat dit mogelijke negatieve gevolgen zou kunnen hebben voor technologische innovatie, toegang tot geneesmiddelen en generieke concurrentie,

P. overwegende dat er geen EU-wetgeving inzake octrooien is,

Q. overwegende dat de handel in erkende generieke kwaliteitsgeneesmiddelen niet mag worden belemmerd door de bestrijding van moedwillige schending van handelsmerken op commerciële schaal; overwegende dat de toepassing van civielrechtelijke handhavingsmaatregelen in ACTA op octrooien de toegang tot betaalbare legale geneesmiddelen zou kunnen belemmeren; meent dat een duidelijke toename van het aantal schadevergoedingen en andere rechtsmiddelen bij mogelijke inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten fabrikanten en derde partijen die bij de productie, verkoop of distributie van betaalbare generieke geneesmiddelen betrokken zijn, zal afschrikken, vooral als deze bepalingen op goederen in doorvoer worden toegepast; vreest dat de toepassing van civielrechtelijke handhavingsbepalingen in ACTA op octrooien in strijd met het openbaar belang zou kunnen zijn, het investeringsrisico en de onzekerheid op de markt zou kunnen vergroten en een gevaar zou kunnen vormen voor technologische innovatie, met name in sectoren waarin inbreuken moeilijk vast te stellen zijn of wanneer octrooien worden toegepast op levend materiaal, inheemse producten en traditionele geneesmiddelen; is daarom van oordeel dat de Commissie ervoor moet pleiten dat octrooien uitdrukkelijk en geheel van het toepassingsgebied van de afdeling Handhaving via het burgerlijk recht van de overeenkomst worden uitgesloten,



Toegang tot geneesmiddelen

R. overwegende dat een aantal belangrijke handelspartners die momenteel geen partij zijn bij ACTA (bv. Brazilië, India en China) in de TRIP's-raad van de WTO hebben verklaard dat ACTA strijdig zou kunnen met de TRIP's-overeenkomst en andere WTO-overeenkomsten, een risico voor de regelgeving en procedures van de WTO zou kunnen inhouden doordat ACTA buiten het juridische kader van de WTO fungeert, het evenwicht zou kunnen verstoren tussen de rechten, plichten en flexibiliteit waarover in vorige WTO-overeenkomsten zorgvuldig onderhandeld is, de handel zou kunnen verstoren of handelsbelemmeringen zou kunnen opwerpen, en de flexibiliteit zou kunnen ondermijnen waarin is voorzien in de TRIP's-overeenkomst en in de verklaring van Doha van 2001 over de TRIP's-overeenkomst en de volksgezondheid, bijvoorbeeld voor volksgezondheid en de handel in generieke geneesmiddelen,



Grondrechten

S. overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 19 oktober 2010 heeft verklaard dat het optreden van de Unie op het gebied van grondrechten onberispelijk moet zijn en dat de Unie in dit opzicht een voorbeeldfunctie heeft; overwegende dat de Commissie in de plenaire vergadering van 20 oktober 2010 heeft gesteld dat de ACTA nog niet is geparafeerd en dat zij als onderhandelaar in de bevoorrechte positie verkeert vast te stellen wanneer de onderhandelingen in technische zin afgerond zijn en wanneer de overeenkomst kan worden geparafeerd,

T. overwegende dat een overeenkomst die de Europese Unie over ACTA bereikt, moet voldoen aan de wettelijke verplichtingen die de EU worden opgelegd door de wetgeving inzake de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming, met name de richtlijnen 95/46/EG, 2002/58/EG (zoals laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009), 2009/136/EG en Richtlijn 2009/140/EG inzake elektronische communicatienetwerken en  diensten, alsook in de jurisprudentie van het Europees Hof voor de rechten van de mens en het Hof van Justitie,

U. overwegende dat de Commissie het Interinstitutioneel Akkoord van 2010 in acht moet nemen en dus geen zelfregulerings- en coreguleringsmechanismen mag steunen als er grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting op het spel staan,

V. overwegende dat de Commissie op 19 oktober 2010 een mededeling over effectbeoordeling heeft gepubliceerd,

Commerciële schaal

W. overwegende dat artikel 2.14.1 van ACTA een definitie van "commerciële schaal" bevat: "In deze afdeling omvatten handelingen op commerciële schaal ten minste handelingen die worden verricht als commerciële activiteiten met het oog op direct economisch of commercieel voordeel",

X. overwegende dat voetnoot 9 van ACTA luidt: "Elke partij behandelt moedwillige invoer of uitvoer op commerciële schaal van nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust als onwettige activiteiten waarop strafrechtelijke sancties overeenkomstig dit artikel staan. Een partij kan aan haar verplichtingen inzake uitvoer en invoer van onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust of nagemaakte merkartikelen voldoen door de distributie, de verkoop of het te koop aanbieden op commerciële schaal van nagemaakte merkartikelen of onrechtmatig gereproduceerde goederen waarop een auteursrecht rust te beschouwen als onwettige activiteiten waarop strafrechtelijke sancties staan",

Strafrechtelijke handhaving en sancties

Y. overwegende dat de afdeling Handhaving via het strafrecht bepalingen bevat betreffende strafrechtelijke procedures, strafrechtelijke aansprakelijkheid, misdrijven, handhaving via het strafrecht en straffen; overwegende dat het voorzitterschap van de Raad over de bepalingen betreffende handhaving via het strafrecht in ACTA heeft onderhandeld namens de lidstaten;



Intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving

Z. overwegende dat in de richtlijn inzake e-commerce en in schriftelijke verklaring 0012/2010 wordt gesteld dat serviceproviders niet in zodanige mate aansprakelijk mogen zijn voor de gegevens die zij doorgeven of via hun diensten hosten dat hiervoor toezicht vooraf of het filteren van dergelijke gegevens noodzakelijk zijn; overwegende dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in zijn advies over ACTA waarschuwt dat serviceproviders clausules in contracten met hun cliënten zouden kunnen opnemen die het mogelijk maken toezicht uit te oefenen op hun gegevens en hun abonnement stop te zetten,

AA. overwegende dat in artikel 1.2 van de overeenkomst wordt bepaald dat de partijen zelf beslissen wat de geschikte methode is voor het implementeren van de bepalingen van deze overeenkomst in hun rechtssysteem en -praktijk;

BB. overwegende dat inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving door de nationale gerechtelijke autoriteiten worden behandeld,



ACTA-commissie

CC. overwegende dat de ACTA-commissie volgens de institutionele afspraken in ACTA bevoegdheden krijgt voor onder meer de uitvoering en het functioneren van de overeenkomst, de wijziging van de overeenkomst, deelname van niet-gouvernementele personen of groepen en beslissingen inzake regels en procedures van de commissie; overwegende dat artikel 21 van het VWEU bepaalt dat de Unie streeft naar bevordering van de democratie,

1. verzet zich er ten stelligste tegen dat de Commissie verder over de ACTA-overeenkomst onderhandelt en aankondigt voornemens te zijn deze te paraferen, en dat zonder rechtsgrondslag, zonder mandaat waarover het Parlement een advies heeft kunnen uitbrengen en zonder aandacht voor de overige kwesties die het Parlement in zijn resolutie van 10 maart 2010 aan de orde heeft gesteld;

2. herhaalt dat de bestrijding van namaak een noodzaak is, maar dat dit gewettigde doel niet mag worden vermengd met andere, offensieve handelsdoeleinden (geografische aanduidingen, intellectuele-eigendomsrechten, enz.) en geen nieuw handelsinstrument, maar handhavingsmaatregelen en coördinatie vereist;

3. vindt het onaanvaardbaar dat deze onderhandelingen zijn gevoerd door een klein aantal rijke landen die het merendeel van de intellectuele-eigendomsrechten, geografische aanduidingen en octrooien bezitten, en slechts twee ontwikkelingslanden, waarbij de bestaande multilaterale instellingen zoals de WTO zijn uitgesloten en verzwakt;

4. verwerpt de methode die erin bestaat met een klein aantal landen over een handelsovereenkomst te onderhandelen en vervolgens de overige landen uit te nodigen om zich aan te sluiten bij een overeenkomst waarover zij niet hebben onderhandeld, of nog erger, hen te verplichten zich in de toekomst bij ACTA aan te sluiten door de overeenkomst te koppelen aan bilaterale of multilaterale overeenkomsten;

5. is van mening dat ACTA, zelfs in de recentste openbaar gemaakte geconsolideerde versie, nog steeds een ernstige bedreiging voor de burgerlijke vrijheden en de grondrechten, ontwikkeling en de toegang tot generieke geneesmiddelen vormt, en dat de Commissie het Parlement lang niet de nodige antwoorden over de aan de orde gestelde kwesties verschaft;

6. vraagt de Commissie en de Raad de rechtsgrond te verduidelijken alvorens zij verder onderhandelen over een overeenkomst; vraagt de Commissie te verduidelijken hoe bevoegdheden met betrekking tot de Afdeling handhaving via het strafrecht van ACTA verdeeld zijn tussen de Raad en de Commissie, ook wat de parafering van de overeenkomst betreft; dringt erop aan dat het Parlement voordat de overeenkomst wordt geparafeerd bewijzen worden voorgelegd dat de rechtsgrond voor de onderhandelingen over ACTA in overeenstemming is met het Verdrag van Lissabon;

7. neemt nota van het besluit van de ombudsman en is van mening dat burgers een duidelijk belang hebben bij voorlichting en onderzoek naar de vraag of het openbaar belang is gediend, in het bijzonder als ACTA wetgeving nodig maakt; ziet in de kritiek van het publiek over de ondoorzichtigheid van de onderhandelingen een duidelijk signaal dat de gekozen onderhandelingsprocedure politiek onhoudbaar is; herinnert de Commissie aan de verplichting die voortvloeit uit artikel 15 van het VWEU "[o]m goed bestuur te bevorderen en de deelneming van het maatschappelijk middenveld te waarborgen", en "in een zo groot mogelijke openheid" te werken; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat zij input van EU-burgers over de tekst van de overeenkomst kan ontvangen en naar behoren kan bestuderen voordat zij de overeenkomst parafeert;

8. neemt kennis van de herhaalde verklaringen van de Commissie dat de handhaving van de ACTA-bepalingen, vooral die betreffende de handhavingsprocedures voor auteursrecht in de digitale omgeving, volledig in overeenstemming zijn met het communautair acquis en dat bij deze overeenkomst noch het fouilleren van personen, noch de zogenaamde "three strikes"-procedure zal worden ingevoerd; meent dat de ACTA-overeenkomst de ondertekenende partijen, en met name de EU, niet mag machtigen om de "three strikes"-procedure of een andere soortgelijke regeling in te voeren;

9. vraagt de Commissie met aandrang alvorens de overeenkomst te paraferen tijdig schriftelijke bewijzen aan het Parlement voor te leggen waaruit blijkt dat ACTA de harmonisatie van uitzonderingen en beperkingen voor auteursrechten en gerelateerde rechten in de EU niet bemoeilijkt; is van oordeel dat de ACTA-overeenkomst – indien zij wordt gesloten – de mogelijkheid van toekomstige uitbreiding van de uitzonderingen en beperkingen buiten die van de opsomming in Richtlijn 2001/29/EG zou bemoeilijken, toekomstige beleidsopties en gerechtelijke handelingen om door uitzonderingen de toegang tot scheppend werk uit te breiden in de context van technologische vernieuwingen zou dwarsbomen, wetgevingsopties met betrekking tot verweesde werken zou beperken of lidstaten zou beletten wetgeving te in te voeren om de toegang tot verweesde werken waarop auteursrecht rust uit te breiden en zo de rechtsmiddelen wegens inbreuken in te perken;

10. verzoekt de Commissie te bevestigen dat ACTA noch nu, noch in de toekomst wijzigingen met zich zal brengen in het EU-acquis inzake grondrechten en gegevensbescherming en in de huidige initiatieven van de EU om de handhavingsmaatregelen voor intellectuele-eigendomsrechten en e-commerce te harmoniseren;

11. verzoekt de Commissie tijdig voordat de instemmingsprocedure in het Parlement begint, uitdrukkelijk te bevestigen dat de bepalingen van ACTA het communautair acquis onverlet laten, zoals de bepalingen in softwarerichtlijn 91/250/EEG en Richtlijn 2001/29/EG inzake de informatiemaatschappij, alsook de omzettingsbepalingen van de lidstaten, die in sommige gevallen "reverse engineering" van computerprogramma’s en omzeiling van technologische beschermingsmaatregelen toestaan om interoperabiliteit mogelijk te maken en zo concurrentie en innovatie te bevorderen;

Octrooien

12. verwerpt de opname van octrooien in de afdeling Handhaving via het burgerlijk recht van ACTA, met name wat de productie, verkoop en distributie van betaalbare generieke geneesmiddelen betreft; vraagt de Commissie daarom ervoor te pleiten dat octrooien uitdrukkelijk en geheel van het toepassingsgebied van de afdeling Handhaving via het burgerlijk recht van de overeenkomst worden uitgesloten;



Toegang tot geneesmiddelen

13. neemt er nota van dat in de preambule van de ontwerptekst van 2 oktober 2010 staat dat de ACTA-overeenkomst een passende en doeltreffende handhaving van de intellectuele-eigendomsrechten beoogt, en dus een aanvulling vormt op de TRIP's-overeenkomst, waarbij rekening wordt gehouden met de verschillende rechtsstelsels en rechtspraktijk van de partijen bij de overeenkomst, en wordt erkend dat de beginselen van de verklaring van Doha over de TRIP's-overeenkomst en de volksgezondheid, die op 14 november 2001 op de vierde ministerconferentie van de WTO in Doha (Qatar) werd goedgekeurd, de bouwstenen zijn waarop de ontwerptekst van de ACTA-overeenkomst van 2 oktober 2010 gebaseerd is en dat de handhaving van de ACTA-overeenkomst derhalve moet gebeuren in overeenstemming met deze beginselen;

14. neemt nota van de verbeteringen in de ontwerptekst van ACTA waardoor meer garanties worden geboden voor de bescherming van de persoonlijke leefsfeer, de volksgezondheid en een aantal van de beschermingen uit hoofde van de TRIP's-overeenkomst; draagt de Commissie op te beoordelen of de waarborgclausules in ACTA in gelijke mate afdwingbaar zijn met betrekking tot de handhavingsbepalingen; verzoekt de Commissie aan te tonen dat ACTA de lidstaten niet zal beletten wetgeving in te voeren die de rechtsmiddelen wegens overtreding inperkt, onder meer door de toegang tot verweesde werken waarop auteursrecht rust uit te breiden of flexibele regelingen in de TRIP's-overeenkomst te gebruiken om alle toekomstige beleidsalternatieven te waarborgen; verzoekt de Commissie te beoordelen of ACTA in feite een bindende overeenkomst is en of artikel 1.2 ervan voorziet in algemene flexibiliteit voor elementen in de nationale wetgeving die eventueel strijdig zijn met ACTA; verzoekt de Commissie aan te geven welke mechanismen de partijen flexibiliteit toestaan om gewettigde uitzonderingen op de verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst vast te stellen overeenkomstig de doelen en beginselen van de TRIP's-overeenkomst en de verklaring van Doha van 2001 over TRIP's en volksgezondheid;

Grondrechten

15. benadrukt dat de persoonlijke levenssfeer en gegevensbescherming kernwaarden van de Europese Unie vormen die zijn vastgelegd in artikel 8 van het EVRM en de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en waarmee overeenkomstig artikel 16 van het VWEU in alle door de EU vastgestelde beleidsvormen en voorschriften rekening moet worden gehouden;

16. draagt de Commissie op het Parlement, voordat de overeenkomst wordt geparafeerd, een juridische analyse voor te leggen van de betekenis, wettigheid en afdwingbaarheid van het in de ACTA gewenste beleid inzake de samenwerking tussen serviceproviders en houders van rechten, met name met betrekking tot de manier waarop samenwerkingsinitiatieven in het bedrijfsleven geen beperking zullen vormen van de grondrechten van de burgers, waaronder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op een eerlijke rechtsbedeling;

17. verzoekt de Commissie nogmaals om, tijdig voordat een overeenkomst wordt geparafeerd, een effectbeoordeling te verrichten van de gevolgen die de tenuitvoerlegging van ACTA zal hebben voor de grondrechten en de gegevensbescherming, voor de huidige initiatieven van de EU om de handhavingsmaatregelen voor intellectuele-eigendomsrechten te harmoniseren en voor e-commerce; concludeert dat de Commissie tijdig met het Parlement over de resultaten van deze beoordeling moet overleggen;

18. dringt erop aan dat de Commissie spoedig haar mededeling van 19 oktober 2010 over een effectbeoordeling met betrekking tot de grondrechten in praktijk brengt;

Geografische aanduidingen

19. betreurt dat het begrip "nagemaakte geografische benamingen" in artikel 1.X van de overeenkomst niet wordt gedefinieerd, omdat deze omissie tot verwarring zou kunnen leiden of althans de taken van de administratieve en gerechtelijke autoriteiten bij de interpretatie en handhaving van de ACTA-overeenkomst zouden kunnen bemoeilijken;



Commerciële schaal

20. merkt op dat de definitie van "commerciële schaal" in ACTA (artikel 2.14.1) ruimer is dan de definitie die het op 25 april 2007 heeft goedgekeurd bij de stemming over het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen (2005/0127(COD));

21. verzoekt de Commissie en de Raad, aangezien het voorzitterschap van de Raad namens de lidstaten over de afdeling Handhaving via het strafrecht van ACTA heeft onderhandeld, het Parlement een nauwkeurige interpretatie te geven van de term "commerciële schaal" in artikel 2.14.1 van de overeenkomst; verzoekt de Commissie en de Raad te herbevestigen dat artikel 2.14.1 geen wijzigingen in het communautair acquis zal vereisen, met name ten aanzien van de stemming in het Europees Parlement over het gewijzigd voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake strafrechtelijke maatregelen om de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen (2005/0127(COD)); vraagt dat in artikel 2.14.1 een "de minimis"-uitzondering wordt ingevoerd;

22. vindt het niet passend dat strafrechtelijke aansprakelijkheid in een voetnoot wordt uitgebreid, zoals in voetnoot 9 van de geconsolideerde tekst;

23. is van mening dat een land niet kan worden verplicht in strafrechtelijke procedures en sancties te voorzien voor het zonder toestemming kopiëren van een opvoering van een speelfilm in een publiek toegankelijke bioscoop;

24. is van mening dat de partijen niet mogen worden verplicht om filmen met een camcorder tot misdrijf te maken;



Strafrechtelijke handhaving en sancties

25. stelt vast dat ACTA het mogelijk maakt dat gerechtelijke autoriteiten een bevel ("gerechtelijk bevel" in artikel 2.X) uitvaardigen tegen een partij of een derde partij; merkt op dat deze bevoegdheid verder gaat dan de richtlijn inzake handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, die alleen voorziet in bevelen "om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen"; volgens deze richtlijn kan het gerechtelijke bevel bovendien slechts op derde partijen van toepassing zijn indien zij bij de inbreuk betrokken zijn;

26. verzoekt de Europees toezichthouder voor gegevensbescherming een advies over de recentste ACTA-tekst in te dienen;

Intellectuele-eigendomsrechten in de digitale omgeving

27. spreekt zijn sterke afkeuring uit over het feit dat de Commissie artikel 2.18.3 lijkt te accepteren, dat samenwerking tussen de partijen en het bedrijfsleven mogelijk maakt om inbreuken "effectief aan te pakken";

28. is ernstig verontrust over de verstrekking van gegevens aan houders van rechten (artikel 2.18.4) door niet noodzakelijk gerechtelijke autoriteiten ("bevoegde autoriteiten"); vraagt de Commissie uit te leggen hoe deze bepaling rijmt met artikel 15 van de richtlijn inzake e-piraterij, met name in het geval van civielrechtelijke handhaving;

ACTA-commissie

29. vindt de rol die in de ontwerptekst voor de ACTA-commissie wordt weggelegd onduidelijk en vindt het onduidelijk of zij op open, inclusieve en transparante wijze te werk zal gaan; draagt de Commissie op om, alvorens een overeenkomst te paraferen, de rol van de ACTA-commissie en het bestuur ervan te verduidelijken, met name wat de inspraak van het Parlement en de procedure voor de wijziging van de overeenkomst betreft;

30. wijst erop dat wijzigingen in deze overeenkomst door alle belanghebbenden openbaar moeten worden onderzocht en parlementaire goedkeuring moeten krijgen; verzoekt de Commissie de Raad en het Europees Parlement in het kader van een proces dat transparantie, parlementaire controle en burgerparticipatie waarborgt, te raadplegen alvorens wijzigingen in de huidige tekst in de ACTA-commissie te aanvaarden of voor te stellen;

Voorwaarden voor instemming van het Europees Parlement

31. herinnert eraan dat voor de inwerkingtreding van de ACTA-overeenkomst instemming van het Europees Parlement en mogelijk ook ratificatie door de lidstaten vereist is; verzoekt de Commissie de Raad geen voorlopige toepassing van de overeenkomst voor te stellen voordat het Europees Parlement heeft ingestemd; herinnert de Commissie en de Raad eraan dat het Parlement aan mogelijke instemming met de ACTA-overeenkomst de voorwaarde verbindt dat naar aanleiding van deze resolutie volledig wordt samengewerkt;

32. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de staten die aan de ACTA-onderhandelingen deelnemen.

RE\839835NL.doc


PE450.455v01-00

NL In verscheidenheid verenigd NL




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina