Ontwikkeling en opvoeding



Dovnload 87.09 Kb.
Datum04.10.2016
Grootte87.09 Kb.




Ontwikkeling en opvoeding

Thema 1 Inleiding op ontwikkeling en opvoeding

Thema 2 Ontwikkeling en opvoeding van baby’s en peuters

Thema 3 Ontwikkeling en opvoeding van kleuters en schoolkinderen



Thema 4 Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten

Thema 5 Ontwikkeling en begeleiding van volwassenen en ouderen

Thema 6 Ontwikkeling en begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking

Thema 7 Ontwikkeling en begeleiding van mensen met een lichamelijke beperking




1 Kennisopdrachten 3

Artikel Ontwikkeling van pubers 3

Artikel Ontwikkeling van adolescenten 4

Artikel Ontwikkeling van het brein 5

Artikel Sociale ontwikkeling 5

Artikel Opvoeden en begeleiden 6

Artikel Grensoverschrijdend gedrag 8

Artikel Vertrouwensrelatie bij het werken met jongeren 9

2 Inzichtopdrachten 11

Opdracht Pubers en adolescenten 11

Opdracht Twee praktijksituaties 11

3 Integratieve opdrachten 13

Opdracht Vijf cases 13

Opdracht Adolescenten 16


Vul hier je naam in.

Vul hier de groep in.

Vul hier de datum in.

Vul hier de versie in.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.cedar.nl/pro). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

1 Kennisopdrachten

Wij adviseren je de kennisopdrachten individueel te maken.



Artikel Ontwikkeling van pubers

1 Waarom is het voor de uitoefening van je beroep belangrijk dat je kennis hebt van en inzicht in de ontwikkelingsfase van de puber?



Vul hier je tekst in.
2 Een puber heeft wel eens het idee onhandig te zijn. Is dit ook zo of denkt hij dat alleen maar? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
3 a Noem een aantal kenmerkende lichamelijke veranderingen bij een jongen in de puberteit.

Vul hier je tekst in.
b Noem een aantal kenmerkende lichamelijke veranderingen bij een meisje in de puberteit.

Vul hier je tekst in.
4 a Er bestaat een verband tussen de lichamelijke veranderingen bij de puber en zijn persoonlijkheidsontwikkeling. Licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.

Vul hier je tekst in.
b Er bestaat een verband tussen de lichamelijke veranderingen bij de puber en zijn sociale ontwikkeling. Licht dit toe aan de hand van een voorbeeld.

Vul hier je tekst in.
5 Wanneer je een schoolkind met een puber vergelijkt qua ‘denken’, zie je dat een puber niet alleen op een andere manier denkt, maar ook dat hij over andere dingen nadenkt. Zet alle verschillen in denken tussen het schoolkind en de puber op een rijtje.

Vul hier je tekst in.
6 De puber gaat op zoek naar zijn eigen identiteit. Hoe noemen we dit proces?

Vul hier je tekst in.
7 Hoe gaat de puber op zoek naar zijn eigen identiteit? Vul de volgende zinnen aan.
a Door gebruik te maken van [vul hier je tekst in]
b Doordat hij de vrijheid neemt om te [vul hier je tekst in]
c Door het ontwikkelen van eigen [vul hier je tekst in] en [vul hier je tekst in]
8 Wat is het verschil tussen seksuele en erotische gerichtheid? Welke verschillen zie je hierin bij een jongen en een meisje?

Vul hier je tekst in.

Artikel Ontwikkeling van adolescenten

1 De idealen van adolescenten hebben niets te maken met het nastreven van nobele doelen. Waar zijn deze idealen dan wel op gericht?



Vul hier je tekst in.
2 De keuze voor verder leren of gaan werken is van grote invloed op het verdere leven van de adolescent. Zet de gevolgen van de keuze op een rij in het volgende schema. Zet tot slot ook in het schema waarin het dagelijks leven van een lerende adolescent verschilt van dat van een werkende adolescent.





Gevolgen van verder leren

Gevolgen van gaan werken

Cognitieve ontwikkeling

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Sociale ontwikkeling

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Persoonlijkheidsontwikkeling

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Dagelijks leven

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

Vul hier je tekst in.

3 De zelfwaardering is bij pubers op de leeftijd van vijftien jaar het laagst. Leg uit waarom dit zo is.



Vul hier je tekst in.
4 a Op welke manier zijn adolescenten maatschappelijk betrokken? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
b Welk gevoel geeft deze maatschappelijke betrokkenheid aan de adolescent?

Vul hier je tekst in.
5 Bij een adolescent zie je minder heftige emotionele reacties dan bij een puber. Hoe komt het dat een adolescent minder heftig reageert?

Vul hier je tekst in.
6 Jongeren zijn meestal redelijk goed op de hoogte van aids en van andere seksueel overdraagbare aandoeningen.
a Hoe komt het dan dat jongeren toch niet altijd met condoom vrijen?

Vul hier je tekst in.
b Leg uit waarom iemand die op de leeftijd van achttien jaar voor het eerst geslachtsgemeenschap heeft, eerder een condoom zal gebruiken dan iemand die vijftien jaar is?

Vul hier je tekst in.
7 Hoe ontdekt iemand dat hij homoseksueel is? Op welke leeftijd gebeurt dit meestal?

Vul hier je tekst in.

Artikel Ontwikkeling van het brein

1 a Tot wanneer gaat de ontwikkeling van de hersenen door?



Vul hier je tekst in.
b Waarom is het belangrijk dat we dit weten?

Vul hier je tekst in.
2 Waarom kunnen jongeren nog niet helemaal zelfstandig beslissingen nemen over hun eigen toekomst? Noem twee redenen.

Vul hier je tekst in.
3 a Wat is bij de ontwikkeling van de hersenen belangrijker: de sociale omgeving of de aanleg?

Vul hier je tekst in.
b Is dit goed nieuws of slecht nieuws als je jongeren begeleidt? Motiveer je antwoord.

Vul hier je tekst in.
4 ‘Comazuipen’: een grappige term? Geef je mening.

Vul hier je tekst in.
5 Zet op een rij hoe je in de begeleiding rekening kunt houden met het feit dat de hersenen van een jongere nog in ontwikkeling zijn.

Vul hier je tekst in.

Artikel Sociale ontwikkeling

1 Bij de puber is sprake van een losmakingsproces. Wat betekent dit precies?



Vul hier je tekst in.
2 Geef drie voorbeelden van veelvoorkomende problemen of conflicten tussen ouders en pubers.

Vul hier je tekst in.
3 a Noem drie factoren die de kans op conflicten tussen ouders en pubers vergroten.

Vul hier je tekst in.
b Denk jij dat het mogelijk is om alle conflicten tussen ouders en kinderen te vermijden of te voorkomen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
c Denk jij dat het wenselijk is om alle conflicten tussen ouders en kinderen te vermijden of te voorkomen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
4 a Wat is de meest voorkomende reden om zelfstandig te gaan wonen?

Vul hier je tekst in.
b Op kamers wonen valt in de praktijk toch vaak tegen. Wat valt precies tegen?

Vul hier je tekst in.
5 De leeftijdsgroep is van grote betekenis voor de puber. Welke redenen worden hiervoor in het artikel ‘Sociale ontwikkeling’ gegeven? Geef bij elke reden een voorbeeld.

Vul hier je tekst in.
6 a Welk verschil bestaat er tussen de vriendengroep in de puberteit en in de adolescentie?

Vul hier je tekst in.
b Is dat ook jouw ervaring?

Vul hier je tekst in.
c Hoe komt het dat vriendengroepen op den duur uit elkaar vallen?

Vul hier je tekst in.
7 In het contact met de andere sekse is een adolescent vaak minder onzeker dan een puber. Leg uit hoe dit komt.

Vul hier je tekst in.
8 Een jongere heeft behoefte aan een of meer speciale vrienden of vriendinnen. Wat is het belang van dergelijke vriendschappen voor de jongere?

Vul hier je tekst in.
9 Noem enkele voordelen en nadelen van de mogelijkheid online contacten aan te gaan.

Vul hier je tekst in.

Artikel Opvoeden en begeleiden

1 Waarom is het een goede zaak dat jongeren vrijheid en zelfstandigheid nastreven?



Vul hier je tekst in.
2 Geef drie voorbeelden van vrijheden en verantwoordelijkheden die jij in je latere werk aan jongeren wilt of moet geven.

Vul hier je tekst in.
3 a Waarom heeft het verbieden van experimenteel gedrag weinig zin?

Vul hier je tekst in.
b Wat is jouw eigen mening hierover?

Vul hier je tekst in.
4 Geef bij de volgende situaties aan of je het gedrag van het kind al of niet afkeurt. Geef ook aan hoe je je afkeuring zou laten blijken.
a Achmed gebruikt jouw schaar en ruimt hem niet op.

Vul hier je tekst in.

b Marlies wordt boos omdat zij een spelletje verliest.



Vul hier je tekst in.
c Karin heeft haar pop stukgemaakt.

Vul hier je tekst in.
d Mark zit elke middag over zijn huiswerk te jammeren.

Vul hier je tekst in.
e Susan heeft haar schoenen uitgedaan en springt op de bank.

Vul hier je tekst in.
5 Geef bij de volgende straffen aan of er sprake is van een sociale straf, een materiële straf of een straf in de vorm van activiteiten.
a Het kind de gang op sturen.

Vul hier je tekst in.
b Het kind een tik geven.

Vul hier je tekst in.
c Zakgeld van het kind inhouden.

Vul hier je tekst in.
d Het kind naar bed sturen.

Vul hier je tekst in.
e Het kind opdragen te helpen met schoonmaken.

Vul hier je tekst in.
f Het kind toespreken.

Vul hier je tekst in.
g Het kind strafregels laten schrijven.

Vul hier je tekst in.
h Een spelletje afpakken van het kind.

Vul hier je tekst in.
6 Zijn er in vraag 5 straffen genoemd die volgens jou in geen enkele situatie zin hebben? Zo ja, om welke straf(fen) gaat het? Waarom heeft/hebben deze straf(fen) volgens jou geen zin?

Vul hier je tekst in.
7 Is er in de volgende situaties sprake van een goede straf? Leg uit waarom wel of niet.
a Als Nick (12 jaar) te laat thuis is voor het eten, mag hij voor straf de hele week niet meer buiten voetballen na schooltijd.

Vul hier je tekst in.
b Als Maria (14 jaar) voor de zoveelste keer vergeet haar broodtrommeltje mee te nemen, besluit de begeleider het op tafel te laten staan.

Vul hier je tekst in.
c Safia (13 jaar) komt thuis met een mooi werkstuk. Hannah (14 jaar), die in dezelfde groep zit als Safia, is kennelijk jaloers op de waardering die Safia krijgt van de leiding. Ze slaat boos het werkstuk kapot. Voor straf mag ze die middag niet mee naar de stad.

Vul hier je tekst in.
d Tim (15 jaar) laat zijn ontbijt staan. Voor straf mag hij ’s avonds geen tv kijken.

Vul hier je tekst in.
e Sylvia (16 jaar) vergeet haar laarzen uit te doen bij de keukendeur; als straf moet ze zelf haar moddersporen uitwissen.

Vul hier je tekst in.
8 a Waarom hebben vooral jongeren behoefte aan emotionele steun en waardering?

Vul hier je tekst in.
b Hoe geef jij hen die als begeleider? Noem ten minste drie aandachtspunten.

Vul hier je tekst in.

Artikel Grensoverschrijdend gedrag

1 Jongeren bij wie sprake is van sociale problematiek overtreden de sociale regels en wetten en nemen niet actief deel aan de maatschappij.

a Geef voorbeelden van sociale regels die vaak door jongeren worden overtreden.

Vul hier je tekst in.
b Geef voorbeelden van wetten die vaak door jongeren worden overtreden.

Vul hier je tekst in.
c Wat wordt bedoeld met ‘niet deelnemen aan de maatschappij’? Geef voorbeelden.

Vul hier je tekst in.
2 a Welke verschillen zijn er wat betreft wetsovertredend gedrag tussen jongeren die later wel kans lopen in het criminele circuit te belanden en jongeren bij wie die kans gering is?

Vul hier je tekst in.
b Welke verschillen zijn er wat betreft oorzaken en achtergronden tussen die twee groepen jongeren?

Vul hier je tekst in.
3 Wetsovertredend gedrag heeft verschillende oorzaken en achtergronden. Welke?

Vul hier je tekst in.
4 Wetsovertredend gedrag vindt bijna altijd plaats in groepsverband. Hoe komt dit?

Vul hier je tekst in.
5 Noem oorzaken van weglopen.

Vul hier je tekst in.
6 Als een jongere is weggelopen, ontstaan er vaak nieuwe problemen. Met welke nieuwe problemen kan een jongere geconfronteerd worden?

Vul hier je tekst in.
7 Wat hebben zwervende jongeren met elkaar gemeen? Noem verschillende dingen.

Vul hier je tekst in.
8 De straat is voor zwervende jongeren een oplossing. Leg deze zin uit.

Vul hier je tekst in.
9 Veel jongeren die zwerven hebben psychische problemen.
a Wat wordt er verstaan onder psychische problemen?

Vul hier je tekst in.
b Geef voorbeelden van psychische problemen.

Vul hier je tekst in.
10 Bij verslaving is sprake van een geestelijke en een lichamelijke afhankelijkheid.
a Wanneer spreken we van lichamelijke afhankelijkheid?

Vul hier je tekst in.
b Wanneer spreken we van geestelijke afhankelijkheid?

Vul hier je tekst in.
11 Wat verstaan we onder gewenning?

Vul hier je tekst in.
12 Er zijn drie typen verslaving.

a Noem deze typen.



Vul hier je tekst in.
b Welke typen verslaving ben jij in jouw omgeving wel eens tegengekomen? Vertel hier kort iets over.

Vul hier je tekst in.
13 Welke typen verslaving duiden op meer of minder ernstige problemen?

Vul hier je tekst in.
14 Jongeren die verslaafd zijn, komen vaak vroeg of laat op het criminele pad terecht. Hoe komt dit?

Vul hier je tekst in.

Artikel Vertrouwensrelatie bij het werken met jongeren

1 Noem verschillende manieren waardoor een jongere zichzelf op een afstand kan houden tijdens een gesprek. Geef concrete antwoorden.



Vul hier je tekst in.
2 Hoe bereik je dat een jongere een zo goed mogelijke eerste indruk aan jou overhoudt? Noem minstens vier aandachtspunten.

Vul hier je tekst in.
3 a Waarom is het belangrijk geen loze beloften te doen?

Vul hier je tekst in.
b Geldt dit alleen bij het aangaan van de vertrouwensrelatie? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
4 Wat kan er gebeuren wanneer je het vertrouwen probeert af te dwingen?

Vul hier je tekst in.
5 Wanneer kun je in het sociaal agogisch werk stellen dat je met een cliënt een vertrouwensrelatie hebt opgebouwd?

Vul hier je tekst in.
6 Praten over datgene wat er in het verleden is gebeurd, is meestal een taak voor een maatschappelijk werker, psycholoog of psychiater. Geef twee redenen waarom dit zo is.

Vul hier je tekst in.
7 Noem drie richtlijnen voor het omgaan met oriëntatiereacties.

Vul hier je tekst in.
8 Geef een voorbeeld van een reactie waarbij sprake is van overdracht.

Vul hier je tekst in.
9 Een jongere kan erop uit zijn te bewijzen dat de volwassene niet te vertrouwen is. Hoe?

Vul hier je tekst in.
10 Hoe kom jij er als begeleider achter of bij een jongere sprake is van schijngedrag?

Vul hier je tekst in.
11 Waarom is het belangrijk aandacht te besteden aan het afbouwen van een relatie?

Vul hier je tekst in.
12 Hoe kun jij een jongere als deze weggaat, steunen bij zijn vertrek? Noem drie aandachtspunten.

Vul hier je tekst in.

2 Inzichtopdrachten




Opdracht Pubers en adolescenten

Deze opdracht gaat over de ontwikkeling van de puber en de ontwikkeling van de adolescent. Je maakt deze opdracht in een groep van vier (eventueel zes) deelnemers. Door het maken van deze opdracht verdiep je je in de verschillen die er zijn tussen een puber en een adolescent.


Je zet de verschillen tussen de ontwikkeling van de puber en de ontwikkeling van de adolescent op een rij. Je bekijkt dit voor alle ontwikkelingsaspecten.
Bij de uitvoering van de opdracht maak je gebruik van verschillende bronnen:

– de theorie van het thema Ontwikkeling van pubers en adolescenten;

– ander studiemateriaal;

– internet.


Het eindproduct is een overzichtelijk schema met daarin opgenomen de verschillen in ontwikkeling tussen pubers en adolescenten. In het eindproduct is telkens benoemd over welk ontwikkelingsaspect het gaat en ook zijn foto’s en andere afbeeldingen opgenomen die het verschil illustreren.
1 Werk eerst in tweetallen. Maak per tweetal een schema in Word. Laat daarin naar voren komen over welk ontwikkelingsaspect het verschil gaat. Zoek er foto’s of andere afbeeldingen bij.
2 Vergelijk jullie schema met dat van een ander tweetal. Benoemen jullie dezelfde verschillen? Welk schema vind je het beste? Waarom?
3 Maak per viertal als eindproduct een totaalschema.

Opdracht Twee praktijksituaties

Deze opdracht bij het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten gaat over de praktijksituaties aan het begin van artikel 1 en artikel 2 in de theorie.

– De praktijksituatie bij het artikel ‘Ontwikkeling van pubers’ gaat over een meisje van zestien jaar (zie pag. 116).

– De praktijksituatie bij het artikel ‘Ontwikkeling van adolescenten’ gaat over Daphne Koenen (zie pag. 121).


Je beantwoordt de vragen eerst individueel en daarna vergelijken en bespreken jullie je antwoorden in een groepje van drie of vier deelnemers.
Bij de uitvoering van de opdracht maak je gebruik van de theorie van het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten. In het eindproduct geef je antwoord op de verschillende vragen. Waar dat gevraagd wordt, geef je een toelichting.
1 Beantwoord individueel de vragen 5 t/m 7 en 9 t/m 12.
2 Vergelijk daarna de antwoorden op de vragen in een groepje. Kom door de antwoorden met elkaar te vergelijken en te bespreken tot één gezamenlijk antwoord.
3 Verwerk de antwoorden in een gezamenlijk eindproduct.
Vragen bij praktijkvoorbeeld 1

4 Lees nogmaals het praktijkvoorbeeld aan het begin van artikel 1 ‘Ontwikkeling van pubers’.


5 Dit meisje vertelt dat zij zich vaak rot voelt. Haar moeder zegt dat het met de puberteit te maken heeft en dat het over zal zijn als ze achttien is.
a Hebben deze gevoelens met de puberteit te maken? Zo ja, hoe dan?

Vul hier je tekst in.
b Denk jij dat deze gevoelens over zullen zijn als ze achttien is? Waarom zijn ze dan wel of niet over?

Vul hier je tekst in.
6 ‘Het lijkt wel of mijn klasgenoten alleen maar lol hebben.’ Is dit zo, denk je? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
7 Als je dit meisje een brief terugschrijft, wat zou je haar dan zeggen?

Vul hier je tekst in.
Vragen bij praktijkvoorbeeld 2

8 Lees nogmaals het praktijkvoorbeeld aan het begin van artikel 2 ‘Ontwikkeling van adolescenten’.


9 Dit meisje zegt dat haar stage haar matig bevalt omdat ze zichzelf er niet echt in kwijt kan. Wat bedoelt ze hiermee?

Vul hier je tekst in.
10 Vrienden zijn mensen die je het best kennen. Nog beter dan je ouders. Denk jij hier ook zo over?

Vul hier je tekst in.
11 Dit meisje zegt aan het eind van het interview: ‘Dus ik blijf maar passief.’ Ben jij het eens met haar conclusie, en vind je haar passief?

Vul hier je tekst in.
12 In het interview komen enkele zaken naar voren die heel kenmerkend zijn voor een adolescent. Welke zaken zijn dat?

Vul hier je tekst in.

3 Integratieve opdrachten




Opdracht Vijf cases

Deze opdracht bij het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten maak je in een groep. De opdracht gaat over de ontwikkeling van de puber. Je beantwoordt de vragen eerst individueel en daarna vergelijken en bespreken jullie je antwoorden in een groep van drie of vier deelnemers.


Ouders en begeleiders weten niet altijd even goed wat ze aanmoeten met het gedrag van een puber. Hier volgen vijf cases waar ouders of begeleiders vragen over hebben.
Bij de uitvoering van de opdracht maak je gebruik van de theorie van het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten. In het eindproduct geef je antwoord op de verschillende vragen. Waar dat gevraagd wordt, geef je een toelichting.
Case 1: Ergernis

Naar de rubriek ‘Achterwerk’ in de VPRO Gids schreef een meisje de volgende brief, als reactie op een andere brief.
‘Zeg Sabine Mulder, waar bemoei jij je mee? Ik ergerde me dood aan je brief. Je zit in de vijfde klas en je hebt nog nooit gespijbeld. Denk maar niet dat je daarmee opvalt, hoor! Bijna alle kinderen die later veel gaan spijbelen, hebben nooit gespijbeld op de lagere school. De ellende begint pas op de middelbare school. Balen huiswerk, rapporten en de hele rataplan. Je schrijft dat je vindt dat de leraren groot gelijk hebben, anders doet op het laatst de hele klas zo. Daar ben ik het niet mee eens. Wie echt wil leren, doet dit toch wel hoor. Kinderen zoals jij zullen ook als er een stelletje niet meedoet altijd wel hun best blijven doen. Op het laatst schrijf je nog dat ze maar op moeten houden met spijbelen, dan merken ze wel dat school best leuk is. Nou, als je voor jezelf eenmaal hebt besloten dat je die man van Engels niet mag, dan mag hij jou ook niet. Pas als je weer helemaal normaal doet, en dat kan niet meer als je door alle leraren stom wordt gevonden. (…)

Meisje, 14 jaar, uit Hoorn

Case 2: Huiswerk

De volgende brief schreef een moeder aan het weekblad Margriet.
‘Mijn zoon van veertien heeft heel andere ideeën over huiswerk maken dan ik. Iedere dag opnieuw moet ik hem ertoe aanzetten. Al vrij snel is hij dan weer beneden. En als ik hem dan vraag of ik hem kan overhoren, zegt hij dat ik me er niet mee moet bemoeien en dat het best in orde komt. Maar ik weet dat niet zo zeker. Ieder jaar gaat hij met de hakken over de sloot over. Moet dit nu echt altijd in ruzie ontaarden? Hoe ver moet mijn bemoeizucht gaan?’

Bron: Margriet

Case 3: Marloes

Marloes (15 jaar) is weinig meer thuis sinds er een nieuwe jonge buurvrouw, Imre, naast haar is komen wonen. Zeer tot ongenoegen van haar ouders. Met name haar moeder vindt dat ze veel te vaak bij Imre is en dat ze zich veel te veel door haar laat beïnvloeden. Marloes wil bijvoorbeeld geen nette kleren meer aan, de make-up wordt veel opzichtiger en ze heeft opeens andere ideeën. Wat haar moeder verder steekt, is dat zij nu een veel minder goed contact heeft met Marloes. Marloes neemt niet haar, maar Imre in vertrouwen. Vandaag kondigt Marloes opeens aan voortaan geen vlees meer te willen eten. Ze wil vegetariër worden. Haar vader kan het niet laten sarcastisch te zeggen: ‘Driemaal raden van wie je dat nu weer hebt.’



Case 4: Dronken thuis

De volgende brief schreef een moeder aan het weekblad Margriet.
‘Onze zoon Paul van zestien gaat in het weekend vaak naar de disco. Dat vinden we goed, maar hij trekt op met vrienden die flink drinken. Zelf is hij ook al een paar keer aangeschoten thuisgekomen. Is het ouderwets van ons dat we daar grote moeite mee hebben? Als wij er iets van zeggen, leidt dat onmiddellijk tot ontkenningen, geschreeuw en ruzies. Hoe kunnen we het een en ander in de hand houden?’

Bron: Margriet

Case 5: Klaas

Klaas, nu achttien, is toen hij vier was samen met zijn broer bij zijn moeder weggehaald. Hij heeft tien jaar in een groot tehuis, enkele jaren in een klein opvangcentrum en twee jaar in een pleeggezin gewoond. Na een jaar min of meer zelfstandig gewoond te hebben in een project Training kamerbewonen, woont hij nu sinds enkele maanden samen met zijn vriendin in een flat. Hij vertelt:
‘Ik ben dus vooral opgevoed door groepsleiders. Dat zijn voor mij toch een soort ouders geweest. Ik heb ook wel eens liggen huilen als er iemand wegging. Dan denk je toch altijd: ze gaan toch maar weg, want ze zien het alleen maar als hun werk. Maar dat is helemaal niet zo, dat zie ik nu pas in, daar dacht ik toen anders over.

De ideale groepsleiding bestaat niet. Voor mij persoonlijk weet ik wel hoe zo iemand zou moeten zijn. Iemand zou begrip voor je moeten hebben, vooral bij mij, ik ben moeilijk hoor. Kijk, als je iets doet wat niet door de beugel kan, dan zit daar iets achter waarom je dat doet. Dat doe je niet zomaar, maar dat wordt vaak in een hoekje gestopt en er wordt helemaal niet over gepraat. Er wordt alleen gezegd dat het niet kan, nou dat is natuurlijk hartstikke verkeerd. (…)

Een groepsleiding moet ook persoonlijk met je op kunnen trekken. Je moet ze kunnen vertrouwen. Ik vertelde wel eens wat en vroeg dan of ze hun mond wilden houden daarover. Maar in de overdracht, als de ene groepsleiding de dienst overdraagt aan een ander, dan vertelde die het wel eens door en dan hoorde ik het weer van een ander. Dat vond ik heel vervelend. Dat speelde veel meer in dat tehuis dan in Enkhuizen (klein opvangcentrum). Daar werd het alleen overgedragen als je daar zelf toestemming voor gaf, dat gold ook voor persoonlijke problemen van je die ze in de staf wilden brengen. (…)

In dat tehuis ben ik daar verschrikkelijk kwaad om geweest. Kan er nu nog kwaad om worden. Ik ben daar toen mijn hele vertrouwen in mensen kwijtgeraakt. Het is nu wel veel meer teruggekomen, maar ik heb het nu nog wel. Als ik dan kwaad was, zei ik gewoon niks meer, dan kon ik wel een week lang mijn mond houden tegen iedereen. Ik denk dat ze die kwaadheid wel begrepen, maar er heeft nooit iemand zijn excuses voor gemaakt.’



Bron: M. van Lieshout en M. Ruigewaard (red.), De groepsleider, Acco, 1987
1 Maak individueel de vragen bij de cases. Maak telkens gebruik van de theorie van het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten.
2 Vergelijk daarna de antwoorden op de vragen in een groep. Kom door de antwoorden met elkaar te vergelijken en te bespreken tot één gezamenlijk antwoord.
3 Verwerk de antwoorden in een gezamenlijk eindproduct.
Vragen bij case 1: Ergernis

4 Lees case 1: Ergernis.


5 De reactie van dit meisje is typerend voor een puber. Kun je uitleggen waarom? Gebruik de theorie van dit thema.

Vul hier je tekst in.
6 Uit deze brief kun je opmaken dat dit meisje het niet echt naar haar zin heeft op school. Stel dat jij een gesprek hebt met dit meisje en ze vertelt je dat het toch allemaal geen zin heeft, omdat ze toch door alle leraren stom wordt gevonden. Hoe zou jij hierop reageren? Wat zou je zeggen of doen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 2: Huiswerk

7 Lees case 2: Huiswerk.


8 Geef antwoord op de vraag die de moeder aan het eind van de brief stelt.

Vul hier je tekst in.
9 Vind jij dat er sprake is van bemoeizucht? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 3: Marloes

10 Lees case 3: Marloes.


11 Met welk aspect uit deze ontwikkelingsfase hangt het gedrag van Marloes samen?

Vul hier je tekst in.
12 Benoem en verklaar het gedrag van Marloes. Gebruik daarbij de theorie van dit thema.

Vul hier je tekst in.
13 Noem redenen waarom de ouders van Marloes moeite kunnen hebben met de vriendschap van hun dochter.

Vul hier je tekst in.
14 Wat moeten de ouders van Marloes volgens jou nu doen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 4: Dronken thuis

15 Lees case 4: Dronken thuis.


16 Kun jij begrijpen dat de ouders van Paul er grote moeite mee hebben dat hij aangeschoten is? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
17 Als zijn ouders er iets van zeggen, ontkent Paul, begint hij te schreeuwen en ontstaan er ruzies. Kunnen de ouders daarom maar beter hun mond houden? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.

18 Pauls moeder vraagt aan het eind van haar brief: ‘Hoe kunnen we het een en ander in de hand houden?’


a Denk jij dat dit mogelijk is? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
b Geef antwoord op de vraag van Pauls moeder.

Vul hier je tekst in.
c Wat kunnen de ouders het beste doen volgens jou?

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 5: Klaas

19 Lees case 5: Klaas.


20 Klaas noemt een aantal eisen waaraan een goede groepsleider moet voldoen. Welke eisen noemt hij?

Vul hier je tekst in.
21 Klaas zegt: ‘Je moet ze kunnen vertrouwen.’ Wat bedoelt hij daarmee?

Vul hier je tekst in.
22 Kun je je voorstellen dat Klaas zijn vertrouwen in mensen is kwijtgeraakt? Motiveer je antwoord.

Vul hier je tekst in.

Opdracht Adolescenten

Deze opdracht bij het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten maak je in een groep. De opdracht gaat over de ontwikkeling van de adolescent. Je beantwoordt de vragen eerst individueel en daarna vergelijken en bespreken jullie je antwoorden in een groep van drie of vier deelnemers.


Ouders en begeleiders weten niet altijd even goed raad met het gedrag van een adolescent. Hier volgen drie cases waar ouders of begeleiders vragen over hebben.
Bij de uitvoering van de opdracht maak je gebruik van de theorie van het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten. In het eindproduct geef je antwoord op de verschillende vragen. Waar dat gevraagd wordt, geef je een toelichting.
Case 1: Big smile

‘Je kunt natuurlijk een big smile opzetten terwijl je vanbinnen aan het janken bent. Dat heb ik jaren gedaan. Toneelgespeeld. Gedaan alsof er niets aan de hand was. Toen ben ik op een moment dat ik het niet meer kon, opgehouden met die smile. Dat was schrikken voor iedereen, ook voor mij. Maar een opluchting uiteindelijk! Ik lach nu alleen nog maar als ik echt moet lachen. En ik vertel eerder wat er met me is. Ik wilde vroeger aardig gevonden worden door iedereen en daarom zei ik niemand wat me dwars zat. Je moet er wel lef voor hebben.’


Case 2: Vakantieliefde

‘Onze dochter van achttien is tijdens haar vakantie in Griekenland verliefd geworden op een Griekse jongen. Ze hebben afgesproken dat zij naar Griekenland teruggaat of dat hij naar Nederland komt en een baan gaat zoeken. We maken ons zorgen over deze vakantieliefde, want anders kunnen we het toch niet noemen. Zij vindt onze bezorgdheid onzin. Ze houdt van hem en hij van haar. Het liefst wil ze morgen weer terug. Maar wij willen toch dat ze haar studie afmaakt. Hoe kunnen we het best handelen zonder het contact met haar te verliezen?’


Case 3: Hoe kan ik mijn zoon helpen?

‘Onze jongste zoon van 22 heeft in de puberteit nogal wat problemen gehad. We hoopten dat het over zou gaan, maar na zijn studie heeft hij het ene baantje na het andere. ’s Avonds is hij altijd weg en in het weekend ligt hij hele dagen op bed. Hij geeft al zijn geld uit aan uitgaan en kleding. Verder onderneemt hij helemaal niets. Ik kan daar niet meer tegen. Als ik het voor het zeggen had, ging hij zo snel mogelijk het huis uit en op kamers wonen. Maar mijn man is het daar niet mee eens. Hij wil onze zoon niet wegsturen, omdat hij bang is dat hij dan de vernieling in gaat. Maar ik denk juist dat het hem zal helpen als hij eindelijk eens wat moet doen.’



Vrij naar: Margriet
1 Beantwoord individueel de vragen bij de cases. Maak telkens gebruik van de theorie van het thema Ontwikkeling en begeleiding van pubers en adolescenten.
2 Vergelijk daarna de antwoorden op de vragen in een groep. Kom door de antwoorden met elkaar te vergelijken en te bespreken tot één gezamenlijk antwoord.
3 Verwerk de antwoorden in een gezamenlijk eindproduct.
Vragen bij case 1: Big smile

4 Lees case 1: Big smile.


5 Lars beschrijft hoe hij vroeger deed en hoe hij nu doet.
a Lars’ huidige gedrag past meer bij een adolescent dan bij een puber. Kun je dit uitleggen?

Vul hier je tekst in.
b ‘Ik lach nu alleen nog maar als ik echt moet lachen.’ Naar welk begrip in de ontwikkelingspsychologie verwijst deze uitspraak?

Vul hier je tekst in.
6 a Welke gedragingen beschrijft Lars die typerend zijn voor een puber?

Vul hier je tekst in.
b Kun je ook uitleggen waarom dat gedrag zo typerend is voor een puber?

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 2: Vakantieliefde

7 Lees case 2: Vakantieliefde.


8 De moeder beschouwt dit als een vakantieliefde. Ben jij het met haar eens? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.

9 De moeder vindt de gang van zaken bedreigend. Kun je je dit voorstellen? Licht je antwoord toe.



Vul hier je tekst in.
10 Wat moet deze moeder volgens jou zeker niet doen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
11 Wat kan ze volgens jou het beste wel doen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
Vragen bij case 3: Hoe kan ik mijn zoon helpen?

12 Lees case 3: Hoe kan ik mijn zoon helpen?


13 Is het gedrag van deze jongen typerend voor de leeftijdsfase waarin hij verkeert? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
14 Deze moeder heeft een conflict met haar man. Wie van hen heeft volgens jou gelijk? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
15 a Als de moeder het voor het zeggen heeft, wijst zij haar zoon de deur. Wat vind jij hiervan?

Vul hier je tekst in.
b Vind jij dat ouders hun kinderen de deur mogen wijzen? Licht je antwoord toe.

Vul hier je tekst in.
16 Stel dat de zoon – om welke reden dan ook – voorlopig nog thuis blijft wonen. Wat moet er volgens jou dan gebeuren om het samenleven prettiger te laten verlopen? Wat zou jij in dat geval aan de ouders adviseren?

Vul hier je tekst in.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina