Oogstdienst



Dovnload 17.18 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte17.18 Kb.
Zondag, 7 november 2010 om 10.00 uur in de O.K.

Oogstdienst


Thema: ‘Tranen over Jeruzalem…’


Het is schokkend om te zien wat de gevolgen van de enorme uitbarsting van de Merapi in Indonesië zijn: mensen die omgekomen zijn; dode dieren, die onder een dikke laag grijs liggen, evenals de dorpen met hun verbrande, ingestorte huizen. En dan de vele mensen, die de vuurspuwende massa nog hebben kunnen ontvluchten. De televisiebeelden van hen, onder het grijs, met angst in hun ogen kan ik niet zo gauw meer vergeten.

En ik heb maling aan het feit, dat mensen de omgeving van een vulkaan steeds blijven opzoeken vanwege het vruchtbare land. Makkelijk gezegd, als wij het hier nog altijd veel beter hebben.
Ik zou nog veel meer van zulke berichten, die wij op het journaal zien en in de krant lezen, kunnen opnoemen. Maar ik wil niet in een neerwaartse spiraal terecht komen, waardoor de positieve dingen, die er óók zijn uit het zicht blijven.

Want bij het wekelijks boodschappen doen bij een van de supermarkten in de gemeente De Bilt zag ik, dat je bepaalde levensmiddelen kunt kopen, die je na de kassa weer afgeeft voor de voedselbank in De Bilt/Bilthoven. Een heel goed initiatief, vind ik. Als we allemaal 1 of 2 producten kopen kunnen meer mensen geholpen worden.


Dat neemt niet de honger, de armoede en de droogte in Derde Wereldlanden weg. Ook van díe beelden ervaar ik gevoelens van woede, onmacht en neerslachtigheid. Moet ik God danken, want afgelopen woensdag was er in veel kerken een dankdienst voor gewas en arbeid, dat wíj het hier zoveel beter hebben? Dat wij doorgaans nog zóveel te eten hebben, dat we er ook nog van weggooien?

Bij een onderzoek een paar weken geleden op de televisie, bleek, dat in de kliko’s, vooral bij supermarkten, een heleboel overgebleven groente, verpakt vlees, brood e.d. terecht gekomen was. Het meeste daarvan heeft een bekende kok gebraden, gebakken en gekookt en smaakte nog prima.


O, ik weet heus wel, dat we dat overtollige voedsel niet eigenhandig naar Afrika kunnen brengen. Maar misschien is het goed, dat we ons nog wat meer bewust worden, dát we het hier nog zoveel beter hebben. Niet om God daarvoor te danken… Tenminste… ík kan dat niet… Dat klinkt mij als: ‘Dank U wel, God, dat ik niet ben zoals die tollenaar daar…’
Deze verschillende stemmingen die me soms overvallen, doen me denken aan die van Jezus, toen Hij uitzag over Jeruzalem. Toen Hij de stad vóór zich zag liggen, begon Hij te huilen over het lot van de stad, zo schrijft de nieuwe bijbelvertaling. Maar het is méér dan alleen maar huilen. Het woord dat hier wordt gebruikt staat ook voor wenen, weeklagen.

Jezus is in een stemming, die schokschouderend verdriet uitdrukt. Het is een klacht, een uitroep van ontzetting.

Hij ziet vanuit de verte de stad Jeruzalem. En Hij weet, dat, wanneer in Jeruzalem de mensen niet samengebracht kunnen worden, dat het dan ergens anders ook niet zal lukken.
Ach, Jeruzalem’, zo huilt Jezus, ‘had ook jij op deze dag maar geweten, wat vrede kan brengen.’

Juist jij, Jeruzalem’, luidt een andere vertaling. Juist jij, Jeruzalem, stad van koningen en profeten, schriftgeleerden en priesters. Juist in díe stad zou je de vrede verwachten. Maar juist in dat prachtig mooie Jeruzalem blijft de vrede verborgen, tot op de dag van vandaag. Ik vraag me af óf het nog wel goed komt daar in het Midden-Oosten.

Jezus is diep bedroefd. Juist op die plekken met zoveel verantwoordelijke mensen hangt er geen vrede in de lucht. De tempel is geen plek van aanbidding, maar een hol vol rovers. Waar God gediend moet worden, dient men mammon.
Hij jaagt de kooplieden uit de voorhoven van het heiligdom, terwijl hij hen toevoegt: ‘Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt’.

Jezus, vertegenwoordiger van Gods Woord, neemt geen blad voor zijn mond.


Een gevaarlijke onderneming is het, om te zeggen waar het op staat. Hoewel Jezus beslist niemand kwetste, respect had óók, juist voor díe mensen die verstoten werden, niet meetelden, wilden de hogepriester, de schriftgeleerden en de leiders van het volk, hem uit de weg ruimen.
Wat is dat toch, dat mensen elkaar willen doden… Dat dat maar dóór blijft gaan… Ik denk aan Zuid-Afrika, waar men met een beroep op de bijbel de mensen op mensonterende manier wist te scheiden in zwart en wit. Je ziet het in Irak, waar zoveel slachtoffers van geweld zijn. In Iran, Indonesië. Afghanistan en zo kan ik nog wel even doorgaan…

We lezen over de bompakketjes, die verstuurd werden uit Griekenland.

Het is maar wat moeilijk om niet door angst overmand te worden, om vol hoop en vertrouwen te blijven. Ik hoop, dat de verhalen van God met mensen ons daarbij kunnen helpen en bemoedigen…
Lucas wil ons meenemen in die beweging van geloof en hoop, die leven doet…

Hij vertelt van Jezus, die niet aan Jeruzalem voorbij gaat. Hij gaat er juist naar toe, de poorten binnen, met gevaar voor eigen leven. Verkondigt er de vrede… En Hij blijft doorgaan met verkondigen, zoals de eeuwen door telkens weer mensen opstaan. Ik denk aan Martin Luther King, aan Steve Biko.

Ik denk aan de theoloog Beyers Naudé. Een man, die in het midden van de apartheid opstond om zijn medechristenen aan te spreken.

Men probeerde hem het zwijgen op te leggen, maar hij zette door. Hij ging het gesprek aan, steeds weer. Telkens weer opende hij de bijbel om op basis daarvan met de mensen in gesprek te raken… Om te leren wat we elkaar op basis van Gods Woord te vertellen hebben.


Ik geloof vast en zeker dat wij elkaar, als gemeenschap van Jezus Messias, veel kunnen leren. Kunnen leren vertrouwen, kunnen leren hopen… Kunnen leren onze dromen vast te houden. Omdat een wereld zonder dromen niet kan bestaan…

Daarom blijven wij hier, als gemeente, samenkomen, blijven wij hopen, geloven, dromen, bidden, terwijl er van alles om ons heen gebeurt…


En blijven wij zingen van de hoop die, ondanks alles, in ons is. Blijven wij zingen van de vrede. Vrede in de wereld en vrede in onszelf… De vrede heeft de tijd en wint ons land voor land. De liefde wint de strijd en krijgt de overhand. Daaraan wil ik mij vasthouden.
Zo blijft de hoop, het thema, waar de startzondag mee begon als een rode draad doorwerken in ons geloof, waarvan de foto’s en krantenknipsels, die jullie instuurden, laten zien.

t Komt goed…’, staat er opbeurend op die auto. Daarvan getuigt ook die foto met die bloem aan een boomstam, die nog maar kort geleden gefotografeerd is.


Ik wil eindigen met een gedicht van Vaclav Havel. Hij bleef, ondanks alle machthebbers om hem heen, zijn mond roeren. Hij bleef hopen. Met zijn gedichten kreeg hij het volk mee.

Het gedicht heet:



Hoop
Diep in onszelf dragen wij de hoop.

Als dat niet het geval is,

is er geen hoop meer.
Hoop is een kwaliteit van de ziel

en hangt niet af

van wat er in de wereld gebeurt.
Hoop is niet voorspellen

of vooruitzien.

Het is geen gerichtheid van de geest,

een gerichtheid van het hart,

voorbij de horizon verankerd.
Hoop

in deze diepe en krachtige betekenis

is niet hetzelfde als vreugde

omdat alles goed gaat

of bereidheid je in te zetten

voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken

omdat het goed is,

niet alleen

omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme.

Evenmin de overtuiging

dat iets goed zal aflopen.

Wel de zekerheid dat iets zinvol is

ongeacht de afloop,

het resultaat.
Zulke woorden verdienen onze steun, zodat ze luider klinken dan kogels. Ze zijn aan het papier toevertrouwd om een kloppend hart, om ons te raken, om ons hoop te geven.

Om ons op te richten over de tranen over Jeruzalem heen, over het lawaai in de wereld heen, op God, die met ons meegaat, heel ons leven.



AMEN



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina