Oorsprong en enkele wederwaardigheden van het Geslacht Van Hees



Dovnload 18.34 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte18.34 Kb.
Oorsprong en enkele wederwaardigheden van het Geslacht Van Hees
Genoeg, genoeg georakeld, waarde Johannes Wilhelmus Maria, vele malen achterkleinzoon Joop. Een onderhoudend verhaal vertelt gij daar over de wederwaardigheden van ons geslacht in Enthoven en op Acht. Maak nu plaats voor je illustere voorgeslacht. Kom, zoon, scheer je weg. Zonder mij was je er niet geweest, maar jij bent er, en daarom kan ik jou zeggen, dat ik er ben geweest. Kunt gij mij volgen?
Ik kom even over uit Amsterdam, waar ik met vele landsgenoten ageerde tegen de dictaten van het Hof van Holland. Ach, in die drie eeuwen is er weinig veranderd in de politiek van die Staatsen. Waar waart gij, niet op het Museumplein! Het zijn zeker hogere familiedoelen die u hier vandaag bijeenbrengen.
Gij vraagt u af wie ik ben? Ik ben Adam van Hees, uw stamvader, uit de 17e eeuw. D'accord, er is een lange geschiedenis van Van Hezen vóór mij; daar kom ik zo dadelijk over te spreken. Maar, weet wel, hier verzameld 21ste eeuws Van Hezen volk, dat jullie er zonder mij niet waren geweest. Mijn vruchtbaarheid op reeds oude dag heeft jullie gered. Daar zal ik jullie nog over onderhouden.
Maar wie ben ik dan, en van wie stam ik dan wèl af en dus ook u, Van Hezen volk, zult u willen weten. Van God, naar zijn evenbeeld geschapen, nee, dat wil ik mij niet aanmatigen. Welnu, ik weet het niet. Door een val tijdens het carnaval, ja juist een carnavalval, ben ik mijn geheugen kwijt en kan ik slechts gissen en varen op het onderzoek van enkele illustere achterachterkleinzonen: Marinus, zoon van Theodorus en Louiza; Johannes, zoon van Hermanus en Johanna, en Theodorus, zoon van Johannes (die zich vandaag precies vier jaar geleden bij ons hierboven heeft gevoegd) en zijn vrouw Maria.
Vele generaties van Hezen zijn mij voorgegaan. Van wie stam ik dan af, zult u willen weten. Tja, hoe ver willen we teruggaan. Laat ik u acht mogelijkheden voor leggen, de ene meer waarschijnlijk dan de andere.
1. Het lijvige 20ste eeuwse boek van ene Van den Brekel beweert dat mijn vader Marten van Hees zou zijn, notaris en procureur te Oisterwijk, zelf in 1620 geboren als de zoon van Adam Marten Jan van Boxtel alias van Hees en Anna, dochter van Adam Adriaan Willems bij Yke Gijsbert Couwenberg. Deze Adam Martenszoon was kerkmeester en schepen te Oisterwijk. Ik zou in 1650 zijn geboren, in 1670 als norbertijn in de abdij van Postel zijn ingetreden, in 1672 zijn geprofest onder de naam Fulgentius - de gymnasiasten onder u herkennen daar bliksemend of uitblinkend in - onder meer pastoor te Lage Mierde zijn geweest en ook nog te Luiksgestel om tenslotte in 1710 naar den Hemel te zijn vertrokken.
Ha, ha, ha, nee, nee, ik was een godsvruchtig man, maar in de abdij trok mij niet zozeer Gods woord, maar vooral het bier. Vreemd genoeg laat deze geleerde Van de Brekel mij in 1701 onder de naam Henricus opduiken in de garnizoensstad Grave, waar ik eerst brouwer, toen procureur en daarna soldaat in de lijfcompagnie van generaal Fagel was. In februari zou ik dan onder deze valse naam zijn getrouwd met mijn Petronella. Maar daar kom ik nog over te spreken. Deze theorie kan in ieder geval niet kloppen.
2. Mogelijk ben ik geboren in Grave, als zoon van Jan van Hees en Stijntjen Jacobs, met tenminste vijf broeders en een zuster, Sijbilla. Maar van mijn geboorte in Grave is geen bewijs, anders dan Sijbilla die er in 1667 werd geboren. Over onze mogelijke voorvader Jan ontbreekt verder enig historisch spoor.
3. Ik zou de Adamus van Hees kunnen zijn die in 1674 in Den Bosch werd geboren, als de zoon van Marten Jan van Hees en Anneken Bastiaens. Met uw welnemen, dat lijkt me wel wat. Luister goed en aandachtig. Als ik deze Adam zou zijn, komen u en ik uit een illuster geslacht dat vele generaties in Den Bosch heeft gewoond. Dat knt ge natrekken in het Bossche Gemeente-archief. In 1336 was Jan van Hees schepen van Den Bosch. Jan heeft ons brieven met zijn zegel nagelaten. Hij ligt in de Sint Jan begraven. Gaat u daar maar eens kijken. Hij voerde als familiewapen drie molenijzers.
Diens zoon Jan, geboren in 1345, verkocht één van die Hoeven, De Heelwike of Heelwijk in 1371 aan de man van Elisabeth Jansdochter van Hees, waarna deze een dag later werd doorverkocht aan Dirk Ywans van Grave ten behoeve van de Bossche Tafel van de Heilige Geest. Nu denkt u, aha, we zijn weer terug in Grave, maar dat is een dwaalspoor. De boeken tonen aan dat de Bossche familie Van Hees namelijk in de 14e eeuw afkomstig was uit Heesch bij Oss, waar zij veel goederen, verschillende hoeven en landerijen bezat. Onze afkomst uit Heesch en ook onze naam zou daarmee zijn verklaard. Met Frederik, Reinier, Henry alhier aanwezig, woonachtig te Heesch, is de cirkel daarmee rond. (vanwaar overigens deze Franse namen, Frederik: het Franse garnizoen te Grave? of hebben we een verdwaalde hugenoot in de familie?
4. Anderen verbinden mij met ene Adam de Heze, ook wel als Van Hees geschreven uit 1420 uit Nijmegen. Deze Adam was daar ook al schepen. Ik laat u de zegels zien die Schepen Adam van Hees gebruikte om zijn post af te sluiten. Deze Van Hezen hebben een eeuwenlange band met Nijmegen, waarvan onze Theodorus de voortzetting is.
5. Nog weer anderen beweren niettemin bij hoog en laag dat wij afstammen van de Heren van Heeze, jawel die van het Kasteel van Heeze. Er lopen inderdaad vele Van Hezen lijnen naar dit voorname geslacht, maar er is geen enkel bewijs voor. U denkt nu misschien, dat zijn wij niet, Van Heeze. Maakt u zich over die schrijfwijze niet druk, wij waren vroeger niet zo precies, en schreven Hees op allerlei manieren en de geleerde Van Hezen zelfs in het Latijn: Hesius en ook Heescensis. Vele Van Hezen studeerden in de 16e en 17e eeuw in Leuven onder deze namen, waaronder ook menige Jan, Marten en Adamus.
6. De vroegste keer dat de naam Van Hees of ook als Van Heeze voorkomt is tussen 1200 en 1380 als het Geslacht 'Van Heeze'. Er was een Justina van Heeze-Millen, die werd geboren rond 1135. Zij had een relatie met Arnold I Heer van Heusden, zoon van Herman burggraaf van Heusden, van wie zij in ieder geval een zoon kreeg, Johan I Heer van Heusden en Schoonhoven.
7. Ach, wij hoeven niet zo dik te doen, alsof we er vanuit gaan dat we vroeger in kastelen hebben gewoond. Hoewel, onze Duits tak komt al in 1291 voor als een oud Westfaals en Rijnlands adelsgeslacht in en rond Siegen. En onze familiegeschiedenis in Nederland kent twee adellijke takken, een uit de omgeving van Maastrcht en een uit het Duitse Wesel. Gerardus Paulus Josephus heeft van de eerste een schildering van het familiewapen meegebracht.
8. Deze Duitse excursie brengt mij bij onze allervroegste aanwezigheid in de geschiedenis van ons land. De kans is groot dat wij afstammen van de mensen die ons land voor het eerst op de kaart hebben gezet, jazeker, de Bataven. Dan zijn we dus de afstammelingen van Julius Civilis, de grote leider van de Bataven, die Nijmegen heeft gesticht en in 70 na Christus in opstand kwam tegen de Romeinse overheersing. Ja, ja, wij Van Hezen hebben het niet van een vreemde, we hebben altijd wat opstandigs en eigenzinnings gehad.
Hoe komt hij aan die bewering, denkt u misschien: welnu, weet u waar de Bataven oorspronkelijk vandaan kwamen? …. Ja, inderdaad uit het Duitse Hessen, wij zijn dus Van Hessen, nee, sterker wij heten eigenlijk Van Hessen. Plukjes familie hebben zich zo'n tweeduizend jaar geleden gevestigd op plekken die naar onze Hessense wortels nu Hees (bij Nijmegen), Heeze of Heesch heten. Ja, daar staat u van te kijken, niet? Wij, de Van Hezen de grondleggers van ons vaderland.
Laat mij nog even terugkeren naar mijn eigen tijd, zo rond 1700.
Mijn eigen Eva, mijn vrouw is Petronella de Vroy, dochter van Adriaan de Vroo(m) en Lijsbet Slaats, uit Geffen, inderdaad goede voetballers daar. Maar mijn wederhelft komt dus niet uit mijn rib, nee, u, mijn nageslacht, bent met behulp van een ander lichaamsdeel via haar geschapen, als u mij deze frivoliteit toestaat.
Ik verhaalde u eerder dat u er zonder mij niet waart geweest. Maar de ware eer in dezen moet ik toch laten aan een van mijn zonen, Martinus, of Marten in de wandel. Tweemaal ontviel ons een Marten voordat hij goed en wel ter wereld was, in 1704 en 1705. Driemaal het lot tarten leek mij te veel. De zoon die Peternel in 1707 baarde noemden we daarom Joannes. Maar toen God ons in 1709 weer een zoon schonk, zou hij wederom Martinus heten. En deze Marten is de grote voortplanter van ons geslacht. Zonder hem zouden er duizenden minder Van Hezen zijn geweest, waaronder u allen hier aanwezig. Besef dat wel.
Marten trouwde drie keer, de eerste maal in 1744 op 34-jarige leeftijd met Elisabeth Schoonenbergh. Ik was toen al tien jaar dood. Nee, hij was hen niet ontrouw, althans daarvan heeft hij mij hierboven niet verhaald. Met Elisabeth kreeg hij vier kinderen, waarvan ook hun eerste twee slechts kort leefden. Maar Elisabeth stierf bij de geboorte van de vierde in haar kraambed.
In het jaar daarop trouwde hij Petronella van Haaren. Zij schonk hem zes kinderen, waarvan de eerste twee dood werden geboren. Ja, er rustte een vloek op eerstgeborenen. Peternel stierf op haar 42e. Marten was toen 48, en zocht zich een nieuwe vrouw, want er waren nog grote daden te verwekken, eh, excuses, …verrichten Op mijn 49e trouwde hij jullie betovergrootmoeder, de schone Johanna Kelders uit Vierlingsbeek, dochter van Petrus Kelders en Elisabeth Claassen.
Welnu, ik ga pogen de brug te slaan bij deze moderne tijd, toppie joppie. Marten is inmiddels 64 jaar oud. Dan wordt te Grave zijn 17e en laatste kind geboren: op 4 maart 1773, Joannes of Jan van Hees, mijn kleinzoon, jullie betbetovergrootvader. Jan overleefde, anders dan veel andere kinderen de Spaanse Griep en werkte hard als meester timmerman.
Dat zou ik bijna vergeten, ik en ook mijn zoon Marten waren meester timmerman. Marten was jarenlang de voorzitter van het Gilde van Houtverkopers, Schrijnwerkers Timmerlieden en Ladenmakers en daarom zeer gezien in Grave e.o.. Komt u de tekenen daarvan maar eens bekijken, zoals, het behalen van de Meestertitel, de toelating tot het Gilde, de verkiezing tot Deken en ook enkele rekeningen die bewaard zijn gebleven. De banken van de Elisabethkerk in Grave zullen van onze hand zijn. Tegenover de kerk, begint de Scheerestraat, het huis waar we hebben gewoond staat er nog altijd.
Jan van Hees trouwde, 24 jaar oud, met de schattige 17 jaar jonge Johanna, of Anna Marijnen, dochter van Matijs Marijnen uit Cuijk. De derde van zes kinderen was Johannes Hendrikus, dus Jan van Hees, geboren op 7 augustus 1803 in Grave. Enfin, de rest van onze familiegeschiedenis hebt gij gehoord. Deze Jan huwde in 1830 Johanna van Mierlo, waaruit op 11 augustus 1840 in Eindhoven Josephus Johannes werd geboren. Enzovoorts, enzovoorts, tot we bij u, 21e Van Hezenvolk zijn aangeland. Leest u het maar eens na.
Mijn verhaal maakt duidelijk dat het vele malen goed mis had kunnen gaan met ons geslacht. Een keer was het net op het nippertje, namelijk toen een baby betovergrootvader boven uit het raam viel in de Graafse Scheerestraat. Gelukkig was daar voor het huis een schoenlapper aan het werk die de kleine Van Hees opving in zijn lederen schort. Zo maakte deze telg en daarmee een niet onaanzienlijke tak van onze familie een zachte landing…
Welnu, ik ga terug naar het Museumplein, want ons geliefde Brabant mag niet buigen voor de heerschappij van het Hof van Holland. Vaarwel, Van Hezen, ik dank u allen voor uw aandacht en hoop u terug te zien bij een volgend samenzijn.

Getekend ende voorgedragen door Adam van Hees, Den Mispelhoef, Op Acht, den tweeden oktober 2004
Voor commentaar en aanvullingen, dan wel nieuwe informatie en theorieën: 024-3555435

tvanhees@chello.nl









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina