Oostelijk Duitsland. Berlijn



Dovnload 68.13 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte68.13 Kb.

Oostelijk Duitsland.



Berlijn.

  • Berlijn 13,4 miljoen inwoners), hoofdstad van een verenigd Duitsland, is niet meer de 'stad met de langste stadsmuur ter wereld'.

  • Op 9 november 1989 verloor de 'Antifascistische Schutzwall', zoals de Muur in het jargon van de socialistische functionarissen heette, zijn bijna 30 jarige functie   een imposant resultaat van de vredigste Duitse revolutie.

  • Berlijn is weer één, officieel althans, want een onzichtbare grens scheidt de stad nog steeds in twee delen, die qua bouwstijl, sfeer en gevoelsleven duidelijk van elkaar verschillen.

  • Terwijl het genezen van de architectonische wond die de Muur in de stad geslagen heeft een kwestie van tijd is, zal het samengroeien van de twee ideologische werelden nog veel energie en inzet vergen.

  • Ruim 40 jaar van tegengestelde ontwikkeling laten zich niet door een formele eenwording uitwissen.

  • Wie tussen de beziens­waardigheden in oost en west pendelt of gewoon door de straten zwerft, zal zich telkens met een andere wereld geconfronteerd zien.

  • Nadat Berlijn als enorme puinhoop en gedeelde stad uit WO II was voortgekomen, begon aan beide zijden de ontwikkeling tot 'grenspost van de systemen in het midden van Europa'.

  • Geprovoceerd door de overduidelijke nabijheid van het kapitalisme, stak het oostelijke stadsdeel alle energie in het streven zich als 'eerste socialistische hoofdstad op Duitse bodem' te profileren.

  • Het westelijke deel daarentegen toonde zich als 'etalage van de Vrije Wereld', waarbij uiterlijk vooral de consumptievrijheid op de voorgrond trad.

  • Zo lijkt de city van West Berlijn wel één gigantisch winkelcentrum, terwijl aan de andere kant van de voormalige muur monumentale gebouwen in de kleurloze stijl van de jaren '60 de binnenstad beheersen.

  • Aan het begin van Berlijns ontwikkeling stonden de twee van oorsprong Slavische nederzettingen Cölln en Berlin, die op naburige eilanden in de Spree lagen.

  • In het kader van de Duitse expansie naar het oosten in de tweede helft van de 12e eeuw kwamen de dorpen verder tot ontwikkeling.

  • Als 'civitas' werd Cölln voor het eerst in 1237 genoemd, Berlin kreeg zijn stadsrecht 7 jaar later.

  • Dat het 'geboortejaar' van Cölln als stichtingsdatum van het huidige Berlijn geldt, is aan Hitler te danken: hij legde in 1937 de ouderdom van Groot Berlijn op deze datum vast, om de daarmee gepaard gaande 700 jarig jubileumviering voor zijn eigen publiciteit te gebruiken.

  • Met de intrek van het huis Hohenzollern in de mark Brandenburg (1415) promoveerde Cölln Berlin tot residentie, maar de bloei was beperkt.

  • De Dertigjarige Oorlog (1618 '48) betekende voor Berlijn een periode van ontberingen.

  • Duizenden werden dakloos toen een keizerlijke minister uit angst voor een Zweedse aanval de buitenwijken liet afbranden.

  • Aan het eind van de oorlog was de bevolking gekrompen tot amper 6000 zielen, de helft van het vroegere aantal. Gelukkig was de regerende keurvorst Friedrich Withelm (de Grote Keurvorst) niet iemand die het verval van zijn hoofdstad dadenloon gadesloeg.

  • Met intelligente maatregelen zorgde de vorst voor een nieuwe opbloei van Berlijn.

  • Aan het eind van zijn 50 jarige regeringstijd was de stad groter, mooier en cultureler dan ooit, hoewel zij in vergelijking met Wenen of Parijs een provincieplaatsje bleef.

  • Een positieve invloed op de ontwikkeling van Berlijn had de geslaagde asielpolitiek van de Grote Keurvorst met name ten opzichte van de Oostenrijkse joden en de in Frankrijk vervolgde protestanten.

  • De joden brachten kapitaal, handelskennis en internationale betrekkingen, de hugenoten technische en ambachtelijke vaardigheden.

  • Door uitgekookte huwelijken en welkome erfenissen verkregen de Hohenzollern het Poolse hertogdom Pruisen (17011, waarmee hun landbezit verdubbelde.

  • Keurvorst Friedrich III van Brandenburg kroonde zich tot koning van Pruisen (Friedrich I).

  • Berlijn bleef residentiestad.

  • Talrijke nieuwe gebouwen, waaronder meesterwerken van barokke architectuur, onderstreepten de nieuwe positie van de stad en betekenden tegelijk de ruïnering van de staatsfinanciën.

  • De troonopvolging in 1713 door Friedrich Withelm I, de 'soldaten­koning', betekende het eind van de koninklijke verspilling.

  • Kunst en wetenschap beschouwde de koning als nutteloos.

  • Toen in 1740 de artistieke Friedrich II opvolgde, beleefde de hofcultuur echter een renaissance, maar het militarisme bleef bestaan, het werd zelfs tot kunst verheven.

  • Diverse oorlogen brachten Friedrich II de bijnaam 'der Große' en een aanzienlijke vergroting van zijn territorium.

  • Pruisen ontwikkelde zich tot Europese grote mogendheid, hetgeen uitdrukking vond in een representatieve verbouwing van het centrum van Berlijn (onder meer de uitbreiding van 'Unter den Linden' tot prachtboulevard).

  • Het inwonertal steeg van 81.000 naar 150.000.

  • Vanaf 1786 begon onder koning Friedrich Withelm II het tijdperk van de Verlichting in Berlijn.

  • Alles, wat binnen de Duitse intelligentsia rang en naam had, trok naar de Pruisische hoofdstad: de gebroeders Humboldt, Schlegel, Fichte en Hegel, Heine, Kleist en Lessing.

  • In joodse salons, zoals die van Henriette Herz, Rachel Levin ­Varnhagen en Dorothea Schlegel ontmoetten dichters en denkers elkaar en wisselden hun liberaal democratische ideeën uit.

  • Terwijl classicistische kerken, paleizen, museum  en theatergebouwen de glans van de Pruisische metropool onderstreepten, begon in de buitenwijken het tijdperk van de armoedige huurkazernes en achter­huizen (vooral Prenzlauer Berg en Wedding).

  • In 1847 werd de helft van de intussen 400.000 inwoners tot het proletariaat gerekend en moest 40% van de stedelijke financiën voor de verzorging van de armsten ingezet worden.

  • Toen in 1848 de revolutie uit Parijs en Wenen overwaaide, gingen ook de Berlijners de straat op.




  • De gevechten kostten 200 levens, maar de revolutie zegevierde.

  • Ruim een half jaar lang duurde de droom van een vrije, betere toekomst, maar de verschillende groeperingen konden het niet eens worden, zodat generaal Wrangel met zijn koninklijke troepen in november 1848 de kans greep en de stad bezette.

  • Opnieuw begon een periode van repressie en de na lang aandringen eindelijk geformuleerde grondwet fundeerde in wezen slechts de autocratische positie van het vorstenhuis.

  • In de tweede helft van de 19de eeuw ontwikkelde Berlijn zich, naast Parijs, tot de grootste fabriekstad van Europa.

  • Intussen had Pruisen een leidersrol binnen het Duitstalige gebied gekregen.

  • Koning Wilhelm I werd in 1871, na de Pruisische overwinning op Frankrijk, tot Duits keizer benoemd.

  • Aan zijn zijde stond Otto von Bismarck, eerste rijkskanselier en eigenlijke motor achter de politieke eenwording van Duitsland onder Pruisische hegemonie.

  • Berlijn werd hoofdstad van het keizerrijk. In 1888 begon met de zeer Pruisisch opgevoede keizer Wilhelm II het 'Wilhelminische Zeitalter', waarin Duitsland uitgroeide tot een belangrijke imperialistische staat.

  • De economische bloei van Berlijn en de snelle groei van de bevolking zorgden voor een sfeer van dynamiek en moderniteit, die het leven en de cultuur bepaalde.

  • Berlijn werd een smeltkroes van schrijvers, schilders, toneelspelers en musici.

  • Rond 1900 leefde en werkte een dozijn latere Nobelprijswinnaars in Berlijn, zoals Robert Koch, Max Planck en Albert Einstein.

  • Na de eeuwwisseling namen de politieke spanningen in Europa toe.

  • Het wantrouwen tussen de naties en de bewapeningswedloop escaleerden in WO I al snel werden de negatieve gevolgen van de oorlog voor het volk merkbaar.

  • Na een hongersnood in 1917 bestormden grote groepen Berlijners de winkels; honden en katten werden delicatessen.

  • Berlijn beleefde evenwel zijn Goldenen Zwanziger (tot aan de grote beurskrach in Wallstreet van 1929).

  • De jaren '20 begonnen echter alles behalve glanzend.

  • Als gevolg van de hoge naoorlogse herstel­betalingen ontstond een astronomische inflatie; de dollarkoers, die in 1914 nog bij 4,20 rijksmark lag, bereikte in 1922 al 7500 mark en één jaar later, op het hoogtepunt van de inflatie, zelfs 4,2 miljard.

  • Pas de invoering van de 'Rentenmark' in 1923 legde de grondslag voor een stabiele economische ontwikkeling.

  • In de volgende jaren ontstonden in Berlijn voorbeeldige buitenwijken met sociale woningen.

  • In 1929 werd de Berliner Verkehrs AG gesticht; via 92 tram , 30 bus  en 4 metrolijnen kon iedereen voor de prijs van 20 pfennig dwars door Berlijn reizen; enkele jaren later werd de S Bahn geëlektrificeerd.

  • Tegen de achtergrond van een tot dusver nooit gekende vrijheid en openheid (Weimarer Republik) ontwikkelde Berlijn zich tot een Europese cultuurmetropool.

  • Met name het gebied rond de Kurfürstendamm werd een middelpunt van het metropolitische nachtleven; cafés, bioscopen, dansbars en kunstenaarskroegen schoten als paddestoelen uit de grond. Kunst, cultuur en 'Zeitgeist' beheersten de metropool aan de Spree.

  • Uit deze tijd behouden gebleven is het continu geopende amusementsbedrijf: in tegenstelling tot alle andere Duitse steden kent Berlijn geen wettelijk sluitingsuur voor de horeca.




  • De beurskrach leidde ook in Berlijn een nieuwe periode in: het tijdperk van fascistische onderdrukking en expansie.

  • In het begin had Hitler grote moeite met het felle, hectische Berlijn, vooral met de legendarisch scherpe tong van zijn inwoners.

  • Deze antipathie rustte op wederkerigheid.

  • De Oostenrijkse redenaar, die zijn carrière aan de kroegen van München te danken had, was in Berlijn niet geliefd, alleen al vanwege zijn gebrek aan humor.

  • Maar Hitler wist dat de weg naar de macht slechts via de rijkshoofdstad kon gaan.

  • Daarom stuurde hij in 1926 zijn beste agitator, Joseph Goebbels, naar de Spree om Berlijn te veroveren.

  • Goebbels concentreerde zijn propagandaveldtochten vooral op de 'rodé arbeiderswijken Wedding, Neukölln, Kreuzberg en Friedrichshain.

  • Overvallen op politieke tegenstanders en bloedige vechtpartijen hoorden tot de orde van de dag, desondanks kregen de nazi's bij de gemeenteraads verkiezingen in 1929 niet meer dan 13 van de in totaal 225 zetels.

  • Intussen had de 'zwarte vrijdag' aan de beurs van New York echter een wereldwijde economische crisis op gang gebracht, met alle gevolgen van dien.

  • In 1931 leefden in Berlijn 600.000 mensen van een magere werklozenuitkering.

  • Steeds meer mensen zetten hun hoop nu op de vermeende redder Adolf Hitler, hoewel Berlijn een progressief bolwerk bleef.

  • Op 30 januari 1933 volgde Hitlers benoeming tot rijkskanselier.

  • Een reusachtige fakkeloptocht door de Brandenburger Tor en langs de Reichskanzlei onderstreepte deze gebeurtenis.

  • Op 5 maart 1933 zouden nieuwe verkiezingen voor de 'Reichstag' gehouden worden, maar één week ervoor, op 27 februari, stond het rijksdaggebouw in vlammen.

  • Onduidelijk is ook nu nog, wie dit vuur legde: de nazi's zelf of de Nederlandse anarchist Marinus van der Lubbe, die in opdracht van de communistische partij gehandeld zou hebben.

  • Hoe dan ook, het was een welkom voorwendsel om met de bloedige terreur tegen de linkse oppositie te beginnen.

  • De communistische partij werd verboden, haar leider Ernst Thälmann gevangen genomen en vermoord.

  • Ondanks alle maatregelen en campagnes bereikten de nazi's de absolute meerderheid in de Reichstag echter pas nadat zij de communistische mandaten voor ongeldig verklaard hadden.

  • Op 23 maart 1933 werd de democratische grondwet buiten werking gesteld.

  • Hitler kreeg dictatoriale volmachten en de holocaust begon.

  • Op 1 april eisten SA mannen tijdens een optocht de boycot van de joden, een maand later werden de vakbondsgebouwen bestormd; in en rond Berlijn richtten de nazi's concentratiekampen op al met al

  • namen zij in het eerste regeringsjaar van Hitler 150.000 mensen om politieke redenen gevangen en bouwden meer dan honderd KZ's).

  • Met de exodus van de Duits joodse cultuurelite verloor Berlijn ook zijn internationale aantrekkingskracht.

  • De beruchte boekverbranding op 10 mei 1933 (20.000 boeken) was een teken aan de wand.

  • De zomer van 1936 bracht een kortstondige verlichting voor de Berlijners.

  • Met een perfecte organisatie en festiviteiten tot diep in de nacht wilde het naziregime tijdens de 11de Olympische Zomerspelen de wereldopinie positief beïnvloeden.

  • Borden met het opschrift 'Voor joden verboden', die sinds het afkondigen van de Nürnberger Gesetze (1935) tot het gewone leven behoorden, verdwenen voor enkele weken uit het straatbeeld.

  • Maar de schijnbare vrede vond zijn gruwelijk eind in de nacht van 10/11 november 1938: de 'Kristal nacht'.

  • Zij mondde uit in een orgie van verwoesting, gericht tegen joodse winkels, huizen en synagogen.

  • Met het begin van de reeds lang voorbereide WO II groef het naziregime uiteindelijk zijn eigen graf.

  • Ook met de droom van 'Germania' (zo wilde Hitler zijn rijks­ hoofdstad noemen) was het snel afgelopen.

  • In de zomer van 1940 startte de Royal Air Force het eerste bombardement op Berlijn en in de winter van 1943 '44 begon de 'Battle of Berlin'.

  • Met 9111 vliegtuigen opende de RAF in 16 vernietigende nachtaanvallen een offensief dat zich tegen het eind van de oorlog uitbreidde tot een non stop bombardement.

  • Uit deze periode stamt één van de meest sarcastische vormen van de Berlijnse humor, namelijk de gevleugelde zin: "Wer jetzt noch lebt, is selba schuld   Bomben Sind jenuch jefallen!" (Wie nu nog leeft, is er zelf schuldig aan – bommen zijn er genoeg gevallen!).

  • De Duitse hoofdstad werd letterlijk bedolven onder het geweld van ruim 45.000 ton bommen. Daarnaast begon met één daverende knal uit 20.000 lopen het Russische leger in de nacht van 15 op 16 april 1945 aan de Oder de slag om Berlijn.

  • Tien dagen later sloot zich de ring om de hoofdstad en op 29 april volgde vanuit drie richtingen de aanval op de 'Führerbunker'.

  • Eén dag later beging Hitler samen met zijn geliefde Eva Braun zelfmoord.

  • In de week daarop ondertekende generaal­veldmaarschalk Wilhelm Keitel de onvoorwaardelijke capitulatie van Duitsland.

  • De gevolgen van de slag om Berlijn spreken voor zich: meer dan 80.000 gesneuvelde inwoners en 75 miljoen m³ puin (dat is 1/7 van al het puin in Duitsland).

  • De eens zo trotse metropool was veranderd in een maanlandschap.

  • Er waren experts, die aanraadden de restanten maar aan hun lot over te laten en Berlijn op een andere plaats te herbouwen.

  • Ruim 50.000 gebouwen waren met de grond gelijk gemaakt, 23.000 onherstelbaar vernield.

  • Elektriciteit en gas behoorden tot het verleden; terwijl de metrotunnels onder water stonden, ontbrak het kostbare vocht in de huizen.

  • Ratten  en insekten plagen, hongersnood en ziektes grepen om zich heen en eisten van de ruim 2 miljoen overgebleven Berlijners (voorheen 4,3 miljoen) steeds nieuwe slachtoffers.

  • De hoofdbezigheid werd het 'organisieren': het regelen van levensmiddelen, Amerikaanse sigaretten en reparatiemateriaal op de zwarte markt.

  • Een begin met de opbouw van Berlijn maakten de legendarische 'Trümmerfrauen'.

  • Voor een weekloon van 28 DM veegden deze vrouwen de scherven van het Duizendjarige Rijk bij elkaar, verzamelden nog bruikbare stenen uit de ruïnes en verlosten met een onvermoeibaar uithoudingsvermogen de stad van het puin.

  • Honderdvijfentwintig stenen per uur, duizend per dag   dat was de vereiste limiet om in aanmerking te komen voor een levensmid­delenkaart.

  • De over de stad verspreide 'Trümmerberge' geven nu nog steeds een imponerende indruk van de prestatie die door deze Berlijnse vrouwen werd geleverd.

  • Zo is de 78 m hoge heuvel in het Volkspark Friedrichshain   in de volksmond 'Mont Klamott' genoemd ('Klamotte' is Berlijns slang voor 'steenbrok')   ontstaan uit het puin van de omliggende woonwijken.

  • Ook de hoogste heuvel van Berlijn, de Teufelsberg (120 m), is geen product van Moeder Natuur.




  • Terwijl de Berlijners in het puin groeven, werd op hoger niveau over het lot van de stad beslist.

  • Basis hiervoor was het Londense protocol van 12 april 1944, waarin de geallieerden al van tevoren de deling van Duitsland en het bezettingstatuut voor Groot Berlijn hadden geregeld.

  • In de zomer van 1945 beraadslaagden de Grote Drie, de Britse premier Attlee, de Sovjetleider Stalin en de president van de VS Truman over de toekomst van Duitsland; in het 'Potsdamer Abkommen' legden zij de volledige demilitarisatie en denazificatie vast, verder de plicht tot herstelbetalingen en de opbouw van een nieuw bestuur met democratisch karakter.

  • In Berlijn regeerden voortaan de geallieerde stadscommandanten; essentieel was dat alle besluiten eenstemmig werden genomen   of helemaal niet.

  • De grenzen tussen de verschillende sectoren hadden in het begin , geen betekenis voor de Berlijners die zich in de hele stad vrij mochten bewegen.

  • Na de eerste (en voor lange tijd laatste) democratische verkiezingen in het ongedeelde Berlijn begonnen de tegenstrijdigheden tussen de westelijke interessen en het Russische bestuur echter steeds meer op de voorgrond te treden.

  • Ondanks de verkiezingsuitslag, waarbij de sociaal-democratische partij het merendeel van de stemmen kreeg (wat ook als een besluit van de bevolking voor een westelijk georiënteerde toekomst geïnterpreteerd kon worden), richtte de Sovjetunie in 'haar' sector alle energie op een communistisch gekleurde ontwikkeling.

  • Het conflict escaleerde toen de westelijke geallieerden op een conferentie in Londen besloten gezamenlijke stappen voor de economische heropbouw in 'hun' zones te ondernemen.

  • Rusland interpreteerde dit als een schending van het Potsdamer Abkommen en zegde de samenwerking op.

  • Met de integratie van de drie westelijke sectoren in de monetaire unie van West Duitsland was voor Moskou 'de maat vol'.

  • Op 24 juni 1948 sloot het Sovjetleger alle toegangswegen naar het westen af.

  • Ruim twee miljoen mensen zaten plotseling zonder stroom, met een levensmiddelenvoorraad die nog geen anderhalve maand zou reiken.

  • Het was, zoals de toenmalige Amerikaanse militaire gouverneur Clay later schreef, "één van de bruutste pogingen in de nieuwere Russische geschiedenis, om een massale uithongering als politiek drukmiddel te benutten".

  • Maar Clay nam de uitdaging aan.

  • Met grote spoed werd een luchtbrug georganiseerd, de volgende dag al landde het eerste Amerikaanse transportvliegtuig op de luchthaven Tempelhof.

  • In totaal 277.264 keer vlogen de 'Rosinenbomber' binnen de 11 maanden durende blokkade naar Berlijn en brachten bijna twee ton levensnoodzakelijke goederen in de stad.

  • Op 12 mei 1949, na een geheime onderhandeling in New York, werd de blokkade opgeheven.

  • Vanaf 7 september 1949, de dag waarop de BRD met haar (voorlopige) hoofdstad Bonn in het leven werd geroepen, was de scheuring van Duitsland en Berlijn niet meer te vermijden.

  • Op 9 oktober 1949 constitueerde zich in Oost Berlijn de Duitse Democratische Republiek.

  • Dat Oost Berlijn tegelijkertijd tot hoofd­ en regeringsstad van de DDR werd benoemd, vormde een volkenrechtelijk niet te rechtvaardigen stap, die door de westelijke geallieerden dan ook nooit erkend, maar terwille van de vrede de facto geaccepteerd werd.

  • Voor West Berlijn bleef de geallieerde status tot op de dag van de Duitse hereniging geldig.

  • Weliswaar legden de grondwet van West Berlijn en die van de Bondsrepubliek het gebied van Groot Berlijn theoretisch als een Duitse deelstaat vast, maar daartegen maakten de geallieerden bezwaar.

  • In de praktijk werd Berlijn zo doende 'gestuurd' door de 'Allied Komman­datura', die in feite onbeperkte volmachten had en niet aan parlementaire controle onderhevig was.

  • Naar schatting werden door de geallieerden 6000 rechtsvoorschriften in de vorm van wetten, bevelen en verordeningen afgekondigd; al deze besluiten waren voor Duitse rechtbanken onaanvechtbaar.

  • In feite konden de stadscommandanten volgens het militaire bezettingsrecht in Berlijn alles doen wat zij wilden of voor noodzakelijk hielden, onder meer het brief  en telefoonverkeer controleren, ongewenste kranten verbieden, zelfs willekeurig mensen zonder een rechterlijk besluit op straat arresteren.

  • Pas in 1989 werd de doodstraf voor 'strafbare handelingen tegen de bezettingsmacht' opgeheven en de legitimatiebewijzen van de Westberlijners hebben pas sinds het terugkrijgen van de Duitse soevereiniteit in 1990 geen voorlopige status meer.

  • De economische ontwikkeling van beide delen kwam na WO II slechts moeizaam op gang.

  • In het westelijke deel hadden de naweeën van de blokkade en de lange aanvoerwegen door de geïsoleerde ligging een remmende werking.

  • Weliswaar hielpen de VS en in toenemende mate ook de Bondsrepubliek met financiële middelen, maar tegelijkertijd raakte West Berlijn steeds meer geïsoleerd van het oostelijke stadsdeel en de omliggende DDR.

  • In 1952 sloten de Oost-Duitse autoriteiten het telefoonnet af, één jaar later werden de tram  en de busverbindingen tussen oost en west verbroken.

  • In deze kritieke fase viel de volksopstand van 17 juni 1953.

  • Aanleiding hiervoor was een besluit van de Oost-Duitse regering over een verhoging van de arbeidsnormen bij gelijk­blijvende lonen.

  • De toch al groeiende ontevredenheid over de gebrekkige levensvoorwaarden in het oosten escaleerde door deze psychologisch onzinnige en tactloze verordening in een golf van protest en stakingen, die zich vanuit Berlijn razendsnel over de hele DDR uitbreidde.

  • Arbeiders gingen de straat op, eisten de intrekking van de verordening, vrije verkiezingen en de afschaffing van de sectorgrenzen.

  • Oostberlijnse demonstranten haalden de rode vlag van de Brandenburger Tor, scheurden haar in flarden en hezen in plaats daarvan de zwart rood gouden vaan van de BRD.

  • De staatsmacht reageerde zoals het een dictatuur past: de Sovjetrussische stadscommandant kondigde de staat van beleg af; politieagenten sloten de sectorgrenzen en Russische tanks walsten de opstand in de straten letterlijk neer, waarbij volgens officiële DDR berichten 23 mensen de dood vonden.




  • West Berlijn raakte tijdens het verloop van de Koude Oorlog steeds meer geïsoleerd.

  • Deze 'gettopositie' en het daarmee verbonden gebrek aan groene recreatiemogelijkheden weerhield vooral jonge gezinnen ervan om zich blijvend in West Berlijn te vestigen.

  • Het valt te begrijpen dat de toestroom van jonge, hooggekwalificeerde mensen uit het oosten van de stad uiterst welkom was.

  • Gelokt door vollere etalages, hogere lonen en de veelgeprezen vrijheid van het 'gouden westen', zette in de jaren '50 een ware volksverhuizing in.

  • In 1961 was al één op de 9 DDR burgers naar het westen geëmigreerd.

  • Daarbij kwamen de ongeveer 55.000 pendelaars, die dagelijks tussen de werkplaats in West Berlijn en de woning in het oosten heen en weer reisden   hoewel in Oost Berlijn bijna evenveel vacatures openstonden.

  • De DDR dreigde leeg te bloeden.

  • In talrijke landbouwbedrijven rotte de oogst op de akkers weg, belangrijke opdrachten konden niet worden uitgevoerd  voor de Oost-Duitse economie betekende het jaarlijks 3 miljard verlies.

  • Tegelijkertijd eiste de Sovjetunie hoge herstelbetalingen, die lang niet door de productiviteit gecompenseerd konden worden.

  • De spanning bereikte een hoogtepunt, nadat Sovjetpremier Nikita Chroesjtsjov en de Amerikaanse president John F. Kennedy de topconferentie van 1961 in Wenen als onverbiddelijke tegenstanders verlaten hadden.

  • Daarna stroomden nogmaals 30.000 DDR burgers naar het Westen.

  • Op 3 augustus 1961 nodigde Chroesjtsjov de DDR regeringsleider Ulbricht en partijleiders van de Warschaupactstaten naar Moskou uit, als reactie op de demonstratief door Kennedy afgekondigde garanties voor West Berlijn.

  • Chroesjtsjov stelde voor de grens tussen Oost  en West Berlijn in een 'DDR staatsgrens' te veranderen.

  • In de nacht van 12 op 13 augustus 1961 werd dit voorstel wel heel letterlijk uitgevoerd.

  • In het dagelijks leven drukte de Muur zwaar op de schouders van de Berlijners.

  • Nu de Duitsers uit de droom van een ongedeelde metropool in een ongedeeld Duitsland ontwaakt waren, verloor de stad een groot deel van haar aantrekkingskracht.

  • Mode werd voortaan in München gemaakt, boekuitgevers verhuisden naar Hamburg, de eens zo vooruitstrevende Berlijnse filmindustrie verzonk in de vergetelheid.

  • Talrijke ondernemingen vertrokken naar de Bondsrepubliek of vestigden tenminste hun hoofdkantoren in steden als Frankfurt, München en Hannover.

  • Pas de protestbeweging van de late jaren '60 redde de stad van het provincialisme.

  • Uit de grote hoeveelheid groeperingen met afwijkende ideeën ontstond de nieuwe 'scèné




  • Het begin van de jaren '70 bracht tevens een internationale koersverandering.

  • De twee supermogendheden begonnen over ontspanning en ontwapening te praten en bondskanselier Willy Brandt streefde de erkenning van de DDR als een 'tweede Duitse staat' na.

  • Op 3 september 1971 werd het 'Viermächte Abkommen' ondertekend, dat weliswaar geen nieuwe regelingen voor de status quo van Berlijn bracht, maar wel verlichting in het reisverkeer tussen Oost­en West Berlijn.

  • Het telefoonnet tussen de twee stadsdelen werd hersteld en met de uitwisseling van 'permanente vertegen­woordigers' tussen Bonn en Oost Berlijn normaliseerden zich ook de relaties tussen BRD en DDR.

  • Berlijn verdween uit de kopregels van de boulevardpers  tot de Oost-Duitse 'Wende' in 1989 voor nieuwe sensatie zorgde.

  • Op de avond van 9 november viel de Muur, waarvan regeringsleider Honecker nog maar kort tevoren had beweerd dat hij ook na 100 jaar nog zou staan.

  • Twee maanden later werd ook de Brandenburger Tor, symbool zowel van het historische als van het gedeelde Berlijn, weer geopend.

  • Het verdwijnen van politieke grenzen betekent echter nog geen werkelijke eenheid.

  • De gespleten ontwikkeling bracht niet alleen twee ideologieën, twee stadswapens, officiële vlaggen en stadhuizen met regeringsfunctie voort, om maar te zwijgen over de universiteitstweeling, de dubbele kunstacademie, de twee opera's en de dierentuinen, in feite ontstonden er twee volledig verschillende steden met dezelfde naam.

  • Er zal, zoals bondspresident Richard von Weizsäcker formuleerde, "samengroeien wat samen hoort", maar dat gaat niet van de ene dag op de andere.




  • Tegenwoordig bestaat Berlijn uit 23 districten, waarvan er 6 tot de historische kern behoren: Friedrichshain, Kreuzberg, Mitte, Prenz­lauer Berg, Tiergarten en Wedding.

  • Zeven eens onafhankelijke steden   Charlottenburg, Lichtenberg, Neukölln (het voormalige Rixdorf), Schöneberg, Spandau en Wilmersdorf werden in 1920 bij Berlijn gevoegd.

  • Zeven andere districten ontstonden uit 59 omliggende gemeenten en 27 landgoederen (Pankow, Reinicken­dorf, Steglitz, Tempelhof, Treptow, Weißensee en Zehlendorf).

  • Uit de tijd van de DDR stammen de nieuwbouwdistricten Hohen­schönhausen, Hellersdorf en Marzahn, saaie satellietsteden in systeembouw met een schrijnend tekort aan recreatieve voorzieningen.

  • Het lijkt erop dat deze betonwoestijnen met opzet ontworpen werden om de bewoners van sociale activiteiten te weerhouden.

  • Hier werd in slechts één levensbehoefte voorzien (namelijk het 'dak boven het hoofd'), waarbij de betekenis van 'wohnhaft' (woonachtig) in 'Wohn Haft' (woon hechtenis) evolueerde.

  • Door hoge werkloosheid en toenemende onzekerheid dreigen deze wijken nu tot sociale probleemgevallen te worden.

  • Jongeren vinden er nauwelijks mogelijkheden om hun vrije tijd te besteden en de voor Berlijn elders zo typische 'Kiez' sfeer (het oer­ Berlijnse samenhorigheidsgevoel dat de bewoners van een wijk verbindt) ontbreekt er volledig.

  • Omdat een stad als Berlijn met 3,4 miljoen inwoners op 883 km² niet centraal te besturen valt, fungeren de 23 'Bezirke' als zelfstandige administratieve eenheden met eigen burgemeesters.

  • Voor de aangelegenheden van een district zijn de 'Bezirksämter' verantwoor­delijk, die in overeenstemming met de regerende burgemeester van Groot Berlijn handelen.

  • Volgens de Duitse grondwet is Berlijn nu een Duitse deelstaat en tegelijk een stad.

  • Dat wil zeggen: net als Bremen en Hamburg functioneert Berlijn als een democratisch geregeerde stad met de rechtspositie van een deelstaat.

  • De wetgevende instantie is het 'Abgeordnetenhaus', een door de Berlijnse burgers gekozen parlement.

  • Deze volksvertegenwoordigers kiezen ook de regerende burgemeester (vergelijkbaar met de minister president van een deelstaat), de vervangende burgemeester en de 16 senatoren (die in hun functie overeenstemmen met de ministers van een deelstaat).

  • Geografisch gezien ligt Berlijn centraal in het nieuwe, ongedeelde Europa, in het hart van de mark Brandenburg.

  • De stad, aan de rand van een Pleistoceen oerstroomdal gelegen, bezit slechts onbetekenende verheffingen, zoals de Müggelberge (115 m) de Navelberg (97 m) en de Karlsberg (79 m).

  • Daarbij komen enkele kunstmatige heuvels: de 'Trümmerberge' uit oorlogspuin.

  • Qua oppervlakte en inwonertal is Berlijn de grootste stad van Duitsland; Frankfurt, München en Stuttgart zouden samen in Berlijn passen.

  • Meer dan een vijfde van de 883,2 km² stadsgebied wordt ingenomen door bos en aangelegd groen, zodat statistisch gezien elke Berlijner 41 m² groenvoorziening ter beschikking staat.

  • De spreekwoordelijke 'Berliner Luft' vindt daarin zijn verklaring, hoewel het regelmatig terugkerende smogalarm er een volledig andere betekenis aan gegeven heeft.








Samengesteld door: BusTic.nl







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina