Oostenrijk: Karintië, Stiermarken & Oost Tirol. Geschiedenis van Oostenrijk



Dovnload 94.82 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte94.82 Kb.

Oostenrijk: Karintië, Stiermarken & Oost Tirol.



Geschiedenis van Oostenrijk.

  • Hieronder wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis van Oostenrijk dat als een paraplu dient voor die van de Bundesländer.

  • Gedetailleerde of van het algemene beeld afwijkende informatie vindt u in de geschiedenisparagrafen die verderop in dit hoofdstuk aan deze aparte Bundesländer zijn gewijd.

  • Ostarrichi (ostar = oostelijk, richi = land) waarvan de naam Österreich en Oostenrijk is afgeleid, kwam voor het eerst voor in een keizerlijke oorkonde uit 996.

  • Het sloeg toen op een zeer klein deel van het huidige Bundesland Niederösterreich.

  • In de loop der eeuwen is de term Ostarrichi (in het toen zeer gangbare Latijn: Austria) de aanduiding geweest voor een gebied dat sterk in omvang varieerde en een wisselende politieke betekenis kende, maar dat het historische kerngebied van de huidige staat Oostenrijk was.


Vroege periode.

  • De eerste sporen van menselijke bewoning in deze Alpenstreek dateren van zo'n 20.000 jaar geleden uit het Laat Paleolithicum (Oude Steentijd) dat samenviel met de uitlopers van de laatste ijstijd.

  • Deze mensen leefden in holen en lemen hutten, voorzagen in hun onderhoud door jacht en veeteelt en vertrokken weer als een koudegolf hun het leven onmogelijk maakte.

  • Van deze oermensen is niet veel te achterhalen, al getuigen rotstekeningen in het Totesgebirge en de 'Venus van Willendorf' uit Niederösterreich  een beroemd exemplaar van de vrouwenbeeldjes van de vruchtbaarheidscultus van hun aanwezigheid.

  • Door een nieuwe depressie trokken rond 1000 v. Chr. Illyriërs vanuit de Adriatische kuststreek het gebied binnen.

  • Zij bedreven de veeteelt, maar ontdekten alras dat dit Alpengebied rijk was aan ijzer, koper, goud en zout en dat de mijnbouw meer Winst opleverde.

  • Een iets latere volksverhuizing bracht de Kelten uit West Europa; onder hen zijn stammen als de Norisci, Taurisci en de Breonen te onderscheiden.

  • Beide volksstammen kenden een vreedzame samensmelting zodat meestal gesproken wordt van een Illyrisch Keltisch tijdperk.

  • In deze periode ontwikkelden zich twee culturen: de Hallstatt cultuur (800   450 v. Chr.) waarbij voor het eerst de bewerking van ijzer plaats vond en die centra had in Hallstatt (Salzkammergut), Frög (Karinthië) en op de Burgstallkogel en in Strettweg bei Judenburg (Stiermarken) en als tweede de La Tène cultuur (450  50 v. Chr.) waarbij de Oosterse invloed van de Grieken en Scythen merkbaar is.

  • Deze volksstammen zijn verantwoordelijk voor de eerste staatsvorm op Oostenrijks grondgebied.

  • In de 2de eeuw v.Chr. omvatte hun koninkrijk Noricum ruwweg het gebied tussen Passau en de Hongaarse laagvlakte.

  • Waar Noreia, de hoofdstad, heeft gelegen is nog omstreden.

  • Een archeologische vindplaats bij Hüttenberg komt het meest in aanmerking.

  • De Romeinen werden aangetrokken door het 'Norische ijzer' en op de eerst vreedzame penetratie, waarbij handel voorop stond, volgde in de 1e eeuw v. Chr. de annexatie.

  • De Romeinen verlegden hiermee de noordgrens van hun rijk tot bij de Donau.

  • Getrouw hun hang naar ordelijkheid werd het gebied in drie provincies opgedeeld: Rhaetia (van het meer van Genève tot Kufstein), Noricum (tot het Weense Bekken) en Pannonia (tot aan Boedapest). Zij ontsloten het gebied door de aanleg van wegen (oude weg onder de Grossglockner Hochalpenstrasse), stichtten grensposten en handelsnederzettingen, ordenden de rechtspraak en intensiveerden de mijnbouw.

  • Romeinse vestigingen waren Vindobona (Wenen), Juvavum (Salzburg), Ovilava (Weis), Virunum (bij Klagenfurth Teurnia (bij Spittal an der Drau) en Flavia Solva (bij Leibnitzl.

  • In de 3de en de 4de eeuw stimuleerde het Romeinse patriarchaat Aquileja de kerstening van de noordelijker gelegen gebieden en maakte Virunum en Teurnia tot bisschopszetels.


Middeleeuwen.

  • Gedurende de zogenaamde Grote Volksverhuizingen in de 5de en de 6de eeuw ging het Westromeinse Rijk ten onder. Hunnen, Ostrogoten, Longobarden en andere Germaanse stammen overstroomden de Alpenstreek.

  • De Kelto Romanen trokken zich terug in de meer afgelegen gebieden. Een laatste   maar zeer beslissende   golf bracht de Bajuwaren (uit Beieren) in het westen en de Slaven in het midden en oosten binnen de grenzen.

  • Vanuit Beieren werd de kolonisatie en de daarmee hand in hand gaande kerstening krachtig uitgevoerd; ook, de Slaven moesten er aan geloven.

  • Eén van de eerste successen van de Beierse missionarissen was het bisdom Salzburg, dat in 798 tot aartsbisdom werd verheven.

  • Door schenkingen kon dit aartsbisdom in de loop van de tijd een aanzienlijk territorium bestrijken.

  • Kloosters werden gesticht, kerken gebouwd en missionarissen werden naar alle uithoeken gezonden om de heidenen te bekeren.

  • Inmiddels was het gebied tot aan de Adriatische Zee opgenomen in het Karolingische Rijk(tot 843) en opgedeeld in marken (provincies).

  • Karel de Grote bepaalde in 811 dat de rivier de Drau de scheidslijn was tussen de machtsgebieden van het aartsbisdom Salzburg en het patriarchaat van Aquileja, zodat het grootste deel van de hier beschreven gebieden onder de kerkprovincie Salzburg ressorteerde.

  • Aan het eind van de 9de eeuw viel het Karolingische Rijk uiteen in het West  en Oostfrankische Rijk.

  • Dit laatste rijk moest nog met één vijand afrekenen voordat er in eniger mate van stabiliteit sprake kon zijn.

  • Deze vijand, de Magyaren (Hongaren), werden verpletterd door koning Otto I in 955 op het Lechfeld bij Augsburg, waarna zij terugkeerden naar de Pannonische (= Hongaarse) laagvlakte om zich daar definitief te vestigen.

  • Vanaf de 10de eeuw is het lot van Oostenrijk verbonden geweest met dat van het Oostfrankische Rijk of zoals het ook wel genoemd wordt het Heilige Roomse Rijk (962), in de ogen van zijn heersers de rechtstreekse opvolger van het alom bewonderde Romeinse Rijk.

  • Aan het hoofd van dit 'Tweede Rijk' stond een koning of keizer.




  • Het rijk was te groot om geregeerd te worden door één persoon.

  • Aanvankelijk stelden de keizers bisschoppen op bestuurlijke functies aan of beleenden ze met graafschappen (Het Ottoonse stelsel).

  • Het grote voordeel van dit sijsteem was dat deze geestelijken door het celibaat geen legale nakomelingen konden produceren, zodat de gebieden terugvielen aan de keizer.

  • Ook werden delen van het rijk in leen gegeven aan hertogen, graven en kloosters waarmee de feodaliteit (het leenstelsel) zijn intrede deed.

  • Voor het afleggen van de eed van trouw aan de koning, de plicht dienst te nemen in het koninklijke leger of het betalen van een afkoopsom kregen deze leenmannen naast landerijen bepaalde privileges: de rechtspraak in hun territorium, tolrecht en marktrecht, maar ook wel de erfelijkheid van hun leen.

  • Op hun beurt konden deze leenmannen weer leenheer worden door delen van hun gebied weer te belenen aan hen ondergeschikte leenmannen, waarop een leenpiramide ontstond.

  • Dat de koning of keizer van het Heilige Roomse Rijk hierdoor zijn greep op het rijk stelselmatig kwijtraakte is duidelijk, maar een andere keus had hij niet.

  • Voor de paus was de benoeming van bisschoppen door de keizer een doorn in het oog.

  • Het prestigeduel over 'wie heeft het recht wie te benoemen': de investituurstrijd die hierop uitbrak, werd door de paus gewonnen.

  • Door de bepalingen van het Concordaat van Worms (1122) werd de keizer het recht ontnomen de bisschoppen te benoemen.

  • Dit teloorgaan van de machtsbasis vergrootte de lappendeken van landsheerlijke staatjes.

  • Een ander aspect dat de machteloosheid van de koning illustreert, is het feit dat de erfelijkheid van de koningskroon niet vast lag.

  • Het gebeurde wel dat een koning de opvolging door zijn erfgenamen regelde, maar de verplichte erkenning door anderen hield de mogelijkheid van een andere keuze altijd open.

  • Een kiescollege van machtige vorsten met eigen bezit was hiervoor verantwoordelijk.

  • De landgoederen werden bewerkt door boeren, die geen vrije status bezaten maar horigen (lijfeigenen) van hun leenheer waren.

  • De leenheer beschermde hen in ruil voor een deel van de opbrengst.

  • In de 12de en de 13de eeuw kwam naast de adel, de geestelijkheid en de boeren een nieuwe stand op, de vrije burgerij in de steden, die haar rijkdom haalde uit de handel.


Ostarrichi.

  • In 996 verschijnt voor het eerst de naam Ostarríchi in een keizerlijke oorkonde.

  • Deze term sloeg op een deel van Niederösterreich, het gebied rondom St. Pölten.

  • Heersers en leenmannen van dit qua omvang kleine gebied waren de leden van het geslacht Babenberg.

  • Hun oorsprong lag in Bamberg in Beieren.

  • Gestaag breidde dit geslacht zijn territorium uit naar het westen en oosten door veroveringen op Beieren en op de Hongaren.

  • De residentie werd steeds oostelijker gelegd; het begon in Pöchlarn en het eindigde in Wenen.

  • Zij gaven de aanzet tot de wereldstad die Wenen later zou worden.

  • Dat Wenen op de route van de kruisvaarders (sinds 10961 naar Constantinopel lag, zal hiertoe mede hebben bijgedragen.

  • Pogingen van de Babenbergers om Wenen tot bisschopszetel te verheffen, zijn mislukt.

  • Hun hof werd een cultureel centrum en hun geestelijk erfgoed bestond uit de stichting van de kloosters Kremsmünster, St. Florian, Melk, Klosterneuburg en Heiligenkreuz.

  • Aan hun steun aan de winnaar van de machtsstrijd tussen de twee Duitse kampen van de Welfen (Saksen) en de Staufen (Zwaben) om de koninklijke waardigheid dankten de Babenbergers in 1156 de hertogstitel.

  • De Babenbergers waren de eersten die het belang van het sluiten van erfverdragen en het uithuwelijken van hun dochters inzagen.

  • Naast het gegeven dat hun gebied de kern vormde van het latere Habsburgse Rijk waren zij dus ook in dat opzicht de waardige voorlopers van de Habsburgers.

  • In 1192 verwierf het geslacht door zo'n erfverdrag het hertogdom Steiermark (Stiermarken).

  • Op het hoogtepunt van hun macht werd de continuiteit en de uitbouw doorbroken doordat Friedrich II van Babenberg in 1246 kinderloos overleed.

  • Dit tijdstip was nogal ongelukkig omdat op dat moment de keizerskroon van het Heilige Roomse Rijk ook vacant was (het Interregnum 1254 1273).




  • De andere gebieden in Oostenrijk waren geen niemandsland, maar geen van de 'staatjes' heeft de status van 'Ostarrichi' kunnen bereiken.

  • Het hertogdom Karinthië (976) was groter dan Ostarrichi.

  • Op het hoogtepunt omvatte het Oost Tirol, delen van Stiermarken en Niederösterreich en vlekken in Italië (Frioul en Verona).

  • De elkaar opvolgende geslachten van de Eppensteiners en de Spanheimers konden hun macht niet continueren en uitbouwen en het hertogdom raakte doorlopend gebied kwijt.

  • Het hertogdom Stiermarken (1180) lag aan de periferie van het rijk en had veel te lijden van aanvallen uit het oosten (Hongaren), wat de ontwikkeling vertraagde.

  • Tirol (zonder Oost Tirol) lag in de invloedssfeer van de bisdommen Brixen en het klooster Innichen en kwam pas in de 13de eeuw onder één heerser.

  • Krain (nu Joegoslavië) behoorde afwisselend tot het hertogdom Karinthië en tot het patriarchaat Aquileja.

  • De invloed van het aartsbisdom Salzburg was redelijk groot, vooral omdat het een aantal suffragaan bisdommen (redelijk zelfstandig maar onderdeel van de kerkprovincie) als het Beierse Passau (8ste eeuw), Brixen (990), Gurk (1072), Seckau (1218) en Lavant (1228) en vele kloosters bezat.

  • Het aanzien van de 'Duitse' aartsbisdommen heeft Salzburg echter niet bereikt.


Habsburg.

  • Gedurende 27 jaar  het Oostenrijkse Interregnum   werd er gestreden om de erfopvolging van de Babenbergers.

  • In eerste instantie probeerden twee koningen dit machtsvacuüm op te vullen: Ottokar II van Bohemen en Bela IV van Hongarije.

  • De laatste heeft deze concurrentieslag niet lang volgehouden.

  • Ottokar II trouwde in 1251 met de koningin moeder Margaretha van Babenberg en meende hiermee zijn aanspraken veilig gesteld te hebben.

  • De boeren en de burgerij sympathiseerden met hem maar de adel kwam in opstand nadat hij Boheemse vertrouwelingen op bestuurlijke functies aanstelde.

  • In 1260 veroverde hij Stiermarken op de Hongaren en werd in 1269 de erfopvolger van de zonder kinderen gestorven hertog van Karinthië.

  • In 1273 koos het kiescollege (de rijksgroten) in het Heilige Roomse Rijk Rudolf I van Habsburg tot koning, een tot dan toe nog onbelangrijke pion op het schaakbord.

  • Het geslacht Habsburg, genoemd naar de burcht Habichtsburg in het Zwitserse kanton Aargau, regeerde over bezittingen in de Elzas en in Zwitserland.

  • Rudolf I pakte de zaken energiek aan.

  • Hij eiste de 'ontvreemdé rijksgoederen van Friedrich II van Babenberg op.

  • De strijd werd beslecht met de dood van Ottokar II.

  • Rudolf beleende zijn oudste zoon Albrecht met de Oostenrijkse gebieden en de trouwe vazal graaf Meinhard II van Görz Tirol met Karinthië.

  • Hierbij werd als voorwaarde gesteld dat het leen aan het huis Habsburg zou terugvallen, mocht de graaf geen mannelijke erfgenamen produceren (dit gebeurde in 1335, inclusief Krain).

  • Dit is het begin van de Habsburgse 'Hausmacht': het vergroten van het eigen territoriale bezit, los van het Duitse koningschap.

  • Rudolf startte ook  zij het op bescheiden schaal   met het uithuwelijken van zijn dochters; een politiek die later door zijn opvolgers (maar nu met machtiger prooien) zijn vruchten zou gaan afwerpen.

  • Albrecht I was nog kort Duits koning (1298 1308) maar vanaf dan tot 1438 heeft geen Habsburger de troon bestegen.

  • Ze hadden zodoende hun handen vrij voor de versterking van de machtsbasis in de thuislanden.

  • In 1363 werden de gebieden tot een eenheid gesmeed doordat Tirol aan Habsburg toeviel.

  • De verbinding met het Zwitserse stamgebied was gelegd.

  • De geografische eenheid was gesmeed maar delingen en broedertwisten verzwakten de dynastie nu van binnenwit.

  • De door handel rijk geworden burgerij wilde privileges, de hongerige boeren kwamen in opstand en de pest verziekte de boel nog meer.

  • Hertog Albrecht V maakte een eind aan de chaos.

  • Door de keuze in 1437 (als Albrecht II) tot koning van het Heilige Roomse Rijk begon de tot 1806 ononderbroken Habsburgse opvolging.

  • In eigen land kreeg hij de status van aartshertog.

  • Zijn opvolger Friedrich III (1440 1493) is de eerste Oostenrijker   maar ook meteen de laatste   die zich tot keizer van het Duitse Rijk liet kronen.

  • Afkomstig uit de Stiermarkense tak van de dynastie maakte hij Graz tot residentie.

  • Het was een wat tragische heerser, vol van goede bedoelingen, maar alles wat hij deed, werkte averechts.

  • Zijn leus 'Austria Est Imperare Orbi Universo' (Oostenrijk is voorbestemd over de hele wereld te heersen) was niet zo ver bezijden de waarheid en zijn spreuk 'Laat anderen oorlog voeren, gij, gelukkig Oostenrijk, huw' werd aardig opgevolgd.

  • De praktijk was echter dat tijdens zijn regering de Zwitserse stamlanden voorgoed verloren gingen, de Oostenrijkse erflanden tijdelijk werden geannexeerd door de koning van Bohemen, de adel en de boeren voor opstanden zorgden en een nieuwe vijand zich vanuit het Oosten aanmeldde: de Turken.

  • Zij hadden in 1453 een eind gemaakt aan het Byzantijnse rijk en waren niet van zins het hierbij te laten.


De Habsburgse wereldmacht.

  • Friedrichs zoon Maximilian I (reg. 1493 1519) stelde orde op zaken na de dood van de koning van Bohemen.

  • Zijn staats  en financiële ordening betekende de voorzichtige overgang van de middeleeuwse staat gebaseerd op het leenstelsel naar een moderne ambtenarenstaat: opdeling rijk in kreitsen (districten) met daarboven een Rijksdag (lukt nog niet echt), aanstelling belastinginners en het aantrekken van huurtroepen (intrede vuurwapens).

  • Het aartshertogdom Oostenrijk (sinds 1453) werd bestuurlijk in drieën gedeeld met twee centra, te weten Wenen en Innsbruck.

  • Zijn huwelijk met de erfdochter van Bourgondië leverde Habsburg de Bourgondische Nederlanden (Nederland en België) op, maar het is ook het begin van de Habsburgs Franse controverse.

  • Maximilian I sloot erfverdragen met Bohemen en Hongarije (geconsumeerd in 1526) en het belangrijkste van alles: het huwelijk (in 1496) van zijn zoon Filips de Schone met de erfdochter van Castilië en Aragón, Johanna (de latere waanzinnige).

  • De uit dit huwelijk geboren zoon keizer Karel V (1500 15581 kon de scepter zwaaien over een immens imperium dat door de ontdekkingsreizen ook zijn invloed liet gelden in de 'nieuwe wereld' (Amerika), al met al een gebied 'waar de zon nooit ondergaat'.

  • In 1558 werden de Habsburgse landen in tweeën gedeeld: Ferdinand I beheerste het oosten (Oostenrijk, Bohemen, Hongarije) en Filips II het westen (Spanje en de Nederlanden).

  • Om de zaak overzichtelijk te houden wordt de beschrijving van de geschiedenis vooral gericht op wat er zoal in Oostenrijk gebeurde, natuurlijk wel in relatie tot het 'wereldgebeuren' maar niet al te gedetailleerd.


De 16de en de 17de eeuw.

  • 'Pais en vree' heerste er niet in dit al snel afbrokkelende wereldrijk.

  • De 'nieuwe leer' van Martin Luther luidde de Reformatie en de daarop volgende Contrareformatie in.

  • Simplistisch gesteld predikte de 'nieuwe leer' een teruggang naar het 'zuivere geloof', een ontkenning van de rooms-katholieke Kerk als superieur instituut en een pleidooi voor de opheffing van het zedelijk verval van de geestelijkheid, die door de aflaten (afkoopsommen voor zonden) het geloof verkwanselde.

  • De aanhangers van de Reformatie, de protestanten, kwamen hiermee te staan tegenover de katholieken.

  • De aanhangers van het protestantisme in Oostenrijk waren de adel, de welvarende burgerij, de mijnwerkers en in een later stadium de boeren.

  • De antikatholieke gevoelens zijn in Oostenrijk niet zo sterk geweest als in de rest van het Heilige Roomse Rijk; de opstanden hadden meer politieke en sociale oorsprongen.

  • Bij de adel en de welvarende burgerij was het behouden of het verkrijgen van een betere rechtspositie en bestuurlijke macht belangrijk.

  • Bij de laatste twee was de opheffing van hun erbarmelijke sociale positie en het knagende gevoel in de maag doorslaggevender dan de geloofsanimo.

  • In Bohemen en Hongarije werd de overgang naar het protestantisme verder gevoed door een gestaag opkomende hang naar een eigen nationale staat.




  • De landvorsten in Oostenrijk waren katholiek.




  • De sterkste pleitbezorgers voor de traditionele geloofsrichting waren aartshertog Karel II (1564 1590) en keizer Ferdinand II (1590 1637) die de overwinning van de Contrareformatie, gedragen door de jezuïeten (een geestelijke orde van Spaanse origine), op bloeddorstige wijze klaarden.

  • Wie niet tot het waré geloof wilde terugkeren, kon het land verlaten, wat vooral de adel in groten getale deed.

  • Deze godsdienststrijd, die mede de aanleiding vormde tot het uitbreken van de Dertigjarige Oorlog (1618 1648) beslecht met de Vrede van Westfalen (1648), had desastreuze gevolgen voor het centrale gezag van de keizer.

  • Maar het is uiteindelijk gunstig geweest voor de opkomst van het aartshertogdom Oostenrijk als wereldmacht los van het Rooms-Koningschap.

  • De materiële schade door de Dertigjarige Oorlog viel in dit gebied ook wel mee.

  • Deze periode kende nog een dieptepunt, hoewel het eindresultaat glorie bracht: de Turkse dreiging. In 1529 stonden de Turken voor het eerst voor Wenen en in 1683 voor de laatste maal; de periode er tussen bracht kommer en kwel.

  • De sinds 1550 opgetrokken verdedigingsgordel van burchten van Wenen tot aan de Adriatische Zee en het vakmanschap van de Poolse koning Jan Sobieski gaven de doorslag.

  • Deze overwinning op de Turken had niet zozeer een gunstige uitstraling op het Rooms-Koningschap maar wederom op het huis Habsburg an sich.


De 18de eeuw.

  • Het aanzien bloeide in het begin van deze eeuw nog meer op door het gevecht met de Franse koning Lodewijk XIV om de hegemonie in West Europa.

  • De in 1700 uitgestorven Habsburgse tak in Spanje werd dan wel opgevolgd door een Frans geslacht, maar de opzet van Lodewijk XIV de Franse en Spaanse kroon te verenigen werd verijdeld.

  • Als tegenprestatie verkreeg Oostenrijk gebieden in Italië en de Zuidelijke Nederlanden.

  • Even leek er een kink in de kabel te komen toen Karel VI in 1740 stierf en geen mannelijke nakomeling, maar een dochter, Maria Theresia, naliet.

  • Hoewel haar opvolging geregeld en erkend was voor zijn dood moest zij de Oostenrijkse Successieoorlog (1740 1748) toestaan, waarbij een deel van de gebieden in Italië weer verloren ging.

  • Een vrouw op de troon in het Roomse Rijk was volstrekt ondenkbaar, in naam regeerde haar echtgenoot Frans I van Lotharingen, waarmee het huis Habsburg­ Lotharingen begint.

  • Tijdens de lange regering van Maria Theresia (1740 1780) gevolgd door die van haar zoon Josef II (1780 1790) floreerde Oostenrijk niet alleen op politiek terrein.

  • De nieuwe status moest ook artistiek een vertaling krijgen.

  • De hoofdstad Wenen werd omgetoverd in een barokke sprookjesstad.

  • Niet zoals in de 16de en de 17de eeuw waren hiervoor de buitenlandse architecten verantwoordelijk maar de eigen teelt, waarvan Johan Fischer von Erlach en Lukas von Hildebrandt de belangrijkste exponenten zijn.

  • Op het muzikale terrein heeft Oostenrijk in deze eeuw met Haydn, Mozart en Beethoven misschien nog wel meer zijn stempel gedrukt.

  • De beide naar het verlichtabsolutisme neigende vorsten hebben de al door Maximilian I ingezette omvorming tot een centralistisch geleide ambtenarenstaat verder uitgebouwd, waarbij de invloed van de standen sterk werd gereduceerd.

  • De financiën werden gesaneerd.

  • De druk op de burgerij en de boeren werd verminderd door de adel en geestelijkheid ook belasting te laten betalen.

  • De lijfeigenschap van de boeren werd afgeschaft, een vorm van volksonderwijs werd geïntroduceerd, het leger werd gemoderniseerd, en de staat stimuleerde de opkomende industrie.

  • Het succes van de hervormingen komt grotendeels op het conto van Maria Theresia die in tegenstelling tot haar zoon Josef II de politiek van de geleidelijkheid prefereerde.

  • Dit stap voor stap komen tot verbeteringen paste beter bij de conservatieve inslag van de Oostenrijkers dan de abrupte politiek van Josef II.

  • Vooral zijn kerkhervormingen waarbij een derde van het aantal kloosters werd opgeheven en de nadruk kwam te liggen op geestelijke vorming door onderwijs boven het uiterlijk vertoon van de processies heeft veel kwaad bloed gezet.

  • In het buitenland tekende zich reeds de komende strijd met Frankrijk af.

  • Nieuwe pionnen op het strijdtoneel waren Pruisen en Rusland, terwijl de oude erfvijand de Turken zich ook weer roerde.

  • In de volgende jaren verloor Oostenrijk de Zuidelijke Nederlanden, de overheersende positie in Italië en aan het (pro Franse) Beieren Tirol en Vorarlberg (1805).

  • De annexatie door de staat van het aartsbisdom Salzburg betekende wel een compensatie.


Het Oostenrijkse Keizerrijk tot 1848.

  • Omdat door de groeiende Franse invloed in de Duitse landen de verkiezing van een Habsburger als keizer van het Heilige Roomse Rijk niet langer zeker was, riep keizer Franz II zich in 1806 als Franz I uit tot keizer van zijn eigen erflanden.

  • Het Keizerrijk Oostenrijk was ontstaan, een uit nood geboren constructie. In 1809 leken voor Oostenrijk de kansen te keren.

  • De overwinning van Erzherzog Karl op Napoleons troepen bij Aspern maakte duidelijk dat ook de kleine Corsicaan niet onoverwinnelijk was.

  • In Italië behaalde Erzherzog Johann de nodige successen.

  • In Tirol kwam de bevolking onder leiding van Andreas Hofer in opstand (1809) tegen de Beierse bezetter.

  • Maar Napoleon bleek vooralsnog de sterkste.

  • Hij nam Wenen in en dwong Oostenrijk in de Vrede van Schönbrunn (1809) zijn bondgenoot te worden.

  • Het verarmde Oostenrijk moest in 1812 de 'grande armée' op weg naar Moskou flankdekking geven.

  • Na het debácle van Napoleons veldtocht in Rusland wist Klemens von Metternich (staatskanselier sinds 1809) de nieuw ontstane situatie uitstekend uit te buiten.

  • Terwijl Frankrijk met Rusland en het inmiddels naar de Russen overgelopen Pruisen in de clinch ging, hield hij zich op de vlakte, om in de tussentijd het Oostenrijkse leger weer op volle kracht te kunnen laten komen.

  • Toen dat zover was, forceerde hij een breuk met Frankrijk.

  • Oostenrijk werd de leidende macht van het anti Franse bondgenootschap, dat in de zogenaamde Volkerenslag bij Leipzig (oktober 1813) Napoleon een beslissende nederlaag toebracht.




  • Op het Wener Congres (1815) deelden de grote vijf (Rusland, Pruisen, Oostenrijk, Engeland en Frankrijk) Europa opnieuw in.

  • Metternich werd dubbel en dwars beloond voor zijn succesvolle politiek.

  • Oostenrijk kreeg de macht in Midden Europa en Italië.

  • Het Wener Congres stond in het teken van het herstel van de politieke en maatschappelijke verhoudingen van vóór de Franse revolutie.

  • Vooral Metternich en de Franse politicus Charles M. de Talleyrand legden hier de nadruk op.

  • De laatste ontwikkelde zijn theorie van de legitimiteit: alleen de macht van de aloude vorstenhuizen was legitiem.

  • Waar een volk tegen de gevestigde orde in opstand kwam of besluiten van het Congres negeerde, hadden de andere vier landen het recht te interveniëren om het gezag gewapenderhand te herstellen.

  • In deze zin sloten de grote vijf de zogenaamde 'Heilige Alliantie'.

  • Het Oostenrijk van Metternich was wel één van de meest naargeestige voorbeelden van een reactionaire staat, die zijn onderdanen zeer nauwlettend in de gaten hield. Pers en literatuur stonden onder strenge censuur.

  • Wie zich laatdunkend over de keizer en zijn familie uitliet, maakte grote kans door de alom tegenwoordige geheime politie in de kraag gevat te worden.

  • Patriottisme was in de visie van Metternich synoniem voor loyaliteit aan de Habsburgse dynastie.

  • Het begrip natie, waarin de verbondenheid van een volk in taal en cultuur tot uitdrukking komt, viel buiten zijn denkraam.

  • Logisch: 'zijn' Oostenrijk was een lappendeken van volken en culturen.

  • Dit zou tijdens en na de opstanden van maart 1848, waarin het nationalisme zich voor het eerst als politieke beweging manifesteerde, ook de fundamentele zwakte van het keizerrijk blijken te zijn.

  • Sinds het aantreden van Ferdinand I in 1835 had het keizerschap aan gezag ingeboet.

  • De lichamelijk zwakke en geestelijk onvolgroeide keizer werd in 1836 politiek onder curatele van een raad van wijze mannen gesteld.

  • Een aanfluiting natuurlijk voor het principe van de legitieme macht van de erfelijke vorst.

  • Met de eerste golf van industrialisatie (jaren 1830 tot 1840) ontstond een nieuwe sociale klasse van fabrieksarbeiders.


Revolutie en reactie. (1848 1867)

  • De revolutionaire golf, die in 1848 over Europa spoelde, ging niet aan Oostenrijk voorbij.

  • Op 13 maart 1848 kwam het in Wenen tot een bloedige confrontatie tussen demonstranten en leger.

  • Nog dezelfde dag bood Metternich zijn ontslag aan en verliet de stad.

  • De keizer, die nu voor het eerst de vrije hand had, gaf toe aan alle eisen van de demonstranten.

  • Wenen kwam in revolutionaire handen.

  • Ook in Boedapest, Milaan en Venetië had de revolutionaire vonk vlam gevat.

  • De reactie van de autoriteiten zette in de herfst in.

  • In oktober viel het revolutionaire Wenen.

  • In 1849 deed Ferdinand I afstand van de troon ten gunste van Erzherzog Franz, die het rijk als Franz Josef l tot 1918 zou bestieren.

  • Het eerste decennium van zijn bewind wordt terecht als neo absolutistisch getypeerd.

  • In veel opzichten werd de klok een flink eind terug gezet.

  • Alle gewesten werden in een strak centralistisch keurslijf geperst.

  • Dit gold ook voor Hongarije, dat tot dan toe een uitzonderingspositie had bekleed.

  • Het autoritaire regime steunde op het conservatieve deel van de grote industriële burgerij en in nog sterkere mate op het leger.

  • Niet voor niets verscheen Franz Josef altijd in militair uniform, waar zijn voorgangers de voorkeur aan civiele kledij hadden gegeven.

  • Twee grote nederlagen in de buitenlandse politiek keerde het tij.

  • In 1861 wisten de Italiaanse nationalisten met steun van Frankrijk het Oostenrijkse juk af te werpen.

  • Op het Duitse front kwam Oostenrijk in de jaren zestig in aanraking met Otto von Bismarck.

  • Na de nederlaag in de oorlog met Pruisen (1866) was Oostenrijks rol in de Duitse politiek definitief uitgespeeld.


De Oostenrijks Hongaarse monarchie. (1867 1918)

  • Het prestigeverlies van deze nederlaag dwong keizer Franz Josef I ook op het binnenlandse front concessies te doen aan liberalen en nationalisten.

  • Oostenrijk werd een Dubbelmonarchie.

  • Deze Donaumonarchie, zoals hij ook wel genoemd wordt, bestond uit twee constitutionele monarchieën, die via een personele unie van het Huis Habsburg met elkaar verbonden waren.

  • Hongarije werd een onafhankelijk koninkrijk, dat alleen het leger en de buitenlandse politiek met Oostenrijk gemeen had.

  • De andere volkeren binnen het rijk bood de nieuwe constitutie weinig soelaas.

  • Het Oostenrijkse keizerrijk bleef even centralistisch als voordien.

  • Weliswaar werd het parlement via een districtenstelsel gekozen, maar in het ambtenarenapparaat bleef tot de val van het rijk in 1918 het Duitse element ver in de meerderheid.

  • In dit kiesstelsel was de bezittende klasse naar getalssterkte onevenredig vertegenwoordigd.

  • Dit werkte in het voordeel van de liberalen, die in deze periode zonder onderbreking de regering bemanden.

  • Dit gaf voeding aan nationalistische bewegingen in Bohemen, Slowakije en op de Balkan.

  • Binnen die bewegingen stonden weer puur nationalistische en panslavistische (gericht op de vereniging van alle Slavische volkeren) stromingen tegenover elkaar.

  • Als reactie op dit groeiend zelfbewustzijn begon ook de Duitstalige bevolking zich politiek te uiten.

  • Deze Duistnationalisten zaten niet alleen binnen de grenzen van het huidige Oostenrijk, maar ook bij de Duitse emigranten die zich sinds de Middeleeuwen in overwegend door Slavische volkeren bewoonde streken hadden gevestigd: Sudetenduitsers (in Bohemen), Donauzwaben (in Hongarije), Zevenburgse Saksen (in Transsylvanië).




  • Naast en niet zelden parallel aan dit nationaliteitenconflict werd een felle, sociale strijd gestreden.

  • Op de internationale, economische crisis van 1870 volgde een nieuwe industriële revolutie, die gepaard ging met een sterke opleving, die tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zou aanhouden.

  • De wassende schare fabrieks­arbeiders vond in de sociaal democratie een pleitbezorger van haar belangen.

  • De Sozialdemokratische Partei Österreich (SPÖ maakte in deze periode een spectaculaire groei door. Toch liet het nationaliteitenvraagstuk ook deze partij niet onberoerd.

  • De Tsjechische socialisten scheidden zich in 1897 af en stichtten hun eigen partij.

  • Naast de SPÖ kwam in de jaren negentig de Christlich Soziale Partei op, een groepering die haar aanhang vooral onder de middenstand en de boeren vond.

  • Haar leider Karl Lueger wist het in 1897 tot burgemeester van Wenen te brengen.

  • Tijdens zijn verkiezingscampagne had hij sterk geappelleerd aan antiliberale en antisemitische gevoelens onder de bevolking.

  • Het antisemitisme zou zich inde decennia die volgden steeds krachtiger in de Oostenrijkse politiek gaan manifesteren, van rechts tot links.

  • Nationaliteitenvraagstuk, sociale wetgeving en algemeen kiesrecht vormden de belangrijkste thema's in de binnenlandse politiek van de Donaumonarchie.

  • In 1907 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd.

  • In het nationaliteitenvraagstuk vond de Donaumonarchie haar Waterloo.

  • Naar aanleiding van de moord op de troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni 1914 in Serajewo verklaarde Oostenrijk aan Servië de oorlog.

  • Met de kettingreactie van oorlogsverklaringen die hier op volgde was de Eerste Wereldoorlog (1914 1918) een feit. In 1916 stierf Keizer Franz Josef I.

  • Zijn opvolger Karl I deed twee jaar later na de militaire ineenstorting van het Duits Oostenrijkse bondgenootschap afstand van zijn bevoegdheden en verliet het land.

  • De eeuwenlange heerschappij van de Habsburgers was hiermee ten einde.


De Eerste Republiek. (1918 1938)

  • De republiek die op de puinhoop van de Donaumonarchie ontstond was een uitvinding van de geallieerde overwinnaars.

  • Na de Vrede van Saint Germain (1919) kregen de volkeren van de oude monarchie hun onafhankelijkheid (nieuwe staten Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije).

  • De Duitstalige rest (exclusief Zuid Tirol) werd in een apart staatje Oostenrijk ondergebracht.

  • Dit Oostenrijk was zelf waarschijnlijk net zo lief in de nieuwe Duitse republiek opgegaan.

  • Dat gold zeker voor de sociaal democraten, voor wie het vooruitzicht van een romprepubliek van Wenen met een aantal conservatief gezinde provincies weinig aanlokkelijk was.

  • Economisch leek het land een doodgeboren kind, met Wenen als waterhoofd, afgesneden van de industriegebieden in Bohemen, en van Hongarije, de graanschuur van de Donaumonarchie.

  • Het binnenlands bestuur werd geregeld in de grondwet van 1920.

  • In de landelijke politiek had de Christlich Soziale Partei sinds 1922 de meerderheid.

  • De sociaal democraten waren veroordeeld tot de oppositie.

  • Beide groeperingen kwamen in de loop van de jaren twintig steeds scherper tegenover elkaar te staan.

  • De sociaal democraten en christen democraten hadden uit de chaotische dagen van 1918 elk hun eigen gewapende milities overgehouden; respectievelijk de Schutzbund en de Heimwehr.




  • In maart 1933 stelde de christen democraat Engelbert Dolfuss het parlement buiten werking.

  • In februari 1934 liet hij de Schutzbund oprollen en overmeesterde door een bloedige staatsgreep het rode Wenen.

  • De SPÖ werd verboden, haar leiders en kader geïnterneerd.

  • Dolfuss' ideaal een autoritaire staat naar het voorbeeld van Mussolini's Italië, was werkelijkheid geworden.

  • De grootste bedreiging voor zijn regime vormden nu de nationaal socialisten, die een inlijving van Oostenrijk bij nazi Duitsland nastreefden.

  • Dolfuss werd al een half jaar na zijn overwinning door de nazi's vermoord.

  • Zijn opvolger Kurt von Schuschnigg moest met lede ogen aanzien hoe langzaam maar zeker het fundament van Oostenrijks onafhankelijkheid afbrokkelde.

  • Mussolini kwam na 1936 steeds meer op Hitlers lijn.

  • Bij Frankrijk en Engeland vond Schuschnigg nauwelijks steun.

  • De situatie was begin 1938 volledig uitzichtloos.

  • Nadat Schuschnigg tijdens een onderhoud met Hitler in Berchtesgaden onder zware druk had ingestemd met de inlijving van Oostenrijk bij Duitsland, probeerde hij bij zijn terugkomst alsnog uit de val te ontsnappen door een volksstemming over de kwestie uit te schrijven.

  • Dat was voor Hitler aanleiding om in de nacht van 11 op 12 maart 1938 Oostenrijk binnen te vallen.

  • De Duitse troepen kregen nauwelijks weerwerk van het Oostenrijkse leger.

  • In Wenen en Linz werden zij door een uitgelaten menigte verwelkomd.


Anschluss en Tweede Republiek. (1938 heden)

  • De Anschlusswas hiermee een feit. Bij de volksstemming die alsnog gehouden werd, stemde een overweldigende meerderheid (99%) voor aansluiting bij Duitsland.

  • De periode 1938 1945 is één van de duisterste episodes uit de recente Oostenrijkse geschiedenis.

  • De herinnering aan dit tijdperk wordt collectief verdrongen.

  • Menig Oostenrijks historicus (en daardoor ook de gehanteerde geschiedenisboeken op de scholen) wil Oostenrijk in deze periode graag als een bezet land zien en benadrukt de rol van het verzet.

  • Voor zover er sprake was van verzet, ging dat uit van zeer kleine groepen linkse socialisten, communisten en aanhangers van de Habsburgers.

  • Vast staat dat Oostenrijk de nodige prominente nazi's heeft voortgebracht.

  • De repressie door de nazi's was totaal. Leden van andere politieke partijen verdwenen samen met de joden in concentratiekampen.

  • De machtige katholieke kerk werd in de defensie gedrongen.

  • Kloosters werden opgeheven, kloosterscholen en  internaten overgenomen door de nazi's.

  • Oostenrijk werd na de oorlog bezet door de vier geallieerde mogendheden.

  • Door de moed der wanhoop gedwongen vonden de aartsvijanden sociaal democraten en christen democraten (nu Österreichische Volkspartei, ÖVP) elkaar.

  • Hun gemeenschappelijk streven betrof de opheffing van de bezetting.

  • Door een eindeloze reeks van chicanes van Sovjetzijde zou dat nog geruime tijd duren.

  • Pas na de dood van Josef Stalin (1953) kwam er meer schot in de onderhandelingen.

  • Op 15 mei 1955 werd het Staatsverdrag ondertekend en werd de Tweede Republiek uitgeroepen.

  • Oostenrijk verplichtte zich daarbij voortaan neutraal te blijven, conform de eis van de Sovjet Unie.

  • Het leger mocht alleen defensieve taken uitvoeren.

  • Niet lang na 1955 begon de coalitie van SPÖ en ÖVP de eerste barstjes te vertonen.

  • In 1966 zette de ÖVP na een verkiezings­overwinning de sociaal democraten aan de kant.

  • Deze manoeuvre werd vier jaar later verrassend door de kiezer afgestraft.

  • Sinds 1970 regeerde de SPÖ in Oostenrijk, sinds 1982 samen met de kleine liberale Freiheitliche Partei Österreich (FPÖ).

  • De sociaal democraat Bruno Kreisky, kanselier van 1970 tot 1982, wist de tot dan toe vooral als opgelegd ervaren neutraliteit in een actieve buitenlandse politiek om te zetten.

  • Met zijn bemiddeling tussen Israël en de Palestijnen verwierf Oostenrijk zich internationaal veel prestige.

  • De verkiezing van de om zijn verzwegen oorlogsverleden niet onomstreden Kurt Waldheim tot Bondspresident in 1986 lijkt aan dit prestige weer afbreuk te hebben gedaan.








Samengesteld door: BusTic.nl




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina