Op zoek en confrontatie met wilde dieren in Zuidelijk Afrika Zimbabwe, Botswana, Namibië en



Dovnload 172.32 Kb.
Pagina8/12
Datum22.07.2016
Grootte172.32 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

4.6 Met de trein naar het koude Swakopmund

Wo. 21-10-1998

We ontbijten bij Etosha café, voor de laatste keer genietend van de wonderbaarlijke ‘biergarten’. We weten totaal niet wat ons vandaag te wachten staat: Zullen we vanavond in de trein zitten? Zal de schoonmaker ons de juiste vertrektijd van de trein gegeven hebben? Zullen we nog in Tsumeb of al in Windhoek zitten? Misschien moeten we maar met de bus gaan … We zien wel.

Bij AVIS blijken ze zowaar een trein-tijdtabel te hebben liggen. De schoonmaker had het dus goed, er zou vandaag om half 11 een trein moeten vertrekken naar Windhoek. Omdat het nogal een primitieve bedoening schijnt de zijn, doen we nog even wat inkopen voor in de trein. Rond 9 uur gaan we met volle bepakking in de felle zon lopend richting station. Deze keer krijgen we dus mooi geen lift, ons geluk! Met zweet op onze rug komen we op het station aan. Zowaar, er zijn nog meer mensen … Allemaal inlanders, niet zo vreemd als je je bedenkt dat het het goedkoopste vervoermiddel is. Voor een tientje zit je 15 uur in de trein. Het belooft dus een tijdrovende bezigheid te worden, toeristen laten het dus maar liever voor wat het is. We lopen een gebouwtje in wat lijkt op een ticket office.

‘Is dit de ticket-office?’

‘Ja’.

‘kunnen we 2 tickets krijgen voor Windhoek?’



‘Nee.’

Kaartjes blijken we in de trein zelf te moeten kopen. In principe schijnen alleen goederen-wagons te worden aangekoppeld, maar omdat er een aantal mensen mee willen wordt er een passagierswagon tussengekoppeld. We vertrekken redelijk op tijd, wie had dat gedacht?

De trein maakt behoorlijk veel lawaai, we zitten dan ook vlak achter de locomotief. Bij ieder plaatsje (of wat daarvoor door moet gaan) worden er meer goederen-wagonnen aangeplakt. Het landschap blijft min of meer hetzelfde: dorre bomen met bergen op de achtergrond. Het zand verandert wel steeds van kleur: dan weer rood en dan weer bruin of geel-kleurig. Er zit slechts één blanke Namibiër in de trein, die dan ook spontaan bij ons is komen zitten. We hebben ons door hem om laten praten om in plaats van naar Windhoek rechtstreeks naar Swakopmund te gaan. Swakopmund schijnt gezelliger te zijn en de uitvalswegen naar Sossusvlei (de enorme zandduinen, ons hoofdreisdoel in Namibië) schijnen ook veel beter/makkelijker bereidbaar te zijn.

Het wild springt voor de trein opzij, wat werkelijk een prachtig en bijzonder tafereeltje schept. Ik voel me echter niet al te jofel. Op het moment dat de Namibiër dan ook nog koude, vet ruikende frikandellen en kippepootjes gaat zitten verorberen heb ik het helemaal gehad.

Zojuist hebben we een ca. 1.5 uur durende stop in ‘Otjiwarongo’ gehad. Er zaten een aantal Afrikaanse vrouwen met kinderen op het station, wat de tijd voor ons nog enigszins doodde. Het toilet was zó ontzettend smerig, zo heb ik ze nog niet eens in China meegemaakt (en dat wil wat zeggen). Na de stop ‘Omaruru’ proberen we wat te slapen in de hobbelende trein.

Rond 2 uur ‘s nachts komen we in Swakopmund aan.


Het stadje Swakopmund ligt op de plaats waar de Namib-woestijn (de oudste woestijn ter wereld) de Atlantische oceaan als het ware uitkruipt.

Eenmaal buiten schrikken we behoorlijk van de temperatuur. Het is ijskoud naar ons idee! Klappertandend lopen we richting het stadje. Gelukkig loopt ‘Herr Smit’ (zo noemen we de Namibiër maar voor het gemak) met ons mee en heeft hij gisterenavond vanuit de trein met onze GSM geregeld dat we in Karen’s Attic kunnen overnachten. Daar aangekomen blijken er nog twee 1-persoonsbedden en 1 bank vrij te zijn. Herr Smit neemt direct 1 bed in beslag, Roland nestelt zich op de bank, zodat ik dan toch nog een paar uurtjes in een normaal bed kan slapen. Jammer dat Herr Smit zo snurkt … (komt vast van die vieze worstjes). Bovendien duurt het nogal een poosje voordat m’n voeten weer op temperatuur komen …



Do. 22-10-1998

Rond 7 uur sleep ik me naar de douche. Ik knap behoorlijk op van een expres ietwat te warm genomen douche. Roland zit al kant en klaar op me te wachten in de huiskamer, tja zo’n bank slaapt natuurlijk niet echt. We blijken gewoon bij mensen thuis terecht te zijn gekomen. We eten als (eerste) ontbijt onze trein-etensrestjes een beetje op. Herr Smit komt met allerlei leuke ideeën. Eigenlijk zitten we daar niet op te wachten, dus hoe moeten we daar nu weer op een vriendelijke manier van af zien te komen?

We lopen met z’n drietjes naar het stadje. Bij het eerste het beste video-tokootje zijn we al van Herr Smit verlost. Bij een reisbureautje komen we te weten dat het omzetten van onze vliegtickets (terugvliegen vanaf Kaapstad) waarschijnlijk niet mogelijk zal zijn. We zullen het moeten proberen bij SAA (South African Airlines) zelf in Windhoek. Wat ons beter afgaat is het huren van een auto. Om 14:00u staat er een auto van Imperial (Toyota Corolla 1.3) voor ons klaar. De tijd die we nog hebben tot het zo laat is gebruiken we om te genieten van een waanzinnig uitgebreid (tweede) ontbijt: 2 gebakken eieren met spek en worstje, tomaat en toast. We kunnen er weer tegenaan. We maken een wandeling over de met palmen omzoomde promenade, richting strand. We bezoeken het ‘Marine National Aquarium’ en lopen daar zo onder de haaien en andere mooie vissen door. Prachtig.

Op het moment dat we weer naar buiten komen breekt de lucht zowaar een beetje open.

Nadat ik een kauwgombal uit zo’n leuk speelapparaat heb gehaald, eten we aan het strand een heerlijk soepje (Roland: Goulash en ik: kreeft). Op een bankje genieten we nog een poosje van de frisse zee-lucht en -geluiden in een steeds warmer wordend zonnetje. De zeewater-temperatuur is slechts 14 °C, iets te koud voor een duik dus.

4.7 Met tweede huurauto naar de zeehonden van Cape Cross

Eindelijk is het zover, we kunnen de auto ophalen. We hebben onze tijd hard nodig, want eigenlijk willen we vandaag nog richting Cape Cross (wat toch zo’n 120 km vanaf Swakopmund ligt). Rond half 3 gaan we in de Toyota op weg. Via eindeloze zandvlaktes, met slechts her en der wat struikjes en bergen rijden we over een nogal afgelegen weg, welke gelukkig nog wel enigszins geasfalteerd is. Het is maar goed dat ik niet achter het stuur zit, dat zou vast niets worden. Binnen de kortste keren zou ik op de eentonige weg in slaap vallen en dus van de weg raken en dat zou betekenen dat we vast zouden moeten gaan scheppen … Na zo’n 2 uur rijden (het is dan al 4 uur geweest) komen we in Cape Cross aan. Bij twee oudjes moeten we tickets kopen om de zeeleeuwen te mogen aanschouwen. Als ze er maar wel zijn dan …

Naarmate we dichterbij komen gaat het steeds meer naar beesten ruiken. Dat er hier dus inderdaad wel zeeleeuwen/honden zullen zijn staat dan al snel ‘als een paal boven water’. Eenmaal op de plaats van bestemming wordt de stank vrijwel ondraaglijk! Als we dichterbij komen wordt duidelijk waarom: niet honderden maar duizenden zeeleeuwen zwemmen, trappelen, spelen of liggen wat te luieren rond en op de rotsen. Niet te geloven, wat zijn dat er veel! We kunnen onze eigen ogen niet geloven … Later lezen we dat het er tussen de 130.000 en 180.000 zijn!

Jakhalzen onderbreken het gemoedelijke schouwspel, om evt. jonge zeeleeuwtjes te verorberen. Helaas moeten we al snel weer weg, want om 5 uur sluiten de poorten. En we moeten ook nog eens zo’n 2 uur weer terug rijden, het is dan wel zo prettig dat het nog licht is. In ieder geval was het de rit dubbel en dwars waard.


‘s Avonds eten we bij het Chinese Mandarin restaurant. Roland laat z’n keuze op varkensvlees in pepersaus vallen en ik kies voor groente met kip. Ik neem heerlijke Irish coffee toe, wat zorgt voor een soepele gang naar ‘huis’.

Inmiddels ligt Roland al te slapen, deze keer in een echt bed.

Ik ga voor de 5e keer proberen pa & ma F. te bellen.

Vr. 23-10-1998

Alles en iedereen is nog in diepe rust als wij Karen’s Attic in alle vroegte verlaten. We laten geld achter voor Herr Smit, die allebei de nachten voor ons betaald bleek te hebben. We zijn Swakopmund nog niet uit of we rijden zo het niets in, met aan de linkerkant enorme zandduinen en aan de rechterkant de zee. Al snel zijn we in het 34 km zuidelijker gelegen Walvisbaai. Pas sinds 1994 hoort dit bij Namibië, voorheen hoorde dit stukje nog toe aan Zuid-Afrika. De natuurlijke haven met bijbehorend stadje doet heel Amerikaans aan. In een klein winkelcentrum halen we heerlijke warme verse broodjes voor de rest van de dag. In een gezellig restaurantje leggen we weer een bodem aan met een heerlijk ontbijt. Daar hebben we wel even trek in na het bezoek aan de lagoon met flamingo’s en pelikanen, waar het flink bewolkt en dus ook behoorlijk fris was. Het enige wat we dan nog even moeten doen voordat we onze toch door de woestijn gaan aanvaarden is tanken. In een jerrycan nemen we een extra voorraadje benzine mee. We weten tenslotte niet wanneer we weer een benzinepomp tegen zullen komen.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina